• Back in the USSR

    Back in the USSR

    Wat Neubach, de debuutroman van Erik Voermans (1958), vooral duidelijk maakt: de klassieke muziek van Nederlandse makelij is van teleurstellende kwaliteit. En hoe dat komt, vertelt hoofdpersoon Vladimir Neubach ons ook: ‘“Soms maakten ze goed klinkende muziek, maar wat was de betekenis? Het leek maar hoogst zelden een zaak van leven of dood.”’ Als tegen het einde van de roman in het Concertgebouw een concert genaamd ‘Spiegel van deze tijd’ wordt gehouden, ontvangt Neubach voor zijn werk een daverend applaus in tegenstelling tot zijn Nederlandse collega’s Govert de Lange, Van Engelen en Brugman. Al worden de Nederlandse collega’s afgeserveerd, het betekent niet dat Neubach een rustig en gelukkig leven leidt. Integendeel. ‘Het was al tijden stil in zijn hoofd.’ Zo opent de roman, het motief dat naar zijn uiteindelijke ondergang zal leiden.

    Fictie en werkelijkheid

    Erik Voermans is geen onbekende. Al jaren schrijft hij zeer toegankelijk over klassieke muziek voor Het Parool. Met Neubach kiest hij voor een setting die hem vertrouwd is, de muziekwereld. Daarbij zet hij de lezer wel op het verkeerde been! Allereerst is daar het omslag met een prachtige zwart-wit foto van musici. In het midden een knaap met golvend haar en een brilletje – als dat niet de echte Vladimir Neubach is? Neubach, die opgroeit in de Sovjet-Unie, zoon is van een muziekrecensent voor de Pravda, les krijgt van Sjostakovitsj, een van de grootste Russische componisten van de twintigste eeuw, en uiteindelijk via Berlijn vlucht naar Nederland. Het had allemaal waar kunnen zijn, maar het is fictie. Neubach is een verzonnen personage dat zo nu en dan in een decor stapt van historische personages.

    Seksuele escapades

    Deze Neubach leidt een succesvol leven met reizen langs de concertzalen in de wereld. Stefi Pasteur, zijn assistente, vergezelt hem daarbij. Tot Neubach de uitnodiging krijgt om een Requiem te schrijven. Zijn hoofd blijft leeg, er komt nauwelijks nog muziek uit. Bovendien wordt hem ook ontraden om een requiem te schrijven. Zijn vriend Gutman met wie hij in Bodega-Kayserlingk iets drinkt, bijvoorbeeld:
    ‘ “Een requiem,” mompelde zijn vriend. “In het Concertgebouw. Hebben die mensen dan geen kennis van de geschiedenis? Zijn ze Oistrach en Kondrashin alweer vergeten? Of Rozjdestvenski, die geen zin had om de derde Rus te zijn die na een concert in het Concertgebouw een hartaanval zou krijgen? Hij heeft hier nooit meer gedirigeerd.”’

    Een Russisch noodlot, dat is ook de reden dat zijn vrouw Zjenja het hem ontraadt. Zjenja heeft in deze roman dan ook de rol van wijze echtgenote die haar man doorziet en veel – zijn seksuele escapades bijvoorbeeld – door de vingers ziet, terwijl Neubach, cynisch, koppig en blind zijn ondergang tegemoet wandelt. Toch, al oogt hij als hoofdpersoon weinig sympathiek, heb je als lezer met hem te doen, er broeit iets, er moet een geheim zijn dat hem tot dit voor iedereen moeilijke karakter gevormd heeft.

    Demonen

    Zette het omslag de lezer op het verkeerde been, het eerste deel van het boek doet dat in zekere zin ook. Op het eerste gezicht lijkt er een kleine, onmogelijke liefdesgeschiedenis verteld te worden. De ontmoeting tussen de jonge Stefi, mislukt op het conservatorium, en de eind vijftiger Neubach, op het toppunt van zijn roem. Zij wordt zijn rechterhand en minnares. Hij is fors geschapen, zij heeft een behaarde schaamstreek. Het verhaal lijkt op dat niveau te blijven, maar blijkt verrassend meer te bieden. Het lijntje Neubach en Stefi is in die zin ook minder interessant. Als Stefi hem heeft betrapt met een andere vrouw, beëindigt ze de relatie. Belá, een goedzakkerige medestudent, wordt met zijn onvoorwaardelijke liefde voor haar, haar veilige haven.

    Met Stefi’s vertrek krijgen de demonen van vroeger steeds meer grip op Neubach. Wat of wie die demonen zijn wordt stukje voor stukje ontrafeld, waardoor Neubach niet alleen een roman is over de schaduwkant van succes en hoe seks een uitlaatklep is voor getormenteerde mannen. In Neubachschuilt, als een duveltje uit een doosje, een onvervalst vader-zoon verhaal.

    Leven of dood

    Neubach is soepel en met vaart geschreven. De compositie had strakker gemogen, zeker in de dialogen. Soms hebben babbel-dialogen echt een functie in een boek, die ontbreekt hier. De roman is het sterkst wanneer het verhaal zich afspeelt in communistisch Rusland. De corrumperende macht, het verraad, de moeite om een rechte rug te houden als je bedreigd wordt. Voermans vertelt met historische precisie en is dan op zijn best. Zoals in de scène dat Neubachs vader van hogerhand een negatieve recensie moet schrijven over Sjostakovitsj en daarin wordt overvleugeld door Zaslavski, een mede-redacteur. Maar ook de hoofdstukken waarin het niet om Neubach gaat maar om al die Russische componisten die ten tijde van Stalin muziek maakten zijn sterk. De dictatuur komt tot leven op het congres van de Bond van Sovjet-componisten waar Sjostakovitsj, Prokofjev en andere Russische musici door de communistische partij terug in het gelid worden geduwd. Er is geen plek voor muziek ‘waarin ongewenste volksvijandige en formalistische elementen zijn aan te treffen’. Dan wordt muziek componeren inderdaad een kwestie van durf of lafheid, van leven of dood. Met de aansluitende vlucht van Neubach naar het westen zijn dit de hoofdstukken die van Neubach een bijzondere leeservaring maken.

  • Oogst week 38 – 2022

    Weerspiegeld in een waterglas

    Onlangs is bij uitgeverij Athenaeum een lijvige biografie verschenen over Maurice Gilliams (1900 – 1982) geschreven door Annette Portegies. Tegelijkertijd verscheen daar Een binnenplaats met gras, een bloemlezing uit Gilliams verhalend proza, poëzie en essays, samengesteld door schrijfster Leen Huet.

    Hoewel de Vlaamse Gilliams in 1969 de Constantijn Huygensprijs en in 1980 de Prijs der Nederlandse Letteren ontving, en zijn roman Elias of het gevecht met de nachtegalen is opgenomen in de Vlaamse Canon van de Nederlandstalige Literatuur, is hij, in ieder geval bij de Nederlandse lezers, nog vrij onbekend.

    Daar komt met deze beide uitgaven, en een podcast in oktober van de VRT misschien verandering in.
    Er bestaat zelfs een website over Maurice Gilliams. Daar kan je lezen dat schrijver en biograaf Pierre H. Dubois  in 1983 in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde het volgende schrijft: ‘Gilliams is een complexe figuur geweest. Wie het voorrecht had hem te kennen weet dat hij onder bepaalde omstandigheden zeer sociabel kon zijn, lachen kon als geen ander, verhalen vertellen, parodiëren, vlijmscherp uit de hoek komen en van een haast dodelijke ironie zijn. Er was een andere Gilliams, maar dezelfde, die mateloos melancholiek, zonder illusies, de vergeefsheid van alles en de opgeblazen ijdelheid van velen met spottende minachting doorzag. Er was een Gilliams die plotseling, door onrecht geprikkeld, een strijdbaarheid toonde, wonderlijk contrasterend met de stilte waarvan zijn werk getuigt. Er was, achter al deze verschijningsvormen, een raadselachtige Gilliams, de dichter, de denker, de mijmeraar die zich niet anders blootgaf dan in het spaarzame dat hij aan zijn handen, aan zijn hoofd, aan zijn hart, liet ontsnappen.’

    De podcast ‘Maurice Gilliams. Het wonderlijke leven van een schrijver uit Antwerpen’ gemaakt door Gudrun De Geyter, is vanaf 3 oktober op VRT Max te beluisteren.

    Weerspiegeld in een waterglas
    Auteur: Annette Portegies
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2022)

    Uit Berlijn Machthebbers Krijgsgewoel

    In de jaren 80 van de vorige eeuw schreef beeldend kunstenaar, dichter, schrijver en acteur Armando (1929 – 2018) vooral vanuit Berlijn een wekelijks verslag voor de literatuurbijlage van NRC Handelsblad.
    In Uit Berlijn | Machthebbers | Krijgsgewoel zijn al deze columns gebundeld, aangevuld met twee langere verslagen uit China, inclusief bijbehorende illustraties.
    Het vormt het 20e deel in de serie Kritische Klassieken van uitgeverij Schokland.
    Armando’s leven en werk werden voor een groot deel bepaald door de Tweede Wereldoorlog en Kamp Amersfoort. In zijn columns heeft hij het over de vele vormen en nuances die goed en kwaad kunnen aannemen. Soms blijft hij als commentator op de achtergrond, laat hij alleen de mensen aan het woord in de hoofdstukken ‘Flarden’.

    Het nawoord is geschreven door J. Heymans die in 1999 De boom, Over Armando uitbracht, een essay over het werk van de Nederlandse kunstenaar in de verschillende artistieke disciplines (de schilder, de schrijver, de beschouwer, de dichter, de beeldhouwer e.a.) en de onderlinge samenhang daarin.

    Uit Berlijn Machthebbers Krijgsgewoel
    Auteur: Armando
    Uitgeverij: Uitgeverij Schokland (2022)

    Neubach

    Erik Voermans is muzikant, componist, docent, columnist en schrijver.
    Jarenlang schreef hij – soms zeer kritische – columns over klassieke muziek voor het Parool. Deze zomer stopte hij daarmee.
    Van hem verschenen eerder Van Andriessen tot Zappa, een bundeling van interviews met componisten & andere verhalen, en Eerste Hulp Bij Klassieke Muziek, waarin hij voor mensen die kennis willen maken met klassieke muziek, maar niet weten waar te beginnen, als ‘reisleider’ fungeert.

    En nu is daar zijn eerste roman. Over een Russische componist, Vladimir Neubach, die in 1953 van Moskou via Berlijn naar Amsterdam vlucht. Daar groeit hij uit tot de succesvolste componist van zijn generatie. Op het hoogtepunt van zijn roem, als hij in opdracht van het Concertgebouworkest werkt aan een requiem en als de vrouwen in zijn leven zich van hem afkeren, gaat hij zijn onontkoombare ondergang tegemoet, geplaagd door schimmen uit het verleden.

    Uit Neubach:
    ‘Toen was het de beurt aan Neubachs Angels. Al bij de eerste episode met raadselachtig doorzichtige koperakkoorden, waarin de spanning tussen consonantie en dissonantie heel precies was afgewogen, ging er een golf van ontroering door de zaal. Toen het stuk na vijftien minuten was afgelopen, bleef het minstens tien seconden doodstil. Niemand durfde te applaudisseren. Een vrouw verbrak die stilte door luid ‘bis!’ te roepen, een verzoek dat als een veenbrand door de zaal ging, gevolgd door donderend geraas van klappende handen en stampende voeten.’

    Neubach
    Auteur: Erik Voermans
    Uitgeverij: AFdH