• Op de schouders van de zwarte vrouwen voor haar

    Op de schouders van de zwarte vrouwen voor haar

    Neske Beks zegt nadrukkelijk dat zij staat op de schouders van Zwarte vrouwen die vóór haar kwamen. Zij noemt ze bij name. Twee pagina’s lang met elk drie kolommen. Van Toni Morrison tot Manouschka Zeegelaar Breeveld. En last but not least Andre Lorde, die een gedicht schreef onder de titel ‘Echoes’ dat voorin deels als motto is afgedrukt. Lorde leerde haar dat de wereld Zwarte meisjes en vrouwen ‘niet ziet, niet hoort en stigmatiseert’. Zwart met een hoofdletter. ‘Als cultureel statement.’ Als politieke term. Zoals The New York Times dat al een jaar of wat doet en het Stedelijk Museum het deed in de zaalteksten en de catalogus bij de tentoonstelling ‘Kirchner en Nolde. Expressionisme en kolonialisme.’ 

    Zwart, vrouw en ook wit

    Na de Inleiding volgt geen witte maar een zwarte pagina. Een statement dat staat voor ‘de ervaring en het Zwarte perspectief’ waar witte schrijvers ‘een onvolledig verhaal’ vertellen. Ook Toni Morrison deed zoiets in haar The Black Book, dat eindigt met twee zwarte pagina’s. Beks brengt een eerbetoon aan haar, die ze als haar grootste leraar ooit beschouwt. Neske Beks (1972) is schrijfster, film- en theatermaker van dubbelbloed, met Vlaamse, Senegalese, Afro- en inheems Amerikaanse roots. Ze voelt zich ‘in de eerste plaats (…) Zwart, daarna pas (…) vrouw, daarna pas (…) – als dubbelbloed – ook wit’.

    Wat ze onder die woorden, zwart, dubbelbloed, wit verstaat, is de volgende stap die ze zet. Witheid is een sociale positie, zwartheid een cultuur. Het is interessant deze woorden te vergelijken met de verklarende woordenlijst, de ‘Woke’ woordenlijst, die Bas Belleman samenstelde voor Filosofie Magazine (dec. 2021). De conclusie is misschien dezelfde: de woorden zijn ‘niet neutraal en dat mag ook nooit [zo] lijken’ (Belleman). Al zet Beks kanttekeningen bij het begrip ‘Woke’: ‘Woke worden behoeft wat mij betreft meer gedachte-oefening, lezen, reflectie, pijn, eerlijkheid’. Belleman stelde zijn woordenlijst primair samen voor de veelal witte lezer van Filosofie Magazine, Beks schreef haar boek inclusief woordenlijst ‘in de eerste plaats voor Zwarte vrouwen. BIPOC vrouwen’ (‘Black Indigenous and People of Color’). 

    Op oorlogspad tegen onrechtvaardigheid

    Het boek is een bundeling van essays, speeches, enkele brieven en gedachten, ‘een ode aan Zwarte vrouwen’. Een vorm van troost en een uiting van strijd. Deze veelzijdigheid, en de afwisselende vorm en stijl van de verschillende stukken, zijn kenmerkend voor Beks’ werk dat niet in een hokje past en dat is moeilijk wanneer je haar zou willen plaatsen, maar moet dat ook? Het is een rijkdom die ze met de lezer deelt. Of het nu om korte notities gaat, of een uitgebreid essay over bijvoorbeeld Toni Morrison, dat ze voor een tijdschrift schreef en op grond van redactioneel commentaar niet wilde aanpassen. 

    Niet aanpassen – dat kennen we ook uit de serie Liever kroes?! op NPO3 en npo3.nl. Nelly dos Reis wilde haar haar niet langer ontkroezen, zich niet langer anders voordoen dan ze is. Het kostte Beks jaren therapie om zichzelf te durven en kunnen zijn. Op een dag werd we wakker en was ze toch, tegen eerder uitlatingen in, ‘Woke’. Dat wil zeggen: met een verscherpt gevoel voor onrechtvaardigheid, zoals de definitie luidt van Walter Weyns, de Vlaamse socioloog en auteur van Wie Wat Woke?  Ze was een ander ik geworden, een donkerder zelf, op oorlogspad tegen racisme met haar ‘vurige temperament’.

    Op het gevaar af, dat ze – zoals ze schrijft – op een dag gek wordt. Want ze is niet alleen activist voor de Zwarte zaak, maar ook voor bijvoorbeeld LGBTI+-rechten. Ze schrijft en schrijft. Essays en een ontroerende én heftige brief aan haar zoon. Tot vier keer toe herstelde ze van een herseninfarct. Ze vraagt zich af hoe ze activist kan zijn ‘zonder er onontkoombaar zuur en bitter van te worden’ door alle weerstand die ze ondervindt. Het kan – door dit boek te schrijven. Een pijnlijk boek, maar het moet. Het is een proces dat doorlopen moet worden, een weg die moet worden afgelegd. In de hoop dat wit en Zwart elkaar ergens halverwege ontmoeten. Een weg terug is er niet. Maar eerst moet er ruimte zijn voor boeken zoals deze, waarin Zwarte mensen hun pijn kunnen uiten. Een betere gids dan Beks kun je je daarbij nauwelijks wensen.

     

  • Oogst week 43 – 2021

    De scheurkalender is een genre op zich. Het woord ‘genre’ impliceert bovendien dat je een goede of een slechte kunt krijgen, en dat is ook zo. De ene hoort thuis in de kast, de andere op het toilet. Je hebt schijtlollige bundels van Moppentoppers, quotes jattende snuisterijvelletjes van Happinez en natuurlijk stichtelijke kalenders van christelijken huize. Tussen 1972 en 1986 maakten Van Kooten & De Bie de Bescheurkalender. Hun niveau heeft eigenlijk niemand meer geëvenaard, met uitzondering van makers die gewoon hun eigen weg bewandelden: Maarten van Rossem, Quest of de Poëziekalender van Plint. Maar de F*ck-it list (‘grappig’, want het tegenovergestelde van Bucket List)? ‘Mijn middelvinger is gek op iedereen.’ … doortrekken maar.

    Uitgeverij Sunny Home komt nu met een wel heel verrassende kalender aangescheurd, getiteld DNA Arnon. Aangezien Grunberg naast een ontzagwekkend literair oeuvre ook al duizenden voetnoten in De Volkskrant op zijn naam heeft staan, staat buiten kijf dat hij voor 365 dagen eveneens iets boeiends optekent. Uit allerlei romans, essays, opiniestukken en toespraken van zijn hand heeft DNA Arnon wijsheden, overdenkingen en zinsneden geselecteerd. 

    Wat de aanprijzing betreft, zetten de grote boekhandels hoog in: de lezers zullen het mysterie achter Grunberg ontdekken met slechts één ferme rits per dag. Zelf vermoed ik vooral dat het werk een mooie vingerafdruk, of – zo u wil – een DNA-blauwdruk van Grunbergs werk biedt: provocatief, geestig, absurd, scherpzinnig en intelligent. En vergeet je op een Blauwe Maandag een keer de juiste datum weg te rissen? Wees niet getreurd. Literatuur is soms net als eten: een nachtje laten sudderen en de volgende dag waardeer je het des te meer.

     

    Uitgeverij: Sunny Home

    Nederlandse mannen van middelbare leeftijd lijken een flinke scheut Frankrijk nodig te hebben om in melancholie te kunnen verzinken. Philip Freriks’ bloedtype is Merlot; Matthijs van Nieuwkerk adoreert Charles Aznavour; Youp van ’t Hek oreert over de périphérique; Ivo Niehe spreekt beter Frans dan de gemiddelde Parijzenaar; Wim Sonneveld ontleent zijn lijflied Het dorp aan La montagne van Jean Ferrat. Daar komt nu een Vlaamse francofiel bij die geen pseudoniem behoeft: Jo Komkommer. In De opkomst en ondergang van de Citroën Berlingo wordt de oude, vertrouwde romantische weemoed gevierd, maar nergens is het boek te serieus: wij, mensen kloten maar wat aan, zo luidt de boodschap. Daarop vormt de hoofdpersoon in dit verhaal geen uitzondering.

    België is nu niet bepaald de omgeving die je associeert met ‘Il dolce far niente’ in een oranje avondzon. ‘Niksig en onnuttig voortstrompelen in de drassige klei’ komt al meer in de buurt. Dat is dan ook precies wat onze hoofdpersoon doet: lanterfanten tot hij erbij neervalt. Akkoord, hij werkt sporadisch als afwasser, behaalt per ongeluk na meerdere pogingen zijn rijbewijs en rijdt in Montenegro zijn Franse Citroën Berlingo aan gort. In feite leeft hij als een kind dat al zijn ervaringen ongefilterd absorbeert. Dit prachtige boek is daarvan het resultaat. 

    ‘Ik was een kind en wist niet beter / dan dat het nooit voorbij zou gaan’ zong Sonneveld. Jo Komkommer heeft slechts zijn openingszin nodig om jeugdige onwetendheid bondiger en empathischer te verwoorden: ‘Als kind duurt het leven geruststellend lang.’ Het boek is opgetrokken uit 26 kortere verhalen. Toch vertoont het genoeg samenhang en hangt er een zweem van Vlaamse tevergeefsheid overheen: dit mag een door diknekkige Hollanders bedacht, hardnekkig cliché zijn, maar Komkommer doet De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst nog eens dunnetjes over. Nooit echter verloochent hij zijn eigen stijl en dat is zijn grootste prestatie. Chapeau!

     

    Auteur: Jo Komkommer
    Uitgeverij: Manteau

    De leeservaring wordt intenser, naarmate de lezer zich sterker identificeert met personages of onderwerpen. Een werk moet, voordat het beklijft of een indruk achterlaat, met andere woorden, resoneren via herkenning. Daarom is de titel Echo van de Vlaams-Afroamerikaanse schrijfster Neske Beks zo doeltreffend gekozen. In deze essaybundel betoogt zij onder meer dat een wit narratief in een wit curriculum van een dominant witte mannenwereld ertoe heeft geleid dat de Zwarte vrouw (hoofdletter is bewust) zich dubbel in de marge bevindt: zij is én geen man én zij is niet wit. 

    Echo is Beks’ krachttoer, zij het níét om witheid, mannelijkheid en wat beide concepten inhouden aan te vallen. De Zwarte vrouwen verleent zij de kracht en het narratief dat hen uit de schaduw van minderwaardigheid en onzichtbaarheid sleurt. Volgens de uitgeverij poogt Echo een brug te slaan tussen zwart en wit. Ook deze op het eerste gezicht wat uitgekauwde metafoor werkt kneitergoed: een brug slaan lukt normaliter pas met twee aan elkaar (op zijn minst gedeeltelijk) gelijke overzijden – dan moet die gelijkheid natuurlijk wel eerst bereikt worden. 

    Waar de activistische, ‘wokey’-hoek nogal eens ten laste wordt gelegd dat deze alles wat man en wit is, kapot wil maken, verheft Beks slechts hen die te lang niet zijn gehoord. Zij haalt teksten aan van Amanda Gorman, Toni Morrisson, Gloria Wekker en Maya Angelou. Bovendien verruilt zij schaamte voor trots en verschaft zij elke zwarte vrouw de diepgewortelde overtuiging dat ze vertegenwoordiging verdient. Echo zal daardoor niet alleen bij zwarte vrouwen nagalmen.

     

    Uitgeverij: Querido
  • Oogst week 13 – 2021

    De eerste vrouw

    In De eerste vrouw van Jennifer Makumbi groeit het leergierige kind Kirabo op te midden van familie. Haar moeder heeft ze echter nooit gekend en ze is opgegroeid bij haar grootouders. Haar omgeving in het Oegandese dorpje Nattetta lijkt haar te dwarsbomen als ze op zoek gaat naar de vrouw uit wie ze voortkwam. Zelfs van haar vader, die ze wel kent, wordt ze niets wijzer. Kirabo is ook een merkwaardig kind. Ze kan bijvoorbeeld uit haar lichaam treden.

    In het eerste hoofdstuk van de roman besluit ze de blinde dorpsheks Nsuuta te raadplegen. Die weet haar het vertrouwen te geven dat haar uittredingservaringen haar in staat stellen de oorspronkelijk vrouw te vinden die nog niet is gekneed voor de mannenmaatschappij. De roman is gebaseerd op het Oegandese scheppingsverhaal van de eerste vrouw.
    De eerste vrouw begint in 1975 als dictator Idi Amin aan de macht is. Het is de tweede roman van Makumbi van wie in 2020 Kintu in het Nederlands verscheen.

    De eerste vrouw
    Auteur: Jennifer Nansubuga Makumbi
    Uitgeverij: Cossee

    Beer

    In april verschijnt Beer van de Canadese schrijfster Marian Engel (1933-1985). Het origineel is al uit 1976 en is nu in het Nederlands vertaald door Barbara de Lange. Het boek oogstte nogal wat kritiek om de seksuele en spirituele relatie die de 27-jarige bibliothecaresse Lou krijgt met een beer. Dat gebeurt als ze op een verlaten eiland, waarop ze zich heeft teruggetrokken om de bibliotheek van een excentrieke kolonel te catalogiseren, ontdekt dat er buiten haar nóg een bewoner is, de beer.

    Margaret Atwood loofde het als een vreemd en wonderlijk boek en een verontrustend sprookje.

    Beer
    Auteur: Marian Engel
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik BV

    Revisor Binnenpost

    ‘Als ik ’s ochtends aan het fietsen ben, trap ik alle tegenstrijdige gedachten, alle onzekerheid, alle schuldgevoelens en frustratie er even uit en ben ik gewoon lichaam, een steeds makkelijker heuvel op fietsend lichaam. Ja, dit jaar is het jaar van het lichaam. Van medelichamen (…) Is 2020 niet ook een jaar geweest waarin jij je juist geconfronteerd zag met je lichamelijkheid en met een zekere blindheid? Door jouw ervaringen met ziekte en isolatie kan ik me dat goed voorstellen, maar misschien heb ik het verkeerd. Is jouw glas halfvol of halfleeg? En heb jij nog woorden, voor nu de échte, allerlaatste brief?’

    Het is een fragment uit een brief van Alfred Schaffer aan Bernke Klein Zandvoort, één van de bijdragen aan Binnenpost, het nieuwste nummer van De Revisor. Daarin schrijven zes auteurs elkaar in 2020 vanuit vier landen 22 brieven over wat de coronapandemie voor hen betekent. Naast de twee genoemden zijn dat Roos van Rijswijk, Sander Kollaard, Bernard Wesseling en Neske Beks. Ook opgenomen is Aantekeningen uit het moeras van Eva Gerlach.

    Revisor Binnenpost
    Auteur: Diverse auteurs
    Uitgeverij: Querido