• Frankfurter Buchmesse dag 3

    De dag waarop ‘verbinding’ zichtbaar en voelbaar werd en Nescio, door tijd en ruimte heen, van zich liet horen en Reinder Storm verrast werd door een Chinese jongedame die hem in het Engels een gedicht van Ted van Lieshout voorlas  over de Noordzee. 

    Door Reinder Storm
    “Außer dem Mann, der die Sarphatistraat für den schönsten Ort in Europa hielt, habe ich nie jemanden gekannt, der wunderlicher war als der Schnorrer.” Deze Duitse vertaling van een overbekende Nederlandse zin maakt hier op de Buchmesse in Frankfurt warme gevoelens los. Dat is wat we willen delen – liefde voor onze lievelingsliteratuur. De uitvreter is dus nu beschikbaar voor Duitse lezers. Dat schept een band, dat ‘verbindt’.
    Verbindingen aangaan, samenwerken, afspraken maken, zaken doen, praten – welke vorm het ook heeft: dit is wat er op deze uiterst levendige Buchmesse voortdurend gebeurt. Niet voor niets heet de actuele Vlaams-Nederlandse tentoonstelling over de verbinding (!) tussen sociale media en 15de eeuwse boeken Conn3ct (zie http://conn3ct.media/nl).

    Mensen staan in de rij om even in aanraking te komen met een bewonderde illustrator (en handtekeningen te scoren!). Karl May is al meer dan 100 jaar dood maar in de stand van Karl May Verlag, kan men auteurs ontmoeten. De Duitse Wild West schrijver heeft blijkbaar opvolgers gekregen. Ook Harry Mulisch ontbreekt niet: Joost de Vries ontmoet hem in de vorm van een ’tribute’.
    Op de achtergrond klinkt een vraaggesprek tussen Marc Schaevers en Arnon Grunberg. Veel mensen zitten of staan geamuseerd en aandachtig te luisteren. In levendig contact met twee auteurs uit twee buurlanden. Dat verbindt.

    En terwijl ik dit schrijf gebeurt het volgende: Een Chinese jongedame komt naar mij toe, knielt naast de stoel waarop ik zit en biedt aan een gedicht voor te lezen. Natuurlijk zeg ik ja! Ze heet Lan Ting en leest mij in Frankfurt een gedicht voor in het Engels van Ted van Lieshout. Een gedicht over de Noordzee.

    De schrijver van ‘De uitvreter’ noemde zich Nescio: ik weet het niet. Ik weet het ook niet – maar ik voel mij zeer verbonden.

     

     

  • Harmonie voor even

    Harmonie voor even

    De lente davert over ons heen. O. den Besten, Wim de Bie’s verbitterde oud-leraar Duits, werd er depressief van. Die uitbundigheid, die schaamteloze bloemen! Anderen worden euforisch. Neem Nescio. In de lente van 1953 komt zijn kleinzoontje om het leven door een ongeluk. Het wordt slechts terloops vermeld in zijn Natuurdagboek.

    Op 7 april noteert hij:

    Met de bus van half elf met Mariussi en Nelletje naar ZuidLaren. Weer: dreigend, maar later minder. Niet over Onnen. In ZuidLaren snoei gekocht bij Hovius en in het café koffie en zij samen een fleschje rooie limonade met een rietje. Allebei naar de w.c. en ik moest Mariussi z’n bretelletjes vanachteren vastmaken in het café. Met de bus van half 12 terug (niet over Onnen). Mariussi en Nelletje stonden maar te kijken. Om 6 uur is Mariussi doodelijk aangereden op de Nieuwe Heereweg, dichtbij huis, terwijl ik in het Quintus-laantje wandelde (groote helderheid) en al door de G.G.D. naar het Academisch Ziekenhuis gebracht.’

    Bedenk dat Nescio dit mogelijk pas na terugkomst in Amsterdam heeft geschreven. Hartverscheurend de details die hij de moeite van het vermelden waard vindt en die allemaal even belangrijk lijken. De route. Het weer. En, zeer karakteristiek, die ‘groote helderheid’. Zou de ontspoorde zin aan het eind een teken zijn van zijn ontreddering? Op 8 april: ‘Woensdag om half 5 in den ochtend is Mariussi gestorven. Verder geen woord over wat dan ook.

    Vrijdag 10 april reizen hij en zijn vrouw terug naar Amsterdam. Hij vermeldt ‘een schitterend zonlicht’ in Drenthe en ook ‘een rijtje vrij grote boomen in de verte, met een groen waas, het eerste’. Hij besluit de notitie met: ‘In Groningen is in deze week overal de vogelkers prachtig in bloei geraakt’. Niets over Marius.

    Op 11 april is de begrafenis. ‘Zaterdag. Met Miep en Louis in den trein van 10.34 naar Westerveld (de begraafplaats – RvD). Schitterende helderheid, warm in de zon (…) Exceptioneel heldere dag. In Amsterdam waren de forsytsia’s uitgebloeid terwijl ze in Groningen nog op hun mooist waren.’ In Nescio’s onvoltooide verhaal Het einde lezen we: ‘Er zijn maar vijf dingen die de moeite waard zijn (…): Amsterdam, het vroege voorjaar, de laatste 10 of 14 dagen van Augustus, vrouwen en de onbegrijpelijkheid Gods’. Het vroege voorjaar: begin april. Marius’ dood viel in het verkeerde jaargetijde.

    De dood van zijn kleinzoontje was niet de eerste voortijdige dood in zijn naaste familie. Hij had al jong een broer verloren en zijn oudste dochter was op haar drieëndertigste overleden. De Middeleeuwse wijsheid ‘Media vita in morte sumus’, door Luther zo mooi vertaald met ‘Mytten wir im Leben synd / mit dem Todt umbfangen’, was bittere realiteit voor hem.

    Maar Nescio, voor wie natuurgenot veel weg had van een mystieke communio (in een recente roman wordt hij ‘de grootste natuurmysticus van de twintigste eeuw’ genoemd) wist dat ook het omgekeerde waar is. Hij kon kopje-onder gaan in de beleving van het licht, in die ‘helderheid’. Geen wonder dat het lied van Ichnaton, dat een loflied is op de vergoddelijkte zon, hem dierbaar was. Evengoed had ook hij te kampen met een pregnant besef van de alles verslindende tijd. Tussen die twee uitersten stroomde zijn religieuze verlangen en dat heeft hem het leven niet gemakkelijk gemaakt.

    Soms was er even harmonie. In Najaar (1922) schrijft hij: ‘Een glimlach trekt over de gruwelijke oneindigheid en eeuwigheid Gods. Het kind speelt.’

     

    Zie De lente en de leraar Duits op YouTube.

     

  • Nog steeds even mooi

    Nog steeds even mooi

    Weer was de langste dag voorbij.
    De dagen kortten nog nauwelijks
    merkbaar, maar wij wisten ‘t,
    ook deze zomer zou voorbijgaan’

    Zo begint het verhaal Mene Tekel in het gelijknamige boekje van Nescio en ik denk direct weer terug aan mijn middelbare schooltijd. Daar is mijn liefde voor literatuur ontstaan. Wanneer mijn leraar Nederlands geen zin had om les te geven, ging hij voorlezen en dan het liefst verhalen van Nescio. Dat kon hij heel goed en wij leerlingen waren een en al oor.  Het opnieuw lezen van Mene Tekel brengt die herinnering weer terug alsook de vreugde die het lezen van het proza van Nescio geeft. Het blijft een genot om hem weer te lezen!

    Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar publiceerde eerder al de deeltjes Dichtertje, Titaantjes en De Uitvreter, en dan nu Mene Tekel, mooi vormgegeven door Joost Swarte en geïllustreerd met zijn prachtige tekeningen. De tekstverzorging is van Lieneke Frerichs. En zo ontstaan kleine juweeltjes van boekjes.

    Mene Tekel verscheen vlak na de Tweede Wereldoorlog. Vier verhalen zijn tijdens of na de Eerste Wereldoorlog geschreven, de andere twee tijdens de Tweede Wereldoorlog. Des te meer valt het op dat in die vertellingen de oorlog geen enkele rol speelt, het gaat vooral om het leven in en buiten de stad en het filosoferen over het leven. Het mooie is dat de hooggestemde idealen van Bavink en zijn vrienden, hun ambitie om de wereld te veroveren zo relativerend wordt verwoord, dat het tegelijkertijd droefgeestig is.

    De zes schetsen spelen zich alle in Amsterdam en omgeving af. Vooral het titelverhaal, ‘Buiten-IJ’ en ‘Pleziertrein’ zijn sfeervol. Nescio’s beschrijving van het leven op het landlandschap en de opstelling van Bavink, Bekker en Hoyer die wel even de wereld zullen veroveren hebben weinig aan zeggingskracht verloren. Een voorbeeld uit Buiten-IJ:

    ‘Wij liepen van de stad af, wij stapten hard, de zolen van Hoyer, die heel waren, klepperden op de keien. Bavink zwaaide z’n stol boven z’n hoofd en ik gaf Hoyer een duw. Wij waren blij en uitbundig om niets, om ’t mooie weer, om den zonneschijn, om de lucht om ons heen, die wij ademden en om de lucht boven ons, die wij zagen. Wij gingen uit om de wereld te veroveren; alleen Hoyer geloofde daar niet aan, die wist niet beter dan datti op den Zeeburgerdijk liep, bij de slachtplaats.’

    Ook het laatste, zeer korte verhaal, geschreven op 3 augustus 1943, getiteld: ‘Dit jaar’, is een klein juweeltje:

    ‘Dit jaar kom ik nog al eens weer in Kortenhoef en sta dan op ’t kerkhofje, opzij van de kerk en kijk over ’t land naar den rand van het Gooi en den toren van Hilversum. Een laatste klaproosje ging verleden week heen en weer op een zuchtje wind. In ’t kromme pereboompje kregen de peertjes al wat kleur. Het is dan weer het begin van de eeuw. Het leven heeft mij, Goddank, bijna niets geleerd. “Het leven heeft me veel geleerd”, zegt de oue sok.’

    De meeste van deze verhaaltjes zijn meer dan 100 jaar oud; het – weer – lezen en waarderen vraagt wel van de lezer datti zich kan verplaatsen in die tijd. Maar als dat lukt, kan hij genieten van het proza van Nescio dat nog steeds prachtig is om (voor) te lezen.

    Mene Tekel

    Auteur: Nescio
    Met tekeningen van: Joost Swarte
    Uitgegeven door: Nijgh & Van Ditmar Amsterdam
    Aantal pagina’s: 53
    Prijs: €18,99