• Niet diepgravend, wel vermakelijk

    Niet diepgravend, wel vermakelijk

    De nieuwe roman van schrijver en beeldend kunstenaar Nelleke Zandwijk (1961) heet De zomer van de onwaarheden. Zandwijk debuteerde succesvol in 2001 met haar roman De dag van de jas. Haar werk kenmerkt zich door absurdisme en (zwarte) humor. Haar vijfde roman bestaat uit twee delen. Het eerste deel heet ‘Het dorp’ en speelt zich af in de Achterhoek. Deel twee heet ‘De stad’ en speelt zich af in Amsterdam. Het motto, ontleend aan een column van Ellen Deckwitz zet direct de toon van het boek: ‘Je moet het geluk dat je hebt ook gewoon een beetje leren verdragen, anders ga je er echt helemaal kapot aan.’

    Het boek is geschreven in een ik-perspectief, vanuit een naamloze tiener die opgroeit in een dorpje in het oosten van het land, in een wijk die de Witte Stad wordt genoemd. Ze heeft een tweelingzus, een zwijgzame vader en een wat hysterische moeder. Het gezin is niet welgesteld, maar desalniettemin zijn ze lid van de tennisclub. Wat direct opvalt aan de stijl zijn de regellange opsommingen die enerzijds heel grappig zijn, maar er anderzijds voor zorgen dat de vaart uit het verhaal gaat:

    ‘Omdat mijn vader de koning van het zwijgen was, behalve als het om tweedehandsnaaimachines ging, palissanderhout, 8 millimeterfilm, fotografie, oude camera’s, de reparatie van fietsen, zijn dochters zelf hun banden laten plakken vanaf hun tiende jaar, ze leren zwemmen op hun vierde, groene beits, Belgisch carbolineum, De schaduw grijpt in van Havank, zwagers aftroeven met kennis over houtsoorten, verlijmingen en zwaluwstaarten, vuurtjes stoken, zijn midwinterhoorn, mensen die naar knoflook ruiken, mensen die zeggen dat roken slecht voor je hart is antwoorden dat hij niet over zijn hart rookte, ‘dag Paulus’ zeggen tegen een buurman die op Paulus de boskabouter leek, een wokkel in iemands kruis gooien als er een bijtende hond in de buurt was en dat mdf zijn werkende leven had verwoest (je kon mijn moeder niet overal van beschuldigen), konden we van zijn kant niets te weten komen over de kwestie.’

    Vakantie

    Het gezin waarin het meisje opgroeit is verre van harmonieus. Het huwelijk van haar ouders is wankel en de relatie met haar zus gaat niet diep. Op een gegeven moment weigert haar moeder om met het gezin mee te gaan op de jaarlijkse kampeervakantie. Daar wordt door vader (uiteraard) niet over gepraat met zijn dochters. Na twee weken krijgt moeder spijt en verschijnt ze alsnog op de camping. Tijdens de vakantie beschuldigen de ouders elkaar over en weer van een aantal zaken. Moeder beschuldigt vader er bijvoorbeeld van dat hij homo zou zijn, en de ik-figuur maakt tijdens de vakantie iets vervelends mee. Het eerste deel eindigt ermee dat ze concludeert dat ze een vriendin nodig heeft, omdat ze in het gezin waar ze bijhoort, geen aansluiting vindt.

    Melle versus Escher

    In het tweede (en verreweg het grootste) deel lopen de zussen elkaar na een gat van tien jaar weer tegen het lijf in een theater in Amsterdam. De zus is regisseur geworden, de ik-persoon gaat de kostuums voor haar voorstelling ontwerpen. Daarnaast heeft ze een bijbaantje bij V&D om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien. Ondanks het feit dat de zussen allebei de provincie zijn ontvlucht en een creatief beroep hebben gekozen, lijken ze nog steeds weinig op elkaar. De zus houdt van de strakke lijnen en de zich herhalende patronen van Escher, de ik-persoon van de surrealistische werken van Melle. De zus heeft een relatie, de ik-persoon doet hard haar best om enige vastigheid voor zichzelf te creëren, maar ze gedijt het beste wanneer ze meelift met het leven van anderen. Net zoals haar werk in het theater zich in de ‘achterwereld’ afspeelt, zo leidt ze ook haar leven, in de marge van dat van anderen.

    Anekdotisch

    Van de verhaallijn moet De zomer van de onwaarheden het niet hebben. Enerzijds lijkt er op het eerste gezicht sprake te zijn van een min of meer rechttoe rechtaan versie van een coming of age verhaal, maar eigenlijk weet je te weinig van de hoofdpersoon om haar ontwikkeling naar volwassenheid echt te kunnen volgen en duiden. Wat dan overblijft is vrij dun: een meisje en haar zusje hebben het thuis niet naar hun zin en ontvluchten hun dorp in de provincie om hun geluk te zoeken in de grote stad. Dat het daar evenmin voor het oprapen blijkt te liggen, is dan wel weer fijn.

    De personages in het boek zijn allemaal redelijk vlak en verhouden zich nauwelijks tot elkaar. Iedereen leidt zijn of haar eigen leven en wanneer ze bij elkaar zijn gaat het vooral over het eten. Pas aan het eind van het boek komt de hoofdpersoon tot een soort zelfinzicht: ‘Het leek wel of ik de hele tijd maar wat verzon. Alsof ik mijn leven bij elkaar fantaseerde. […] Alsof ik niet echt bestond, alsof niets echt was, behalve dit groteske hier en nu bij V&D.’ Verder hangt het boek hoofdzakelijk aan elkaar van anekdotes, zijweggetjes, hilarische opsommingen en humoristische observaties. Is dat erg? Nee. De zomer van de onwaarheden graaft niet heel diep, maar is vaak wel op een originele manier vermakelijk en dat is ook wat waard.

     

     

  • Oogst week 41 – 2023

    De zomer van de onwaarheden

    Op de voorkant van De zomer van de onwaarheden prijkt een Matroesjka-pop. Passend. In deze nieuwe roman van Nelleke Zandwijk houden mams en paps de schijn op van een gezellige zomervakantie. Vijf jaar geleden schreef ze Het mooiste verhaal over mijn familie, een titel die eveneens cynisch klinkt. Het verloop van haar nieuwste boek doet oppervlakkig denken aan De Tweeling van Tessa de Loo: na een noodlottig campingongeluk gaan de twee tweelingzussen uiteen. Jaren later treffen ze elkaar per toeval in de theaterwereld en beleven ze alles opnieuw: De zomer van de onwaarheden. Want toneelspel in het gezin mondt altijd uit in een tragedie.

    De tweeënzestigjarige Zandwijk is naast schrijfster kunstenares. In haar oeuvre speelt het niet-uitgestippelde levenspad een grote rol. Levenskunst, maar dan eentje die de mens overkomt en niet tuttig en veilig boetseert. Vrij Nederland merkte over haar werk al eens op dat mensen zonder gevoel voor het ‘normale’ van het ene in het andere avontuur tuimelen. Met De zomer van de onwaarheden bedrijft Zandwijk een soort anti-Biedermeier. Een dochter die haar eigen moeder de Spaanse cel in manipuleert? Daar kan geen Bert van Leeuwen, Familiediner of Rijdende Rechter tegenop…

    De zomer van de onwaarheden
    Auteur: Nelleke Zandwijk
    Uitgeverij: Querido

    De Maniac

    De beroemdste grondlegger voor de moderne computer is Alan Turing. Er werd zelfs een film aan hem gewijd, een groot succes dankzij Benedict Cumberbatch. Over wiskundige Neumann János, later veramerikaniseerd tot John von Neumann, gaat de roman De Maniac. Benjamín Labatut vertelt zijn leven na met filmisch allure en feitelijke accuratesse. De geboren Hongaar legt zich naast de wiskunde toe op de basis van kunstmatige intelligentie en werkt mee aan oorlogswapens. Toch blijven zijn beweegredenen, net als die ene ontcijferaar van de nazi’s, een enigma. Wat dreef Neumann ertoe De Maniac te worden die zijn intelligentie aan Faust gaf?

    Benjamín Labatut ziet anno 1980 het levenslicht weliswaar in Rotterdam, zijn boeken schrijft hij in het Engels. Momenteel woont hij waar zijn ouders vandaan komen: Santiago de Chile. Voor Het Blinde Licht uit 2020 ontving hij al een nominatie voor de International Booker Prize. De Maniac zou opnieuw een hoogtepunt kunnen vormen voor zijn carrière. Vertroosting en geruststelling heeft Labatut echter niet te bieden in deze vertelling van een gekaapt genie. Uniek detail: de Nederlandse vertaling van Dirk Jan Arensman verschijnt eerder dan het Engelstalige origineel.

    De Maniac
    Auteur: Benjamín Labatut
    Uitgeverij: Meridiaan Uitgevers
  • In deze familie eindigt de kleinste tegenslag in een ramp

    In deze familie eindigt de kleinste tegenslag in een ramp

    Een sobere grijze cover met een harlekijn die om de hoek komt gluren. Dat is de omslag van Nelleke Zandwijks (1961) nieuwe roman Het mooiste verhaal over mijn familie. Meteen een knipoog naar de inhoud, want het hoofdpersonage bekijkt de hele maatschappij rondom zich als een clown, met veel humor, maar ook met weemoed. Dat Zandwijk zelf de cover heeft ontworpen is geen toeval. Ze is immers van origine beeldend kunstenares en begon pas later in haar carrière te schrijven. Naast korte verhalen en columns verscheen vorig jaar haar vierde roman. Net zoals in haar debuut De dag van de jas (2001) en het succesvolle Pierenland (2009) speelt haar familie een hoofdrol in haar werk.

    Een ongewone familie

    Het mooiste verhaal is een tragikomische vertelling, vertellingen uit het leven van wat je op zijn minst een bizarre en vreemde familie kunt noemen. Elk lid neemt als het ware een unieke, maar verweesde positie in in de maatschappij en probeert naar godsvrucht en vermogen iets van zijn leven te maken. Hoewel Zandwijk stelt dat de roman autobiografisch is en de verhalen uit het leven zijn gegrepen, geeft ze ook grif toe dat ze een mix maakte van verschillende zaken. Ze vergroot heel wat gebeurtenissen en personages uit tot ze groteske proporties aannemen. Alles wordt gezien vanuit het oog van de ik-verteller, een scheel-kijkende vrouw van middelbare leeftijd die moeite heeft met relaties en het leven in het algemeen. Haar hypochondrische tweelingzus is licht hysterisch en verkeert in de onmogelijkheid om hoofd- en bijzaken te onderscheiden.

    Zelfs de kleinste tegenslag eindigt vaak in haar ogen in de grootste ramp allertijden. Gelukkig is er de Belgische zwager die alles een beetje relativeert. Alhoewel, hij lijkt een afkeer te hebben voor alles wat Hollands is en vergelijkt voortdurend met hoe men het in zijn thuisland zou oplossen. Hij dweept met de Tweede Wereldoorlog en loopt steevast rond in een legeruniform. Samen met hun zoon wonen ze in Antwerpen. Zoonlief heeft autistische trekjes en bepaalt zowat alles wat en hoe het er in het gezin aan toe gaat. Hij heeft een voorliefde voor de kleur grijs en slaapt op zijn veertiende nog steeds in bed bij zijn ouders. Ook de moeder van de ik-figuur mag niet ontbreken. Deze wil constant met het Hogere in contact komen. Sinds haar man haar verliet, wordt de klusjesman Adri haar steun en toeverlaat. De afwezige vader leren we kennen door zijn tweede vrouw, ‘de weduwe’, die de erfenis heeft opgeëist.

    De erfenis is trouwens een soort van running gag die steeds terugkomt op de vele mislukte verjaardagsfeestjes, tegenvallende kerstdiners en chaotische verhuizingen. En dan is er nog Jack, de partner, die lijdt aan PTSS na negatieve ervaringen in Libanon. Hij kwam beschadigd terug en de woede-uitbarstingen zijn legio. Het mag duidelijk zijn dat elk personage in deze roman worstelt met het leven. Zandwijk gaat dat thema ook niet uit de weg. Het is geen gewoon gezin dat je ziet, maar anderzijds toch een gezin als alle andere, dat je enkel kent als je er deel van uit maakt want een gezin is ‘een gevangenis, een bolwerk waar je als buitenstaander niet bij hoort.’

    Leuke stijl, weinig structuur

    Zandwijk stelt dat ze grip wil krijgen op het leven door erover te schrijven. Toch wil ze het geen therapeutisch schrijven noemen. Het is meer een relaas van haar verbazing over hoe sommige dingen gebeuren en hoe mensen uit onvermogen elkaar niet kunnen bereiken. Dan lijkt het het makkelijkst om te schrijven over zaken die je omringen.

    Het mooiste verhaal verzoent humor en diepe melancholie op de juiste manier. De absurdistische en cynische stijl doet bij wijlen denken aan Grunberg, maar de opbouw van het verhaal mocht zeker meer gestructureerd. Het werk is een samengaan van vijftien anekdotische verhalen uit het leven van de schrijfster waarin een rode draad ontbreekt. Het lijkt dan ook eerder een verhalenbundel dan een roman. Gelukkig werkt dit niet echt storend. Door haar aanstekelijke humor en nauwkeurige observaties blijft de lezer betrokken en is het al bij al een geestig en grotesk boek. Ondanks de vele mislukkingen en tegenslagen in de familie, eindigt Zandwijk in de proloog met een positieve noot. De lezer achterlatend met een goed gevoel en de gedachte dat elke familie wel iets aparts heeft.

     

  • Literair tijdschrift Nynade vernieuwd

    Nynade bestaat sinds 2007 en verschijnt drie keer per jaar. Opmerkelijk is de verandering van vorm en inhoud bij deze 20ste editie. Wat je voorheen van Nynade bijbleef was vooral de kleurrijke omslag. De inhoud echter gaf vaak de indruk dat de redactie alles plaatste dat er binnenkwam, zonder kwaliteit te onderscheiden. Waar het onderschrift van Nynade eerder Kunst & Letteren was, is het nu Letteren & Kunst. Een niet onbelangrijke omkering van het aandachtspunt. Nynade bewoog zich langs de randen van de kunst en literatuur, nu is het meer de literatuur die de boventoon voert. In deze editie het Schrijverschap als onderwerp. Een voor de hand liggend thema maar het resultaat levert mooie bijdragen op van auteurs die hun persoonlijk schrijverschap of dat van een collega auteur beschouwen.

    Een van die bijdragen is van Marte Kaan. Het uitermate boeiend en vlot geschreven essay Een leven lang sterven brengt je via de beschrijving dat haar dochtertje van twee haar bijna deed stikken in haar slaap door haar handje op haar mond en neus te leggen, naar het gemoed van de Griekse dichteres Kiki Dimoula wat tot mooie uitspraken leidt: ‘Fictie schrijven betekent ruimte zoeken tussen de schaamte’. En eindigt met een klassieker uit de literatuur over Gestalttherapie van Arnold Beisser die tot de conclusie leidt dat schrijven een middelpuntvliedende kracht is en er aan de dood niet te ontkomen is. Een essay over hoe te schrijven over tegenstellende emoties zoals ‘doodsangst en liefde’.

    De auteurs Ingmar Heytze, Nelleke Zandwijk, Janneke Hokwerda en Thomas Verbogt geven ieder in een bijdrage weer wat debuteren voor hen betekend heeft. Voor de een was het een toetreden tot de wereld van de literatuur (Verbogt) voor de ander een last want het tweede boek wil maar niet komen en dan maar liever die debutant blijven van dat ene boek (Holwerda). Een debuut kan later ook als een ‘jeugdzonde’ worden beschouwd (Heytze) of het debuteren wordt je van verschillende kanten toegeschoven (Zandwijk).

    Mieke Opstaele schreef met kennis van zaken over het Schrijverschap in de romans van Atte Jongstra. Door verschillende werken van Jongstra te bespreken toont zij aan dat hij bij uitstek een schrijver is die volledig opgaat in zijn werk. Wie zijn oeuvre kent weet wat hiermee wordt bedoeld. Leest als een goed onderbouwd ‘open boekje’ over Jongstra.

    Meer bijdragen van onder andere Ezra de Haan, Barney Agerbeek, Pim Verhulst en Emily Kocken (op punt van debuteren). Gedichten van Maarten van der Graaff, Arjen Duiker, Ingmar Heytze, Peter Smink, Brigitte Spiegeler en in vertaling van Anneli Meijer Liefdesgedichten voor Marie Angevine van Pierre de Ronsard (1524-1585).

    Nynade wil ‘nieuwe geluiden laten klinken’ en kiest ervoor ook die geluiden te laten horen die ‘hakkelend of vals’ zijn. Waarmee de lading, dat niet alle stukken even goed zijn, gedekt is. Maar het is een nieuw begin, deze 20ste editie die met verschillende bijdragen tot verder lezen uitnodigt. Merkbaar is echter dat Nynade onder een steviger redactie vaart  dan voorheen. Al zijn dan niet alle bijdragen van eenzelfde kwaliteit; Nynade kan zich met recht een ‘literair tijdschrift’ noemen waarbij het uiterlijk ondergeschikt is aan de inhoud. Overigens misstaat het een literair blad niet enige informatie over zijn auteurs te verstrekken dat tegelijk tot aanbeveling van die auteurs kan leiden.

     

    Nynade
    Blz.: 99

    3 nummers per jaar
    Prijs: 26 euro per jaargang
    Losse nummers: 10 euro
    Te bestellen via de site van Nynade.

  • Nieuwe roman Nelleke Zandwijk – Pierenland

    Donderdag 16 april verschijnt Pierenland, de nieuwe roman van Nelleke Zandwijk. Die dag wordt het boek feestelijk gepresenteerd in Boekhandel Athenaeum in Amsterdam tussen 17.00 en 19.00 uur.

    Over Pierenland
    Als de trage Tonnie zijn moeder levenloos onder aan de trap vindt, weet hij niets beters te doen dan naar zijn kamer te gaan en te wachten tot er iemand thuiskomt. ‘Mijn moeder is twee keer gevonden. Eerst door mijn broer en daarna door mijn vader.’ Aan het woord is Helena Hartsuiker, dertien jaar, die zich na dit ongeluk met zo’n razernij tegen de wereld keert dat ze Tonnie de stuipen op het lijf jaagt. Hij besluit om voor altijd in bed te blijven. Hun tante probeert het gezin overeind te houden, maar wanneer hun vader al snel troost vindt in de armen van een nieuwe vrouw beseft Helena dat zij er alleen voor staat.
    Pierenland is een droefgeestig maar komisch verhaal over een meisje uit een kansarm gezin.

    Nelleke Zandwijk (1961) is schrijver en beeldend kunstenaar. Zij debuteerde in 2001 succesvol met de roman De dag van de jas, die vier keer herdrukt werd. In 2005 volgde Avonturen van een uitslover.

    Lees meer op www.querido.nl en op www.athenaeum.nl