• Regime van geluk is zelf ook niet gelukkig

    Regime van geluk is zelf ook niet gelukkig

    In het voetspoor van Orwell’s Nineteen Eighty-Four zijn al heel wat boeken geschreven. Nelleke Noordervliet voegt daar met Het bewind van de gelukkigen een kloeke roman aan toe. Ze plaatst de handeling in het heden en maakt er een psychologisch verhaal van. De leider van het nieuwe regime in dit boek is toevallig ook de halfbroer van hoofdpersoon Sophie Roth. Hun relatie speelt een belangrijke rol in deze roman die zich afspeelt in de Lage Landen. Door de bloedband wordt een politiek-maatschappelijk probleem tot iets heel persoonlijks. Het boek gaat over de persoonlijke keuzes en beslommeringen van een tobbende vrouw die naar het platteland vlucht en de mede door haar opgevoede charmante halfbroer die uitgroeit tot de leider van het nieuwe regime. Big Brother teruggebracht tot kleine broer.

    De verwijzing naar het boek van Orwell is helder. Hoofdpersoon Sophie noemt het boek expliciet. In de maatschappij waarin zij leeft, heeft zich een regimeverandering voorgedaan, die de Grote Omslag wordt genoemd. De omslag is op democratische wijze tot stand gekomen. De partij van Sophie’s halfbroer Alain Legrand heeft een meerderheid bereikt en nadien blijft niets bij het oude. Alle democratische vrijheden worden ingeperkt. Immigranten worden het land uit gepest. De lhbtq+ gemeenschap wordt tegengewerkt en alle verzet tegen het regime wordt de kop ingedrukt. Sophie kan deze nieuwe maatschappij niet verdragen en trekt naar het platteland.

    Verwerpelijk verzet

    Deze roman laat zien wat de overgang naar een autocratisch bewind betekent voor de burgers. En hoe de burgers langzamerhand meebuigen met het nieuwe regime. Er is ook geen echt alternatief. Hierin herkennen we onze eigen tijd waarin links ploetert om een antwoord op de dominantie van rechts. In de roman proberen enkele groepen zich wel actief te verzetten. Sophie raakt betrokken bij één ervan. Maar het verzet verwacht van haar dat zij zo ver gaat haar broer om het leven te brengen en daarmee het regime omver te werpen. Deze kwestie wordt nog persoonlijker als het verzet Sophie chanteert door haar dochters te bedreigen als ze niet meewerkt. Sophie ondervindt dat zowel het regime als het verzet ertegen gedreven worden door hun eigen alternatieve waarheden. Ze moet laveren tussen haar broer en het verzet tegen hem. In de loop van het boek wordt de band tussen Sophie en haar broer steeds duidelijker. De passages waarin ze in gesprek zijn behoren tot de interessantste en best geschreven.

    Nelleke Noordervliet heeft een aanzienlijk oeuvre van fictie en non-fictie bij elkaar geschreven. Als geëngageerd schrijfster maakt zij zich druk over de gevaren van onze tijd. Zij wil met deze roman waarschuwen voor de uitholling van de democratie. Sophie vindt het rechtse regime uitermate verwerpelijk, maar even verwerpelijk is volgens haar het verzet ertegen, want ook dat neemt zijn toevlucht tot geweld om het gestelde doel te bereiken. Sophie zelf wordt heen en weer geslingerd tussen bloedband en politieke voorkeuren, tussen mensen en ideeën. Waarheid is niet meer dan een optelsom van tegenstrijdigheden, denkt ze. Noordervliet maakt haar tot een speelbal van allerlei gedachten en indrukken. De titel is in dit verband ironisch bedoeld. Het bewind maakt de burgers niet gelukkig en wordt geleid door mensen die zelf ook niet gelukkig zijn. Ook Sophie is dat bepaald niet. Haar vlucht naar het platteland biedt geen uitkomst.

    Veel uitleg

    De roman geeft veel informatie over ontwikkelingen en personen, wat prettig is voor lezers die ervan houden om bij de hand te worden genomen. Noordervliet maakt er – enigszins gechargeerd gezegd – een encyclopedie van moderne ideeën van. Een figuur als de filosoof Fukuyama bijvoorbeeld wordt uitvoerig belicht en becommentarieerd en hij niet alleen. Sophie legt alles uit wat ze doet. Ze psychologiseert en informeert de lezer uit en te na over mensen die ze ontmoet. Soms is dat te gek. Zo is er bijvoorbeeld een oude mevrouw die aan het syndroom van Gilles de la Tourette leidt. Zij roept altijd ‘Sodemieter op’ en dan op een dag opeens ‘Hallelujah, looft den Heer’. Sophie voegt daaraan toe: ‘dat leek wel de softe versie van Sodemieter op.’ Alsof je dat zelf niet kunt bedenken. Aan de andere kant verwijst Noordervliet in sommige gesprekken naar klassieke figuren of romanfiguren. Zo zegt een verzetsman tegen Sophie, die onder druk is gezet en nadenkt of ze mee wil werken: ‘Je bent aan het spinnen. (…) De draad van Ariadne, de weg uit het labyrint.’ Wellicht is dat de manier waarop Noordervliet zelf converseert, maar het komt in een spannende scène gekunsteld over. Spreektaal is bij haar nogal eens schrijftaal. Ze gebruikt ook dubieuze metaforen: de temperatuur is ‘zacht als zijde’, maar dat kan toch alleen de lucht zijn? Temperatuur is gewoon een getal. Of: ‘Er ging weinig uit van het huis, behalve achterbaksheid.’ Aan de ene kant wordt de lezer aan de hand genomen en aan de andere kant wordt verwacht dat hij of zij allerlei metaforen en literaire verwijzingen begrijpt. Dat lijkt tegenstrijdig.

    Toch was het lezen van deze roman niet vervelend. Er gebeurt veel en Noordervliet is en blijft een goede schrijver. De oude mevrouw met De La Tourette bijvoorbeeld ‘heeft de eeuwige jeugd van een mummie’. De brieven die de jonge Alain aan zijn zus schrijft tijdens zijn reis door Amerika, Mexico en andere landen zijn prachtig van taal en inhoud. De roman verrast echter niet en zet je niet echt aan het denken. Misschien komt dat wel omdat de ervaren schrijfster te veel uitlegt en te weinig toont.

     

     

  • Hoe dan?

    Hoe dan?

    In het algemeen en gedurende de afgelopen twee jaar in het bijzonder, hebben boekwinkels het lastig gehad in Nederland. Zo ook de boekhandel van Helen Brand, de hoofdpersoon van het nieuwe boek van Nelleke Noordervliet getiteld Wij kunnen dit. Zij bestiert een winkel in Rotterdam in haar eentje maar teert vooral in op haar reserves. Het feit dat ze door een aangeboren handicap niet goed kan lopen, maakt het voor niet gemakkelijker. De zaak, die ze overnam van haar vader, lijkt ten dode opgeschreven. ‘Heel langzaam was dit echec aan komen wandelen, vanaf de introductie van het internet, de e-boeken, Bol en Amazon, ontlezing, zonder aarzelen, recht op het doel af, de onafwendbare genadeklap voor Boekhandel Brand. Ze gaf zichzelf en de winkel hooguit twee jaar bij ongewijzigd beleid en doorgaande daling van de inkomsten.’

    Verandering

    Helens leven wordt opgeschrikt door ene Leo Wasserman die allerhande dure boeken aanschaft over de geschiedenis van Rotterdam. Leo blijkt een geslaagde ondernemer die zijn bedrijf voor de nodige miljoenen verkocht heeft en bezig is zijn eigen geschiedenis te herontdekken. Ze vinden elkaar wel leuk – althans daar lijkt het op, maar zijn wat te ongemakkelijk met elkaar om dat ook daadwerkelijk uit te spreken.

    Helen en Leo beginnen daarom een wat hoogdravende e-mailcorrespondentie, waarin zij zich voordoet als de dichteres Sappho en hij zich de rol Anamixander aanmeet, een presocratische filosoof. In die brieven voelen ze zich kennelijk wél vrij hun gevoelens te uiten in hoogdravende, wat lyrische bewoordingen. Dat dat gekunsteld is, voelen ze zelf ook wel aan: ‘Ook deze brieven zijn in zekere zin belachelijk. Surrogaat-aanwezigheid. In een surrogaat-werkelijkheid. Zwevend in een eigen tijd. (…) Waarom vluchten we toch in illusie?’ De lezer bekruipt soms hetzelfde gevoel; zeker gezien de veelheid aan brieven en mails die niet altijd evenveel bijdragen aan het verhaal. Waren echt al die mails noodzakelijk?

    Voorgeschiedenis

    Hoewel Helen en Leo heel erg verschillend zijn – dat ligt er gelet op hun achternamen misschien wel wat te dik bovenop – groeien ze steeds meer naar elkaar toe, en krijgen uiteindelijk zelfs een relatie. Beiden proberen, als veertiger, de relatie als een soort nieuwe start te zien waarin de vroegere relaties geen rol meer spelen; zij kunnen dit (of hopen dat te kunnen). Toch blijft in het vage waarom die vorige relaties uitgewist zouden moeten worden. Heeft Helen te maken gehad met een heel nare man? Waarom viel Leo steeds op de verkeerde vrouwen? De lezer komt het niet te weten.

    Of het moet door de traumatische jeugd van Leo zijn, die op zijn vijftiende zijn ouders verloor bij een vliegtuigongeluk. Hij probeert dan ook, terwijl hij ook nog een nieuwe app ontwikkelt, zijn familiegeschiedenis te reconstrueren, daarbij geholpen door een wat mysterieus figuur genaamd P.V. Spin die telkens in een ander gedaante opduikt. Het blijft gedurende het hele boek onduidelijk wie of wat die P.V. Spin nu precies is.

    Pandemie

    Terwijl dat zich afspeelt slaat de coronapandemie toe. De taal en de gebeurtenissen van dat moment komen op de lezer (nu al) bijna clichématig over. De anderhalve meter, de ontsmettende handgel, ventilatie, afhaalloketten, thuiswerken, het uitkijken naar een vaccin, het voelt op een bepaalde manier sleets, hoewel dat Noordervliet niet per se te verwijten valt.

    Tegelijkertijd zijn die herinneringen ook heel vers, wat ervoor zorgt dat kleine omissies meteen opvallen, omdat je ze zelf nog zo levendig herinnert. Leo gaat bijvoorbeeld doodleuk boodschappen doen terwijl hij in quarantaine zit, wat niet mocht en bovendien niet past bij zijn personage. Daarnaast lijkt Helens boekhandel telkens open te zijn tijdens de harde lockdown. Ook dat stoort aanvankelijk bij lezing omdat je weet dat dit simpelweg niet zo was; boekhandels moesten in vrijwel alle lockdowns als één van de eerste dicht.

    Een gedachte die zich opdringt is dat de openstelling van Helens boekhandel misschien wel een protest is van Noordervliet zelf -of Helen- tegen het feit dat boeken en hun verkopers kennelijk niet essentieel genoeg waren tijdens de lockdowns. Je zou kunnen zeggen dat Noordervliet toch een subtiel ander universum creëert waarmee ze zich in staat stelt de houding te bekritiseren van de Nederlandse overheid om boeken en hun verkopers niet als essentieel te beschouwen via datzelfde medium, wat een mooie en ingenieuze manier zou zijn om op die manier haar mening daarover naar voren te brengen.

    Hoewel vlot en geestig geschreven overtuigt Wij kunnen dit niet helemaal. De verhouding tussen Leo en Helen blijft uiteindelijk toch een beetje aan de oppervlakte. Ook het opgediepte verleden van Leo, ondanks uitgebreide conversaties met P.V. Spin, is uiteindelijk niet zo interessant. Het is alsof Noordervliet te veel thema’s wilde behandelen: én ontlezing, én corona, én een traumatisch verleden, én een rollenspel van twee klassieke schrijvers, én een ingewikkelde relatie – het is simpelweg te veel. Dat lijkt ook de reden dat veel van die thema’s uiteindelijk aan de oppervlakte blijven.

    Wellicht had het boek eigenlijk beter over een aantal jaar geschreven kunnen worden, wanneer we weten op welke manier we ons de afgelopen twee jaar zullen herinneren. Je kunt de geschiedenis misschien ook te veel op de hielen willen zitten.

     

     

  • Oogst week 2 – 2022

    Sloop

    Anna Enquist (1945) is het pseudoniem van Christa Widlund-Broer. In 1991 debuteerde ze met de dichtbundel Soldatenliederen, waarmee ze de C. Buddingh’-prijs won, en inmiddels heeft ze een veelomvattend oeuvre met romans, novelles, korte verhalen, monologen en poëzie op haar naam staan. In 2014 en 2015 was ze stadsdichter van Amsterdam. Enquist volgde een conservatoriumopleiding. Muzikaliteit komt terug in een groot deel van haar werk, zo ook in haar nieuwste roman Sloop. Hoofdpersoon Alice is een componist met een grote toekomst die de belangrijke opdracht krijgt een jubileumstuk te componeren voor het Koninklijk Symfonie Orkest. Ondertussen houdt ze geheim dat ze om geld te verdienen onder een schuilnaam geluiden voor reclames schrijft. Verder wil ze, ondanks haar eigen moeilijke jeugd, niets liever dan een kind. Deze roman gaat over maken, scheppen, creëren, en vooral over het leven zelf.

    Sloop
    Auteur: Anna Enquist
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Wij kunnen dit

    Nelleke Noordervliet (1945) heeft niet alleen hetzelfde geboortejaar als Anna Enquist, maar al net zo’n uitgebreid oeuvre. Ze debuteerde in 1987 met Tine of de dalen waar het leven woont, een historische roman over Tine van Wijnbergen, de vrouw van auteur Multatuli. Hierna volgenden verhalenbundels, toneelteksten, poëzie, columns en romans. In 1994 won ze de Multatuliprijs voor een andere roman, De naam van de vader. In 2018 kreeg ze de prestigieuze Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. Noordervliets nieuwste roman, Wij kunnen dit, gaat over de liefde tijdens het coronatijdperk. Helen en Leo zijn allebei de veertig gepasseerd. Zij is een boekhandelaar die probeert het hoofd boven water te houden, hij een succesvolle ondernemer die een doel in zijn leven zoekt. Behalve Noordervliets liefde voor details bevat dit verhaal ook veel humor.

    Wij kunnen dit
    Auteur: Nelleke Noordervliet
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Ik zing in een andere taal

    Jila Mossaed (1948) is een auteur uit Iran die sinds 1986 in Zweden woont en ook pas vanaf dat moment Zweeds leerde, een taal die ze ‘de taal van ijs’ noemt. Ze bekleedt een positie als een van de achttien leden van de Zweedse Academie, een eeuwenoud instituut dat de kwaliteit van de Zweedse taal bevordert.  De Academie heeft ook de verantwoordelijkheid om de winnaar van de Nobelprijs van de Literatuur te benoemen. Soms schrijft Mossaed ook in het Perzisch. Ik zing in een andere taal is een poëziebundel met gedichten die geschreven zijn tussen 1997 en 2018 én de eerste vertaling van Mossaeds werk naar het Nederlands. Sjoerd-Jeroen Moenandar vertaalde deze poëzie niet alleen, maar schreef ook een nawoord.  In deze gedichten roept Mossaed beelden op die vertellen hoe het is om onderdrukt te worden, te vluchten en een nieuw thuis in een ander land te vinden.

    Ik zing in een andere taal
    Auteur: Jila Mossaed
    Uitgeverij: Wilde Aardbeien
  • Oogst week 37 – 2020

    Begeerte

    Begeerte (1995), de verhalenbundel waarmee Manon Uphoff vijfentwintig jaar geleden debuteerde, is afgelopen zomer heruitgegeven. Voor de heruitgave schreef Uphoff een voorwoord waarin ze de essentie van haar latere werk herleidt tot deze verhalenbundel. In haar eigen woorden zou Vallen is als vliegen (2019) de ‘ultieme uitbarsting’ zijn van de vulkaan waarvan Begeerte de ‘eerste eruptie’ was. Dit jaar werd Vallen is als vliegen genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Het boek behaalde de shortlist. Uphoff beschrijft in Vallen is als vliegen met behulp van een omfloerste, metaforische stijl het misbruik dat haar jeugd tekende. De zware thematiek van de roman, die wordt geschetst met behulp van sprookjesachtige beelden, komt in Begeerte al naar voren: de hoofdpersoon van het titelverhaal ‘hield van sprookjes, maar niet die waarin alles tot een zoet einde komt’. Uphoff verwijst naar de strijd van Andersens kleine zeemeermin, die haar vissenstaart inruilt voor echte mensenbenen, met als keerzijde van de afspraak een continue, vlammende pijn. En zo vergaat het haar personage – symbolisch, dan – ook.

    Begeerte
    Auteur: Manon Uphoff
    Uitgeverij: Querido

    De val van Thomas G.

    Nelleke Noordervliet beschrijft in De val van Thomas G. hoe een controversiële uitgave (Hedendaags fanatisme) het hoofdpersonage, uitgever Thomas Geel, van zijn geloofwaardigheid berooft. Hij sterft enkele maanden later, zijn vrouw reconstrueert de gebeurtenissen voorafgaand aan zijn dood en stelt haar ervaring op schrift, en ondertussen is een jonge journalist geïnteresseerd in Geels kant van het verhaal in de hoop op een scoop. Noordervliet onderzoekt aan de hand van de verschillende stemmen in het boek actuele culturele tendensen, waaronder trial by media.

    De val van Thomas G.
    Auteur: Nelleke Noordervliet
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Nora, of brand Oslo brand!

    Ook Johanna Frid legt in haar Nora, of brand Oslo brand! pijnpunten van deze tijd bloot. ‘Het begon allemaal met een foto.’ Het hoofdpersonage, Johanna, is jaloers op de ex-vriendin van haar vriend Emil – en laat Instagram nu net de perfecte voedingsbodem vormen voor het zaadje van die ziekelijke jaloezie van haar, als telkens beschikbare spiegel van haar ongenoegen en als podium voor de kwaliteiten van Nora, Emils ex. Bovendien wordt Johanna niet alleen geplaagd door dit gevoel van tekortschieten: haar arts ontdekt een ongevaarlijke cyste op haar eierstok en ze lijdt aan een constante pijn in haar baarmoeder. Nora, of brand Oslo brand! kreeg de Dagens Nyheters kulturpris toegekend. Het is Frids debuut.

    Nora, of brand Oslo brand!
    Auteur: Johanna Frid
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij
  • Woordnacht met grote namen en beginnende schrijvers

    Woordnacht met grote namen en beginnende schrijvers

    Het afgelopen weekend vond in Rotterdam de vierde editie van literair festival Woordnacht plaats. Het thema van dit jaar was ‘Stilte’. Op de zaterdagavond zijn er zes festivallocaties, verspreid over de binnenstad: Arminius, het Goethe-Institut, Theater Rotterdam en drie zalen in hoofdgebouw TENT. Bij sommige optredens, zoals een interview met Arthur Japin over diens roman Kolja, is een gebarentolk aanwezig. Ook is er een silent poetry slam, met optredens van dove artiesten.

    Bij TENT kunnen vanaf zeven uur de entreekaartjes worden afgehaald. Wie een paar minuten te vroeg is, moet buiten wachten, binnen wordt nog gerepeteerd. Na zevenen worden de bezoekers verwelkomd met koffie en koekjes. Medewerkers delen overzichtelijke, mooi vormgegeven programmaboekjes en plattegronden uit. Een dag eerder, op vrijdag 25 oktober, heeft Nelleke Noordervliet de Anna Blamanlezing verzorgd. Er is een stapel exemplaren van de gedrukte versie over, gratis mee te nemen.

     

    Poëzie op muziek

    In zaal één van TENT trapt dichter Peggy Verzett de avond af. ’s Middags heeft ze de eerste Jana Beranováprijs uitgereikt gekregen in de pas verbouwde boekhandel Donner. Speciaal voor Woordnacht werd een muzikaal programma gemaakt op basis van haar teksten en gedichten. Ze wordt begeleid door Kobi Arditi op de trombone en Mathijn Den Duijf op de piano. Bij haar opkomst vertelt ze dat de zaal veel resonantie heeft. Waarschijnlijk zal het publiek weinig van haar poëzie verstaan, voorspelt ze.

    Inderdaad zijn de woorden niet verstaanbaar, maar de klanken des te beter. Bovendien zet Peggy Verzett haar lichaam in om haar boodschap kracht te geven: ze gooit haar armen omhoog, keert het publiek de rug toe en danst weg bij de microfoon. Af en toe verstaat het publiek een flard van de tekst: een vader loopt met een vaas, een paar seconden later ‘moet hij terug’. Waarom hij terug moet en waar ‘terug’ is, blijft dankzij de akoestiek een mysterie. Juist dat geeft het optreden van Peggy Verzett iets extra’s.

    Avond vol advies

    Daarna begint in zaal drie het ‘debutantenprogramma’. Hierin gaat een gevestigd auteur in gesprek met een aanstormend talent dat nog bezig is met zijn of haar eerste boek. Eerdere aanstormende talenten waren onder anderen Carmien Michels (Europees kampioen poetry slam en inmiddels gedebuteerd als dichter met de bundel We komen van ver) en Bianca Boer (auteur van de recent verschenen roman Draaidagen en zelf ook aanwezig op Woordnacht voor een interview dat later op de avond plaatsvindt).

    Dit jaar mag Vincent Kortmann zich bij hen aansluiten. Hij zal in gesprek gaan met festivaldirecteur Hans Sibarani en Manon Uphoff, die in 1995 debuteerde met de verhalenbundel Begeerte. Voordat het zover is, vertelt Manon Uphoff over de periode waarin zij aan haar debuut werkte. Ze wist toen al dat Begeerte een basis zou worden waarop ze de jaren erna zou kunnen voortbouwen. In elk kort verhaal was namelijk een groter verhaal verborgen. Ze vergelijkt haar schrijfproces met een matroesjka, een pop die je kunt openmaken en waaruit steeds een nieuw figuur tevoorschijn komt.

    Opgroeiende meisjes in de literatuur

    De telefoon van Hans Sibarani piept. ‘Momentje,’ zegt hij tegen het lachende publiek. ‘Ik dacht dat ik hem had uitgedaan.’
    De telefoon blijft de rest van het gesprek piepen, maar Manon Uphoff trekt zich er niets van aan. Ze vertelt over het schrijfproces rondom Vallen is als vliegen, haar recentste roman: ‘Ik denk niet dat iemand anders dit boek kon maken.’ Het gesprek gaat verder over recensies. Na haar debuut las Manon Uphoff  in een recensie dat wel heel veel verhalen uit het boek over opgroeiende meisjes gingen. ‘Het was precies de helft,’ zegt ze. In de jaren 90 kregen opgroeiende jongens meer aandacht in de literatuur en áls het al over meisjes of vrouwen ging, bleef dat vaak braaf. Manon Uphoff schreef destijds bewust over niet alleen begeerte, maar ook de woede die daarbij kan komen kijken: ‘Ik wilde laten zien dat woede ook een kracht is, een energie, een motor.’

    Vincent Kortmann betreedt het podium. Zijn boek – het zal verschijnen bij uitgeverij Atlas Contact en een titel heeft het nog niet –  gaat over een negentienjarige jongen die door alle vrouwen in zijn leven is verlaten. Dan krijgt de jongen plotseling een stiefzus, die steeds extremere streken uithaalt. Manon Uphoff heeft de eerste vijfenzeventig pagina’s van het manuscript mogen lezen, maar het publiek krijgt alleen het begin te horen. Het is dapper dat Vincent Kortmann voordraagt, aangezien hij benadrukt dat het redactieproces nog bezig is. De eerste zin is alvast indrukwekkend: ‘Vanaf het balkon schoot mijn stiefzus Fay haar luchtbuks leeg op conservenblikken in de tuin.’ Een verschijningsdatum is nog niet bekend, maar het voorgedragen fragment smaakt naar meer.

    Schrijfprocessen

    Jammer genoeg wordt er niet ingegaan op het schrijfproces van Vincent Kortmann. Wél prijst Manon Uphoff de toon en de vertelstem in zijn manuscript. Ook is ze onder de indruk van de dialogen, zelden zijn die bij beginnende schrijvers zo naturel. Ze is van mening dat ‘de innerlijke motor van de hoofdpersoon’ belangrijker voor het verhaal is dan een plot.
    ‘Het moet wel echt ergens over gaan,’ werpt Vincent Kortmann tegen. Hij vindt het belangrijk om naar een bepaald punt toe te werken. ‘Het verhaal mag niet uitgaan als een nachtkaars.’

    Manon Uphoff geeft advies, niet alleen aan Vincent Kortmann, maar aan iedereen die een boek wil schrijven: ‘Ga aan de gang met je eigen stem en geloof erin. Het maakt niet uit of je uiteindelijk goede of slechte kritieken krijgt. Je hebt daar geen invloed op, dus geloof vooral in wat je kunt.’ Vincent Kortmann vraagt hoe Manon Uphoff haar personages, die vaak bizarre handelingen verrichten, geloofwaardig kan neerzetten. ‘Je moet het zelf geloven,’ is haar antwoord. Na het optreden verlaat het publiek de zaal, maar zij blijft achter om nog even met Vincent Kortmann over zijn boek-in-wording te praten, zonder toeschouwers.

    Grote thema’s

    Hierna interviewt Alek Dabrowski de schrijvers Bianca Boer en Christiaan Jongeneel. Hij vindt Magda is overal  van Christiaan Jongeneel, ‘een complexe roman’, en voegt eraan toe dat het is bedoeld als compliment. Het is namelijk ‘de eerste grote 9/11-roman’. Ook in dit gesprek is plot een discussiepunt. Voor Bianca Boer, schrijver van Draaidagen, is plot niet belangrijk: ‘Ik wil mensen maken en ze op elkaar laten reageren.’ Haar roman gaat enerzijds over Auschwitz en anderzijds over Judith, die figureert in een film die zich afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog.

    Bianca Boer draagt een fragment voor waarin de verhaallijnen samenkomen: de filmset voelt als bezet Nederland. Zowel de voordracht als de inhoud wekken de roman tot leven voor het publiek. Over Draaidagen vertelt ze: ‘Sommige geschiedenissen gaan generaties lang door. De hoofdpersoon krijgt geen kind, omdat ze niet wil dat de geschiedenis zich herhaalt.’ Ook Christiaan Jongeneel mag voordragen. Magda is overal blijkt inderdaad complex: de roman telt drie delen en uiteindelijk draait het boek om de vraag of Magda wel bestaat. Hoewel beide auteurs uit Rotterdam komen en voor een groot thema hebben gekozen, hebben ze compleet verschillende boeken geschreven.

    Overvloed aan optredens

    Woordnacht kent een erg vol programma. Om half negen ’s avonds zijn bijvoorbeeld de volgende optredens bezig: ‘Silence of the Slam’ met diverse spoken word-artiesten; een gesprek met Marcel Möring; ‘Dat soort volk’ met Jan Oudenaarden, Erik Brus en Alek Dabrowski; ‘Debutanten’ met Manon Uphoff, Vincent Kortmann en Hans Sibarani; en ‘Reprise: Montere weemoed’ met Thomas Verbogt en Beatrice van der Poel.

    Het is voor een bezoeker onmogelijk meer dan drie programmaonderdelen op de avond te zien zonder halverwege een optreden weg te gaan. Daardoor is er bij sommige optredens slechts een handjevol mensen aanwezig. Het is mooi dat Woordnacht zowel aanstormend talent als grote namen een podium biedt, maar de vraag rijst of het festival niet nóg beter tot zijn recht zou komen met minder locaties of een grotere tijdspanne.

     

    Beeld: Annaleen Louwes

  • Deze verdient een plek op het lievelingslijstje van bijzondere levensbeschrijvingen

    Deze verdient een plek op het lievelingslijstje van bijzondere levensbeschrijvingen

    Voor de meeste lezers zullen De kleine parade en Gabriel, de geschiedenis van een mager mannetje de bekendste boeken zijn van de in 1980 overleden schrijfster Henriëtte van Eyk. In dit werk stelt zij zich zoals in het merendeel van haar oeuvre maatschappijkritisch en sociaal gericht op en hanteert zij een lichtvoetige stijl en speelse opzet. Maar niet alleen daaraan heeft zij haar faam te danken. Bekend en misschien wel berucht is haar jarenlange liefdesrelatie met Simon Vestdijk. Toen zij hem kort na de oorlog leerde kennen liep zij tegen de vijftig en een ongelukkig huwelijk van zo’n tien jaar achter de rug met een minder bekende auteur, W.J.M. Lenglet. Deze Jean de Néve zoals hij eigenlijk heette, was een minstens zo markant figuur als de erudiete veelschrijver die in zijn Doornse villaatje omringd werd door de goede zorgen van zijn voormalige hospita Ans Koster.

    In deze (tweede) biografie van Henriette van Eyk (eerste dateert uit 1995) zijn Vestdijk en Lenglet twee van de vier belangrijkste mannen voor de schrijfster. Henriettes vader en haar broer zijn de andere twee die ook opvallen door hun exceptionele handel en wandel.
    Aukje Holtrop die eerder de biografie van de Friese schrijfster Nienke van Hichtum publiceerde, heeft de biografie Vrouw tussen vier mannen gedoopt. Met deze titel zinspeelt zij waarschijnlijk op de ‘problematische’ relatie van mannen met vrouwen in Vestdijks uitvoerige roman Kind tussen vier vrouwen die als voorstudie heeft gediend van onder meer de Anton Wachterreeks die pas na Vestdijks dood werd uitgegeven. Net als de hoofdpersoon in deze roman had Van Eyk te kampen met moeizame en pijnlijke relaties waarin man en vrouw, hoe cynisch het ook klinkt, elkaar pas echt nader lijken te komen.

    Niet zoals in de meeste schrijversbiografieën wordt in Vrouw tussen vier mannen nauwlettend de sporen gevolgd die het leven heeft achtergelaten in het werk van Van Eyk. Opvallend is ook dat de heren met wie Van Eyk in een haat-liefde verhouding verwikkeld was, bladzijden lang op de hielen worden gezeten alsof zij het onderwerp van de onderhavige biografie vormen.
    Van Eyk was terughoudend met mededelingen over privéaangelegenheden in interviews, in haar autobiografie Dierbare wereld en in de briefwisselingsroman Avontuur met Titia die zij samen met Vestdijk schreef. Een verdienste van Vrouw tussen vier mannen is dan ook de onthulling van wat Van Eyk verzweeg. Dat achterhouden tekent haar ten voeten uit als mens en schrijfster: voor lezers en buitenwereld boog zij haar dagelijkse portie tragiek om en in zeer schrijnende gevallen keek zij ervan weg.

    Bladzijden lang wordt de lezer vergast op boeiende en extravagante gewoonten en verrichtingen van de vader van Henriette die in haar kindertijd definitief uit het gezin verdween maar die juist door zijn afwezigheid, zeer aanwezig was. Breed uitgemeten zijn de laatste tragische levensjaren van de broer. En dan zijn er nog de uitvoeriger beschreven jeugdtrauma’s, oorlogsverzetsdaden en psychische teloorgang van Lenglet en de naar liefde hunkerende en door depressies geteisterde Vestdijk.

    Juist de delen in Vrouw tussen vier mannen over de ‘buitenstaanders’ behoren tot de boeiendste. Het relaas over die tegenspelers maakt Van Eycks jeugd en de daarop volgende perioden tot in haar ouderdom, indrukwekkender dan ze in feite geweest zijn. Niet zelden trok zij zich terug of zocht zij in haar jongere jaren toevlucht bij haar moeder, zoals Vestdijk paradoxaal genoeg bij Henriette placht te doen.

    In de vele bladzijden over de mannen is niet een biografe maar een (onderhoudende) romanschrijfster aan het woord. In het begin van het boek wordt trouwens al de indruk gewekt dat de aanduiding ‘Biografie’ op de titelpagina niet helemaal klopt. Zo ontbreken naar eindnoten verwijzende cijfertjes wat het leesgenot nog verder opvoert. Bovendien is er aan het eind geen lijst opgenomen met secundaire literatuur zoals gebruikelijk in een biografie.

    Het boek heeft iets van de in Nederland weinig beoefende ‘vie romancée’. Voortreffelijke voorbeelden daarvan zijn Het korte leven van Jacques Perk door Garmt Stuiveling en Tine of de dalen waar het leven woont door Nelleke Noordervliet. Hoe Van Eyks biografie ook geëtiketteerd moet worden, zij verdient een plek in dit lievelingslijstje van bijzondere levensbeschrijvingen.
    Is Vrouw tussen vier mannen half roman, half biografie? Het boek zou tekort gedaan worden met het verwijt van vlees noch vis. Ondanks, of beter dankzij, het tarten van de ‘wetten’ die met de opbloei van de Nederlandse biografiecultuur rond 1990 zijn ingevoerd, heeft Holtrop een haarscherpe Henriette van Eyk in beeld gebracht.

     

     

  • Nelleke Noordervliet schrijft essay voor Maand van de Geschiedenis

    Vandaag werd bekend dat Nelleke Noordervliet het essay voor de Maand van de Geschiedenis, die in oktober wordt gehouden, zal schrijven. Haar werk kenmerkt zich door een grote interesse voor het verleden. Noordervliet schreef een aantal historische romans en boeken over geschiedenis. Opvallend is dat in de romans die in het heden spelen, haar personages achtervolgt worden door hun verleden waaraan ze trachten te ontsnappen of waarmee ze in het reine moeten komen.

    Noordervliet voelt zich vereerd dat ze deze opdracht kreeg. Ze is enthousiast over het thema en zegt het een heerlijk onderwerp te vinden om over te schrijven.

    Nelleke Noordervliet (1945) debuteerde in 1987 met Tine of De dalen waar het leven woont, een fictief dagboek van Multatuli’s eerste vrouw. Naast diverse historische romans schreef ze boeken voor het Rijksmuseum en de Hermitage Amsterdam. Z ise columnist voor Trouw en bij het NPO Radio 1- geschiedenisprogramma OVT op de zondagmorgen. Als essayist voor de Maand van de Geschiedenis werd zij voorgegaan door onder anderen Herman Pleij, Fidan Ekiz en Ahmed Aboutaleb.

    Hoofdorganisator van de Maand van de Geschiedenis is het  Nederlands Openluchtmuseum en werkt samen met ruim veertig culturele, toeristische en mediapartners samen om de Maand tot een succes te maken. De activiteiten tijdens de Maand van de Geschiedenis worden georganiseerd door bibliotheken, musea, boekhandels, archieven, historische verenigingen, gemeenten  verspreid over heel Nederland.

     Het essay is tijdens de Maand van de geschiedenis in de boekhandel te koop voor € 3,50.

     

    Foto: Annaleen Louwes

     

  • Oogst week 45

    De Kennedy files

    In de week dat de man die president wilde worden van Amerika, het tot ontzetting van de rest van de wereld ook werd, is in ons land deel 1 van De Kennedy Files uitgekomen. De man die president wilde worden begint in 1938 in Londen. Selfmade miljonair Joseph P. Kennedy wil de eerste Iers-katholieke president van Amerika worden. Om van hem af te zijn, stuurt president Roosevelt hem als ambassadeur naar Engeland. Aanvankelijk is men daar zeer van hem gecharmeerd, maar als hij Roosevelt probeert ervan te overtuigen zich niet in de Tweede Wereldoorlog te mengen, valt dat niet goed bij de president, noch bij de Britten.

    De man die president wilde worden is gebaseerd op feiten. Kennedy-biograaf Nigel Hamilton schreef het voorwoord en verschaft hiermee inzicht in de historische context van deze strip.

    Erik Varekamp and Mick Peet maakten eerder samen de serie over Agent Oranje, een getekende biografie over Prins Bernard.

    De Kennedy files
    Auteur: Erik Varekamp en Mick Peet
    Uitgeverij: Uitgeverij Scratchbooks

    Tot in de verste hoeken

    ‘De dingen hebben jou nodig / om gezien te kunnen worden’, dichtte K. Schippers.

    Wij hebben Schippers nodig om dat te zien:

    We krijgen een nieuw aanrecht. Liever hielden we het oude, van graniet. De koelte als je er met je hand overheen strijkt en dan al die handen in de jaren voor ons. Het is een oud huis, uit 1905.
    De plankjes en de messen, de tomaten, het varkensvlees, al het voedsel dat een gezin in een eeuw heeft gegeten. Emmers van zink, plastic, lepels van email, waarin van die zwarte plekjes zijn gebutst. Geen pan of vork heeft een kerf in het graniet achtergelaten.

    De zwart-witte stenen in de gootsteen zijn zo geteisterd, dat ze vervangen moeten worden en dan gaat het aanrecht er ook aan. Anders lekt het naar de buren.’

    Dit zijn de eerste regels uit het ‘Zachte bonk, eerste flirt’ uit Tot in de verste hoeken, de nieuwe essaybundel van K. Schippers met oude en nieuwe verhalen over zijn jeugd, de bevrijding, de eerste flirt of de films van schrijver Georges Perec.

     

     

    Tot in de verste hoeken
    Auteur: K. Schippers
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Aan het eind van de dag

    Biografieën over mensen die deugen, – en dat is door de bank genomen toch het soort dat het tot een biografie brengt – halen het qua spanning niet bij biografieën over mensen die niet deugen, vooral als algemeen wordt gedacht dat ze wel deugen.’

    Dit citaat staat op de website van Nelleke Noordervliet. Het maakt nog nieuwsgieriger naar haar nieuwe roman over een vrouwelijke ex-minister die het verzoek krijgt mee te werken aan haar eigen biografie. Dat wil ze niet. Ze voert een aantal weerspannige gesprekken met haar aspirant-biografe, maar herinneringen dringen zich steeds meer aan haar op. Wat wil ze per se niet kwijt aan de biografe? Wat is te persoonlijk? Wat is te pijnlijk? In een reeks sleutelscènes voert Nelleke Noordervliet haar hoofdpersoon terug naar de jaren zeventig-tachtig, naar Suriname en kijkt ze naar haar rol als dochter, echtgenote, vriendin, politica, publiek figuur. En moeder.

    Aan het eind van de dag
    Auteur: Nelleke Noordervlied
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    Aan nederlagen geen gebrek

    Een foto van een jonge Arnon Grunberg siert het omslag van de nieuwe privé-domein uitgave Aan nederlagen geen gebrek. De auteur heeft de afgelopen week in tal van tv- en radioprogramma’s kunnen vertellen over zijn jeugdige besluit om zijn middelbare school niet af te maken en zijn toenmalige wens om acteur of toneelschrijver te worden. En over hoe het hem verder is vergaan. In de brieven en documenten in Aan nederlagen geen gebrek lezen we over dat besluit, zijn onbeantwoorde liefdes en een enorme schuld tot aan het verschijnen van Blauwe maandagen waardoor het tij keerde.

     

    Aan nederlagen geen gebrek
    Auteur: Arnon Grunberg
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers
  • Ik dacht, ik moest…

    Ik dacht, ik moest…

    Het was zondag en ik moest naar Zwolle. Tenminste, dat dacht ik. Ik liet een mooie verzameling vuile vaat op de keukentafel en het aanrecht achter en drukte mijn dochter, mijn kleine vriendin en haar huisgenoot op het hart de achterdeur goed af te sluiten voor als ze van plan waren nog ergens heen te gaan. Ik trapte, met wind tegen, negen kilometer naar het dichtst bijzijnde station. Onderweg alleen een paar fietsende gezinnen, een enkele auto, ongetwijfeld op weg naar vrienden of familie, voor een zondagse borrel en vermaak voor de kinderen. Maar ik moest naar Zwolle, tenminste, dat dacht ik. Het was de laatste dag van de Boekenweek en ik had er nog niets aan gedaan.

    Niet met Tommy Wieringa in een bootje de IJssel afgevaren terwijl hij voorlas en niet op het boekenbal voor lezers in Leeuwarden geweest. Benali en Van Dis was ik nergens tegengekomen. En voor Maartje Wortel, die met Franca Treur in de bibliotheek van Wageningen wachtte, was het al te laat. Dus ging ik naar Zwolle want het was vrij reizen. Ik dacht aan Boekhandel Waanders die de Broerenkerk had ingenomen. Er zouden wellicht een handvol dichters uit eigen werk voordragen, al had ik op internet niet zo snel iets daarover gevonden. Bij de boekenkiosk op het station koos ik willekeurig, of nee, eigenlijk deed de afbeelding van The Russian Tea Room van Beryl Cook op de cover, me het boek pakken, Gigengacks reizen, van Nelleke Noordervliet. Daarbij kreeg ik op de valreep van de Boekenweek, het boekenweekgeschenk. Op het perron vermaakte ik me direct al met mevrouw Gigengack die zich heeft voorgenomen het leven een stap voor te blijven. ‘Reizen’ zegt mevrouw Gigengack pertinent, ‘is uitstel van ouderdom’. Een mooie variant op ‘wie veel in beweging is, blijft  jong’.

    In de trein wisselde ik Gigengacks reizen in voor Een mooie jonge vrouw toen de conducteur naderde. De conducteur liep langzaam, haast statig en knikkend met zijn hoofd naar links, en naar rechts en weer naar links. Zonder problemen naderden we Zwolle. Daar liep ik langs de gracht, ging via de Sassenpoort en de Walstraat naar het Broerenkerkplein. De stad toonde zich verlaten. Een lichte windvlaag ging voor me uit, door lege straten. Een fietser, erop uit gestuurd met een kind voor in het stuurzitje, fietste over het plein. De Broerenkerk was gesloten. Geen boek, geen dichter zag ik. Door naar de Blijmarkt, waar Paleis Museum De Fundatie in volle glorie aan de stoep lag. De gastvrouw achter de ontvangstbalie staarde vermoeid langs me heen, terwijl ze het geld in ontvangst nam en  me het toegangsbewijs overhandigde. Terwijl ik van Turner naar Appel liep, en langs de landschappen van Jan Voerman, hoorde ik twee suppoosten verzuchten dat er die dag 2000 bezoekers het museum waren binnengekomen. Dat het gekkenwerk was en dat ze hoopten dat ze allemaal om vijf uur stipt het museum weer hadden verlaten. Want het was zondag, en ze hadden het wel gehad.  Ik wist opeens niet meer waarom ik zo nodig naar Zwolle moest.

     

  • Stof tot nadenken

    Stof tot nadenken

    Laat u niet leiden door gemakzucht. Zet door. Er zal blijken dat het de moeite waard was. Dit zijn de woorden die de lezers van het nieuwste boek van Nelleke Noordervliet ter harte moeten nemen. In Schatplicht wordt het ons niet gemakkelijk gemaakt.

    In één der eerste hoofdstukken zet Noordervliet standpunten betreffende religie uiteen die wel eens voor opschudding zouden kunnen zorgen. De mens zou een toevallig bijproduct zijn van aminozuren. Even een scheikundelesje er tussendoor. En verder: God heeft niet de mens gemaakt. De mens heeft God gemaakt. Het is niet de eerste keer dat dit wordt beweerd maar het geeft toch opnieuw stof tot nadenken. Er komt een duistere fascinatie ter sprake, de tamelijk opdringerige aanwezigheid van een gemartelde man aan een kruis. Het zou een voorbeeld kunnen zijn van slimme marketing. Is er dan nog wel sprake van begrip voor religieuze gevoeligheden bij andersdenkenden? Geloof is een oude jas maar helemaal zonder jas kan soms erg koud zijn.
    De schrijfster geeft op ruime schaal blijk van haar grote kennis en belezenheid. Zij beschrijft de oude Griekse helden alsof het haar buren zijn en het lijkt er op dat ze bij de grote Franse filosofen in de klas heeft gezeten. Het leven en werk van de door haar bewonderde Albert Camus krijgt ruime aandacht. Noordervliet weet te bewerkstelligen dat haar lezers zich opnieuw, of misschien wel voor de eerste keer, gaan verdiepen in het werk van deze Nobelprijswinnaar.

    En dan de literaire beschouwingen. De schrijfster verzucht: ‘De maatschappelijke functie van de literatuur is in het huidige tijdsgewricht op de achtergrond geraakt.’ Een prachtige volzin zoals alleen Nelleke Noordervliet kan maken. Nee, dergelijke zinnen maakt ze niet, ze componeert ze. Ze hoopt op herstel en velen met haar. Literaire helden en heldinnen passeren de revue. Tamelijk uitvoerig staat ze stil bij de avonturen van Madame de Merteuil in Les liaisons dangereuses. Haar hybris zou in Holland dood lopen in een moeras van gelijkvormigheid. Is Nederland wel een dergelijk moeras? Dat valt toch wel mee? Maatschappijkritiek krijgt een plaats in de romankunst. Auteurs hebben een visie op de samenleving. Nelleke Noordervliet geeft er overigens voortdurend blijk van ook een dergelijke visie te hebben. Daniel Defoe en Jonathan Swift worden aangehaald als voorbeeld van schrijvers met een maatschappijvisie. Hoeveel auteurs zijn er wel niet in het vergeetboek terecht gekomen? Een lange rij: Gustave Flaubert, Leo Tolstoj, Virginia Woolf, Charlotte Bronté, onze eigen Betje Wolf, Carry van Bruggen, Truitje Bosboom-Toussaint, Nescio, Jacob van Lennep, Eduard Douwes Dekker, Menno ter Braak en ga zo maar door. Maar wat doe je er aan? De echte groten zullen overleven.

    Er is een kans dat Noordervliet daar bij zal zijn. Als schrijfster van historische romans verheugt ze zich over de toename van de belangstelling voor de historische romans en populaire historische non-fictie en ze vraagt zich af wat hier de reden van zou kunnen zijn. Verder is zij van mening dat de verbeelding van een romanschrijver wel degelijk zou kunnen bijdragen aan de analyses van de historicus in zijn hoedanigheid van wetenschappelijk onderzoeker en zij betreurt het dan ook dat historici zich zelden uitlaten over historische romans. Omgekeerd is het wel zo dat romanschrijvers bijna altijd diepgaand onderzoek doen naar de historische achtergronden van hun verhaal. Nelleke Noordervliet geeft daar ruimschoots blijk van. Zij duidt de historicus als een bewerker van de historische akker, een beeldspraak zoals alleen Nelleke Noordervliet kan maken.

    Hier en daar neemt Noordervliet ook maatschappijkritische beschouwingen op. Over politici bijvoorbeeld van zowel conservatieve als progressieve snit die steeds het woord verandering in de mond nemen en daarbij de suggestie wekken niet de pion te zijn maar de schaker. Volgens Noordervliet lopen zij al te vaak achter beursanalisten aan als gedrogeerde ratten en laten zij hun oren hangen naar het bedrijfsleven.
    Noordervliet meent ook dat menig sociaaldemocraat de vergissing maakte de arbeidersklasse een hogere moraal toe te schrijven. Misschien was het wel zo dat de armoede hen netjes hield maar dat was niet direct een kwestie van moraal.

    Ook de milieubeweging ontkomt niet aan een kritsche beschouwing door de auteur. Hoewel zij vooropstelt dat de IPPC (Integrated Pollution Prevention and Control) veel heeft bijgedragen aan de bewustwording van de effecten van menselijk gedrag op de omgeving, dring zij er toch op aan de beweringen van wetenschappers niet voor zoete koek aan te nemen en vooral zelf te denken, te wikken en te wegen. De krantenlezer zou niet steeds eerbiedig moeten knikken als het woord wetenschap wordt gebezigd. Een eigenwijze bundel verhandelingen? Jazeker, maar wel een zeer lezenswaardige.

     

  • De ontmoeting die niet plaatsvond

    De ontmoeting die niet plaatsvond

    ‘De ontmoeting met Menno Molenaar vond strikt genomen niet plaats.’ Zo luidt de eerste zin van de historische roman van Nelleke Noordervliet en het is een verwijzing naar de constructie die de auteur gebruikt in haar zoektocht naar het leven in de Gouden Eeuw: ze  stapt als schrijfster zelf in haar verhaal om in Woodstock, op het dorsplein Menno Molenaar te ontmoeten, de hoofdpersoon in haar historische roman Vrij Man. Het is 6 oktober, maar voor Menno in de 17e eeuw en voor de auteur in de 21e eeuw.  De schrijfster gaat in gesprek met haar eigen romanpersonage en dat levert ons informatie op over het leven in de Gouden Eeuw, maar het geeft ons ook een beeld van het proces dat Noordervliet als onderzoekster moet doorlopen in haar zoektocht.  Ze maakt ons deelgenoot van haar twijfels, emoties en ambities ten aanzien hiervan. Noordervliet kiest ervoor om Menno ‘te laten blijven’ en ze neemt hem mee als ze weer terugkeert naar Nederland. Het is het begin van een interessant onderzoek.

    Menno Maartenszoon Molenaar gaat in Leiden theologie studeren met een beurs van de stad Rotterdam, geregeld via de familie van zijn moeder. Eigenlijk had hij liever medicijnen of rechten willen gaan doen, maar in deze fase van zijn leven is hij nog niet vrij om te kiezen: zijn oom bepaalt, want hij betaalt. Hij sluit zich aan bij een viertal vrienden: Adriaan  en Johannes Koerbagh, Lodewijk Meijer en Bento van Doorn, allen studenten en kritische, onafhankelijke, vrije denkers. Menno wordt vanwege zijn frivole levenswandel, naar kroeg en bordeel, al gauw verbannen van het Statencollege, het internaat voor theologiestudenten met een beurs. Het binnensmokkelen van een hoertje is de druppel voor bestuurder en mentor Jacob Revius. Via zijn vriend Adriaan, wordt hij een hulpje van de assistent van Van Horn, professor in de anatomie. Menno, die zeer geïnteresseerd is in de dood, heeft als taak lijken, vaak pas opgehangen misdadigers, te vervoeren naar de snijzaal. Zo krijgt Menno in het  Theatrum Anatomicum  alsnog een kans kennis over de anatomie van het menselijke lichaam op te doen. Deze kennis komt goed van pas als hij later bijverdient als aborteur, een dienst die hij samen met zijn hospita uitvoert.

    In het Theatrum is Menno ook gids voor bezoekers die soms bij een sectie aanwezig mogen zijn. Via een van die bezoekers komt hij in contact met een rijke koopman in katoen, de Engelse lakenreder Henry Dixon. Dixon werpt zich op als zijn mecenas: hij kan rechten gaan studeren in Leiden, maar niet voor niets: Dixon eist daarvoor tegenprestaties op zowel  seksueel als politiek gebied. Als spion werkt Menno op die manier indirect voor Charles II van Engeland. Ondertussen is hij ook de minnaar van Elisabeth Dixon, de echtgenote van zijn ‘weldoener’ en opdrachtgever.

    Om Menno dichter bij Johan de Witt, Raadspensionaris van de Republiek, te krijgen, zorgt Dixon voor een baantje als hulpgriffier bij de Staten-Generaal. In die positie is hij echter ook interessant voor Lieuwe van Aitzema, geschiedschrijver en agent van de Hanzesteden met een groot netwerk van boodschappers. Ook Van Aitzema wil informatie van Menno; hij wil een boodschapper die zo objectief mogelijk verslag doet van alles wat er zich afspeelt rondom De Witt. Menno Molenaar, afwisselend in de wereld van de Haagse politiek, van de arme burgers aan de zelfkant van de maatschappij, van de chanterende Dixon en van zijn vrije, kritisch denkende vrienden, komt door zijn dubbelrol in een precaire positie. Uiteindelijk verlost hij zichzelf van Dixon, waarna hij vlucht naar de Nieuwe Wereld. In Amerika, op het landgoed Wieskottine, kan hij een nieuw leven beginnen en zijn eigen ideeën en idealen in praktijk brengen.

    Of  Menno Molenaar in zijn leven echt een vrij man was, is achteraf gezien maar de vraag. Door zich aan niemand te binden en door zijn onafhankelijke, onderzoekende, soms egoïstische houding, maakte hij bijna geen vrienden en maakte hij geen principiële keuzes. Uiteindelijke bracht  hem dat in een dusdanig gevaarlijke  positie, dat hij het noodzakelijk  vond om te vluchten naar de Nieuwe Wereld.

    In deze historische roman wordt het leven van de fictieve Menno vervlochten met andere ‘verzonnen’ personages, maar ook met historische figuren. Lieuwe van Aitzema en Adriaen van Koerbagh bijvoorbeeld zijn ‘echte’ mannen uit de Gouden Eeuw die door hun geschriften veel informatie over hun tijd en hun leven hebben achtergelaten. Het doek De magere Compagnie van Frans Hals bestaat echt en met Bento van Doorn wordt naar Baruch Spinoza verwezen, een van de grote filosofen uit die tijd. De roman nodigt uit om weggezakte kennis over de politieke verhoudingen in de 17e eeuw weer eens op te halen en als je dat doet, maakt dat het lezen wat eenvoudiger.

    Ook het vertellerperspectief maakt het ons als lezer niet gemakkelijk: Noordervliet vertelt vanuit haar perspectief als alwetende schrijfster, die zelf een aanzienlijke rol speelt binnen de roman, maar ze laat ook regelmatig een van de personages aan het woord. Zo zien we Menno bijvoorbeeld door de ogen van zijn vriend Adriaan, van zijn minnares Elisabeth, van zijn moeder Catharina en van zijn mecenas Henry Dixon. Een wisselend perspectief, maar tegelijkertijd weten we natuurlijk dat Noordervliet zelf al deze rollen invult; zij probeert een levendig tijdsbeeld neer te zetten en de personages moeten dit beeld zo authentiek mogelijk maken. ‘Ik heb meer materiaal nodig. Ik moet hulp halen. Getuigen horen, stemmen en tegenstemmen.’ (blz. 67). Of  die constructie geslaagd is, is aan de lezer. Opvallend is het zeker, maar je moet als lezer wel bij de les blijven.

    Historische romans zijn aangenaam om te lezen, zeker als ze je de prettige illusie geven een waarheidsgetrouw beeld te geven. En, zoals genoemd, zorgen ze er soms voor dat je weer eens in de geschiedenisboeken duikt, en dat is een positieve bijwerking. Verder is het verhaal van Menno Molenaar op zich ook de moeite waard.

    Nelleke Noordervliet, is op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Ze studeerde Nederlands in Leiden en Utrecht. Ze debuteerde in 1987 met Tine of De dalen waar het leven woont. Voor De naam van de Vader kreeg ze in 1994 de Multatuliprijs. Op de zeef van de tijd is een eerder werk van Noordervliet waarin ze een historische gebeurtenis uit de vaderlandse geschiedenis eerst feitelijk beschrijft, geïllustreerd met historische objecten en schilderijen, en laat volgen door een vertelling waarin ze een fictieve tijdgenoot laat vertellen en de gebeurtenis laat beleven. Dat boek is wellicht als een voorloper van deze roman te zien.