• Zware thematiek in een monument van licht

    Zware thematiek in een monument van licht

    Als van lucht is het levensverhaal van de met borstkanker gediagnosticeerde ex-balletdanseres Ada d’Adamo, geschreven aan haar zwaar gehandicapte dochter Daria. Kort na het uitkomen van de roman in 2023 overleed d’Adamo aan de gevolgen van borstkanker. De koude constatering van de ziekte vormt de proloog van de roman: ‘Invasief carcinoom. Rechterborst, bovenkwadrant. Botmetastase in th6.’ Je wordt meteen bij de lurven gegrepen en in de hoofdstukken erna, komt daar de diagnose van het HPE-syndroom van de pasgeboren dochter Daria nog bij. Het HPE-syndroom, ofwel holoprosencephalie, is een aangeboren hersenafwijking en Daria heeft de meest ernstige vorm. Ze is slechtziend, kan niet praten of bewegen en heeft epileptische aanvallen. Niet bepaald lichte kost, toch is ‘lichtheid’ wel degelijk wat deze roman kenmerkt.

    Zwaartekracht en inlijving

    Het boek is opgebouwd uit dertig hoofdstukken, een proloog, acht observaties van kinderen en twee korte verkenningen van de begrippen zwaartekracht en inlijving. Twee belangrijke termen in de studie van de dans, maar ook centrale begrippen in de relatie tussen moeder en dochter. Het openingscitaat is van de experimentele danser en choreograaf Steve Paxton: ‘Birth is not so much a beginning as it is an abrupt change in which suddenly there are different factors than those in the womb, and there is gravity.’ De zwaartekracht, een vanzelfsprekend thema voor d’Adamo — hoe vaak zweefde zij als danseres niet door de lucht om daarna weer terug op het podium te belanden —, maar een immer blijvend mysterie voor Daria, die vastgekluisterd zit aan haar rolstoel. Zwaar is de handicap, maar lichtheid wenst d’Adamo haar dochter toe: ‘Je bent Daria, je zult D’aria (come d’aria red.) zijn, van lucht.’ 

    Waar Ada in het begin van de roman de beperkingen van haar ziekte, zoals het ijzeren korset dat ze moet dragen, als een fysiek obstakel ervaart tussen haar lichaam en dat van haar dochter, komt daar aan het einde van het boek een andere ervaring voor in de plaats, namelijk die van de inlijving. ‘Zo blijf ik me verder en verder met jou vereenzelvigen. Mijn lichaam ervaart, zij het in mindere mate, de beperkingen van het jouwe. Eerst kende ik ze, voelde ik ze, betastte ik ze via jou; toen begon ik ze geleidelijk in te lijven. (…) Ik ben Ada. Ik word D’aria… Van lucht…’ Waar de lichamen door de geboorte, via de zwaartekracht werden gescheiden, komen ze nu via de inlijving weer tot elkaar. 

    Antiabortuswetgeving

    Had d’Adamo destijds de keuze gehad, dan had ze ‘abortus op medisch indicatie gekozen’, zo schrijft ze in februari 2008 in een ingezonden stuk in La Repubblica. ‘Ik schreef dat ik graag had kunnen kiezen. En een dergelijke, niet theoretische, maar uitgesproken stelling in bijzijn van een levend, florerend kind klonk sommigen onverdraaglijk in de oren.’ De abortuswetgeving is sinds 2008 onder de rechtse regering van Meloni alleen maar verder onder druk komen te staan, met als nieuw dieptepunt een voorstel om antiabortusactivisten toe te laten in abortusklinieken. Als van lucht kan gelezen worden als een aanklacht tegen die beweging: ‘Wie kan besluiten of een leven de moeite waard is om geleefd te worden?’ Als lezer word je geconfronteerd met het lijden van Daria, de epilepsieaanvallen als ze nog een baby is, het lijden van Ada, die door haar eigen ziekte geconfronteerd wordt met een nieuwe angst. Wie zorgt er voor Daria als Ada er niet meer is? D’Adamo werpt deze zware vraagstukken op, zonder pathos, droog bijna, in korte hoofdstukken waar geen woord te veel in staat.

    Rauwe realiteit

    Dat deze roman vooral lichtheid verschaft, komt door de korte dagboekachtige observaties van kinderen die met Daria in contact komen. Daria is een bron van verbeelding en licht voor hen: ‘Dialoog aan zee tussen je papa en Viola van vijf. Viola: “Ze kan niet zien, hè?” Papa: “Nee.” Viola: “Maar praat ze wel?” Papa: “Nee.” Viola: “Kan ze lopen?” Papa: “Nee.” Viola: “Maar dan is ze betoverd!”’

    De rauwe realiteit van het aardse leven wordt prachtig afgewisseld met de dromerige fantasiewereld van kinderen. De nuchtere schrijfstijl in combinatie met de poëtische observaties zorgen ervoor dat deze roman, die bolstaat van de heftige emoties, nergens melodramatisch of sentimenteel wordt. Als van lucht in de soepel leesbare vertaling van Jan van der Haar is een prachtig monument van licht, tegen de achtergrond van een loodzware thematiek. Het boek werd bekroond met de Premio Strega 2023, de belangrijkste literaire prijs van Italië.

     

     

  • Poëtisch reisverslag van een moeder in wording

    Poëtisch reisverslag van een moeder in wording

    Terwijl Europa zucht onder extreme wateroverlast, besluit de hoofdpersoon van De Stem van Sulina om samen met haar partner Leon de rivier de Donau te volgen met een tot camper omgebouwd busje. De bron in het Zwarte Woud is het startpunt van de reis, die via eindeloze ritten door de Hongaarse laagvlakte, overnachtingen in de Servische bossen en uitgestorven hotels in Roemenië leidt naar de vuurtoren van Sulina, waar de Donau uitmondt in de Zwarte Zee.

    Parallel aan deze reis volgen we de reis van een moeder in wording, waarbij de rivier dient als symbool voor de (zwangere) vrouw; ‘Ze is een bloedsomloop, een gesloten eenheid, een in zichzelf overlopend lichaam. Een vrouw, wild stromend in een waterbekken, met haar slingerende armen en aders vloeiend door Europa.’ De lichamelijke ontwikkelingen, die horen bij de zwangerschap, bevalling en het eerste jaar als moeder worden gedetailleerd en poëtisch beschreven, dit in schril contrast tot de ontmoeting en relatie met Leon, die in een enkele zin via ‘verhuisdozen, energiecontracten, de aanschaf van een draadloze stofzuiger’, leidt tot ‘twee roze streepjes op een plastic staafje.’ Dit contrast tussen het banale en het bijzondere, het geestelijke en het lichamelijke, het mannelijke en het vrouwelijke vormt een terugkerend thema.

    Waar Van Offel in het eerste hoofdstuk vergeten vrouwen als Irma Ohrlein (geologe) en Marija Gimbutas (archeologe), voor het voetlicht brengt is het in het tweede en derde hoofdstuk de schrijfster zelf die gezien wil worden. ‘Zie mij. Zie mij. Zie mij. Ik ben er nog’. Ze heeft een kind op de wereld gezet en is nu vastgeketend aan haar huis, aan de andere oever, waar enkel de harde realiteit van kolven en onthaalmoeders haar in staat stellen haar werk als schrijfster te kunnen voortzetten.

    Feministisch pamflet

    De stem van Sulina leest ook als feministisch pamflet, waarbij de overheersende rol van de man aan de kaak wordt gesteld. De rivier wordt net als de vrouw getemd; ‘Haar wilde stroming wordt in turbines geleid, met kracht in de rechte lijn gedwongen, in spaarbekkens en kanalen.’ Tegelijkertijd verbaast de hoofdpersoon zich over het feit dat de rivier in een Bulgaarse stad wordt afgebeeld als man, ‘(…) op een waterbekken dat omhooggehouden wordt door het gebogen hoofd van vrouwen, waarom we altijd dezelfde beelden maken: zodat we ze onthouden, zodat ze normaal worden?’. Van Offel maakt nieuwe beelden, een nieuw verhaal, waar niet de man, maar de vrouw de ruimte pakt, de centrale plek in de wereld vervult. Ook hier is het contrast groot ten opzichte van de hoofdpersoon zelf, die zich na het baren van haar kind steeds onzichtbaarder voelt.

    De transformatie van de hoofdpersoon van vrouw naar moeder bestaat niet enkel uit het feit dat ze een kind heeft voortgebracht, maar ze is ook iemand anders geworden en door die transformatie lijkt de persoon van voor de transformatie verdwenen. Met dit feministische reisverslag lijkt de schrijfster haar eigen onzichtbaarheid als jonge moeder te willen compenseren. ‘Ik ben er nog, schreeuwt ze ’s nachts – laat haar groeien, geef haar tijd, geef haar ruimte, vier haar, en niet als een maagdelijke Moeder Maria, maar in al haar vlekkerigheid, in haar moedermodder in haar dansende en wobbelige en bloedende lichaam, in de gesprongen aders op haar benen, de verwrongen polsen, de rode strepen en de tijgervlekken op haar buik, haar tepelkloven en de kringen onder haar ogen.’ De tot in detail beschreven lichamelijke veranderingen kunnen de lezer op den duur wat gaan vervelen, maar doordat deze in rap tempo worden afgewisseld met de reisnotities, blijft het verhaal in evenwicht.

    De stem van Sulina is een goed geschreven boek, dat opvalt door het poëtisch taalgebruik, waarbij alledaagse activiteiten door de woordkeuze en zinstructuur worden getransformeerd tot een op zichzelf staande schoonheid, waarbij het is aan te bevelen de zinnen langzaam te lezen, te proeven en te herlezen.