• Leven in een mengsel van dromen en werkelijkheid

    Leven in een mengsel van dromen en werkelijkheid

    De fluistering van de sterren (vertaald door Djûke Poppinga) is een postuum verschenen verzameling van achttien korte verhalen van de Egyptische auteur Nagieb Mahfoez (1911-2006). In 1988 kreeg Mahfoez de Nobelprijs voor Literatuur, als eerste Arabische schrijver. De verhalen doken op uit zijn nalatenschap en waren bedoeld voor publicatie in 1994. Wat Mahfoez ervan heeft weerhouden om ze toen daadwerkelijk te publiceren, is niet bekend. Misschien was het de moordaanslag die er in dat jaar door moslimextremisten op hem werd gepleegd. Zij beschouwden hem een afvallige vanwege een boek uit 1959, dat in 1999 in het Nederlands verscheen als Kinderen van Gabalawi.

    Jeugd

    De sfeervolle verhalen in De fluistering van de sterren zijn een soort schetsen of impressies, vol wonderlijke gebeurtenissen, van meestal maar een paar bladzijden lang. De verhalen kennen vaak een abrupt begin en een open einde. Ze spelen zich allemaal af in een oude, arme volkswijk van Caïro, in de tijd dat Mahfoez zelf in zo’n wijk opgroeide. Mahfoez heeft bij het schrijven dus kunnen putten uit ervaringen in zijn eigen jeugd. Alle buurtbewoners kampen met ‘alledaagse’ ellende als diefstal, gokverslaving, armoede, moord en zelfverbranding.

    In de verhalen kom je tal van kleurrijke figuren tegen, zoals de alleenstaande moeder Zakiyya die de vader van haar baby blijft confronteren met hun kind. Of de ongelukkige Hasan die telkens hertrouwt met een meisje uit de buurt nadat zijn vorige vrouw is overleden. En de beeldschone Tauhieda die in de levendige verbeelding van veel buurtbewoners maar niet ouder wordt. In veel verhalen komt ook een ‘buurtsjeik’ voor, die als een soort vaderfiguur probeert het gepeupel en gedoe in de wijk in toom te houden.

    Wat de korte verhalen van Mahfoez zo bijzonder maakt, is vooral de voortdurende vermenging van werkelijkheid en bijgeloof waarin de personages leven. Voor hen is de wereld van geesten en magie even werkelijk als hun volksbuurt vol bedelaars en dieven. In bijna alle verhalen is sprake van voorspellingen, geheimen, duivels, djinns (geesten), voorgevoelens, wonderen, ceremoniën, dromen, mysteries en waarzeggers die gespecialiseerd zijn in het ‘ontsluieren van het onzichtbare’.

    De titel van het boek is dezelfde als die van het eerste verhaal. Je kunt ‘de fluistering van de sterren’ zien als een metafoor voor het web van geruchten, sprookjes, verzinsels en bijgeloof dat de bewoners van de volkswijk in zijn greep houdt. Voor elke onverwachte, vreemde of kwade gebeurtenis in hun buurt zoeken zij een verklaring in het bovennatuurlijke. De geraadpleegde waarzeggers draaien overuren.

    Besef

    De vermenging van de werkelijkheid (het alledaagse leven in stegen, koffiehuizen en illegale bordelen) en fictie (de wereld van geesten en geheimen) krijgt in een paar verhalen een bijzondere vorm. Dat is het geval op de schaarse momenten dat de buurtbewoners lijken te beseffen dat er wel degelijk een verschil bestaat tussen feiten en fictie. In bijvoorbeeld het verhaal ‘Jouw lot in het leven’, waarin verschillende buurtbewoners zonder duidelijke aanleiding in tranen uitbarsten, constateert een opgetrommelde gezondheidsinspecteur: ‘Het probleem is dat jullie het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid niet kennen’. In ‘De storm’, waarin onheilspellende kreten in de buurt een plotseling opstekende storm lijken te ontketenen, roept een buurtbewoner: ‘Behoed ons voor dromen. De werkelijkheid is al erg genoeg!’ En ‘Het einde van meester Sakr’ begint met: ‘Die nacht sloeg de werkelijkheid toe als een droom.’

    Nawoord

    Het informatieve nawoord van Mahfoez-kenner Richard van Leeuwen vormt een kwart van het boek. Daarin is te lezen dat Mahfoez, in al zijn bescheidenheid en eenvoud, in zijn land werd gezien als een groot schrijver, die zijn landgenoten met zijn werk ‘een spiegel voor de ziel’ voorhield. Hij was een grondlegger van de Egyptische romankunst en had in zijn werk altijd veel aandacht voor de ‘menselijke tragiek’. Van Leeuwen schrijft over Mahfoez’ romans: ‘Er is ook meestal een spanningsveld tussen schijn en werkelijkheid, tussen smetteloze uiterlijkheid en het verderf dat erachter schuilgaat, tussen een hoogstaand menselijk ideaal en onbedwingbare ‘lagere driften’, en tussen het streven naar integriteit en onverbloemd opportunisme.’ Hij kenschetst de nagelaten verhalen in De fluistering van de sterren dan ook als ‘onmiskenbaar mahfoeziaans’. Ze vormen dus een mooie inleiding tot de rest van het oeuvre van Mahfoez, dat slechts voor een deel in het Nederlands is vertaald.

     

  • Arabische verhaaltraditie met westerse invloed

    Arabische verhaaltraditie met westerse invloed

    Nagieb Mahfoez (1911-2006) kreeg in 1988 de Nobelprijs voor Literatuur, als eerste Arabische auteur wel te verstaan. Hij heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan met juweeltjes als De Dwaaltocht, Tussen twee paleizen, Begin en eind en De Midaksteeg. Stuk voor stuk verhalen gecomponeerd vanuit de Arabische verhaaltraditie, maar met een westerse invloed.

    Mahfoez gooide in Duitsland op de Buchmesse in 2004 hoge ogen door de westerse invloed op de Arabische literatuur te belichten. Dit na een uitglijder van de toenmalige bondskanselier Schmidt, die vond dat de Arabische literatuur ingegeven werd door extremisme. De Syrisch-Duitse auteur Rafik Schami stelde dat hij door de Sheherezade was geïnspireerd en hij zei: ‘Vertellen betekent leven.’
    En daarom is Mahfoez een verteller uit de traditie van Duizend-en-één-nacht. Van sterrenluchten boven oude steden, waar kruiden geuren, liefdes worden geboren en een wereld schittert; een wereld die nu in beweging  is, na de Arabische lente, maar waarin de tradities onuitroeibaar aanwezig blijven. En waarin de familiebanden zo sterk zijn, dat we ons dat in het Westen nauwelijks nog kunnen voorstellen. Maar Mahfoez licht ons bij.

    We worden teruggeleid naar het Egypte van 1981. De president van Egypte is op dat moment Anwar al-Sadat. Alles in deze natie is op dat moment in beweging en Egypte staat op het punt een moderner land te worden. Mahfoez schetst ons de verhoudingen binnen een middenklassenfamilie door de gedachten en woorden van de hoofdrolspelers. Met ijzeren precisie komen ze aan het woord. De grootvader Moehtasjemi Zajid komt wijs en bijna contemplatief aan het woord. Hij vertegenwoordigt echter een wereld die eigenlijk al niet meer bestaat. Hij is soefi, een beweging die binnen het Islamitische spectrum wordt gezien als een mystieke tak, zonder veel invloed in het huidige tijdsgewricht. Zijn kleinzoon Alwaan heeft weinig tijd voor zijn grootvader omdat hij geld bijeen moet brengen voor een huwelijk met  zijn grote liefde, Randa. Randa’s  familie vindt Alwaan te eenvoudig van afkomst en na een ellenlange verloving wordt de verbintenis verbroken. Dat drijft Alwaan uiteindelijk tot een wanhoopsdaad. Randa heeft een verhouding gekregen met een rijke man uit een voorname familie, maar zij houdt niet van deze man. De geestkracht, die in de familie van Alwaan nog een rol speelt via de grootvader is verdwenen bij de familie van Randa, waar alles beheerst lijkt te worden door geld.
    Dat maakt dit boek tot een universele novelle. De grondgedachte materie, tegenover spirituele principes is een maxime waar veel filosofen al eeuwen hun hersens over hebben gepijnigd.

    Jammer, eeuwig zonde dat Mahfoez het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde. Maar wat blijft zijn zijn adembenemende vertellingen.