• Ierse en Amerikaanse intriges

    Ierse en Amerikaanse intriges

    De film Brooklyn (2015) geldt als een doorslaand succes. Deze verfilming van de gelijknamige roman van Colin Tóibín uit 2009 won drie Oscars. Dit jaar verscheen Tóibíns roman Long Island, een vervolg op Brooklyn. Beide boeken brengen zowel het Ierland van het begin van de jaren vijftig, als het New York uit die tijd via allerlei mooie en sprekende details tot leven. Het boek Brooklyn is interessanter en schrijnender dan de wat zoetsappige verfilming. Het slot van de roman roept juist veel vragen op. Met die vragen gaat Tóibín in Long Island aan de slag.

    In de roman Brooklyn woont hoofdpersoon Eilis Lacey met haar moeder en oudere zuster Rose in Enniscorthy, in zuidoost Ierland. Ze kan geen behoorlijk werk vinden. Via Rose ontmoet ze een pater uit Brooklyn, vader Flood. Hij ziet haar kwaliteiten en besluit haar te helpen. Hij regelt een baan en onderdak voor haar in New York. Tóibín schetst een prachtig beeld van de lange overtocht in de derde klasse van de oceaanstomer en van het verblijf bij een Ierse pensionhoudster en haar medebewoonsters. Het enige contact met haar familie in Ierland verloopt per brief. Eilis heeft hevig heimwee en als vader Flood dat doorkrijgt, schrijft hij haar in op een avondcursus waarmee ze haar boekhouddiploma kan halen.

    Terug voor rouw

    De pastoor organiseert van alles voor zijn parochianen, onder andere een wekelijkse dansavond. Daar ontmoet Eilis, die de problemen van aanpassing en heimwee te boven is gekomen, de jonge loodgieter Tony Fiorello, zoon van arme Italiaanse migranten. Als ze haar diploma voor boekhouden heeft behaald, krijgt ze bericht dat Rose plotseling is overleden. Totaal van de kaart gaat Eilis voor de rouw terug naar Ierland en neemt een paar beslissingen die bepalend zijn voor haar verdere leven.

    De hechte relatie via de katholieke kerk tussen de Amerikaanse oostkust en Ierland, het netwerk van de sociale controle dat twee continenten omspant, is ook een centraal motief bij andere Ierse auteurs. Bijvoorbeeld in de Quirke-verhalen van John Banville, die overigens opgroeide in Wexford, vlakbij Enniscorthy.

    Nora Webster

    In 2014 publiceerde Tóibín de roman Nora Webster, die lijkt te beginnen als een vervolg op Brooklyn. De hoofdpersoon is een weduwe van veertig met twee thuiswonende zoons en twee uitwonende dochters. Ze woont eveneens in Enniscorthy. Al in het begin zien we moeder Lacey bij Nora op bezoek komen en horen we haar een anekdote vertellen over schoonzoon Tony in Brooklyn. Nora verkoopt ook een weekendhuis aan Eilis’ broer Jack, omdat ze dat niet meer kan onderhouden. Voor de rest van de roman blijven de verwijzingen beperkt tot de namen van Rose en Eilis’ vriendin Nancy.

    Desalniettemin is Nora Webster een aanrader voor de lezers van Brooklyn en Long Island, al was het alleen al om te zien hoe de Ierse samenleving is veranderd sinds de meer dan vijftien jaar die inmiddels verstreken zijn. Nora heeft bijvoorbeeld een auto en iedereen ziet de maanlanding op tv. Belangrijker zijn de toenmalige spanningen in Noord-Ierland die op tv worden uitgezonden, waarbij het Britse leger keihard optreedt tegen de katholieke bevolking. Zagen we in Brooklyn vader Flood op te achtergrond het leven van Eilis manipuleren, in Nora Webster heeft een non, zuster Thomas, deze rol. De substantiële steun die Tóibíns vrouwen via de kerk ontvangen, heeft uiteraard ook een prijs. Ze dienen zich wel keurig aan de regels te houden.

    Vreemd Iers eendje in de bijt

    Zoals gezegd schreef Tóibín Long Island na het succes van de film Brooklyn. Het begin van dit vervolg slaat in als een bom. We zijn weer wat jaren verder, in de tijd vlak na Watergate. Eilis Fiorello, née Lacey, woont zo’n twintig jaar met Tony in een gehucht op Long Island. Ze heeft een baantje als boekhouder bij een bedrijf in de buurt, haar dochter Rosella gaat bijna studeren en zoon Larry doet het goed op de middelbare school. Tony en zijn broers hebben voor elk gezin en hun ouders een rijtje huizen gebouwd. Maar dan belt een man aan die Eilis meedeelt dat Tony tijdens een klusje zijn vrouw zwanger heeft gemaakt en dat hij het kind na de geboorte bij hen voor de deur zal deponeren.

    Vanaf dat moment begint Eilis langzaam maar zeker in te zien dat ze in de familie Fiorello niet zozeer een vreemd Iers eendje in de bijt is, als wel een volkomen buitenstaander. Met name schoonmoeder Francesca, die instrumenteel poeslief doet tegen haar schoondochter, intrigeert achter haar rug om dat het een lust is en tutta la famiglia blijkt daaraan mee te doen. Zelfs haar kinderen weten meer dan Eilis, bijvoorbeeld dat de Fiorello-clan het nieuwe ‘kleinkind’ dolgraag in zijn midden wil verwelkomen. Wat Eilis daarvan vindt, zal hun een zorg zijn.

    Wat moet ze doen? Keurig haar plaats innemen? Nee, ze grijpt de tachtigste verjaardag van haar moeder aan om een tijdje in Ierland door te brengen. Daar ziet ze ook Nancy en haar oude vlam Jim weer. We zien hoe de welvaart is gestegen. Moeder Lacey krijgt dan ook van haar dochter een koelkast, een wasmachine en een cooker.
    Overigens merkwaardig dat Tóibín dingen ‘onthult’ die bij de lezer van Nora Webster al bekend waren. Bijvoorbeeld dat Eilis’ broer Jack van Nora het vakantiehuis aan de kust heeft gekocht voor hun broer Martin.

    Verwarring

    Wie denkt dat Long Island een herhalingsoefening is van Brooklyn, heeft het mis. De nieuwe roman is – nog – beklemmender dan Brooklyn en Nora Webster omdat Eilis nu zowel in Ierland als in Amerika met intriges wordt geconfronteerd. Iedereen lijkt een verborgen agenda te hebben en zelfs een personage dat – als een grote uitzondering – haar onvoorwaardelijk steunt, blijkt deel uit te maken van het tribale complot. Eilis’ verwarring is aan het slot dan ook veel groter dan in Brooklyn. De lezer weet niet wat haar keuze zal worden. Een zoetig einde als in de film wordt bij een eventuele bioscoopversie van Long Island volkomen onmogelijk, zonder de hele roman van Tóibín geweld aan te doen.

    De auteur heeft zijn jeugd in Enniscorthy doorgebracht en de omgeving is ook het decor voor ander werk, maar die wereld is slechts een deel van zijn oeuvre. Hij heeft interessante romans gewijd aan de schrijvers Henry James en Thomas Mann. En ook een aan Maria, volgens de christelijke legenden de moeder van Jezus, en een romanbewerking gemaakt van Euripides’ Oresteia. Al deze boeken zijn door critici geprezen en met literaire prijzen bekroond.

     

  • Berlijn is vrijheid

    Berlijn is vrijheid

    De Netflix-serie Unorthodox over een jonge vrouw die zich van haar strenggelovige Joodse gemeenschap losmaakt werd in 2020 een wereldwijde hit. De serie is gebaseerd op de gelijknamige bestseller Onorthodox van Deborah Feldman (1986), waarin ze haar eigen levensverhaal vertelt tot het punt waarop ze de chassidische gemeenschap van haar jeugd de rug heeft gekeerd. Dat verhaal vervolgt ze in Exodus.

    Feldmans tweede boek is nauw verweven met het succes van Onorthodox. Kort na het verschijnen ervan in 2012 werd ze door haar uitgever gevraagd om een vervolg. In de toelichting vooraf vertelt ze over de spagaat waarin ze terecht kwam: de uitgever wilde een typisch Amerikaans verhaal over individuele bevrijding waarin velen zich zouden kunnen herkennen. ‘Amerikanen willen over zichzelf lezen, hield mijn uitgever vol. Jij vertegenwoordigt de American dream, schrijf daarover!’ Feldman zelf zat op een ander spoor. Ze voelde zich allesbehalve Amerikaans, opgegroeid als ze was ‘in een wereld die leek op een achttiende-eeuwse Europese sjetl’, met een andere taal, normen en regels. Maar ze was jong en onervaren en ging aanvankelijk akkoord met de vereisten van de uitgever. Pas na de overweldigende populariteit van de serie herschreef ze het boek. De Nederlandse vertaling is van deze nieuwe versie.

    Een eigen leven

    Lezers van Onorthodox komen in Exodus veel al bekende gebeurtenissen en anekdoten tegen, maar anders dan in haar eerste boek, schrijft Feldman dit keer geen chronologisch verhaal. Het is haar te doen om haar relatie tot de gedachtewereld waarmee ze opgegroeid is, de motieven en de geschiedenis ervan. Daarvan doet ze verslag met een innemende openheid, soms misschien net iets te gedetailleerd, maar haar verhaal is bijzonder genoeg waardoor dat niet storend is. Om zichzelf beter te begrijpen kijkt ze terug naar haar kindertijd en jeugd in de orthodox-Joodse wijk Williamsburg in Brooklyn, New York. Als dochter van een moeder die de gemeenschap – en haar – heeft verlaten en een vader met psychische beperkingen groeit ze op bij haar grootouders.

    In Exodus wil ze weten wie ze werkelijk is, een behoefte die gegeven is door haar opgroeien volgens een strak stelsel van normen en waarden die ze als feit moest aannemen. Volgzaamheid aan de leer van de Satmar-rabbijn gold als een absoluut vereiste. Vragen kon ze als meisje niet stellen, want in de streng patriarchale gemeenschap was haar rol te gehoorzamen en zich voor te bereiden op het huwelijk en een groot gezin. Van enig plezier aan het leven kon geen sprake zijn. Volgens de Satmar-stroming van het chassidisme leven de Joden na de holocaust in een post-apocalyptische tijd, wachtend op het definitieve einde en moeten ze zich lijdzaam onderwerpen aan hun positie als buitenstaander en zich zo ver mogelijk houden van de maatschappij.

    Van die patriarchale eindtijdswereldbeschouwing maakt Feldman zich beetje bij beetje vrij. Haar eerste stap is seculier onderwijs volgen, in het Engels. In de Satmar-gemeenschap is onderwijs aan meisjes beperkt, en uiteraard in het Jiddish. Als prille twintiger lukt het haar naar een college voor vrouwen te gaan, terwijl ze tegelijk een baby en een huishouden heeft om voor te zorgen. Daar maakt ze systematischer kennis met literatuur dan haar eerder gelukt was tijdens de stiekeme bezoeken aan de bibliotheek, toen ze nog bij haar grootouders woonde. Maar vooral ontmoet ze mensen die een volledig andere achtergrond hebben dan zij, en komt ze op het idee om een anonieme blog te beginnen over haar leven als chassidische vrouw. Dat blog krijgt rap bekendheid en leidt uiteindelijk tot Onorthodox.

    Ze laat Williamsburg achter zich en gaat alleen wonen, samen met haar jonge zoon. Eindelijk is ze onzichtbaar, een gegeven waar Feldman dubbel tegenover staat. Aan de ene kant is ze verlost van de, tot op het detail voorgeschreven kledingcode die haar overal herkenbaar chassidisch maakte, aan de andere kant is ze volledig alleen. Ze kent niemand, ze heeft alleen haar zoon aan wie ze zo snel mogelijk Engels leert, zodat hij zich leert redden in de maatschappij en een kind kan zijn zoals andere kinderen.

    Sporen zoeken

    Ze is als zeventienjarige getrouwd en heeft op achttienjarige leeftijd haar zoon gekregen. Als ze scheidt, treft ze een regeling met haar echtgenoot en aarzelt niet om aan een nieuw leven te beginnen. Toch wordt ze gekweld door haar achtergrond. Ze is angstig, schrikt van het minste of geringste en weet niet goed hoe gelukkig te zijn, ondanks dat ze daar nu de vrijheid voor heeft. Ze wordt achterna gezeten door haar familiegeschiedenis, vooral door wat ze er niet over weet. Zo reist ze naar Europa op zoek naar haar vooroorlogse wortels, genietend van de vrijheid te gaan waar ze heen wil en met wie ze wil. In het voorbijgaan denkt ze aan haar ex-man, die in zijn jonge jaren door Europa reisde om graven van beroemde rabbijnen te bezoeken. Zo niet Feldman: ze wordt verliefd, knoopt nieuwe vriendschappen aan, leert niet-koosjer te eten en leeft volop.

    Hoewel ze geen deel meer uitmaakt van de chassidische gemeenschap, blijft het Jodendom deel van haar identiteit. Nagenoeg de hele familie van haar grootouders is in de Tweede Wereldoorlog vermoord. Hun herkomst is weggeveegd, er is vrijwel niets meer over van de sjetls waarin ze opgegroeid zijn. Feldmans grootmoeder komt uit Hongarije, en na veel zoeken lukt het haar de graven van haar voorouders daar terug te vinden, hoe onvoorstelbaar ook. Een nog grotere verrassing wacht haar later in Duitsland, waar ze het geboortebewijs van haar overgrootvader naspeurt. Zij, die altijd aangenomen heeft wat haar verteld werd over haar gegarandeerd volledig Joodse herkomst, ervaart met een shock dat de waarheid veel ingewikkelder ligt.

    Thuis

    Tegen die tijd is ze naar Berlijn verhuisd. Jammer dat de Nederlandse uitgever de treffende ondertitel van de Engelse editie, ‘My unorthodox journey to Berlin’, niet heeft behouden, want om die reis is het Feldman te doen. Berlijn, schrijft ze, is de enige stad waar ze zich helemaal thuis kan voelen – een keus die haar vrienden met verbijstering achterlaat. ‘Hoe kun je daar als Jood gaan wonen?’ vraagt haar homoseksuele Joodse vriend, die zelf met zijn echtgenoot New York heeft geruild voor een wit, protestants plaatsje in New England. Of hij dacht dat de lokale gemeenschap hen met open armen zou ontvangen, merkt Feldman op met veel gevoel voor understatement. De ironie wil dat zij in Berlijn ook nog eens terecht komt in Neukölln, een wijk waar het gros van de bewoners een Arabische achtergrond heeft. Maar ze overwint haar aanvankelijke onzekerheid en leert de buurt kennen. Ze merkt dat er veel nieuwkomers zijn zoals zij. Voor het eerst heeft ze het gevoel dat ze ergens past.

    Als Feldman met Exodus iets duidelijk maakt, dan vooral dat er een ‘weg uit’ is ook als het onwaarschijnlijk lijkt. Het vereist geen speciale moed of ander bijzondere eigenschap, legt ze uit, alleen onverdraaglijke wanhoop. Het illustere voorbeeld is veelzeggend in zijn eenvoud: Feldman, net in Berlijn, wil haar niet-Duitssprekende zoon op een tweetalige school inschrijven, zodat hij zich minder verloren voelt in de nieuwe omgeving. Dat gaat niet zomaar, krijgt ze te horen. Er is een wachtlijst van twee jaar. Ze doet nuchter verslag: ‘Ik ging er elke dag heen en bleef voor het kantoor wachten tot ze mijn aanvraagformulier innamen. Daarna belde ik drie weken elke dag op om te zien hoe de zaak ervoor stond.’ Als lezer raad je al de ontknoping. Ze kan haar zoon de volgende maandag brengen.

     

  • Raadselen op het Spaanse platteland

    Raadselen op het Spaanse platteland

    Een jonge vrouw die haar leven in de stad de rug toekeert en een vervallen huisje betrekt in een piepklein dorpje op het Spaanse platteland. Het zou zomaar het begin kunnen zijn van een verhaal vol romantiek, maar de realiteit die Sara Mesa (1976) schetst in Een liefde staat daar ver vanaf. 

    Wat is er gebeurd waardoor de jonge Natalia, Nat genoemd, haar toevlucht heeft gezocht tot het dorp La Escapa waar ze zonder morren genoegen neemt met een weliswaar goedkoop maar ook nogal haveloos onderkomen? Waarom zegt ze er niets van wanneer de onaangename huisbaas steeds opnieuw onaangekondigd en ongevraagd haar huis betreedt en weigert om de vele gebreken van het huisje te verhelpen? Hoe is het mogelijk dat ze ermee akkoord gaat om te zorgen voor een onopgevoede en verwaarloosde hond, waarvoor ze vanwege zijn karakter geen andere naam dan Nurks kan bedenken? En waarom heet het boek in vredesnaam Een liefde terwijl de liefde in dit boek met een lampje gezocht moet worden? De raadselen stapelen zich op in deze roman, die verkozen werd tot beste roman van Spanje van 2020.

    Het vieze huisje zonder airco biedt Nat in ieder geval een tafel waaraan ze haar vertaalwerk kan doen, als ze zich daar tenminste op kan concentreren. Langer dan een of twee uur achter elkaar kan ze niet werken en de redenen daarvoor blijven lang onduidelijk. Ze besluit om een moestuin te gaan aanleggen en stort zich op het schoonmaken en schilderen van de veranda en de pergola.

    Nurks

    In het eerste deel van het boek maakt Nat kennis met de weinige bewoners uit het dorp. Ze sluit vriendschap met hippie Píter die haar waarschuwt dat haar huisbaas haar oplicht. Hond Nurks die ze via de huisbaas heeft gekregen blijkt ongevaccineerd en ondervoed en heeft oormijten en wormen. Nat besteedt een groot deel van haar budget om het dier te helpen. Píter weet steeds meer haar vertrouwen te winnen en op een dag vertrouwt ze hem toe dat ze haar baan heeft opgezegd omdat ze in een opwelling iets gestolen heeft van een van de partners van het bedrijf waar ze werkte. Ze kwam ervanaf met een waarschuwing, maar wilde niemand iets verschuldigd zijn en nam daarom ontslag. Het is een van de weinige keren dat er iets onthuld wordt uit het leven van Nat voor ze in La Escapa terechtkwam. 

    Lekkage

    Auteur Sara Mesa heeft gekozen voor het zij-perspectief en laat Nat verder vrijwel steeds opereren in het hier en nu van haar nieuwe leven. Het effect daarvan is dat je moeilijk hoogte krijgt van haar karakter en dat je je verbaast over keuzes die ze maakt, bijvoorbeeld wanneer ze te maken krijgt met flinke lekkage in het huis als het in het najaar gaat regenen. De huisbaas vindt het uiteraard zijn probleem niet. Een dorpsgenoot, die De Duitser genoemd wordt, biedt aan om het lekkende dak voor haar te repareren, maar wil daarvoor wel een heel bijzondere wederdienst: hij vraagt of Nat hem in ruil voor zijn arbeid ‘eventjes bij haar binnenlaat’. De Duitser (die eigenlijk Andreas heet) is namelijk ‘al heel lang niet meer met een vrouw geweest’. Nat laat zonder te laten merken dat ze geïrriteerd is door het voorstel weten dat ze niet van zijn werkzaamheden gebruik wenst te maken, maar wanneer het een paar dagen later toch weer pijpenstelen regent en ze niet kan slapen omdat ze steeds volgestroomde emmers moet legen, legt ze zich neer bij het bizarre ruilsysteem en laat ze Andreas zijn gang gaan.

    Wellust

    Aanvankelijk voelt ze zich na de hele transactie vies en gebruikt en schaamt ze zich, maar vervolgens ontdekt ze in het tweede deel van het boek dat ze gaat hunkeren naar het lichaam van Andreas, en ontmoeten ze elkaar vervolgens vrijwel iedere dag. De relatie tussen Nat en Andreas is hoofdzakelijk fysiek van aard, gepraat wordt er nauwelijks. In het kleine dorp weet al snel iedereen dat de twee iets hebben. De vriendschap met Píter komt even op een laag pitje te staan. Nat richt haar aandacht nu op haar bejaarde buurman Joaquín en helpt hem met de zorg voor zijn dementerende echtgenote Roberta. Ook met haar directe buren en hun kinderen krijgt ze steeds meer contact, alhoewel die tot haar verbazing te kennen geven dat ze Andreas liever niet over de vloer krijgen wanneer ze Nat wel uitnodigen voor een feestje.

    Het zorgt ervoor dat Nat ook met andere ogen naar haar minnaar gaat kijken en dat de eerste barsten in hun relatie ontstaan, maar erover praten doen ze nog steeds niet: ‘De eerstvolgende keer dat ze elkaar zien, doen ze allebei alsof ze zijn teruggekeerd tot de normaliteit, of de schijnbare normaliteit waarin ze zich tegenwoordig bewegen. Hij vraagt niet waarom ze de telefoon niet opnam. Zij vraagt niet waarom zijn busje de hele dag voor de deur stond geparkeerd. Aangezien er geen vragen zijn, zijn er ook geen antwoorden. Nats wantrouwen groeit, subtiel en slinks, behoedzaam als een kat. En dat van hem? Ze weet niet of ze het wantrouwen moet noemen, of gewoon desinteresse.’
    Aan het eind van het boek doet zich nog een akelig incident voor, waarbij ook hond Nurks betrokken is en waardoor Nat de welwillendheid verliest die ze moeizaam bij haar dorpsgenoten had opgebouwd. Na een gesprek met de enige die zich nog om haar bekommert moet ze een lastige beslissing over haar toekomst nemen.

    Een liefde is een intrigerend verhaal over een jonge vrouw die door foute keuze op verkeerde beslissing voor allerlei moeilijkheden komt te staan. Het is lastig om haar sympathiek te vinden, maar boeiend is ze zeer zeker wel. Mesa beschrijft beeldend de eenzaamheid van het landschap, waarin het silhouet van de berg El Glauco alomtegenwoordig is. De berg is de enige zekerheid in een verhaal waarin de antwoorden op de raadselen rondom het personage Nat niet pasklaar aangeboden worden, maar waar de lezer tussen de regels door zelf naar op zoek mag gaan. Mesa biedt daarvoor een mooie en intiem geschreven roman, waarin voor de oplettende lezer een fijne gelaagdheid valt te bewonderen.

     

  • Oogst week 29 – 2021

    Harlekijn

    Dit is de laatste oogst voor de vakantie, hierna gaan we freewheelend de zomervakantie door. Met een boekenpakket op de bagagedrager of in de rugzak, gelezen en gereisd zal er worden. In de zomerperiode zullen er nog enkele recensies geplaatst worden, en er is de zomerrubriek waarin medewerkers van Literair Nederland laten zien welke boeken ze deze zomer gaan lezen. Voor nu een fijne zomertijd en tot eind augustus!


    Harlekijn is het debuut van Robert Jan Heyning (1957). Heyning was verbonden aan het Noord Hollands Toneel en schreef verschillende toneelteksten. Het boek gaat over de zoektocht van een man naar zijn broer en de wereld waarin deze leefde.

    Na de zelfverkozen dood van zijn broer verkeert de ik-figuur in een staat van verdoving. Als de ik-figuur enkele maande na de dood van zijn broer aan het sterfbed van een oude vriend zit, vraagt hij zich af: Heb ik mijn broer gehoord en gezien? Heb ik hem liefgehad en heb ik hem mijn liefde laten voelen? Wat zat er achter zijn agressieve zelfdestructie?

    Het gevoel gefaald te hebben als broer, als mens, blijft op onvoorspelbare momenten vanuit het donker commentaar geven; snerend, sussend, geestig, liefdevol en cynisch. Gaandeweg begint het vermoeden te ontstaan dat de broer zijn hele leven zelf heeft bedacht, zich de werkelijkheid bedacht die hij zich wenste. En wat is de werkelijkheid?

     

     

    Harlekijn
    Auteur: Robert Jan Heyning
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Een liefde

    Een liefde is de tweede roman van de Spaanse schrijfster Sara Mesa (1976) die in het Nederlands vertaald is door Nadia Ramer. Een liefde gaat over de jonge vertaalster Natalia die de stad ontvlucht en een huisje huurt op het platteland. Ze is niet bekend met de onderlinge omgang van het plattelandsleven. De huisbaas is een onbetrouwbare man die haar een zwerfhond brengt als gezelschap. ‘Vliegen strijken neer op zijn licht opgezette buik, die bedekt is met rauwe plekken.’

    Er is een zigeuner die haar van alles verkoopt, een hippie die haar zegt wat ze wel en niet moet doen, een gekke, oude buurvrouw, een Duitser, het meisje bij de supermarkt en dan die hond, die ondanks haar goede zorgen weigert om binnen te komen. In contact met deze individuen en de hond ontstaan er misverstanden, zijn er vooroordelen die niet altijd ontkracht kunnen worden. In Spanje werd Een liefde tot beste roman van 2020 uitgeroepen. En zeker een roman voor de zomer, bij de tent of in de tuin te lezen.

     

    Een liefde
    Auteur: Sara Mesa
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Centaur

    De in Suriname geboren Chris Polanen (1963), is naast schrijver, dierenarts in de Bijlmer. Hij kwam op twintig jarige leeftijd naar Nederland, begon te schrijven uit heimwee naar Suriname. Nu is hij een schrijvende dierenarts van verhalen en columns. Centaur, zijn tweede roman speelt in de jaren negentig in Suriname, tien jaar na de staatsgreep, na de december moorden. In een interview in Parool, als hem gevraagd wordt of het een ode aan Suriname is, laat hij weten dat het dan wel een harde ode is. Polanen studeerde in die jaren aan universiteit in Suriname toen deze dicht ging besloot hij naar Nederland te gaan.

    Centaur is een roman over identiteit, verlangen en volwassen worden in Paramaribo en opent aldus: ‘De hoeven van Norbert doen het zand hoog opstuiven. Het verspreidt zich in de lucht die boven de weg trilt. Ik laat de teugels vieren en veeg het zweet van mijn voorhoofd.
    Het heeft al weken niet geregend. Gras verdort en kreken vallen droog. het zand stuift over Paramaribo en neemt de stad over. Ik wrijf in mijn ogen en spuug zandkorrels uit. In mijn haar, oren en neus laat ik ze zitten. Als een dier probeer ik me aan te passen aan een omgeving die steeds vijandiger wordt.’

     

    Centaur
    Auteur: Chris Polanen
    Uitgeverij: Lebowski
  • Mexicaanse drugswereld vanuit het perspectief van een kind

    Mexicaanse drugswereld vanuit het perspectief van een kind

    De jonge Tochtli is de hoofdpersoon in de debuutroman In het hol van de leeuw van de Mexicaan Juan Pablo Villalobos (1973). Met zijn vader, drugsbaron Yolcaut, woont hij in een zwaarbeveiligd paleis in de woestijn. Yolcaut creëert er een eigen koninkrijk vol drugs, wapens en rijkdom. Tochtli krijgt alles wat zijn hartje begeert: hij bezit een grote hoedencollectie, een playstation met alle mogelijke spelletjes en een privé-dierentuin. ‘De tijgers gebruiken we voor het opeten van de lijken. En daarvoor hebben we ook onze leeuw.’ In Tochtli’s wereld gelden twee wetmatigheden: zijn vader Yolcaut kan alles, en alles is te koop. Nu heeft het kind zijn zinnen gezet op een bijna uitgestorven dwergnijlpaard uit Liberia. Toch gaat Tochtli’s verhaal niet alleen over drugs en geweld, het gaat vooral over eenzaamheid en volwassen worden.

    Vol overgave probeert Tochtli te voldoen aan de verwachtingen van zijn vader. Hij doet zijn uiterste best ‘een echte man’ te zijn. De momenten dat hem dit niet lukt zijn de mooiste scènes uit het boek. Dan is Tochtli bijna een gewoon kind. Bíjna, want hij blijft een kroonprins in zijn vaders koninkrijk. Zijn leven speelt zich af tussen de muren van het paleis en zijn wereldbeeld wordt gevormd door de mensen die hem omringen. Hij denkt zelf dat hij 14 of 15 mensen kent. Helemaal zeker is hij niet, want van één persoon weet hij niet of hij ‘misschien al een lijk is’. En in dat geval telt hij natuurlijk niet mee. Naast de schoonmaakster, bewakers, dealers en prostituées, zijn vader Yolcaut en privéleraar Mazatzin de belangrijkste mensen in Tochtli’s leven. Deze twee totaal verschillende mannen staan voor de twee kanten van Mexico. Leraar Mazatzin is een linkse intellectueel, een idealist. Yolcaut is een keiharde drugsbaron, alleen geïnteresseerd in macht en geld. De eeuwige discussies tussen beide mannen worden door Yolcaut altijd beëindigd met een eenvoudig ‘Lul niet, Mazatzin’.

    Auteur Juan Pablo Villalobos heeft een verrassende en goede keuze gemaakt door dit verhaal over de Mexicaanse drugswereld te vertellen vanuit het perspectief van een kind. Op deze manier lukt het hem om gruwelijke thema’s met onbevangenheid en humor aan de orde te stellen. Bij vlagen is het een absurdistisch boek dat doet denken aan het werk van Miguel de Cervantes, Villalobos’ grote voorbeeld. De uitvoering had echter scherper gekund. Tochtli is nu een kind van een onduidelijke leeftijd. De ene keer handelt hij als een zeven- of achtjarige, de andere keer geeft hij blijk van inzichten van een kind van minstens elf. Villalobos heeft het zich gemakkelijk gemaakt door het boek te laten beginnen met de zin: ‘Sommige mensen vinden dat ik vroegwijs ben.’ Op deze manier rechtvaardigt hij de moeilijke woorden die Tochtli gebruikt. Woorden, die hij voor het slapengaan uit het woordenboek opdiept. Dit levert humoristische scènes op door de manier waarop Tochtli woorden als ‘erbarmelijk’, ‘smetteloos’ en ‘pathetisch’ op geheel eigen wijze in zijn dagelijkse leven gebruikt. Maar helemaal overtuigend is het niet.  Een zin als ‘Daarom mag ik de Fransen wel, omdat ze zo verfijnd zijn.’ wordt niet zo uitgesproken door een kind van acht, elf of dertien, hoe vroegwijs en bijdehand hij ook is.

    Dit punt van kritiek neemt niet weg dat In het hol van de leeuw een prachtig debuut is. In Spanje, het land waar Villalobos sinds enige jaren woont, was het een onverwacht succes en inmiddels zijn de rechten al aan tien landen verkocht. In Groot Brittannië werd het boek genomineerd voor de prestigieuze The Guardian First Book Award en stond het als eerste buitenlandse vertaling op de longlist. Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling, dat het eerste deel is van wat een trilogie moet worden over de Mexicaanse geweldspiraal.

    Toch is dit dunne boek veel meer dan een drugsroman, in het Spaans zo mooi narconovela genoemd. Het is een aangrijpend verhaal over een zoon en zijn vader. Mooi beschreven zijn het streven en het onvermogen van de vader om twee zaken te combineren: hij wil een liefhebbende vader zijn én zijn zoon voorbereiden op zijn toekomst door een echte man van hem te maken. De eenzaamheid van de zoon in zijn paleis wordt trefzeker geschetst. ‘Vandaag verveel ik me zo ontzettend dat ik er wanhopig van word, vernietigend wanhopig. Ik verveel me omdat ik nooit het paleis uit ga en omdat alle dagen hetzelfde zijn.’ Omringd door zijn playstation, zijn hoedenverzameling en de vele cadeau’s waarmee hij overstelpt wordt, is de jongen vreselijk eenzaam tussen de volwassenen en wil hij niets liever dan de goedkeuring van Yolcaut door een stoere man te zijn in de materialistische en gewelddadige wereld van zijn vader. Een hartverscheurend maar prachtig boek.