• Een genre-experiment in verbluffend mooie zinnen

    Een genre-experiment in verbluffend mooie zinnen

    Wulk is volgens Myrte Leffring (1973) een ‘niet eerder getoond genre-experiment’. Het experiment betreft een complementair tweeluik, bestaande uit een roman (proza) en een bundel gedichten. In de roman wisselen de hoofdstukken die spelen in 1996 af met de hoofdstukken die spelen in 2016. In 1996 zijn de zussen Lea en Kim op vakantie in Normandië, waar iets vreselijks gebeurt met hun moeder. Dat vreselijke voel je als lezer al vanaf de eerste dag aankomen, maar je weet niet wat. De roman is in de tegenwoordige tijd gesteld en daarin spreekt Lea haar zes jaar jongere zus Kim aan. In de hoofdstukken die spelen in 2016 zoekt Kim per telefoon contact met Lea. Ze hebben elkaar meer dan vijftien jaar niet gesproken. Deze teksten zijn geschreven in de verleden tijd en ook vanuit het perspectief van Lea. 

    Daarbij is er een bundel met gedichten. De gedichten corresponderen met de hoofdstukken uit het prozaboek, zowel die uit 1996 als die uit 2016. Leffring gebruikt bij iedere prozatekst en het complementaire gedicht hetzelfde motto. Achterin de boeken schijft ze: ‘Zo kunnen de romanhoofdstukken en de gedichten in hun onderlinge samenhang worden gelezen en geïnterpreteerd.’ De lezer wordt dus uitgenodigd tot een vergelijking van beide genres. 

    Eerst proza dan het gedicht

    We beginnen met de roman. Romanfiguur Lea houdt een schrift bij waarin ze regels noteert, regels ‘die zo waar en zo beeldend zijn dat je ze op geen enkele andere manier zou kunnen verwoorden.’ Daarna wordt het eerste gedicht gelezen en zo ging het door,  eerst een romanhoofdstuk lezen en daarna het corresponderende gedicht. Deze leeswijze bepaalt voor een deel de waardering voor dit genre-experiment. Want wat als eerst de gedichten werden gelezen en daarna het proza? 

    Het verhaal van de twee zussen en de moeder is door de afwisseling tussen 1996 en 2016 niets minder dan suspense. Wat is er in 1996 precies gebeurd. Waardoor zijn de zussen van elkaar verwijderd in de loop der tijd. Wat is er met hun moeder aan de hand. Je vermoedt van alles, maar als een volleerd detectiveschrijver houdt Leffring de kaarten tegen de borst. Hoofdstuk na hoofdstuk ontstaat een volledig beeld van wat er heeft plaats gevonden. De zussen zijn zeer nauw bij elkaar betrokken en aan elkaar overgeleverd. Lea droomt dat ze een Wulk is, een schelpdier. Haar zus Kim maakt in de schelp een gaatje, haalt er een kettinkje doorheen en hangt het om haar hals, zodat hun hartenklop één wordt. Lea voelt zich verantwoordelijk voor haar Kim. Ze worden verwaarloosd door hun moeder en strijden bij haar om aandacht. Vader Erik en diens nieuwe vriendin spelen een ondergeschikte rol. Het is een aangrijpend verhaal over zusterliefde, inclusief haat en strijd en mimetische elementen. Lea verwijt haar moeder dat ze hun leven niet ontraadselt en ontrafelt, zoals een echte moeder doet. Ze is dan ook lange tijd onwetend van wat er met haar moeder aan de hand is.

    Poëzie als samenvatting

    De prozastukken die in 2016 spelen beginnen met een poging van Kim om contact met Lea op te nemen. Dat brengt bij Lea een enorme spanning teweeg. Ze is bang dat haar zus na al die jaren achter het geheim is gekomen dat Lea sinds 1996 met zich meedraagt. Als lezer zit je meteen middenin het verhaal en je wilt doorlezen. Het doorlezen werd echter onderbroken door de manier van lezen: na ieder prozahoofdstuk, het corresponderende gedicht lezen, waarmee de spanning even werd opgeschort.

    Dan komt de vraag: wat voegen die gedichten toe. Zinnen uit de prozateksten komen geheel of gedeeltelijk terug in het corresponderende gedicht. Af en toe produceert Leffring een zin in een gedicht die heel mooi, kort en bondig een paar alinea’s proza vervangt. Zo dicht ze bijvoorbeeld ‘aarzelvragen en maalgedachten tuimelen in de droogtrommel van mijn hoofd’, als verwoording van een lap prozatekst waarin Lea zich zorgen maakt en niet weet wat ze moet doen. De gedichten zijn te lezen als een soort samenvatting van de prozateksten. Wellicht heeft Leffring er meer mee bedoeld dan dat. Tijdens het lezen van het proza ontstond na een paar hoofdstukken de vraag welke regels daaruit in het corresponderende gedicht terug zouden komen. Vaak was dit niet moeilijk te raden. Of de bundel gedichten op zichzelf zou kunnen staan is achteraf niet te zeggen. Ze zijn niet meer op zichzelf te lezen nadat de prozateksten gelezen zijn. 

    Niet helemaal duidelijk is waarom de prozateksten als ondertitel ‘Vallen’ hebben en de gedichten ‘Opstaan’. Het is bepaald niet zo dat de prozateksten aangeven waar het verkeerd ging tussen de twee zussen en de gedichten hoe ze er samen uitkwamen. Die tweedeling is er niet uit te halen. Maar wat dan wel.

    Leffring hoopt dat haar boek als genre-experiment ‘breed zal worden ingezet’: als lesmateriaal op middelbare scholen, als gespreksonderwerp voor leesclubs, als uitgangspunt voor een literaire workshop in boekhandel of bibliotheek. Waar het prima voor gebruikt kan worden. Wel roept het vragen op als: Is proza zeggen en poëzie zwijgen, zoals een leerboek Nederlands van 5-havo samenvat? Dichters gebruiken ingedikte taal, zij zeggen veel met weinig woorden, maar zeggen dichters ook alles. En is wat er mist in de gedichten, te lezen in de roman.

    Een moment van reflexie

    Wat dit experiment van lezen heeft opgeleverd, is dat de gedichten een adempauze geven, een moment van reflectie tussen de spannende prozateksten in. Verder voegen de gedichten in deze tweeluik weinig toe. Ze herhalen te veel zinnen en gedachten uit de prozatekst om mijn gedachten over het verhaal op een ander niveau te brengen of over een andere boeg te gooien. Misschien was de verwachting van de poëzie te hoog. Het proza kan wel op zichzelf staan. Myrtle Leffring is begonnen als dichter en dat lees je terug in de prozateksten. Haar prozaverhaal overtuigt meteen door de heldere en soms verbluffend mooie zinnen. 

    WULK van Myrte Leffring overtuigt maar gedeeltelijk als genre-experiment, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van het boek als geheel. Is het een genre-experiment voor Leffring zelf, heeft ze willen bepalen of ze ook proza kan schrijven? Dan is ze met lof geslaagd. Ze drukt zich in proza namelijk even adequaat uit als in poëzie. De schrijfster verwoordt een tedere en tegelijkertijd heftige relatie tussen zussen onderling en hun specifieke relatie met hun teloorgaande moeder. En dat alles in een heldere en trefzekere stijl, soms gebruik makend van de nieuwste, door jongeren gebezigde uitdrukkingen, zonder onnodige uitweidingen die de plot compliceren. Ik denk dat Leffring er in haar proza in slaagt regels te schrijven die op geen enkele andere manier verwoord hoeven te worden. Dit boek is het eerste levensvatbare prozakindje van dichter Myrte Leffring. Ze kan het. Een aangrijpend boek, dat is het.

     

     

  • Oogst week 48 – 2022

    Wulk – Vallen – Opstaan

    Myrte Leffring (1973) is dichter, hoofdredacteur van poëzietijdschrift Awater en geeft schrijfcursussen poëzie. Van haar hand verschenen gedichten in diverse tijdschriften en zij treedt op festivals en andere podia op met het lezen van haar werk, al of niet begeleid door een pianist. In 2015 verscheen haar debuutbundel Om je schouders hang ik de nachten, en in 2016 haar tweede bundel, De tere bloemen van het verstand.  

    Uitgeverij De Meent heeft nu een tweeluik van Leffring het licht doen zien, waarvan het ene boek, Vallen, een roman is en het andere, Opstaan, een poëziebundel. Ze vertellen hetzelfde verhaal. De twee paperbacks zijn samengevoegd in een kartonnen stofomslag. De roman is Leffrings prozadebuut.

    De onbewogen advocaat Lea Noorderveen krijgt een bericht van haar jongere zus Kim met wie ze al jarenlang geen contact meer heeft. Twintig jaar eerder verdween hun moeder tijdens een zomervakantie in Normandië. Lea heeft een drukke baan met een mooi kantoor en een ruim appartement en heeft de herinneringen en gevoelens over het gebeuren in Normandië effectief weten te verdringen. Door het hernieuwde contact met Kim wordt duidelijk waarom de zussen elkaar zo lang niet hebben gezien en welke rol hun vader, die het gezin had verlaten, heeft gespeeld. Vallen vertelt het verhaal, Opstaan gaat over wat er is verzwegen. De hoofdstukken en gedichten kunnen apart gelezen worden maar ook gelijklopend aan elkaar.

    Wulk - Vallen - Opstaan
    Auteur: Myrte Leffring
    Uitgeverij: Uitgeverij De Meent

    Licht in het duister – Veertien historische miniaturen

    In de novelle-achtige vertellingen uit Licht in het duister van Stefan Zweig (1881-1942) staat steeds een bijzondere historische “persoonlijkheid” centraal, waaronder Cicero, Händel, Dostojevski en de Marseillaise, aan de hand waarvan Zweig historische momenten in de geschiedenis belicht.

    Zweig zegt dat als er in de kunst een genie opstaat, dit zijn tijd overleeft en lotsbepalende momenten in de geschiedenis teweegbrengt die grote invloed op de mensheid hebben. Hij noemt dat kantelmomenten of Sternstunden ‘omdat ze al schitterend en onveranderlijk als sterren de nacht van de vergankelijkheid verlichten’. Ze zijn bij toeval ontstaan en voor tientallen of honderden jaren ‘van beslissende betekenis’, zo staat in het voorwoord te lezen.

    Stefan Zweig was een echte Europeaan, ingebed in het Europese culturele en intellectuele leven. Europa was voor hem één gemeenschappelijk en samenhangend cultuurgebied en hij reisde er haast onafgebroken in rond. Zo bezocht hij onder meer Nederland, België, Zwitserland, Duitsland, Italië en Groot-Brittannië.

    Zijn literaire productie is groot. Zweig schrijft novellen, romans, essays, gedichten en artikelen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkt hij een tijdje als correspondent in het neutrale Zwitserland. Als in 1933 de nationaalsocialisten in Duitsland aan de macht komen verhuist Zweig, van Joodse afkomst, naar Londen. In 1941 vertrekt hij met zijn vrouw naar Brazilië. In 1942 kiest het echtpaar voor de vrijwillige dood, uit verdriet over de vernietiging van Europa, dat nooit meer zou zijn zoals het was.

    Licht in het duister - Veertien historische miniaturen
    Auteur: Stefan Zweig
    Uitgeverij: Uitgeverij IJzer

    Ruimte

    Meer dan een miljoen Nederlanders wil een boek schrijven. Uitgeverij Atlas Contact geeft voor hen de reeks ‘De literaire gereedschapskist’ uit, waarin nu de delen Tijd en Ruimte zijn verschenen. Eerder dit jaar al verscheen Plot. Schrijver ervan is Louis Stiller, onder andere redacteur, journalist en schrijver van essays, scenario’s en non-fictie. Hij ontwikkelde ‘De Schrijfbibliotheek’, een serie waarmee diverse schrijvers hun vakmanschap en schrijfinzicht kunnen verdiepen en vergroten.

    Een verhaal vertellen kan op veel manieren. In Tijd behandelt Stiller structuren als de cirkelvertelling, het lineaire verhaal, de spiraalvorm en andere. Hij besteedt aandacht aan het tempo, welke uitwerking heeft welk tempo, aan de wijze waarop flashbacks en flashforwards worden gebruikt en de mate waarin je deze elementen met elkaar kunt verweven.

    In Ruimte stelt hij aan de orde wat het belang is van de omgeving, hoe landschap het verhaal sfeer kan geven, waarom de binnen- en buitenruimte ertoe doet. Hoe kan de ruimte het drama in het verhaal versterken?

    De Schrijfbibliotheek richt zich op de middelen waarvan de schrijver zich bedient: personages, scènes, plot, tijd, ruimte en showing of telling. De boeken uit deze serie zijn voorzien van voorbeelden en tips uit de wereldliteratuur, uit films en andere verhalende kunsten en bevatten interviews met gerenommeerde schrijvers.

    Ruimte
    Auteur: Louis Stiller
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Woordnacht en literair gedreven initiatiefnemer Hans Sibarani


    In het weekend van 13 en 14 april gaat de derde editie van het Rotterdamse literaire festival Woordnacht van start. Waar andere grote steden als Den Haag, Amsterdam en Utrecht een lange traditie kennen met groots opgezette literaire evenementen, is Woordnacht een betrekkelijk jong maar ambitieus festival in ontwikkeling. Het concept voor dit festival werd in 2014 door initiatiefnemer en huidig festivaldirecteur Hans Sibarani ontworpen. Literair Nederland ging in gesprek met Sibarani over zijn ideeën en drive achter dit festival, over Rotterdam als literaire stad en over de betekenis van literatuur in deze tijd.

    We spreken af bij café Floor aan het Schouwburgplein in Rotterdam. Het is een zaterdag met zomerse intenties, de dag ook waarop de Marathon van Rotterdam gelopen wordt. Sibarani zit in de achtertuin van café Floor op het terras. Hij oogt een tikje vermoeid, zoals een organisator kan ogen wanneer de organisatorische afronding van een ambitieus festival zijn einde nadert. De grote lijnen zijn uitgezet, de invulling gedaan; nu nog de puntjes op de i.

    Eerst komen we te spreken over de Rotterdamse schrijfster Anna Blaman (1905-1960) die Hans Sibarani weer onder de aandacht bracht door in 2005 de Stichting ‘Ram Horna’ op te richten, vernoemd naar een wel zeer bijzonder verhaal van Blaman. Hij zette de schrijfster weer op de kaart van het Nederlandse literaire landschap. ‘Ze was weggezakt, niemand kende haar meer en dan is het heel fijn als iemand weer terug is. Ze is nu wel een icoon voor de stad.’
    Er was al een driejaarlijkse Anna Blamanprijs. In 2010 kwam daar het Anna Blamanmonument bij en de jaarlijkse Anna Blamanlezing, die nu onderdeel is van het festival. ‘In 2016 hebben we nog het proces tegen haar gereconstrueerd en opgevoerd in het Arminiusgebouw. Ik heb het typoscript bewerkt, Fred van der Hilst regisseerde en Anne Vegter speelde Blaman.’ Het ging over het tot een schandaal uitgelopen Boekentribunaal waarin Anna Blaman de gedaagde was maar waarin het niet over haar schrijverschap ging maar over haar seksuele geaardheid en gender.

    Vanwaaruit is dit literaire festival ontstaan?
    ‘Een paar jaar geleden werd in een Letteren-overleg geopperd: Rotterdamse schrijvers zouden ’s avonds hun werk kunnen presenteren. Maar alleen een keuze uit eigen werk lezen leek me een gemiste kans. Dus: Waarom geen festival? Het hing in de lucht. Ik heb toen een programmaconcept ontwikkeld waarbij er vanaf het Centraal Station tot aan in ieder geval de Witte de Withstraat, een route loopt met verschillende literaire activiteiten in verschillende instituten zoals het Goethe instituut, en Chabot museum. Het was ook belangrijk om naast Rotterdamse auteurs de literatuur naar Rotterdam te brengen. Het kreeg toen al de basisvorm die het nu nog heeft.’ In het tweede jaar werd stichting Woordnacht opgericht, het festival wordt nu met acht andere teamleden georganiseerd.

    Er zijn 13 verschillende locaties waar het festival zich afspeelt. Dat is veel.
    Sibarani knikt instemmend: ‘Dat is inderdaad het concept, meerdere locaties. Het is ook wel ontstaan vanuit het idee dat festivals steeds meer de rode loper gingen uitleggen voor hun bezoekers. Wij willen bezoekers juist kritischer maken, ze moeten zelf een keuze maken en het niet voorgeschoteld krijgen. Het aanschuiven bij een debat of interview kan voor de bezoeker veel opleveren. Maar ik ben me ervan bewust dat het keuzestress kan opleveren. En dan, denk ik, vooral vanwege de gelijktijdige programmering op 13 locaties.’

    Er zijn 70 schrijvers maar niet iedereen zit er in zijn hoedanigheid van auteur.
    ‘We hebben verschillende schrijvers gevraagd in een andere rol dan het publiek van ze gewend is. Er zit wel iets rechtvaardigs in als er een kant belicht wordt die anders nooit aan de orde komt bij een schrijver. Zo staat Raoul de Jong als lichtvoetig auteur bekend maar hij is ook een denker en dat komt minder naar voren. Hij kan vanuit een heel andere hoek vragen stellen aan Karin Amatmoekrim (in het programma De nooit gepeilde diepte).’

    In het vaste programma onderdeel Debutanten leidt dichteres Peggy Verzett het gesprek tussen een gevestigd auteur en een beginnend auteur. Dit jaar is Arthur Japin de gevestigde auteur en werkt Daan Doesborgh aan zijn debuut.
    Schrijver Kluun zit er niet om over zijn boeken te praten maar om zijn meningen over het boekenvak in een debat uiteen te zetten.
    ‘Kluun verwacht dat er niet meer gelezen wordt. Hij gelooft dat over een tijdje boeken een elitaire aangelegenheid zijn.’ Waarop Sibarani mij vraagt wat ik daarvan denk. Hij merkt dat mensen in zijn omgeving boeken wegdoen. In mijn omgeving zie ik juist dat meer jonge mensen aan het lezen slaan. Maar misschien wil ik dat liever geloven dan dat boeken zullen verdwijnen, of erger; lezen een elitaire aangelegenheid wordt. Het maakt in ieder geval nieuwsgierig naar de uitkomst van Het grote geld debat.

    Een deel van het programma draagt het thema postkoloniale literatuur. Waarom dit thema?
    ‘We zijn in de aanloop naar 70 jaar onafhankelijkheid van Indonesië, dan moeten we het nu ook als thema pakken. Er zijn veel maatschappelijke discussies die daarop aanhaken. De tijd is er dan opeens rijp voor om zo’n thema aan te snijden. Daarbij kan het koloniale tijdperk pas echt een plaats krijgen door postkoloniale literatuur. Ik vind dat literatuur handvatten biedt tot verdieping, tot een meer dimensionale manier van kijken, het debat meer relateert aan de realiteit. Ik hoop ook dat iets de discussie gaat overstijgen, dat het meer van twee kanten bekeken kan worden. Niet in de schuld blijven hangen maar op een of andere manier verder komen. Dat zou mooi zijn als postkoloniale literatuur dat kan bewerkstelligen. En ja, het is spijtig dat Alfred Birney er niet bij kan zijn. Hij heeft toegezegd maar kreeg een zware griepaanval en moest afzeggen. Er wordt natuurlijk naar gevraagd waarom hij er niet is.’

    Ligt achter dit festival als organisator ook een grotere missie om bezoekers meer met literatuur in aanraking te brengen?
    ‘Iemand vroeg me: ‘Moet je nu gelezen hebben om naar dit festival te gaan?’ De praktijk is dat mensen die lezen er wel heen gaan. Het kan zijn dat mensen die alleen Kluun hebben gelezen en op Woordnacht afkomen, daardoor de literatuur gaan ontdekken. Maar de verwachtingen moeten wel realistisch blijven. Een interview, een voordracht is mooi maar het mag ook meer zijn. Het zou mooi zijn als de achterkant van de literatuur zichtbaar wordt.’
    Sibarani over het slotdebat op de vrijdagavond, Andermans huid. ‘Mag bijvoorbeeld een man in de huid van een vrouw kruipen. Daar is discussie over. Wat vind jij, mag je als schrijver in de huid van een ander kruipen?’ Ja, stamel ik, verrast over de vraag. Het lijkt me onvermijdelijk. ‘Het heeft natuurlijk met vrijheid te maken. Voor het debat hadden we Adriaan van Dis en Karin Amatmoekrim en daar moest nog een derde bij. Ik kwam uit op Stephan Sanders, die nu een religieuze ontwikkeling doormaakt. Dat maakte het kloppend voor mij. Sanders zegt dat het voor hem te maken heeft met afkomst, identiteit en zijn adoptie: welke verhalen zijn van mij? In het slotdebat brengt Sanders die religieuze elementen er misschien wel in waardoor het een heel andere discussie kan worden.’

    Hoe is je eigen postkoloniale beleving en heeft de literatuur daarin iets betekend?
    ‘Ik heb er wel een ontwikkeling in doorgemaakt want ik kom ook uit twee culturen. Als je uit twee culturen komt is er de vraag waar je bij hoort. Eerst denk je ‘ik ben een mix’ en dat is het. Dan vraag je je af ‘ben ik de ene of de andere cultuur?’. Ik ben hier geboren en ben dus een Nederlandse Indo. Literatuur helpt me wel op  die manier dat ik vanuit een metafoor of als iets heel exact beschreven is een schok van herkenning kan krijgen.’

    Wat zijn je favoriete schrijvers?
    Sibarani lacht en vertelt over een avond met kerst, toen dit een vraag bleek om het ijs (in gezelschap) te breken. ‘Daar ontdekte ik dat mijn favoriete schrijvers bijna allemaal bij de letter B staan: Balzac, Baldwin, Blaman, Beckett, Bordewijk, Jan Cremer, Camus, Paul Bowles en Muriel Spark. Balzac en Bordewijk vind ik prachtig maar mijn meest favoriete schrijver is Paul Bowles. Een programma-onderdeel van Woordnacht is de graphic novel. Viktor Hachmang heeft Blokken van Bordewijk verstript. Dat is heel experimenteel geworden in de illustraties.’

    Poëzie op muziek en verstript
    Sibarani praat enthousiast over verschillende programma onderdelen. ‘Ik denk aan de gedichten van Peter Holvoet-Hanssen die op muziek zijn gezet. Die gedichten van Holvoet zijn heel associatief en ik ben heel benieuwd hoe dit zal uitpakken. Ik heb geen flauw idee.’ De voorstelling wordt uitgevoerd door vijf musici van AKOM, Patty Trossèl (La Pat) en de dichter zelf. Illustrator Gemma Plum heeft gedichten van Myrte Leffring verstript.
    ‘Van Myrte en Gemma heb ik het proces meegemaakt. En het viel me op dat ze er bij deze (3e) editie helemaal in zitten; je merkt gewoon dat er meer focus is tijdens dit festival. Vorig jaar was het ook goed, maar anders. Bij Gemma en Myrte was dit tijdens het proces te zien, dat ging met veel passie.’
    Leffring zal voordragen uit De tere bloemen van het verstand terwijl de verstripte gedichten getoond worden. Een genummerde exclusieve zeefdruk van een gedicht is ook te koop.

    Engagement in de Pauluskerk.
    ‘Je zoekt bij alle locaties toch wel een signatuur die erbij past. Wat ik mooi vind is dat er een appèl wordt gedaan op de spoken word dichters: het gaat om engagement en overstijgt het ego. Nu worden er brieven geschreven in het onderdeel ‘Dit is de nachtpost’. Uitgangspunt vormt het gedicht van W.H. Auden die de dynamiek toonde van de moderne Britse posterijen, This is the Nightmail.’ Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin zal zaterdagavond het programma in de Pauluskerk rondom spoken-word, literaire performance en engagement openen.
    ‘Performer Justin Samgar heeft eerder gedichten over krijgerschap gedaan op een soundtrack van Philip Glass (Mishima). Dat gaat hij opnieuw doen. Maar dan op de soundtrack van de film Jackie (over Jacqueline Kennedy). Dan krijg je een hele aparte performence. Het is heel spannend, heel bijzonder. Dat sluit de avond af.’

    Sibarani kijkt verwachtingsvol uit naar de verschillende programma-onderdelen, zoals de debatten en de onderdelen met het thema postkoloniale literatuur. Ook wordt er al een lijntje getrokken naar de volgende Woordnacht: ‘Voor volgend jaar lijkt het me mooi als er een Vlaams/Nederlandse uitgeversbeurs zou komen.’

     

     

     

     

    Woordnacht, 70 auteurs, 13 locaties, 2 dagen.