• Oogst week 39 – 2024

    Oogst week 39 – 2024

    Een van ons

    De zwarte Amerikaanse schrijver Richard Wright (1908 – 1960) is vooral bekend van zijn in 1940 verschenen klassieker Native Son. Native Son, dat in 1989 bij uitgeverij Wereldvenster verscheen als Zoon van Amerika, is nu bij uitgeverij Van Oorschot verschenen als Een van ons.

    Een van ons gaat over de Bigger Thomas, een kansarme zwarte jongen die uitgroeit tot een moordenaar en veroordeeld wordt tot de elektrische stoel. Wright kon zich goed inleven in de achtergrond en omgeving van zijn hoofdpersoon. Hij schreef Een van ons als aanklacht tegen de maatschappelijke omstandigheden van veel zwarte jongeren uit die tijd.

    Wright werd in 1908 in armoede geboren in de Amerikaanse staat Mississippi. Ondanks de erbarmelijke omstandigheden en gebrek aan kansen gedurende zijn jeugd, ontwikkelde hij zich tot schrijver en kon daarvan leven. Hij verhuisde in 1947 naar Parijs, moe van het eeuwige racisme in de Verenigde Staten.

    Een van ons
    Auteur: Richard Wright
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Een zoon van Amerika

    Dit jaar is het 100 jaar geleden dat James Baldwin (1924 – 1987) werd geboren. Niet toevallig dus dat deze zomer niet alleen de roman Giovanni’s kamer, maar ook diens non-fictiedebuut opnieuw is uitgegeven: Een zoon van Amerika (Notes of a Native Son), een essaybundel die in 1955 verscheen.

    De essays beschrijven niet alleen de grote klasseverschillen in de Verenigde Staten in de twintigste eeuw tussen zwart en wit, maar gaan ook in op de discriminatie en problemen van homoseksuelen.

    Baldwin was een bewonderaar van Richard Wright. Hij was in ’48 naar Parijs verhuisd. Daar leerde hij Wright kennen en raakten de beide schrijvers bevriend. Uit bewondering voor Wright refereert Baldwin met de titel Notes of a Native Son aan Wrights boek Native Son. De Nederlandse vertalers van Native Son hielden deze referentie in ’89 aan en vertaalden het boek als Zoon van Amerika. Het is nu bij Van Oorschot verschenen als Een van ons (zie hiervoor).

     

    Een zoon van Amerika
    Auteur: James Baldwin
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus

    De laatste walvis

    En we blijven in Amerika.

    In aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen verschijnen overal tal van duidingen, analyses en vooruitblikken die ons inzicht trachten te geven in het Amerika van nu. Daartussen zit ook De laatste walvis van de Vlaamse journalist en VRT-correspondent in de Verenigde Staten, Björn Soenens.

    De proloog van De laatste walvis begint als volgt: Om het heden te begrijpen en de toekomst aan te kunnen, moeten we het verleden induiken. Om vervolgens aan te geven dat de mensen die daadwerkelijk iets van de Amerikaanse geschiedenis afweten, zich op dit moment ernstige zorgen maken. ‘Het stormt in Amerika.’

    Soenens schrijft in diezelfde proloog: ‘Ik heb tijdens de afgelopen twee presidentstermijnen in de VS de politiek de werkelijkheid zien verdringen. Waarheden en feiten dringen niet door tot de geest van mensen die gevoel boven verstand plaatsen. Vooral Amerikanen hebben nog wel eens de neiging tot zelfbedrog. Ze geloven graag dat ze zijn wie ze graag zouden wíllen zijn. In de spiegel zien ze iets anders en dat steekt. Volksverlakkers teren op de onzekerheid, de woedende gevoelens en de paranoia van hun kiezers. Veel Amerikanen bereiden zich daarom voor op de dag dat geweld en burgeroorlog in hun ogen onvermijdelijk worden. Het land heeft een breekpunt bereikt. Het is lang niet de eerste keer.’

    Voorwaar geen vrolijke kost. Maar wel de moeite van het lezen waard. De laatste walvis werpt een licht op de huidige ontvlambare situatie in Amerika.

     

     

    De laatste walvis
    Auteur: Björn Soenens
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers
  • Tijdloze verhalen over buitenstaanders en angsten

    Tijdloze verhalen over buitenstaanders en angsten

    Andrew Leander belandt na een lange busreis dronken en verward in een stationsrestauratie. Hij weet niet waar hij is en ‘hij had geen nauwkeuriger besef van de tijd dan ergens tussen middernacht en ochtend. Wel wist hij dat hij het zuiden had bereikt, maar dat hij nog vele uren zou moeten reizen voor hij thuis was’. Zijn toestand is nauwelijks beter als de restauratie gaat sluiten: ‘Hij had zin om naar buiten te gaan en zijn stem te verheffen en in de nacht te zoeken naar alles waarnaar hij verlangde’. In de pagina’s tussen het betreden van de eetgelegenheid en de sluiting ervan heeft de auteur van het verhaal, Carson McCullers, ons meegenomen in de mijmeringen van Andrew over zijn twintig levensjaren tot nu toe. Zeventien ervan bracht hij door in een stad in de staat Georgia – het doel van zijn busreis – en drie in New York. Jaren van eenzaamheid en treurig verlangen met maar een paar vrienden aan wie hij zich nauwelijks durft toe te vertrouwen. Maar ook een jeugd met muziek als troost.

    ‘Zonder titel’ staat er boven het verhaal. Het is één van de twee langste uit Alle verhalen van Carson McCullers, negentien in totaal. Net als ‘Zonder titel’ zijn ze geen van alle echt autobiografisch, maar in alle zijn wel episodes en sferen uit het leven van de schrijfster te herkennen.

    Reuma

    McCullers (1917 – 1967) werd geboren in Columbus in Georgia. Ze bleek al vroeg een talentvol pianiste. Haar moeder was ervan overtuigd dat Carson grote roem zou oogsten op de wereldpodia en oefende daarvoor grote druk op haar uit. Haar droom bleek onhaalbaar toen ze reuma kreeg. Een aanvankelijk verkeerde diagnose en dito behandeling bezorgden haar een lang ziekbed, dat ze lezend doorbracht met grote schrijvers als Dostojevski, Proust en Joyce. Ze ging, net als haar geesteskind Andrew hierboven, naar New York, waar ze een cursus creative writing volgde.
    Ook de reuma en de mislukte concertcarrière zijn in haar verhalen terug te vinden. Zoals in ‘Wunderkind’, haar eerste in een tijdschrift gepubliceerde stuk, geschreven onder haar meisjesnaam Smith, toen ze zeventien was. In dat verhaal verschijnt pianiste Frances op haar pianoles met ‘trillende pezen die van haar knokkels naar beneden liepen, de zere vingertop omwikkeld met een vuile pleister die omkrulde’. Haar (van geboorte Duitse) docent blijft maar zeggen dat ze een ‘Wunderkind’ is. Het is een prestatiedruk waaronder Frances uiteindelijk bezwijkt.

    We herkennen McCullers’ huwelijkservaringen – ze trouwde twee keer met James R. McCullers wiens achternaam ze bleef voeren – in ‘Moment van het uur erna’. Het beschrijft een echtpaar dat elkaar met de whiskyfles steeds in de buurt afwisselend liefheeft en haat en de leegte tussen hen bevecht.

    Eenzaamheid

    McCullers schuwde geen enkel onderwerp. Toen ze drieëntwintig was verscheen haar eerste roman die haar blijvende bekendheid zou bezorgen, The Heart is a Lonely Hunter (In Nederland verschenen als Het hart is een eenzame jager) over eenzaamheid, afwijzing en verlating, over seksuele geaardheid, rassendiscriminatie en klassenverschillen. Opnieuw werd ze een wonderkind genoemd. Haar tweede roman, over homoseksualiteit binnen het leger, zorgde voor veel beroering. In totaal schreef ze vijf romans voor ze in 1976 stierf aan een hersenbloeding.
    De vijf romans zijn allemaal vertaald door Molly van Gelder deze bundel verhalen ook van een nawoord voorzag. Ze schrijft onder meer dat McCullers zich verbonden voelde met het eenzame bestaan van mensen die buiten de maatschappij vallen door hun uiterlijk of hun sociale status. Zelf was ze wit, maar ze voerde zwarte personages met evenveel inlevingsvermogen op als witte.

    Hoewel haar concertloopbaan mislukt was, bleef muziek één van McCullers’ liefdes. In bijna elk van de negentien verhalen komt die dan ook terug, hetzij in personages die musici zijn, hetzij in op de muziek geïnspireerde beeldspraak of vergelijkingen. Dat betreft dan vooral klassieke muziek en fuga’s van Bach in het bijzonder. Als zijn ex-vrouw Elizabeth in ‘Tijdelijk verblijven’ een prelude en fuga van Bach speelt, zoals ze dat vroeger deed, confronteert deze muziek John Ferris bijvoorbeeld met zijn manier van omgaan met mensen. Ze hebben elkaar acht jaar niet gezien, Elizabeth is hertrouwd en John heeft eveneens een andere, onduidelijke, liefde. Ze zien elkaar een paar uur bij Elizabeth en haar gezin thuis. Met als kantelpunt het stuk van Bach dat zij speelt. John wordt overvallen door het gevoel dat hij bij niemand meer echt hoort.

    Koning

    De verhalen snijden ernstige zaken aan en zetten in enkele bladzijden een krachtige psychologie neer van de betrokkenen, zoals in het geval van genoemde John Ferris ten huize van Elizabeth in deze zin: ‘Zijn eigen leven leek zo eenzaam, een broze zuil die niets meer draagt, tussen de brokstukken van de jaren’. Toch hebben de verhalen een lichtheid van toon die ze soms des te tragischer maakt. Een ontroerend voorbeeld daarvan is ‘Madame Zilensky en de koning van Finland’. Het hoofd van een muziekopleiding, Brook, heeft madame Zilensky als docent binnengehaald. Ze is erg goed in haar werk – ze is tevens componist van symfonieën – maar Brook ontdekt geleidelijk aan dat ze een pathologische leugenaar is als het gaat over haar leven. Zo zou ze zelfs de koning van Finland in een slee hebben zien passeren. Als Brook haar vertelt dat Finland geen koninkrijk is en haar verhaal dus niet waar kan zijn, vlucht ze in nieuwe leugens. Tot Brook zelf een draai maakt door te zeggen: ‘Ja. Uiteraard. De koning van Finland. Aardige man?’

    Iets dergelijks gebeurt in ‘Een boom, een steen, een wolk’. Daarin treft een twaalfjarige krantenbezorger op de vroege morgen in een streetcar café een man die over een bierpul gebogen zit en plotseling een gesprek met de jongen begint over liefde. Hij laat daarbij foto’s zien van de vrouw die jaren geleden bij hem is weggegaan. Liefde is voor hem een theorie geworden. Hij doet zijn verhaal tegen de krantenjongen terwijl de barman de twaalfjarige meewarig probeert te waarschuwen voor deze gek. Nadat hij is vertrokken vraagt de jongen aan de barman of hij dronken was of een mafkees: ‘Of toch niet?’

    Tenslotte is er het tweede lange verhaal, het aangrijpende en diep tragische ‘Wie heeft de wind gezien? Ken Harris, de schrijver van één bejubelde en een daarop gevolgde mislukte roman, verkeert in een writer’s block en raakt steeds verder geïsoleerd in dronkenschap en wanhoop en zelfs waanzin. Zijn vrouw verlaat hem omdat ze zijn gedrag niet meer aan kan. Schokkend is de passage waarin hij op een leeg vel de letters x en r tikt om maar tikgeluiden te horen. En dan typt hij ‘De luie bruine vos sprong over de slimme hond’. In die Nederlandse vertaling gaat helaas de diepe tragiek ervan verloren. De zin, bekend als ‘The quick brown fox jumps over the lazy dog’, is immers het nietszeggende pangram waarmee louter alle letters van het toetsenbord worden uitgeprobeerd. In het origineel van McCullers luidt hij subtiel anders: ‘The lazy brown fox jumped over the cunning dog’, waardoor de vos juist lui is en de hond slim. Harris herhaalt hem een paar keer. Schrijnender kan zijn writer’s block niet worden beklemtoond.

    Bijna alle personages van McCullers zijn buitenstaanders, mensen die over de rand dreigen te vallen, vervreemd raken van wat normaal wordt geacht. Bange mensen. Maar ook mensen van alle tijden. De Leanders, de Ferrissen en Harrissen, ja zelfs de Zilensky’s, leven ook in onze tijd. En ze confronteren ook ons met onze eigen diepste angsten. Dat is de kracht van de verhalen van McCullers.

     

     

  • Meesterlijke novelles

    Meesterlijke novelles

    De Amerikaanse schrijfster Katherine Anne Porter (1890-1980) maakte aan den lijve de Spaanse griepepidemie van 1918 mee. De gruwelijke ervaring van de haar bijna fatale ziekte heeft zij verwerkt in de novelle Vaal paard, vale ruiter. In dit verhaal worden de journaliste Miranda – het alter ego van Porter – en de soldaat Adam meegesleurd in de draaikolk van vernietiging die wereldwijd voor zoveel slachtoffers zorgde. De novelle uit de verzameling van drie verhalen werpt een schrijnende blik op ziekte, oorlog en de gevolgen daarvan. In het licht van de huidige pandemie is dit verhaal niet alleen actueel maar ook ontnuchterend met zijn intense beschrijvingen van ziekte.

    Porter is zelf journaliste geweest tot ze verhalen en essays begon te schrijven. Alle drie de novellen uit de bundel Vaal paard, vale ruiter (1939) spelen in het zuiden van Amerika waar ze zelf ook vandaan kwam. De schrijfster had een bewogen leven en was bekend door haar bestseller Het narrenschip, maar vooral vermaard om haar korte verhalen. Deze werden geprezen om het heldere en lyrische taalgebruik met geen woord op de verkeerde plek. 

    In het eerste verhaal van de bundel, Oude sterfelijkheid, werkt Porter een raamvertelling uit over de familie van dezelfde Miranda als in het titelverhaal en in het bijzonder over haar overleden en in de familie beroemde tante Amy. Door de ogen van Miranda volgen we de mythische verhalen over haar voorouders uit het Oude Zuiden. Via stoffige oude foto’s en verhalen van haar familie blikt Miranda terug in de tijd, en probeert ondertussen volwassen te worden. De flarden van familieverhalen, over onbeantwoorde liefdes en duels, voeden de verbeelding van Miranda en haar zusje. Ze vormen aanwijzingen voor een verleden waarvan de tastbare bewijzen al zijn vergaan, maar de herinneringen zijn voor hen even onwerkelijk als toneeloptredens of poëzie. Net als de exotische volwassenen uit de verhalen in werkelijkheid niet beantwoorden aan hun romantische ideeën. Als ze op bezoek gaan bij een oom leidt dit tot een tragikomische scène met zijn vrouw. De vroegwijze Miranda laveert tussen de verwachtingen van haar familie en de beloften van volwassenheid. Ze wil zich ontworstelen aan de bekrompen idealen van haar jeugd en de eerste stappen op het pad van de onafhankelijkheid zetten. 

    Huiveringwekkende geschiedenis

    Het broeierige psychologische drama Noenwijn bevat de geschiedenis van een moord op een ranch in Texas. Op een dag komt een vreemdeling, de Zweedse Helton, het terrein van boer Thompson op lopen waarna hij wordt aangenomen als knecht. Hij bewijst zich als zeer nuttig maar is ook extreem zwijgzaam. Dag in dag uit speelt hij hetzelfde wijsje op zijn harmonica. Op de boerderij lijkt het voorspoedig te gaan, tot op een hete augustusdag het noodlot aan komt kloppen in de persoon van een zekere Homer T. Hatch die op zoek is naar Helton. Wat volgt is een ontknoping als in een Griekse tragedie. Hatch onthult dat hij een premiejager is en dat Helton ontsnapt is uit een nabijgelegen gesticht, waarna hij hem naar de boerderij gevolgd is. Thompson krijgt een heftige woordenwisseling met de premiejager, die al snel escaleert.

    Het eindigt ermee dat Thompson zich moet verdedigen in de rechtszaal, hij is van onschuldig man tot moordenaar geworden. Het gaat van slecht tot erger als hij zijn buren langsgaat in een poging zijn verhaal te doen. Ze geloven zijn versie van het verhaal niet en het gerucht doet sneller de ronde dan hij dat kan. Zijn vrouw is als gevolg extreem nerveus geworden en zijn zoons vertrouwen hem niet meer. De conclusie die hij trekt is huiveringwekkend en de gevolgen van zijn daad zijn onoverzienbaar. Thompsons herinneringen zijn echter niet onfeilbaar en de lezer wordt in het ongewisse gelaten over de ware toedracht en de vraag wie Hatch werkelijk was. Het verhaal is een perfecte thriller met ijzersterke karakters, wat een groot verschil oplevert met de twee andere verhalen en dat nog maar eens wijst op de veelzijdigheid van Porter.

    Pandemielectuur

    In het titelverhaal, het indrukwekkende Vaal paard, vale ruiter wordt de journaliste Miranda verliefd op de soldaat Adam. Het is het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog en de stemming is grimmig. Overal klinken frontliederen als Its a long way to Tipperary. Er worden wervende speeches gehouden over plicht en iedereen moet zijn steentje bijdragen. De oorlog is onontkoombaar maar aan de horizon nadert een nog grotere tragedie: de Spaanse griep. Terwijl Adam nog verlof heeft brengen hij en Miranda een paar dagen samen door. Eigenlijk is Adam met zijn hoofd al in Frankrijk maar ze beleven nog een paar intense dagen met dans, etentjes en afspraakjes. Miranda beseft dat deze verhouding geen toekomst heeft: ‘Ze vond hem leuk, echt, en meer dan dat, maar het had geen zin om te fantaseren, want hij was niet voor haar bestemd, voor geen enkele vrouw, hij was de ervaring al voorbij, hij was al zonder het zelf te weten of ernaar te handelen overgeleverd aan de dood.’

    Er doet een gerucht de ronde dat er een vreemde nieuwe ziekte heerst, maar er is nog geen enkel besef van de omvang van de tragedie. Mannen sterven bij bosjes volgens Adam, en als Miranda tekenen van griep begint te vertonen is er alle reden tot ongerustheid. Adam verzorgt haar één dag op haar kamer, tot er een ambulance vrij is om haar op te halen. Vanaf het moment dat ze in het ziekenhuis ligt is Miranda nog maar af en toe bij bewustzijn. Ze ligt een maand tussen dood en leven te ijlen, in koortsdromen flitst haar leven voorbij. Tussen korte oplevingen en nachtmerries door krijgt ze ook visioenen. 

    Het proza in deze passages is van een ongekende intensiteit en waarachtigheid. Terwijl alles oplost in het niets blijven alleen zwevende gezichten over en een peilloos diepe afgrond. Miranda kijkt de verschrikking van de dood in de ogen: ‘Vergetelheid, dacht Miranda – met haar geest zoekend in haar geheugen naar woorden die ze had geleerd om het ongeziene, het ongekende te beschrijven -, is een draaikolk van grijs water dat zich eeuwig tegen zichzelf keert… eeuwigheid is misschien meer dan de afstand tot de verste ster. Ze lag op een smalle richel boven een put die bodemloos was, dat wist ze.’ Ze gaat onder in duisternis, maar onder alles ontdekt ze haar diepe wil om te blijven leven. De nachtmerries gaan over in een paradijselijk visioen van licht en zee. Als ze weer bovenkomt is er een maand verstreken en is de oorlog voorbij. Ze komt terug als vreemde, in een onbekende wereld moet ze weer leren leven. 

    De titel van het verhaal verwijst volgens Porter naar een oude spiritual. Miranda herinnert zich op haar ziekbed de tekst ‘vaal paard, vale ruiter, heeft m’n liefje weggehaald.’ Het is een verwijzing naar het boek Openbaringen, waar de vierde ruiter voor de dood staat. Porter heeft in een gecomprimeerde vorm alle ellende en lijden van ziek zijn gevangen en maakt daarmee het persoonlijke verhaal van Miranda universeel. Alles komt erin samen: de onzinnige oorlog, de blinde vernielzucht en de willekeur van de pandemie. Miranda keert terug als een veranderd mens, met een diep inzicht in de waarheden van het leven. Vaal paard, vale ruiter is duidelijk het verhaal van een wijze, krachtige vrouw die het beschrevene zelf meegemaakt heeft. Stevig met ‘een voet in twee werelden’ zoals ze zelf zegt. De beelden die Porter oproept vinden een echo in de beelden van de huidige pandemie, wat ze op en top pandemielectuur maakt. Maar boven alles zijn de verhalen uit de bundel meesterlijke novelles.

     

  • Oogst week 16 – 2021

    De stilte van de ander

    Abdelkader Benali schreef De stilte van de ander ter gelegenheid van de Nationale Dodenherdenking op 4 mei. Aanvankelijk koos het het Nationaal Comité 4 en 5 mei hem ook als spreker voor de 4 mei-lezing, een besluit dat begin dit jaar werd gemaakt om de dialoog tussen bevolkingsgroepen te versterken. Eind januari legde Abdelkader de mogelijkheid toch naast zich neer: online gingen stemmen van tegenstanders op nadat er een uitspraak van hem, over het aantal joden in Amsterdam-Zuid uit 2006, weer was komen bovendrijven.

    Die kwam hem online op grote tegenstand, beschuldigingen van antisemitisme en haatberichten te staan. Deze lezing, bestemd voor de 4 mei-herdenking werd, met een speciaal toegevoegde apologie, uitgebracht door De Arbeiderspers,.

    De stilte van de ander
    Auteur: Abdelkader Benali
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Vaal paard, vale ruiter

    Katherine Anne Porters (1890-1980) Pale Horse, Pale Rider werd in 1939 voor het eerst gepubliceerd bij Harcourt, Brace and Company. Deze maand verscheen het in vertaling van Molly van Gelder bij Atlas Contact als Vaal paard, vale ruiter. Het boek is een bundeling van drie van Porters korte verhalen, waarvan het titelverhaal is gebaseerd op autobiografische ervaringen: de hoofdpersoon, Miranda, wordt besmet met het Spaanse griepvirus. Ze wordt ernstig ziek en ziet in haar angstige koortsdromen haar geliefde die naar het front wordt gestuurd, de loopgraven van Europa tijdens WO I.

    Porter zelf kreeg in 1915 tuberculose en verbleef in een sanatorium, waarna ze de pen opnam. Toen ze als journalist in Denver werkte, raakte ze bovendien besmet met het Spaanse griepvirus. Op het eerste oog leek die griep nog een onschuldige verkoudheid. In maart van 1918 meldt de eerste zieke zich in de VS – er is nog geen reden tot paniek, tot in augustus van datzelfde jaar de epidemie een levensbedreigend karakter krijgt – iets wat voor de hedendaagse lezer van Vaal paard, vale ruiter vast angstaanjagend herkenbaar is.

    Vaal paard, vale ruiter
    Auteur: Katherine Anne Porter
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De echo van mijn voetstappen

    Een ander boek waarin de lezer weleens akelige (symbolische) parallellen met ons heden zou kunnen ontdekken: De echo van mijn voetstappen van Daniël Dee, uitgegeven door Passage. In De echo van mijn voetstappen komt een ‘eenling’ er op een ochtend achter dat alle andere levende wezens van de aardbodem zijn verdwenen. Een overstroming zorgt er een paar dagen later voor dat hij letterlijk geen kant meer op kan, en zijn eenzaamheid zelf te lijf moet gaan. Daardoor komen existentiële vragen op, maar lijkt ook de waanzin steeds dicht(er)bij.

    Dit boek is het eerste deel van een zogenoemd Rotterdams tweeluik (Dee is oud-stadsdichter van Rotterdam), waarvan het tweede deel in het najaar van 2021 verschijnt.

    De echo van mijn voetstappen
    Auteur: Daniël Dee
    Uitgeverij: Passage, Uitgeverij
  • Zintuiglijke subtiliteit

    Zintuiglijke subtiliteit

    Wanneer je als schrijver na een zeer succesvol debuut een tweede boek schrijft, blijkt de reactie daarop soms vergelijkbaar te zijn met die wanneer je als jonger kind les krijgt van eenzelfde docent die ook aan je geniale broer of zus heeft lesgegeven; er bestaat een grote kans dat er vergeleken gaat worden. Dat was ook het geval met het tweede boek van Carson McCullers (1917-1967), Gespiegeld in een gouden oog, een boek dat oorspronkelijk verscheen in 1941 en onlangs in het Nederlands werd vertaald door Molly van Gennep. Het debuut van McCullers uit 1940, Het hart is een eenzame jager, werd namelijk alom geloofd en geprezen, waardoor de recensenten die haar tweede boek beoordeelden een bijna wetmatige neiging hadden om hun ‘loftuitingen te temperen’, aldus Tennessee Williams die de inleiding schreef bij dat tweede boek.

    Het is de vraag in hoeverre de critici gelijk hadden, aangezien ieder boek het verdient om op zijn eigen merites beoordeeld te worden. Indertijd was het kwaad echter al geschied. Gespiegeld in een gouden oog deed in de jaren veertig van de vorige eeuw vooral stof opwaaien vanwege de toespelingen op homoseksualiteit, voyeurisme, overspel en seksuele passie en werd beschouwd als obsceen en immoreel. De verfilming van het boek in 1967 werd ondanks de bekende cast met acteurs als Marlon Brando en Elizabeth Taylor evenmin een groot succes. 

    Gespiegeld in een gouden oog is een zeer compact geschreven boek. Het telt vier hoofdstukken en 140 bladzijden. De opbouw springt direct in het oog, want op de eerste bladzijde wordt meteen al vermeld waarnaartoe gewerkt gaat worden: ‘Zo is er in een plaats in het zuiden enkele jaren geleden een moord gepleegd. De hoofdrolspelers in dit drama waren: twee officieren, een soldaat, twee vrouwen, een Filipijn en een paard.’ Deze intrigerende gegevens vormen een uitnodiging aan de lezer om enerzijds te ontdekken welke gebeurtenissen geleid hebben tot die moord en anderzijds wie het slachtoffer ervan zou worden.

    Verhoudingen

    De alwetende verteller neemt de lezer mee naar de eentonigheid van een legerplaats in vredestijd. Soldaat Ellgee Williams is werkzaam in de stallen van de kazerne en zorgt onder meer voor het mooiste paard van het hele terrein, een voskleurige hengst die het eigendom is van de knappe vrouw van kapitein Penderton. Williams raakt verregaand in de ban van de schoonheid van deze vrouw, die op haar beurt een relatie blijkt te hebben met majoor Langdon. Deze laatste laat zich de aandacht van de knappe Leonora Penderton graag aanleunen, want zijn echtgenote Alison, die meer dan liefdevol verzorgd wordt door de Filipijnse bediende Anacleto, is ziekelijk en depressief. Het huwelijk tussen Alison en majoor Langdon is slecht. Alison en Anacleto fantaseren er regelmatig over om er samen vandoor te gaan. Kapitein Penderton tenslotte ontdekt dat hij gevoelens heeft voor soldaat Williams, maar weet zich daarmee geen raad. McCullers beschrijft de gevoelens en verlangens van haar personages uiterst subtiel en met gevoel voor detail. Dat ze af en toe naakt zijn en expliciet spreken over echtscheiding is voor mensen uit de eenentwintigste eeuw waarschijnlijk minder choquerend dan voor lezers die het boek zo’n tachtig jaar geleden onder ogen kregen.

    Goed opletten

    Aanvankelijk is het lastig om de verschillende personages uit elkaar te houden, omdat ze dan weer met hun voornaam, dan weer met hun achternaam en in het geval van de mannen met hun militaire rang aangeduid worden. De informatiedichtheid is daarnaast bijzonder groot en er wordt van de lezer veel gevraagd op het gebied van deductieve vaardigheden. Tenslotte is McCullers een meester in het vertragen en versnellen van de tijd die onvoorspelbaar voortkabbelt respectievelijk voortraast. De thema’s die het boek aansnijdt zijn in onze tijd beduidend minder controversieel dan op het moment van verschijnen en nu misschien wel actueler dan destijds. De beschrijvingen van de personages en de ruimte waarin zij zich bevinden zou je filmisch kunnen noemen, omdat ze zo gedetailleerd weergegeven zijn dat je ze voor je ziet. McCullers schrijft prachtige dialogen waarin ze op een subtiele manier humor verwerkt, zoals bijvoorbeeld: ‘”Zij geven en dan nemen zij weer”, zei Leonora, wier kennis van de Heilige Schrift geen gelijke tred hield met haar goede bedoelingen.’ De oprechte pogingen van bediende Anacleto om Frans te spreken zijn weinig succesvol, maar eveneens onderhoudend om te lezen: ‘Maar Anacleto was nog maar net Frans aan het leren […] Hij vervolmaakte zijn antwoord echter zeer indrukwekkend en waardig: “Maitre Corbeau sur un arbre perché, majoor”.’ Deze aanhef van de fabel van Jean de La Fontaine over de vos en de raaf zou maar in weinig gesprekken te pas zijn gekomen, maar Anacleto laat zich daar niet door weerhouden. 

    Universeel

    Gespiegeld in een gouden oog is een boek om met aandacht te lezen en tussendoor regelmatig te laten bezinken. De bijzondere verhoudingen tussen de hoofdpersonages zijn geloofwaardig en de stijl die McCullers hanteert leest prettig; ze houdt haar lezers in alle opzichten geboeid. Dat heeft niet in de laatste plaats te maken met de in het begin aangekondigde moord die uiteindelijk op de laatste bladzijden gepleegd wordt. Vanwege de ingewikkelde relatie die er tussen de verschillende personages bestaat maken ze in theorie namelijk stuk voor stuk kans om vermoord te worden of hebben ze redenen om een ander te vermoorden. Maar wellicht is het grootste pluspunt van Gespiegeld in een gouden oog de zintuiglijke subtiliteit waarmee gevoelens van verlangen en verliefdheid worden beschreven. Het is een verdienste van McCullers dat ze een boek heeft weten te schrijven dat zoveel jaren na verschijning nog steeds universeel en actueel blijkt te zijn.

     

  • Over kindvluchtelingen en een uiteengedreven gezin

    Over kindvluchtelingen en een uiteengedreven gezin

    De Mexicaanse schrijver Valeria Luiselli heeft vanaf haar debuut veel indruk gemaakt als maatschappelijk geëngageerde schrijver. Al haar boeken werden lovend besproken en ze wist in korte tijd een grote schare fans op te bouwen. Ze kwam dan ook in 2017 op de lijst van ‘Bogota 39’ te staan, een lijst waarop de negenendertig meest veelbelovende Latijns Amerikaanse schrijvers van onder de veertig jaar staan vermeld. Een groot deel van haar bevlogenheid kon ze kwijt in haar essay Vertel me het einde (2017), waarin ze het vluchtelingenbeleid van de Amerikaanse regering aan de kaak stelde. Ze schreef over het lot van Centraal-Amerikaanse kinderen die aan de grens met Mexico waren opgepakt en in detentiecentra zaten in afwachting op hun uitzetting. Ze schreef dit boek op basis van haar ervaringen als medewerker van een rechtbank, waarbij ze kinderen van vluchtelingen moest interviewen.

    Elkaar kwijtgeraakt

    In Archief van verloren kinderen heeft ze dezelfde thematiek in romanvorm uitgewerkt. Een jong echtpaar besluit met hun kinderen New York te verlaten om een reis van een paar weken naar het zuidwesten van de Verenigde Staten te maken. Ze hebben elkaar vier jaar eerder leren kennen toen ze beiden betrokken raakten bij een soundscape project, waarbij alle geluiden van New York in kaart werden gebracht. Het echtpaar is daar echter zo intens mee bezig geweest dat ze van elkaar vervreemd zijn geraakt. Valeria Luiselli brengt deze vervreemding op een prachtige manier onder woorden: ‘We waren zo toegewijd aan het verzamelen van intieme momenten met vreemdelingen, we waren zo druk met het aandachtig luisteren naar hun stem dat we er niet bij stilstonden dat er tussen ons tweeën geleidelijk stilte zou ontstaan. We hadden nooit kunnen denken dat we elkaar ooit ergens in de menigte zouden kwijtraken.’

    De hele roman is van deze vervreemding en ontworteling doortrokken. Iedereen is op drift, niemand voelt zich thuis. Het jonge stel heeft tijdens de reis geen gezamenlijk doel voor ogen. De vrouw wil een reportage maken over de kindvluchtelingen die in kampen vlak aan de grens met Mexico zijn ondergebracht. Haar man is op zoek naar het verhaal van de Apachen die in de negentiende eeuw van hun oorspronkelijke gronden zijn weggejaagd en op transport zijn gezet naar een uithoek in Amerika om daar te sterven. Ondertussen drijven ze, ondanks dat ze in dezelfde auto reizen, steeds verder uit elkaar. 

    Fascinerende literaire mix

    Archief van verloren kinderen is een fascinerende literaire mix van roadnovel, ideeënroman en essayistiek. Een boek dat tegelijkertijd tot somberheid en nadenken stemt. De boosheid en verontwaardiging over het lot van de kindvluchtelingen zijn zeer duidelijk in dit boek aanwezig, daarmee toont Luiselli hier ook van haar kwetsbare kant. Op enig moment verzucht de vrouwelijke hoofdpersoon, die overigens veel op Luiselli lijkt: ‘Hoewel een bruikbaar archief van de verloren kinderen in essentie zou moeten bestaan uit een reeks getuigenissen of overleveringen, zodat het hun eigen stem is die hun verhaal vastlegt, heb ik moeite met het idee om die kinderen, hun leven, te gebruiken als materiaal. Waarom? Met welk doel? Zodat anderen hen horen en daar iets bij voelen – medelijden? Woede? En dan? Niemand zal besluiten om niet naar zijn werk te gaan en een hongerstaking in gang te zetten. Iedereen gaat door met het leven van alledag.’

    Toch ziet ze wel degelijk een steeds groter bewustzijn voor de vluchtelingenproblematiek. In een interview met de The Guardian verklaarde ze blij te zijn dat er eindelijk mensen vanuit hun comfortabele stoel aan het ontwaken zijn. Dat er een jonge generatie opstaat die het niet meer accepteert en hun onvrede duidelijk op social media bekend maakt. 

    Perspectiefwisseling

    Halverwege het boek verschuift het vertelperspectief van de moeder naar de zoon, waarmee ook de toon en het karakter van het verhaal verandert. Zolang de moeder aan het woord is, is er veel aandacht voor de manier waarop er verslag wordt gedaan over maatschappelijke misstanden. Er is veel ruimte voor verwijzingen naar literatuur, filosofie en de manier waarop ervaringen en herinneringen gearchiveerd worden. Als de zoon het verhaal overneemt en met zijn zusje wegloopt van de ouders wordt de toon lichtvoetiger en avontuurlijker, maar ook schrijnender. Pas dan blijkt hoeveel de kinderen, doordat alle aandacht van de ouders naar anderen ging, tekort zijn gekomen. 

    Alles komt samen

    Naast het verhaal van de moeder en de zoon zit er nog een boek in het boek, Treurzangen voor verloren kinderen, een verhaal dat eerst door de moeder en daarna door de zoon wordt gelezen. Het is een zowel gruwelijk als meeslepend verslag over kinderen die vanuit Mexico op vlucht zijn naar de Amerikaanse grens. Dit drama vervlecht zich op ingenieuze wijze steeds meer in het verhaal dat door de moeder en de zoon wordt verteld. Aan het eind komen alle lijntjes die Valeria Luiselli heeft uitgezet op een prachtige manier bij elkaar. 

    Archief van verloren kinderen is een belangrijke en actuele roman waarin niet alleen de vluchtelingenthematiek centraal staat, maar die ook een kritische blik werpt op de geschiedenis van de Verenigde Staten. Met prachtige beschrijving van de vele vervallen stadjes en verborgen armoede in grote delen van het land. Het is daarmee een mooie aanvulling op het reeds imposante oeuvre van Valeria Luiselli en een aanwinst voor elke boekenkast. 

     

     

  • Zomerboeken 2018 – Lezen is ontsnappen

    Zomerboeken 2018 – Lezen is ontsnappen

     

     

     

     

    De welwillenden

    Uw vakantieboeken hoeven zich niet af te spelen op de vakantiebestemming, ga liever voor contrast, zodat u een dubbele ontsnapping creëert. Lees tijdens een lamlendige strandvakantie boeken die bol staan van vaart en spanning en de hele wereld bestrijken. Ludlumachtige boeken dus of de literair verantwoorde versie ervan: De ontdekking van de hemel van Mulisch of De welwillenden van Litell waarin vanuit het perspectief van een SS’er een enorm scala een oorlogsgruwelen de revue passeert.

    De welwillenden
    Auteur: Jonathan Littell
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Als u tot een actieve vakantie besluit, hiken in Noorwegen bijvoorbeeld, lees dan niet Grip van Enter of Nooit meer slapen van Hermans, maar een lekker landerig boek: Carson McCullers’ De balade van het treurige café (over een zeer broeierig Georgia) of juist een grote-stadsroman zoals het hilarische Geld van Martin Amis over een Londense reclameman die in New York de voorbereidingen treft voor zijn eerste speelfilm.

    De waterman

    Gaat u op een vakantie van lichte zeden, lees dan niet Platform van Houellebecq of de sublieme memoires van Casanova, maar het vrijwel vergeten juweel De waterman van Van Schendel, over een negentiende-eeuwse binnenvaartschipper die met ijzeren discipline en een loodzwaar moreel regime tegenslag na tegenslag doorstaat.

    De waterman
    Auteur: Arthur van Schendel
    Uitgeverij: Athenaeum (alleen als e-boek)

    De tijgerkat

    Lees hoe dan ook een monumentaal werk- daar heeft u nu de tijd voor-, zoals De Radetzkymars van Joseph Roth over het Habsburgse rijk van keizer Franz Joseph of De tijgerkat van Tomasi di Lampedusa over het negentiende-eeuwse Sicilië waar een revolutie ervoor zorgt dat alles bij het oude blijft.

    De tijgerkat
    Auteur: G. Tomasi di Lampedusa
    Uitgeverij: Atheneaeum – Polak & van Gennep
  • Rauw verhaal in het zompige zuiden van de States

    Rauw verhaal in het zompige zuiden van de States

    De schrijfster Carson McCullers was maar 50 jaar onder ons (1917-1967) maar dat weerhield haar er niet van een omvangrijk oeuvre achter te laten. Romans, toneelstukken, korte verhalen, gedichten en kinderversjes behoren tot haar nalatenschap. Het hart is een eenzame jager was hier wel haar meest bekende -in vertaling verschenen- roman. Ze hoort tot de schrijvers uit het zuiden van de Verenigde Staten, zoals Shane Auckland en Cormack McCarthy. Maar in die groep is ze een buitenbeentje omdat ze lesbisch was en dat leverde in de zuidelijke staten van Amerika problemen op.
    Nu is dan The Ballad of the Sad Café vertaald door Molly van Gelder.

    Moeras
    Het verhaal lijkt wel op de omgeving waar het zich afspeelt, namelijk een moeras. Hoofdpersoon is de mysterieuze Miss Amelia, die middenin deze sompige omgeving een café runt. Ze heeft haar eigen whiskystokerij en de drank, die dat oplevert is fameus om zijn smaak en sterkte. Vooral dat laatste, want in en om het moeras is iedereen zich bijna de ganse dag aan het bezatten. Dat is ook logisch want er is in de wijde omtrek verder weinig vertier. De mannen uit het dorp wachten op de veranda van het café tot het open gaat en Miss Amelia, een mannelijk soort vrouw, met kort haar, tuinbroek, zware schoenen en kaki overhemden heeft over alles de regie. Ze geneest kwalen op vakkundige wijze omdat ze verstand heeft van kruiden Alles gaat zijn gangetje in het dorp. De mannen zuipen, de vrouwen doen thuis het huishouden en op zondag is er de kerk. De whisky brengt ook verlichting teweeg uit de kommer en kwel van het moeras of een bijna religieuze eerbied:
    ‘Een wever kijkt plotseling omhoog en ziet voor het eerst de vreemde schittering van de koude nachthemel in januari, en een hevige angst over zijn nietigheid beneemt hem de adem. Zulke dingen gebeuren dus als je de whisky van Miss Amelia hebt gedronken.’

    Huwelijk en mislukking
    Marvin Macy woont met zijn pleegmoeder en broer in het dorp en hij wordt tot over zijn oren verliefd op Miss Amelia. Macy wil zijn imago van schuinsmarcheerder opkrikken om bij Miss Amelia in het gevlei te raken. Hij behandelt zijn broer en pleegmoeder plotseling anders, bijna hoffelijk, speelt nauwelijks nog straalbezopen gitaar, gaat naar de kerk en na twee jaar is het dan zo ver.
    ‘Toen de twee jaar voorbij waren ging Marvin Macy op een avond naar Miss Amelia met een bos moerasbloemen, een zak worstjes en een zilveren ring en op die avond verklaarde hij haar zijn liefde.’

    Ze gaan trouwen maar op de bruiloft zijn alle voortekens al ongunstig, Miss Amelia wrijft langs haar trouwjurk omdat ze denkt dat ze haar tuinbroek nog aanheeft en: ‘Toen de huwelijksinzegening eindelijk was uitgesproken, liep Miss Amelia snel de kerk uit, niet aan de hand van haar echtgenoot, maar ten minste twee passen voor hem uit.’

    De eerste huwelijksnacht verloopt rampzalig. Marvin wordt de slaapkamer uitgegooid zonder dat er iets is gebeurd en hij loopt dagen op het erf rond. Een vernedering. ‘Een bruidegom die zijn geliefde bruid niet in zijn bed kan krijgen verkeert in een beklagenswaardige positie , zeker wanneer iedereen het weet.’

    Marvin verdwijnt uiteindelijk nadat hij Amelia nog een hartstochtelijke liefdesbrief heeft geschreven en cadeaus voor haar heeft gekocht, maar er staan ook bedreigingen in de brief. Een slecht voorteken.

    Mysterieuze gebochelde
    Op een dag verschijnt een gebochelde bij het café. Hij lijkt in de war heeft een koffer vol rommel bij zich en claimt ook nog eens familie te zijn van Miss Amelia. De mannen op de veranda geloven hem niet maar uiteindelijk gaat Miss Amelia door de knieën en neemt Lymon Willis -zo heet de gebochelde- in huis.’”Nou kom maar binnen,”zei ze.”Er staat nog wat eten op het fornuis, dat kan je krijgen.”‘Bijzonder, want Amelia nodigt nooit mensen uit in haar vertrekken boven het café.

    Drama
    Het leven in het dorp gaat zijn gang op de oude vertrouwde manier na het verdwijnen van Marvin Macy, die spoedig op het slechte pad raakt. Hij steelt en vecht en wordt uiteindelijk in de gevangenis gegooid in een stad ver van het moerasdorp vandaan. Miss Amelia vindt het prettig dat Marvin uit beeld is verdwenen en ze wil dat zijn naam niet meer in haar aanwezigheid wordt genoemd. De broer van Marvin, Henry Macy woont nog in het dorp en op een dag meldt hij slecht nieuws aan Miss Amelia. ‘Om één uur tenslotte keek Henry Macy naar een hoek van het plafond en zei zacht tegen Miss Amelia: “Ik heb vandaag een brief gekregen.”‘ De brief  is afkomstig van zijn broer, hij komt vrij uit de gevangenis. Miss Amelia reageert onverschillig maar echt leuk vindt ze het niet. ‘Het gezicht van Miss Amelia werd heel donker en ze huiverde, hoewel het een warme nacht was.’
    Het duurt even maar plotseling verschijnt Marvin in het dorpje.

    En na enige tijd is iedereen bang voor hem, hij straalt een overweldigende agressie uit. De gebochelde volgt hem overal op ongeveer drie passen afstand. Daarmee verraadt hij Miss Amelia , die al die jaren voor hem heeft gezorgd. Marvin trekt uiteindelijk in bij de gebochelde en Miss Amelia. Ze probeert hem weg te treiteren en zelfs te vergiftigen maar alles mislukt.

    Er zit niets anders op dan een wedstrijd te organiseren in vechten- alles toegestaan- tussen haar en Marvin. Iedereen weet, dat zij zo sterk is, dat ze dat moet winnen. Aan de andere kant is er de verbittering van Marvin, omdat hij destijds is vernederd door Miss Amelia.

    Hoe dat allemaal afloopt moge de lezer zelf ervaren. Hij zal dan een groot meesterwerk mogen gaan lezen. Carson McCullers was een schrijfster met een zeldzaam talent voor de zelfkant en het moerassige zuiden van de V.S. Daar laat ze in veel van haar boeken haar hoofdpersonen tot leven komen. Ze drinken, vechten en houden zich zelden aan de regels, maar tegelijkertijd zijn het deze personen die het leven representeren. In dit boek gebeurt dat op een knappe manier. Wat jammer dat Carson McCullers, niet nog meer juweeltjes achterliet. Prachtig vertaald door Molly van Gelder.

     

  • Over eenzame mensen en onderdrukte talenten

    Over eenzame mensen en onderdrukte talenten

    Het is maar hoe je het bekijkt: de hoofdpersoon uit deze rijke, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog geschreven klassieke roman als een zon, waar de andere personages als satellieten omheen draaien. Of als een vlam, die insecten aantrekt. Beide interpretaties zijn mogelijk. De hoofdpersoon van de roman die Carson McCullers (1917-1967) op drieëntwintigjarige leeftijd schreef, is de doofstomme John Singer. De andere personages verwachten veel van hem. Zou hij hen uit de armoede en ellende in een Zuid-Amerikaans stadje, eind jaren dertig van de vorige eeuw, kunnen verlossen?

    Onvermijdelijk racisme

    John Singer wordt in alle liefde neergezet met de trekken van een verlosser: hij is tweeëndertig jaar (de leeftijd die Jezus volgens de Bijbel heeft bereikt), en ‘zijn tong voelde als een walvis in zijn mond’, zoals Mozes, die het joodse volk uit de ballingschap leidde, ‘traag van mond’ en traag van tong heette te zijn.
    Singer ontfermt zich over een dronkenlap die het café van Biff Brannon dreigt te worden uitgezet waar Singer drie keer per dag eet: ontbijt, lunch en diner. De man, Jake Blount, blijkt een idealistische Marxist te zijn. Dokter Benedict Mady Copeland behoort als zwarte arts tot de mensen die de toegang tot het café daadwerkelijk wordt ontzegd. Op die manier sijpelt het racisme in Zuid-Amerika indringend het verhaal binnen. Copelands dochter, Portia, werkt in het huis van de familie Kelly, waar John een kamer heeft gehuurd. Eén van de kinderen Kelly, de muzikale Mick, komt graag op de kamer van John en vertelt hem alles wat ze op haar hart heeft.

    Het is vaak een zoete inval bij John, want iedereen komt daar. Behalve Mick, Jake Blount en dr. Copeland ook cafébaas Biff Brannon. ‘Singer was bij iedereen altijd hetzelfde. Hij zat op een rechte stoel bij het raam met zijn handen diep weggezonken in zijn zakken, knikkend en glimlachend om zijn gasten duidelijk te maken dat hij het begreep.’ Zijn gedrag heeft iets raadselachtigs en laat de mensen niet los. ‘Zijn gezicht leek een beetje op het portret van Spinoza. Een joods gezicht.’ Hij heeft wat wordt omschreven als ‘ware kennis.’ ‘Hij was’, meent dokter Copeland, ‘een wijze man, die zoals geen andere blanke begreep wat het hoge doel in het leven was. Als hij luisterde was er iets zachts en joods in zijn gezicht, als iemand die weet dat hij tot een onderdrukt volk behoort.’ Luisteren natuurlijk met aanhalingstekens; het is meer een innerlijk begrijpen.

    Net als dokter Copeland tot een onderdrukt volk behoort. Hij heeft weliswaar longtuberculose, maar mag van zichzelf niet uitrusten, ‘want er was iets dat veel belangrijker was dan die vermoeidheid, en dat was dat hogere doel.’ Dat streven wordt verwoord door een zwart kind dat meedoet aan een schrijfwedstrijd, waarvan dokter Copeland de inzendingen altijd als eerste mag lezen: ‘Ik wil zo iemand zijn als Mozes, die de kinderen van Israël uit het land van hun onderdrukkers leidde. Ik wil een Geheime Organisatie oprichten van zwarte Leiders en gestudeerden. Alle zwarten zullen zich verenigen onder deze uitgekozen leiders en zich voorbereiden op de opstand.’

    Oplossing voor onderdrukking

    Volgens de zwarte bevolking van het dorp is Singer de enige die zich bewust is van hun armzalige toestand. Er doen zelfs verhalen de ronde ‘dat hij contact had met de geesten van gestorven mensen (…). De rijken dachten dat hij rijk was en de armen dat hij net zo arm was als zij. Aangezien de geruchten niet konden worden tegengesproken, werden ze steeds wonderlijker en heel reëel. Iedereen beschreef de doofstomme naar eigen goeddunken.’ Als enige oplossing voor de problemen in het Zuiden, racisme en armoede, is dat als mensen eenmaal de waarheid kennen, ze niet meer onderdrukt zullen worden.

    Of is er meer. Mick, één van de kleine Kelly’s, zoekt de oplossing in de muziek waar ze helemaal in opgaat. Ze gaat componeren, zo goed en zo kwaad als dat op haar jonge leeftijd en zonder scholing gaat. Ze luistert naar muziek, en één van de ontroerendste stukken in de roman is wanneer zij voor het eerste de Derde symfonie van Beethoven hoort en deze beschrijft.
    Ook dit is geen toeval: de symfonie van de revolutie (al heeft Beethoven zijn opdracht aan Napoleon later ingetrokken). Tegen het eind van het boek noemt McCullers alle revolutionairen die de mensheid wilden verlossen: ‘De stem van Jezus en van John Brown [de strijder tegen de slavernij, EvS]. De stem van de grote Spinoza en van Karl Marx.’ Alleen liep het allemaal slecht met ze af, ook met Singer overigens: Jezus werd gekruisigd, John Brown opgehangen, Spinoza in de ban gedaan en Marx’ visie werd in het marxisme geweld aan gedaan.

    Vlam met insecten

    In meer of mindere mate, roepen verlossers echter ook geweld op. Copeland erkent: het kwaad van het racisme moet worden bedwongen, maar ook de kwaadaardigheid in hemzelf, want ‘het hopeloze lijden van zijn mensen wekte een dolle woede in hem op’. Net als de beschrijving van het racisme sijpelen ook deze gevoelens en de uitingen daarvan het boek binnen.
    De dronken Jake Blount, die het café van Biff Brannon tegen sluitingstijd niet wil verlaten, maakt en amok. Hij haalt dokter Copeland, die als zwarte niet welkom is, naar binnen. Later komt Jake terecht in de buurt van een vechtpartij op de kermis en moet uit de stad vluchten. Erger is wat één van de kinderen van dokter Copeland uitspookt. Diens zoon Willie gaat met een jongen op de vuist voor een meisje, krijgt een scheermes toegespeeld en verwondt de jongen, waarna hij in de gevangenis belandt en tot negen maanden dwangarbeid wordt veroordeeld.

    Universeel verhaal

    Op die manier vallen in dit boek de kleine verhalen uit Zuid-Amerika, van families die te maken krijgen met racisme, armoede en geweld, maar ook met tekenen van hoop op een betere toekomst, samen met het grote wereldomspannende verhaal van de Tweede Wereldoorlog, die op uitbreken staat en waarin dezelfde elementen in alle hevigheid terugkomen.
    Maar dat niet alleen: het zijn elementen die nog steeds niets aan actualiteit hebben ingeboet. Zelfs de rol van muziek en ballet die in het boek van McCullers een grote rol spelen, maar niet tot wasdom kunnen komen doordat er ofwel geen geld voor een opleiding of een instrument is ofwel de aanleg in de knop wordt gebroken, is aan de orde van de dag.
    Deze elementen tilt dit boek van een drieëntwintig jarige schrijfster die pianiste had willen worden, ware het niet dat acute reuma en haar problemen met alcohol haar in de weg stonden, uit boven het genre van de Southern gothic novel, waartoe het wel wordt gerekend. Het hart is een eenzame jager is een oproep tot empathie met de gekleineerde en gemarginaliseerde medemens, alsookd een oproep tot waakzaamheid.