De werkplek van Mohana staat bomvol. Twee boekenwanden jeugdliteratuur, tafels, stoelen, een bank, een groot bureau, een cello en overal planten. Aan de muren hangen boekenposters en ingelijste originelen van illustraties bij haar werk. Verder verpakkingsmateriaal, rollen tape en dozen van Centraal Boekhuis, want deze werkplek is ook het honk van de redactie van Jong Literair Nederland. Hier komen de recensie-exemplaren binnen, en worden ze weer verstuurd.
[…]
De aanleiding van dit interview is het verschijnen van je nieuwste boek Herrie in huis. Dat is het laatste deel van wat je zelf een persoonlijk drieluik noemt, samen met Dodo en Ik heb mijn zusje kwijtgemaakt.
Het drieluik waarover we het nu hebben bestaat uit drie persoonlijke boeken. De thema’s komen uit mijn leven maar de boeken zijn allerminst autobiografisch. Om een leesbaar verhaal te maken, met een begin, een midden en een hoopvol eind, wat kinderen naar mijn idee verdienen, zal ik het waargebeurde steeds los moeten laten en het persoonlijke moeten verpakken.
Bosbodemzacht of blijdschapswarmte, zomaar een paar woorden die je kunt vinden in De Woordenschat van Simon Röthlisberger en Rebecca Gugger. Oskar stuit tijdens het graven op een schatkist. Hij is natuurlijk reuze nieuwsgierig wat daarin zit. Als hij de kist eindelijk open heeft gekregen is hij teleurgesteld. Er zitten enkel woorden in, allemaal door elkaar heen. Oskar pakt het woord ‘knalgeel’ uit zijn schat, als hij het in de bosjes gooit rent er plotseling een knalgele egel uit. Zo ontdekt hij dat het toch wel leuk is, zo’n woordenschat. Kwistig strooit hij woorden in het rond tot de kist leeg is. Dan gaat Oskar op zoek naar nieuwe woorden.
[…]
In en op dit boek staan heel veel woorden, en die heb je niet allemaal nodig om het verhaal te begrijpen. Ze prikkelen de fantasie en nieuwsgierigheid, ze laten je mijmeren over hun betekenis en hoe dat er dan uit zal zien. Bijvoorbeeld: herfsthangerig, springhuppelig, uitelkaargesleuteld en blijdschapswarmte. Het boek nodigt ook uit om zelf woorden te bedenken. En je wordt je er bewust van wat woorden kunnen doen.
In haar boek Dodo neemt Mohana van den Kroonenberg als leidraad het motto van Lewis Carroll: ‘Fantasie is het enige wapen in de oorlog tegen de realiteit’. De vraag is dan natuurlijk: ‘Wat is de realiteit?’ In Dodo wordt de lezer meegenomen en meegezogen in de binnenwereld van Dorian, een jochie dat net van de basisschool komt en begint in de eerste klas van de middelbare school. Voor Dorian is het voorstelrondje tijdens de eerste les de realiteit. Je moet voor de klas komen en kort zeggen hoe je heet, wat je leuk vindt, waar je goed in bent enz. Dorian vindt het bloedje spannend en verbijt het moment dat hij aan de beurt is. Als het moment daar dan toch is, komt hij niet uit zijn woorden. In stilte, hulpeloos en wanhopig schreeuwend, doet hij een beroep op zijn beste vriend van de basisschool, Ramses. Tenslotte stamelt hij stotterend als antwoord op de vraag van de juf hoe hij heet: ‘I……. Dodo.’ Gelach! Vanaf dat moment besluit Dorian nooit meer te praten. De realiteit is voor hem te verzengend.
Ik heb je helemaal niet nodig, ik red mijzelf wel
Dorian voelt zich verraden door zijn beste vriend Ramses, zijn kameraad van de basisschool met wie hij altijd alles deelde. Ramses, die net als hij lang haar had. Hij denkt terug aan de geweldige avonturen die zij beleefden in hun boomhut in het bos, waar ook Sabine en Nikita soms kwamen. Ramses met wie hij muziek maakte, Ramses op de gitaar en Dorian op de drum. Ramses die zich zo gemakkelijk voegt in de nieuwe klas en die nu in de bus niet naast hem komt zitten. Als hij hoort dat hij in de klassengroepsapp Dodo genoemd wordt, is hij diep gekrenkt en ten einde raad besluit hij uit de groep te stappen. Thuis is hij doof voor aardige dingen. Zijn zus kan geen goed doen en ook van zijn moeder wil hij eigenlijk niets weten, al haar goede bedoelingen ten spijt. Wel neemt hij haar advies ter harte om zijn gedachten op te schrijven in het schriftje, dat hij op de basisschool ooit als dagboek gebruikt heeft. Hij trekt zich terug op zijn kamer, waar hij zijn eigen wereld creëert. Tijdens een schoolreisje naar een Natuurhistorisch museum wordt hij gegrepen door de fantastische wereld van uitgestorven dieren. Vooral de Dodo maakt een verpletterende indruk. Hij voelt dat de Dodo en hij bondgenoten zijn. Hij ontdekt dat het museum beschikt over het laatste dodo-ei dat er bestaat. Thuis op zijn kamer geeft hij zijn fantasie de vrije loop en vertrouwt hij zijn bevindingen toe aan zijn schrift. Van den Kroonenberg visualiseert die fantasiewereld van Dorian door dit schuin gedrukt weer te geven. Dit is prettig en zorgt ervoor dat deze fantasiewereld duidelijk gescheiden wordt van zijn gedachten over de realiteit van het dagelijks leven. De dodo wordt zijn nieuwe maatje. Met hem beleeft Dorian in zijn fantasie de meest spannende avonturen. Hij heeft helemaal geen Ramses nodig.
Het verhaal heeft een prachtige spanningsboog. We zien Dorian bijna ten onder gaan in eenzaamheid, woede en verdriet. Hij knipt zelfs zijn haar af als teken dat hij niets meer te maken wil hebben met zijn oude ik en dat het bondgenootschap met de band is verbroken. Zelfs zijn drumstel doet hij weg. Maar langzaam krabbelt hij weer op en als hij ziet dat ook Ramses zijn haar heeft gekortwiekt, begint hij weer contact te krijgen met de reële wereld van zijn vrienden en familie. Hij heeft Dodo steeds minder nodig als kameraad.
Voel hoe mooi literatuur kan zijn.
Van den Kroonenberg laat de lezer de wereld zien door de ogen van Dorian. Alleen zijn perspectief op de realiteit doet ertoe. De korte zinnen zijn gevat in kraakhelder proza, beeldend en heel goed leesbaar voor pubers zoals Dorian. Ook de vele korte hoofdstukjes maken het boek toegankelijk voor jongeren wier spanningsboog niet altijd even groot is. Terloops weeft Van den Kroonenberg historische informatie door het verhaal zonder de relevantie daarvan voor het verdere verloop uit het oog te verliezen. Knap gedaan. Te veel informatie kan immers dodelijk zijn voor een goed verhaal. Van den Kroonenberg slaagt er goed in je te laten inleven in Dorian, zijn woede over zijn gekrenktheid te voelen, maar ook zijn hulpeloosheid om contact te leggen met mensen van wie hij eigenlijk heel goed weet dat ze het goed met hem voor hebben. Het boek is heel geschikt om samen met leerlingen in de brugklas te lezen om, na lezing, met hen te reflecteren op de overgang van basisschool naar middelbare school. Zo laat je leerlingen voelen hoe mooi literatuur kan zijn.
Literair Nederland werkt aan een spin-off voor kinder- en jeugdliteratuur, Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op! mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl
Het was een feestelijke bijeenkomst, de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs 2022, die het Literatuurmuseum afgelopen donderdag 19 mei in theater Diligentia in Den Haag had georganiseerd. Maaike Meijer, voorzitter van de Stichting P.C. Hooft-prijs, reikte met zichtbaar genoegen de prijs voor verhalend proza uit aan Arnon Grunberg. In december jl. bij de toekenning, omschreef Grunberg deze prijs als volgt: ‘Qua eer en inzet de mooiste die je als auteur kunt winnen.’
In zijn dankwoord omschreef Grunberg de roman, ‘als het podium voor verlangens en angsten – die twee zijn moeilijk van elkaar te scheiden – als de enscenering van de overtreding, als illustratie bij het inzicht dat leven verspilling is. Waaraan moet worden toegevoegd dat het gevaar altijd weer zal worden gezocht, en het willen doen verdwijnen van elk gevaar slechts de subtiele doodsdrift is. Immers, waar elk gevaar is geweken heeft de dood zijn intrede gedaan.’
‘Als geen ander stelt Grunberg de verhouding tussen spel en werkelijkheid, tussen de vernislaag van de beschaving en de barbarij, in zijn romans steeds op scherp. Roman na roman ensceneert Grunberg situaties voor zijn personages, meestal mannen, waarin zij de maatschappelijke rol die ze zich hadden aangemeten niet meer kunnen spelen’, zo staat het in het juryrapport. De jury, bestaande uit Agnes Andeweg (voorzitter), Rashid Novaire, Esther Op de Beek, Coen Peppelenbos en Nina Polak, omschrijft Grunberg als ‘een schrijver die ongeëvenaard is in ambitie, productiviteit en intellectuele kracht. Onverminderd nieuwsgierig en maatschappelijk betrokken.’
Een dag later nam het Literatuurmuseum een portret in brons van Arnon Grunberg in ontvangst, gemaakt door beeldhouwer Mohana van den Kroonenberg naar aanleiding van de toekenning van de P.C. Hooft-prijs. Het beeld staat bij de ingang van het museum.
Foto Arnon Grunberg: Mylene Siegers,
Foto portret in brons: Mohana van den Kroonenberg
Een boek herlees ik als het iets bij me teweeg heeft gebracht, zoals Cirkel in het gras van Oek de Jong, Wacht tot het voorjaar Bandine van John Fante, of Strikt van Minke Douwesz. Veel boeken hebben aan een eerste lezing genoeg, romans met een plot die je wegleest als eet je een doos bonbons leeg. Boeken die de boekenkast niet halen. Dan zijn er de boeken die met een zekere overtuiging in de kast worden gezet. Waaronder debuten die nieuwsgierig maken naar een volgend boek. Niet zelden blijft dat volgende boek uit en zul je nooit weten hoe een debutant zich in zijn schrijverschap ontwikkeld heeft. Die boeken blijven vereenzaamd in de kast staan, zoals Moorddiner van Mohana van den Kroonenberg en De smaak van ijzer van Elisabeth van Nimwegen.
Van De smaak van ijzer herinner ik me dat ik het goed geschreven vond en dat de onderlinge relaties nogal fysiek en intiem waren. Met Moorddiner, een verhalenbundel, had ik moeite met ‘iets’ ongrijpbaars in de verhalen. Het ging er nogal zwaar aan toe in Moorddiner. Verhalen die je na lezing een verloren gevoel geven, toch was het dat schurende wat me intrigeerde. Ik moet het nog eens lezen, alleen al om te kijken of er in mij iets veranderd is waardoor ik er nu wel uit kan halen wat er beslist in zit.
Maar eerst herlas ik De smaak van ijzer, een coming of age-roman over twee studentes aan de toneelopleiding in Maastricht. Bij herlezing bleek dit naast een coming of age, ook een ware #MeToo- roman te zijn. Er komt een regiedocent in voor die zich vanuit zijn positie nogal bruut aan hen vergrijpt. De overheersing van man-vrouw, docent-leerling verhoudingen die in deze kleine roman schuilt, was me bij eerste lezing volledig ontgaan. Ik had het gelezen zoals ik ooit De negerhut van oom Tom had gelezen; wat daar aan mensenleed in voorkwam nam ik aan voor wat het was; een verhaalgegeven en van de werkelijkheid had ik geen idee.
Daar had de #MeToo beweging van het afgelopen jaar verandering in gebracht waardoor deze roman opeens aan inhoud had gewonnen. Ik dacht: ‘Dat niemand dit boek onder de aandacht heeft gebracht! Hier staat het allemaal in.’ Het overrompelende van docent naar student, hoe afhankelijkheid werkt; het werd me door deze roman opeens haarfijn duidelijk.
Vooral in de toneelwereld waar alles ‘moet kunnen’, waar je hele hebben en houden tentoon gesteld moet worden (anders kan je opstappen) en grenzen van mijn en dijn vervagen. Het is vooral de tegenkracht die de vertelster ontwikkelt waarbij de betekenis van de titel – De smaak van ijzer – op verrassende wijze verklaard wordt. Lees dit boek, en had ik al gezegd dat het zeer goed geschreven is?
Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.
De titel Moorddiner van Mohana van den Kroonenberg doet vermoeden dat het om een thriller gaat. Maar niets is minder waar., want moorden worden er niet in gepleegd. Moorddiner is een verhalenbundel met korte, absurdistische verhalen waarin de werkelijkheid op zijn kop wordt gezet en niets is wat het lijkt. Elke vorm van realisme is overboord gekieperd en heeft plaats gemaakt voor een droomwereld waar uit het moeilijk ontwaken is. Haar verhalen doen denken aan vreemde en uitzinnige dromen waarin alles mogelijk is en ook nog logisch lijkt. Eenmaal ontwaakt is er van deze logica weinig over. Navertellen is bijna onmogelijk omdat de normale dimensies van ruimte en tijd doorbroken zijn.
Bizarre gebeurtenissen
Toch weet Van den Kroonenberg wat ze doet: zonder opsmuk en met grote souplesse weet ze haar woorden vorm te geven. En met het grootste gemak zuigt Van den Kroonenburg de ene na de andere bizarre en ongeloofwaardige gebeurtenis uit haar duim. Het is niet alleen deze moeiteloosheid die indruk maakt. Eveneens heeft Van den Kroonenbrug een eigen uitgesproken stijl waar vele schrijvers enkel van kunnen dromen.
Nu moet gezegd worden dat niet iedereen de charme van de verhalen in zal zien. Want de droomwereld die Van den Kroonenburg de lezer voorschotelt is geen fijne plek om te vertoeven. Het is er grimmig en kil. En de personages die de verhalen bevolken zijn stuk voor stuk underdogs; onbegrepen en genegeerd door de wereld om hen heen. Tot op het bot vernederd, maar met grote wilskracht proberen zij de bevestiging te krijgen waar ze naar smachten.
Zo lezen we in het verhaal Edwin in Wonderland de wanhopige strijd van Edwin. Edwin werkt al twintig jaar op hetzelfde kantoor waar hij een kamer deelt met de beeldschone Margaritha, die hem geen blik waardig gunt; in al die jaren heeft ze hem nog nooit aangekeken. Maar dan op een dag is Edwin het zat en doet wat hij al veel eerder had moeten doen.
Grip krijgen op de omgeving
Ook de man in het titelverhaal Moorddiner probeert grip te krijgen op zijn omgeving. Tijdens een familiediner hoopt hij dat zijn familieleden eindelijk oog hebben voor hem en zijn pasgeboren zoon. Maar ook deze poging is gedoemd te mislukken. Want hoe hard de personages ook hun best doen, gehoord worden ze eigenlijk niet. Niet voor niets bevinden zij zich in een absurdistisch universum; de essentie van hun bestaan is gebaseerd op verwarring en redeloosheid.
Maar bij verwarring blijft het niet. Van den Kroonenburg doet hier nog een schepje bovenop door gevoelens van minderwaardigheid en ontevredenheid van de mens tot immense proporties op te blazen. Elk personage lijdt op zijn eigen manier maar uiteindelijk is voor elk hetzelfde gevoel van onvolkomenheid de basis van waaruit zij handelen. Dit verklaart waarom, hoewel telkens verschillend uitgewerkt, de verhalen zoveel op elkaar lijken. Ondanks dat is Moorddiner een intrigerende bundel.