• Ongelezen en Castduinen

    Ongelezen en Castduinen

    Levensmiddelen en boeken hebben een ding met elkaar gemeen, ze worden beide aangeschaft vanuit een niet te stuiten gretigheid: een behoefte, een smaak, een prikkel, een nooit genoeg van kunnen krijgen. Van beide wordt altijd meer in huis gehaald dan er geconsumeerd kan worden. Levensmiddelen die over datum zijn, verdwijnen in de vuilnisbak. En daar begint het wringen. Boeken kennen geen houdbaarheidsdatum, zeker ongelezen boeken niet. Ongelezen mogen ze de boekenkast niet in, bang als ik ben dat ze vergeten worden; dat wat je niet kent onthoud je niet. En ik wil de verhalen, de levens, de drama’s, de ontwikkelingen van al die schrijvers kennen, en onthouden. Ik heb ze niet voor niks in huis gehaald! Ik nam ze omdat ik er over gelezen had, iemand me erover tipte, omdat ik over een schrijver of thema meer wilde weten. Om te lezen, jawel.

    En dan begint de aanwezigheid van al die boeken, waar ik maar niet aan toe komt om te lezen, aardig op mijn gemoed te werken. Je vraagt je af of jij daar alleen last van hebt, die druk van ongelezen boeken. Het was een verademing toen ik op de podcastserie ‘Castduinen’, door radio- en podcastmaker Maarten Westerveen stuitte. Een reis langs boekenkasten bij lezers (meest schrijvers) thuis, op zoek naar enige orde, een systeem.

    Dat boekenbezit zwaar kan wegen, getuigt de actie die onderzoeksjournaliste en schrijfster Linda Polman ondernam. Nogal stoer zegt ze: ‘Ik heb alles weggeflikkerd. Boeken die me twintig jaar aanstaarden.’ Driekwart van haar boeken gewoon ‘weggeflikkerd’. Alsof ze een minnaar – (ook minnaars hebben een houdbaarheidsdatum) die haar teveel met een soort van ‘onvermogen’ confronteerde, bij het grof vuil had gezet. Wat een bevrijding.
    In de podcast met Cees Nooteboom zegt de schrijver over zijn boekenbezit: ‘Het is vreselijk, we [zijn vrouw en hij] worden er helemaal krankzinnig van.’ Negentien dozen vol heeft hij laatst laten afvoeren.

    De mooiste podcast is die met Asis Aynan. Hij heeft één boekenkast waar de boeken ongeordend zijn ingelegd. Een stapel boeken van ongeveer 1.60 m hoog staat ernaast. Westerveen lijkt geschokt: ‘Ik kan de kaften niet eens zien, de ruggen niet eens.’ Dan vertelt Aynan dat hij, afstammeling van een duizenden jaren oud geslacht, de eerste in zijn lijn is die een boekenkast bezit. ‘Ik weet niet goed hoe een boekenkast werkt.’

    Aan het eind van de podcast vertelt hij over de betekenis van het boek Hongerjaren van Mohamed Choukri, de eerste schrijver in Marokko die over de realiteit schreef. Een oerboek noemt hij het. ‘De Marokkaanse literatuur ging altijd over rozen, over tuinen’, zegt Aynan, ‘niet over dood en armoede’. Hij zegt de eerste zin van de roman die in zijn hoofd gebeiteld lijkt te staan: ‘Tussen de andere kinderen in zit ik te huilen om de dood van mijn oom.’
    Een zin als een mantra om te weten waar het allemaal begon. Ik weet dat ik dat boek ergens heb liggen.

     

    Kies je eigen podcast bij SLAAcast.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over over boeken en ontdekkingen in de marges van de literatuur.

     

  • De strijd om het bestaan in koloniaal Marokko

    De strijd om het bestaan in koloniaal Marokko

    Ik kan niet met een kristallen pen schrijven. Voor mij is schrijven een protest, geen parade’ (Mohamed Choukri).

    Het verhaal achter het ontstaan van het autobiografische debuut van de Marokkaanse schrijver Choukri is opmerkelijk genoeg om er even bij stil te staan. Hij schreef het boek in 1973 op aandringen van de Amerikaanse emigrant Paul Bowles. Samen zetten ze de Arabische tekst gelijktijdig om in het Engels, hoewel Bowles het Arabisch niet beheerste. Onder de titel For bread alone verscheen het boek datzelfde jaar nog bij een Londense uitgever, terwijl de Arabische versie aanvankelijk door diverse uitgevers geweigerd werd. Een kleine tien jaar later werd het boek pas in de originele taal gepubliceerd, op kosten van Choukri zelf. Daarmee is het verhaal nog niet afgelopen, want het boek had in Marokko tot het jaar 2000 te maken met censuur vanwege de onomwonden seksscènes. Pas na geruime tijd kwam ook in eigen land de erkenning dat de autobiografie van Mohamed Choukri een belangrijk commentaar vormde op de erbarmelijke omstandigheden in het koloniale Marokko van halverwege de 20e eeuw.

    Een verloren jeugd
    Hongerjaren werd recent voor de vierde maal in het Nederlands uitgegeven, in een herziene vertaling. Wereldwijd zijn er meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Blijkbaar is de aantrekkingskracht van het boek op een internationaal lezerspubliek groot. En dat terwijl Hongerjaren barstensvol ellende staat. Het boek valt meteen met de deur in huis en alleen al in de eerste alinea komen woorden als huilen, slaan, dood, honger en oorlog voor.

    Mohamed Choukri groeit op bij een gewelddadige vader en een machteloze moeder. Hij moet al vroeg allerlei werk doen om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Hierdoor komt hij op jonge leeftijd in aanraking met alcohol en hasj (kif genoemd, nog steeds een belangrijk exportproduct van Marokko). Ook met zijn seksuele verlangens moet de jongen zelf maar leren omgaan. Dit leidt tot voyeurisme, uitspattingen en veel prostitutiebezoek, terwijl de verteller bijvoorbeeld pas op veel latere leeftijd ontdekt dat vrouwen menstrueren. Hij moet kortom volwassen zijn zonder het eerst te kunnen worden.

    Een toekomstperspectief heeft de ongeletterde ik-persoon niet, een geschiedenis nauwelijks. Afkomstig uit de noordelijke bergstreek de Rif zwerft hij, nadat hij zich heeft losgemaakt van zijn ouders, jarenlang als een nomade door de verschillende steden van Marokko. Hij leeft van het ene moment in het andere.

    Deze ontheemdheid in tijd en plaats wordt in Hongerjaren prachtig vormgegeven doordat het boek op dezelfde manier verloopt. Je wordt als lezer middenin de situatie geplaatst. Van context is nauwelijks sprake. Uit het niets duiken personen op die vervolgens ook weer volkomen verdwijnen, uit het blikveld van de verteller. Telkens veranderen de omstandigheden en in het tijdsverloop zitten gaten die niet worden aangeduid of verklaard. Zo is er ineens een hoofdstuk waarin peseta’s niet langer het betaalmiddel zijn, zoals in de rest van het boek, maar franken. Blijkbaar is Mohamed Choukri hier in een streek beland die onder Franse invloed staat. Op een ander moment raakt hij min of meer per ongeluk betrokken in een volksopstand. Zijn achtergrondkennis bestaat uit wat hij net in een café heeft opgevangen en meteen daarna zit hij er middenin, om het oproer aan het einde van het hoofdstuk ook weer helemaal achter zich te laten. Zo ervaar je als lezer iets van de beperkte blik en de desoriëntatie van de hoofdpersoon, die aan zijn eigen strijd om te (over)leven genoeg heeft.

    Toch is het boek meer dan enkel miserie. De toon van Hongerjaren is neutraal en open. Het boek is direct, confronterend, maar eigenlijk nooit klagend. Choukri laat zichzelf aan de ene kant als analfabeet zien zonder enige opleiding maar ook als iemand met oog voor schoonheid en met het vermogen van reflectie, al is het nog zo kort. Juist te midden van deplorabele omstandigheden komen regels als deze bijvoorbeeld sterker binnen: ‘Op de dag van ons vertrek dacht ik aan het graf van mijn broer. Zijn graf zou niet meer begoten worden, zonder bloemen en zonder steen zou het achterblijven. Het graf van mijn broer zou langzaam verdwijnen, zoals al het kleine tussen de grote dingen verloren gaat.’

    Honger naar een beter leven
    Het is verleidelijk om een relatie te leggen tussen het geschrift van Choukri en de actualiteit, zoals ook wel gebeurt. Zegt Hongerjaren iets over de volksaard van Marokkanen, of over de Arabische wereld in het algemeen? Zeker is dat deze autobiografie uitstijgt boven het ervaringsverhaal van één persoon. Het heeft zeggingskracht als het aankomt op de situatie in Marokko ten tijde van de overheersing door de koloniale machten Spanje en Frankrijk.

    Maar aan Hongerjaren wordt geen recht gedaan wanneer het wordt beschouwd als munitie voor hen die menen dat de waarden en de cultuur van moslims onverenigbaar zijn met het leven in de Westerse wereld. De Islam speelt nauwelijks een rol in het Marokko dat Choukri beschrijft. Het verhaal gaat niet over primitieve moslims of vermeende religieuze achterlijkheid. Het boek is een opstand tegen een samenleving waarin complete generaties geen uitzicht hebben op een waardig leven in hun eigen land. Dát is inderdaad nog steeds actueel. Tussen de regels door schetst Chourki hoe er vanuit die sociale onvrede een voorzichtig nationaal besef ontstaat en, hand in hand daarmee, een nog voorzichtiger hang naar een religieuze identiteit. Het zijn kiemen van verzet tegen Europese machtshebbers die het land niets te bieden hebben.

    Hongerjaren verdient het nog steeds om gelezen te worden, hoewel zij die niet al te veel narigheid kunnen hebben gewaarschuwd zijn. Het boek is een eerlijk en rauw relaas maar biedt tegelijk meer dan een kale registratie van wat er is voorgevallen. De manier waarop Choukri zijn verhaal brengt laat de weldoorvoede Westerse lezer iets ervaren van wat het betekent om een uitzichtloos bestaan te leiden in armoede. Juist het ontbreken van de gebruikelijke schets van setting en achtergronden, van een literaire opbouw, van uitgewerkte personages, van duidelijke oorzaken en gevolgen, is hier de vorm waarmee de schrijver zijn protest tot leven brengt. Het resulteert in een aantal intense passages en een boek dat je moeiteloos in zijn greep houdt.

    Tegen het einde van Hongerjaren wordt de ik-persoon geraakt door enkele versregels van een Tunesische vrijheidsdichter: ‘Als op een dag het volk het leven wil, dan kan het Lot niet weigeren, en zal de nacht zeker verdreven worden, en de boeien verbroken...’ (Abou El Kacem Chaabi).

    Hij begrijpt de woorden niet maar voelt ze wel. Langzamerhand ontwaakt in hem het verlangen om te leren lezen en schrijven. Om zodoende zelf zijn geschiedenis te kunnen vormgeven en meester te worden van zijn eigen verhaal.

  • Marokkaanse portretten

    Marokkaanse portretten

    Is dit een roman? Dat staat weliswaar nadrukkelijk op de omslag vermeld, maar het boek laat zich moeiteloos lezen als een reeks losse schetsen. De inhoudsopgave oogt als de opsomming van een reeks verhalen.
    Wat hen bindt is in de eerste plaats de wereld waarin ze zich afspelen: Tanger, en dan meestal de zelfkant van die Marokkaanse stad pal tegenover Gibraltar, en in de tweede plaats de verteller, de ‘ik’ (in op één na alle hoofdstukken), en dat is Mohamed Choukri zelf. Of is dat laatste te kort door de bocht? Literatuurtheoretici willen niet dat we de auteur en de verteller gelijkstellen, ook al komen alle gegevens die de laatste over zichzelf presenteert, en dat zijn er in dit geval nogal wat (zelfs titels van gepubliceerd werk), overeen met wat we weten van de eerste.

    Gezichten is het laatste deel van een trilogie. Eerder verschenen al Hongerjaren (o.a. in 2007, Rainbow-pockets) en Jaren van dwaling. In april 2016 zal in de Berberbibliotheek een heruitgave verschijnen van Hongerjaren, Choukri’s debuut, dat in 1973 in het Engels en pas later in het Arabisch verscheen. In Marokko, het land van herkomst van Choukri, werd het verboden. Internationaal werd het een bestseller. Gezichten is het laatste boek dat Choukri publiceerde. Het verscheen in 1996.

    Verloren paradijs
    Ongetwijfeld is Gezichten voor hen die de andere delen van de trilogie kennen een ander boek dan voor iemand die onvoorbereid begint te lezen. De laatste treft in dit boek veertien verhalen aan vol drank en armoede, vol levensmoed en berusting. Verwacht geen Carmiggelt. Daar is de verteltrant te meedogenloos voor. We ontmoeten overlevingskunstenaars, verslagenen, hoeren, junkies, thuislozen en criminelen. In hun midden de verteller, tegelijk één van hen en buitenstaander. Het is ál desillusie en uitzichtloosheid wat de klok slaat.
    Alleen het laatste hoofdstuk, ‘Mijn gezicht in de jaargetijden’, wijkt af. Daarin geeft de verteller een soort apologie van zijn bestaan, of laten we zeggen: een uiteenzetting van zijn levenshouding. Of is het een samenvatting van een door schade en schande verworven levenswijsheid? De moed der wanhoop; de weigering om het verleden te betreuren; de vervulling van het schrijverschap; het leven van een poète maudit. Nogal wat gemeenplaatsen, maar wel doorleefd.

    Wat alle verhalen, dus ook dat laatste, gemeen hebben, is het grimmige levensgevoel van mensen die weten dat ze weinig te verliezen hebben en dat dat weinige toch nog veel is – vergeleken bij wat hun te wachten staat indien ze zelfs dat weinige kwijt zouden raken. De blik waarmee de verteller de geportretteerden én zichzelf beschouwt, doet soms denken aan de tegelijk genadeloze en empathische blik van de verteller van Céline’s Reis naar het einde van de nacht. De burgerman huivert.

    Misschien moeten we Tanger als hoofdpersoon van dit boek beschouwen. ‘Tussen haar verleden en haar heden ligt een verloren paradijs’, zegt de verteller en die gedachte verklaart misschien de melancholie die hier en daar uit de verhalen spreekt en die de hardheid van de verhalen verzacht.

    Literatuur
    Choukri’s biografie wordt getekend, aldus alweer het voorwoord, door zelfdestructie, verblijf in psychiatrische inrichtingen, een arme, ongeletterde jeugd en de vriendschap met Paul Bowles. Uit de verhalen en de door de auteur zelf toegevoegde voetnoten blijkt ook zijn grote liefde voor de literatuur. De toewijding van de autodidact.

    Bijna elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een gedicht. Of is het een notitie in de trant van het slothoofdstuk? De vorm is vrij, dus dat valt niet goed uit te maken. Deze inleidende opmerkingen zijn moeilijk te doorgronden. Een kleintje als voorbeeld: ‘Ik gok / om te winnen, al is het niet veel. / Dat is mijn verdienste. / De zee. Wat een zee! / zijn we er niet uit geboren en keren we er niet naar / terug? / De zee is onze moeder, niet onze vader.’ Dit is de proloog tot ‘Hammadi de gokker’, waarin een compulsieve gokker aan een droevig einde komt. De zee speelt daar geen rol in.
    Zijn deze gedichten soms ’typisch Arabisch’? Ontoegankelijk voor een West-Europese lezer? Geen beter hulpmiddel om de verwarringen van de multiculturele samenleving de baas te worden dan de literatuur. In dit boek ervaren we dat de condition humaine voor deze Marokkaanse schrijver niet anders is dan voor wie dan ook.

  • Oogst week 46

    Oogst week 46

    Gezichten

    Sinds enkele jaren bestaat de Berberbibliotheek, opgericht door schrijver Asis Aynan en vertaalster Hester Tollenaar, met het doel niet eerder in het Nederlands verschenen klassiekers van schrijvers met een Berberachtergrond te vertalen en uit te geven. Dit mooie initiatief vond via uitgeverij Jurgen Maas zijn weg naar de lezers. Gezichten is het zesde deel van de Berberberbibliotheek en het vervolg op de wereldwijde bestseller Hongerjaren van de Marokkaanse schrijver Mohamed Choukri. Net als Hongerjaren is Gezichten een associatieve roman waarin de taal van de straat een belangrijke rol speelt. Het is een wonderlijke, bij tijden harde maar ook vertederende wereld die beschreven wordt. De meeste verhalen spelen zich af in Tanger, over een tijdsspanne van ruim vijftig jaar. Het gaat om ontmoetingen met stadsfiguren, die een blijvende indruk op de schrijver hebben gemaakt. Het levert een levendig beeld op van het leven in Tanger in de jaren vijftig.

    Gezichten
    Auteur: Mohamed Choukri
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Bewoond door iets groters – Au-delà de la frontière – Von etwas Groscherem bewohnt

    Bewoond door iets groters – Au-delà de la frontière – Von etwas Groscherem bewohnt van de Belgische Dichter des Vaderlands Charles Ducal is een drietalige bundel geworden. Dichter des Vaderlands zijn betekent in een drietalig land als België dat de dichter ook meteen ‘poète national’ en ‘nationaler Dichter’ wordt. Twee jaar lang wijdde Ducal zich aan zijn opdracht poëzie te schrijven over relevante maatschappelijke thema’s. Aan de vooravond van Ducals afscheidstournee verschijnt als een coproductie van Atlas Contact en Poëziecentrum dit drieluik: gedichten, CD en DVD, samen met enkele teksten waarin Ducal reflecteert over zijn opdracht. Zijn gedichten gaan van arbeid en school tot vluchtelingen en vakantie naar oorlog en armoede. Van de Dichter des Vaderlands werd door filmmaker Jess de Gruyter een documentaire gemaakt en componist-muzikant Jokke Schreurs zette een aantal gedichten op muziek, gezongen door Filip Jordens.

    Bewoond door iets groters - Au-delà de la frontière - Von etwas Groscherem bewohnt
    Auteur: Charles Ducal
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Familie

    Familie is de eerste roman van de Fins-Zweedse dichter en korte verhalen schrijver Philip Teir (1980). Volgens de uitgever leest deze als een grootse, hedendaagse Amerikaanse roman, maar dan met het onderscheidende scherpe noordelijke randje. Op het eerste gezicht leeft de familie Paul de Scandinavische droom. Max Paul is een gerenommeerd publicerend socioloog en zijn vrouw Katriina heeft een goedbetaalde baan in de publieke sector. Ze wonen in een mooi appartement in Helsinki. Maar Max’ leven staat op losse schroeven. Hij is bijna zestig, heeft jarenlang niets gepubliceerd, drijft weg van zijn gezin en zijn volwassen dochters hebben hun eigen problemen. Als een journaliste en oud-studente hem een ander leven voorspiegelt, begint zijn gepolijste leven haarscheurtjes te vertonen. Ook volgens de uitgever bevindt Familie zich in de hoek waar ook Jonathan Franzen, Richard Yates en John Updike zich ophouden. Vertaald door Sophie Kuiper, prijs €19,99.

    Familie
    Auteur: Philip Teir
    Uitgeverij: AMBO | Anthos

    John Irving

    Voor de liefhebbers van John Irving is deze maand zijn veertiende roman Avenue van Mysteriën verschenen. De roman gaat over de avonturen van Juan Diego op de Filippijnen en zijn jeugdjaren in Mexico en hoe heden en verleden onherroepelijk met elkaar in botsing komen. Juan Diego is een veertienjarige jongen die in Mexico in armoede opgroeit. Zijn dertienjarige zusje Lupe kan soms de gedachten van mensen lezen en denkt de toekomst te kunnen voorspellen. Over het verleden heeft ze meestal gelijk: ze kent de erge dingen die iemand zijn overkomen. Ze heeft minder vaak gelijk in haar toekomstvoorspelling. Maar het is voor haar een grote last te weten wat er gaat gebeuren met haar zelf of degenen van wie ze houdt. Waartoe is een dertienjarig meisje in staat als ze ervan overtuigd is de toekomst te moeten veranderen? Op latere leeftijd onderneemt Juan Diego een reis naar de Filipijnen, vergezeld door zijn herinneringen en denkt hij terug aan zijn bewogen jeugd in Mexico.
    Opmerkelijk is dat de Nederlandse uitgave dezelfde cover heeft als de Amerikaanse. Uitgegeven door De Bezige Bij, vertaald door Otto Biersma en Luud Dorresteijn, 608 blz., € 34,90.

    John Irving
    Auteur: Avenue van Mysteriën
    Uitgeverij: De Bezige Bij