• Oogst week 50

    Hoog water ; laaglands leven

    Hoog water ; laaglands leven van de Haagse schrijver Karel Feenstra gaat over Nederland en het water. Het is een serie korte, poëtische verhalen over ons ku(n)stland. Als je het uit hebt kijk je met andere ogen naar al die rivieren, dijken, kustlijnen, havenstadjes en deltawerken.
    Alle verhalen staan op zichzelf, en samen vormen ze een geheel.

    Op 1 december 2023 werd dit boek bij Panorama Mesdag ten doop gehouden.
    Daarbij zei de auteur: ‘We moeten het over water hebben! Miljoenen mensen wonen meters onder zeeniveau in Nederland. We weten het, maar staan er niet bij stil. En toch is Nederland een uniek staaltje mensenwerk. Wonen op een oude zeebodem, dat doen ze nergens anders op de wereld. Droge voeten, dat is élke dag hard werken! En dat wordt alleen maar meer. Voor dit boek reisde ik een jaar lang door heel Nederland, om te laten zien hoe bijzonder, mooi en wonderlijk ons land is.’

     

    Hoog water ; laaglands leven
    Auteur: Karel Feenstra
    Uitgeverij: Uitgeverij Kleine Uil (2023)

    Alleen maar hartstocht

    Nadat zij de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen had in 2022, is de aandacht voor Annie Ernaux (1940) in Nederland alleen maar toegenomen.

    Alleen al bij De Arbeiderspers zijn dit jaar drie titels van haar verschenen.

    In januari verscheen De jonge man en in oktober ’23 verschenen De plek en Alleen maar hartstocht. In 2022 verscheen Meisjesherinneringen.

    Haar roman De jaren werd vorig jaar onder regie van Eline Arbo op de planken gebracht door Het Nationale Toneel en gaat volgend jaar in reprise. (Een aanrader!)

    Ernaux werd geboren in een middenstandsmilieu en schreef daarover. Haar werk is sterk autobiografisch (jeugd, adolescentie, huwelijk, abortus, dood), scherp, en politiek en sociaal bewust.

    Alleen maar hartstocht gaat over een liefde die voorbij is tussen een bijna zestigjarige schrijfster en een dertig jaar jongere man.

    De vrouw leeft in een roes en geeft zich volledig over aan haar hartstocht. Heel haar zijn staat in het teken van deze ene aanbeden man. Dan slaat alles om: achterdocht en jaloezie verdrijven de liefde.

     

     

     

    Alleen maar hartstocht
    Auteur: Annie Ernaux
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers (2023)

    Familielexicon. Herinneringen

    Als 326e deel uit de serie Privé Domein is Familielexicon van Natalia Ginzburg (1916 -1991) verschenen. Voor dit boek ontving ze in 1963 de belangrijke Italiaanse literatuurprijs, de Premio Strega.

    In Familielexicon beschrijft Natalia Ginzburg haar Italiaanse familie in het geassimileerd-Joodse milieu van Turijn waarin ze opgroeide in de jaren twintig tot vijftig van de vorige eeuw. Ze staat stil bij de routines en rituelen, grappen en beledigingen die het familieleven kenmerken en schetst een intiem portret van haar ouders.

    Familielexicon lijkt een roman, maar is het niet: ‘Alle plaatsnamen, gebeurtenissen en personen in dit boek zijn werkelijk. Ik heb niets bedacht. Steeds wanneer ik heb gefantaseerd, zoals ik dat als schrijfster gewend was, voelde ik me onmiddellijk verplicht die fantasie weg te werken,’ waarschuwt Ginzburg in haar voorwoord.
    Familielexicon wordt gezien als het hoogtepunt in haar œuvre.

    Deze uitgave wordt begeleid door kenners van haar werk: vertaler Cesare Segre, schrijver Domenico Scarpa en literatuur- en theatercriticus Cesare Garboli. Jan van der Haar vertaalde Familielexicon.

    Familielexicon. Herinneringen
    Auteur: Natalia Ginzburg
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers (2023)
  • Het lucide nietsdoen – een wijze levensles?

    Het lucide nietsdoen – een wijze levensles?

    De luiaards in de vruchtbare vallei van Albert Cossery is een ideaal boek om te lezen tijdens een pandemie, waarin het leven vertraagd is en veel mensen noodgedwongen een groter deel van hun dagen binnenshuis slijten. Het verhaal uit 1948 gaat over de kunst van het nietsdoen, over luiheid en dagenlang slapen – alles om je maar af te keren van de buitenwereld, die gevuld is met narigheid in allerlei vormen. 

    De jonge Siraag woont met zijn broers Rafiek en Galaal, zijn vader en zijn oom in een groot huis in een voorstad van Caïro. De vrouwelijke bediende Hoda zorgt voor het huishouden en leeft een ondankbaar bestaan tussen de luiaards. De familie heeft een afkeer jegens de buitenwereld, ze zijn als de dood dat hun rust wordt verstoord en ze willen niks liever dan de hele dag slapen – en daar slagen ze vrij goed in.
    Het boek begint met Siraag die uit nieuwsgierigheid af en toe buiten de deur komt en het idee heeft opgevat om te gaan werken omdat hij genoeg heeft van het alsmaar niks doen. Hij heeft een baan in een fabriek in de buurt op het oog. Dit leidt tot verbijstering en woede bij zijn familie, die hem probeert te laten inzien wat een absurd idee dat is: ‘Toen ik voor ingenieur studeerde, moesten we fabrieken bezoeken. Het waren grote, ongezonde, troosteloze gebouwen. Ik heb er de naarste momenten van mijn leven doorgebracht. Ik heb de mensen gezien die in de fabriek werkten; dat waren geen mensen meer. Het ongeluk stond hun allemaal op het gezicht geschreven.’

    Om vier uur opstaan om te gaan werken

    Wanneer Siraag van zijn broer hoort dat er landen zijn waar mensen om vier uur ’s nachts opstaan om in de mijnen te gaan werken, kan hij zijn oren al helemaal niet geloven. Hij besluit om ook eens te proberen zo vroeg wakker te worden, maar komt na een paar pogingen tot de conclusie dat het onmogelijk is. Weifelend vraagt hij zich af of het wel echt waar is dat mensen dit doen, in het holst van de nacht wakker worden om te gaan werken.
    De onbevangen blik van een wereldvreemde jongen als Siraag op mensen die hun leven slijten met werken in erbarmelijke omstandigheden, kan bijna niet anders dan resulteren in schrik en ontzetting. Het leven behelst zoveel meer dan noeste arbeid en wanneer je niet hoeft na te denken over de praktische kant van het leven is het niet vreemd dat je het concept van werken met argusogen bekijkt. 

    Kritiek op systeem

    Siraags ongeloof bij de verhalen van zijn broer over het leven van arbeiders zet ook de lezer aan het denken. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat het alternatief van de hele dag niks doen – iets waar auteur Cossery zelf erg bekwaam in was – ook geen ideale leefstijl is. Siraag gaat immers niet voor niks op zoek naar werk, en ook Rafiek worstelt met verlangens uit zijn verleden toen hij zich nog niet rigoureus van de wereld had afgekeerd. Van oom Mustafa hoeft het luieren eveneens allemaal niet zo, maar het is lastig om te ontsnappen uit het leven dat je hebt.
    Daarmee is De luiaards in de vruchtbare vallei niet alleen een vermakelijk boek over een paar Egyptenaren in een buitenwijk van Caïro die liever lui dan moe zijn, het zet de lezer ook aan het denken over de leefwijze en de verheerlijking van werk die we als maatschappij heden ten dage omarmd hebben. De afkeer van de buitenwereld is niet alleen gebaseerd op de onzekerheid en hartzeer die iemand kunnen overkomen bij een stap buiten de deur, maar is ook gestoeld op kritiek op het (economische) systeem: arbeiders brengen hun dagen door in fabrieken en mijnen en leven een kleurloos bestaan. 

    Actuele vertelling

    Hoewel de werkomstandigheden van veel werknemers inmiddels een heel stuk beter zijn dan in de jaren vijftig, zijn er parallellen te trekken met het nu. Wereldwijd slijten nog veel mensen hun bestaan in fabrieken en mijnen – of in kantoren. Siraag zou ongetwijfeld met dezelfde verbijstering luisteren naar de verhalen over ons moderne kantoorleven, met lean-trajecten, vergadertijgers en scrummasters. Cossery schreef De luiaards in de vruchtbare vallei ruim zeventig jaar geleden, maar de vertelling is nog onverminderd actueel. 

    Het boek is vertaald door Mirjam de Veth, die eveneens een prachtig nawoord heeft geschreven. Albert Cossery, geboren in Egypte, woonde het grootste deel van zijn leven in Parijs. Hij overleed in 2008. Zijn oeuvre, bestaande uit tien boeken, kenmerkt zich door personages die buiten de maatschappij staan en de wereld om zich heen wantrouwend gadeslaan.  

     

  • Nagelaten werk van Emmanuel Bove

    Nagelaten werk van Emmanuel Bove

    Van de Franse schrijver Emmanuel Bove (1898-1945) verscheen postuum het boek Un caractère de femme dat vorig jaar door Mirjam de Veth als Vrouwelijk karakter werd vertaald. De lezer wordt gedwongen zich af te vragen wat Bove met deze omschrijving beoogt. Mirjam de Veth rept in haar nawoord van ‘de pejoratieve betekenis van vrouwelijk: zwak, passief, grillig’. Hiermee wordt verwezen naar het romanpersonage Jacques met wie hoofdfiguur Colette een moeizame relatie heeft. Wanneer in die tijd een man als vrouwelijk werd neergezet, was dat meestal niet positief bedoeld en dat geldt ook hier. Het is misschien anachronistisch om over seksisme te spreken omdat de tekst oorspronkelijk uit de jaren dertig stamt, maar veel sympathie voor de ‘vrouwelijke’ Jacques roept de auteur niet op. Volgens De Veth is Colette echter sterker en heeft zij wel karakter. Met andere woorden: de titel is ambigu, het kenmerk van veel literatuur.

    Lethargisch bestaan

    Het verhaal gaat over de liefde van een jonge vrouw voor een Franse jongeman die in de Eerste Wereldoorlog een granaatscherf in zijn hoofd krijgt, opnieuw dienst wil nemen na de dood van zijn broer en wanneer dit niet wordt toegestaan de legerarts vermoordt. Hij wijkt uit naar Zwitserland en zijn geliefde Colette volgt hem. Ze leven een lethargisch bestaan, vervallen in een slachtofferrol waaraan ze niet lijken te kunnen ontsnappen.
    De thematiek herinnert aan Dostojewski: kan een mens boete doen voor zijn zonden? Is het werkelijk mogelijk om na ondergane straf terug te keren naar de oorspronkelijke situatie? Een ander thema is de onvolmaaktheid van alle menselijke communicatie. Soms benoemt Bove het expliciet als de personages elkaars drijfveren niet begrijpen. Dan is er meer sprake van ‘telling’ dan van ‘showing’.
    Volgens de theorie van het neurolinguistisch programmeren kan een tekst verschillende representatiesystemen hebben. Wanneer een schrijver veel tastwoorden gebruikt, zou deze appelleren  aan de emoties, wanneer er veel woorden voorkomen die met de uiterlijke verschijning van zaken en personen te maken hebben, dan roept hij vooral beelden op, wanneer het de stijl is die op de voorgrond treedt, gaat het vooral om de klanken die de toon  van het werk bepalen. Als een schrijver deze drie verschillende representatiesystemen allemaal gebruikt, dan zou er sprake zijn van een tekst met een universele aantrekkingskracht.

    Nadrukkelijk klankenrepertoire

    Bove introduceert het hoofdpersonage als volgt: ‘De ogen van de jonge vrouw gingen schuil achter een donkere tocque met een smalle rand die zwaar neerhing van de regen. Ze droeg een lichte droeg een lichte gummi regenjas, waarvan de kraag net als de kraag van een officiersjas omhoog werd gehouden met een riempje, en die van voren recht naar beneden viel, alsof ze geen boezem had.’ Woorden als ‘zwaar’ , ‘neerhing’ en ‘gummi’ zijn tactiel en appelleren aan de emoties, volgens de theorie, terwijl ‘ogen’, ‘donker’ en ‘lichte’ visuele woorden zijn. Qua toon is het een sober verhaal; Bove probeert de lezer niet te bedwelmen met een nadrukkelijk klankenrepertoire maar geeft een vrij zakelijke omschrijving van wat er gebeurt, zonder een staccato stijl te hanteren.
    Omdat Bove alledrie de registers gebruikt, zou men kunnen stellen dat er een universele werking van zijn tekst uitgaat. Deze tekst is echter enigszins onevenwichtig opgebouwd. In het begin herinnert de stijl aan negentiende-eeuws vertellersproza, terwijl de rest van het boek meer sober modernistisch is. Het is een tekst geput uit een koffer van nagelaten geschriften van Bove en helemaal ‘af’ voelt het boek niet aan. Toch is Vrouwelijk karakter de moeite waard, Bove weet namelijk de personages met sobere middelen tot leven te wekken en al zal de lezer hen niet helemaal begrijpen of sympathiek vinden, hij leeft wel sterk met hen mee. Bove weet de behoefte om door te lezen op te wekken. 

     

  • Waar kleine dieven groot in zijn

    Waar kleine dieven groot in zijn

    De in Cairo geboren schrijver Albert Cossery (1913-2008) schreef een klein oeuvre waarvan Grote dieven, kleine dieven zijn laatste roman is. Het verscheen in 1999 en is nu in het Nederlands vertaald.
    Begin jaren dertig ging hij naar Parijs om te studeren maar daar kwam weinig van terecht: de verleidingen van de grote stad waren te groot en zijn vader haalde hem terug. Na de Tweede Wereldoorlog vertrok hij definitief naar Parijs, nam zijn intrek in een hotel waar hij tot zijn dood is blijven wonen.

    Het verhaal is gauw verteld. De hoofdpersoon, Oesama schuimt als een moderne Robin Hood dure wijken van de duizend jaar oude stad al-Kahira af, op zoek naar rijke mensen die hij geld afhandig kan maken. Om geen argwaan te wekken kleedt hij zich als een dandy en kan zich zo in rijke kringen bewegen. Het geeft Cossery de gelegenheid zijn weerzin tegen wat hij legale dieven noemt te spuien: zakenlieden, speculanten, bankiers, projectontwikkelaars, politici etc.
    Het mooie aan het verhaal is, dat het om meer gaat dan alleen het stelen van de rijken om te geven aan de armen. Oesama komt namelijk door het rollen van een portefeuille niet alleen in het bezit van geld maar ook van een belastende brief van een projectontwikkelaar aan een politicus. Hoe hij die projectontwikkelaar, samen met zijn leermeester in zijn greep krijgt is hilarisch, met een prachtig eind.

    Cossery was een zeer nauwgezet schrijver, ieder woord werd zorgvuldig gekozen en gewogen, moest op zijn plaats staan; iedere zin moest kloppen. Zijn bijnaam is niet voor niets ‘de Voltaire van de Nijl’. Ook deze roman voldoet aan die grote zorgvuldigheid. Zo omschrijft hij Oesama: ‘Hij was een jongeman van een jaar of drieëntwintig die, al was hij geen fatale schoonheid, niettemin een innemend gezicht had met zwarte ogen waarin eeuwige pretlichtjes glommen, alsof alles wat hij om zich heen zag en hoorde steevast enorm komisch was. Losjes en met zwier droeg hij een beige linnen pak en een ecru zijden hemd, opgeluisterd door een felrode das, en bruine suède schoenen. Deze niet aan de hitte aangepaste kledij kwam niet voort uit persoonlijke rijkdom of ijdelheid, maar uitsluitend uit de noodzaak om de risico’s die aan zijn vak kleefden te verminderen. Oesama was een dief, geen legale dief (…); hij was een bescheiden dief met wisselende inkomsten wiens activiteiten (…) in alle tijden en overal ter wereld beschouwd werden als een aanslag op de morele wet van de rijken.’
    Een roman die met veel precisie en humor geschreven is, zeer onderhoudend en vol spotlust. Voor liefhebbers van taal een must om te lezen.

     

  • Oogst week 18 – 2019

    Partizaan Winter

    Partizaan Winter is het debuut van de Italiaanse schrijver Giacomo Verri (1978). Het verscheen oorspronkelijk in 2012 en is nu in een vertaling van Lilian Lotichius bij uitgeverij IJzer verschenen. Partizaan Winter vertelt over de gebeurtenissen uit 1943 in en rond het geboortedorp en de woonplaats van de auteur, Borgosesia.

    Aan de hand van drie sleutelfiguren vertelt Verri het verhaal van de vrijheidsstrijd van partizanen tegen het fascisme in de oorlogswinter van 1943. De drie personages raken op hun eigen manier verwikkeld in de oorlogsgebeurtenissen met als dieptepunt de represaille door het fascistische en berucht wrede Tagliamento-legioen voor de moord op twee van hun kameraden door de partizanen. Na een nacht van gruwelijke martelpraktijken fusilleert het legioen tien inwoners van Borgosesia.

    Een korte documentaire over de roman staat hier.

    Partizaan Winter
    Auteur: Giacomo Verri
    Uitgeverij: Uitgeverij IJzer

    Grote dieven kleine dieven

    Veel van de romans van de Egyptische schrijver Cossery spelen zich af in Egypte. Ze gaan over het contrast tussen arm en rijk, tussen machthebbers en machtelozen. De hoofdpersonen in zijn boeken zijn meestal representanten van de underdog.

    Zo ook in Grote dieven kleine dieven waarin Oessama, een intelligente, ironische, kleine dief, een belastende brief vindt in een door hem gerolde portefeuille. Het boek speelt zich af in een uit zijn krachten gegroeid Caïro, waar haastig en goedkoop gebouwd wordt. Door bezuinigingen op deugdelijk bouwmateriaal en door achterstallig onderhoud van bestaande huizen storten regelmatig panden in.

    Uit de brief die Oessama gestolen heeft blijkt dat een projectontwikkelaar en een politicus schuldig zijn aan het instorten van een gebouw, waarbij minstens vijftig doden vielen.

     

    Grote dieven kleine dieven
    Auteur: Albert Cossery
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    De IJssel stroomt feller dan de Amstel

    Ad ten Bosch is grootgebracht tussen de boeken. Zijn vader was boekhandelaar bij Van Someren en Ten Bosch, een boekhandel die Ten Bosch later overnam. Dat was het begin van een loopbaan in het boekenvak. Hij is drukker, boekverkoper, uitgever en schrijver (geweest).

    In De IJssel stroomt feller dan de Amstel, met als ondertitel ‘Herinneringen van een boekverkoper, uitgever en schrijver’ vertelt hij zijn verhaal.

    Uitgeverij van Oorschot: ‘Zijn memoires lezen als een verslag van een avontuurlijk leven en een geschiedenis van het Nederlandse boekenvak ineen.’

    De IJssel stroomt feller dan de Amstel
    Auteur: Ad ten Bosch
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Onrustige dagen

    Zoals De IJssel stroomt sneller dan de Amstel (zie hiervoor) een beeld geeft van het Nederlandse boekenvak, zo biedt Geniaal is niet direct het woord. Brieven aan Theo Sontrop inzicht in de verhouding van een schrijver en zijn uitgever. Deze speciale uitgave (bezorgd en van een nawoord voorzien door Jan Paul Hinrichs) is in beperkte oplage verschenen bij de Statenhofpers en bevat 73 brieven van F.B. Hotz aan De Arbeiderspers. Oplage: 75 gebonden exemplaren.

    Maar de liefhebbers van verhalenverteller Hotz kunnen ook hun hart ophalen bij Onrustige dagen, de mooiste verhalen, gekozen en ingeleid door Thomas Heerma van Voss die schrijft: ‘Hotz is een grootmeester. Scherpzinnig, grappig, ontroerend, psychologisch bijzonder sterk en, wat echt een unicum is: zijn verhalen voelen niet gedateerd. Als ik bij het schrijven even vastloop trek ik regelmatig een van Hotz’ bundels uit de kast. Om een paar zinnen te lezen. Om me over te geven aan zijn ritme. Ik zou het iedereen aanraden. De beste verhalen van Hotz horen bij het beste wat de Nederlandse literatuur heeft voortgebracht.’

    Onrustige dagen
    Auteur: F.B. Hotz
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Oogst week 5

    De hoogste tijd

    In 1919 wordt het algemeen kiesrecht in Nederland van kracht. Precies 100 jaar geleden dus.
    In het voorwoord schrijven de auteurs dat Hoogste tijd ‘gaat over de strijd voor het vrouwenkiesrecht én over de gevolgen van het verkrijgen daarvan. Wat doen de vrouwen die zich actief hebben ingezet met het veroverde kiesrecht? Gaan ze stemmen en zo ja: op welke partijen stemmen ze en in hoeverre verschilt hun kiesgedrag van dat van mannen? Gaan ze de politiek in en zo ja, wat gaan ze daar doen? Zijn ze wel welkom in de politieke arena? Hebben ze een andere politieke agenda dan de mannen die ze hebben bestreden, of voegen ze zich netjes in de rijen van de politieke partijen waar ze nu eindelijk deel van mogen uitmaken? En hoe staat het met de vele vrouwen die zich niet hebben gemengd in de strijd voor het vrouwenkiesrecht, maar die vanaf 1919 wel mogen gaan stemmen?’

    Het is niet het eerste boek dat over vrouwenkiesrecht geschreven is, dat is de auteurs ook duidelijk, daarom geven ze aan: ‘Nu, bij de honderdste verjaardag van het vrouwenkiesrecht, doen wij het nog eens over omdat iedere generatie nu eenmaal anders tegen het verleden aankijkt, maar bovendien omdat wij het niet alleen over de strijd willen hebben, maar ook over wat er daarna is gebeurd.’

    Om dit 100-jarige feest te vieren wordt er dit jaar een aantal evenementen georganiseerd. Op dit moment is tot en met 21 februari 2019 in het Atrium, de grote centrale hal van het stadhuis in Den Haag, de tentoonstelling ‘100 jaar Algemeen Kiesrecht’ te bezichtigen.

    De hoogste tijd
    Auteur: Monique Leyenaar, Jantine Oldersma, Kees Niemöller
    Uitgeverij: Athenaeum (2019)

    Ons leven in de bossen (2019)

    De Franse schrijfster Marie Darrieussecq won in 2013 de Prix de Médicis met haar roman Je moet veel van mannen houden. In 2015 verscheen op deze site een bespreking van het boek Zeewee, die recensent Joost van der Vleuten de titel meegaf ‘hermetisch maar indrukwekkend’. Hij schreef dat ‘het leidt tot heftig proza, op het hallucinante af.’

    Op de website van uitgeverij Vleugels is te lezen dat Darrieussecq ‘is gefascineerd door de tussenwereld, de grens tussen de werkelijkheid en het fantastische. Daar houden zich schimmen op, maar daar kunnen mensen ook ineens zomaar verdwijnen. Dat vaste en vervloeiende gebied bestrijkt zij in haar romans.’

    In de dystopische roman Ons leven in de bossen heeft een vrouw zich teruggetrokken in de bossen, op de vlucht voor een vijandige maatschappij. Ze zit er te schrijven. En ze heeft daar haast mee, want haar lichaam en de wereld om haar heen verkeren in een staat van afbraak. Voorheen was ze psychologe. De mensen met wie ze zich in de bossen heeft verschanst zijn drop-outs die offline zijn gegaan en hun geïmplanteerde chip hebben verwijderd. Ze behoren tot de geprivilegieerde groep die in het bezit is van een andere helft. Een kloon.

    Ons leven in de bossen (2019)
    Auteur: Marie Darrieussecq
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Een kamer met een tafel met schrijfgerei

    Ivo van Strijtem (1953) is dichter, literair vertaler en leraar Engels. En een groot poëzieliefhebber. Hij vertaalde gedichten en schreef ze zelf.

    Hij schreef ook enthousiasmerend over poëzie door al dan niet in samenwerking met anderen boeken en bloemlezingen te publiceren zoals bijvoorbeeld de reeks De mooiste van… samen met Koen Stassijns, of de bloemlezing Van Heer Halewijn tot Hugo Claus en Iedereen dichter, met als ondertitel Poëzie is een manier van leven. Zijn drijfveer: ‘Poëzie wordt onterecht als wereldvreemd, moeilijk en bovenal totaal nutteloos ervaren. Hoog tijd om het roer om te gooien.’

    Zijn nieuwste bundel met eigen gedichten Een kamer met een tafel en schrijfgerei is net verschenen. De uitgeverij over deze bundel: ‘wanneer voor de dichter alle zekerheden wegvallen, blijft dat gereedschap over. In de bundel gaat het om wat er echt toe doet. In taal die de lezer niet op afstand wil houden, schrijft de dichter over de grote onderwerpen, over wat echt belangrijk is: liefde, mededogen, het onbegrijpelijke, en – onontkoombaar – de dood.’

    Een kamer met een tafel met schrijfgerei
    Auteur: Ivo van Strijtem
    Uitgeverij: Atlas Contact (2019)
  • Wel een naam, geen karakter

    Wel een naam, geen karakter

    Nadat Gil op zijn achttiende het gymnasium heeft afgerond, kan hij zich volledig richten op zijn grote droom: toegelaten worden tot het conservatorium van Parijs.

    Pianist in spé
    Het komende jaar zal in het teken staan van de piano, maar  eerst gaat hij op vakantie met zijn beste vriend Olivier. Ze besluiten samen naar een oom van Gil in Uzès te rijden. Tijdens deze rit komt er een nummer van de Smithsonians op de radio. Gil vindt dit nummer geweldig en begint mee te zingen.

    Olivier kon er niet over uit. In opperste verwarring draaide hij zich naar Gil, alsof hij zeker wilde weten dat hij het was die zong. Gil, die gewoonlijk zo schuchter was. Zo in zichzelf gekeerd. Die altijd zo zacht praatte. Die alles altijd twee keer moest zeggen.

    Voor Gil is dit ook een geheel nieuwe sensatie. Het zingen, zijn stem zo krachtig en helder. Toch denkt hij er verder niets van. Wanneer hij thuiskomt moet hij aan de bak. Hij gaat twee keer per week naar zijn pianolerares en sluit zich acht uur per dag op in het tuinhuisje waar de piano staat. Hier luistert hij de lessen terug en blijft oefenen tot in juni de dag van het toelatingsexamen aanbreekt. Hij wordt als beste op het conservatorium aangenomen.

    Passie voor zang
    Op het conservatorium omvat het curriculum voor de piano niet alleen piano-, maar ook zanglessen. De docent, Jacques Kiepfer, is meteen getroffen door de zuivere klank van Gils stem. Samen gaan ze aan de slag om zijn techniek te verbeteren. En omdat Gil in korte tijd grote vorderingen boekt, stelt Jacques voor dat Gil zich laat overplaatsen naar de zangklas. Gil betwijfelt of hij goed genoeg is, maar wil het wel proberen.

    ‘Op een maandag, na de les van Vlado Blasko, ging Gil naar een van de repetitielokalen en sloeg de pianoklep open. Hij bleef staan zonder te spelen. Hij voelde hoe er iets in hem verschoof. Hij ging een eindje opzij van de piano staan en begon met een paar oefeningen die Jacques Kiepfer hem had geleerd om zijn stem op te warmen.’ 

    Hij doet opnieuw auditie, deze keer voor het onderdeel Zang en wordt weer aangenomen.

    Glanzende carrière
    En zo komt hij in de les van Lucienne Franck terecht. Hij verbetert zijn techniek en leert hoe hij correct moet ademhalen. Dankzij Lucienne en haar connecties bij verschillende operahuizen krijgt Gil kleine rollen aangeboden.Zijn zelfvertrouwen groeit, zijn rollen worden groter en zijn naam steeds bekender, maar er wacht nog een diep dal voor deze jonge tenor zijn hoogtepunt kan bereiken.

    Van Franse bodem
    Célia Houdart is een Franse schrijfster. Met Het talent van Gil de Andrade heeft ze haar vierde roman geschreven. Het is haar eerste roman die vertaald is naar het Nederlands. De boeken die ze hiervoor heeft geschreven zijn in Frankrijk goed ontvangen. Ze ontving de Prix Henri de Régnier de l’Académie Francaise voor haar eerste roman, en in 2012 ontvang ze de Prix Françoise Sagan voor haar roman Carrare.

    Droge opsomming
    Alhoewel Célia Houdart en haar boeken in Frankrijk de hemel in worden geprezen, lijkt alle lof bij dit boek niet echt op zijn plaats. Gil geeft de piano op om te gaan zingen, maar zijn beweegredenen blijven vaag. Hij valt flauw tijdens een zangles, maar het is niet duidelijk waarom dit gebeurt. Zo’n tekort aan informatie kan spanning opbouwen of mysterie creeëren, maar doet geen van beiden in dit boek. Het zorgt zelfs voor een gevoel van dissociatie. Je voelt niet met het hoofdpersonage mee, want je leert hem niet kennen.

    Door een gebrek aan dialogen en emotie blijft het boek een beetje droog. Het is meer een aaneenschakeling van gebeurtenissen, dan een pakkend verhaal. Eerst gebeurt dit en dan gebeurt het volgende, maar Houdart gaat niet in op de gedachtes of het gevoelsleven van de personages. Hierdoor hebben de personages wel een naam, maar geen karakter. Net als dit boek.

  • Zeewee: hermetisch maar indrukwekkend

    Zeewee: hermetisch maar indrukwekkend

    Een titel uit 1999 van de Franse schrijfster Marie Darrieussecq is vertaald. ‘Mal de mer’ werd ‘Zeewee’, hoewel voor ‘Zeezucht’ ook wel wat te zeggen was geweest. Een bijzondere leeservaring: alsof je tegen de zon in kijkend probeert te zien wat er aan de hand is.

    Zeewee is nauwelijks een verhaal. Een vrouw haalt bij haar moeder haar dochtertje (‘de kleine’) op en verdwijnt. Naar zee. Eerst dicht bij huis, later naar een studioappartement in een zuidelijke badplaats. ‘De kleine’ eet ijsjes en leert zwemmen, de vrouw bakt in de zon en papt aan met de zwemleraar-slash- surfhunk. Haar ex huurt een privédetective en haar achtergebleven moeder wordt verzorgd in een kuuroord met thalassotherapie. En zijn nog wat verwikkelingen (maar niet veel) en het slot is onverwacht onthutsend, hoewel zo terloops opgeschreven dat je er overheen leest als je niet oppast.

    Een blinde vlek
    Zeewee gaat niet over emoties en trauma’s, hoewel een migraine-aanval van de vrouw of een kwade droom van ‘de kleine’ zich lenen voor zo´n interpretatie. Het is geen zedenschets, familieroman of speurdersverhaal. De voorgeschiedenis van de verdwijning wordt niet uitgesponnen, de emotionele knopen niet ontward. Het gaat over waarnemen en het opschrijven daarvan. Zodanig opschrijven misschien wel, dat ook de lezer de wezenloosheid, vervreemding en desoriëntatie van de hoofdpersonen ervaart. Neem bij voorbeeld de detective, op zoek naar de vrouw. Met haar foto in de hand stelt hij zich voor dat hij haar weet te achterhalen en haar dan zal aanspreken, en vervolgens wat hij dan denkt te zullen zien: ‘… als je goed kijkt, dat wil zeggen als je het automatisme van je hersens even blokkeert, de compenserende werking van je hersens om het gezicht van een vrouw te zien […] dan zie je dat gezicht, bijna eenogig, een blinde vlek op de iris van het rechteroog, het andere oog vreemd verplaatst door een lok die in deze kadrering afgeplat midden op het voorhoofd valt; en die houw van de zon, die een litteken maakt op het ooglid maar ook doorloopt over de neus, een laatste ronde lichtspat valt op de mondhoeken, en maakt een abrupt eind aan de krul van een glimlach, zodat de mond wankel, onaf blijft.’

    Omgekeerde evolutie
    Een gewelddadig proces heeft de samenhang der dingen ondermijnd, zo lijkt het. De vrouw is ‘bijna eenogig’, het andere oog is ‘vreemd verplaatst’, een ‘houw van de zon’ heeft een litteken achtergelaten en de mond blijft ‘wankel, onaf’. Een familie valt uiteen en daarmee alles wat er te zien valt. Of: iedere vorm van samenhang moet moeizaam veroverd worden op een continu proces van desintegratie, of het nu gaat om familiebanden, toekomstplannen of het lezen van een tekst als Zeewee. Of over de natuur, maar daarover later meer.

    Terwijl de detective zijn moeizame zoektocht voortzet en vrouw en kind op het spoor komt, zinken de hoofdpersonen weg in een soort regressie – alsof ze de evolutieladder afdalen. Het leven wordt gereduceerd tot rondhangen op de grens van land en water: zwemmen, zonnen, eten, drinken en dromen, in afwachting van wat dan ook. Als de kleine zwemt wordt ze een kreeft, de moeder van de vrouw verandert tijdens haar algenmassage in een zeewezen. Het doet denken aan het gedicht ´Ik draai een kleine revolutie af’ van Lucebert: ‘ik ben niet langer van land / ik ben weer water / ik draag schuimende koppen op mijn hoofd.’ De wezenloosheid weerspiegelt zich in het perspectief, waarbij je alleen maar waarneemt door de ogen van een ‘ik’ – alleen is dat steeds een ander: nu eens ‘haar moeder’, dan weer ‘de kleine’, de detective, de verhuurder van het appartement of de ijscoman. Als lezer weet je nauwelijks meer wie je bent.

    Walvissen als kathedralen
    De personages in Zeewee zijn weinig actief, en wat ze doen valt het in het niet bij het natuurgeweld dat hen omgeeft. De zee manifesteert zich als een bolle zwarte dreiging bij nacht, een kolkende massa vuurrode mondjes bij storm en is soms alleen maar ´vrij vormeloos, als een elastisch pulserende ader´. De brandingszone is een verslindende holte die je meezuigt naar de ingang van de zeebodem. Van de kliffenkust vallen enorme rotsblokken naar beneden. Het is de breuklijn tussen twee werelden: de ene van de mensen, met hun dingen, huisjes, boulevards en auto’s, de andere leeg, een afgrond afgedekt door een staalblauwe zee, waar in de diepte steden en schepen zijn verzonken en monsters huizen: walvissen als kathedralen, en haaien geen verschil zien tussen een zeehond en een surfplank. De zon hangt daar genadeloos boven en bepaalt hardhandig wat zichtbaar is en hoe; wat verblindend schittert en wat verdwijnt in een slagschaduw.

    Het leidt tot heftig proza, op het hallucinante af: ‘Ze trekt het gordijn opzij, de zon verplettert de straat. Er staat een boom, hartverscheurend, waardoor je weet dat er bomen bestaan en dat je om te ademen alleen maar onder hun bladeren hoeft te lopen: alleen maar je hoofd achterover hoeft te buigen naar hun licht golvende water om te drinken.’ Je gaat er in mee, of je staat aan de kant, een tussenweg is er niet.

    Het einde is zoals gezegd, nogal onthutsend, vooral omdat het als het ware in het voorbijgaan wordt verteld. Het menselijk drama wordt gereduceerd tot een bijverschijnsel van onverschillig kosmisch geweld. Zeewee is best hermetisch maar ook tamelijk indrukwekkend. En heel goed vertaald.

    _______________________________________
    Zeewee is een proza-uitgave in de ‘Franse reeks’ van uitgeverij Studio 3005, die vooral aan de weg timmert met fraaie poëzieuitgaven in kleine oplage met meestal prachtig ambachtelijke omslagen. Ook Zeewee heeft een fraaie kaft: een zeeiige aquarel, opvallende titelbelettering en verzorgde typografie in toepasselijke vrije regelval (het proza neigt immers naar poëzie), uitgegeven in een exclusieve oplage van 700 exemplaren voor een doodgewone prijs.

    
    

     

  • Oogst week 40

    Een Surinaamse roman, een reis door Iran, een kleine roman in beperkte oplage en een debuutroman.

    Door Ingrid van der Graaf

    De Nederlandse literatuur kent weinig schrijvers met een Surinaamse achtergrond die over Suriname en zijn bewoners schrijven, Astrid Roemer en Clark Accord daargelaten. De in Amsterdam geboren schrijver Tessa Leuwsha (1967), van Surinaams/Nederlandse afkomst, verhuisde in 1996 naar Suriname en publiceerde eerder al twee romans die zich daar afspelen. Ze is een gedreven schrijver van verhalen die autobiografische aspecten bezitten. Fansi’s stilte gaat over haar oma Fansi, die in 1971 nogal onverwacht naar Nederland kwam. Een vrouw uit de tropen die maar niet kon wennen aan het leven in Nederland en die in alle talen zweeg over haar achtergrond. Leuwsha is op zoek gegaan naar het verhaal van haar grootmoeder en haar ooms en tantes die deels in Paramaribo en Nederland wonen. Met Fansi’s stilte haalt zij haar grootmoeder, kind van een Engelse zendelingsdochter en een zwarte man dichterbij waarmee ze tegelijkertijd een indrukwekkend tijdsbeeld van Suriname weergeeft. Uitgegeven bij Atlas/Contact, 224 blz. € 19,99.

    iran_reeuwijk_135x210Eerder schreef Alexander Reeuwijk (1975) Darwin, Wallace en de anderen. Evolutie volgens Redmond O’Hanlon, waarin hij op levendige wijze de evolutietheorie beschrijft. Met Achter de sluier het land toont Reeuwijk de lezers Iran in al zijn facetten. Als het land van dichters, ayatollahs, sjahs en met de mooiste islamitische architectuur ter wereld, maar ook dat het een land van mysteriën is. Toch is het één van de belangrijkste landen in het hart van het Midden-Oosten, prominent op de oude handelsroutes en heeft het een eeuwenoude bewogen geschiedenis. Reeuwijk reisde meerdere malen van Istanbul naar Teheran en verder naar onder andere Isfahan, Shiraz, Persepolis en Yazd. Hij maakte er vrienden, sprak er met mullahs en probeerde het land te doorgronden en de bevolking te begrijpen. Verschenen bij uitgeverij De kleine uil, 200 blz., € 16,50.

    zeewee-200x300Toen uitgever Marc Vleugels van Studio 3005 Zeewee in de ‘schitterende’ vertaling van Mirjam de Veth gelezen had, wilde hij het boek meteen herlezen. Hij noemt het een poëtisch pareltje in het oeuvre van Marie Darrieussecq.  Bijna alle romans van Darrieussecq verschenen reeds in vertaling (bij Meulenhoff en De Arbeiderspers).  Zeewee is het verhaal van een verdwijning. Een jonge vrouw haalt na schooltijd haar dochtertje op bij haar moeder. Ze rijdt niet naar huis maar naar de zee in het zuiden. Ze neemt haar intrek in een flat in een badplaats die veel weg heeft van Biarritz buiten het seizoen. Dan kan aan de grens tussen water en land het fantastische het leven binnendringen. Het perspectief wisselt voortdurend tussen de personages. Op een manier  als het af- en aan rollen van de zee die zwelt en krimpt, buldert en stil is. Zeewee is een eenmalige editie van 700 exemplaren in offset/boekdruk op gevergeerd papier en te koop bij de betere boekhandel of rechtstreeks te bestellen bij www.studio3005.nl. 112 blz.,€20,–.

    thumbnailKrijn Peter Hesselink (1976) was vertaler (o.a. Breyten Breytenbach) en debuteerde in 2008 met de dichtbundel Als geen ander, waarna nog drie bundels volgden. In zijn debuutroman Moederziel weet hij met ingetogen stijl de gevolgen van een gemankeerde jeugd invoelbaar te maken waarbij hij behendig switcht tussen heden en verleden, waan en werkelijkheid. Jonathan, de hoofdpersoon, zit op de brink van het Drentse dorp waar hij vakantie viert. Als daar een oudere dame aan komt schuifelen, is er iets in haar verschijning dat hem intrigeert. Plotseling ziet hij het: het is zijn verloren gewaande moeder. Een eeuwigheid geleden stond het ouderlijk huis ineens vol dozen en liet zij hem en zijn vader in de steek. Nu zal alles op zijn plaats vallen, als hij maar de moed kan opbrengen om haar aan te spreken en mee te nemen naar het huisje waar hij zijn vader en zijn vriendin die nacht heeft achtergelaten.

     

  • Zes genomineerden voor de Filter Vertaalprijs 2013

    Voor de meest bijzondere vertaling van het jaar

    De Filter Vertaalprijs wordt jaarlijks toegekend voor de meest bijzondere vertaling die in het voorafgaande kalenderjaar is uitgekomen. De jury koos voor zes vertalingen van boeken uit verre landen, verschillende tijden en uiteenlopende talen. De winnaar wordt bekend gemaakt op 23 april tijdens de Internationale Literatuurdagen van Utrecht City2Cities

    De zes genomineerden:
    Hafid Bouazza voor Niets dan zonde: liefde, lyriek & liederlijkheid (een bloemlezing van   Arabische poëzie bij uitgeverij Prometheus)
    Mirjam de Veth voor Solange van de Franse schrijfster Marie Darrieussecq (uitgeverij Meulenhoff)
    Karol Lesman voor Steen op steen van de Pool Wiesław Myśliwski (uitgeverij Querido) Silvia Marijnissen voor haar bloemlezing van klassieke Chinese landschapsgedichten Berg en water (uitgeverij De Arbeiderspers)
    Arie Pos voor zijn vertaling van De Lusiaden (uitgeverij Atlas Contact) uit het Portugees van Luis de Camões;
    Aai Prins voor haar vertaling van de verhalen en novellen van Gogol (Verzamelde werken, Deel I, Van Oorschot).

    Aan de Filter Vertaalprijs is naast de eer een bedrag van 1000 euro verbonden. De prijs wordt mogelijk gemaakt door Uitgeverij Vantilt te Nijmegen. De jury bestaat uit Christiane Kuby (voorzitter) Ivo Smits en Ton Naaijkens. Een uitgebreide beargumentering voor de nominaties is te vinden in het nieuwe nummer van Filter, tijdschrift over vertalen. Ter gelegenheid van de prijsuitreiking wordt een feestelijk programma rond de genomineerde vertalingen georganiseerd door het internationale literatuurfestival City2Cities.

    Op onderstaande links meer informatie over de Filter Vertaalprijs 2013.

    www.vantilt.nl
    www.tijdschrift-filter.nl
    www.city2cities.nl