• In de verhalen van Keret is alles mogelijk

    In de verhalen van Keret is alles mogelijk

    De verhalen van Etgar Keret (Tel Aviv, 1967) verschijnen in vierendertig talen. Naast schrijver is Keret ook filmmaker en universitair docent. Zijn nieuwste verhalenbundel, Mijn konijn van vaderskant, vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt, valt behalve door de intrigerende titel op door het wat afwijkende formaat en blijkt als bonus ook een lichtblauwe boekenlegger in de vorm van een wortel te bevatten. De bundel bevat tweeëntwintig verhalen die met elkaar gemeen hebben dat ze de lezer direct enorm weten te boeien. Qua beleving doen de personages in een aantal verhalen denken aan de foute personages uit de sketches van de komische serie Little Britain, ooit uitgezonden door de VPRO.

    In het titelverhaal, Mijn konijn van vaderskant, blijkt de vader van een meisjesdrieling ‘van vorm veranderd’ te zijn. De meisjes beschouwen het konijn dat ze in hun vaders leunstoel aantreffen zonder meer als hun vader, ook al houdt hun moeder haar dochters voor dat hun vader ‘weg is gegaan’. De moeder wil dan ook niet dat de meisjes het konijn houden en daarom gaan zij het dier verstoppen bij een jongen wiens vader ook in een konijn veranderd blijkt te zijn. Het verhaal is exemplarisch voor hoe de werkelijkheid door Keret beschreven wordt. Enerzijds is er het gegeven van de echtgenoot die het gezin volgens moeder verlaten heeft en anderzijds is er het geloof van de dochters dat hun vader veranderd is in een konijn. Beide werelden bestaan in een verhaal van Keret op gelijkwaardige en geloofwaardige wijze naast elkaar en dat is ongelofelijk knap.

    Afschuwwekkend

    Keret is een meester in het schrijven van openingszinnen met een grote informatiedichtheid die bijna terloops gepresenteerd wordt. Het verhaal Morgen de kassa begint als volgt: We vieren zijn verjaardag de dag erna. Altijd een dag erna of ervoor, nooit op de dag zelf. Altijd dezelfde shit. Waarom? Omdat meneer de rechter heeft bepaald dat een kind op zijn verjaardag bij zijn moeder moet zijn, ook al is dat een liegend kreng dat plat gaat met elke idioot die op haar werk naar haar lacht. Een vader is minder belangrijk.’ De vader in kwestie gaat met zijn dus net niet meer jarige zoon naar het winkelcentrum voor een verjaardagscadeau. Hij heeft minachting voor iedereen in zijn omgeving. Zijn ex-vrouw noemt hij bij zichzelf ‘kutwijf’, de eigenaresse van de speelgoedwinkel wordt het ‘dwergvrouwtje’ genoemd, de jongen die hem helpt ‘puistenkop’ en de beveiliger waar hij mee te maken krijgt vanwege zijn gedrag wordt beschreven als een ‘blubberige vetzak met een snor’ en een ‘dikzak’, redenen waarom hij erg antipathiek overkomt. Het zoontje mag voor zijn verjaardag van zijn vader in de speelgoedwinkel uitzoeken wat hij wil. Van alle dingen waaruit hij kan kiezen wil de jongen het enige wat niet verkocht kan worden: de kassa. De zoon is met geen mogelijkheid van zijn keuze af te brengen en de vader stelt alles in het werk om de wens van zijn zoon in vervulling te doen gaan, tot onbegrip van zowel het personeel in de winkel als van de lezer. 

    Buitenaardse wezens

    De personages in het werk van Keret zijn soms ronduit afschuwwekkend, maar zonder uitzondering boeiend. Er komen virtuele figuren, ambitieuze engelen en zelfs buitenaardse wezens voor, maar ook klonen, pesterige ventjes die elkaar het bloed onder de nagels vandaan treiteren en engelachtige meisjes die zich ontfermen over wollige konijntjes. In het universum van Keret zijn er geen grenzen aan wat mogelijk is en dat geldt in zekere mate ook voor de vorm van de verhalen. Tussen de tweeëntwintig verhalen door wordt op verschillende plaatsen in het boek een uitgebreide emailwisseling weergegeven tussen de eigenaar van een escaperoom en een klant die daarvan gebruik wil maken op een dag dat de escaperoom vanwege een nationale feestdag gesloten is. De wending die het gesprek neemt is tenenkrommend en even onverwacht als origineel. 

    Te kort

    Keret creëert een eigen, veelzijdige wereld waarin alles mogelijk is. In een lichtvoetige stijl neemt hij de lezer mee naar een omgeving waarin het onmogelijke waarschijnlijk lijkt, waarin soms zwaarte en duisternis heersen, afgewisseld door absurditeit en humor en waarin personages die je niet graag als buren zou willen hebben het voor het zeggen hebben, maar waar je onwillekeurig wel vaak om moet lachen. Het enige minpunt aan de verhalen zou hun geringe lengte zijn; je zou wensen dat Keret op sommige verhaallijnen in romanvorm doorborduurt. Dat zou zeer zeker mogelijk zijn met het langste verhaal uit de bundel, Pineapple crush. Het is vernoemd naar een drug die ‘zo sterk was dat je, als je er genoeg van rookte, verliefd kon worden op een ananas.’ Ook in dit verhaal komt weer een bijzonder personage voor: een ik-figuur die op een BSO werkt, maar er een ziek genoegen in schept om kinderen te treiteren. Hij deelt op een dag zijn dagelijkse joint met een vrouw die nogal geheimzinnig doet, maar waar hij desalniettemin als een blok voor valt. Alhoewel het verhaal een redelijk gesloten einde heeft, bevat het genoeg ingrediënten om een roman op te kunnen baseren. Helaas heeft Keret vooralsnog geen aanstalten gemaakt in die richting.

     

  • Oogst week 8 – 2020

    Mijn konijn van vaderskant

    Het is altijd een plezier te vernemen dat er weer een boek van de Israëlische schrijver Etgar Keret (1967) naar het Nederlands vertaald is. Zijn nieuwste boek dat onlangs bij uitgeverij Podium verschenen is, heet Mijn konijn van vaderskant en wordt weer kenmerkend genoemd: warm, verrassend, origineel, fantasievol, geestig en onvoorstelbaar. In het titelverhaal bijvoorbeeld zien drie zusjes in een konijn hun net vertrokken vader, tot ongenoegen van de verdrietige moeder. Als het konijn wordt ondergebracht bij een jongen die in zíjn konijn eveneens een afwezige vader ziet, dan ga je je afvragen wat hier aan de hand is.
    Kerets personages worstelen met ouderschap en familie, oorlog en games, marihuana en pancakes, herinneringen en liefde.

    Het is een mooi initiatief van uitgeverij Podium om het werk van Keret die elders al wereldfaam geniet, ook voor de Nederlandse lezer toegankelijk te maken.

     

     

     

    Mijn konijn van vaderskant
    Auteur: Etgar Keret
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij

    Gratie

    De Indiase schrijver Aravind Adiga (1974) is vooral bekend van zijn boek De witte tijger waarmee hij in 2008 de Man Booker Prijs won. Adiga werd geboren in Madras 1974, emigreerde naar Australië en studeerde daarna in New York en Oxford, woont nu in Bombay en werkt als journalist.

    Gratie is zijn nieuwe boek. Het gaat over Danny – (Dhananjaya Rajaratnam) – die gevlucht is uit Sri Lanka en illegaal in Sydney woont. Hij woont weinig comfortabel, werkt als schoonmaker, en is al drie jaar bezig een nieuwe identiteit voor zichzelf te creëren. Het normale leven ligt bijna binnen handbereik.
    Maar dan hoort hij dat een van zijn klanten is vermoord. Danny kende haar goed, en hij heeft een sterk vermoeden wie het gedaan heeft. Moet hij bekennen wat hij weet met het risico het land uitgezet te worden? Of moet hij zijn mond houden en rechtvaardigheid de rug toe keren? Terwijl de uren verstrijken, laat hij alles de revue passeren: het gewicht van zijn verleden, zijn toekomstdromen, en de onvoorspelbare, vaak absurde realiteit van een onzichtbaar leven zonder papieren. Danny moet diep in zijn geweten tasten om een antwoord te vinden. Heeft iemand zonder rechten wel verantwoordelijkheden?

    Gratie
    Auteur: Aravind Adiga
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Cliënt E. Busken

    Het nieuwe boek van Jeroen Brouwers heet Cliënt E. Busken. Het beschrijft een dag van het verblijf van de hoofdpersoon in de psychiatrische instelling. Deze E. Busken zit hier tegen zijn zin. In een rolstoel op een gesloten afdeling, maar hij neemt nog scherp waar wat er om hem heen gebeurt, en inwendig voorziet hij zijn medebewoners en het personeel van commentaar.

    ‘[…] Het blijft wel droog, meent ze. Er is zon voorspeld. Hier beneden waait het niet. Staat hij op de rem? Dat controleert ze. Ja, met die dragonderstem, u staat geblokkeerd. Hetgeen klopt. Geblokkeerd, ik. Geblokkeerder dan de wielen van de rolstoel, die ze ergens achter me, waar ik niet bij kan, heeft vergrendeld. Die wielen gaan gewoon weer draaien als ze niet meer zijn geblokkeerd, ikzelf ben niet als die wielen, want ik kan niets meer, wat wil je ook. Alleen nog zitten en liggen. En waarnemen. Denken. Piekeren. Malen. Bedoelen. Kleuren zien die er niet zijn, althans door anderen niet worden gezien. Ze heeft me met een riem om mijn middel in de stoel gefixeerd, de metalen gesp op mijn navel is niet door mij te openen. Mijn woede daarover en mijn verzet worden met injecties en pillen platgekookt. Wat nog kan bewegen zijn mijn handen en onderarmen. Met mijn benen, mijn voeten, kon ik schoppen, tot die ook aan de stoel werden vastgeknoopt. Hebt u uw saffies? Aansteker? Fluitje zit hier in het linkerzakje van uw overhemd, meneer Busken. Als u voelt dat u moet, meteen blazen. Dat er weer geen ongelukjes gebeuren. Ik denk dat ze niet beseft dat ze schreeuwt. Haar fraaie verschijning is als die op dat schilderij, doch haar decibels verstoren mij. Ze kijkt naar me. Ja meneer Busken? U hoort me wel. Meneer Busken? Antwoord geven kan u ook best. Hier raakt ze mijn hoofd aan, bij mijn slaap, met haar gesloten slanke hand een duwtje bij mijn oor, niet hard, maar toch dat ik het voel, een lichtgevend stompje. […]’

     

     

    Cliënt E. Busken
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Atlas Contact