• Surinaamse verhalen toegankelijker maken voor Nederlandse lezers

    Surinaamse verhalen toegankelijker maken voor Nederlandse lezers

    Velen kunnen door de Surinaamse literatuur kennis maken met Suriname, zijn inwoners, hun culturen en gebruiken. Voor personen van Surinaamse komaf en anderen die een binding hebben met het land, is het herkenning. En verscholen aspecten kunnen ontdekt worden. De Surinaamse identiteit wordt door de lokale literatuur namelijk gedeeld met de buitenwereld.

    In Nederland zijn enkele Surinaamse schrijvers bekend, zoals Michael Slory, Astrid H. Roemer en Cynthia McLeod, maar een groot aantal Surinaamse schrijvers zijn onbekend. Dat heeft onder meer te maken met de kwaliteit van het werk als originaliteit, structuur, ideeën en ook de taalhantering. Maar ook de gestelde taaleisen in Nederland, zoals het algemeen beschaafd Nederlands (ABN) en de Surinaamse zinsconstructies zijn uitdagingen. Dat kan de reden zijn dat Nederlandse uitgevers geen potentie zien in Surinaamse auteurs. Toch verdienen Surinaamse verhalen het om over hun eigen landsgrenzen gebracht te worden om zodoende deel uit te maken van de totale wereldliteratuur. Er zijn een aantal schrijvers die buiten Suriname uitgegeven zouden moeten worden. Zij worden genoemd in het boek Jaguarman van Raoul de Jong en in Dat wij zongen, samengesteld door De Jong, Julien Ignacio en Michiel van Kempen. Aangezien Suriname en Nederland een gedeeld verleden hebben en een gezamenlijke toekomst tegemoet gaan – als we kijken naar historische en culturele banden, gedeelde taal en het grote aantal verdeelde families over beide landen – is het belangrijk dat de Surinaamse literatuur overzee een plek krijgt. En er zijn meer verhalen in de Surinaamse literatuur te ontdekken dan enkel die over het slavernijverleden.

    De ontwikkeling van Surinaamse verhalen

    In Suriname werden tijdens het overgrote deel van de koloniale periode (1667-1975) verhalen en informatie onder de tot slaafgemaakten mondeling overgebracht, want slaven was het verboden te leren lezen en schrijven. Volgens onderzoek van de Surinaams taaldeskundige en surinamist Hein Eersel (1922-2022) werd in 1876 de algemene leerplicht ingesteld en werd het Nederlands als schooltaal ingevoerd. Andere talen werden uitgesloten van het onderwijs, wat inhield dat leerlingen hun moedertaal niet op school mochten spreken en de ouders min of meer gedwongen werden hun kinderen Nederlands te laten spreken. Deze maatregel heeft de tweetaligheid onder de bevolking sterk doen toenemen. Thuis, bij onder meer de nazaten van tot slaafgemaakten en de immigranten, werd het Sranantongo en de andere betreffende moedertalen gesproken. Dit zorgde ervoor dat er op de Nederlandse taal een variëteit ontstond, die verschilt op het vlak van uitspraak, woordenschat en grammatica van het Europese Nederlands. 

    In de afgelopen vijftig jaar werden boeken, geschreven in het Surinaams-Nederlands, steeds meer uitgegeven in Nederland. Zoals Sarnami, hai van Bea Vianen, uitgebracht in 1969 door Querido en Hoe duur was de suiker? van Cynthia McLeod, uitgebracht in 1995 door uitgeverij Conserve. Het opmerkelijke van Vianen is dat zij de eerste Surinaamse schrijfster is geweest wier debuutroman in Nederland is uitgegeven.

    De verhalen van deze schrijvers en anderen, hebben de Surinaamse literatuur gekleurd en behoren tot  de literaire canon van Suriname, mocht die er ooit komen. Volgens neerlandicus Hilde Neus worden er wel pogingen ondernomen om tot een Surinaamse canonlijst te komen, maar is er een probleem met het vaststellen van de criteria. Het leespubliek in Suriname is namelijk anders en Neus denkt dat de selectiecriteria meer in samenhang moet zijn met de structuur van de Surinaamse samenleving, op historisch, cultureel en ontwikkelingsniveau. Neerlandicus Jerry Dewnarain heeft enkele vragen geformuleerd, zoals aan welke eisen moet een boek voldoen om tot de Surinaamse canon gerekend te kunnen worden. Dewnarain deed dit voor zijn afstudeerthesis van de masters Nederlandse taal en cultuur waarvan hij de literatuurpoot heeft afgerond.

    Opvallend is dat Surinaamse literatuur de afgelopen jaren volop in de belangstelling staat in Nederland. Schrijvers met Surinaamse afkomst krijgen enorm veel aandacht. Raoul de Jong heeft dit jaar het Boekenweekessay geschreven. Met de toekenning van de Prijs der Nederlandse Letteren in maart 2021 werd Astrid H. Roemer de eerste Surinaamse auteur die voor haar gehele oeuvre werd bekroond met deze prestigieuze literaire prijs. Bijdragen zoals de Ibisprijs van de Taalunie, opgezet in 2022, motiveren Surinaamse schrijvers ook om hun gedachtegoed neer te pennen en krijgen daardoor de aandacht van een groter publiek.  Deze ontwikkelingen zorgen voor positieve aandacht voor het land en voor motivatie waar de Surinaamse schrijvers verder op kunnen voortborduren.

    Authenticiteit behouden

    De Surinaamse literatuur is zeker aan verdieping toe. Verhalen zijn voor verbetering vatbaar qua vertelstructuur en zinsformulering, maar er moet voor gewaakt worden dat de authenticiteit van de Surinaamse verhalen niet verloren gaat. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het Surinaams-Nederlands heeft namelijk bepaalde woorden en uitdrukkingen die andere betekenissen kennen of gewoon een andere context dan in  Nederland en dat wordt in veel gevallen als ‘fout’ gezien. Bijvoorbeeld het woord ‘tof’ betekent in Nederland fijn of gaaf, maar in Suriname betekent het moeilijk en zwaar. Daarin zullen zowel de schrijvers als redacteuren of uitgevers compromissen moeten bereiken, want niet altijd moet een zin of woord veranderd worden omdat het in eerste instantie als ‘verkeerd’ wordt gezien.  Als schrijver wil je dat de lezer jouw teksten zo juist mogelijk ervaart.

    Volgens Robby Parabirsing, voorzitter van de Schrijversgroep ’77 – de actiefste, grootste en oudste schrijversorganisatie in Suriname – en beter bekend onder zijn schrijversnaam, Rappa, kan de kwaliteit van de Surinaamse verhalen ook verbeterd worden door onder meer (jonge) Surinaamse schrijvers tot schrijven te stimuleren via schrijfwedstrijden met aantrekkelijke prijzen, zoals een geldbedrag en schrijf workshops. Het is verder ook belangrijk dat er in Suriname meer geïnvesteerd wordt in het ontwikkelen van schrijven door middel van cursussen en trainingen. Meer engagement met andere schrijvers binnen en buiten Suriname zal de literaire ontwikkelingen goed doen en zal alleen maar positief zijn voor de schrijver. Door op gerenommeerde en serieuze platforms zoals weblogs te publiceren, komt er tegelijkertijd een gedegen feedback op hun werk.

    Een goede schrijver worden

    Een goede schrijver hoeft niet succesvol te zijn, maar om een goede schrijver te worden, daar gaat veel tijd en moeite in zitten. In Suriname is het zeker een uitdaging een goede schrijver te worden. Maar door de slechte economische situatie in het land zijn velen eerder bezig  om het hoofd boven water te houden. Daarnaast heerst er niet echt een leescultuur en ouders die vroeger nog wel eens een boekje kochten voor hun kinderen, kunnen zich dat nu niet meer veroorloven. Waar scholen vroeger de opbrengst van de snoeppauze besteedden voor het aanvullen van hun mediatheek, kunnen zij dat nu niet meer doen. De grotere bibliotheken hebben geen financiële middelen om boeken aan te kopen. 

    In Suriname bereik je dus geen hoge verkoopcijfers wanneer je een boek uitbrengt. Dit kan een schrijver danig demotiveren. Verder krijgen schrijvers weinig ruimte  om hun visie te delen over onder meer de toestand in het land, de situatie in de wereld of andere belangrijke zaken die zij willen belichten. Dit in tegenstelling tot Nederland waar schrijvers wel de ruimte krijgen een bijdrage te leveren aan de opinievorming in de samenleving. Wegens gebrek aan financiële middelen worden er in Suriname ook weinig literaire activiteiten georganiseerd. Gelukkig lukt het de Schrijversgroep ‘77 nog om maandelijks een thema-avond te organiseren die in een bepaalde literaire behoefte voorziet. In het verleden is er een aantal uitwisselingsprojecten geweest tussen Suriname en Nederland zoals ‘Winternachten Tournee Suriname’ in 2004. Het zou interessant zijn als deze projecten weer worden opgestart of op een andere manier worden voortgezet. Los van het delen van inzichten tijdens zulke literaire events, zijn het ook goede momenten voor schrijvers om met elkaar te praten over elkaars werk.

    Meer produceren

    Volgens Robby Parabirsing (Rappa) is de Surinaamse variatie op het Nederlands via de Taalunie wel geaccepteerd, maar bij het doorsnee Hollands lezerspubliek nog niet zozeer.

    ‘In plaats van lesbrieven en allerlei projecten voor de opleiding Nederlands van het Instituut voor de Opleiding Van Leraren zou de Taalunie meer fondsen beschikbaar kunnen stellen voor bijvoorbeeld schrijfwedstrijden en/of workshops. Ik vond de ontmoeting met de Taalunie onlangs in oktober 2022, maar teleurstellend voor het stimuleren van het Surinaams-Nederlands als literaire taal en de activiteiten daaromheen. Ze focussen meer op die opleiding Nederlands, wel goed, maar ik merk weinig positief effect in de praktijk. Het merendeel van de studenten op de opleiding leert alles uit hun hoofd, om snel af te studeren en om flink wat uren te maken. Voor Nederlands maak je namelijk vier uren per klas op het Voortgezet Wetenschappelijk Onderwijs. Men kweekt geen taalwetenschappers en promotors van de Surinaamse literatuur. De geslaagden van de opleiding Nederlands versmallen juist de belangstelling voor het lezen van de Surinaamse literatuur in het Surinaams-Nederlands. Met poëzie is het nog erger gesteld. Let wel, dit geldt niet voor die enkelen die wel hun best doen dit te stimuleren, maar ze vormen een minderheid.’

    Er zouden meer Surinaamse verhalen in Nederland gepubliceerd moeten worden over de rijke Surinaamse cultuur, hun zienswijze op zaken zoals de gedeelde geschiedenis en het leven in Suriname. In een speciale Suriname editie van literair tijdschrift Tirade Prakseri, dat in november 2022 uitkwam, heeft het Nederlandse publiek als voorproefje kennis kunnen maken met bekende en onbekende Surinaamse schrijvers.

    Naar mijn mening moet er een tijd komen dat men niet meer om de in Surinaamse wonende schrijvers heen kan. Natuurlijk zijn er de boeken over Suriname die in het verleden geschreven werden door buitenlanders die er hebben geleefd en hun ervaringen hebben opgeschreven. Maar het wordt tijd dat Surinaamse schrijvers hun eigen inzichten over en ervaringen met hun land delen met de wereld en daarvoor de ruimte krijgen.

     

    Bronnen:

    • Scriptie Suriname in de Nederlandse Taalunie van Ruth Brandon
    • Expositie Surinaamse Schrijvers, De weg naar een onafhankelijke literatuur van het literatuurmuseum
    • Jerry Dewnarain, neerlandicus
    • Hilde Neus, neerlandicus

    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Hij schrijft artikelen voor OneWorld en blogt voor Tirade.nu.

     

     

     

  • Oogst week 16 – 2023

    Oogst week 16 – 2023

    Stadse beestjes

    In een interview in Trouw van april 2022 vertelt (stads)bioloog Remco Daalder dat hij zich nooit verveelt als hij ergens moet wachten omdat er altijd vogels zijn. In zijn columns voor het NRC Handelsblad die hij tot december van datzelfde jaar schreef, beperkte hij zich niet tot alleen die vogels. Ook de slak, het pissebed, de salamander, de mol en nog veel meer dieren die je in de stadse omgeving tegen kunt komen kwamen aan de orde.
    Het zijn charmante, geestige en leerzame columns, afschrikwekkend ook soms. Wist u dat een vrouwtjesmuis zes keer per jaar een nest jongen kan krijgen, met zo’n zes jongen per nest, die zelf na twee maanden al geslachtsrijp zijn?, of dat het vrouwelijke rivierkreeftje, – een invasieve exoot, die we liever kwijt dan rijk zijn – , wel 600 eitjes in één keer produceert?

    Deze columns zijn nu gebundeld in Stadse beestjes dat onlangs is verschenen bij Atlas Contact.
    Stadse beestjes begint met de kokmeeuw, ’s ochtends vroeg op de pont over het IJ. Hij ziet ze wolken. ‘Ze draaien cirkels boven het IJ, steeds hoger en hoger, ze vormen samen een lange spiraal. Tot ze ineens naar beneden zeilen, zich in groepen verdelen en naar hun werkgebieden verdwijnen, een groep naar Oost, een groep naar de binnenstad, een groep richting IJmuiden, enzovoort.’

    Remco Daalder is stadsbioloog en schrijver. Hij schreef verschillende boeken. Met De gierzwaluw won hij de Jan Wolkers Prijs voor het beste natuurboek.

    Stadse beestjes
    Auteur: Remco Daalder
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    De ansichtkaart

    In Frankrijk zijn de kritieken laaiend over De ansichtkaart van Anne Berest. Achter op het omslag prijken de volgende nominaties en prijzen: nominaties voor de Prix Goncourt en de Prix Femina. Winnaar van de Prix Renaudot, de Grand Prix Des Lectrices ‘ELLE’, de Prix littéraire des étudiantes de Sciences Po en de US Goncourt Prize.

    Aanleiding voor het boek is inderdaad een ansichtkaart. Die viel 20 jaar geleden, in januari 2003 bij de auteur in de bus. Op de ene kant de Opéra Garnier en aan de andere kant de namen van een viertal gestorven familieleden. De kaart was niet ondertekend.
    Anne Berest laat de kaart jarenlang liggen, maar besluit uiteindelijk om uit te zoeken waar de kaart vandaan komt, wie hem gestuurd heeft en waarom.
    Ze schrijft: ‘Ik begon bij de namen op de kaart, mijn overgrootouders, oudtante en -oom. Wie waren zij eigenlijk precies? Mijn moeder vertelde me alles wat ze wist over onze familie en daarna schakelde ik een privédetective en een criminoloog in. Ik ondervroeg de bewoners van het dorp waar mijn familie werd gearresteerd, bewoog hemel en aarde. En ik ontdekte wat er gebeurd was.

    Dit onderzoek bracht me 100 jaar terug in de tijd en deze roman gaat over het lot van de Rabinovitchen, hun vlucht uit Rusland, via Letland naar Palestina. En ten slotte hun aankomst in Parijs, met de oorlog en de ramp die daar geschiedde. Hoe kon alleen mijn grootmoeder Myriam ontsnappen? En wat betekent deze geschiedenis voor mij en mijn gezin?’

    De ansichtkaart
    Auteur: Anne Berest
    Uitgeverij: Uitgeverij Nieuw Amsterdam

    Atman

    Hoofdpersoon in Atman is Lonnio, een conservatoriumstudent die na jaren afwezigheid terugkeert in Suriname. Hij gaat op reis naar gebieden die hij uit zijn jeugd nog kent. Hernieuwd contact met oude vrienden maakt diepe indruk, evenals de spanningen tussen verschillende etnische bevolkingsgroepen. Mede in het licht van zijn eigen, gemengde bloed zorgen al die elementen ervoor dat hij op zoek gaat naar zichzelf en het begrip Atman (Zelf, kennis van het Zelf).

    Leo Ferrier werd in Suriname geboren, kwam in 1961 naar Nederland, werd onderwijzer en studeerde piano aan het conservatorium. Na 10 jaar keerde hij terug naar Suriname. Een langdurige depressie stond zowel een carrière in de muziek als een schrijverscarrière in de weg.

    Atman werd voor het eerst in 1968 uitgegeven bij De Bezige Bij. Michiel Van Kempen, noemt dit boek ‘een van de allerbeste en opmerkelijkste romans uit de Surinaamse literatuur’.
    Van Kempen is een kenner van de Surinaamse literatuur en schrijver van De geschiedenis van de Surinaamse literatuur dat als hèt standaardwerk op dat gebied bekend staat.

    Atman
    Auteur: Leo Ferrier
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus
  • Caraïbische poëzie door Michiel van Kempen

    Caraïbische poëzie door Michiel van Kempen

    Onlangs verscheen Album van de Caraïbische poëzie, samengesteld door Michiel van Kempen en Bert Paasman, in samenwerking met Noraly Beyer. Michiel van Kempen (1957) is auteur van romans, verhalenbundels en essays. Onder zijn redactie verscheen een groot aantal bloemlezingen over Surinaamse en Antilliaanse poëzie. Van zijn vele studies over de Surinaamse literatuur geldt het tweedelige Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur (2003) als het standaardwerk over de literatuur van Suriname.
    In Zutphen geeft Van Kempen een lezing over Caraïbische poëzie.

    Toegang: 10 euro.
    Klik hier voor tickets.

  • Een echt Renaissance-mens

    Een echt Renaissance-mens

    Meer dan tien jaar heeft Michiel van Kempen gewerkt aan deze biografie van Albert Helman. Het is dan ook een vuistdik boekwerk geworden: 638 bladzijden tekst en 75 bladzijden noten. Dat vraagt om een rechtvaardiging, zeker gezien het oude adagium: ‘In de beperking toont zich de meester’ en ….., wie is eigenlijk die Albert Helman?
    Voor het lezen van deze biografie wist ik niet zo bijster veel van Albert Helman. Mijn boekenkast bevat nog een pocket van zijn hand uit de Salamanderreeks getiteld Zuid-zuid-west. Bij het doorbladeren kwam het verhaal weer in mijn herinnering boven drijven, een serie schetsen over het koloniale leven in Suriname, waar zijn wieg gestaan heeft. Omdat de naam Helman mij wel altijd is bijgebleven als een van de Nederlandse vrijwilligers die zich voor de oorlog aanmeldden bij de Internationale Brigades om te gaan vechten tegen de fascisten van generaal Franco, heb ik een paar jaar geleden zijn opnieuw uitgegeven boek, De sfinx van Spanje, gelezen, een van de weinige ooggetuigenverslagen van de strijd tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Tenslotte stuitte ik onlangs bij een antiquariaat op een andere, aanzienlijk dunnere biografie van Helman uit 1949 geschreven door Max Nord. Helman was toen 46 en zou er nog 47 jaar aan vastknopen.

    Wie is Albert Helman?
    Lou Lichtveld (Albert Helman) is een Surinaamse jongen, die breekt met zijn roots en zich in 1922 in Nederland vestigt. Hij schrijft onder talloze pseudoniemen, maar meestentijds onder de naam Helman. Onder die naam is hij ook het meest bekend geworden. Hij is in zekere zin briljant te noemen. Hij is een snelle en originele denker, energiek, een vlotte en soms zeer goede schrijver, uitstekend muzikant en componist, prachtig dichter, sociaal vaardig, maatschappelijk betrokken, maar ook: zelfingenomen en zelfzuchtig, behept met een minderwaardigheidsgevoel, ongeduldig en vaak onaangenaam, dol op seks tot zelfs in zijn laatste dagen als, aldus Van Kempen, hij schalks in het oor van een van zijn lieftallige gezelschapsdames fluistert: ‘Weet je wat ik nou nog zo dolgraag eens zou willen? Een keer van bil gaan?’

    Wat heeft Albert Helman allemaal gedaan?
    Naast vele romans en korte verhalen heeft hij talloze recensies geschreven, commentaren geleverd, analyses geschreven, ingezonden brieven en heel veel gedichten. Hij heeft vele lezingen gehouden, zelfs op het kleine eiland Saba, wat Van Kempen de verzuchting ontlokt: ‘Hij geeft maar liefst drie lezingen op het piepkleine eilandje; soms vraag je je af of hij ook voor de albatrossen heeft gesproken.’ Hij is diplomaat geweest, minister, hoofd van de rekenkamer, redacteur van tijdschriften, vrijwilliger aan het front in de Spaanse Burgeroorlog, verzetsstrijder in Nederland, heeft in de zuiveringscommissie gezeten, heeft zich bemoeid met de onafhankelijkheid van Suriname, actief gelobbyd tegen Bouterse c.s. Hij heeft niet alleen gesproken en aan tafel gezeten met de culturele en politieke elite van Nederland, maar met de groten der aarde. Kortom Albert Helman is een actief baasje geweest, een man met buitengewone capaciteiten op tal van terreinen: een echt Renaissance-mens zoals hij ook graag wilde zijn, aldus Van Kempen.

    Wat is de betekenis geweest van Albert Helman op bovengenoemde vlakken?
    Dat blijft onduidelijk. Van Kempen schrijft in zijn inleiding: ‘Deze biografie geeft op sommige plaatsen niet de detaillering die biografen van auteurs van een klein oeuvre wel kunnen geven’. Hij heeft, zoals hijzelf zegt, rigoureuze keuzes moeten maken. Zo laat hij alle rapporten, memoranda en andere teksten van meestal lokaal belang uit Helmans diplomatentijd achterwege, maar ook structurele en stilistische analyses van zijn werk. Alleen ‘gefilterd sijpelen ze door naar het biografische verhaal, bijvoorbeeld daar waar kritieken aanleiding hebben gegeven tot publieke debatten’. Hoewel het eerste vanzelfsprekend is, is het tweede jammer en ook niet helemaal begrijpelijk. Helman is immers toch het meest bekend als literator en niet als diplomaat. Om hem te kunnen kennen, is inzicht in- en dus analyse van zijn werk toch onontbeerlijk? Zijn rigoureuze keuzes lijken dan ook vooral gebaseerd op de snoeischaar, maar hebben niet geleid tot een principieel andere benadering. Ondanks de veelheid aan bronnenmateriaal, blijft Van Kempen vasthouden aan een chronologische beschrijving van het leven van Albert Helman, eigenlijk zonder enigerlei andere vorm van ordening. Dit is jammer, aangezien er zo wel erg veel van de geïnteresseerde lezer gevraagd wordt. Helman heeft zich immers gedurende een lange reeks van jaren op tal van terreinen wereldwijd actief betoond. Van Kempen had er, gezien de overstelpende hoeveelheid materiaal, beter aan gedaan om, binnen een zeker chronologisch kader, te kiezen voor een meer thematische benadering, bijvoorbeeld, Helman als literator; Helman en Suriname enz.

    Tot en met hoofdstuk 7 blijft het boeien, waarschijnlijk omdat het gebodene zich tot dan toe afspeelt binnen de grenzen van onze eigen cultuurgeschiedenis, namelijk een stukje kolonialisme, verzuiling, opkomst fascisme, de Tweede Wereldoorlog en de bezetting en tenslotte de wederopbouw en de afrekening. Daarna waaiert het verhaal alle kanten uit. Dit heeft vooral te maken met de vele diplomatieke activiteiten van Helman nadien. Als betekenisvolle schrijver lijkt hij, na de oorlog, zijn tijd gehad te hebben. Er beklijven daarvan alleen nog wat anekdotes en die zijn er genoeg. Helman was immers een controversiële figuur en Van Kempen kan daar smakelijk over vertellen. Maar er ontbreekt een betekenisvolle ordening, iets dat wel ten grondslag ligt aan het oude boekje van Max Nord. Helemaal rechtvaardig is deze kritiek natuurlijk niet. Het boekje van Nord is verschenen in de serie ‘Schrijvers van heden’ en pretendeert niet zozeer een biografie te zijn, maar slechts een duiding van de betekenis van het werk van de schrijver Albert Helman tot 1949. Het is geen biografie in de zin die Van Kempen voor ogen staat en bovendien in tijdsbestek veel beknopter. Maar het is wel gebaseerd op een betekenisvolle ordening, namelijk Helman als schrijver. Dus, niks geen relaas over zijn huwelijksperikelen, maar wel over de invloed van Kafka, Freud, Camus en het existentialisme op zijn werk, hoe zijn werk zich verhoudt tot dat van bijvoorbeeld Couperus. Op zo’n manier is zo veel meer omtrent Helman te leren.

  • Cándani – talent, ambitie en verhaalstof

    Het eerste dat ik van Cándani heb gelezen – ik was toen een 15-jarige puber met weinig affiniteit voor literatuur – is Relaas voor S., een verhaal uit de verhalenbundel Sirito, samengesteld door Michiel van Kempen en Jan Bongers. Dat verhaal is me bijgebleven omdat er zoveel droefheid in zat, zoveel melancholie, dat ik me toen al afvroeg wie de persoon is die zich verschuilt achter het pseudoniem Cándani.Nu weet ik dat zij Ashakoemarie Radjkoemar heet en dat Relaas voor S sterk autobiografisch is. Zij werd geboren op 8 maart 1965 in het district Suriname en heeft gedurende niet al te lange tijd literatuurwetenschappen gestudeerd aan de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuuronderwijs. In 1990 debuteerde zij met Ghungru tut gail/ De rinkelband is gebroken, een bundel waarin duidelijk werd dat Cándani bezig was af te rekenen met geesten uit het verleden. Een verleden dat zich kenmerkt door verdriet, eenzaamheid en vooral de zoektocht naar een eigen ik.

    ‘Weggegooid in deze ruimte
    tastend naar een leven om te leven
    als stond er een ruit tussenin
    welfde ik in de jaren
    de jaren welfden in mij
    ademen moest ik bij iedere ademstoot
    om niet te ontbreken in mijn eigen lichaam
    waarheen het leven ging
    ging ik trouw mee
    Soms me verslapend vertrok mijn schaduw
    en ik ging achter de schaduw aan
    Zo verging de cyclus van het leven
    en ik vergat te leven.’

    Met haar debuutbundel zette Cándani de toon aan voor haar verdere werk. Vanwaar je dacht te vertrekken sta je geplant, uitgekomen in 1993 en Zal ik terugkeren als je bruid(1999) hebben als belangrijkste motieven heimwee en eenzaamheid. Met Een zoetwaterlied (2000) geeft zij een andere dimensie aan het leven van de Hindostaanse immigrant die zich gevestigd heeft in het rijstdistrict Nickerie. In 2001 verschijnt haar debuutroman Oude onbekenden en in 2002 de bundel Ghar ghar ke khel/ Het spel van huisje huisje en de roman Huis van as.

    Hella Haase zei dat Cándani het talent, de ambitie én de verhaalstof heeft om een van de groten van de Surinaamse literatuur te worden. Ik denk dat Cándani nog iets heeft dat haar als opmerkelijk typeert: ze is genuine. Haar poëzie, dat voor een groot deel in het Sarnami is geschreven, is ook herkenbaar, en dan niet alleen voor vrouwen uit de Hindostaanse samenleving, maar voor een ieder die weet wat het is om verdriet te hebben. Pijn en verdriet zijn universele gevoelens die iedereen herkent als je die tegenkomt, maar Cándani verbeeldt ze op zo’n bijzondere manier dat je dat gevoel niet alleen herkent, maar ook daadwerkelijk voelt.

    Geraadpleegde literatuur: Spiegel van de Surinaamse poëzie. Samengesteld door Michiel van Kempen. Amsterdam: Meulenhoff, 1995.


    Sen Nandoe studeert aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), in Suriname. Zij leest graag en veel en schrijft op deze website over de Surinaamse literatuur.