• Twintig jaar een vrijplaats voor dichters in alle maten en soorten

    Twintig jaar een vrijplaats voor dichters in alle maten en soorten

    Terwijl de premier van het Verenigd Koninkrijk zijn ambt voortijdig moet neerleggen, gaat  Het liegend konijn zonder veel ophef of rumoer zijn twintigste jaargang in. Een jubileumjaar in poëzie, een gekroond konijn siert de cover. Sinds 2003, publiceerde HLK  meer dan vijfduizend vers geschreven hedendaagse, Nederlandstalige gedichten van meer dan vierhonderd dichters. Dat betekent dagelijks iets meer dan één nieuw gedicht per dag, twintig jaar lang, verzameld, gekozen, geredigeerd door een persoon, dichter Jozef Deleu. Die dit alles jaar in jaar uit als eenmans redactie tot stand bracht, en gestaag doorvoerde. In een redactioneel stuk, bedankt Deleu de dichters, uitgever, lezers en mecenassen voor hun inzet. HLK twintig jaar als een vrijplaats voor dichters in alle maten en soorten, een vrijplaats voor al wat niet ongenoemd kon blijven. Menig dichter maakte zijn debuut in HLK.

    Dat ook de raadselachtige tekst die elke editie de achterflap siert, in al die jaren nog niet heeft doen vervelen, geeft weer eens aan hoe sterk poëzie kan zijn. Het fragment is uit ‘Diergaarde voor kinderen van nu’ van Paul van Ostaijen (1896-1928). Ostaijen zal welhaast de enige dichter zijn van wie een tekst zo veelvuldig gelezen wordt. Wie nooit een achterflap leest, moet in dezen geadviseerd worden dit wel te doen, waarmee gelijk de kans geboden wordt een literair tekst uit het hoofd te leren. Om u op weg te helpen hier de eerste regels uit het wonderlijke fragment.

    ‘Lang heeft het konijn de lach gezocht. Zo zielsgraag had het konijn gekend de luide lach. Waarom het de lach zo graag had gekend, weet ik niet. Zoiets kan men niet weten. Het konijn heeft de lach niet gevonden. Maar het was de lach zeer nabij. Dat het het geheim van de lach zo  nabij was, weet het konijn niet. Vlak vóór de lach hield de kennis van het konijn halt. Daar vond het in plaats van de lach die het zocht, de verwondering die het niet zocht. Dit is nu iets wat buiten het begrijpen van het konijn valt; hoe je in plaats van het gezochte iets anders vindt. (…)’ een tekst die onze nieuwsgierigheid scherpt en ‘zet onze zekerheden op de helling,’ schrijft Deleu in zijn inleiding.

    Het bladeren, hardop voorlezen, namen noemen

    Honderdzevenentachtig nieuwe gedichten van veertig dichters in deze laatste editie. Het bladeren kan beginnen, regels hardop lezen, namen noemen, coupletten souperen, met  de smaak van poëzie in elke regel.
    ‘Ik zie dat u dapper noteert. / Vreemd genoeg beschouw ik wat ik uitkraam / als volstrekte nonsens.’ (Edwin Mortier)

    ‘zij kent geen ingekeerd / en treurend buigen / als wat met haar verbonden is / uit handen glipt / en van haar schoot afglijdt / zij recht het hoofd -’ (Ludwien Veranneman, gelijk als het personage Veranneman uit een verhaal van Campert).
    ‘Nergens hebben dingen het zo voor het zeggen / als in de zoldering, in sponning en gebinte / van een huis. Zij zingen herinneringen uit / die groots en nobel blijven nazinderen.’ (Luuk Gruwez)
    ‘licht veranderde in zand / en regende zachtjes bedekte / niemand in het bijzonder / en nestelde en // alles wachtte’ (Linda Veldman)
    ‘De ree in het veld stapt achter een bosje / net als ik haar aanwijs. Nee echt zeg ik, / mijn wang tegen het glas.’ (Isa Altink)
    ‘Aan de badkamerdeur staat zij doodstil / te luisteren. Ze hoort in de geluiden / de vreemde onrust die zijn wangen kleurt’ (Charles Ducal)
    ‘in alle potjes zalf van mijn moeder / ontstaat in het midden een bergje / terwijl die van mij een dal krijgen / nu het nog kan verzamel ik dat / het blijkt dat alle vogels duiven zijn / in de ogen van mijn moeder’’ (Bianca Boer)

    Het kortste gedicht is van K. Michel:

    Op de Dam

    (klimaatmars 6-11-21)

    als het zonlicht doorbreekt
    en valt op twee flaporen voor mij in de menigte
    zie ik twee dieprode vlinders

    Het langste gedicht, van Michael Tedja ‘Het uitgelezen deel’ beslaat vijf dichtbeschreven pagina’s. Indringend en overrompelend, niet eenvoudig te betreden, met overstelpende regels over uitsluiting, plichten en verboden. Poëzie die trekt en duwt, niet altijd te bevatten, maar het moet gelezen worden.

    ‘De ongebreidelde expansiedrift werd van bovenaf bestuurd.
     Jij gaat katoen plukken, zeiden wij in koor. Sta op en pluk
     de dag door die in toom te houden. Hier kwam het kader
     in beeld. Het is mooi vandaag. Ik trek mijn T-shirt aan.
     Door de driften te contextualiseren ontstond er betekenis.
     (…)’
     Wij waren één ding en isoleerden alle dingen om ons heen.
    Er groeien plukkers aan de takken van het verkoolde houdt.’ 

     (…)

    Poëzie die aan de randen van je comfort zone trekt

    Er zijn stromende gedichten, overvloedige en niet helemaal te begrijpen gedichten, die trekken aan de randen van je comfort zone. Neem deze van Eva Gerlach, het vierde uit een serie van vijf gedichten.

    ‘Hoe krijg ik je samen heel
     stil mag je zijn hier breekman
     schreeuwend in dromen schreeuwend in het diepe
     dagwater in, schreeuwend om losgelaten
     vastgehouden te zijn

     Hoe zwijg je zo hoog schreeuwend in me
     hartman hoe snij je je
     klem in me, kraak je je schrap, hoe krijgt elke amper

     begonnen schreeuw van je zwijgende lichaam het mijne
     elke dag meer zoals jij raasman elke dag stiller.’

    Ach, wie twintig jaar aan Het liegend konijn bijeen op de plank heeft staan, heeft de poëzie in pacht. Die kan zich niet ander dan een verguld mens voelen.

     

     

  • Deze recalcitrante vertelstem is ongelooflijk bevredigend en verfrissend

    Deze recalcitrante vertelstem is ongelooflijk bevredigend en verfrissend

    Meta is haar naam van Michael Tedja (1971) is niet de enige roman over een personage dat zijn moeder verliest en waarvan de vader al lang geleden het gezin heeft verlaten. De ouders van de ik-persoon zijn in hun twintiger jaren van Suriname naar Rotterdam geëmigreerd. Zij zijn vrijzinnig, liberaal en vinden daardoor geen aansluiting bij de meer conservatief ingestelde Surinaamse diaspora. De vader mag dan een overtuigd rationalist zijn, maar de moeder en haar jongste dochter Nan voelen zich aangetrokken tot de Surinaamse cultus van de Winti rituelen. Plotseling komt de moeder te overlijden en de vader is al een tijdje uit beeld. Meta, Nan en hun broer moeten zelf zien om te gaan met hun complexe familiegeschiedenis, die een grote invloed uitoefent op wie ze zelf zijn.

    De kwestie van een gelaagde identiteit wordt in meerdere facetten door Tedja onder de loep genomen. Dit wroetende zoeken naar antwoorden kan een schrijver niet voltrekken binnen het strakke kader van een roman. Beschouwende passages worden afgewisseld met autobiografische notities, maar in dit amalgaam van genres staat vooral het taalspel zelf centraal. Om Tedja’s werk te willen begrijpen is het belangrijk zijn esthetiek te doorgronden. 

    Aquaholisme

    Voor Tedja ligt de essentie van verhalen in de manier waarop iets verteld wordt. Zijn werkwijze noemt hij ‘aquaholisme’, dat neologisme wijst op het samenvoegen van heterogene elementen tot een nieuwe constellatie. Daarbij komt het feit dat ook zijn geliefkoosde thema’s als identiteit en racisme zich richten op het omgaan met veelvormigheid. In één van de meer beschouwende passages verklaart de ik-persoon, dat het cultureel diverse binnen de literatuur veronachtzaamd wordt, maar dat zijn denken wel veelvormig is: ‘ik heb mijn eigen stem nooit verloochend’. Een roman kan nooit multicultureel zijn, aangezien de vastgesnoerde structuur dit bij voorbaat uitsluit. In Meta is een naam wemelt het van de pagina’s, waarin het verhaal wordt verlaten, en die daarentegen gevuld zijn met bespiegelingen over de toegepaste methode.

    Alleen het eerste woord in de titel getuigt reeds van het zelf reflexieve karakter van dit boek. Die neiging om zichzelf te bevragen houdt wel de vaart uit het verhaal, omdat het verhaal vaak wordt onderbroken. Meestal gebeurt dat in voetnoten, die naar het einde toe een steeds prominentere plaats innemen. Bijna altijd wordt het woord ‘kritiek’ gevolgd door een voetnoot, waarin iemand de kenmerken van deze ‘roman’ gaat bevragen, meestal op negatieve wijze: ‘de ontwikkelingen zijn niet goed,’ ‘langdradig’ of ‘verwarrend’. Het klinkt alsof Tedja de bezwaren van critici en lezers wil anticiperen door ze zelf al te neer te schrijven en ze in dialoog te laten treden met de hoofdtekst. De lezer is getuige van een uitdijend proces van zelfkritiek dat tien pagina’s lang kan voort denderen. 

    Recalcitrante vertelstem

    Dat taalspel is niet slechts vormelijke spielerei. Het bevat ook een aanklacht tegen wat men als een normaal en lineair verloop van een verhaal zou beschouwen. Al wat niet aan deze normen voldoet wordt als hermetisch beschouwd en zodoende worden vreemde elementen van de bladspiegel verdreven. Met zijn vormexperimenten poogt Tedja om voor deze verhalen een plaats te creëren. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de hulpeloze en ontroerende pogingen van een ik-persoon, om contact op te nemen met een ‘jij’, die genoteerd staan in de marge van de voetnoten.  Naar wie die ‘ik-persoon’ verwijst, blijft onduidelijk. Meestal betreft het de oudere zus van Nan, soms haar oudere broer, die beeldend kunstenaar en schrijver is. Bij dat laatste personage weerklinken er ettelijke reminiscenties aan Tedja zelf, ‘het is al zijn vierde roman’. In dit boek is elk meta-niveau welkom. 

    Ook inhoudelijk weigeren de stemmen en gedachten van de personages om zich in een slachtofferrol te wentelen, zonder daarmee de bestaande racistische structuren te ontkennen. Het beste komt dit naar voren in de talrijke raamvertellingen, die de revue passeren. Er loopt van alles rond, onder andere een Pools klasgenootje, waarvan de familie zelf de eindjes aan elkaar moet knopen, of de soms redelijk antipathieke familieleden uit Suriname. Het is bijna onmogelijk om alle personages te onthouden, laat staan op te sommen. Wat bij blijft zijn de meer absurde stukken, waarin opmerkingen over het verloop van een menstruatiecyclus gepaard gaan met het vinden van een poedel. Zinnen als ‘mijn broer en ik aten wasmiddel’ vormen geen uitzondering in het geheel.

    Karakter van het boek

    Het karakter van dit boek lijkt bij momenten de betekenis van de naam ‘Nan’ te weerspiegelen: ‘hysterie in waanzin vervat’. Door de eerdergenoemde werkwijze waaiert de inhoud alle kanten op. Tedja weet de lezer constant te verrassen. In een literair klimaat met talrijke traditionele familieromans voelt zijn recalcitrante vertelstem ongelooflijk bevredigend en verfrissend aan. Het is een uitnodiging om de ontroerende, humoristische en snuggere fragmenten op te schrijven en er zelf mee aan de slag te gaan. Welles-nietes spelletjes en de tegenstellingen tussen autochtonen en allochtonen of slachtoffers en daders deugen niet meer. De wereld is toch al complex, dus kunnen we er maar beter creatief mee omspringen.

    Door die hybride en complexe structuur is er wel minder lineaire houvast om intens mee te kunnen leven met het verlies en rouw van onder andere Nan. Misschien dat een herlezing dit gebrek zou kunnen verhelpen, al moet je daar wel zin in hebben, want dit soort lectuur eist veel van de lezer. De constante interrupties kunnen ook ronduit vervelend zijn. Literatuur die je doet meeslepen in de zielenroerselen van anderen zal je elders moeten zoeken. Maar een aquaholistische benadering van hedendaagse literatuur heeft Tedja wel in de aanbieding. Hij zet je aan het denken en lachen, met soms een traantje en vaak een grijns van verwondering of irritatie. Kleurrijk, complex en compromisloos. Meta is haar naam blijft broodnodig leesvoer in deze veelvormige wereld, waar veel schrijvers niet mee weten om te gaan. Michael Tedja lijkt het ook niet te weten. Hij probeert gewoon van alles uit en net dat is zijn grootste verdienste.

     

     

  • Oogst week 27- 2018

     

     

    Tyfoon

    ‘Mensen op drift’. Zo omschreef Reinier van Houwelingen de hoofdpersonages in de verhalenbundel van Rob Verschuren, Stromen die de zee niet vinden

    Dat zou ook wel eens kunnen gelden voor de hoofdpersonen in zijn nieuwe boek Tyfoon waarin drie kinderen afspreken altijd bij elkaar te zullen blijven. Dat loopt natuurlijk anders. Een burgeroorlog voorkomt dat, en alle drie maken ze een andere keuze. Maar de verbinding blijft.

    Tyfoon speelt zich af in een fictief land, dat veel overeenkomsten vertoont met Vietnam. Het is verhaal over een bijzondere driehoeksverhouding, maar tegelijkertijd een kroniek van een veranderende samenleving, waarin traditionele waarden goedschiks of kwaadschiks plaats moeten maken voor nieuwe.

    Rob Verschuren woont en werkt in Vietnam. Op de website Trefpunt Azië waar hij aan bijdraagt wordt hij als volgt geïntroduceerd: ‘In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.’

    Tyfoon
    Auteur: Rob Verschuren
    Uitgeverij: Uitgeverij In de Knipscheer

    Vrouwen en macht

    Mary Beard ontdekte al vroeg dat de kansen in het leven voor mannen en vrouwen niet gelijk zijn. Ze ging niet naar de universiteit van haar keuze omdat de mogelijkheden voor vrouwen daar beperkt waren.

    Inmiddels is zij een van de bekendste classici in het Verenigd Koninkrijk. In haar boek Vrouwen en macht toont ze ‘hoe in de geschiedenis machtige vrouwen behandeld zijn.
    Haar voorbeelden komen uit de klassieke oudheid en het hier en nu, en ze leggen de culturele pijlers onder een eeuwigdurende misogynie bloot.’

     

    Vrouwen en macht
    Auteur: Mary Beard
    Uitgeverij: Athenaeum

    Briljante man

    Michael Tedja is een Nederlandse kunstenaar. Hij schildert, tekent, maakt installaties en is schrijver. Zijn nieuwe boek, Briljante man schreef hij parallel aan de productie van de tekeningen voor zijn tentoonstelling Hypersubjective, een solovoorstelling in het Centraal Museum in Utrecht.

    Op de website van het Museum staat dat Hypersubjective ‘wordt gevormd door een overweldigende installatie, bestaande uit honderdvierendertig grote tekeningen. In deze installatie onderzoekt Tedja de mogelijkheden van zijn beeldtaal op papier. De reeksen tekeningen laten zich vergelijken met hoofdstukken uit een boek.’

    Briljante man laat met eenzelfde energie en scheppingsdrang als in de tekeningen thema’s opborrelen. Een greep: racisme, kunst, kunstenaarschap, schrijverschap, maatschappelijke chaos. Dit alles in een experimentele, hoogst oorspronkelijke en associatieve stijl. In de tentoonstelling is het originele handgeschreven manuscript te zien.’

    Briljante man
    Auteur: Michael Tedja
    Uitgeverij: Uitgeverij IJzer