• ‘Halverwege ergens een diepe kuil’

    ‘Halverwege ergens een diepe kuil’

    Dat van Simeliberg, het nieuwe werk van Michael Fehr ook een hoorspelversie bestaat, zoals vertaler Ard Posthuma in zijn verhelderende nawoord schrijft, mag geen verwondering wekken voor wie de roman heeft gelezen.
    Een toneelstuk, waarin verschillende stemmen naast die van de verteller de verhalende structuur bepalen. Je kunt dat een min of meer willekeurige keuze noemen van de auteur om zijn tekst in afgebroken regels te presenteren, zodat die op poëzie gaat lijken, ook vanwege zich repeterende fragmenten, of zoals toneelteksten van bijvoorbeeld Samuel Beckett over de pagina worden verdeeld. Maar die willekeur is natuurlijk maar schijn.

    Simeliberg doet ook denken aan het werk van Bert Schierbeek, aan diens Weerwerk, Betrekkingen en Binnenwerk bijvoorbeeld. Schierbeek zou best iets te vertellen hebben gehad over dit werk van Fehr, waarin stemmen een primaire rol spelen.
    In een interview met John Vandenbergh, aan het slot van Schierbeeks Het dier heeft een mens getekend (1960) reageert Schierbeek op de opmerking dat zijn werk hardop gelezen moet worden met: ‘Kijk, lezen zijn de mensen verleerd door het lezen van zinnen, die ze steeds weer tegenkomen en die ze dus wel kunnen dromen. Zij zijn gewend aan een slordig gebruik van woorden, aan een voertaal, die een soort vervoerstaal is, die allang met de klank der woorden en dus ook met de betekenissen heeft afgedaan. (….) Hardop lezen kan hen dus helpen om de taal weer te horen, de klankomschreven betekenissen weer tot het oor door te laten dringen.’

    Fehr verdeelt samengestelde zinnen over meerdere regels, die af en toe door andere zinsfragmenten worden onderbroken. Dat dwingt tot teruglezen, zodat het bewust vertraagde leesproces de lezer dicht bij de tekst brengt. De lezer krijgt niet de gelegenheid om te verslappen, op straffe van onbegrijpelijkheid.
    Ook het genoemde werk van Schierbeek wint aan zeggingskracht door het voor te lezen, maar daarmee houdt elke vergelijking ook wel op. Simeliberg is een soort Kammerspiel, beperkt in ruimte en tijd en in het aantal personages, geheel in tegenstelling tot bijvoorbeeld een uitdijend universum als Betrekkingen van Schierbeek.

    Simeliberg is een krimi en zoals elke goede krimi ook een thriller, die speelt in een Zwitsers gehucht. Een geheel atypische locatie ook, voor wie zonovergoten, al dan niet besneeuwde bergtoppen verwacht. Regen, modder, een beetje sneeuw en klamme, natte kou bepalen de grijzige sfeer, waarin de intrige zich voltrekt.

    Griese, de Duits-Zwitserse hoofdpersoon, gemeentesecretaris  van het dorp, raakt verstrikt in het web van een ultranationalistische beweging van jongeren, wiens onvermoede voorman een boer is die in een groot huis in het dal woont. Schwarz heet de eenzelvige man, die zijn ideeën aan Griese opdist, wanneer de laatste hem komt afhalen voor een onderzoek door de sociale dienst in de nabijgelegen stad in de persoon van mevrouw Weiss. Schwarz wordt meegenomen vanwege de aanhoudende geruchten in het dorp dat hij zijn vrouw, die al tijden niet meer in het dorp gesignaleerd is, zou hebben vermoord.

    De wereld gaat ten onder aan lafhartigheid en slampamperij en de enige uitkomst is vestiging op de rode planeet om de beschaving opnieuw te beginnen, aldus Schwarz. Zijn jeugdige bentgenoten, onder wie de zoon van de vrouw met wie Griese een verhouding heeft, hebben geen zin om te wachten op verhuizing naar Mars. Zij willen om te beginnen de zwakken en nuttelozen alvast elimineren, zodat alleen een sterk ras overblijft. Maar Schwarz verdenken ze ervan dat hij de zaak heeft belazerd, dat hij met de door hen bijeengebrachte honderdduizenden franken er tussen uit wil knijpen.

    Griese, die in het dorp vanwege zijn afkomst – geen volbloed Zwitser – eigenlijk een outcast is, ondanks zijn centrale functie, gaat op eigen onderzoek uit naar de dood van de vrouw van boer Schwarz, vooral ook omdat hij naar zijn zin door de politie en sociale dienst van heel weinig informatie wordt voorzien, terwijl zijn dorpsgenoten van hem het naadje van de kous willen weten. Maar de onfortuinlijke Griese komt ook toevallig de in zwarte uniformen samenspannende ultranationalistische organisatie op het spoor.

    Uiteindelijk zal blijken dat de vrouwelijke rechercheur, die het onderzoek leidt, de sleutel tot het lot van Griese in handen heeft. Halverwege het werk wordt de lezer, via een advies van haar aan het naar de afgelegen boerderij afdalende politiecorps, al gewaarschuwd: ‘….als ik jullie was/zou ik niet verder rechtdoor lopen/halverwege moet ergens een diepe kuil zitten…’
    In die (figuurlijke) kuil blijkt aan het slot Griese te vallen, zonder schuld, maar ook zonder alibi.

    Simeliberg is een prachtig leesavontuur en schitterend vertaald door de uiterst veelzijdige taalvirtuoos Ard Posthuma. Wat wil je nog meer, Fehr zijnde, met zo’n klassevertaler?

     

  • Oogst week 48 – 2018

    De zwarte heer Bazetub

    Albert Vigoleis Thelen (1903-1989) is een Duitse schrijver die tijdens de oorlogsjaren zijn land ontvluchtte en vriendschappelijke banden onderhield met Nederlandse schrijvers als Albert Helman en Hendrik Marsman. Van 1947 tot 1954 woonde hij met zijn vrouw in Amsterdam. Zijn debuut Het eiland van het tweede gezicht werd in vertaling van Wil Boesten, in 2004 een zogenaamde culthit. In De zwarte heer Bazetub (Der schwarze Herr Bahßetup, uit 1956) en onlangs ook vertaald door Wil Boesten, is een omvangrijke autobiografische roman. Thelen was namelijk ook vertaler vanuit het Portugees en in de jaren na de oorlog krijgt hij de opdracht als tolk en gids op te treden voor de Braziliaanse professor Da Silva Ponto. Deze professor moet een toespraak houden bij het Vredespaleis in Den Haag.

    Thelen loodst deze ‘heer en meester Bazetub’ door het naoorlogse Amsterdam en Den Haag.
    Ondertussen raakt de vredesconferentie van de professor steeds verder uit het zicht en worden er honderden zijpaden bewandeld, waarmee Thelen zijn opdrachtgever gerust wil stellen. Waar ze komen laten ze een spoor van verwarring na. Professor ‘Bazetub’ heeft zijn missie al lang uit het oog verloren. Thelen loodst hem door het verregende Amsterdam, zorgt dat hij anarchistische fietsers overleeft en regelt voor de professor een extra trein naar Den Haag voor een zitting in het Vredespaleis. Kortom, Thelen doet vreselijk zijn best om zijn rol als privésecretaris tot het slot dapper te volbrengen.
    De heer Bazetub – de rechtsgeleerde en minister Manuel Francisco Pinto Pereira (1889-1956) – heeft inderdaad met tolk Albert Vigoleis Thelen door de randstad gedwaald.

    De zwarte heer Bazetub
    Auteur: Albert Vigoleis Thelen
    Uitgeverij: Cossee

    Simeliberg

    Onlangs was de Zwitserse schrijver Michael Fehr (1982) in Nederland en maakte nogal indruk op het Crossingborderfestival met zijn enthousiaste vertelkunst. Naast schrijver is Fehr ook performer en woont sinds kort in Londen. Hij publiceerde drie boeken. Voor hij de roman Simeliberg af had, won hij in 2014 met een fragment uit Simeliberg al twee literaire prijzen: de Kelag-Preis en de Preis der Automatischen Literaturkritik in Klagenfurt.
    Simeliberg wordt omschreven als een poëtische krimi. Er komt een berg in voor waar lijkwagens af en aan rijden. Er is sprake van een geldschat in de la van een vereenzaamde oude boer. Diezelfde boer wordt verdacht van moord op zijn vrouw. Er is de gemeentesecretaris Anatol Griese, die als taak heeft de vereenzaamde boer in te rekenen. Hij wordt met zijn jagershoed en buitenmodel emigrantengeweer door de plaatselijke bevolking argwanend bekeken en door de betreffende instanties van het kastje naar de muur gestuurd.
    Een afspraakje bij een bevriende boerin vormt het begin van een fatale kettingreactie, waarbij Griese zich meer en meer verstrikt in zijn taak en de intrige zich (volgens de achterflap) ontrolt als een tragikomische zwart-witfilm.

    Simeliberg
    Auteur: Michael Fehr
    Uitgeverij: Koppernik BV

    Kluger Hans #35

    Literaire tijdschrift Kluger Hans kiest voor veelstemmigheid in de editie Denkmal. Met fysiek-beeldend werk: ‘Fleeting Parts’ van Milena Naef, bestaand uit marmeren beeldhouwwerken waaruit gaten zijn gehouwen die perfect rond lichaamsdelen passen (zie ook de cover). Veel bijdragen in deze editie waarin tekst en beeld een relatie met elkaar aangaan, zoals het werk van schrijfster Marjan de Ridder dat zich verbindt met het werk van kunstenares Femme ter Haar.
    Er is werk in opgenomen van jonge dichters en schrijvers die aan elkaar gekoppeld werden tijdens een residentie van een week. Mooi beeldend werk met eenvoudige, maar sterk sprekende teksten als: ‘hun kind schrijft op de muur van een toilet: ‘Bel mij als je eenzaam bent’ gaat naar huis en vergroeit daar verder met de muren(…)’. Een zeer veelzijdige editie die in de kern het thema draagt: ‘onschuldige woorden bestaan niet, onschadelijke beelden evenmin’.
    Verhalen van Annelies Leysen, Dennis Pauwels en Felix Sandon. Een editie waar je niet gauw op uitgekeken en in uitgelezen raakt.

    Kluger Hans #35
    Auteur: redactie

    Hoop over been

    De titel van de derde bundel van Joep Kuiper Hoop over been ligt dicht tegen ‘Vel over been’ aan. Dat laatste duidt op uitputting, schraalte het einde nabij en zo meer van alles wat te weinig is. ‘Hoop over been’ geeft het tegenovergestelde aan: er is hoop. Hoop, om kaalslag te omhullen, te vervullen met woorden, met poëzie.
    Hierbij een gedicht uit de bundel:

    jij was het

    ja! ik dacht dit ben jij, en jij was het
    die woord noch bon teruggaf, nooit reageerde
    op de bekentenissen van mijn wegmisbruik,
    de lijst met doden,

    jij was het
    die mij niet wilde arresteren;
    ik smeekte je, dan toch op zijn minst een
    proces-verbaal,

    een nachtje in een warme cel
    een chocolademelk eventueel, en als het echt
    niet anders kon,
    een executie hier en nu, in de sneeuw

     

    Hoop over been
    Auteur: Joep Kuiper
    Uitgeverij: Karaat