• Barea timmert aan de weg

    Barea timmert aan de weg

    In de prachtige serie Kritische Klassieken van uitgeverij Schokland is dit jaar de indrukwekkende autobiografische roman De weg (La ruta) van Arturo Barea (1897-1957) verschenen. Hierin beschrijft hij de Spaanse aanwezigheid in Marokko die het voorspel tot de Spaanse Burgeroorlog zal vormen. De tekst is al eens eerder vertaald en in 1948 uitgegeven. Dit boek is echter onvindbaar (zelfs de Koninklijke Bibliotheek beschikt niet over een exemplaar), maar gelukkig is er nu een uitstekende vertaling van Mia Buursma. Hub Hermans schreef het verhelderende nawoord. Het register, dat ten onrechte wordt aangeduid als noten, zorgt – net als het kaartje achterin het boek – voor de noodzakelijke achtergrondinformatie.

    Barea is van eenvoudige komaf. Na de dood van zijn vader zorgt zijn moeder voor vier jonge kinderen door als wasvrouw kleren te wassen in de door Madrid stromende rivier de Manzanares. Een oom en tante betalen zijn schoolopleiding. Hij verlaat de school op 13-jarige leeftijd en gaat voor een hongerloontje bij een bank werken. Hij vervult zijn verplichte militaire dienst in Marokko waar hij zich opwerkt tot sergeant. Hij begint te schrijven, houdt een dagboek bij en publiceert enkele gedichten. Na de machtsovername van Francisco Franco vlucht Barea naar Engeland en publiceert zijn boeken in het Engels en in het Spaans voor de Latijns-Amerikaanse markt. Het zal tot na het einde van de dictatuur van Franco duren voor zijn boeken – met groot succes – in Spanje worden uitgebracht.

    Een Afrikaanse kolonie voor Spanje

    Spanje is na de Eerste Wereldoorlog zijn positie van wereldmacht kwijtgeraakt: de Latijns-Amerikaanse kolonies zijn onafhankelijk geworden, terwijl de nieuwe koloniale machten (Britten, Fransen, Portugezen, Belgen en Italianen) volop begonnen zijn met hun verovering van Afrika. Spanje houdt daarom vast aan de Rif in het huidige Marokko, waar de bevolking maar niet wil snappen dat zij gekoloniseerd worden voor hun eigen bestwil en dat hun land niet van hen is, maar van Spanje – de klassieke leugen van elke kolonisator.

    Wanneer Spanje niet eens een kolonie kan domineren aan de overkant van het water op nauwelijks 14 kilometer van zijn eigen kustlijn, dreigt het zijn internationale geloofwaardigheid helemaal kwijt te raken. Daarom worden tienduizenden soldaten naar de Rif gestuurd. Het zijn analfabete boerenzonen, grotendeels afkomstig uit kleine dorpen gelegen in het Spaanse binnenland, waar de armoede soms nog groter is dan in de Rif. De situatie in Spanje is zo slecht dat voor velen vrijwillig in dienst blijven na de dienstplicht de enige kans is op een vast inkomen en – als ze het overleven – op een klein pensioen.

    Koloniale corruptie

    Het behoort tot de taak van sergeant Barea een weg te tekenen en toe te zien op de aanleg ervan in bezet gebied. Vandaar de titel van het boek. Hij ontdekt al snel dat het Spaanse leger door en door corrupt is. Er wordt geld gevraagd voor meer arbeiders dan er daadwerkelijk zijn, officieren steken de niet-uitbetaalde soldij in eigen zak en worden zo slapend rijk. Barea moet alles netjes verwerken in de boekhouding: zolang er een door een meerdere ondertekend bonnetje bestaat, hoeft hij zich nergens druk over te maken.

    Met veel empathie beschrijft Barea de dagelijkse ontberingen van de soldaten: hoe ze bedorven voedsel moeten eten (‘met paprika gekookte bonen vol wormen’) of honger moeten leiden, hoe ze moeten slapen in lekke tenten en hoe de luizen vrij spel hebben in hun ongewassen uniformen. Sommigen gaan naar de prostituees die syfilis hebben, in de hoop besmet te raken: dan mogen ze – samen met de zwaargewonden – terug naar Spanje. Wie echter een bevel weigert op het slagveld riskeert de doodstraf met de kogel. Eén van de hogere officieren is Francisco Franco die krediet heeft bij de soldaten omdat hij één van de weinige hogere officieren is die aan de frontlijn zijn leven riskeert.

    Riffijns verzetsleider Abd El-krim El Khattabi dwingt Spanje in 1923 tot de terugtocht. Dit is de andere koloniale mogendheden een doorn in het oog en Frankrijk helpt Spanje uit de nood. Franco, ondertussen de jongste generaal ooit in het Spaanse leger, onderwerpt met Franse hulp opnieuw de Rif: de Riffijnen worden gruwelijk afgeslacht. Hij doet dat met zijn leger dat hij in 1936 zal inzetten voor een staatsgreep tegen de democratisch verkozen regering in eigen land. Zijn dictatuur zal tot aan zijn dood in 1975 duren.

    Seksuele moraal

    Barea mag thuis herstellen van een levensbedreigende tyfus-infectie. Hij ontdekt dat de Spanjaarden geen weet hebben van de gruwelen die hun landgenoten in de Rif aanrichten en van de ontberingen van de Spaanse soldaten. Wanneer hij na zijn diensttijd uit Marokko terugkeert (met achterlating van zijn vriendin en hond) is hij een overtuigd antikoloniaal en denkt hij ook kritisch na over de seksuele moraal van zijn vaderland waar gearrangeerde huwelijken nog steeds de norm zijn. Gehuwde koppels die zich na de wittebroodsweken als geliefden gedragen, worden met wantrouwen bekeken; dat hoort niet. Mannen moeten hun vrouwen niet lastigvallen, kunnen er beter een vriendin op nahouden of naar de bordelen gaan; vrouwen hebben geen andere taken dan kinderen baren en het huishouden verzorgen.

    Anti-oorlogsboek

    Barea was erbij in de Rif en kan er uit de eerste hand over schrijven. Aan het slot van het boek denkt hij terug aan de aanleg van de weg in de Rif waar een blinde man gedesoriënteerd raakt omdat zijn hobbelige, maar vertrouwde pad verdwenen is. Er ligt nu immers een nieuw aangelegde vlakke weg. Hij vervloekt die weg die volgens hem volgezogen is met bloed. Barea realiseert zich dat de vooruitgang in Spanje betekent dat ook daar veel nieuwe wegen zullen worden aangelegd en vreest dat hierbij evenveel bloed verspild zal worden. Zo laat hij zien hoe de gebeurtenissen in Marokko parallel lopen aan die in Spanje. Hij doet dat zonder zichzelf te sparen. Zijn eerlijkheid overtuigt en maakt het eerste deel van zijn boek tot één van de beste anti-oorlogsverhalen die ooit geschreven zijn, en het tweede deel tot een vileine afrekening met de patriarchale, Spaanse maatschappij.

  • Oogst week 48

    Het verlaten land

    Het verlaten land is het nieuwste deel uit De Berberbibliotheek, klassiekers van auteurs met een Berberachtergrond. Auteur Mouloud Mammeri (1917 – 1989) was een groot voorvechter van de Berbercultuur en -taal. Het boek behoort tot de vroegste Franstalige romans in Algerije en geldt daarmee als een belangrijke klassieker.

    De roman vertelt het verhaal van een vriendengroep in een Berbers bergdorp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Algerije was nog een kolonie van Frankrijk en dus werden de mannelijke dorpsbewoners gemobiliseerd voor de strijd.
    Een roman over liefde, vriendschap en het leven in een dorp dat functioneert aan de hand van eeuwenoude tradities, maar waar steeds meer andere waarden binnensijpelen in de vorm van islamitische regels en Europese zeden.

    In een nawoord schrijft Asis Aynan:
    Dat maakt het eveneens een onthaastingsroman; de levens van de personages worden niet als een serie snapchatfoto’s gepresenteerd, maar als een panorama waar de tijd voor moet worden genomen.
    Het is ook een ontwikkelingsroman, niet van één persoon, maar van een vriendengroep, de vrienden van Taasast.’

     

     

    Het verlaten land
    Auteur: Mouloud Mammeri
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    Kleine helden

    In krachtige zinnen schetst Almudena Grandes (Madrid 1960) aan het begin van haar boek de omgeving en geschiedenis van de bewoners van een volksbuurt in Madrid. Rijk en arm, jong en oud, singles en gezinnen, Spanjaarden en immigranten. Zij hebben geen schuld aan de crisis, maar moeten haar wel dragen, en er ondanks alles proberen bovenuit te stijgen. Elk op hun eigen manier beleven buurtgenoten bitterzoete momenten van onverwachte solidariteit, van verontwaardiging en woede maar ook van tederheid en doorzetten. Samen blazen ze hun buurt nieuw leven in.

    In Spanje is Grandes een van de meest gewaardeerde literaire auteurs. Met Het ijzig hart (2010) won ze vele nationale en internationale literaire prijzen. Mario Vargas Llosa noemt haar ‘een van de beste romanschrijvers van onze tijd.’

     

    Kleine helden
    Auteur: Almudena Grandes
    Uitgeverij: Uitgeverij Signatuur

    Boven de straat hangt een witte lucht

    De prachtige titel van deze roman onthult de dichter achter auteur Anne Büdgen (1979). Bij De Arbeiderspers verschenen van haar eerder de dichtbundels Ik schrijf u nog en Ze hapte in een tomaat. Behalve poëzie schrijft ze ook voor theater.

    Boven de straat hangt een witte lucht gaat over de 14-jarige Anna die zeer gelovig opgroeit. Ze schrijft in haar dagboek. Ze houdt zich vast aan de woorden. Als ze ouder wordt slaat de twijfel toe. Ze schrijft over Jezus en Brad Pitt, een aardbeienmilkshake en het avondmaal. Zonder terughoudendheid schrijft ze over de buitenwereld die steeds meer binnendringt.

     

     

    Boven de straat hangt een witte lucht
    Auteur: Anne Büdgen
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers