• Oogst week 25 – 2025

    Waar ik me voor schaam — Over zwijgen en het doorgeven van schuld

    Sinds januari 2025 mogen burgers zelf onderzoek doen in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Dit betekent dat veel informatie over mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben gecollaboreerd met de Duitsers voor het eerst naar buiten komt. In Waar ik me voor schaam onderzoekt Sheila Sitalsing de werking van schaamte die van generatie op generatie wordt doorgegeven en de aantrekkingskracht van totalitair gedachtengoed. Haar moeder bleef tot haar dood zwijgen over een deel van hun familiegeschiedenis. Ook onderzoekt Sitalsing, nu het fascisme in Nederland dichterbij lijkt (of is?) dan het sinds de jaren veertig is geweest, de gelijkenissen met de situatie toen.

    Sheila Sitalsing (1968) is journalist, schrijver en econoom. Ze werkte als verslaggever, redacteur en chef redactie voor verschillende bladen en kranten en schreef gedurende elf jaar een column voor de Volkskrant. In 2013 won ze voor die columns de Heldringprijs voor beste columnist van Nederland. In 2024 ontving ze een eredoctoraat van de Universiteit voor Humanistiek voor haar bijdrage aan het maatschappelijk debat. Ze schreef een politieke biografie over Mark Rutte en haar columns over coronajaar 2020 verschenen gebundeld in Dagboek van een krankzinnig jaar.

    Waar ik me voor schaam — Over zwijgen en het doorgeven van schuld
    Auteur: Sheila Sitalsing
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Een familiekwestie


    In Een familiekwestie beschrijft Claire Lynch de strijd van lesbische moeders in het Verenigd Koninkrijk die in de jaren tachtig en negentig massaal de voogdij over hun kinderen werd ontnomen. Lynch stelt het discriminerende rechtssysteem dat daaraan ten grondslag lag aan de orde en geeft de menselijke gevolgen van gerechtelijke uitspraken en de maatschappelijke gevolgen een gezicht. Toch gaat het boek niet over slachtoffers, het gaat vooral over zij die streden voor gelijkheid in een samenleving die hen die onthield.

    Claire Lynch (1981) is hoogleraar Engels en Creatief Schrijven aan de Brunel Universiteit in Londen. Ze verscheen in verschillende podcasts en in 2021 kwam haar memoire Small: On Motherhoods uit, die gaat over de gecompliceerde weg die zij en haar vrouwelijke partner moesten afleggen om drie kinderen te krijgen. Een familiekwestie is haar romandebuut.

    Een familiekwestie

    Auteur: Claire Lynch
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Het goede kwaad

    In Het goede kwaad vertelt Samanta Schweblin verhalen over de breekbaarheid van dat waar wij het meest om geven. Over een vader die zijn verdriet niet met zijn zoon kan delen na een ongeluk dat hij door onoplettendheid niet heeft weten te voorkomen. Over een moeder die wacht op een dochter die zal terugkeren. Over een vrouw die levensmoe is, maar zich vanuit haar rol genoodzaakt ziet door te gaan. Deze vertaling volgt op de vertaling van nog twee verhalenbundels van Schweblin: Mond vol vogels (2023) en Zeven lege huizen (2022). 

    Samanta Schweblin (1978) is een Argentijnse schrijver die momenteel in Berlijn woont. Ze heeft drie verhalenbundel gepubliceerd, een novelle en een roman en haar verhalen zijn verschenen in tijdschriften zoals The New Yorker en The Paris Review. Ze werd genomineerd voor verschillende prijzen, stond op longlists en shortlists, en won er ook een aantal, waaronder in 2022 de National Book Award for Translated Literature voor Zeven lege huizen. 

    Het goede kwaad
    Auteur: Samanta Schweblin

    Uitgeverij: Meridiaan Uitgevers

  • Schitterende beschrijving van de liefde als enige bron van bestaan

    Schitterende beschrijving van de liefde als enige bron van bestaan

    De titel van de onlangs verschenen roman van de Italiaans-Cubaanse schrijfster Alba de Céspedes zegt precies waar het boek over gaat, Zoals zij het ziet. Hoofdpersonage Alessandra vertelt hoe zij haar leven heeft geleefd en ervaren in een tijd waarin mannen domineerden en vrouwen geacht werden te volgen. Het boek is geschreven in 1948, een tijd waarin een betaalde baan voor een vrouw nog geen normale zaak was en het aanrecht haar enige recht. Een tijd waarin de meeste vrouwen zich wijdden aan de verzorging van hun man en kinderen. 

    De roman is het verhaal van vrouwen die hartstochtelijk op zoek zijn naar de grote liefde, naar de volledige aandacht en toewijding van hun partner, niet alleen in de verkeringstijd, maar ook in de jaren daarna. Het boek is in de woorden van de schrijfster, vijftig jaar na verschijning: ‘een protest tegen het idee dat liefde een illusie is.’ De drie generaties vrouwen in deze roman komen tot de naargeestige slotsom dat mannen om verschillende redenen, niet in staat zijn tot het geven van liefde. Alessandra verklaart deze mislukking uit het feit dat mannen en vrouwen totaal verschillend in elkaar zitten en dat mannen dit weigeren in te zien. Ze ‘betuttelen’ hun vrouwen waardoor ze niet tot hun recht komen. Mannen schieten in deze roman in vrijwel alle opzichten te kort.

    Een slechte start

    Alessandra’s leven begint al slecht. Ze had eigenlijk een jongetje moeten zijn, als vervanging van haar broertje Alessandro die jong stierf. De roman schetst het burgerlijke leven van Alessandra’s ouders in een flatgebouw in de Romeinse wijk Prati, gelegen tegenover de Villa Borghese, aan de andere kant van de Tiber. Ze groeit op in een van de enorme wooncomplexen, waar veel gezinnen dicht bij elkaar wonen. Haar vader is in de ogen van Alessandra een saaie ambtenaar, die zijn leven in regelmaat heeft gegoten. Op tijd eten, op tijd slapen en af en toe een keer zijn vrouw tot seks dwingen. Haar moeder is huisvrouw en pianolerares. Zij laat de droom in haar leven toe. Als ze lesgeeft in de prachtige villa Pierce op de Gianocoloheuvel – waar de rijken wonen – raakt ze hevig verliefd op een jonge pianist, zoon van de familie. Ze wil haar man verlaten, maar dat blijkt onmogelijk, omdat ze Alessandra niet achter wil laten en haar man staat haar niet toe haar dochter met zich mee te nemen. Dan pleegt ze zelfmoord door zich te verdrinken in de Tiber. Ze kiest ervoor te sterven in plaats van zich te onderwerpen aan compromissen. Alessandra is dan zeventien.

    Alessandra verhuist naar haar grootmoeder en haar ooms en tantes ergens op het platteland van de Abruzzen, ten oosten van Rome. Haar grootmoeder is een sterke vrouw met een fonkeling van natuurlijke trots in haar ogen, die ze nooit bij haar vader had opgemerkt. Ze vat sympathie op voor haar grootmoeder, terwijl die Allessandra’s moeder toch veroordeelt omdat ze een droom heeft nagestreefd ten koste van haar dochter en man. En een droom nastreven is niet wat van vrouwen verwacht wordt. Volgens grootmoeder leven vrouwen een leven dat ingaat tegen hun karakter en aard, tegen hun gevoelens en impulsen, juist daarom moeten ze zo sterk zijn. Als vrouwen niet standvastig zijn en ook hun impulsen gaan volgen loopt het slecht met hen af. 

    De keuze van Alessandra

    Grootmoeder bekijkt de mannen met een cynische blik. Ze maakt algemene opmerkingen waaruit blijkt dat ze mannen niet erg hoog heeft zitten: ‘Mannen die voor het vaderland sterven zijn helden,’ beweert ze, ‘maar hoe vaak moet een vrouw wel niet bewust sterven, in haar miezerige leven van alledag.’ Zij is een sterke vrouw die prachtige wijsheden debiteert: ‘‘Oorlog is geen bewijs van kracht, maar van angst. Alleen angst en zwakheid kunnen mannen zover brengen om andere mannen die niets misdaan hebben te doden.’ 

    Alessandra kiest voor het compromisloze van haar moeder en niet voor de gangbare omgang met mannen. Als ze na verloop van enige tijd naar Rome terugkeert, woont ze weer bij haar vader. Daar raakt ze tot over haar oren verliefd op Francesco, een anti-fascist die werkzaam is aan de universiteit. Alessandra en Francesco maken een schitterende ‘zoete’ tijd door in Rome, ze bezoeken samen de plaatsen waar haar moeder kwam, ze kussen voor het eerst op het Sint Pietersplein en wandelen veel in de Villa Borghese. Het lijkt een complete romantische relatie, waarin ze beiden behoefte hebben alles wat ze beleefd hebben te bespreken om het te herbeleven. Alessandra wordt er zelfs milder van tegenover haar vader.

    De oorlog en ondergronds verzet

    Als de oorlog uitbreekt wordt de prille relatie echter belemmerd door Francesco’s onderdompeling in het verzet tegen de Duitsers. De eindeloze gesprekken met en de tedere belangstelling voor elkaar verdwijnen langzamerhand. Alessandra neemt daar geen genoegen mee. Ze probeert de oorspronkelijke verliefdheid vast te houden, maar slaagt daar niet in. In haar ogen zet deze gevoelige, romantische Francesco op een gegeven moment toch zijn aard als ferme, daadkrachtige man in tegen haar die hij ziet als een te gevoelige, romantisch vrouw. Ze had gehoopt dat hij eenzelfde verlangen zou hebben om het perfecte moment van ontmoeting keer op keer op te zoeken. Alessandra heeft de behoefte om die liefde voortdurend te uiten en te horen uiten door de ander. Maar Francesco raakt voor haar steeds verder buiten bereik in het ondergrondse verzet.

    Om dichter bij Francesco te kunnen komen neemt zij ook deel aan het verzet en doet allerlei heel gevaarlijk verzetsacties. Dichter bij haar man komen lukt echter niet echt en ze moet wachten op zijn nabijheid tot de oorlog voorbij is. Maar dan besteedt Francesco zijn tijd aan de voorbereiding van een nieuwe maatschappij.  Als hij ’s nachts toenadering zoekt noemt hij nooit meer haar naam. En ’s ochtends heeft hij het niet meer over wat er ’s nachts tussen hen heeft plaatsgevonden. Alessandra mist die vertrouwelijke intimiteit, Francesco niet. Of de compromisloosheid van Alessandra slecht voor haar afloopt, laten we hier in het midden.

    Kloof tussen man en vrouw

    Zoals zij het ziet is een prachtig boek, waarin de mannen er niet best af komen. Het geeft een tijdsbeeld en stelt ook actuele vragen over de relatie tussen man en vrouw. De roman is somber over de mogelijkheid om de rolpatronen tussen mannen en vrouwen te doorbreken. Mannen zijn volgens de schrijfster domweg niet in staat om vrouwen te begrijpen, omdat zij niet de behoefte hebben om de verliefdheid te vereeuwigen. Zij verstoppen zich na een korte verliefdheid in hun werk of in hun maatschappelijk ideaal of zoeken nieuwe liefdes in plaats van dat ze hun best doen de grote liefde telkens opnieuw te beleven en te uiten.  

    Is de kloof die de schrijfster in deze roman tussen mannen en vrouwen beschrijft tijdgebonden. Heeft de vrouwenemancipatie deze kloof gedicht of gaat het hier om een essentieel verschil. Vrouwen komen van Venus en mannen van Mars? De lezer geeft zijn eigen antwoord. Wat deze roman zo goed maakt is de schitterende beschrijving van de liefde als enige bron van waarachtig en intens bestaan, het compromisloze verlangen naar de ander die er, voor altijd is, voor zo lang als dat duurt.



  • Oogst week 41 – 2023

    De zomer van de onwaarheden

    Op de voorkant van De zomer van de onwaarheden prijkt een Matroesjka-pop. Passend. In deze nieuwe roman van Nelleke Zandwijk houden mams en paps de schijn op van een gezellige zomervakantie. Vijf jaar geleden schreef ze Het mooiste verhaal over mijn familie, een titel die eveneens cynisch klinkt. Het verloop van haar nieuwste boek doet oppervlakkig denken aan De Tweeling van Tessa de Loo: na een noodlottig campingongeluk gaan de twee tweelingzussen uiteen. Jaren later treffen ze elkaar per toeval in de theaterwereld en beleven ze alles opnieuw: De zomer van de onwaarheden. Want toneelspel in het gezin mondt altijd uit in een tragedie.

    De tweeënzestigjarige Zandwijk is naast schrijfster kunstenares. In haar oeuvre speelt het niet-uitgestippelde levenspad een grote rol. Levenskunst, maar dan eentje die de mens overkomt en niet tuttig en veilig boetseert. Vrij Nederland merkte over haar werk al eens op dat mensen zonder gevoel voor het ‘normale’ van het ene in het andere avontuur tuimelen. Met De zomer van de onwaarheden bedrijft Zandwijk een soort anti-Biedermeier. Een dochter die haar eigen moeder de Spaanse cel in manipuleert? Daar kan geen Bert van Leeuwen, Familiediner of Rijdende Rechter tegenop…

    De zomer van de onwaarheden
    Auteur: Nelleke Zandwijk
    Uitgeverij: Querido

    De Maniac

    De beroemdste grondlegger voor de moderne computer is Alan Turing. Er werd zelfs een film aan hem gewijd, een groot succes dankzij Benedict Cumberbatch. Over wiskundige Neumann János, later veramerikaniseerd tot John von Neumann, gaat de roman De Maniac. Benjamín Labatut vertelt zijn leven na met filmisch allure en feitelijke accuratesse. De geboren Hongaar legt zich naast de wiskunde toe op de basis van kunstmatige intelligentie en werkt mee aan oorlogswapens. Toch blijven zijn beweegredenen, net als die ene ontcijferaar van de nazi’s, een enigma. Wat dreef Neumann ertoe De Maniac te worden die zijn intelligentie aan Faust gaf?

    Benjamín Labatut ziet anno 1980 het levenslicht weliswaar in Rotterdam, zijn boeken schrijft hij in het Engels. Momenteel woont hij waar zijn ouders vandaan komen: Santiago de Chile. Voor Het Blinde Licht uit 2020 ontving hij al een nominatie voor de International Booker Prize. De Maniac zou opnieuw een hoogtepunt kunnen vormen voor zijn carrière. Vertroosting en geruststelling heeft Labatut echter niet te bieden in deze vertelling van een gekaapt genie. Uniek detail: de Nederlandse vertaling van Dirk Jan Arensman verschijnt eerder dan het Engelstalige origineel.

    De Maniac
    Auteur: Benjamín Labatut
    Uitgeverij: Meridiaan Uitgevers
  • Als de pasteitjes opraken wordt de val van Troje zichtbaar

    Als de pasteitjes opraken wordt de val van Troje zichtbaar

    Hendrik VIII is in de overlevering een vorst die er zijn hand niet voor omdraaide om mensen in zijn omgeving, waaronder twee van zijn vrouwen, het schavot op te sturen. Hij trok zich van de executies weinig aan en ontspande zich liever elders op het moment dat er weer een kop rolde. In de trilogie van Hilary Mantel over Thomas Cromwell is dat niet anders. In het slot ervan valt deze belangrijkste adviseur en vriend van de koning zelfs onder de hakbijl. Tijdens de verhoren en de voltrekking van het vonnis is Henry (de vertalers gebruiken de Engelse naam) opnieuw de grote afwezige. Compassie zijnerzijds lijkt te ontbreken. Daarom krijgt een klein zinnetje in het Nawoord van Mantel bij het derde deel van haar drieluik, De spiegel & het licht, toch ineens een diepere dimensie: ‘Toen Henry eenmaal de tijd had gehad om spijt te krijgen van Cromwells dood…’. Hij moet in zijn absentie toch in gedachten bij Cromwell zijn geweest.

    Thomas Cromwell is de van smidszoon tot vice-regent van Engeland opgeklommen politicus om wie Hillary Mantel in de drie delen Wolf Hall, Het boek Henry en De spiegel & het licht een groots monument heeft opgetrokken. Dat doet ze knap. En ter geruststelling voor degenen die er als een berg tegen opzien om de totale omvang van dik 2100 pagina’s te lijf te gaan, dit derde deel van 1241 pagina’s laat zich goed zelfstandig lezen. Dat is te danken aan de vele reflecties van Cromwell op zijn eigen verleden en afkomst die in deze roman zijn opgenomen.

    Maagdelijk

    De spiegel & het licht begint met de executie van Anna Boleyn, Henry’s tweede vrouw, en eindigt met de ontbinding van het huwelijk met zijn vierde, Anna van Kleef. Tussen hen in heeft Jane Seymour haar opwachting gemaakt; ze stierf twee weken nadat ze Henry zijn vurig gewenste zoon (Edward) had geschonken. Hoe belangrijk is uiteindelijk de komst van Anna van Kleef geweest voor de val van Cromwell? Henry had voor haar als zijn nieuwe gemalin gekozen op Cromwells advies maar ze bleek qua aantrekkelijkheid bitter tegen te vallen (Anna op haar beurt vond Henry trouwens evenmin een begeerlijke partij). Mantel laat min of meer in het midden of Henry en zij hun huwelijk zelfs wel consumeerden (hoogstwaarschijnlijk niet). In elk geval stuurde hij haar snel weer de laan uit, Cromwell af en toe verwijtend dat hij haar zonder nauwkeurig onderzoek had aanbevolen. Want het was niet alleen haar lelijkheid. Was ze nu maagd of niet? Lutheraans of niet? Had Cromwell achter ’s konings rug een politiek spel gespeeld? Was hij er op uit zelf de hoogste macht te grijpen?

    Peter Pispot

    Cromwell, geheimzegelbewaarder en vice-regent en pas nog begiftigd met het graafschap Essex, is volkomen verrast als hij ineens wordt gearresteerd. Alle hiervoor genoemde verdachtmakingen komen voorbij, maar veel meer: zijn aandeel in de executie van Anna Boleyn bijvoorbeeld en zijn rol in de keuzes van Mary, de dochter uit Henry’s eerste huwelijk met Catharina van Aragon. Een bij elkaar geraapte reeks beschuldigingen die Cromwell door zijn vijanden in zijn gezicht worden geslingerd zonder duidelijk bewijs en met niet de minste belangstelling voor zijn weerwoord. Cromwell beseft al langer dat niemand blijvend zeker is van de sympathie van zo’n grillige vorst als Henry, ook al lijkt die een rotsvast vertrouwen in hem te hebben. ‘Wie zal mij nog raad verschaffen als Lord Cromwell de laan wordt uitgestuurd? Dat zootje oproerkraaiers soms? Harry Hork en Peter Pispot? Opa Oen en zijn geit (…) Ik heb de eerste minister gemaakt tot wat hij is en bij God, ik laat hem niet vallen’, zo valt Henry uit als hem berichten worden overgebracht over rellen in het noorden, aangewakkerd door edelen en papisten.

    Cromwell was van lage komaf (zoon van de brute smid Walter, zoals we hem in Wolf Hall hebben leren kennen) en dat zette gedurende zijn hele carrière in delen van het rijk maar ook aan het hof kwaad bloed bij wie een lange adellijke lijn in het blazoen had staan. Maar voor de Schotten is hij bovendien de kwade genius achter de bestrijding van hun rechten en voor de bisschoppen en monniken de rover van hun kloosters en abdijen. Daarmee heb je voldoende vijanden die toe willen slaan als je positie verzwakt.

    Laatste snufjes

    Cromwell leefde van 1485 tot 1540. De spiegel & het licht bestrijkt zijn laatste jaren in dienst van Henry VIII vanaf 1536. Onder de handen van Hillary Mantel worden die beschreven in een taal die overloopt van speelsheid, spot, woede, achterdocht en cynisme. Ze slaagt er (opnieuw) in alle dramatis personae vlees en bloed te geven en een eigen stem. ‘Het gewone Engelse volk gedijt op liederen, verhalen en bierhuisgrappen’, laat ze Henry zeggen. En elders hoor je Cromwell denken hoe de kronieken van het koningschap pas echt zullen worden geschreven door ‘onze kleinkinderen of door schrijvers in een ander land’. Mantel voldoet aan beide: ze is een verhalenverteller in optima forma en is – al komt ze dan niet uit een ander land – de beste kroniekschrijver die Cromwell zich kon wensen. Het vertelplezier spat van de pagina’s. Dat is vooral te merken bij de talrijke humoristische beschrijvingen van gesprekken, gedachten (de roman bestaat grotendeels uit dialogen en monologues intérieurs van Cromwell), incidenten en het dagelijkse hofleven.

    Zoals in de weergave van een gesprek vol spot over de bemoeienis van de geestelijkheid met seksualiteit: ‘Incest plegen is zondig, daar zijn we het allemaal over eens, maar ja, dat is elk standje dat niet door priesters is goedgekeurd ook. Net als gemeenschap hebben op vrijdag (…) of op zondag, zaterdag en woensdag (…) Zodoende ligt er op meer dan de helft van het jaar een banvloek. In feite is het een wonder dat er nog mensen worden geboren’. Of zoals in: ‘De Howards zijn natuurlijk ook van de oude stempel. Die zouden niet willen sterven door middel van de laatste snufjes’. Bijna hilarisch zijn scènes als die waarin het koninklijke bed wordt opgemaakt (er komen vier slaapkamerlakeien en vier linnenkamerlakeien aan te pas die eerst de stromatras moeten beprikken en er vervolgens zelf over heen moeten rollen om de laatste scherpe stukjes plat te walsen).

    Onvoorspelbaar

    Mantel schept prachtige beelden. Zo laat ze het hofpersoneel na de dood van Anna Boleyn alle zalen, kleden, meubels enzovoort ontdoen van de symbolen met de letters H-A (Henry Rex – Anna Regina) als zij is onthoofd, om die later weer opnieuw te laten aanbrengen als Anna van Kleef – weer een A immers – de koninklijke sponde bezet. Prachtig is ook het beeld van de ontmoeting waarin Thomas Cromwell de kritiek op hem bespreekt met zijn zoon Gregory terwijl beiden zich te goed doen aan pasteitjes. Als ze bijna op zijn blijkt op de schaal waarop ze lagen een afbeelding van de val van Troje zichtbaar te worden – enkele weken later zal het vonnis worden geveld.

    Thomas Cromwell weet hoe lastig hij zelf in de omgang is. ‘Ik ben vol ontzag voor mezelf’ vertrouwt hij zijn Antwerpse dochter Jenneke (een door Mantel ingevoegde fictieve figuur) toe: ‘Ik vind mezelf volkomen onvoorspelbaar’. Het maakt hem blind en doof voor de signalen van zijn onontkoombare val. Of is het hoogmoed? Al in het begin van de roman – we zijn dan amper dertig pagina’s onderweg – is het Cromwell zelf die denkt: ‘Laat je niet in de luren leggen. Oompje Norfolk is niet onze kameraad, onze bondgenoot of onze vriend. Hij klopt ons enkel op de schouder om te zien hoe stevig we in elkaar zitten’. Het is dezelfde hertog van Norfolk (Thomas Howard) die in de verhoren één van zijn grootste kwelgeesten is.

    Toneelspeler

    Ooit heeft Cromwell in een brief de oordeelkundigheid en het strategisch inzicht van Henry geroemd, ‘de spiegel en het licht van alle koningen en andere vorsten der christenheid’, waarbij hij denkt dat, als Henry de spiegel is, hij, Cromwell, ‘de bleke toneelspeler [is] die zelf geen luister verspreidt, maar rondgaat in weerspiegeld licht. Zodra het licht zich verplaatst is hij verdwenen’. Dat werd sneller bewaarheid dan hij durfde vermoeden.

    Tegen gevangenbewaarder Martin in de Tower heeft Cromwell zelf al eens over Thomas Wyatt (één van zijn vrienden, maar ook één van de mannen die werden verdacht van overspel met Anna Boleyn) gezegd: ‘Als Wyatt je iets vertelt is het net of je er zelf bij bent geweest’. Hetzelfde geldt voor Hillary Mantel. Als je De spiegel & het licht dichtslaat heb je niet alleen de geschiedenis van Cromwell gelezen; je bent er zelf bij geweest.

     

     

  • Zomerlezen- España

    Aan de oever

    Op nummer drie in de lijst van populaire vakantiebestemmingen voor Nederlanders prijkt Spanje, na Frankrijk en Duitsland. Het is er nu toch veel te heet om iets anders te doen dan de schaduw op te zoeken met een goed boek, dus hierbij drie tips waarvoor u vast nog wel een plekje vindt in uw koffer, naast de zonnecrème.

    Kenners van de Spaanse literatuur weten dat Rafael Chirbes (1949-2015) niet de bekendste, maar misschien wel de grootste van zijn generatie was. Als u iets wilt begrijpen van het moderne Spanje, mag u hem niet missen. Misschien is het u wel eens opgevallen dat er sinds de instorting van de Spaanse vastgoedmarkt overal aan de Spaanse costa’s half afgewerkte bouwprojecten staan te verkommeren? Welkom in de wereld van Esteban, hoofdpersonage van Chirbes’ Aan de oever, die het geld van zijn vaders bescheiden meubelmakerij investeert in een bouwonderneming in de hoop mee te profiteren van de vastgoedhausse die aan de verwoestende crisis voorafging. Uiteindelijk wordt de meubelmakerij meegesleurd in de ondergang van Estebans vastgoedproject, staat het personeel op straat en kan hij de verpleegster die voor zijn dementerende vader zorgt, niet langer betalen. Chirbes geeft u een kijkje achter de schermen van de Spaanse bouw- en toerismesector, waar louche zakenlui, corrupte politici en andere onfrisse figuren rijk proberen te worden over de rug van de Spanjaarden onder aan de sociale ladder. Geef de ober die uw paella opdient straks dus maar een mooie fooi, want hij/zij moet rondkomen van een hongerloon.

     

    Aan de oever
    Auteur: Rafael Chirbes
    Uitgeverij: Meridiaan

    De nacht der tijden

    Een andere sterkhouder van de Spaanse letteren is de Andalusiër Antonio Muñoz Molina. Een van zijn mooiste boeken is ongetwijfeld De nacht der tijden, over een onmogelijke liefde tussen een Spaanse architect en een Amerikaanse schrijfster aan de vooravond van de Spaanse Burgeroorlog. Dat klinkt sentimenteel, maar niets is minder waar. Slechts weinigen verstaan de kunst om over liefde te schrijven zonder te vervallen in stereotypen of melodramatische clichés, maar Muñoz Molina draait zijn hand er niet voor om en toont met succes hoe lastig en tegelijkertijd hoe mooi el amor kan zijn.

    De nacht der tijden
    Auteur: Antonio Muñoz Molina
    Uitgeverij: De Geus

    Andalusisch logboek

    Over de derde Spanje-tip hebben ik nog even getwijfeld. Andrés Barba, die met Republiek van licht een verbluffende roman schreef, was zeker een goede kandidaat, maar het boek speelt eigenlijk meer in een fictieve Latijns-Amerikaanse stad. Bovendien stellen ik u graag voor aan een Vlaming die al jaren in Spanje woont: Stefan Brijs. Misschien kent u hem als romancier, maar zijn Andalusisch logboek is zeker niet te versmaden. Brijs woont in een afgelegen dorp in de bergen bij Málaga en beschrijft in zijn logboek over het leven aldaar, van de cultuur tot de mensen, maar ook de natuur. Wist u bijvoorbeeld dat er een dramatisch watertekort dreigt in Andalusië omdat de lokale boeren massaal zijn overgeschakeld op het telen van aardbeien en avocado’s? Vroeger verbouwden ze gewassen die minder moesten worden besproeid en beter waren bestand tegen de droogte. Reken daar nog bij dat de Spaanse costa’s in de zomer worden overspoeld door toeristen die de schaarse watervoorraad nog meer uitputten, en er dreigt echt een milieuramp. Geniet van uw vakantie, maar sta daar misschien toch even bij stil voordat u het zwembad induikt.

    Andalusisch logboek
    Auteur: Stefan Brijs
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Een dorpsleven zonder muziek

    Een dorpsleven zonder muziek

    Op de foto op het omslag van deze debuutroman van Thomas Willmann kijken twee ogen, onder borstelige wenkbrauwen de lezer doordringend en indringend aan. Dat belooft weinig goeds en die belofte komt uit. De lezer wordt overweldigd, niet alleen door de subtiel opgebouwde spanning, de ontrafeling van het plot en de apotheose, maar ook door het poëtische en evocatieve taalgebruik.

    Het verhaal speelt zich af in een hooggelegen, praktisch van de buitenwereld afgesloten dorp in een dal. Er is geen precieze bepaling van de tijd waarin de gebeurtenissen zich voltrekken, maar het moet enige tijd geleden zijn: de dorpelingen verplaatsen zich te voet of te paard, het transportmiddel is het muildier, aan het enige dorpsplein ligt de enige herberg met een gelagkamer, landbouw is de enige activiteit en er wordt betaald met gouden munten. Een samenleving teruggebracht tot de essentie. Over het leven in het dorp schrijft Willmann: ‘Het was tot in de diepste kern een leven zonder muziek’.

    Een vreemdeling komt, vlak voordat de winter invalt, in het dorp en zoekt onderdak, hij wil de omgeving schilderen. De dorpsbewoners vertrouwen hem niet, vooral boer Brenner niet die met zijn 6 zonen feitelijk over het dorp heerst. Met de nodige tegenzin wordt hem desondanks onderdak verleend, de vreemdeling kan een kamer huren bij een weduwe met haar dochter. Dan begint het verhaal heel geleidelijk op gang te komen, wordt de spanning voelbaar en langzaam verder opgevoerd; het wordt duidelijk welke duisternis er in dit dal heerst. Het verhaal gaat over grote thema’s: liefde en dood, geloof, schuld, vijandschap, wraak en vergeving, verlossing, vrijheid. Wanneer je eenmaal in het verhaal zit, laat het je niet meer los. Het is bijzonder knap dat het tegelijkertijd een verhaal over de liefde is en over gruwelijk geweld, waarbij Willmann in de beschrijving van dat laatste de details niet schuwt.

    Willmann schrijft goed. Zowel de opbouw van zijn verhaal als zijn taalgebruik houden de lezer in de greep. Hij is een meester in het beschrijven van de natuur en de gemoedstoestand van de mens.

    Een paar voorbeelden; de eerste is een beschrijving van de boerderij waar de boer met de zes zonen woont die zich God waant: ‘De hoeve hurkte als een kwaadaardig dier onder de zwaar drukkende sneeuw. Het matte zwart van de houten betimmering maakte een compacte indruk, en de namiddagzon fonkelde in het glas van de vensters. Zo loerend als het grote huis er aan het einde van het hooggelegen dal bij lag, zou je het te midden van het allesbedekkende wit voor de ingang van een hol kunnen houden waaruit een wezen een norse blik naar buiten werpt, wellicht in de hoop op een prooi die in de lange eenzame wintermaanden als voedsel zou kunnen dienen. Er was in het dal geen grotere hoeve dan die van boer Brenner.’

    Het tweede voorbeeld betreft de kerkelijke inzegening van het huwelijk van twee geliefden. Luzi en Lukas, waarover, zoals de lezer dan inmiddels weet, de schaduw van het noodlot hangt.

    ‘En alles wat er aan vijandigs was verzameld in dit godshuis, in dit koude, duistere, eenzame dal, voelde op dit moment dat het vergeleken met dit geluk klein werd. Dat het – wat de tijd en de menselijke natuur, om het even met welk succes, ook naar voren zouden brengen en ondernemen tegen dit geluk – zich wel moest beperken tot louter verwoesten en vernietigen, tot het eveneens klein maken van de grootheid ervan, omdat het er anders nooit tegen opgewassen zou zijn.

    En daarom was het stil in de kerk toen de lippen van Luzi en Lukas elkaar ten slotte beroerden en liefkoosden – in een kus die zich van alle toeschouwers bewust was en daarom genoegen nam met een kortheid en ingetogenheid die beslist niet overeenstemde met de ware wens van de kussenden. Maar het was ook een kus die wist hoeveel andere nog zouden volgen en waarvan de opgelegde terughoudendheid ook iets uitdagends had omdat de aanwezigen zo zagen hoeveel tederheid en hartstocht al in dit beperkte kader pasten en dat deze kus de belofte van alle latere kussen zonder getuigen als het ware tentoonstelde.’

    Willmanns taalgebruik mag dan poëtisch en evocatief zijn, het heeft soms ook een ietwat ronkend karakter door het veelvuldig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden (bijv. natuurlijke vanzelfsprekendheid, vriendelijke gezindheid, onschuldige welwillendheid). Iets meer terughoudendheid in het gebruik ervan was de leesbaarheid ten goede gekomen. Maar er staat heel veel moois tegenover.

    Thomas Willmann heeft een sublieme roman geschreven over menselijke drijfveren.

     

    Het duistere dal

    Auteur: Thomas  Willmann
    Uit het Duits vertaald door: Goverdien Hauth-Grubben
    Uitgegeven door: Meridiaan Uitgevers
    Aantal pagina’s: 304
    Prijs: €19,99