• Oogst week 9 – 2026

    Oogst week 9 – 2026

    Jong en eenzaam

    Jong en eenzaam van Kevin van Vliet is een verslag, in romanvorm, van een jonge journalist op reis langs de ruïnes van zijn verleden. Na vijf jaar in Zuid-Afrika gewoond te hebben komt hij terug naar Nederland om een nieuw werkvisum aan te vragen en ineens wordt hij geconfronteerd met zijn vroegere zelf. Alles staat op het spel, hij dreigt zijn werk, maar ook zijn verstand te verliezen. Jong en eenzaam, een verwijzing naar Oud en eenzaam van Gerard Reve, opent de aanval op de huidige stand van de Nederlandse literatuur.

    Van Vliet (1993) werkte bij HP/De Tijd, toen in Hilversum, vervolgens bij diverse kranten – en hij is nu correspondent in Zuid-Afrika voor Trouw en Het Financieele Dagblad.
    Zijn literaire debuut, de novelle Wolfsjong (2019) werd genomineerd voor een Bronzen Uil. Evenals de korte roman Bobbejaanskloof (2023)

    Jong en eenzaam
    Auteur: Kevin van Vliet
    Uitgeverij: Prometheus

    Het zwarte schip

    In de allereerste scène van deze verhalenbundel van Nicola Pugliese doemt uit de donkere nacht geruisloos een zwart schip op. Is het een collectieve zinsbegoocheling, een slecht omen of een waarschuwing? De komst van dit mysterieuze schip zet een reeks verontrustende, kafkaëske verhalen in gang, waarin het dagelijks leven in de stad van de rails loopt.

    De unieke schrijver Pugliese beschrijft in een donkere en betoverende stijl de meest onverwachte en vreemde gebeurtenissen, die iedereen in hun greep lijken te houden en alles staat op losse schroeven. Nieuwe agenda’s lopen niet meer synchroon, een steeds ontsnappende gevangene lijkt nooit echt vrij te kunnen komen; Tijdens een crisis wordt Kerstmis afgeschaft. De kettingrokende Carlo Andreoli is het alter ego van Pugliese en een terugkerend personage. In de krant leest hij over zijn aanstaande dood. De verhalen spelen zich af tegen de vage contouren van Napels.

    Nicola Pugliese (1944 – 2012) was een eigenzinnige Italiaanse schrijver en journalist. Malacqua is zijn enige boek, dat in 1977 verscheen. Het werd een soort cultroman, die niet mocht worden herdrukt van de auteur. Na Puglieses dood, verscheen Malacqua echter opnieuw in Italië. Ook hier heeft Carlo Andreoli, de melancholische journalist, een rol. Hij verslaat de mysterieuze gebeurtenissen die in Napels plaatsvinden. Dankzij vertaalster Annemart Pilon kwam het boek ook in Nederland uit.

    Het zwarte schip
    Auteur: Nicola Pugliese
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Omgeslagen dagen

    Omgeslagen dagen van Mensje van Keulen is het vervolg op haar dagboeken Alle dagen laat, Neerslag van een huwelijk en Moeder en pen. Met de haar zo kenmerkende scherpte en humor neemt Van Keulen de lezer ook in het vierde deel van haar dagboeken mee in het immer woelige schrijversleven in de jaren tachtig te Amsterdam. We volgen Van Keulen van 1983 tot 1987. Inmiddels is ze gescheiden en een gevierd schrijfster. Ze werkt aan de verhalenbundel De ketting (1983), haar roman Engelbert (1987) en haar jeugdboek Tommie Station (1985), dat een groot succes wordt. Toch gaat het schrijven, met een zoontje dat naar de basisschool gaat en een nieuwe liefde, bepaald niet vanzelf, maar Van Keulen zet door.

    Van Keulen debuteerde met de veelgeprezen roman Bleekers Zomer. Eerder was zij, van 1970 tot 1973, redacteur van het studentenweekblad Propria Cures, waar zij – naast verhalen – onder het pseudoniem Josien Meloen gedichten schreef. Later maakte zij samen met onder anderen Gerrit Komrij, Theo Sontrop en Martin Ros jarenlang deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Maatstaf.

    Zij schreef niet alleen voor volwassenen, maar ook enkele kinderboeken.

    Omgeslagen dagen
    Auteur: Mensje van Keulen
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Uitreiking P.C. Hooft-prijs voor indrukwekkende oeuvre van Maarten ’t Hart

    De Nederlandse Letteren eert zijn schrijvers, al is het soms aan de late kant. Gistermiddag ontving Maarten ’t Hart (1944) bij hem thuis de P.C. Hooft-prijs 2025 voor verhalend proza. Evenals Marga Minco (1920 – 2023), die ook pas op laat in haar schrijverscarrière de P.C. Hooft-prijs voor verhalend proza ontving, en deze ook bij haar thuisgebracht kreeg. Dat dit alles te maken heeft met leeftijd. ’t Harts haalde tijdens de uitreiking zijn vriend Maarten Biesheuvel aan: ‘Dit is een heel bijzondere dag. Vandaag is bovendien de verjaardag van Maarten Biesheuvel. Hij zei altijd “ik heb hem al, maar jij nog niet”’. Nou Maarten, ik heb hem nu ook!’

    In december 2024 werd bekend gemaakt dat de jury de oeuvreprijs aan Maarten ’t Hart toegekende. Zijn omvangrijke en kwalitatief indrukwekkende oeuvre werd als kritisch, schrijnend, liefdevol,  spannend, kwetsbaar en geestig omschreven.

    Mensje van Keulen schreef een woord van lof voor de schrijver, voorgelezen door juryvoorzitter Lieneke Frerichs. Hierin schreef zij onder andere het volgende: ‘Je bent een verteller die menigeen veel leesgenoegen heeft geschonken en nog altijd schenkt. Niet alleen weet je met mededogen, ergernis, woede, kritiek,  bewondering, venijn, plezier, kennis, wijsheid en je onnavolgbare humor personages tot leven te wekken, je doet het met iets wat je liefde moet noemen. Of het nu om een arbeider, dominee, doodgraver, leraar, verpleger, reder, orgelbouwer, vader, moeder, meisje of meester gaat, je beschrijft en koestert ze zonder aanziens des persoons.’

    De P.C. Hooft-prijs (sinds 1946) is een oeuvreprijs en wordt jaarlijks toegekend aan Nederlandse schrijvers voor een telkens wisselend genre: verhalend proza, beschouwend proza en poëzie. Recente eerdere laureaten in de categorie verhalend proza zijn: Arnon Grunberg (2022), Marga Minco (2019), Astrid Roemer (2016), A.F.Th. van der Heijden (2013) en Charlotte Mutsaers (2010). Aan de prijs is naast een beeldje van P.C. Hooft een bedrag verbonden van € 60.000.

    Later dit jaar  viert het Literatuurmuseum het leven en werk van Maarten ’t Hart alsnog op grootse wijze met de  lancering van een uitgebreide online expositie in het LiteratuurLab.

     

     

     

  • ‘Barmhartig kussen op haar droef gezicht’

    ‘Barmhartig kussen op haar droef gezicht’

    In de prachtige serie dundrukken van Nederlandse auteurs door Uitgeverij Van Oorschot is nu deel 12 verschenen: Alles raak van Mensje van Keulen. Het bekoorlijke van de serie is niet alleen de verzorging van de boekjes die passen in je handpalm, maar vooral de sterke selectie van prozafragmenten, korte verhalen en gedichten. Iedereen die zo’n bundel samenstelt zou wellicht andere keuzes maken, maar in Alles raak zou je toch ook niets willen schrappen. Bovendien past in dit geval eerbiedige volgzaamheid want de selectie werd deze keer gemaakt door de auteur zelf. Alles raak bevat zesentwintig verhalen (eigenlijk zevenentwintig, want twee komen uit de verzameling teksten uit Olifanten op een web), veertien gedichten (maar daaronder ook de hele 26-delige cyclus Van Aap tot Zet) en een kleine selectie van dagboekaantekeningen uit Alle dagen laat, Neerslag van een huwelijk en Moeder en pen. Eén verhaal en twee gedichten werden nooit eerder gepubliceerd en sommige verschenen enkel in tijdschriften.

    Verdriet is het verhaal dat nu voor het eerst te lezen is. Het is een trieste geschiedenis die in nog geen anderhalve pagina laat zien wat onderdrukking van gevoelens met ons doet, maar in dat korte bestek is zoveel vertelkracht en inleving samengebald dat je even moet ademhalen voor je naar een volgend verhaal kunt. Die amechtigheid overvalt de lezer vaker, zo intens word je meegenomen op een gevoelsstroom die je voert langs afwisselend droeve en geestige, en soms absurd ontsporende verwikkelingen. In De spiegel bijvoorbeeld reageert een meisje, Iris, op een advertentie waarin ze een spiegel wil ophalen in ruil voor een wederdienst. De eerste zin is meteen onheilspellend: ‘Overal loerden dieven volgens haar moeder’. De afloop is echter veel verrassender en intenser.

    Achteloos

    Van Keulen slaagt er bijna altijd in vanuit haar hoofdpersonage te schrijven alsof dat zich niet bewust is van een lezer. Als een naam valt volgt daar zelden uitleg bij. Zie bijvoorbeeld Angela. Daarin wacht deze vrouw op een man en als ze er een ziet komen denkt ze: ‘Is het Eric? Is het Sjon? Het kan ook de man zijn die met Peet ondertekende’. Schrijvers met minder talent voor soberheid zouden die drie namen wellicht voorzien van een toelichting: ‘Eric, de xxx’; ‘Sjon, die ..’. De verteller van Van Keulen zit echter in het hoofd van Angela, die haar beelden van die mannen heeft, maar ze bij zich houdt. Ze waant zich onbespied door ons.
    Op een vergelijkbare manier laat Van Keulen een hele wereld vermoeden achter achteloze zinnen als (in Lelijk): ‘Langs de etalageruit liep een vrouw, van wie Victor wist dat ze uitsluitend wit dronk en een been had dat anderhalve centimeter korter was dan het andere’.

    Sprookje

    Het is in dit verband interessant om nog eens een gesprek terug te lezen dat Peter Henk Steenhuis in 2002 had met Mensje van Keulen over het verhaal Prima la musica, dat ook in deze gedundrukte bundel staat. Het gesprek verscheen op 3 juli 2002 in Trouw in een serie met de titel ‘Zelfkritiek’. Het verhaal gaat over de zoon van een pianostemmer die graag zanger wil worden maar geen goede stem heeft. Het is een ontroerend sprookje dat inzet als hij dronken en lallend een vrouw tegenkomt. In het gesprek in Trouw laat Van Keulen boeiend zien hoe het schrijven ervan bestond uit het zoeken naar steeds meer precisie van woorden en het schrappen van overdaad.

    Deserteur

    In veel verhalen zijn autobiografische elementen terug te vinden. Zo is daar Lijn elf, waarin de verteller in de tram van station Holland Spoor naar de kust reist. De rit is tevens een reis door haar jeugdherinneringen.
    Gelukkig is de keuze om in Alles raak twee stukken uit Olifanten op een web direct te laten volgen door het verhaal Meneer Harry. Het genoemde boek schreef Van Keulen over de relatie met haar moeder; de herinneringen aan haar misdadige en veelal afwezige vader kregen nooit vorm in een boek, maar vormden wel de grondslag voor Meneer Harry, een verhaal dat ook al was opgenomen in Ik moet u echt iets zeggen uit 2020. In een prachtige opsomming laat ze hem zijn leven samenvatten in het woord ‘deserteur’. Dat was hij: ‘Van familie, land, legioen, werk, vrouwen, kinderen. Maar ik heb mijn best gedaan om in die burgermaatschappij te passen, nietwaar, geheugen?’ (De vader heeft een hersenbloeding gehad, zit in een verpleeghuis en kan niet meer praten. Hij heeft enkel zijn herinneringen).

    Katten

    Terecht is in de selectie van gedichten de complete reeks Van Aap tot Zet opgenomen. Het is een heerlijke cavalcade van beesten in versjes die dartelen van taalplezier als alliteraties en speelse rijmen en ritmes met als slotgedicht dat over Zizi Zevenslaper waarin alle voorgaande dieren in slaap worden gekust.
    Behalve twee niet eerder gepubliceerde gedichten zijn nu ook diverse over katten opgenomen die tot nu toe slechts in bibliofiele uitgaven waren te vinden. Ze zullen voor lezers van Alles raak dus net zo nieuw zijn. Daaronder is het het aandoenlijke De kat en de weduwe, waarin een vrouw omringd is door herinneringen aan haar overleden man. Daaronder ‘de onbeslapen zijde van het bed’ waar de kater zich neervlijt als de vrouw gaat rusten en haar ‘Barmhartig kussen op haar droef gezicht’ doet voelen.

    De laatste tweeënzestig pagina’s bestaan uit fragmenten uit de drie dagboeken die Mensje van Keulen (haar meisjesnaam is Van der Steen) uitgaf tussen 2006 en 2013. Het laatste daarvan, Moeder en pen, beschrijft de nasleep van een mislukt huwelijk met haar man Lon van Keulen. Op 22 april 1983 schreef ze: ‘Morgen naar het Paleis van Justitie en als ik naar buiten loop, ben ik weer Mennie van der Steen’.
    ‘Mensje van Keulen’ bleef: de schrijver van het ontroerende Ik moet u echt iets zeggen over Annie die haar buurman een brief dicteert die zij wil schrijven aan de rechter, van het wrange Jezus is een nul over kruidenier Vlaswinkel en de inzameling van snoep in de vastentijd voor kindertjes in de Derde Wereld die moesten worden behoed voor ‘de antichrist met slagtanden’. En zoveel meer dierbare geschiedenissen. Je blijft ze lezen in Alles is raak.

     

     

  • Oogst week 42 – 2023

    De groenvoorziening

    Vorig jaar verscheen bij uitgeverij Lebowski de bundel Profane verlichting waarover Hettie Marzak op Literair Nederland schreef: ‘Van der Sluis neemt de lezers in zijn bundel mee door zijn leven van alledag aan de hand van wat nog het meest een dagboek lijkt te zijn. Achter de gedichten, die op het eerste gezicht komisch lijken, schuilt een Weltschmerz en een gelatenheid, die de gedichten indringend maken en van een dubbele bodem voorzien. Een gelaagdheid die eerst doet lachen en dan doet huilen. Van der Sluis maakt van de lezer eenzelfde droeve clown die hij in zijn gedichten uithangt.’

    In Profane verlichting komen zijn therapiesessies bij de psycholoog aan de orde die gaan over ‘de onzekerheid van de dichter, zijn verlangen naar acceptatie en de angst om afgewezen te worden.’

    Zijn volgende bundel zou een vervolg kunnen zijn, want op het omslag valt te lezen:
    ‘Wanneer een volgende psychische instorting zich voorlopig niet lijkt aan te dienen, besluit Johannes zijn schrijftafel en canapé te verlaten. Hij meldt zich bij de lokale plantsoenendienst in Rotterdam-IJsselmonde en met de schoffel in zijn handen probeert hij weer grip op het leven te krijgen. Al snel wordt hij onderdeel van de groep bijzondere mensen die zich ontfermen over het stedelijke groen.’

    Johannes van der Sluis (1981) is dichter en hoofdredacteur van Hollands Maandblad. Hij debuteerde, onder het pseudoniem Giovanni della Chiusa met Een mens moet ook niet alles willen weten (2018). Het daaropvolgende Ik ben de Verlosser niet en Profane verlichting verschenen onder zijn eigen naam.

    De groenvoorziening
    Auteur: Johannes van der Sluis
    Uitgeverij: Uitgeverij Lebowski

    Het Jekerkwartier. Broedplaats van vrolijk verzet

    Op de pagina bezoekmaastricht.nl wordt over het Jekerkwartier gesproken als ‘dé local ervaring van Maastricht’ en ‘immer levendig’. ‘In deze wijk laat historisch Maastricht zich van z’n beste kant zien. Je komt er projecten van jonge ondernemers tegen en je kunt er een hele dag op het terras blijven zitten. Weinig wandelingen zijn zo divers als een wandeling door deze wijk.’

    Dat was vroeger wel anders. In Crapuul. Kroniek van een krottenwijk uit 2022 schetst Frank Bokern een onthutsend beeld van de mensonwaardige leefomstandigheden in deze wijk tussen 1840 -1973. Het Jekerkwartier was oorspronkelijk een wijk met mooie grote panden die bewoond werden door de gegoede Maastrichtenaren. Na de afscheiding vertrokken deze bewoners naar België en begonnen huisjesmelkers de losse kamers te verhuren aan de arbeiders die Maastricht aantrok als gevolg van de industrialisatie.

    Het duurde eindeloos, maar uiteindelijk ontwikkelde het Jekerkwartier zich na de Tweede Wereldoorlog tot een broedplaats van vrolijk verzet. De kunstenaars en krotbewoners en later de nozems, provo’s, hippies en krakers komen ieder op hun eigen manier in opstand tegen de burgerlijkheid van die tijd.
    Daarover schrijft Frank Bokern in zijn tweede boek over deze wijk, Het Jekerkwartier. Broedplaats van vrolijk verzet. Het is het lokale verhaal van de jaren zestig, de individualisering en de ontzuiling.

    Het Jekerkwartier. Broedplaats van vrolijk verzet
    Auteur: Frank Bokern
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot (2023)

    Alles raak

    En tot slot in deze Oogst, het bericht over een nieuwe titel uit de serie Gedundrukt van Van Oorschot: Alles raak van verhalenverteller Mensje van Keulen.

    Zowel de serie als de auteur behoeven weinig toelichting. Van Keulen maakte zelf een selectie uit haar verhalen, gedichten en dagboeken. ‘In goed overleg met de uitgeverij’, zoals zij zelf toelichtte in De Taalstaat, het wekelijkse radioprogramma op NPO1 waar het allemaal om taal draait, is de definitieve selectie tot stand gekomen.

    Alles raak
    Auteur: Mensje van Keulen
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot (2023)
  • Ojee vakantie 

    Ojee vakantie 

    ‘Ik houd niet van vakantie, ik vind het maar een lastig concept.’, liet Mensje van Keulen onlangs in Volkskrant magazine weten. Je bent er ook niet zo goed in, het stopzetten der dingen. De week voor de vakantie is het alsof je na stevig door tuffen, opeens moet remmen, maar niet weet waar de rem zit. Je racet dus lekker door. In gedachten, want je bent een relaxt persoon, rek je de dagen een beetje op en lijkt het of je alles af krijgt. Dan is het opeens de laatste dag voor de vakantie. Piepend (oh nee!) en gierend (loslaten loslaten!) kom je tot stilstand. Losse eindjes vallen in je schoot, boekenstapels kukelen om. Je trekt nog even door, telt je prioriteiten, schuift wat zaken terzijde, zegt een afspraak af, werkt een nachtje door tot alles klaar is. Pas dan mag de tent van zolder, kun je freewheelend de vakantie in.

    Terwijl je mails beantwoordt, even doorklikt op zoek naar een badpak, naarstig naar je bril zoekt (en niet vond), hunker je naar stilte, naar troost. Dus ga je boeken kopen, het bedrag voor een badpak is goed voor twee boeken. Elk boek is een verleiding. Zie je een boek van Maryse Condé dan proef je de sfeer van het tweedelige Segou. Condé kun je niet laten liggen als je Segou hebt gelezen. Antonío Lobo Antunes kun je ook niet laten liggen (kun je überhaupt wel wat laten liggen). Lees hoe Paardenschaduw op zee begint:
    ‘Haar hele leven lang, voor haar ziekte en tijdens haar ziekte, vertelde mijn moeder ons keer op keer
    “Luister”
    dat mijn oma als kind met mijn overgrootmoeder op bezoek ging bij dames die op oude etages in het oude deel van Lissabon woonden, in eeuwige schemering gehulde kamers en gangen waar het zilverwerk en porselein haar volgden en mijn oma, tien of elf toen, dacht :wat moet het hier somber zijn om drie uur ’s middags.”‘  Zo schrijft Lobo Antunes
     zonder punten of hoofdletters.

    Je kocht het manifest Geef nooit op van Bernadine Evaristo omdat je al zo lang iets van haar wilde lezen. Levensmuren van Nina Burton vond je in Utrecht, valt voor de mooie uitgave, begint te lezen om niet meer te stoppen. Hoe kun je zo over insecten schrijven als Burton doet? Je gaat anders denken over muggen, mieren, hommels, eekhoorns, het is geweldig. Je vergeet alles, er ontstaat een verstilde sfeer. Als er nu een mug dichtbij zoemt, sla je hem niet weg, denkt aan de ontelbare (miljoenen?) slagen die de vleugeltjes maken, hoor de indringend hoge zoemtoon. Als laatste was je bij antiquariaat Aleph in Utrecht. Daar was Joan Didion, Paul Léautaud. Je kreeg Voetsporen van Richard Holmes van degene waarmee je enthousiast over het opzetten van een podcast had gesproken. In Een tafel bij het raam van Mirthe van Doornik was je al begonnen, net als in de biografie van Andreas Burnier. Er ligt een wereld aan verhalen voor je. ‘Lezen is niet beschikbaar zijn, is je terugtrekken’, schrijft Alan Bennett in de zeer vermakelijke novelle De ongewone lezer. Ach, laat die vakantie nu maar beginnen, stapel het eendje maar vol en hup, naar de Ardennen.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem (en tot 4 september met vakantie).

     

     

     

  • Oogst week 10 – 2023

    Moeder en pen

    Moeder en pen is het derde deel van de dagboeken van Mensje van Keulen. Eerder verschenen in 2006 Alle dagen laat (uit 1976) en in 2018 Neerslag van een huwelijk (uit de jaren 1977-1979). Dit derde deel bestrijkt de periode 1979-1983. Het huwelijk van Mensje van Keulen staat op springen omdat haar man L vreemd gaat en zich totaal niet bemoeit met de opvoeding van zoontje Aldo. Hoe de verhoudingen liggen blijkt uit deze passage: ‘Ik mag dan geen waarde hechten aan dromen, de droom die me vannacht kwam plagen blijft rondspoken. Van Aldo’s schedeltje zou een plakje worden gehakt. Het was iets wat moest, zoals amandelen knippen. Ik smeekte een dokter het te doen, bang dat L er te veel vanaf zou hakken. De dokter hakte er te weinig af en moest nog eens hakken. Ik snikte het uit.
    Gisteren, toen we weer thuis waren, hield ik het niet meer. Een monoloog, een huilbui. Het quasi-gezellige kaartenhuis stortte in. Weer dat hij geen kinderen wilde, dat ik dat had moeten respecteren en omdat ik dat niet had gedaan was daar zijn ontrouw uit voortgekomen. De verwijten over en weer, de wrede, vernederende woorden. Mijn hoofd bonkte steeds harder. Ik schold hem uit zonder nog naar hem te kijken, zag mijn tranen druppen op mijn pizza.
    Hij ging weg, zogenaamd naar een verjaardag, hij zal de fruitboom bedoeld hebben, al heeft hij het niet meer over haar gehad’.

    Moeder en pen
    Auteur: Mensje van Keulen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Je zult terugkeren naar Ragión

    De Spaanse schrijver Juan Benet (1927-1993) is in Nederland nauwelijks bekend. Er kwam alleen werk van hem uit bij uitgevers als IJzer en Kievenaar, die zich toeleggen op (her)uitgaven van literatuur die meer aandacht verdient dan ze ooit kreeg. Zo konden Nederlandse lezers in 2007 kennis maken met In de schemer en in 2021 met de novellen Een graf en Numa, een legende. In 2002 verscheen bij de nog kleinere uitgever De Leguaan (met speciale aandacht voor Spaanse literatuur) ook nog Dertien en een halve fabel en fabel veertien. Het is nu tijd voor een omvangrijker werk, zijn roman Je zult terugkeren naar Región, die dateert uit 1968. Het is een lastige roman omdat het als het ware aan de lezer wordt overgelaten om te bedenken wat het verhaal (en de waarheid ervan) nu eigenlijk is. Als hulp daarbij is een essay opgenomen van vertaler Vanderzee. Toen vertaler Spaans Maarten Steenmeijer de verschijning van dit boek vorig jaar in de Volkskrant aankondigde wees hij er op dat Faulkner Benets grote voorbeeld was. Die voerde de wereld niet op als ‘overzichtelijk en hapklaar, maar als een veelstemmige ervaring. Een ervaring die vanwege de complexiteit van de werkelijkheid én vanwege het menselijk onvermogen haar te doorgronden niet anders dan ondoorzichtig, labyrintisch en mysterieus kan zijn. De werkelijke werkelijkheid is, aldus Benet, een mysterie’.

    Je zult terugkeren naar Ragión
    Auteur: Juan Benet
    Uitgeverij: Kievenaar

    Scherven

    Heel wat bekender in Nederland is Bret Easton Ellis, zeker na zijn bestseller American Psycho uit 1991, dat in 2000 ook als verfilming succesvol was. Daarin werd de wereld beschreven vanuit de yup en seriemoordenaar Patrick Bateman. Geen seriemoorden in Scherven (in het Engels The Shards), zijn eerste roman na een stilte van dertien jaar. Het is een autofictioneel verslag van Ellis’laatste jaar op de Buckley highschool in Los Angeles in 1981. Het idee voor het boek drong zich al twintig jaar eerder aan Ellis op toen zijn herinneringen aan vreselijke gebeurtenissen die hem en zijn vrienden op Buckley zich zozeer opdrongen dat hij er wakker van lag. Hij kon er toen echter, wonend in New York, geen vorm voor vinden en drukte alles weg. Toen hij twintig jaar later terugkeerde naar Los Angeles en vond dat hij het aan moest kunnen, kreeg hij een angstaanval: ‘De angstaanval, en de mislukking, vonden plaats precies op het moment dat ik over de Treiler wilde schrijven, een seriemoordenaar die in het late voorjaar van 1980 de San Fernando Valley onveilig begon te maken en zich daarna, in de zomer van 1981, nog heftiger liet gelden, en die angstaanjagend genoeg op een of andere manier met ons verbonden leek – en ik werd op de avond dat ik aantekeningen begon te maken overspoeld door zo’n enorme golf van stress dat ik letterlijk kreunde van angst bij de herinneringen, de tequila die ik achterovergeslagen had weer uitkotste en op de grond in elkaar stortte’. Dat was in 2006. De angstaanval bleek alles te maken te hebben met de belevenissen in 1981. In 2020 klopte het boek opnieuw bij hem aan: ‘Ik moest het boek schrijven, ik moest ophelderen wat er gebeurd was – eindelijk was het tijd’.

    Scherven
    Auteur: Bret Easton Ellis
    Uitgeverij: Ambo Anthos
  • Verslavend gedagschrijf

    Verslavend gedagschrijf

    Er was een tijd dat vrienden onaangekondigd langskwamen, er een fles werd opengetrokken, er altijd wel ergens een feest was. Ik lees Moeder en pen, Dagboek 1979-1983  van Mensje van Keulen. In juni 1979 bevalt ze van haar zoontje Aldo. Over de nacht voor de bevalling  schreef ze in haar voorgaande dagboek, Neerslag van een huwelijk. ‘Lon bevestigde een touw aan het plafond waar ik tot een uur of twee iedere vijf minuten aan ging hangen. Tussentijds dronken we wijn, praatten, lachten.’ Haar huwelijk met Lon is dan eigenlijk al voorbij. Hij bedriegt haar met een ander. ‘Ja, wat is er mis. Nu, zonet, gisteren, de afgelopen weken, al zo lang daarvoor. Ik kan het niet meer verklaren, niet analyseren. Ik wou dat ik het in een paar woorden kon in dit schrift, dit gedagschrijf, dat ik kut vind, waarvan ik wou dat ik er nooit aan was begonnen.’

    Dagboekschrijven op advies van Hans Warren en Gerrit Komrij, om het schrijven niet te verleren nu werken aan een nieuwe roman niet lukt. ‘Dus schrijf ik me weer de haastpokken in dit schrift, al lijkt het soms te helpen bij het bedwingen of ordenen van de gebeurtenissen of het ontbreken ervan, wat in feite ook een belevenis is.’

    Ze woont in die jaren aan de Prins Hendrikkade, ‘De hele dag doodmoe door gepieker en de herrie van de IJtunnel en het gebonk van het kraakhuis hiernaast.’ Op 3 okt. 1980 schrijft ze, ‘L is naar de Dordogne. Ik ging terug naar het huis aan de Prins Hendrikkade waar de geesten rondhangen van bejaarden die er vroeger woonden. (…) Hier en daar zit nog een handgreep die herinnert aan het sterfhuis dat het was, ik heb die dingen nooit aangeraakt. Misschien hingen al die tijd dat we hier woonden de eenzaamheid en de pijn van de bewoners nog in de kieren tussen de vloerplanken, (…).’  Ze noteert een bezoek aan beeldend kunstenaar Jan Dibbets en zijn vrouw, die in een voormalige gordijnfabriek wonen. ‘Dibbets had heerlijk gekookt. Hiske’, (hé, is dit de latere schrijver en schrijfdocent Hiske Dibbets, van Droomkeuken?), ‘zijn dochtertje, had de fruitsalade voor haar rekening genomen, Een lief meisje met een tandbeugel, maar dat ding deed niets af aan haar knappe gezichtje.’

    Als ze weer aan een roman werkt, wordt het dagboek overbodig. Op 3 januari 1982 noteert ze, ‘Het afgelopen jaar schreef ik hier maandenlang niet in, de pen gaf goddank voorrang aan mijn boek.’ Dat boek was Overspel, verscheen in 1983. Notities over de befaamde boekenmannen Theo Sontrop en Martin Ros, de laatste zit achter haar schrijfsels aan, de eerste wil een kind van haar. ‘Eerst Theo, die er donderdag op stond met me in La Rive in het Amstel Hotel te dineren en me weer voorstelde een kind bij me te maken.’ Het heeft iets van literair voyeurisme, het ongezien kijken naar het leven van een schrijver die je bewondert om haar volharding, haar boeken.

    Een egodocument laat een leven zonder contouren zien, het is grenzeloos en werkt verslavend. Van Keulen schrijft, ‘Als ik Flauberts brieven opsla, willekeurig, kan ik moeilijk ophouden. Ik onthoud er niets van, maar tijdens het lezen is het of ik met hem meedenk en instem zonder me te hoeven inspannen.’ Zo ook met deze dagboeken, zo gauw ik het boek open, kan ik er niet meer mee stoppen. Het is al middernacht, maar vooruit ik lees nog een stukje, en nog een. ‘23 augustus, Er komt een ’vreselijke’ recensie van Jaap G in HP, is me gezegd. Die zal sommigen dan een goed humeur bezorgen. Ik heb geen zin, en het heeft ook geen zin, om in te gaan op critici. Wordt onderbroken door Aldo: Mama Mennie! Múúúg!’  Het lezen van deze notities drijft je voort, onderwijl de laatste bladzijde vrezend. Dus ga ik nu eerst maar slapen.

    P.S. 0.4.00 uur. Naar toilet, boek op badrand. Ik lees: ’27 augustus, De recensie van Jaap G was inderdaad vreselijk. Nu moet ik volgens hem weer Renate Rubenstein, Nescio, Couperus en Coenen gelezen hebben. Toe maar.’

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft over wat ze leest.

  • De zomerboeken van Lydia Fris

    De zomerboeken van Lydia Fris

    Medewerkers van Literair Nederland met hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Lydia Fris kijkt ernaar uit in de zomer veel te lezen en noemt hier vijf titels die niet zullen ontbreken in haar vakantietas:

    Ik ben er niet – Lize Spit
    Ik ga leven – Lale Gül
    Een modern verlangen – Hanna Bervoets
    Het kattentheater – Mensje van Keulen, en
    Hoe ik talent voor het leven kreeg – Rodaan Al Galidi.

    Ten eerste Ik ben er niet van Lize Spit, waar ze al lang naar uitkijkt! Ze is nieuwsgierig naar de manier waarop Spit zo’n ingewikkelde ziekte als een psychose in een roman verwerkt. Het tweede boek is Ik ga leven van Lale Gül, omdat dit boek thema’s raakt die Lydia ook tijdens haar master exploreert: uitdrukking geven aan geloofsverlies in Nederlandse literatuur. Het derde boek is de (gesigneerde) verhalenbundel van Hanna Bervoets: Een modern verlangen. Afgelopen Boekenweek mocht ze een inspirerend gesprek met Bervoets voeren. Haar boeken hebben Lydia nog nooit teleurgesteld. Het vierde boek is Het kattentheater van Mensje van Keulen, die ze moet recenseren voor de krant en tot slot Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi, die al geruime tijd op haar lijstje stond en haar door vele vrienden is aangeraden.

     

    Lees hier meer van en over Lydia Fris.

  • Oogst week 17 – 2021

    De laatste gasten, Liefde heeft geen hersens, Schoppenvrouw

    Mensje van Keulen (1946) is al vijftig jaar niet meer weg te denken uit de literatuur. Ze stond verschillende keren op de longlist en shortlist van de Libris Literatuurprijs, kreeg in 2014 de Constantijn Huygens-prijs en won ruim twee maanden geleden de J.M.A. Biesheuvelprijs voor de beste korteverhalenbundel van het afgelopen jaar. De laatste gasten, Liefde heeft geen hersens, Schoppenvrouw is een bundeling van Van Keulens drie recentste romans. De laatste gasten gaat over een landhuis aan de Amstel vol kunstenaars, waar de komst van hoofdpersoon Florrie de onderlinge verhoudingen op scherp zet. In de laatste gasten vermoedt een weduwe dat haar eigen zoon betrokken is bij de overval op een bejaarde vrouw. Ook Schoppenvrouw gaat over een overval, maar deze keer denkt een moeder haar dochter te herkennen wanneer beelden van het misdrijf bij Opsporing Verzocht worden vertoond.

    Ter ere van vijftig jaar schrijverschap en de vijfenzeventigste verjaardag van Mensje van Keulen organiseert uitgeverij Atlas Contact in samenwerking met Hebban een schrijfwedstrijd. De deadline hiervoor is 1 juni. Meer informatie over deze wedstrijd is hier te vinden.

    De laatste gasten, Liefde heeft geen hersens, Schoppenvrouw
    Auteur: Mensje van Keulen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De tas

    Een man laat zijn tas achter in een stationshal. In de eerste instantie lijkt hij hem te zijn vergeten, maar al snel blijkt dat het een bewuste actie was. Dit kleine voorgeval wordt in De tas door Désanne van Brederode (1970) groots uitgewerkt: in plaats van antwoorden te geven stelt de man juist meer vragen.

    Niet alleen hij doet dat, ook het verhaal zelf verrast met vragen. Is de man met de tas eigenlijk wel de hoofdpersoon? En horen voorwerpen, zoals de tas, eigenlijk ook een stem te krijgen? Dat Van Brederode behalve schrijver ook filosoof is, komt duidelijk terug in De tas. Eerder publiceerde ze al meerdere romans en essays.

    De tas
    Auteur: Désanne van Brederode
    Uitgeverij: Querido

    Philip Roth

    Philip Roth (1933-2018) was een Amerikaanse schrijver en kind van tweede generatie Joods-Amerikaanse ouders, een thema dat vaak terugkomt in zijn werk. Hij schreef tientallen romans en won onder meer de Pulitzer-prijs en de Man Booker International Prize.

    Hij gaf biograaf Blake Bailey (1963) toestemming om zijn levensverhaal in boekvorm te gieten. Bailey kreeg toegang tot Roths archief en sprak met talloze belangrijke mensen in diens leven. Niet alleen Roths literaire carrière komt uitgebreid aan bod, ook duikt Bailey in het turbulente liefdesleven van de auteur en onthult nieuwe inzichten. Het resultaat is een uitgebreide biografie die ook nog eens uiterst leesbaar is, vertaald door Lidwien Biekmann en Frank Leken. In de Verenigde Staten is deze biografie niet meer in productie bij uitgeverij W.W. Norton omdat Bailey wordt beschuldigd van seksuele intimidatie en verkrachting. Of een andere uitgeverij met hem in zee wil gaan, is nog niet bekend.

    Philip Roth
    Auteur: Blake Bailey
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Biesheuvelprijs voor Mensje van Keulen

    In een presentatie die het korte verhaal alle eer aandeed werd via livestream vanuit het Felix Meritis in Amsterdam bekend gemaakt dat Mensje van Keulen met haar verhalenbundel Ik moet u echt iets zeggen (Atlas Contact) de Biesheuvelprijs 2021 heeft gewonnen. Naast de eer won Mensje van Keulen een geldbedrag van € 8.774, dat door middel van  crowdfunding bijeen was gehaald, wat uniek is voor een literaire prijs. De Biesheuvelprijs werd zeven jaar geleden in het leven geroepen als stimulans voor- en de waardering van het korte verhaal. Sinds 2010 komt dit genre niet meer in aanmerking voor een literaire prijs. Het instellen van de Biesheuvelprijs is daar een reactie op.

    De uitzending rondom de uitreiking van de prijs werd gepresenteerd door Arjan Fortuin. Jurylid Christine Otten hield een inleiding over het korte verhaal en memoreerde Biesheuvel, die op 30 juli 2020 op 81-jarige leeftijd overleed en er dit jaar voor het eerst niet bij was.

    Er waren zestien inzendingen geweest voor de prijs, waarvan enkele afvielen, of omdat het een bundeling was van al eerder verschenen verhalen of omdat er ‘roman’ op stond. Christine Otten liet weten dat de kwaliteit van de overige bundels ongekend hoog was. En dat een subliem kort verhaal een vorm van pure poëzie is.

    Nadat de drie genomineerden ieder op zich waren geroemd om hun werk, de betreffende schrijver een fragment uit een verhaal uit zijn genomineerde bundel voorlas, werd bekendgemaakt dat de keuze van de jury op Mensje van Keulen was gevallen. Die, zo zei jurylid Bo van Houwelingen, met een enkel woord een heel beeld kon schetsen, zoals ‘stappenteller’ als beeld voor een huwelijk.

     

    De jury oordeelde, ‘Ik moet u echt iets zeggen is een bundel die imponeerde met haar ongekend natuurlijk klinkende dialogen, geraffineerde plots die telkens naar een even verrassende als bevredigende ontknoping toewerken en psychologische schetsen die in een paar nonchalante zinnen een compleet universum suggereren. Een nieuw kroonjuweel in het oeuvre van de koningin van de vorm.’

     

    Mensje van Keulen was verrast en ontroerd door het winnen van de prijs. Vijftig jaar maakte Maarten Biesheuvel deel uit van haar leven, samen met Maarten ’t Hart vormden ze een soort sandwich, zei Van Keulen, met haarzelf in het midden. Met het overlijden van Biesheuvel vorig jaar werd het opeens wel heel erg koud. Het winnen van de prijs had voor haar een dubbele betekenis. ze komt uit een tijd, zei ze, dat het nog heel gewoon was verhalen te schrijven.

    De overige genomineerden voor de J.M.A. Biesheuvelprijs waren: Rob van Essen met Een man met goede schoenen (Atlas Contact) en Joost de Vries met Rustig aan, tijger (Das Mag).
    De prijs werd eerder gewonnen door Marente de Moor, Maarten ’t Hart, Annelies Verbeke, Maria Vlaar en Rob van Essen.

    De jury van de J.M.A. Biesheuvelprijs 2021 bestaat uit Ionica Smeets (voorzitter), Dirk-Jan Arensman, Bo van Houwelingen, Christine Otten en Ronald Soetaert.

     

  • Verhalen recht uit het leven gegrepen

    Verhalen recht uit het leven gegrepen

    De verhalen in de bundel van Mensje van Keulen Ik moet u echt iets zeggen zijn uit het leven van doodgewone mensen gegrepen. Met een bedrieglijke eenvoud, humor en verbeelding schetst ze herkenbare situaties die haast kabbelend beginnen tot een onverwachte wending het verhaal op losse schroeven zet. Een man houdt in een kroeg tegen de jonge kelnerin een larmoyant verhaal over de stervende hond van zijn vriendin, hij vraagt om een fles wijn en laat zijn bestelling opschrijven. Je weet meteen dat hij liegt, maar hij komt ermee weg, omdat de kelnerin hem wil geloven. 

    Een vrouw is haar trouwring kwijt. Aangevoerd door haar echtgenoot gaat de zoektocht tot zelfs in de groenteafdeling van de supermarkt en daarmee ontvouwt zich langzaam de tragiek van een huwelijk. 

    In het titelverhaal ‘Ik moet u echt iets zeggen’ is een moeder van een kind dat zwaar crimineel is aan het woord. Hij is een dief, een leugenaar, een verkrachter, een dierenmishandelaar en een moordenaar. De vrouw verwoordt haar grieven over haar zoon in een lange monoloog aan haar buurman en vraagt hem een brief te schrijven aan de rechter, die hem zal veroordelen. Als lezer voel je medeleven en afgrijzen, het zal je kind maar wezen. Waarom die brief? Om te pleiten voor strafvermindering? De uitkomst is anders, het gaat niet om de zoon, maar om de moeder, die vrij van schuld wil zijn. 

    Levensechte dialogen

    In ‘De toneelmeester’ wordt de man geregeerd door de foto van zijn overleden vrouw op de keukenkast, die staat zo dat ze hem altijd kan zien. Het is een sneue man en zijn onvermogen, schuldgevoelens en zwaktes zijn voelbaar. Je zou bijna medelijden met hem krijgen. Tot in het theater waar hij toneelmeester is een cabaretier met zieke grappen op zijn nummer wordt gezet door een vrouw in de zaal. Voor de toneelmeester wordt dat de kentering in zijn leven. Tijdens een momentopname, wat een kort verhaal veelal is, en dankzij de kunst van het weglaten ontvouwen zich levens van mensen van vlees en bloed. Mensje van Keulen kiest haar woorden zorgvuldig, er staat er niet een te veel. In flashbacks en met levensechte dialogen komen de verhalen heel natuurlijk uit de verf met die spannende laag eronder en aan het eind een verrassende twist. Daarmee schept Van Keulen net die diepgang waardoor haar verhalen een eigen sfeer krijgen. 

    In het verhaal ‘In het donker’ zien we een alledaags tafereel. Oude vrienden komen op bezoek bij een stel dat naar het platteland verhuisd is. De gesprekken met de clichés, melige grappen en valse complimenten over en weer zijn herkenbaar. Niemand is echt in de ander geïnteresseerd. Zijn de huwelijken wel gelukkig? Ligt er niet veel eenzaamheid achter die schone schijn. Een verhaal met sterke subtekst. 

    Vrouwen maken keuzes, mannen sukkelen

    In alle verhalen staan vrouwen op een keerpunt in hun leven en blijken de mannen toch sukkels te zijn. De vrouwen moeten afrekenen met hun verleden, keuzes durven te maken en het recht in eigen hand nemen. Zoals in het verhaal ‘De achterkant’ waarin een gescheiden vrouw een telefoontje krijgt van haar ex. Hij wil de  kostbare Venetiaanse vaas hebben. Ze ontmoet een oude klasgenoot, die een heftige gebeurtenis uit het verleden bij haar oproept en haar heden in een ander daglicht zet. In het verhaal ‘De tuin’ is in een voormalig bordeel nu een hotel gevestigd. Een man en een vrouw brengen er de nacht door, de gedachte aan het bordeel roept onvermoede lustgevoelens op bij beiden, voor de vrouw is dat een reden om te zien wie haar man eigenlijk is. In ‘Angela’ heeft een ambitieuze politica via een advertentie een vijftal mannen tegelijk uitgenodigd in een huisje in een volkstuincomplex. Een date voor de seks met door haar streng opgestelde regels. Het gaat haar alleen niet om het genot van de seks maar de macht die ze over hen heeft. 

    Slechte huwelijken

    Het laatste verhaal ‘Meneer Harry’ is een lange innerlijke monoloog, want Harry kan niet meer praten. Hij was geen lieverdje begrijpt de lezer uit zijn mijmeringen. Een sterke man, hij heeft het leven ten volle geleefd. Nu zit hij volledig afhankelijk in een verpleeghuis en moet het doen met zijn herinneringen ‘die niet door een zeef of een vergiet zijn weggelekt, maar zomaar kunnen terugkeren. Het springt van de hak op de tak, en doet pijn, het brengt je in de war, het is een doolhof, een apothekerskast, een stalling, een markt, een moeras, een overwoekerde tuin, een grabbelton, een ruïne, een wereld in de mist, hemel en hel ineen, het is een universum, het is de som der dingen, het is wie je bent.’

    Mensje van Keulen schreef in de afgelopen veertig jaar een omvangrijk oeuvre bij elkaar en neemt een eigen plaats in de Nederlandse literatuur in. Haar verhalen tonen het schijnbaar gewone en alledaags leven, subtiel, puur en soms wrang. De tragiek van ongewenste kinderen, slechte huwelijken, foute mannen, verloren liefdes, verkeerde keuzes, spijt of berusting. Uiteindelijk neemt de vrouw die ten opzichte van de man aanvankelijk de zwakkere lijkt te zijn, in de verhalen van Van Keulen, het heft in eigen handen. 

     

     

  • Dagboek: vingeroefening of volwaardig genre

    ‘Het hoort natuurlijk toch bij mijn werk, omdat het in die tijd niet lukte met fictie.’ Dat hoorde ik Mensje van Keulen vorige week halverwege een gesprek met Marcel Möring over Neerslag van een huwelijk: dagboek 1977 – 1979 zeggen. Meer dan twaalf jaar geleden, toen Mensje van Keulen met Alle dagen laat: dagboek 1975 voor het eerst dagboekaantekeningen prijsgaf, vroeg zij zich deze keer tijdens het uittikken af: ‘Waarom doe ik dit?’ Eigenlijk wist ze dat wel: ze had het beloofd, en ze wilde ook niet dat iemand anders het na haar dood zou doen. Dus tikte ze dapper door.

    Als haar huwelijk goed geweest was, was Mensje van Keulen nooit een dagboek bij gaan houden. Maar na twee romans en een verhalenbundel –  Bleekers zomer (1972), Allemaal tranen (1972) en Van lieverlede (1975)stokte het schrijven door de huiselijke omstandigheden.
    Hans Warren, Heere Heeresma én haar uitgever adviseerden: ‘Als je wilt blijven schrijven, moet je vingeroefeningen doen. Houd dan een dagboek bij. Vandaar dat ik er met de nodige tegenzin aan begon.’
    Het is logisch dat iemand die zoveel reserves heeft over het bijhouden van een dagboek pas na enig aandringen bereid is om haar dagboeken als onderdeel van haar oeuvre te beschouwen.

    Hoewel de bedenkingen van Mensje van Keulen alleen met de ontstaansgeschiedenis van de dagboeken te maken lijken te hebben, is het niet uitgesloten dat er nog iets anders meespeelt. In haar terughoudend toegeven klinkt ook twijfel door over de statuur van haar dagboeken. Zijn ze wel literair genoeg om een eigen plek op te eisen naast haar romans, verhalen en kinderboeken?

    Mensje van Keulen hoopte dat het bijhouden van een dagboek haar op ideeën zou brengen voor een volgende roman. Publiceren was niet aan de orde, ook niet op de lange termijn. Haar dagboeknotities waren hooguit voorbestemd om secundaire literatuur te worden. Zo iemand al kennis zou nemen van wat ze over zichzelf schreef, dan pas na haar dood, en dan nog alleen in het kader van onderzoek naar het leven en werk van de schrijfster Mensje van Keulen.

    Schrijvers houden doorgaans geen dagboek bij om dat vervolgens integraal te publiceren. Zelfs Het Achterhuis zou waarschijnlijk nooit in dagboekvorm verschenen zijn als Anne Frank de oorlog had overleefd.
    Wie zoals Mensje van Keulen haar dagboeken alsnog prijsgeeft aan een publiek maakt zichzelf kwetsbaar. Oké, de schrijver kan zich wapenen. Zij kan proberen de waarheid zo mooi mogelijk op te schrijven. Haar opzettelijk mooier maken dan zij zich haar herinnert, is uit den boze. Maar ze heeft enige speelruimte, want ‘dagboek’ suggereert dan wel authenticiteit, maar ‘het bedrieglijke aan de narratieve belofte van dagboeken, logboeken, memoires en autobiografieën, is dat ze eerlijk zijn, dat ze de waarheid vertellen’ (dat laatste schrijft Connie Palmen in het zorgvuldig gecomponeerde Logboek van een onbarmhartig jaar, waarin 2011 een schrikkeljaar is).

    Voor de fictieschrijver die Mensje van Keulen is, kan de eigen naakte waarheid, zoals mooi maar vrij meedogenloos opgetekend in Alle dagen laat en Neerslag van een huwelijk, hard aangekomen zijn. Misschien zat dat haar dwars en maakte dat haar aan het twijfelen over de toegevoegde waarde van haar dagboeken.

     

    Neerslag van een huwelijk: dagboek 1977-1979 van Mensje van Keulen werd voor Literair Nederland besproken door Els van Swol.

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.