• Liter

    Recensie door Albert Hogeweij

    DAMASCUS – literaire bekeringen

    Het laatste nummer van Christelijk literair tijdschrift Liter (nummer 68, 15de jaargang, december 2012) draagt een buikbandje met daarop de naam ‘Damascus’. Al gauw legt men de associatie met de burgeroorlog in Syrië. Maar op die politieke actualiteit is hier niet gemikt. Integendeel. Hier gaat men twee duizend jaar terug in de tijd. ‘Damascus’ staat namelijk voor het grote, felle licht dat christenjager Saulus onderweg naar Damascus zag alvorens het hem enige tijd deed verblinden. Hij kwam tot het inzicht dat zijn strijd tegen het christendom een vergeefse was en bekeerde zich tot dat geloof, om in het vervolg als Paulus door het leven te gaan.

    Liter brengt een themanummer over literaire bekeringen. Een boeiende bijdrage hieraan levert Menno van der Beek met zijn essay Literaire bekeerlingen. Over bekeerlingen uit de Engelstalige literatuur als G.K. Chesterton, Evelyn Waugh, Graham Greene, T.S. Eliot. Goed gekozen citaten houden de vaart erin. Zoals dat van filosoof Jacques Maritain die meende te weten waarom Eliot zich niet tot de Roomse kerk bekeerde: ‘Eliot heeft al zijn talent voor bekering al verbruikt, toen hij Brits werd’. Daarop belanden we bij een opmerking van Virginia Woolf over Eliots bekering tot de anglicaanse kerk: ‘Er zit iets obsceens in, een levende persoon die bij het vuur zit en in God gelooft’.

    Voor een beetje tegengas lijkt in dit themanummer ook ruimte. Want de duit die Maarten van Buuren in het zakje doet, betreft een verhaal dat niet over een bekering tot maar over een afwending van het geloof gaat. Bij het lezen als adolescent van Sartres toneelstuk Le diable et le bon dieu, flitste hem namelijk door het hoofd ‘God bestaat niet.’ Door schrik bevangen poogde hij nog dit inzicht ongedaan te maken, maar besefte weldra dat zulks onmogelijk was. Dat Désanne van Brederode dergelijke verleidingen tot ongeloof voortvarender heeft weten te pareren, lezen we in haar vrij persoonlijk getoonzette verhaal over geloofsverlies en Damascus-ervaringen. Haar geloof lijkt juist baat te hebben gehad bij tegengas. Zij legt overigens nog wel een lijntje naar de actuele Syrische brandhaard. Maar het hoogtepunt van dit boeiende themanummer vormen zes door eerder genoemde Menno van der Beek uitstekend vertaalde gedichten van Anne Sexton Het verschrikkelijke roeien richting God. De door waanzin achtervolgde Amerikaanse dichteres bereikt in het eerste gedicht ondanks regels als ‘ik groeide als een varken in een regenjas […] en ik groeide, en ik groeide, / ik droeg robijnen en ik kocht tomaten, / en nu, op middelbare leeftijd, / ongeveer negentien in mijn hoofd, zou ik zeggen – / ik roei en ik roei’ nog tamelijk geruststellend haar laatste zin: ‘Dit verhaaltje eindigt met mij nog steeds aan het roeien.’  Maar dat het in haar werkelijke leven heel wat minder geruststellend verliep mogen we hier ook lezen. De dag nadat ze haar dichtwerk The Awful Rowing Toward God met haar uitgever had besproken, stelde ze zichzelf met voorbedachten rade en met het door haar gewenste resultaat aan koolmonoxidevergiftiging bloot. Waaruit nog maar eens blijkt dat niet iedereen gered is die het Licht heeft gezien.

    Voor tijdschrift Liter wenkt echter een hoopvoller perspectief. Want waar zich eind 2012 nog donkere bezuinigingswolken leken samen te pakken, blijkt de lucht opeens geklaard. Wat is namelijk het geval? Zeer onlangs hebben het Nederlands Letterenfonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds het licht gezien en daarbij blijk gegeven Liter wel te zien zitten. Het levensbeschouwelijke tijdschrift met een alleszins herkenbaar smoel mag een bedrag van € 25.000 op zijn balans bijschrijven. Na vijftien jaar binnen een redelijk beperkte doelgroep aan de weg te hebben getimmerd, kan de redactie zich de komende jaren op een groter bereik en meer abonnees gaan richten. Daarvoor is een innovatieve strategie op het gebied van digitalisering bedacht waarin het tijdschrift meer zal aansluiten bij de sociale media. Nu al te volgen op www.leesliter.nl.  Behalve met digitale techniek gaat Liter in 2013 ook in zee met Marcel Möring als gastschrijver en zal Willem Jan Otten de rubriek Gerichte gedichten in vertaling verzorgen. Een tijdschrift om rekening mee te houden.

     

    Liter

    Uitgegeven door: Stichting Liter
    Verschijnt 4 keer p.j.
    Prijs los nummer: € 9,50
    Abonnementen: € 38,– (studenten € 30,–, buitenland € 51,–)

     

  • Literair tijdschrift ‘Liter’ met Willem Jan Otten als gastschrijver

     

    De in maart 2012 uitgekomen editie van Liter presenteert zich met een titelloze, rood/wit gestreepte cover (zie foto). Een verschijning die veel weg heeft van een cahier dat nog beschreven moet worden. Een wat kale binnenkomer en ook de inhoud is wat schraal vergeleken met voorgaande edities. Veel tekstanalyses en besprekingen van bestaand werk. Veel poëzie en een enkele prozabijdrage.

    Daarentegen besteedt Liter jaargang 2012 – in alle vier zijn edities – speciale aandacht aan het  werk van dichter en schrijver Willem Jan Otten. Het is mooi een gewaardeerd dichter en schrijver nader belicht te zien. In het maartnummer resulteert dit in een interview met Willem Jan Otten door Tewin van den Bergh (boeken- en theaterman) en Gerda van de Haar (werkt aan een studie over Marcel Möring). Jaap Goedegebuure analyseerde Ottens roman in verzen De vlek en in de rubriek Maatwerk wordt dezelfde roman besproken door Menno van der Beek.

    De aandacht die er aan Willem Jan Otten wordt besteed, richt zich voornamelijk op zijn laatste werk De vlek waarin een man te horen krijgt dat er een vlek op zijn longen is gevonden en dat hij niet lang meer te leven heeft. Later blijkt dat de longfoto verwisseld is met die van een ander. In het interview geeft Otten het ontstaan van De vlek vrij. Het gegeven heeft hij van essayist Rudy Kousbroek, die op een dag de diagnose longkanker kreeg, met een levensverwachting van slechts enkele maanden. Een paar dagen daarna werd Kousbroek weer opgeroepen en kreeg hij te horen dat er een vergissing was gemaakt. De aangetaste longen waren niet van hem, foto’s waren verwisseld, Kousbroek was kerngezond. Otten vroeg zich in deze vooral af: ‘wie was degene met wie hij is verwisseld?’ Voor Otten is De vlek een eerbetoon aan Rudy Kousbroek. Het interview is geïllustreerd met een portretfoto van de auteur die een sterk vooroorlogse uitstraling heeft. Mooi beeld.

    Jaap Goedegebuure ontdekte in De vlek een parallel met Awater van de dichter M. Nijhoff en werkte dit breed uit. Menno van der Beek haalt in zijn recensie over hetzelfde boek Homerus aan. Van der Beek raadt de toekomstige lezers overigens aan de achterflap van het boek niet te lezen, daar de plot daarin verraden wordt en de verrassing bij eerste lezing daardoor ernstig wordt verstoord.
    Verder in Maatwerk (een rubriek voor recensies) onder meer Hilde Bosma die Stille zaterdag van Désanne van Brederode en In de voetsporen van Gerrit Achterberg van Wim van Amerongen bespreekt. Recenseert Elizabeth Kooman De bijbel volgens Nicolaas Matsier en Teunis Bunt de nieuwe dichtbundel van Hagar Peeters, Wasdom.

    In de rubriek Klinker & Medeklinker schrijft de dichter Edwin Fagel (de schepper, dus Klinker) hoe hij bij het schrijven van zijn nieuwste gedichtenbundel Het geroofde lichaam van Charlie Chaplin op een muur stuitte. Als schepper van poëzie vindt hij dat elke opvatting over dit genre een doodlopende weg is. Openhartig en zoekend beschrijft hij hoe deze bundel is ontstaan. In Kijken (medeklinker) geeft Klaas Touwen een beschouwing over dezelfde bundel. Waarbij hij afsluit met de opmerkelijke conclusie dat de dichter zich wijdt aan autonome kunst en daarbij de ervaring opdoet een bundel te hebben gemaakt die hij niet beoogde.

    Van Maaike Meijer (auteur biografie van M. Vasalis) een bespreking van Een ziektegeschiedenis van de dichter (en als recensent aanwezig in deze editie) Menno van der Beek. Deze bundel las Meijer als een van de 165 bundels die zij in haar hoedanigheid van juryvoorzitter, las voor de VSB Poezieprijs 2011. Een raadselachtige bundel die Meijer ook na meerdere malen herlezen ‘niet helemaal in de vingers’ kreeg. In deze uitvoerige bespreking lijkt dat haar, zo op het oog, wel gelukt te zijn. Hoewel, net als met de Ballade van een gasfitter van Gerrit Achterberg blijkt ook Een ziektegeschiedenis ‘tot op zekere hoogte oninterpreteerbaar’. Boeiend is het zeker, deze anatomie van een gedicht te lezen.

    Verder een gedicht van W.B. Yeats De wederkomst, in een vertaling van Menno van der Beek. Van Dingeman van Wijnen schrijft een inleiding op het verhaal De degredatie van Sint Joris van de Italiaanse schrijver Eugenio Corti (1921). Benno Barnard bespreekt in Mijn gedichtenschrift een gedicht van Wiel Kusters uit zijn bundel Bewaarmachinist (2011).
    Meer gedichten van Hans Dingemans Laten we gaan,  Anthony Carelli Vers vertaald [1].
    Juliën Holtrigter (pseudoniem Henk van Loenen) dicht mooie beelden. Zoals in onderstaand fragment van De wind is gaan liggen (uit: Snijderseiland):

    ‘De wind is gaan liggen, de stad schoon geblazen.
    Erboven een hemel aan onsamenhangende strepen.
    en nevels. Alsof iemand een schoolbord
    vol heeft geschreven en daarin blind is gaan vegen.
    (…)
    Je kunt je ogen wel sluiten maar geuren
    zijn niet te negeren.’

    Liter

    Uitgegeven door: Stichting Liter
    Verschijnt 4 keer per jaar.
    Prijs los nummer: 9,50
    Abonnementen: € 33,- (studenten € 28,-, buitenland € 51,-)