• Spanning tussen stijl en inhoud

    Spanning tussen stijl en inhoud

    Recensie door Melchior Vesters

    Het oeuvre van Peter Terrin lijkt een duidelijke poëtica te bevatten. In 2013 schreef Hans Demeyer in het Kritisch lexicon van de moderne Nederlandstalige literatuur: ‘Het werk van Terrin vertoont een grote mate aan consistentie. Telkens schetst hij een wereld- en mensbeeld dat van elke orde of zekerheid ontdaan is. (…) Centraal in Terrins wereldbeeld is dat het bestaan zich niet volgens enige wetmatigheid of logica ontwikkelt.’ Zo’n wereldbeeld zou je postmodern kunnen noemen; in ieder geval is de afwezigheid van orde en logica ontwrichtend voor een lezer. Terrins laatste roman, De gebeurtenis, biedt door abrupte perspectiefwisselingen en veel open plekken een desoriënterende ervaring. De lezer moet moeite doen; het is de vraag of de verhaalinhoud dit waard is.

    Vooraf vermeldt Terrin dat een opinie over romans, geuit door het personage Willem, is ontleend aan Nobelprijswinnaar Olga Tocarczuk. Het betreft: ‘Het is onmogelijk om een consistent, rechtlijnig verloop van oorzaak-gevolg in een verhaal op te bouwen. Op zijn best is dat een benadering van onze ervaring. In de plaats daarvan is het nodig om een geheel samen te stellen uit verschillende deeltjes, die allemaal wijzen op verbondenheid. Constellatie, niet opeenvolging, draagt de waarheid in zich.’ (p.58) Dit citaat sluit ook goed aan bij Terrins genoemde poëtica van werkelijkheid als constellatie. Deze overtuiging is terug te vinden in de compositie van De gebeurtenis. De roman bestaat uit hoofdstukken die de namen van personages dragen: de lezer krijgt steeds vanuit een ander perspectief informatie. Ook binnen hoofdstukken wisselt Terrin veel en abrupt van perspectief. Zo ontstaat inderdaad een constellatie, niet zozeer een toegankelijke opeenvolging.

    Onderbroken hoofdlijn

    De belangrijkste verhaallijn betreft Willem, een inmiddels overleden blinde auteur wiens geest via een weinig aannemelijk gemaakte sci-fi-techniek weer tot spreken kan worden gebracht. Willem heeft ideeën voor zijn laatste roman gegeven aan zijn op hem verliefde typiste Juliette. Zo brengt zij post mortem zijn laatste roman tot stand, tegen de wil van Willems jonge weduwe en voormalige maîtresse Femke. Uit toewijding brengt Juliette de roman uit; zij is bezeten door zijn uitspraak ‘Het is precies zoals ik wil’, totdat zij ten slotte een andere man kust. Zo bezien is deze hoofdlijn een nogal dun plot over een buitenechtelijke affaire.

    De hoofdlijn wordt in drie hoofdstukken vanuit Juliette verteld. De afwikkeling ervan wordt onnodig lang onderbroken door zeven andere hoofdstukken met in wezen onbelangrijke bijfiguren. Deze lijken te zijn opgenomen om nog meer mensen met verlangens te tonen. Juliette woont onder Rosa; Rosa speelt toneel en is de zus van Frederik, die later kinderen krijgt. Kurt is verzorger van bejaarde vrouwen; de lezer krijgt van twee van hen een inkijkje in hun bestaan. Tot slot trouwt Kurt met Rosa en is Juliette op hun feest, waar zij met iemand kust. Centraal in de roman ligt een lang hoofdstuk genaamd ‘Anna’. Dit gedeelte is gebaseerd op een idee dat Willem aan Juliette geeft (p.62): het gaat over Willems eigen leven, zijn terminale vrouw en zijn maîtresse (die later zijn vrouw Femke werd), alleen heten ze in de fictie Michel, Anna en Frouke. Een dramatisch hoogtepunt ligt in Froukes aanwezigheid bij Anna, die te ziek is om de situatie werkelijk te bevatten.

    Toch is De gebeurtenis een roman die zelden kan boeien. Er is te weinig conflict of actie, en wat is nou ‘de’ gebeurtenis? Conceptueel lijkt het te draaien om een idee dat Willem aan Juliette vertelt: Michel en Frouke komen in een museum en stoppen voor een bord met rode stip: ‘U bevindt zich hier.’ Dit concept vindt Willem bijzonder grappig: ‘Ze weet niet waar ze is. Het staat er, voor haar neus, ze is hier. (…) Deze vrouw heeft gereisd, ze denkt dat ze de wereld kent, dat ze heel wat voorstelt. Maar hier kan ze niet vinden. De schat. Ze is er al, ze is hier, iedereen is altijd hier.’ (p.62) Het belang van deze passage wordt onderstreept wanneer ‘U bevindt zich hier’ de titel van Willems door Juliette voltooide roman wordt. Je kunt de passage filosofisch opvatten: wat met ‘hier’ wordt aangeduid, is onzeker – een bekende postmoderne kwestie over (de onmogelijkheid van) het refereren van tekens. ‘De’ gebeurtenis zou kunnen zijn dat iemand hierover nadenkt en zich gedesoriënteerd voelt. Een intelligent concept, maar niet spectaculair.

    Complexe literaire structuur

    Terrins boek valt minder op door de inhoud dan door de vorm. Hij schrijft ‘geserreerd’: gestileerde zinnen die vooral registreren maar juist daardoor een verzwegen diepte suggereren die de lezer erbij kan bedenken. Ingehouden dramatiek en verhalen over verlangens: ze roepen een associatie op met Alles wat is van James Salter. De gebeurtenis is eveneens een zeer literair boek. Helaas gaat bij Terrin op den duur de stijl tegenstaan, bij gebrek aan actie: er is in het hele boek geen dialoog of directe rede te vinden. Door het vele gebruik van de vrije indirecte rede voel je je klemgezet in het hoofd van het ene of andere personage. Hierdoor hebben op zich fraaie zinnen toch een benauwend effect.

    Wel past Terrins stijl goed bij zijn motto, een stukje Flaubert: ‘Naarmate je ouder wordt, raakt het hart als een boom zijn gebladerte kwijt. Tegen sommige windvlagen is niets opgewassen.’ Een ingehouden stijl sluit aan bij stille dramatiek in een ouder hart zoals van Willem, dat wellicht indachtig J.C. Bloem – ‘(…) droef, maar steeds gewender / Zijn heimelijke pijnen draagt.’ Die pijn lijkt met name te vinden in het door Willem bedachte autobiografische hoofdstuk ‘Anna’, maar deze inhoud ligt verstopt in een onnodig complexe literaire structuur. De gebeurtenis vraagt veel inspanning en geeft er weinig voor terug.

     

  • Tekeningen van het naakte leed

    Tekeningen van het naakte leed

    Recensie door Melchior Vesters

    Via fictie de waarheid van de ervaring overbrengen: de Catalaanse auteur Joaquim Amat-Piniella (1913-1974) koos ervoor nadat hij kamp Mauthausen had overleefd. Hij meende ‘door middel van de weergave van een aantal al dan niet bestaande personages een juister en levendiger beeld [te] kunnen geven dan wanneer we ons beperken tot een objectieve beschrijving’. Amat-Piniella voltooide de eerste versie van zijn verhaal in 1948. Wie het toen had kunnen lezen – de eerste uitgave verscheen overigens pas in 1963 – zou, als tijdgenoot van de auteur en dus ook van de oorlog, vermoedelijk onder de indruk zijn geweest. De vraag is of driekwart eeuw later die ‘waarheid van de ervaring’ nog steeds overkomt. Wat is nog levendig?

    Kampobjecten

    K.L. Reich vertelt het verhaal van de Catalaan Emili – het alter ego van de auteur – die in de Spaanse burgeroorlog voor de Republikeinen heeft gevochten en daarna het Franse leger heeft gediend. Als stateloze gevangene is hij naar Mauthausen gedeporteerd, evenals duizenden andere Catalanen. Het kampbestaan is slopend door het zware werk in een steengroeve, systematische ondervoeding en willekeurige martelingen door SS’ers. In deze plek van verval, waar naar schatting 95.000 mensen zijn gestorven, weet Emili te overleven doordat hij lichter werk krijgt: hij tekent pornografische prenten voor SS-officieren en werkt verder in het kledingdepot. Op al het materiaal van het concentratiekamp staat Konzentrations Lager Reich. Het alomtegenwoordige K.L-Reichlogo drukt op de gevangenen mentaal een stempel: zij zijn kampobjecten. De roman, met logo op de kaft, is dat ook.

    De centraal staande menselijke ervaring is ontmenselijking: gereduceerd worden tot bezit, in dit geval van het Derde Rijk. Een literaire verwerking van zo’n ervaring is niet uniek, denk aan beroemde voorbeelden zoals de memoires van Frederick Douglass (1845) en de Aantekeningen uit het dodenhuis (1862) van Dostojevski. Stijl speelt bij het invoelbaar maken van ervaringen een grote rol. Dostojevski hanteerde bijvoorbeeld de ik-vorm en beschreef de smerigheid van het Siberische kamp waar hij van 1849-1853 dwangarbeid verrichtte op uitgebreid realistische wijze, waardoor de extremiteit ten volle aankomt. Samen met uitvoerige psychologische schetsen, niet gespeend van ironie, heeft Dostojevski een stijl vol tijdverdichting die de lezer werkelijk zijn ervaring in trekt.

    Persoonlijke vertelling

    Amat-Piniella heeft andere stilistische keuzes gemaakt. Het meeste wordt personaal verteld en beoordeeld vanuit Emili. Van tijdverdichting is weinig sprake: de lezer krijgt soms alleen de uitkomst van een innerlijk proces te zien, zoals wanneer Emili zich realiseert dat hij zich zal verzetten: ‘Het nazisme trachtte zijn vijanden fysiek te vernietigen, en voor het geval het daar niet helemaal in slaagde, schiep het een atmosfeer die hen in moreel opzicht voor eens en voor altijd moest slopen. Emili zou proberen beide tests te doorstaan. Toen hij die avond ging slapen sloeg hij het bed onbezwaard open (…). Die avond zou hij erop gaan liggen in de zekerheid van de kracht die in zijn binnenste groeide.’ Het was interessant geweest om meer emoties mee te krijgen in de aanloop naar zijn uiteindelijke innerlijk besluit. 

    Aan het eind van het boek, wanneer de gevangen bevrijd zijn door de Amerikanen, is Emili’s innerlijke reflectie ook weer kort: ‘De grote vrede in de wereld kan slechts bestaan als iedereen in zijn binnenste de kleine vrede in zijn ziel voelt. (…) Men hoeft zich alleen maar waarlijk en heel nederig een deeltje te voelen van die beklagenswaardige mensheid, zoals Emili zich nu voelt. Alle andere genoegens die het leven te bieden heeft, zullen daaruit voortvloeien.’ Het zijn bijna de slotwoorden; mooi, maar Emili’s overgang van verschrikkingen naar hoop gaat wel heel snel. Misschien is het de absurde omslag van de levenssituatie, van ten dode opgeschreven naar vrij, die moeilijk uit te drukken is. Anderzijds is Emili elders prima in staat om excessen te beschrijven: een kracht van het boek ligt in de optekening van martelscènes. De lezer wordt ooggetuige gemaakt van het meest naakte leed. Via uitgemergelde, mishandelde lijven wordt de ‘beklagenswaardige mensheid’ voluit voelbaar.

    Bonte stijl

    Het taalgebruik in K.L. Reich schommelt tussen vloeiend in dialogen tot soms merkwaardig formeel bij vertellerscommentaar. Woorden als ‘daarenboven’ en ‘reeds’ voelen ouderwets en weinig levendig; ze zorgen voor een lichte bevreemding. De in totaal toch wat bonte stijl wordt gespiegeld in de uitgave als geheel: na het verhaal zelf volgen een kort nawoord van Amat-Piniella, een langere en zeer lezenswaardige analyse van literatuurwetenschapper Marta Marín-Dòmine, een briefwisseling tussen de auteur en zijn uitgever en tot slot een notenapparaat. Deze informatie over het boek zelf maakt van de uitgave een tweetrapsraket die vooral voor academici/historici van belang is.

    Wie zoekt naar een oorlogsverhaal door een getuige, kan gedesoriënteerd raken door het ontbreken van de ik-vorm en de soms afstandelijke stijl. Wie echter interesse heeft in de genese van een boek ten tijde van Franco’s censuur, of in de overlevingsgeschiedenis van Catalaanse communisten in Mauthausen, of ten slotte in een literatuurwetenschappelijke analyse van hoe een verhaal effect sorteert op de lezer, kan in K.L. Reich een verrassende vondst doen.

     

     

  • De hardnekkigheid van eerste liefde

    De hardnekkigheid van eerste liefde

    Recensie door Melchior Vesters

    De eerste keer dat je echt van iemand houdt laat een indruk na. Komt de relatie ten einde, dan hakt dit er zo in dat het jaren kan duren voordat de sporen van de ander zijn verdwenen – en misschien gaan ze nooit meer weg. Met Engeland is gesloten (2004) richtte Rob van Essen een monument op voor zijn eerste liefde. Indertijd raakte deze roman snel in de vergetelheid, zoals Van Essen stelt in het nawoord bij de heruitgave (2022). Maar dit lot past zo’n monument niet; mogelijk was dit de reden voor herdruk. Eerste liefde laat niet los, vraagt om een tweede kans.

    Er is de laatste jaren meer van Van Essens werk heruitgegeven, zoals zijn debuut Reddend zwemmen (1996), het briljante Visser (2008) en een bundel korte verhalen (Een man met goede schoenen, 2020). Engeland is gesloten is het meest autobiografisch: Van Essen werkte in de jaren tachtig als barkeeper in een Amsterdamse jeugdherberg, waar hij zijn eerste liefde had en waar hij ongetwijfeld ook weleens The Smiths draaide. Deze culthelden komen vaak ter sprake, ze vormen melancholisch muzikaal behang bij een levensperiode die Van Essen voorbij is maar tegelijk met zachtheid beschrijft.

    De titel en kaft – een witte en een zwarte zwaan – verwijzen naar een kinderliedje en op de eerste bladzij richt de verteller zich tot de lezer om expliciet te benadrukken dat dit aansluit bij de structuur van boek. Om en om spelen twee verhaallijnen: éen in de jaren tachtig waarin protagonist Thomas, barkeeper in kraakpand De Nachtwacht, zijn eerste liefde beleeft met de Engelse Iris. De tweede speelt in 1999. Thomas is allang klant van de Sociale Dienst, al houdt tegenover zijn postbode de schijn op. Hij werkt aan een boek over zijn eerste liefde en soms ziet hij twee vrienden van De Nachtwacht nog: ‘Kraai’ is fietsenmaker geworden en Godfried een geflopte kunstschilder die wel flink heeft verdiend als manager bij een hamburgerketen.

    Toen

    Je zou kunnen zeggen dat het heden van 1999 vrij troosteloos is, waarbij het verleden – dat door verschillende personages kritisch wordt bekeken – des te romantischer afsteekt. Een donker soort verlangen, naar de tijd van neergang in de kraakbeweging (de beroemde brandende tram in 1982, na de ontruiming van kraakjuweel de Lucky Luijk), hoge jeugdwerkloosheid en oud idealisme dat het aflegt tegen opkomend neoliberalisme. Maar toch was er liefde. Als lezer moet je je dus tegelijk kunnen wentelen in verlangen en wanhoop, dan grijpt een verwijzing naar Echo & the Bunnymen – ‘The Killing Moon’ je des te meer naar de keel.

    Over de liefde schrijft Van Essen op ingetogen wijze, waarmee hij het tedere van elkaars lichaam verkennen overbrengt: ‘Natuurlijk begonnen we voorzichtig. Toch was het vanzelfsprekender dan ik had gedacht, en vertrouwder. Zo was ze van dezelfde temperatuur als ik, en gemaakt van hetzelfde materiaal. (…) Maar ook al was ze dan van hetzelfde materiaal gemaakt, ze rook anders, ze proefde anders, het materiaal was anders gerangschikt; en het vertrouwde en het raadselachtige stroomden samen tot iets dat opwindend, maar niet bedreigend was.’ Ongeacht het noodlot van eerste liefdes – om te eindigen – is dit een moment van waarheid en pracht.

    Nu

    Veel directer zijn de stemmen in het verhaalheden van 1999. Thomas wordt vooral door zijn postbode en door Kraai geconfronteerd met negatieve oordelen over het verleden. Alle mannen hebben met elkaar gemeen dat ze gestudeerd hebben maar er niks mee hebben gedaan; wellicht delen zij een teleurstelling die de verklaring vormt voor het ontbreken van idealen of een sociaal verlangen in het heden. Je zou er anno 2022, na veertig jaar neoliberalisme, een commentaar in kunnen lezen op de generatie van Thomas die in de jaren tachtig bleef steken bij toeristen bier serveren en steeds dezelfde cassettebandjes draaien.

    Misschien is het door de anticlimax in beide verhaallijnen dat de roman niet geheel bevredigt. Er zijn te weinig dialogen te zien om de relatie Thomas en Iris dieper te doorvoelen; was er volgens Iris ooit perspectief op meer dan een zomerliefde? Het plot in 1999 mist een overtuigde stem: de postbode heeft Van Essen gebruikt – getuige het nawoord – als spreekbuis voor zijn reflecties, maar deze blijft een bijfiguur. Er had wat meer confrontatie tussen stemmen kunnen zijn, maar het lijkt alsof de Thomas van 1999 – die nog aan zijn boek werkt – zijn stem nog niet helemaal heeft gevonden.

    Meer of minder terecht kan je zeggen dat ook voor Van Essen als auteur geldt dat hij zijn ‘stem’ nog moest vinden. Zo bezien is het de vraag of deze roman zich aan de vergetelheid weet te ontrukken anders dan als ‘het boek vóór Visser’, zijn doorbraak. Wanneer in een passage het Meester Visserplein in Amsterdam even langskomt, is dat dan een vooraankondiging, verre ster aan de hemel? Maar zo snel ontkom je weer niet aan Engeland is geslotenen aan de maan, die zachte indringende killing moon.