• Het mysterie van de eerste sekse

    Het mysterie van de eerste sekse

    In de door Maartje Laterveer samengestelde essaybundel Wolf uit 2019 beantwoorden dertien vrouwen de vraag ‘Wat maakt de vrouw?’ In Sfinx, het logische vervolg op Wolf, buigen dertien mannen (schrijvers, journalisten, redacteurs, historici en essayisten) zich daarom in even zoveel essays over het verschijnsel ‘man’. Volgens Simone de Beauvoir in De tweede sekse (1949) wordt een vrouw niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt. Wat betekent dat dan voor de ‘eerste sekse, wordt die wel als man geboren, en zo ja, wat betekent dat dan? Het staat vooraf uiteraard buiten kijf dat ‘de man, net als ‘de vrouw’ niet bestaat. Toch is Sfinx een interessante bundel omdat de auteurs zich vanuit allerlei invalshoeken ‘eerlijk en diepgaand’ gebogen hebben over het fenomeen “man”.

    Achterstand van 1-0

    De rol van de man is in de afgelopen decennia veranderd, mede door de emancipatie van de vrouw, betoogt Laterveer in haar inleiding. Van oudsher is mannelijkheid verbonden met ‘dominantie, leiderschap, voetbal en onafhankelijkheid’, terreinen waar vrouwen steeds zichtbaarder zijn geworden. En om in voetbaltermen te spreken staan mannen volgens Laterveer inmiddels zelfs met 1-0 achter; waar meisjes namelijk het mooiste meisje van de klas zouden moeten zijn, moeten ‘jongens het mooiste meisje van de klas veroveren’. De wat mysterieus aandoende titel Sfinx wordt uitgelegd middels een kat die op het omslag prijkt, verwijzend naar een diersoort die relatief veel aandacht zou opeisen. In de Griekse mythologie stond een sfinx daarnaast bekend als half vrouw, half adelaar en in de Egyptische als half man, half leeuw. Mannen krijgen, net als vrouwen, ‘etiketten opgeplakt die helemaal niets met hun werkelijke identiteit te maken hoeven te hebben, en die hen in beginsel net zo onvrij maken als vrouwen.’ Vrijheid blijkt voor mannen dus evenmin een vanzelfsprekendheid te zijn als voor vrouwen. 

    Macht

    In Sfinx houdt Casper Thomas zich in het essay waar de bundel mee begint bezig met een zoektocht naar het succes van leiders als Trump, Poetin, Modi en Bolsonaro. Hij ziet een opkomst van een antiliberale politiek die gedreven wordt door ‘mannelijke dominantie en stoffige rolpatronen.’ In zo’n klimaat van macht en overheersing moest wel een beweging als MeToo ontstaan, volgens Hans Hogenkamp omdat ‘de man vindt dat de vrouw de macht heeft omdat zij hem kan weigeren, maar in de ogen van de vrouw de man de macht [heeft] omdat hij haar kan dwingen.’ Op humoristische wijze schetst Hogenkamp de verwarring waar mannen onder gebukt gaan als het gaat om die machtsverhoudingen. Rutger Lemm constateert dat hij als vader anders op zijn kind reageert dan zijn vriendin en vraagt zich af waar zijn egocentrisme en luiheid vandaan komen. Hij komt tot de conclusie dat ‘er altijd wel een vrouw is die dat mogelijk maakt.’ En over patriarchaat gesproken: ook Thomas Heerma van Voss en Lotfi El Hamidi zien daarmee een duidelijke relatie. De eerste vraagt zich af in hoeverre het feit dat hij als man geboren is doorslaggevend is geweest voor wie hij geworden is, de tweede legt uit dat wanneer mannen tot God bidden om hen een zoon te schenken, is dat niet alleen vanwege status of het doorgeven van een familienaam, maar ook ‘omdat ze zelf weten in welke niet te benijden positie vrouwen in de samenleving terechtkomen.’ Een pijnlijke constatering.

    Waar is de oerman gebleven

    Passages als bovenstaande zetten de lezer aan het denken. In vrijwel ieder essay zijn ook min of meer humoristische overwegingen te vinden, bijvoorbeeld het advies van Mohammed Benzakour aan ‘identiteitsworstelaars’ om een hengel aan te schaffen, of verhelderende uiteenzettingen, zoals het door Martin de Haan zeer genuanceerd uitgelegde standpunt van Michel Houellebecq over vrouwen en mannen, of verontrustende zaken zoals de cijfers die Nathan Vos schetst over het aantal zelfdodingen onder mannen. Maxim Februari schrijft een heel persoonlijk stuk waarin hij uiteenzet dat zijn manbeeld ooit ontleend was aan maatschappelijke structuren, dat mannen (en vrouwen) niet geboren worden maar gemaakt (zoals De Beauvoir indertijd ook al betoogde), maar dat hij tot de ontdekking is gekomen dat mannelijkheid in wezen ‘iets puur statistisch’ is. Peter Giesen relativeert de rol van de oerman als heroïsche jager; de ‘prehistorische rolverdeling was volgens hedendaagse archeologen lang niet zo stereotiep als vaak wordt aangenomen.’ Tjeerd Posthuma en Maurits de Bruijn maken de lezer er vooral van bewust dat mannen kwetsbare wezens kunnen zijn, dat er ook van hen misbruik kan worden gemaakt en dat kleedkamers het toneel van afwijzing kunnen zijn. Met het laatste essay, van Jan van Mersbergen, heeft Laterveer voor een prachtig en evenwichtig einde van haar bundel gekozen. Vanwege een nogal moeizame relatie met zijn ex besluit Van Mersbergen dat hij het niet meer wil hebben over mannelijk en vrouwelijk. Het gaat volgens hem om ‘evenwicht, verantwoordelijkheid, doen en zorgen’. Dat zorgen is niet typisch vrouwelijk, dat is volgens hem gewoon een werkwoord en egoïsme is niet typisch mannelijk, het is onzijdig.

    Genuanceerd en persoonlijk

    Laterveer heeft een bundel samengesteld waarin door de auteurs op genuanceerde en vaak ook persoonlijke wijze wordt nagedacht over de complexiteit van mannelijkheid. Er komen thema’s naar voren als vriendschap, macht, verantwoordelijkheid, kwetsbaarheid en schaamte die door mannen weliswaar anders worden beleefd dan door vrouwen, maar die voor beide seksen relevant blijken te zijn. Sfinx is een veelzijdige bundeling van essays die stuk voor stuk stof tot nadenken geven, maar waarin het verschijnsel ‘man’ gelukkig ook nog voldoende mysterie overhoudt.

     

  • C.C.S. Croneprijs 2019 voor Maxim Februari

    C.C.S. Croneprijs 2019 voor Maxim Februari

    De  driejaarlijkse C.C.S. Crone oeuvreprijs gaat dit jaar naar schrijver en columnist Maxim Februari. De jury koos unaniem voor Februari vanwege zijn oeuvre dat op uitzonderlijk hoog niveau in romans, columns en wetenschappelijk werk de waarde van literatuur voor een veranderende wereld aantoont.

    De jury vindt Maxim Februari een schrijver die een unieke plaats inneemt in de Nederlandse letteren. Zijn meest recente roman Klont (2017, Prometheus) ‘is een kritisch en humoristisch meesterwerk dat op sublieme wijze uiteenlopende personages en verhaallijnen verbindt en tevens relevante overwegingen bevat over de dataficering van onze samenleving’, aldus de jury. Onlangs verscheen het boek De onbetrouwbare verteller, een verzameling essays, columns en een kort verhaal.

    Maxim Februari is een pseudoniem van Maximiliaan Drenth en groeide op in Overvecht. Hij studeerde Nederlands recht en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht.
    De prijs, waaraan een bedrag van € 10.000 verbonden is, wordt op 11 januari door wethouder Anke Klein uitgereikt.

    De C.C.S. Crone Prijs is vernoemd naar de Utrechtse schrijver Cornelius Carolus Stephan Crone (1914 -1951). Hij schreef in de jaren ‘30 en ‘40 droevige verhalen die meestal in Utrecht plaatsvonden. Sinds 2002 reikt de gemeente Utrecht in samenwerking met het International Literature Festival Utrecht de prijs uit aan schrijvers die wonen, werken of hun wortels hebben in Utrecht.

  • Maxim Februari over zijn roman ‘Klont’ en over de roman, die leeft

    Schrijver-filosoof Maxim Februari vertelt over de roman, dat die nog springlevend is. Peter Gielissen in gesprek met de schrijver over zijn roman Klont. Over macht en onmacht, de dood van de roman, levenslust en liefde en repressie in tijden van data. Deze video is een fragment van en langer gesprek op Parmando.com/watch.

  • Maxim Februari heeft Heldringprijs voor zijn columns ontvangen

    In het afgelopen weekend ontving schrijver, essayist en columnist Maxim Februari de Heldringprijs voor zijn columns in NRC. De prijs werd uitgereikt tijdens de Nacht van NRC in Rotterdam. Februari schrijft wekelijks een column voor de opiniepagina van NRC. Volgens de jury bespreekt Februari de grote thema’s van deze tijd. De jury roemt de columnist als ‘een origineel schrijver en denker en een geweldig stilist met een fijnzinnig gevoel voor humor.’

    Juryvoorzitter Xandra Schutte: ‘Februari schrijft op een literaire manier over actuele thema’s.’ Schutte tekende daarbij aan dat het bijzonder is waarop de columnist hiervoor de ik-vorm gebruikt: ‘Het is niet een alledaagse autobiografische “ik”, het is een literair stijlmiddel: op een persoonlijke manier nodigt hij de lezers uit om in zijn hoofd te komen om mee te lopen in een gedachtegang.’

    Maxim Februari (pseudoniem voor Max Drenth, Coevorden, 1963) schrijft naast columns ook romans. In 1989 debuteerde hij met de roman, De zonen van het uitzicht, waarvoor hij in 1990 de Multatuliprijs ontving. In 2007 volgde De Literaire Kring. Van 1999 tot juli 2010 schreef Februari columns voor de Volkskrant; in augustus 2010 stapte hij als columnist over naar NRC Handelsblad.  In 2013 kreeg hij veel aandacht voor zijn persoonlijk leven door het boek De maakbare man: Notities over transseksualiteit. In 2017 verscheen de goed ontvangen roman Klont (2017).

    De prijs is vernoemd naar de Nederlandse journalist en columnist Jérôme Louis Heldring (1917 – 2013). Hij was eerst columnist voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC) en vervolgens voor NRC Handelsblad waar de NRC na een fusie met het Algemeen Handelsblad in opging. Heldring was een van de conservatieve denkers van Nederland. Zijn columns vormden een ijkpunt voor Nederlanders met belangstelling voor (internationale) politiek. Zijn laatste column verscheen op 5 april 2012. Sinds dat jaar reikt NRC elk jaar de Heldringprijs uit aan de beste journalistieke columnist van het afgelopen jaar.

    Overige genomineerden waren James Kennedy (Trouw), Frank Kalshoven (VK), Ariejan Korteweg (VK, Rob Hoogland (Telegraaf), Max van Weezel (VN), Luuk van Middelaar (NRC).

     

    I. v/d G.

    Foto: Wikipedia