• Ongefrankeerde brieven

    Ongefrankeerde brieven

    Als Max Niematz op 20 februari 2020 Anton Dautzenberg per mail benadert met het voorstel een correspondentie te starten in de vorm van Ongefrankeerde brieven met als oogmerk deze ‘in een volgend leven nog eens onder die noemer te publiceren’, reageert Dautzenberg enthousiast. Deze correspondentie krijgt uiteindelijk zijn weerslag in Zonder schrammen vaart niemand wel. Deze gepubliceerde briefwisseling zou wel eens de geschiedenis in kunnen gaan als een van de laatste in zijn soort in de Nederlandse literatuur. Wie schrijft er immers nog brieven?

    Max Niematz is een wat oudere schrijver van gedichten, verhalen en romans. Geboren in Tilburg is hij woonachtig in Oost-Groningen. Financieel redelijk onafhankelijk leeft hij voornamelijk voor het schrijven en is hij wars van veel publiciteit. Anton Dautzenberg is 25 jaar jonger. Hij publiceert regelmatig korte verhalen, romans, toneelstukken en publicaties over hard-rockmuziek alsmede geëngageerde pamfletten. Hij geniet een zekere bekendheid als voorvechter van het vrije woord, wat hem niet altijd door iedereen in dank wordt afgenomen. Beiden zijn geen ‘sellers’ zoals Dautzenberg opmerkt. Zij schrijven voor een klein publiek. Terwijl Niematz geen veelschrijver is en jaren over een boek kan doen, schrijft Dautzenberg veel sneller. Het werk van Niematz draagt een sterk dramatisch-psychologisch karakter en balanceert op het snijvlak van verbeelding en werkelijkheid. Dautzenberg experimenteert veel met vorm en inhoud. Gemeenschappelijk hebben ze hun relatie met Tilburg. Niematz is daar geboren en getogen. Hij heeft een nogal ambivalente haat/liefdeverhouding tot die stad. Dautzenberg woont daar al jaren en is zelfs ooit gekroond tot stadsdichter van Tilburg.

    Wie ben ik eigenlijk?

    In hun boek Zonder schrammen vaart niemand wel bewijzen Niematz en Dautzenberg hoe betreurenswaardig het verdwijnen van de briefwisseling is als medium om met elkaar van gedachten te wisselen. Grote thema’s waarvoor schrijvers zich gesteld zien passeren de revue.  Zij bestrijden de gedachte van Gerbrand Bakker dat de schrijver in zijn dagboek eerlijker is dan in zijn romans. Taal vervormt de gedachten sowieso en beiden zijn het erover eens dat het onderbewustzijn ‘eerlijker’ is dan het bewustzijn en dat daarom aan de verbeelding ontsproten verhalen te prefereren zijn boven realisme. Alleen gaat het Niematz niet zozeer om eerlijkheid tegenover de buitenwereld, maar om het  spel van avontuur en verleiding, de lezer in verwarring te brengen door meer vragen op te roepen dan te beantwoorden. Het gaat hem om eerlijkheid tegenover zichzelf. De focus van Niematz ligt veel meer op zichzelf dan die van Dautzenberg. In het klein wordt deze kwestie zichtbaar in de soms hoogoplopende discussie waarin Dautzenberg zich afvraagt waarom Niematz zichzelf ‘verbergt’ in een pseudoniem. Zijn ‘werkelijke naam’, aldus Dautzenberg, is toch Jan Hombergen? Niematz daarentegen wenst zijn eigen werkelijkheid te creëren en niet overgeleverd te zijn aan een toevallige naam die hij bij zijn geboorte heeft gekregen. Zo wordt een groot thema persoonlijk gemaakt en daardoor invoelbaar en leesbaar.

    Een evenwichtig duet

    De briefwisseling geeft ruimte aan het uiten van persoonlijke gevoelens over eenzaamheid, gezondheid, gram ten aanzien van uitgevers en recensenten, geldgebrek, maar ook aan bespiegelingen over gelukkige momenten van liefde, empathie ten aanzien van relaties, mooie boeken en wandelingen in de natuur. Het bijzondere van deze briefwisseling is dat je Niematz en Dautzenberg niet alleen leert kennen door hun eigen bril, maar ook door die van de ander. Dat geeft een absolute meerwaarde aan het genre. Zo lijkt Dautzenberg meer in de actualiteit van het moderne leven te staan, is zijn schrijfstijl korter, directer en soms vlijmscherp. Hij heeft de behoefte zijn vinger aan de polsslag van de tijd te houden. Dit maakt hem controversiëler. Dit zie je ook terug in deze briefwisseling. Zo verwijt Niematz hem te willen shockeren door te koketteren met het feit dat hij nog wekelijks de Donald Duck leest als een ‘opgestoken middelvinger naar het intellectualisme van de Oek de Jongen en Robert Ankers onder ons’. Dit leidt tot een felle woordenwisseling en een discussie over hoogcultuur en laagcultuur. Als in een evenwichtig duet dagen Niematz en Dautzenberg elkaar voortdurend uit door te provoceren en te reageren. Soms is het Dautzenberg die het voortouw neemt en dan weer Niematz. Niematz leeft veel meer teruggetrokken, schrijft breedvoeriger, maar zijn stilistische bekwaamheid geeft zijn argumentatie soms de kracht van schijnbare onontkoombaarheid. Het gevolg is een liefdevol gevecht in woorden. De briefwisseling heeft een prachtige spanningsboog, waarbij het wederzijds respect altijd zorgt voor een fijne inbedding. Natuurlijk is dit niet zomaar een mooie briefwisseling tussen twee mensen. Beiden zijn schrijver. Voortdurend zijn zij bezig elkaar en dus zichzelf te bevragen over hun verhouding tot hun schrijverschap. Waarom schrijven wij? Waarom schrijven wij zoals we schrijven? Voor Niematz gaat het om de relatie kunst-leven. Misschien is het leven alleen dragelijk door bezig te kunnen zijn met kunst. Hij ontleent zijn identiteit aan de kunst van het schrijverschap. Voor Dautzenberg is dit te benauwend, hij zou zich te veel een gevangene voelen van een constructie, verdwaald in een zelfontworpen literair labyrint. Dautzenberg ziet zijn schrijverschap veel meer in relatie tot de wereld.

    ‘Ik ben een gevoelsmens, Anton, het beetje verstand dat me is gegeven, zet ik in om niet te verzuipen in sentimenten.

    Zonder schrammen vaart niemand wel is een prachtig boek. De titel geeft al aan dat het gaat om een gesprek tussen twee mensen, die zich gesterkt voelen door wat ze hebben gezien in- en ervaren hebben aan het leven. Hoewel het een boek is, waarin de schrijvers niet schromen zich bloot te geven in persoonlijke ontboezemingen, overstijgt het ontegenzeglijk dit niveau. Het gaat over universele waarden waarmee iedereen op zijn eigen manier te maken krijgt, ook al ben je geen schrijver. Door zich kwetsbaar op te stellen krijgt het boek een innemend en soms zelfs ontroerend karakter. Het is een boek om zorgvuldig te lezen, lekker langzaam, en dan nog een keer te herlezen.

     

  • Een bosbouwer en zijn drie zonen

    Een bosbouwer en zijn drie zonen

    Beeldend kunstenaar en schrijver Max Niematz, wordt door een kleine groep liefhebbers van zijn werk nauwlettend gevolgd en hoog gewaardeerd. Sinds 1987 heeft Niematz drie dichtbundels, een verhalenbundel en zeven romans gepubliceerd. Nu verscheen acht jaar na zijn laatste roman, Smeulende vuren, bloedend hout. Bosbouwer Seefaert noemt zijn pasgeboren zoon Douglas, omdat hij op de dag van zijn geboorte met flinke winst een perceel met Douglassparren verkoopt. Douglas, de ik-figuur in de roman, is de jongste van drie zonen.

    Phill, de oudste, is beoogd opvolger  van zijn vader. Hij werkt bij een bank en helpt in de familieonderneming met de veelzeggende naam De Domeinen. Zijn broers beschouwen hem als ‘lichtelijk gladjes’. De andere broer, klimsporter en kunstverzamelaar Jefferson, is genoemd naar een van de Founding Fathers en de derde president van de VS en heeft ‘de feestzomers’ uit zijn jeugd achter zich gelaten. De drie broers hebben zeer uiteenlopende karakters. Dat leidt tot pittige discussies en stevige conflicten. Toch breken ze nooit definitief met elkaar. De wankele familieband tussen hen is een belangrijk spanningselement in de roman en verwijst naar de titel.

    Douglas onderscheidt zich van de twee, omdat hij zich als schrijver wil ontwikkelen. Wanneer de broers het ouderlijk huis verlaten, blijft Douglas met zijn ouders en het personeel achter. Om niet het contact met de werkelijkheid te verliezen gaat hij wekelijks naar een letterengenootschap in Rotterdam om schrijvers te ontmoeten en de literaire wereld te leren kennen. 

    Schrijven met artritis

    Smeulende vuren, bloedend hout is een ontwikkelingsroman, waarin de geestelijke ontwikkeling van de jonge schrijver Douglas beschreven wordt. Allerlei personages uit zijn omgeving beïnvloeden hem. In de eerste helft van de roman gebeurt weinig. De dialogen tussen de drie broers, hun denken over hun persoonlijke toekomst en de reflecties van Douglas op zijn ontwikkelende schrijverschap bepalen de primaire verhaallijn. In de onderliggende laag reflecteert Douglas voortdurend op aspecten van het schrijverschap. Dat is nodig, want het schrijven gaat hem niet gemakkelijk af. Ook fysiek niet: hij heeft artritis in zijn handen. Bij zijn bezoeken aan de literaire club ontmoet hij twee personen, die belangrijk worden in zijn schrijversleven. De eerste is behept met de sprekende naam Roepert Haveland, een jonge bewonderaar van Niematz’ eerste romans, maar ook iemand die zijn werk en levenshouding buitengewoon kritisch kan becommentariëren. De tweede is Melchiot, een vreemde vogel die zich in de literaire club ontplooit tot een dwangmatige, religieuze sekteleider. Hij krijgt een steeds grotere groep volgelingen, ook Jefferson maakt daar deel van uit.

    Over jezelf schrijven

    Roepert Haveland en Douglas sluiten zich niet aan bij deze beweging. Ze worden geleidelijk twee eenlingen die elkaar bij tijd en wijle opzoeken. Roepert is een man van verhalen, van smakelijke anekdotes, van wilde ideeën en allerlei vormen van dwarsdenken. In de roman is hij de literaire tegenhanger van de schrijver Douglas die hem allerlei ideeën influistert of toeroept. Hierdoor ontstaat een boeiende strijd tussen twee krachten: Douglas, het romanpersonage van de schrijver, die tegenover Roepert staat, het alter ego van diezelfde schrijver. Metaforisch gezien is hij het literaire geweten van Douglas. Daarmee is Smeulende vuren, bloedend hout tevens een roman over het schrijver worden. De literaire club waaruit onder leiding van goeroe Melchiot een spirituele club is gegroeid, staat voor de negatieve kanten van de literaire wereld, waar Douglas en Roepert geen deel van willen uitmaken.         

    Het schrijverschap, het enigszins buiten de werkelijkheid staan van het schrijverspersonage, het uitstellen van heftige gebeurtenissen, alsook het verdwijnen van zijn schrijversdrang zijn thema’s die in Niematz’ vorige roman In de schaduw van toekomstige rampen een prominente rol speelden. De thematiek van Smeulende vuren, bloedend hout sluit hier naadloos op aan. Ook Douglas stelt aan zichzelf vragen als: ‘Want over jezelf schrijven, kan dat? Hoe kun je als schrijver én een personage zijn én de bron van verbeelding waaruit dat personage voorkomt? Hoe tegelijk waarnemer en waargenomene zijn?’ 

    Een dood voorwerp

    De mogelijke antwoorden zijn in de roman terug te vinden. Niematz werkt net als in zijn vorige romans de personages en hun onderlinge relaties gedetailleerd uit. Om zijn verhaal niet te zwaar te maken past Niematz gedoseerd humor toe, met name in de dialogen. Meestal gaat het om milde ironie, soms is er sprake van venijnig sarcasme, een enkele maal komt bij een personage cynisme bovendrijven. De dramatische gebeurtenissen in de tweede helft van de roman worden niet breed uitgewerkt, maar in enkele woorden zakelijk geregistreerd. Het gaat de schrijver niet om het effect of schrikmoment van een handeling of situatie, het benoemen op zich is voldoende. De spanning van de roman ontstaat voornamelijk in de gesprekken en de gedachten van de personages zelf. De auteur weet de moeder van Douglas lang op de achtergrond te houden zonder dat ze geheel uit het verloop van het verhaal verdwijnt. Uiteindelijk speelt ze na de dramatische gebeurtenissen wat betreft de toekomst van haar jongste zoon een cruciale rol.

    Smeulende vuren, bloedend hout is een zorgvuldig geschreven roman met boeiende personages. Tegelijkertijd is het een verhaal met een gelaagde opbouw die evenwel wat mysterieus blijft. Het boek heeft een lange aanloop naar de meer dramatische gebeurtenissen in het laatste gedeelte en de ontknoping die daarop volgt. Het geeft de lezer op speelse wijze inzicht in een aantal aspecten van het schrijver-zijn. Het eindigt met de woorden van de schrijver Douglas die tegen zijn moeder zegt: ‘Als alles wat jij zegt en doet, ware gezegd en gedaan, wat zou mijn leven dan nog zijn? Een boek hooguit. Op een dag zou er met een doffe dreun een boek op de keukentafel vallen, een mooi boek, een mooi dood voorwerp.’ Dit boek over bosbouw, een ondernemersfamilie en het schrijverschap verdient een groot lezerspubliek. Het wordt tijd dat Max Niematz doorbreekt.

     

     

  • Is het een somber boek?

    Is het een somber boek?

    Recensie door: Lodewijk Lasschuit 

    Als er al een schaduw vooruit wordt geworpen en er ook nog eens rampen in het vooruitzicht worden gesteld, wie heeft er dan nog zin om zich dit boek aan te schaffen, laat staan het aan zijn vrienden ten geschenke te geven? Toegegeven het is geen vrolijke titel maar het valt allemaal reuze mee. En is het literaire gehalte van een boek wel af te leiden van de titel? Er is in het begin toch al direct sprake van hoogachting voor de rol van de literatuur in het maatschappelijk bestel en dat is mooi mee genomen. Toch wordt de hoofdpersoon in het boek in den beginne vaak geconfronteerd met allerlei soorten van misère. De vraag rijst in hoeverre hier sprake is van autobiografische trekjes. De schrijver wordt afgeschilderd als een bezetene die naast die hoedanigheid ook nog eens het vermogen bezit te doen alsof hij een normaal mens is. Hij smeekt zijn uitgever de achterflap van zijn boek niet te degraderen tot een ordinaire anekdote en te dien aanzien niet zijn beurs maar zijn verbeelding te laten spreken Hoeveel schrijvers herkennen zich hierin? Het blijft sukkelen met die achterflap.

    Het zijn vooral de mooie vaak heel originele zinnen die het de moeite waard maken om dit boek te lezen en misschien wel te herlezen. Wat bijvoorbeeld te denken van een passage gewijd aan een college dat de hoofdpersoon heeft bijgewoond: ‘De professor sprak zijn zinnen emotieloos uit zoals een intercom doet over de hoofden van treinreizigers.’ En dan deze: ‘Een schrijver moet, heel zijn verklaarde afkeer van de door speculatief geld gedomineerde beschaving ten spijt, bij die zelfde beschaving aankloppen om zijn werk voor de liefhebber disponibel te krijgen.’

    Maar nu het verhaal. Een schrijver heeft een boek geschreven met als titel Doelloosheid en dat zegt al het een en ander over zijn geestelijke gesteldheid. Als psychoanalyse niet meer blijkt te helpen vertrekt hij naar Wenen, eigenlijk zonder zelf te weten waarom. Het lijkt erop dat hij meer in deze stad is geweest want er wordt een vrij nauwkeurige omschrijving gegeven van de diverse bezienswaardigheden en zelfs van sommige kroegen. Max Niematz probeert zijn lezers soms bladzijden lang, ervan te overtuigen dat hij een grote kennis heeft van de Duitse taal. Daar is hij in geslaagd maar het blijft wel de vraag of dit in een oorspronkelijke Nederlandse roman wel nuttig en nodig is. Tijdens zijn omzwervingen door Wenen en zijn verblijf in diverse pensions ontmoet de hoofdpersoon allerlei merkwaardige mensen waarbij er zich soms ook gebeurtenissen voordoen die moeilijk zijn te plaatsen in het hele verhaal. Wat is bijvoorbeeld de functie van de alligator die plotseling te voorschijn komt uit de hutkoffer van één der bewoners? Was het wellicht de bedoeling om deze krokodil op te laten treden als deus ex machina en op deze wijze een bevredigend slot aan het verhaal te bewerkstelligen? Het slot blijft echter onduidelijk en onbevredigend. Misschien is er een verband met The man from Porlock wiens verschijning de geïnspireerde creativiteit van de schrijver heeft verstoord.

    En toch: Wir sind sehr erfreud Ihre Bekantschaft zu machen Herr Niematz. Vooral om je originele zinnen met de daarin verborgen humor, de spitsvondigheden en de beeldende beschrijvingen van het Weense stadsbeeld.

    In de schaduw van toekomstige rampen

    Auteur: Max Niematz
    Verschenen bij: uitgeverij Atlas Contact,
    Aantal pagina’s: 220
    Prijs: € 19,95