• Onbeschreven blad

    Onbeschreven blad

    Ik las een wonderlijk mooi boek. Helderwit, de titel, Tosca, verticaal in wit reliëf op de voorkant. Drie zwarte bogen, twee opgenomen in de O, vormen gesloten haakjes. Een derde, liggende boog in de C van de titel. Op de achterflap vijf regels van twee tot drie woorden in reliëf, wit als het omslag zelf. Maar kom, nu eerst de roman, dat een lange brief van alter ego May Solovjov aan Daniël is, haar uitgever. Je denkt, hee, medeoprichter van DasMag. ‘Het ontroerde me dat je me het voorbije jaar een paar keer een bericht stuurde met de vraag hoe het ging en wanneer je eens iets van me kon lezen.’ May verontschuldigt zich dat ze het afgelopen jaar niet aan het boek over haar overleden vader werkte. Dat daar iets tussen kwam dat haar leven volledig in beslag nam.

    Ze vertelt over de lezing die ze hield over een Russische dichteres. Dat ze na afloop een portrettekening van haarzelf op haar lessenaar vond. Buiten dat May in het portret ziet hoe sterk ze op haar (Russische) vader lijkt, schenkt ze er niet veel aandacht aan. Een week later leest ze op Messenger, Facebook een bericht: ‘(Geachte mevrouw Slovjov. Dank u wel voor uw lezing over Vanja Lavrova. Ik had er erg naar uitgekeken. het was mijn laatste wens om het te kunnen meemaken. Met vriendelijke groeten, Aline. PS Ik hoop dat u het niet erg vindt dat ik u heb getekend.)’

    Deze tekst en vooral het, ‘mijn laatste wens’, triggert May. Daarna valt haar op dat een meisje met een oranje muts zich overdag ophoudt in de buurt van de faculteit waar ze lesgeeft. Het is Aline uit het bericht. May zoekt toenadering, maakt zich bezorgd om haar. Aline eet en slaapt niet, lijdt aan paniekaanvallen. ‘Weer begon het beven. Als je haar zo zag zitten op het bankje, zo volledig in zichzelf gekeerd, kon je denken dat ze aan het bidden was, alsof ze vibreerde door een goddelijk kracht.’ Ze wordt mishandeld door een groepje leeftijdgenoten om haar geaardheid, (denk even aan Het smelt van Lize Spit, de ruwheid onder jongeren van eenzelfde orde). Ondanks dat ze bij haar moeder woont, brengt ze geregeld een nacht op straat door.

    May wil haar redden, ontwikkelt een dubbelleven. Enerzijds is er haar vrouw die sinds zes jaar zwanger probeert te worden. Ze verzwijgt voor haar de mate van omgang met Aline. Verstikkend blijkt dat zwijgen. Ondanks dat Connie Palmen laatst in een fijnee podcast opriep het begrip toxische relatie te verbieden, is deze relatie gewoonweg toxisch. Na vele mislukte pogingen van May, Aline te helpen en verschillende misverstanden, vermoedt je een tragische afloop. Soms houd ik het bijna niet meer uit. Fijn zijn dan de blanco pagina’s. Rustgevend wit, gevolgd door een gedicht. Achtentwintig keer wordt de roman doorsneden met zo’n ‘stille’ pagina, een gedicht. Prachtige gedichten die het verhaal verluchtigen, transparanter maken.

    Toen het boek uit was, waren de hagelwitte reliëfletters op de achterflap bezoedeld door mijn handen, waardoor deze tekst te lezen was: ‘Zij is een / gesloten boek; / beter dan ik / kan niemand / haar lezen

    Het werd er opeens zeer persoonlijk van. Alsof ik de enige was die dit boek kon lezen. Een betoverend boek, een kunstwerk. 

     

     

    Tosca / Maud Vanhauwaert / 243 blz. / Uitgeverij DasMag



    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft wekelijks een boekencolumn.

     

     

     

  • Een tirade van…

    Een tirade van…

    Het leek een leven geleden dat ik me onder flanerende wandelaars en fietsers bevond. Met geknepen ogen tegen het zonlicht fietste ik over de dijk. Halverwege knoopte ik mijn jas open, trok de sjaal los van mijn hals. Wat een lentedag. In de bocht van een landweg zat een zilverreiger in de berm. Toen ik dichterbij kwam, vouwde de reiger zich in een oogwenk om tot een liggende witte steen. Nu zag ik meerdere witte stenen, om een bocht in de weg te markeren. Een waarneming voor een gedicht. Het zou ‘origami’ kunnen heten. Maar ik ben geen dichter, wel een lezer van gedichten. In die hoedanigheid las ik een Tirade van eind vorig jaar. Lang voor de ‘Week van de Poëzie’ begon, was deze Tirade geheel gewijd aan poëzie. Je moet niet overal op in willen spelen zullen de makers van het blad gedacht hebben.
    In de laatste rubriek van het blad, ‘De tirade van…’ – waarin een schrijver zijn hart inzake de literatuur mag luchten – schrijft Alfred Schaffer ‘Poëzie mag best een beetje moeilijk zijn’.

    Schaffer gaat tekeer (nouja, tekeer,… hij is verongelijkt) tegen al diegenen die poëzie niks vinden. In het bijzonder tegen muzikante Eefje de Visser. Hij verwacht van Eefje – gezien haar teksten – enige affiniteit met poëzie te hebben. Dat heeft ze niet. Ze is oprecht wars van poëzie. Terwijl haar teksten pure poëzie zijn, meent Schaffer. Maar Eefje zou ze niet gedrukt willen zien, ze gelooft niet dat iemand dat wil lezen: poëzie. ‘Poëzie kan ik heel goed verdragen als het in popmuziek is verwerkt, maar poëzie lezen in een bundel vind ik maar zelden zeer interessant.’ Een opmerking te eenvoudig om je lang druk over te maken. Eefje is een niet-lezer van dichtbundels. Daar valt niets mee te beginnen als je het over poëzie wilt hebben.
    Zoals bij elke goede tirade, komt pas halverwege de aap uit de mouw, datgene waar het ten diepste om gaat.

    Bij Schaffer gaat het om de verwachting dat poëzie leesbaar en begrijpend moet zijn. Hij vindt dat poëzie niet alleen gericht op ‘directheid, verstaanbaarheid en instemming’ moet zijn. Dit onderstreept hij met een citaat van de Amerikaanse dichteres Dorothea Lasky: ‘Poets should get back to saying crazy shit. All of the time.’ Wat hij een (bijna) cliché vindt, maar ook: ‘clichés zijn waar’. Ik had nog nooit van Lasky gehoord, ook dit citaat was me onbekend. Als een gedicht teveel van me vraagt, blader ik door. Uit luiheid. Daar schaam ik mij nu wat voor, nu ik Schaffer over poëzie heb gelezen. En dan nog die laatste regels, waarin hij aanhaalt wat een leraar eens tegen dichteres Maud Vanhauwaert zei: ‘Maak jij maar iets waar niemand op wacht.’ Schaffer gunt iedereen zo’n leraar.
    Wie nu deze Tirade (nr. 473) in handen krijgt: lees eerst Alfred Schaffers tirade en dan de gedichten in het nummer. Want in het licht van Schaffer spelen er krachten mee die dwingen verder te kijken. Dan ga ik op zoek naar iets moeilijks, iets van Dorothea Lasky.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

  • Wintertuinfestival Nijmegen over fictie en non-fictie

    Wintertuinfestival Nijmegen over fictie en non-fictie

    Waarom dit thema? De laatste decennia heeft er in de literatuur een verschuiving plaatsgevonden van fictie naar non-fictie. Het aandeel literaire non-fictie in het totale boekenaanbod is fors toegenomen. Ook krijgen steeds meer literaire werken het stempel ‘autobiografisch’. De populariteit van verhalen die waargebeurd zijn groeit. De positie van fictie ten opzichte van de feiten lijkt veranderd. Waar komt het nieuwe verlangen naar echtheid vandaan? Waarom is de werkelijkheid zo populair? En whatever happened to de verbeelding? Deze, en talloze andere vragen, komen eind november aan bod tijdens het Wintertuinfestival.

    Tientallen schrijvers, wetenschappers, muzikanten en kunstenaars gaan tijdens het festival in op dit thema. Deze festivalgasten zijn al bekend: Arjen Lubach, Rob Wijnberg,  K. Schippers, Jeroen Olyslaegers, Niña Weijers, Maud Vanhauwaert, Joost de Vries en Eerie Wanda.

    Arjan Lubach zal een college verzorgen op de Campus, twee nieuwe talenten Lisa Weeda en Joost Oomen presenteren hun chapbook  en het poppodium Doornroosje zal tijdens de grote festivalavond op zaterdag, omgetoverd worden tot een literair walhalla waar onder meer Rob Wijnberg, K. Schippers, Jeroen Olyslaegers, Niña Weijers, Maud Vanhauwaert en Eerie Wanda te gast zullen zijn.

    Aankomende weken maakt Wintertuin via de website en social media meer bekend over de programma’s en de optredende artiesten. De kaartverkoop start op maandag 3 oktober viawww.wintertuinfestival.nl

     

     

  • Lees, lees, lees, poëzie! met Anne Vegter

    Dichter des Vaderlands Anne Vegter trekt dit voorjaar door het land om lezers in te wijden in het geheim van de poëzie. Nog altijd hebben veel lezers moeite met het lezen van moderne poëzie: Anne neemt de handschoen op en daagt alle lezers van Nederland uit om niet langer bang te zijn voor het gedicht. Gedichten willen gelezen worden en de Dichter des Vaderlands biedt daarbij de helpende hand.

    Weg met de angst voor het niet-begrijpen, weg met het idee ‘dat is niks voor mij’! Met steeds een andere collega-dichter gaat Vegter van provincie naar provincie: op zoek naar lezers die nog met een boog om de poëzie heen lopen.

    Met de Vlaamse Maud Vanhauwaert als haar poëziemusketier tijdens de Utrechtse halte van haar tournee leest ze gedichten voor van hedendaagse dichters en geeft ze tegelijkertijd een energieke masterclass poëzie lezen. Zoals Joost Zwagerman ons leerde te kijken naar het moeilijk toegankelijke werk van bijvoorbeeld Rothko en Malevich, zo leert Vegter ons de gedichten van Tonnus Oosterhof, K. Michel en vele anderen te lezen.

    ‘Een gedicht is een instrument waarmee je je blik op de wereld scherp kunt stellen. Het dwingt je tegelijk naar binnen en naar buiten te kijken. Daar heb je wat aan en dat moet iedereen weten. Lees, lees, lees, poëzie!’ –Anne Vegter

    Koop hier uw ticket!

    Foto: Rosa van Ederen