• Over een rijke geschiedenis

    Over een rijke geschiedenis

    Een rivier kent ondanks haar stroomgebied noch een begin noch een eind en bevat vele verhalen. In De grenzeloze rivier voert Matthijs Deen ons aan de hand van een aantal van die verhalen door het heden en het verleden van de Rijn. Doordat de Rijn meer dan eens haar loop in de afgelopen millennia heeft gewijzigd en zowel een regenrivier als een gletsjerrivier is geweest is het zinloos om op te zoek te gaan naar de oorsprong van de rivier, aldus één van de vele personen die Matthijs Deen in de loop van het boek ontmoet. Deze boodschap is de rode draad van De grenzeloze rivier, dat zowel een ode aan als een poging tot een biografie is van de Rijn. Het boek begint met een bezoek van Mathijs Deen aan het mediterrane eilandje Vis vlak voor de Kroatische kust, waar het huwelijk van zijn dochter plaatsvindt. Tijdens het bezoek ontmoet hij een geoloog aan wie hij vertelt dat hij een boek over de Rijn aan het schrijven is en hij legt hem het volgende voor: ‘Stel dat de rivier een personage is, dan heeft hij ook een geboorte en een dood. Vertel me hoe hij is ontstaan.’

    Levendig portret

    Op boeiende wijze vertelt Deen vervolgens over de rol die de Rijn heeft gespeeld in de loop van de geschiedenis. De schrijver heeft er geen klassiek reisverhaal van gemaakt, waarin hij van de bron naar de monding van de rivier reist of de omgekeerde route aflegt. In plaats daarvan heeft Deen een caleidoscopisch beeld geschapen van de rivier die zo bepalend is geweest voor Nederland en voor de landen waar zij doorheen stroomt. Hij doet dit door ons naar de rivier en haar stroomgebied te laten kijken door de ogen van de bewoners die in haar buurt hebben gewoond en van haar afhankelijk zijn geweest door de eeuwen heen. Zo is er de vermoeide zalm die haar habitat ziet veranderen doordat de Rijn haar loop heeft verlegd en is er het meisje van Steinheim dat zo’n tweehonderdvijftigduizend jaar geleden geleefd moet hebben en van wie de schedel in 1933 werd ontdekt. We weten niet veel meer van haar dan dat ze ten tijde van haar dood ongeveer vierentwintig jaar moet zijn geweest en dat ze vermoedelijk als gevolg van een hersentumor is overleden, maar Deen laat haar door zijn eigen fantasie te gebruiken volledig tot leven komen. Hij laat daarnaast verschillende geschiedkundige en geografische experts aan het woord en vult vervolgens op basis van hun informatie de gaten die er nog zijn met zijn eigen verbeelding in. Deen slaagt er op deze manier in om een levendig portret van mensen van vlees en bloed neer te zetten. Het is een manier van schrijven die Deen vertrouwd is, want eerder weefde hij feit en fictie op eenzelfde manier in elkaar in De Wadden.  

    Sta even stil

    Toch is er ook wel wat aan te merken op De grenzeloze rivier. Deen stopt namelijk soms wel érg veel geschiedenis in zijn verhalen over de Rijn. Hij geeft dan zoveel informatie over historische figuren die in een bepaald tijdsgewricht hebben geleefd dat de vaart uit het boek raakt. Daarnaast heeft de schrijver ervoor gekozen om in een niet-chronologische volgorde in elk hoofdstuk een andere tijdsperiode uit te lichten, waardoor het soms wat zoeken is naar verbanden. Het is dan ook een boek dat je het beste rustig en in kleine proporties tot je neemt. Je zou anders zomaar het spoor bijster kunnen raken. Gelukkig heeft Deen ervoor gekozen om de gebeurtenissen uit het verleden in de tegenwoordige tijd te vertellen. Personages die al lang geleden zijn overleden galopperen op hun paard over de vlaktes langs de rivier als waren ze nog in leven. Al met al is De grenzeloze rivier een bijzonder boek waardoor je met andere ogen naar de Rijn gaat kijken, de rivier die je anders zo achteloos oversteekt zonder een moment stil te staan bij haar rijke geschiedenis.

     

  • Onderkoelde humor en rillingen over de rug

    Onderkoelde humor en rillingen over de rug

    Deze roman van Mathijs Deen is al eens uitgegeven in 1997 onder de titel Moeder doen. Wat uitgeverij Thomas Rap heeft doen besluiten deze nogmaals uit te geven, is onbekend, maar het is wel een heel goede zet.

    Onder de mensen vertelt het verhaal van Jan en Wil. De een een eenzame boer in het noorden van het land (noordelijker kan niet: zijn boerderij ligt direct achter de dijk), de ander een vrouw met een verleden. Jan is op zoek naar een vrouw, voor de seks, maar ook om minder eenzaam te zijn en misschien wel voor een kind. Hij worstelt met de tijd: de boel aan kant, alles op orde: de dagen duren lang, er gaan dagen voorbij dat hij zijn eigen stem niet hoort. Zijn moeder heeft voordat ze op vakantie ging twee diepvriezers met eten achtergelaten, zijn vader een magnetron. Zijn ouders verongelukken: ‘Dat is nu vier maanden geleden en Jan heeft nog niet eens één halve vriezer leeg’. Hij is echt eenzaam en wanhopig.
    Ten einde raad besluit hij een contactadvertentie op te stellen: ‘Boerenzoon zoekt vrouw. Woont alleen. 80 Ha.’

    Wil heeft heel wat onverwerkt verleden. Ze wil weg uit het Gooi, heeft een aantal therapieën achter de rug. Van de laatste therapeut moet ze van alles opschrijven in haar dagboek. Ze heeft behoefte aan een overzichtelijk bestaan op een afgelegen plek en dat daar een man bij hoort: ach. Ze reageert onder vier verschillende namen op vier verschillende manieren op Jans advertentie. Jan kiest Wil (‘Ik weet hoe het is. Bel me. Wil’).

    Twee eenzame mensen
    De eerste ontmoeting is schitterend beschreven: twee nurkse mensen die eigenlijk helemaal niet willen, maar niet anders kunnen, die om elkaar heen draaien en bijzondere conversaties met heel veel stiltes voeren.
    Het lijkt niet te klikken en zeker niet te lukken. Wil gooit de inhoud van de vriezers in zee, Jan is kwaad op haar, Wil loopt weg. Jan is behoorlijk radeloos. Hij rijdt wanhopig rond in zijn auto, steeds verder van huis. Hij wil een pornotijdschrift kopen. De  gebeurtenissen tijdens deze autorit wekken medelijden op, zijn tenenkrommend, maar ook erg hilarisch. En fantastisch beschreven.

    Wil besluit uiteindelijk toch om terug te gaan en te blijven, ze neemt de touwtjes in handen op de boerderij en laat Jan zelfs een forse verbouwing uitvoeren: er ontstaat een slaapkamer met uitzicht over de dijk naar de zee.
    Zo nu en dan lijkt er een soort van geluk te ontstaan: hoewel hun relatie moeizaam blijft, vinden ze elkaar soms in hun eenzaamheid en verlangens en lijken ze elkaar zelfs af en toe te begrijpen. Maar op andere momenten is de spanning te snijden. Deen heeft dat prachtig beschreven in korte zinnen, waardoor je de stiltes en het ijs kan voelen.

    Wil wordt zwanger. Iets wat ze niet wil, iets wat niet overzichtelijk is, iets wat heel erg raar is. Ze gelooft het niet, gelooft de huisarts niet, zegt vooralsnog niets tegen Jan.
    Ze gaan op bezoek bij Wils moeder. Voor Jan een hele onderneming die reis naar het westen. Als ze bij Wils moeder zijn, krijgen we het een en ander te horen over het verleden van Wil. Dan horen we ook Wils echte naam.
    Hun zoon wordt midden in de winter geboren: het land voor en over de dijk is oneindig wit: overzichtelijk en uitgestrekt.

    Wat een prachtroman 
    Het verhaal van Jan en Wil is echt, schrijnend, mooi, invoelbaar. Dat komt voor een belangrijk deel door Deens prettige manier van vertellen. Hij schrijft in korte, beeldende zinnen. Hij vertelt nuchter, onderkoeld, met heel veel humor, zonder dat het een echt leuk boek is. Zijn humor is vol mededogen, zeker niet kwetsend. Mooi voorbeeld is het verhaal over het interview dat Jan op de radio geeft over een storm over het Groningse platteland: ‘Heb je het gehoord? Wat moet ik gehoord hebben? Het interview. Nee, dat heb ik niet gehoord. Waarom zou ik? Wat heb je gezegd dan? Gewoon …wat er gebeurd is. Daar was ik zelf bij toch? Waarom moet ik daar dan nog naar luisteren?’

    De lezer zit direct middenin de wereld daar in het hoge noorden, in de eenzaamheid, het isolement, de wind, de kou. Het verhaal is spannend, het verhaal is schrijnend: de rillingen lopen de lezer over de rug als bijvoorbeeld de eenzaamheid van beide karakters wordt beschreven of hun leven samen. Het is ontroerend: twee gekwetste zielen die om elkaar heen cirkelen, elkaar afstoten en aantrekken.
    En om misverstanden te voorkomen: het heeft niets van een zoetsappig verhaal à la Boer zoekt vrouw, met een happy end.

    Deens stijl is al veel vergeleken met die van Gerbrand Bakker en zelfs met diens roman Boven is het stil. Die gaat immers ook over een boerenfamilie en is ook in een nuchtere, sobere stijl geschreven. Deen is echter uniek: zijn bij vlagen hilarische humor, zijn onderkoeling, de scherpere randen van de roman wijken af van die van Bakker.

    Van Mathijs Deen verschenen eerder o.a. de novellebundel Drie dagen Wenen voor twee personen en De Wadden, een geschiedenis.
    Onder de mensen is zeker een herontdekking: voor de fijnproevers!

     

  • Kruimels die voedzaam zijn

    Kruimels die voedzaam zijn

    Het lezen van boeken kun je vergelijken met het eten van voedsel. Misschien niet de oudste maar wel de bekendste vergelijking is die van Francis Bacon uit 1625. In zijn korte essay On Studies merkt hij op dat sommige boeken er zijn om geproefd, anderen om doorgeslikt en een paar om gekauwd en verteerd te worden. Deze zin is al zo vaak geciteerd dat het gevaar dreigt dat elk nieuw citaat iets afdoet aan de oorspronkelijke smaak en de vergelijking verder uitkauwt.

    Maar in dit geval neem ik het risico op de inflatie van Bacons gedachte, alleen al omdat voedsel zo’n belangrijke rol speelt in het nieuwe boek van Mathijs Deen, Brutus heeft honger. Tegen de ongeduldige internetlezer die het liefst een tekst ziet beginnen met de conclusie, kan ik dan nu zeggen dat Deens boek gemakkelijk in korte tijd te verslinden is maar veel beter tot zijn recht komt door het te beschouwen als een verzameling amuses. Kortom, Brutus heeft honger is literair slow food en bevat genoeg om te genieten voor de fijnproever.

    Mathijs Deen is medewerker en presentator van het VPRO geschiedenis programma OVT, elke zondagochtend op NPO 1 te beluisteren is. Het is dan ook niet verwonderlijk dat geschiedenis een belangrijke rol speelt in dit boek. Daarbij is Deen niet geïnteresseerd in het grote en meeslepende verhaal, maar juist in het uiterst kleine, hoogst persoonlijke moment. Deen schrijft miniaturen, schetsen die de geschiedenis heel even tot leven proberen te wekken. Het zijn plotloze verhalen die elk een stemming proberen te beschrijven.

    Brutus heeft honger bevat 44 zeer korte verhalen. Ze passen elk op minder dan twee kleine pagina’s en ademen vaak iets wat ik bij gebrek aan beter, verstilde berusting noem. De geschiedenis doet dienst als achtergrond maar is in al zijn grootsheid nadrukkelijk aanwezig. Deen richt zich echter op het kleine, het persoonlijke en zet dit af tegen het grote decor van de geschiedenis. De titel van elk verhaal is opgebouwd uit iets eet- of drinkbaars, een plaats- en een tijdsaanduiding. Chronologisch volgen we zo een spoor van etenswaren in de wereldgeschiedenis, waarbij we grote stappen nemen, om bij elk verhaal even verstild te staan bij een klein moment dat een miniem onderdeel vormt van een veel groter, historisch tijdperk.

    We beginnen en eindigen met appels, die hier aanleiding zijn tot eenzame en treurige overpeinzingen. Eerst bij een god die in het begin de mens schept om gezelschap te hebben en door een ellendige appel weer alleen achter blijft. In het laatste hoofdstuk is het niet een god maar een oude tuinbaas die treurt bij de appelboom in zijn tuin die zojuist door de bliksem verwoest is. Het was de boom van zijn vrouw die er niet meer is om de laatste appels te eten. Ook op die manier kan een paradijs eindigen.

    Maar voor veel personen in Deens verhalen is voedsel bijzaak of speelt een andere rol dan die van eenvoudige doch voedzame maaltijd. Zo kauwt de anonieme Romeinse ooggetuige van de zenuwen op laurierblad als hij ziet hoe de Romeinse keizer Commodus (161-192) zich in de arena belachelijk maakt. En in 1672 (het Rampjaar) slaat een tamboer uit het leger van de bisschop van Munster een mandje eieren met zijn trommelstok stuk om de inwoners van een belegerde stad te laten weten dat zij op die manier verpletterd zullen worden. Oranje sinaasappels worden in 1688 in Londen uitgedeeld door koning Willem III, niet omdat ze voedzaam zijn, maar omdat ze naar zijn naam verwijzen.

    Voedsel smaakt ook niet altijd. In het hoofdstuk Jan in de zak, Den Haag 1672, eet de boerenzoon Thijs het door zijn moeder klaargemaakte Jan in de Zak (een koek van boekweitmeel, muskaatnoot, krenten) met stroop. Dat smaakt niet zoals je zou verwachten. Thijs heeft eerder die dag namelijk meegedaan aan de uitzinnig gruwelijke moord op de gebroeders de Wit waarbij de twee lijken door een menigte monsterlijk werden mishandeld. In een moment van wrede extase is Thijs zo gek geweest een oog uit één van de twee hoofden te rukken en het tot hilariteit van de menigte door te slikken. Thuis en enigszins tot rust gekomen begint Thijs’ innerlijk op te spelen en komt het oog samen met Jan in de Zak onverteerd weer naar buiten. Het verhaal eindigt met de zin: ‘De hond lag verderop ergens op te kauwen.’

    Omdat het zeer korte verhalen zijn moet de context zo snel mogelijk duidelijk gemaakt worden. Dat lukt meestal goed, al helpt het als de lezer thuis is in de wereldgeschiedenis. Trouwe luisteraars van OVT zullen daar weinig moeite mee hebben. Wie Herodotus’ prachtige Historiën heeft gelezen, begrijpt het verhaal van de kwartel etende bezoeker (Herodotus zelf) aan het Egyptische Thebe in 430 voor Christus een stuk beter. Of misschien is ‘begrijpen’ hier niet het juiste woord. Het beschreven moment wordt intiemer als je Herodotus kent.

    En over wie gaat het verhaal Thee, San Terenzo 1822?
    ‘Hij stond naar zichzelf te kijken in de glanzende lak van zijn jacht. Die grote blauwe ogen, dat kleine meisjeshoofd. Opnieuw die droom waarin alles nog moest gebeuren; de tocht naar Pisa, de storm, zijn onherkenbare lichaam aangespoeld op het strand van Viareggio.’

    Deen geeft geen antwoord, wel wat aanwijzingen, maar laat het verder aan de lezer om uit te vinden dat het hier om Percy Byshhe Shelley gaat, de Engelse, romantische dichter die op 29-jarige leeftijd in zijn boot op volle zee om het leven kwam. Maar verreweg de meeste verhalen zijn geen puzzels waar de lezer met kennis van de geschiedenis zijn belezenheid kan toetsen. Bijna alle verhalen bevinden zich op het snijvlak van kennis en gevoel waarbij het met de toegankelijkheid van die kennis reuze meevalt. Lees bijvoorbeeld het verhaal van Coenraad uit Wassenaar die in 1823 met Napoleon naar Rusland trekt en voor het vee zorgt. Het Franse leger loopt zich stuk op de meer dan barre winter en Coenraad ziet zijn koeien door het ijs zakken en verdrinken. De zo bekende, grote nederlaag wordt hier in enkele korte zinnen persoonlijk voelbaar gemaakt als Deen schrijft: ‘Toen was niets meer zoals thuis. Coenraad werd een hongerend dier. Struikelde een paard, dan vocht hij op de opengescheurde buik om de warme ingewanden.’

    Het zijn dergelijke verhalen waar Deens aanpak het beste werkt en waarin een kruimel van de geschiedenis voelbaar wordt.  Waar de geschiedenis decor blijft en zijn schaduw over de diepst persoonlijke momenten laat vallen, zijn de verhalen op hun sterkst. Deen zoekt de verstilde berusting met eenvoudige, soms bijna poëtisch aandoende zinnen die nergens te groot of pompeus worden. Een enkele keer doet hij aan Nescio denken.

    ‘Er zijn geen woorden voor de boerenzoon, op zondag met zijn nicht aan het strand. Hij staat naast haar en zoekt naar woorden om te zeggen hoe lief hij haar heeft, of desnoods hoe de zee daar ligt in de warme bries en de onbewolkte zomer en hoe raar blauw het water is.’

    Er is behoorlijk wat te genieten in Brutus heeft honger, zeker voor wie de tijd neemt om deze korte, plotloze verhalen tot zich te nemen. De lengte van de verhalen en de weinige bladzijden zijn wat dat betreft bedrieglijk. Deen weet juist die kleine momenten te vangen die bij het navertellen van de geschiedenis altijd verloren zullen gaan. Ook kruimels kunnen voedzaam zijn.