• De kiem van De wand

    De kiem van De wand

    De Oostenrijkse Marlen Haushofer (1920-1970) is bij het grote publiek vooral bekend geworden vanwege haar weergaloze roman De wand (1963). Haar debuutroman uit 1955, Een handvol leven, is onlangs ook in het Nederlands vertaald (door Anne Folkertsma), met een nawoord van Charlotte Remarque. Zij ziet in Een handvol leven al een kiem van De wand, in die zin dat in beide romans sprake is van een vrouwelijk hoofdpersonage dat zich afzondert. Ze heeft daarmee zeker een punt.

    In Een handvol leven keert een vrouw met de naam Betty Russel terug naar het huis waar ze ooit gewoond heeft. De huidige bewoners hebben het te koop gezet en zij is een geïnteresseerde koper, die van ver komt. Ze heeft iets bekends voor de verkopers, maar ze kunnen niet helemaal thuisbrengen wat dat bekende precies is. Betty biedt zonder omwegen de vraagprijs voor het huis en blijft vanwege praktische redenen overnachten in het huis dat binnenkort het hare zal zijn. In haar oude kamer vindt ze een doos met ansichtkaarten en foto’s. Aan de hand van die spullen wordt via allerlei flashbacks duidelijk wie deze Betty in werkelijkheid is en hoe ze tot de keuze is gekomen om het leven dat ze vroeger in dit huis leidde achter zich te laten.

    IJzig koud klooster

    Het leven van Betty begint met een beschrijving van de jonge Lieserl, die op haar vijfde naar familie op het platteland werd gestuurd omdat haar moeder zou gaan bevallen. Het eenzelvige meisje leeft in een wat magisch realistische fantasiewereld en is enorm onder de indruk van een slager die een koe komt slachten. Later heet hetzelfde meisje Elisabeth en zit ze intern op een school bij de nonnen. In het klooster is het vaak ijzig koud (Elisabeth zal de rest van haar leven een afkeer van kou houden) en de nonnen verwijten het nieuwsgierige meisje dat dol is op lezen dat ze een schepsel boordevol fouten is. ‘Ze wist niet precies wat ze had misdaan, maar dat voortdurende schuldgevoel maakte haar ellendig. Een tijdlang probeerde ze zich ervan te bevrijden door zo vaak mogelijk te biechten. Dat zorgde echter slechts even voor verlichting.’

    Na verloop van tijd begint ze bepaalde situaties uit de weg te gaan om conflicten te vermijden. Ze sluit een soort vriendschap met twee andere meisjes, de vrolijke en vriendelijke Käthe en de broodmagere Margot, die godsdienstwaanzinnig wordt en met wie het uiteindelijk slecht afloopt. De driehoeksverhouding tussen de meisjes kost Elisabeth veel energie, ook omdat Margot haar voor zichzelf wil opeisen.

    Vreemdgaan uit pure verveling

    Ook wanneer ze ouder wordt, is het voor Elisabeth moeilijk om zich tot anderen te verhouden. Ze verlooft zich, verbreekt die verloving, trouwt uiteindelijk met Anton (Toni) Pfluger en krijgt een zoon. Ze voelt weinig liefde of waardering voor haar echtgenoot en voelt zich überhaupt ontheemd in het leven: ‘Met het stille cynisme van een vrouw observeerde ze hoe de ene helft van de mensheid stiekem maar onverstoorbaar alles saboteerde wat de andere helft buitengewoon belangrijk vond. Toch wilde ze ook in geen geval in een vrouwenwereld leven, waar nut en verstand regeerden en waar dan wel geen enorme oorlogen of honger waren, maar er ook niets meer te lachen viel.’

    Uit pure verveling begint Elisabeth een verhouding met een zakenpartner van Toni, een man die ze eigenlijk niet eens aantrekkelijk vindt. Na een jaar en drie maanden maakt ze een eind aan de relatie. Ze kijkt naar zichzelf in de spiegel terwijl ze huilt en dan gebeurt er iets bijzonders: Ze voelde een heel onpersoonlijk medelijden met die huilende vrouw en fluisterde iets troostrijks terwijl ze haar tranen droogde. Tegelijkertijd stond achter haar een derde Elisabeth, zij keek bijna een beetje geamuseerd naar de huilende vrouw en dacht: maak er niet zo’n drama van, lieverds.’

    Wanneer ze begint te fantaseren over de dood van haar echtgenoot, kind en minnaar, beseft Elisabeth dat er echt iets moet veranderen in haar leven en neemt ze een ingrijpende beslissing: ze verdwijnt en haar naasten wanen haar dood.

    Stroef personage

    Maar hoe boeiend deze levensloop ook is, het personage Lieserl/Elisabeth/Betty blijft opvallend op afstand. Ze is stroef en eenzelvig, waardoor je moeilijk met haar gedachten en gevoelens kunt meebewegen. In De wand is de eenzaamheid van het hoofdpersonage beter invoelbaar, alhoewel Een handvol leven qua opbouw zeker ook mooie vondsten heeft. Alhoewel sommige delen van het leven van Elisabeth uitgebreid uit de doeken worden gedaan, blijft de periode tussen haar ingrijpende beslissing en de terugkeer naar het huis dat ze ooit verliet in nevelen gehuld. Haushofer laat deze periode bewust onvermeld; dat levert spanning op, maar voelt ook onbevredigend. Wanneer je haar biografie bestudeert, valt op dat ook zij worstelde met zingeving en de geringe invloed die vrouwen indertijd hadden op hun eigen leven. In die zin is Een handvol leven dan ook zeker een feministisch boek te noemen.

    Al met al is het debuut van Marlen Haushofer vooral interessant om te lezen voor wie heeft genoten van De wand. De thematiek van eenzaamheid, het gevoel van de zinloosheid van het leven en de machteloosheid die iemand kan voelen ten aanzien van het bestaan worden fraai beschreven. Het taalgebruik is rijk en beeldend en veel zinnen nodigen uit om nogmaals gelezen te worden. Een handvol leven is geen meesterwerk à la De wand, maar een intrigerend en thematisch rijk debuut dat veel verraadt over Haushofers latere kracht.

     

  • Oogst week 29 – 2025

    Een handvol leven

    Als de eigenaar van een spijkerfabriek en een landhuis overlijdt door een auto-ongeluk willen zijn zoon Toni en echtgenote Käthe in Een handvol leven van Marlen Haushofer het huis verkopen. Op bepaald moment verschijnt Mrs. Betty Russell, een blonde, onpeilbare vrouw op leeftijd met zonnebril die het huis meteen koopt. Zij heeft er vroeger gewoond, maar weigerde de rol van echtgenote en moeder te aanvaarden. Om aan haar sociale leven te ontsnappen zette ze haar dood in scène en verliet man en zoon. Toni, nu tweeëntwintig en Käthe, behalve tweede echtgenote ook vroegere vriendin van Elisabeth, herkennen haar niet.

    Elisabeth overnacht in het huis en bekijkt oude, beschreven prentbriefkaarten. Ze brengen herinneringen aan haar tweestrijd over de hang naar vrijheid en onafhankelijkheid tegenover de geborgenheid van haar huwelijk terug. Haushofer vertelt het in een licht ironische stijl, zonder daarmee de zwaarte van Elisabeths keuze te ondermijnen.

    Marlen Haushofer (1920-1970) was een Oostenrijkse schrijfster wier werk in 2009 werd herontdekt. Haar belangrijkste boek is De wand. Vertaalster Anne Folkertsma op de website van Athenaeum|Scheltema: ‘Net als in haar andere werk ontleedt Haushofer in haar debuut messcherp een kinder- en vrouwenleven. Ze duikt diep in de volstrekt eigen ervaringswereld van Lieschen, vertelt dan hoe de gevoelige Elisabeth op de kloosterschool in een maatschappelijk keurslijf wordt gedwongen, en ze als jongvolwassene steeds meer van zichzelf vervreemd raakt. Tot Elisabeth (…) opeens man en kind verlaat, (…) en onder de nieuwe naam Betty voor zichzelf kiest. Haar naasten wanen haar dood, haar lichaam wordt nooit gevonden, (…).’

     

    Een handvol leven
    Auteur: Marlen Haushofer
    Uitgeverij: Orlando

    Liefde in het licht van de Einsteintelescoop

    In de roman Liefde in het licht van de Einsteintelescoop maakt genoemde telescoop kans in Limburg gebouwd te worden, net als in werkelijkheid. Het apparaat is geen optische telescoop maar een detector van zwaartekrachtgolven die de oorsprong van het universum zou kunnen openbaren. De Euregio Maas-Rijn met zijn stabiele bodem maakt een goede kans de bouwplaats te worden van het ondergronds observatorium, 200 tot 300 meter onder grond, in een driehoekvormige configuratie met tunnels van elk 10 km lang. Grote concurrent is het Italiaanse Sardinië.

    Filosoof, adviseur en schrijver Govert Derix vroeg zich af wat er zou gebeuren als hij van dit gegeven een liefdesroman zou maken. Een van de hoofdpersonen in de roman is Wiek Starmans, de nieuwe ghostwriter van de Limburgse gouverneur Donkers. Hij gaat samenwerken met Gemma, hoofd communicatie in het provinciehuis. Ze krijgen te maken met Diotima Jammer, leider van de Italiaanse concurrentie. Derix plaatst hen in een psychologisch decor van politiek, bestuur, innovatietechnologie en economie. Het getal drie heeft eveneens een rol: drie delen, de drie tunnels van de telescoop, een driehoeksverhouding.

    Voor een nieuw boek dacht Derix aan een jongetje dat zich afvraagt wat een verhaal eigenlijk is. Derix op Youtube: ‘De Einsteintelescoop gaat over waar dat jongetje naar op zoek is, namelijk het geheim van alle verhalen.’ De gebruikelijke weg van de wiskunde zal veel kennis opleveren. Maar er is nog iets heel anders. ‘Einstein had daar oog voor,’ zegt Derix. ‘Wetenschap gaat niet over goed of kwaad, verbeelding wel. Zou de Einsteintelescoop misschien te maken kunnen hebben met ethische kwaliteiten?’

    Liefde in het licht van de Einsteintelescoop
    Auteur: Govert Derix
    Uitgeverij: Magonia

    Wij, aanmaakhout

    Kracht, moed en onderlinge trouw worden door Otoniya J. Okot Bitek (1966) oftewel Juliane Okot Bitek, in de roman Wij, aanmaakhout op de voorgrond geplaatst. In Oeganda was van 1987 tot 2007 het Verzetsleger van de Heer actief. Deze rebellengroep wilde een staat stichten met de Tien Geboden uit de Bijbel als leidraad. Leider Joseph Kony liet kinderen, jongens en meisjes, ontvoeren om in zijn leger te dienen. Zij werden gebruikt als kindsoldaat of seksslavin. Ongeveer 20.000 kinderen ondergingen dit lot.

    In de roman worden Miriam, Helen en Maggie, drie vrouwen van dan eind twintig, opgeleid tot kindsoldaat. Hun ervaringen beschadigden hen psychisch en fysiek. Maar Okot Bitek wil niet de sensationele wreedheid en tragiek benadrukken, maar juist ontroeren met compassie en menselijkheid. Te lezen valt hoe de ontvoeringen plaatsvonden en wat het levensritme voor de oorlog was, met levendige volksverhalen, waardoor heden en verleden worden verweven. De gevaarlijke reis naar huis wordt eveneens belicht.

    Wij, aanmaakhout is het romandebuut van de Canadees-Oegandese schrijfster. Ze schrijft ook poëzie, essays en andere non-fictie en doceert Black Creativity aan Queen’s University in Canada. Ze is als kind van Oegandese vluchtelingen geboren in Kenia en groeide op in Oeganda. Haar vader was een Oegandese dichter, beide ouders moedigden haar aan om te schrijven. Haar eerste gedichten werden gepubliceerd toen Okot Bitek elf jaar was. Ze schreef onder meer de gedichtenbundel 100 days, over de genocide in Rwanda.

     

    Wij, aanmaakhout
    Auteur: Otoniya J. Okot Bitek
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • De mens staat niet boven het dier

    De mens staat niet boven het dier

    Is De wand van Marlen Haushofer een feministisch boek? In het voorwoord bij de recent verschenen heruitgave van de Nederlandse vertaling vindt Marja Pruis dat er niet dik bovenop liggen, ‘of het zou de lichte ondertoon moeten zijn die rept van een ongelukkig gezinsleven dat achtergelaten is en vervreemding van ouder wordend nageslacht. En het feit van een sterke vrouw die overleeft, en alle angst, passiviteit en ijdelheid achter zich laat. Maar zo valt alles wel tot de baarmoeder te herleiden’. Pruis voegt er niettemin de opmerking van Doris Lessing aan toe ‘dat dit boek in elk geval alleen door een vrouw geschreven [had] kunnen worden, omdat alleen een vrouw met zoveel toewijding het dagelijks bestaan kan beschrijven als een strijd tegen al die elementen die uit zijn op ondermijning en vernietiging’. Dat lijkt Lessing goed gezien te hebben. Uit tal van analyses van De Wand die sinds de oorspronkelijke publicatie van de roman zijn verschenen, blijkt dat de feministische inslag wel degelijk meer dan oppervlakkig herkend kan worden.

    De wand is het verslag dat een niet bij naam genoemde vrouw tussen 5 november en 25 februari van niet nader genoemde jaren schrijft over een periode van tweeënhalf jaar waarin ze veroordeeld is tot een solitair bestaan na een mysterieuze ramp.

    Gladde, koude weerstand

    De vrouw is op 30 april door haar nicht Luise en haar man Hugo uitgenodigd om drie dagen in hun jachthuis te verblijven. De vrouw is dan twee jaar weduwe en moeder van twee volwassen dochters. Hugo en Luise vertrekken kort na haar aankomst nog even met de hond Luchs naar het dorp in de buurt, maar de volgende morgen ontdekt de vrouw dat ze ’s nachts niet zijn teruggekeerd. Alleen Luchs heeft zich weer gemeld. Met hem gaat ze op zoek naar de twee vermisten en stuit onderweg naar het dorp op ‘een gladde, koude weerstand op een plaats waar zich toch niets anders kon bevinden dan lucht’.  Ze noemt die onzichtbare blokkade de wand. Aan de andere kant ervan lijkt alle leven weg. Ze ziet bijvoorbeeld hoe een man bij een pomp wel zijn hand naar zijn gezicht strekt maar in die houding versteend is. Alle leven achter de wand is dood, behalve de vegetatie, zoals later zal blijken. Die zal op den duur alles overwoekeren.
    Vanaf het moment dat ze op de wand botst aanvaardt ze langzaam dat ze de enige overlevende mens is. Toch is ze niet alleen. Er zijn dieren waarmee ze zich omringt. Luchs natuurlijk, maar later ook een moederkat met de kittens Tiger en Perle, en de koe Bella en haar kalf dat door de vrouw Stier wordt genoemd. Ze ontwikkelt met deze dieren een relatie die steeds gelijkwaardiger wordt.

    Dreiging

    De roman is van aanvang af geladen met een dreiging die het verhaal voortstuwt. Doorlopend is dat de vraag hoe de vrouw en haar dieren het redden, hoe ze aan voldoende eten komen, de motivatie om door te leven en de onzekerheid of ze echt alleen zijn. De dreiging is er ook door de vraag hoe de wand ontstaan kan zijn. Af en toe zinspeelt de vrouw op een vijand die hem gewild heeft en vraagt ze zich af waar de vliegtuigen van de overwinnaars blijven. In de tijd dat ze Hugo en Luise bezocht was ‘er voortdurend sprake van kernoorlogen en de gevolgen ervan’. In de auto van Hugo zit een radio waaruit alleen wat geruis komt, zodat ze van elke informatie verstoken is. Maar vooral wordt de spanning opgevoerd door de herhaalde meldingen in het verslag die beginnen met: ‘Sinds Luchs dood is’. Het wordt duidelijk dat diens dood de reden is waarom de vrouw aan haar verslag is begonnen, maar de oorzaak ervan komt de lezer pas laat te weten in een dramatische climax.

    Het is bij dit alles interessant om te zien wanneer de Oostenrijkse Haushofer De wand schreef. Dat was in 1963. De Koude Oorlog was een feit, in Berlijn was de Muur gebouwd en er was de dreiging van gebruik van kernwapens. De toespelingen op een kernoorlog en de wand zelf lijken daarnaar te verwijzen. Een ander aspect is de opkomst in de jaren 60 van het ecofeminisme. Het wordt in Wikipedia omschreven als ‘het idee dat de maatschappelijke mentaliteit die leidt tot de overheersing en onderdrukking van vrouwen in direct verband staat met de maatschappelijke mentaliteit die leidt tot het misbruiken van het milieu’. Het legt de ‘nadruk op het belang van wederzijdse relaties tussen mensen, dieren en de aarde’. In Oostenrijk was die visie in 1963 nog nauwelijks doorgedrongen, zodat Haushofer in zekere zin als een wegbereider beschouwd kan worden.

    Zwakke bokken

    Het is dat ecofeminisme waarmee De wand doordesemd is. De relatie tussen de vrouw en haar dieren wordt steeds gelijkwaardiger. De vrouw zorgt niet eenzijdig voor de koe en het kalf, de katten en de hond, maar die hebben ook zorg voor elkaar en voor de vrouw. Dat strekt zich uit tot de dieren in het wild. Natuurlijk moet er, alleen al voor Luchs, vlees zijn. Daar beschikt de vrouw over door wild te schieten met het in het jachthuis aanwezige geweer, maar ze kiest er daarbij nadrukkelijk voor om alleen zwakke bokken te doden of stervende dieren te slachten. ‘Het enige wezen in het bos dat werkelijk recht of onrecht kan doen, ben ik’, beseft ze. ‘Liefhebben en voor een ander wezen zorgen is een uiterst moeilijke zaak, en veel moeilijker dan doden en vernietigen’. De twee moordlustigen waarmee zij in het begin van de roman te maken heeft waren de jagers Hugo en Luise; de laatste was zelfs een ‘hartstochtig jaagster’. Maar ze zijn verdwenen achter de wand.
    Het is niet vreemd dat de mannenwereld, maar ook de mensheid als zodanig, het in De wand moeten ontgelden. Mannen die een liefdeloze technocratische wereld hebben gecreëerd die zichzelf boven de natuur plaatst.

    Drie uur

    Haushofer geeft haar visie niet expliciet een christelijke connotatie. Toch is er reden om die te vermoeden. Het lijkt er namelijk op dat het getal drie in de roman een bijzondere betekenis heeft. Ze is van plan drie dagen te blijven bij Hugo en Luise. Als ze voor het eerst tegen de wand stoot staat ze drie keer op om te voelen wat zich er bevindt. Terug in het jachthuis rookt ze haar drie laatste sigaretten op.  Aan deze en tal van andere voorbeelden mag misschien niet te veel gewicht worden toegekend, maar een symboliek lijkt toch zeker te liggen in de vermelding dat het laatste middel om de tijd bij te houden, de wekker in het jachthuis, stuk gaat om drie uur ’s middags. Hij blijft voortaan die tijd aangeven. En het is eveneens drie uur ’s middags als de vrouw aan haar verslag begint. Dan dringt zich toch erg het beeld op van de kruisdood van Jezus om drie uur ’s middags (na een duisternis die drie uur aanhield).

    Haushofer roert veel meer elementen aan dan hierboven genoemd. Ze reflecteert in kernachtige zinnen over persoonlijke verantwoordelijk, angst, vrijheid en verantwoordelijkheid voor je eigen verleden bijvoorbeeld. De wand is echter vooral een roman die onder de dreiging van de grenzen waar onze omgang met de aarde oploopt nog steeds bijzonder actueel is.

    Witte kraai

    Toch blijft schrijver dezes een slotvraagje door het hoofd spoken. Als zich het drama rond de dood van Luchs heeft afgespeeld duikt een witte kraai op, die is verstoten door de zwarte soortgenoten. De vrouw weet dat deze kraai een beroep op haar doet. ‘Hij zit al op me te wachten’ staat er als laatste zin, net zoals bijvoorbeeld in voorgaande versies. In de eerste drukken luidde die slotzin (door dezelfde vertaalster)  ‘Ze wacht al op mij’, geheel conform het Duitse origineel ‘Sie wartet auf mich’. Waarom zou de witte kraai van geslacht zijn veranderd?

    De wand is terecht opnieuw uitgegeven en de uiterlijke verzorging door uitgeverij Orlando is fraai. Toch valt er in bibliografische zin wel wat op aan te merken. In het colofon wordt als Duits verschijningsjaar 1968 genoemd (het was 1963), er wordt niet vermeld dat het een herdruk is (er zijn eerder zeker al acht drukken verschenen bij drie verschillende uitgevers van dezelfde vertaling door Ria van Hengel) en bij het voorwoord van Marja Pruis valt niet te lezen dat het de letterlijke tekst is van haar recensie in De Groene van 24 februari 2010.

     

  • Misschien Madelief

    Misschien Madelief

    Om de meest gelukkige reden denkbaar ben ik veel met namen bezig de laatste tijd. Er is opnieuw een Ronja geboren in mijn omgeving, niet bij ons maar wel dichtbij. Wat een geluk moet het zijn om je dochter te vernoemen naar een van de stoerste personages uit de (jeugd)literatuur, wat een belofte zit er in die naam. Dat een naam een wens moet zijn of een boodschap, iets dat je je kind wil meegeven, houdt me al langer bezig. Dus zoek ik een eigen Ronja.
    In verhalen heb ik ze vaak vrij snel – en zodra ik ze heb, veranderen namen nauwelijks nog. Daags voor mijn debuut naar de drukker ging, moest er echter nog een nieuwe naam komen voor een van de hoofdpersonages: te veel namen begonnen met een A, aldus de proeflezers. Nog steeds struikel ik soms over het resultaat: hoe tevreden ik ook over Michelle ben, voor mij blijft ze altijd Amy.

    Hulpeloos sta ik voor mijn boekenkast, niet met de handen in het haar maar op mijn buik. Voor een jongensnaam hoefde ik niet lang te zoeken, voor een meisje is het lastiger. De naam die al jaren op het puntje van mijn tong ligt, neem ik in heroverweging. Liefst zou ik iets uit een boek willen. Maar – er is altijd een maar.
    Niet alleen blijken mijn lievelingsschrijfsters hele vreemde voornamen te hebben (Flannery, Marlen, Toni, Willa), voor de weinige vrouwelijke personages die me bijbleven in alles wat ik las geldt zelfs dat ze ongelooflijk onhebbelijke karakters hebben: neem Louise Bentley uit Winesburg Ohio, wiens verhaal door haar schepper, Sherwood Anderson, wordt geïntroduceerd als een ‘geschiedenis van misverstanden’. Wat volgt is een karakterschets van een moeilijke vrouw, een oerkracht die zichzelf evenmin begrijpt als in de hand heeft.

    Steeds moet ik aan Sethe denken – misschien heeft het met angsten te maken, de duistere vraagtekens die het oppervlak zoeken zodra er van alles in een vrouwenlichaam verandert. Zelden las ik zo’n schitterende naam, zo’n schitterend verhaal. Maar is Sethe de heldin van Toni Morrisons Beloved of het slachtoffer? Dit is geen verhaal om verder te vertellen, staat er in mijn vertaalde exemplaar. Wie beide boeken heeft gelezen zal begrijpen dat Sethe en Louise geen namen zijn die je zomaar doorgeeft.
    Dan zijn er nog de vrouwelijke personages in de romans van Marlen Haushofer, allen op de rand van waanzin en, belangrijker, naamloos. Alleen Stella uit Wij doden Stella krijgt actief een stempel en dat is er nu juist weer geen die je wilt doorgeven, het is Haushofers Lolita, een nimf en net zo irritant. Even denk ik aan de vrouwen in Faulkners As I lay dying maar ach, dat zouden geen beloftes zijn maar een vloek.

    Wat geef je iemand mee en mag het ook gewoon een beetje mooi zijn? Een van de leukste (literaire) namen die ik ken gaf ik al aan een kat – nee, Haggis was het niet. Misschien Madelief. Zo mooi vond ik de boeken van Guus Kuijer. Ik heb gelukkig nog even.

     


    Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen begin dit jaar bij Uitgeverij Cossee.

  • Steeds hetzelfde boek

    Steeds hetzelfde boek

    Er zijn schrijvers op wie ik wacht. Herman Koch, Douglas Coupland: zodra ze met een nieuw boek komen, voelt het alsof ik een beetje jarig ben. Dus toen Worst. Person. Ever enkele jaren geleden in de winkel lag, maakte ik nog net geen vreugdedansje. Een nieuwe Coupland, wat heerlijk! Wild enthousiast nam ik zijn jongste mee naar huis. ’s Avonds, in bed, opende ik het boek. Ik las een hoofdstuk, nog een, zuchtte en legde het weer weg. Wat een teleurstelling. Coupland, die naar mijn idee telkens heerlijke variaties op hetzelfde boek schrijft, verveelde me.

    Is het bezwaarlijk wanneer een schrijver steeds hetzelfde boek schrijft? Dat ligt eraan. Schrijvers die steeds hetzelfde verháál vertellen, zij het in een iets andere vorm, zullen zichzelf op zeker moment achterhalen. Interessanter wordt het wanneer een schrijver telkens hetzelfde onderzoek doet. Zo is Toni Morrison altijd bezig met de onderdrukte en achtergestelde mens, maar de wijze waarop zij haar thema’s in haar literatuur behandelt, verschilt – vergelijk bijvoorbeeld Home met Beloved.

    Stephen King zou eens hebben gezegd dat hij zijn personages in extreme situaties laat belanden en kijkt hoe ze daarop reageren. Ik kan natuurlijk de juiste quote niet meer vinden, vermoedelijk komt het uit On Writing, maar die gaf ik weg – het enige wat me spijt is dat ik het nog niet opnieuw kocht. De vraag is: schrijft King met deze werkwijze steeds hetzelfde boek? Naar mijn idee niet: vergelijk Carrie met boeken als The Shining en Pet Sematary of The Green Mile, Cujo als je wilt. Het zijn allemaal extreme situaties en er komen veel bovennatuurlijke elementen in voor. Maar waar King in Carrie over anders-zijn en pesten schrijft, over de kracht van ‘nu ga je te ver’, verhaalt The Shining over de gekte van isolatie; Pet Sematary en Cujo gaan ieder op hun eigen manier (onder meer) over ouderschap en het meer dan briljante The Green Mile behandelt goed en kwaad. Ondanks de typische King-elementen zijn de boeken niet zomaar met elkaar te vergelijken.

    Marlen Haushofer is ook zo iemand met een hardnekkige onderzoeksvraag. Telkens lijken haar personages, veelal vrouwen, tussen verlies en overleven te zitten – zie De Mansarde, De Wand, Wij doden Stella, lees de verhalen in Ontmoeting met de onbekende, in het bijzonder I’ll be glad when you’re dead. De wereld glijdt uit hun handen of staat op het punt dit te doen, maar de personages zijn niet bij machte er iets tegen te doen. Geen moment denk ik: dit heb je me al eens verteld.

    Natuurlijk moet een lezer niet te hard zijn. Als ik het mijn man vergeef dat hij melkchocolade koopt in plaats van puur (hallo?!) dan moet ik Coupland een misser kunnen vergeven. En dus sta ik opnieuw te kirren bij de kast in de boekhandel als ik de bundel Bit Rot zie staan: essays en korte verhalen. Thuis begint het bekende ritueel: in bed, kat en man aan mijn zij, leeslampje aan. Mocht ik Couplands bundel halverwege beu zijn, dan wacht me nog altijd de nieuwe Herman Koch.

     

     

  • Leestips voor de decembermaand – Hella Kuipers

    Kom hier dat ik u kus van Griet op de Beeck
    Het heerlijkste Nederlandstalige boek dat ik dit jaar las. Een schrijfster met een geweldig inlevingsvermogen en een verrukkelijk taalgebruik.

     

     

     

     

     

     

    Het boek der gelijkenissenHet Boek der Gelijkenissen– Per Olov Enquist
    Een boek dat die belangrijkste aller spieren: de verbeeldingskracht, aan het werk laat zien. ‘Tijdens het lezen stijgt de bewondering, het is een boek dat herlezing verlangt.’

     

    De wand van Marlen HaushoferWand
    Een wonder hoe iemand met zulke kale woorden een aangrijpend verslag kan schrijven van die grootste aller angsten: alleen op aarde achter te blijven.

     

    Het hart is een eenzame jagerHet hart is een eenzame jager van Carson McCullers
    Wat een mededogen, wat een observatievermogen. Hoe zo’n jonge schrijfster zo de menselijke conditie kan doorgronden is een wonder. Helaas moeilijk verkrijgbaar.

     

    WWat me lief wasat me lief was van Siri Hustvedt
    Een diepgravend en meanderend boek over de geschiedenis van twee bevriende gezinnen, hun werk, kunstenaarschap, relaties, kinderen. Kunst, liefde, dood, opvoeding, psyche – en mensen die je aan het hart gaan.

     

    TijdmetersTijdmeters van David Mitchell
    Een kaleidoscopische achtbaan van een boek waarin de strijd tussen goed en kwaad beslist over het lot van de hele mensheid. En dat van een paar geweldige personages. Verschijnt in december 2014 bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam

    Een verhaal van liefde en duisternisEen verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz
    Wonderbaarlijk mooi boek over het leven van Amos Oz ten tijde van de stichting van de staat Israel, en over zijn wording als schrijver.

     

     

    En dan nog een aantal niet vertaalde boeken:

    The lieThe Lie van Helen Dunmore
    Het poten-in-de-modder verhaal van Daniel, een slachtoffer van de Grote Oorlog. Die van gedichten hield.

     

     

    Zen in the art of writing

    Zen in the Art of Writing van Ray Bradbury
    Een van de allerbeste boeken over creatief schrijven. Bizar dat het niet vertaald is!

     

     

    149182Growing Pains: The Autobiography of Emily Carr
    Levensbeschrijving van de Canadese schilderes Emily Carr, haar kracht en enthousiasme spatten van iedere bladzij, wat een strijd heeft die vrouw geleverd en wat is ze trouw gebleven aan haar kunst.

     

  • Een eigenwijze kater

    Een eigenwijze kater

    In Nederland is Marlen Haushofer (1920-1970) redelijk onbekend, ondanks dat er nog steeds nieuwe vertalingen van haar boeken verschijnen. In eigen land wordt zij gerekend tot Oostenrijks grootste schrijvers. Haushofer schreef kinderboeken, verhalen, novellen en romans. De roman Die Wand (De wand), bekroond met de Arthur Schnitzler-prijs, betekende haar grote doorbraak. Ook ontving zij andere prijzen zoals de Staatlicher Förderungspreis für Literatur (1953 en 1968). De wand verscheen in al 1963, maar werd pas in 1988 in het Nederlands vertaald en onlangs, in 2012, verfilmd.

    De wand is een intrigerende en goed geschreven roman over een onzichtbare wand die een vrouw scheidt van de rest van de wereld. Zij kan de wereld, die versteend lijkt, wel zien, maar niet bereiken. Zij is letterlijk geïsoleerd en heeft alleen gezelschap van haar hond. In prachtige zinnen beschrijft Haushofer de groeiende band tussen vrouw en hond. En al weet de lezer vanaf de eerste pagina’s dat deze hond zal sterven, zijn dood komt toch als een schok. Het gemis en het verdriet om zijn sterven maken indruk. De intense beschrijvingen van de band tussen mens en dier zijn sterk en intens. Helaas weet Haushofer deze diepgang niet te bereiken in haar onlangs heruitgegeven boek De avonturen van kater Balthazar.

    De kater Balthazar is het stralende middelpunt van het gezin bij wie hij woont. Hij is ‘kats-eigenwijs’ en bij vlagen onuitstaanbaar. Moeder moet haar ochtendjas aan hem afstaan en vader zijn waterglas.
    Voor kattenliefhebbers is Balthazars eigenwijze kijk op de wereld herkenbaar en wellicht aandoenlijk, maar de capriolen van de kater raken de lezer niet: het verhaal blijft te oppervlakkig. De intense beschrijvingen uit Haushofers andere werk ontbreken en het taalgebruik is gedateerd en oubollig. De manier van vertellen is zo vlak en expliciet dat dit dikwijls gaat irriteren: ‘mama’ wordt door de kater gekoeioneerd en ook ‘papa’ danst naar de katers pijpen. Balthazar wordt gevangen door ‘een slechte man’ en bevrijd door een ‘aardige mevrouw’.

    In te expliciete beschrijvingen blijkt hoe belangrijk het katje is voor het gezin.
    ‘Wanneer mama op zolder kwam en Balthazar riep, kwam hij als een paardje ergens vandaan gegaloppeerd, sprong hoog tegen haar op, maakte een salto in de lucht en stoof weer weg. Zijn stralende humeur werkte zo aanstekelijk dat je in zijn aanwezigheid gewoon niet nors of bedroefd kon zijn. Op die manier betaalde Balthazar alles terug wat hij zijn huisgenoten schuldig was.’ Van de lezer wordt niet veel inspanning gevraagd.

    De lange titels van de hoofdstukken zijn niet alleen nauwelijks leesbaar, maar ook samenvattingen van wat er gaat gebeuren. ‘Balthazar ontdekt de zolder en beleeft een gelukkige tijd. Omdat hij niets van het groene gras wil weten wordt hij opgesloten. Later maakt hij op het dakterras kennis met Bolletje’. Een titel van een willekeurig hoofdstuk. Het is jammer dat de inhoud al prijsgegeven wordt, waardoor het boek een wat voorspelbare leeservaring wordt.

    De avonturen van kater Balthazar is een aardig boek voor kattenliefhebbers die wat ontspanning zoeken, maar een literair hoogstandje is het niet.

  • De avonturen van kater Balthazar – Marlen Haushofer

    Gesignaleerd door de redactie

    Marlen Haushofer (1920-1970) is een van de grote schrijvers uit de Oostenrijkse literatuur. Haar roman De wand, die onlangs opnieuw in een Nederlandse vertaling verscheen, wordt beschouwd als het hoogtepunt van haar oeuvre. Verder verschenen van Marlen Haushofer bij Uitgeverij Van Gennep de novelle Wij doden Stella en de romans De mansarde en Hemel die nergens ophoudt.

    De avonturen van kater Balthazar is zo’n boek dat jong en oud van begin tot eind geboeid houdt. Balthazars kijk op de wereld is niet alleen herkenbaar en vertederend voor wie zich weleens heeft afgevraagd wat er toch omgaat in het koppie van zijn huisdier, maar geeft ook iedereen die zich om de fratsen van zijn medemens kan verbazen stof tot denken.

    Het verwende katertje Balthazar waant zich de spil van het gezin dat voor hem zorgt, en zijn vier medebewoners dansen inderdaad vaak genoeg naar zijn pijpen. Mama doet met hem om haar schouders gedrapeerd het huishouden; papa moet zijn favoriete waterglas afstaan en het hele gezin wordt uit de slaap gehouden door zijn nachtelijke avonturen. Maar Balthazar maakt zijn grollen ruimschoots goed, vooral voor de kinderen, die door zijn kattenkwaad zelf geregeld de dans ontspringen.


     

    De avonturen van kater Balthazar

    Marlen Haushofer
    Blz: 160
    Prijs: €12,50
    Onlangs verschenen bij Van Gennep

     

     

     

  • Recensie: Wij doden Stella – Marlen Haushofer

    Recensie door: Carolien Lohmeijer

    Vorig jaar verscheen bij Van Gennep het boek De wand, de fascinerende roman van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer. Wij doden Stella verscheen in Oostenrijk in 1959, De wand verscheen vier jaar later en in Nederland pas in 1988.

    Net als De wand is Wij doden Stella een boek dat je grijpt. Haushofer schrijft heel direct en maakt niks mooier dan het is.

    Mooi is het ook niet wat er in deze novelle gebeurt. Als haar echtgenoot een weekend met de kinderen bij zijn moeder logeert, maakt Anna, de ik-persoon, van de gelegenheid gebruik om haar herinneringen van zich af te schrijven. ‘Ik wilde ook helemaal niet over die ongelukkige vogel schrijven, maar over Stella. Ik moet over haar schrijven voordat ik haar ga vergeten. Want ik zal haar moeten vergeten als ik mijn oude kalme leven weer wil oppakken.
    Want dat is wat ik echt graag zou willen, in alle rust kunnen leven, zonder angst en zonder herinnering. Voor mij is het voldoende om net zoals vroeger mijn huishouden te doen, de kinderen te verzorgen en uit het raam de tuin in te kijken.

    Dan schrijft ze het verhaal op van het meisje Stella dat tijdelijk bij hen in huis komt wonen, een verhouding begint met haar echtgenoot om vervolgens door diezelfde echtgenoot verstoten te worden en omkomt door een auto-ongeluk.

    Ze schrijft genadeloos eerlijk. Als een alwetende verteller observeert, analyseert en ontleedt ze haar gezinsleden. Ze is daarin keihard. Ze denkt precies te weten hoe iedereen in elkaar zit en waarom iedereen doet zoals ze doen. Ook zichzelf spaart ze niet. Ze is niet gelukkig en wordt gefrustreerd door haar onvermogen om het heft in eigen hand te nemen en haar leven zinvol in te richten. Gesproken wordt er nauwelijks in het gezin. Ieder gaat zijn gang. En iedereen lijkt vrede te hebben met deze verstikkende harmonie.

    Als één van de thema’s van Marlen Haushofer wordt vaak o.a. de ondergeschikte rol van de vrouw binnen het huwelijk genoemd. De rol van de vrouw is in al die jaren na de eerste publicatie van haar boeken wel verbeterd. De lezer van nu zal daarom haar boeken met andere ogen lezen dan die van 50 jaar geleden. Het is zelfs denkbaar dat de moderne lezer misschien zelfs enige irritatie voelt over de defaitistische houding van Anna.

    In zowel Wij doden Stella als De wand gaat het om een vrouw in een isolement. In het eerste boek zit ze gevangen in zichzelf en in een gezin, in De wand zit ze gevangen in haar omgeving maar is helemaal alleen. Het grote verschil is dat ze in De wand ondernemend is en onafhankelijk en daardoor, ondanks haar eenzaamheid, gelukkig kan zijn. In Wij doden Stella heeft ze te weinig omhanden en wordt ze voornamelijk gekweld door haar gebrek aan daadkracht.

    De manier waarop Haushofer die kwelling beschrijft is aangrijpend. Ze grijpt je bij je kladden en laat je niet meer los. Ook niet als je het boek al uit hebt.

    Wij doden Stella

    Auteur: Marlen Haushofer
    Vertaald door: Ria van Hengel (hernieuwde vertaling)
    Verschenen bij: Uitgeverij Van Gennep
    Prijs: € 9,90

  • Op zichzelf aangewezen

    Op zichzelf aangewezen

    Zij vertrekt met een bevriend echtpaar voor een weekend naar de bergen. Het echtpaar gaat ‘nog even naar het dorp’ maar komt niet meer terug. Als de vrouw de volgende ochtend samen met de hond op onderzoek uitgaat ontdekt ze dat er een onzichtbare wand staat tussen haar en de bewoonde wereld. Zij kan nog net zien dat in de bewoonde wereld al het dierlijk en menselijk leven dood is, versteend.

    Het is geen stolp die over haar heen geplaatst is want het weer en de seizoenen blijven. Het regent, de zon schijnt, er breekt onweer uit en het sneeuwt. Ook de temperaturen blijven als in normale seizoenen.

    Gelukkig heeft zij de hond. En een huis dat in ieder geval voor de eerste tijd goed bevoorraad is. Ook ‘vindt’ zij een koe die van onschatbare waarde is want nu heeft zij ook melk. Als na een tijdje ook een kat komt aanzetten is het eigenaardige huishouden compleet.

    Veel tijd om zich druk te maken om het oneigenlijke van de hele situatie gunt de vrouw zich nauwelijks. Zij begint meteen met overleven. Ze vraagt zich in de loop van het verhaal wel zo nu en dan af wat er gebeurd kan zijn, en hoe het met haar kinderen is – dat weet ze eigenlijk wel -, maar ze neemt de situatie voornamelijk als een ‘fait accompli’. Op momenten dat het haar toch te kwaad wordt, gaat ze enorm aan de slag: …’Ook toen kwam er van de rustpauze niet veel terecht. Zo ging het steeds. Terwijl ik me afbeulde, droomde ik van stil en vreedzaam uitrusten op de bank. Maar zodra ik dan eindelijk op de bank zat, werd ik onrustig en keek ik uit naar nieuw werk. Dat kwam geloof ik niet voort uit grote ijver, ik ben van nature nogal lui, het was waarschijnlijk zelfbescherming, want wat zou ik tijdens die rust anders hebben gedaan dan in herinneringen verzinken en piekeren. En dat was precies wat ik niet moest doen, dus wat restte mij anders dan doorwerken?’

    Tegen beter weten in blijft ze in het begin toch ook nog hopen op een einde van de situatie: dat ze nog gevonden zou worden.

    Een enkele keer wordt ze moedeloos …’Ik had veel enerverende ervaringen achter de rug en nu was ik moe. Ik lag op de bank en als ik mijn ogen dicht deed, zag ik sneeuwbergen aan de horizon en witte vlokken die in een grote lichte stilte op mijn gezicht neerdwaalden. Er waren geen gedachten, geen herinneringen, er was alleen maar dat grote stille sneeuwlicht. Ik wist dat dit een gevaarlijk beeld was voor een eenzaam mens, maar ik kon de kracht niet opbrengen me ertegen te verzetten.’ 

    Maar uiteindelijk legt ze zich bij de situatie neer en accepteert dat dit het voortaan is. Vanaf dat moment droomt ze ook niet meer over mensen maar over dieren. En zijn er momenten dat ze echt kan genieten van haar leven.

    Om toch enigszins mens te blijven gaat ze schrijven en streept ze de dagen af in een agenda. Toch is het boek geen dagboek. Ze vertelt zelf het verhaal. Het gaat over het heden, ze blikt terug en loopt ook op gebeurtenissen vooruit. Zo weet je aan het begin van het boek al dat de hond dood zal gaan, wat pas in de laatste pagina’s gebeurt. ‘Soms, als ik nu alleen in het winterse bos loop, praat ik net als vroeger tegen Luchs. Ik weet niet eens dat ik het doe, tot ik ergens van schrik en mijn mond houd. Ik draai mijn hoofd om en zie een roodbruine vacht schemeren. Maar het pad is leeg, kale struiken en natte stenen. Het verbaast me niet dat ik nog steeds de dorre takken achter mij hoor kraken onder de lichte tred van zijn voetsporen. Waar zou zijn kleine hondenziel anders rondspoken dan in mijn spoor? Het is een vriendelijk spook en ik ben er niet bang voor. Luchs, mooie brave hond, mijn hond, waarschijnlijk is het gewoon mijn eigen arme hoofd dat het geluid van jouw stappen maakt en het schijnsel van je vacht. Zolang ik besta, zal je mijn spoor volgen, hongerig en vol verlangen, net zoals ik zelf hongerig en vol verlangen onzichtbare sporen volg. Geen van beiden zullen we ooit onze prooi te pakken krijgen.’

    Soms is het net alsof je de tekenaar Escher leest. ‘Op de vijfde dag na het onweer brak eindelijk de zon door de witte nevelsluiers. Toen was ik nog tamelijk mededeelzaam en maakte ik dikwijls aantekeningen. Later worden ze schaarser en dan zal ik op mijn herinnering aangewezen zijn.’ Je begint een zin of een alinea die op een manier eindigt wat taalkundig helemaal niet kan. Maar dat stoort geenszins. Het leest allemaal heel logisch.

    Informatie over haar vorige leven krijg je maar mondjesmaat. Ze vertelt een paar keer over haar dochters. Hoe moeilijk ze het vond toen die de kinderleeftijd ontgroeid waren en slechts één keer schrijft ze iets over haar echtgenoot, maar niet meer dan één of twee regels.

    Het boek gaat over haar en haar kwetsbaarheid, over haar gedachten en over de verhouding tot haar dieren: … ‘en zoals altijd bij slecht weer moest ik aan de kat denken. Goed, ze had dat vrije leven zelf gekozen. Maar had ze dat echt, ze kon toch helemaal niet kiezen. Ik zag niet zoveel verschil tussen haar en mij. Ik kon dan wel kiezen, maar alleen met mijn hoofd en dat betekende voor mij bijna hetzelfde als helemaal niet. De kat en ik, we waren uit hetzelfde hout gesneden en we zaten in hetzelfde schuitje, dat met alles wat leefde op de grote duistere ondergang afstevende. Als mens had ik de eer dat te beseffen, zonder er iets tegen te kunnen doen. Welbeschouwd was dat een twijfelachtig geschenk van de natuur.’

    Eigenlijk gebeurt er weinig in dit boek. En toch blijf je gefascineerd lezen. Misschien komt dat omdat er juist zo veel in het boek gebeurt: het wordt zomer, ze moet hooien en houthakken, de koe moet gemolken, het onweert, het wordt winter en het gaat sneeuwen, ze moet vissen, jagen, aardappels oogsten, de koe helpen kalveren, het vuur aanhouden, mest scheppen, bonen plukken, wild slachten enzovoort, enzovoort, enzovoort.

    Als je eenmaal in dit boek begint, is het moeilijk het weer weg te leggen. En doe je dat toch, dan blijft de thematiek je bezighouden. Daarnaast staat De wand vol prachtige zinnen en alinea’s die je voor je plezier herleest.

    Haushofer (1920-1970) is één van de grote schrijfsters uit de Oostenrijkse literatuur. De wand verscheen voor het eerst in 1963 en wordt over het algemeen beschouwd als een hoogtepunt in haar oeuvre. In 1988 is de roman voor het eerst in Nederland verschenen. Ria van Hengel heeft haar vertaling voor deze nieuwe uitgave volledig herzien.