• Schitterende beschrijving van de liefde als enige bron van bestaan

    Schitterende beschrijving van de liefde als enige bron van bestaan

    De titel van de onlangs verschenen roman van de Italiaans-Cubaanse schrijfster Alba de Céspedes zegt precies waar het boek over gaat, Zoals zij het ziet. Hoofdpersonage Alessandra vertelt hoe zij haar leven heeft geleefd en ervaren in een tijd waarin mannen domineerden en vrouwen geacht werden te volgen. Het boek is geschreven in 1948, een tijd waarin een betaalde baan voor een vrouw nog geen normale zaak was en het aanrecht haar enige recht. Een tijd waarin de meeste vrouwen zich wijdden aan de verzorging van hun man en kinderen. 

    De roman is het verhaal van vrouwen die hartstochtelijk op zoek zijn naar de grote liefde, naar de volledige aandacht en toewijding van hun partner, niet alleen in de verkeringstijd, maar ook in de jaren daarna. Het boek is in de woorden van de schrijfster, vijftig jaar na verschijning: ‘een protest tegen het idee dat liefde een illusie is.’ De drie generaties vrouwen in deze roman komen tot de naargeestige slotsom dat mannen om verschillende redenen, niet in staat zijn tot het geven van liefde. Alessandra verklaart deze mislukking uit het feit dat mannen en vrouwen totaal verschillend in elkaar zitten en dat mannen dit weigeren in te zien. Ze ‘betuttelen’ hun vrouwen waardoor ze niet tot hun recht komen. Mannen schieten in deze roman in vrijwel alle opzichten te kort.

    Een slechte start

    Alessandra’s leven begint al slecht. Ze had eigenlijk een jongetje moeten zijn, als vervanging van haar broertje Alessandro die jong stierf. De roman schetst het burgerlijke leven van Alessandra’s ouders in een flatgebouw in de Romeinse wijk Prati, gelegen tegenover de Villa Borghese, aan de andere kant van de Tiber. Ze groeit op in een van de enorme wooncomplexen, waar veel gezinnen dicht bij elkaar wonen. Haar vader is in de ogen van Alessandra een saaie ambtenaar, die zijn leven in regelmaat heeft gegoten. Op tijd eten, op tijd slapen en af en toe een keer zijn vrouw tot seks dwingen. Haar moeder is huisvrouw en pianolerares. Zij laat de droom in haar leven toe. Als ze lesgeeft in de prachtige villa Pierce op de Gianocoloheuvel – waar de rijken wonen – raakt ze hevig verliefd op een jonge pianist, zoon van de familie. Ze wil haar man verlaten, maar dat blijkt onmogelijk, omdat ze Alessandra niet achter wil laten en haar man staat haar niet toe haar dochter met zich mee te nemen. Dan pleegt ze zelfmoord door zich te verdrinken in de Tiber. Ze kiest ervoor te sterven in plaats van zich te onderwerpen aan compromissen. Alessandra is dan zeventien.

    Alessandra verhuist naar haar grootmoeder en haar ooms en tantes ergens op het platteland van de Abruzzen, ten oosten van Rome. Haar grootmoeder is een sterke vrouw met een fonkeling van natuurlijke trots in haar ogen, die ze nooit bij haar vader had opgemerkt. Ze vat sympathie op voor haar grootmoeder, terwijl die Allessandra’s moeder toch veroordeelt omdat ze een droom heeft nagestreefd ten koste van haar dochter en man. En een droom nastreven is niet wat van vrouwen verwacht wordt. Volgens grootmoeder leven vrouwen een leven dat ingaat tegen hun karakter en aard, tegen hun gevoelens en impulsen, juist daarom moeten ze zo sterk zijn. Als vrouwen niet standvastig zijn en ook hun impulsen gaan volgen loopt het slecht met hen af. 

    De keuze van Alessandra

    Grootmoeder bekijkt de mannen met een cynische blik. Ze maakt algemene opmerkingen waaruit blijkt dat ze mannen niet erg hoog heeft zitten: ‘Mannen die voor het vaderland sterven zijn helden,’ beweert ze, ‘maar hoe vaak moet een vrouw wel niet bewust sterven, in haar miezerige leven van alledag.’ Zij is een sterke vrouw die prachtige wijsheden debiteert: ‘‘Oorlog is geen bewijs van kracht, maar van angst. Alleen angst en zwakheid kunnen mannen zover brengen om andere mannen die niets misdaan hebben te doden.’ 

    Alessandra kiest voor het compromisloze van haar moeder en niet voor de gangbare omgang met mannen. Als ze na verloop van enige tijd naar Rome terugkeert, woont ze weer bij haar vader. Daar raakt ze tot over haar oren verliefd op Francesco, een anti-fascist die werkzaam is aan de universiteit. Alessandra en Francesco maken een schitterende ‘zoete’ tijd door in Rome, ze bezoeken samen de plaatsen waar haar moeder kwam, ze kussen voor het eerst op het Sint Pietersplein en wandelen veel in de Villa Borghese. Het lijkt een complete romantische relatie, waarin ze beiden behoefte hebben alles wat ze beleefd hebben te bespreken om het te herbeleven. Alessandra wordt er zelfs milder van tegenover haar vader.

    De oorlog en ondergronds verzet

    Als de oorlog uitbreekt wordt de prille relatie echter belemmerd door Francesco’s onderdompeling in het verzet tegen de Duitsers. De eindeloze gesprekken met en de tedere belangstelling voor elkaar verdwijnen langzamerhand. Alessandra neemt daar geen genoegen mee. Ze probeert de oorspronkelijke verliefdheid vast te houden, maar slaagt daar niet in. In haar ogen zet deze gevoelige, romantische Francesco op een gegeven moment toch zijn aard als ferme, daadkrachtige man in tegen haar die hij ziet als een te gevoelige, romantisch vrouw. Ze had gehoopt dat hij eenzelfde verlangen zou hebben om het perfecte moment van ontmoeting keer op keer op te zoeken. Alessandra heeft de behoefte om die liefde voortdurend te uiten en te horen uiten door de ander. Maar Francesco raakt voor haar steeds verder buiten bereik in het ondergrondse verzet.

    Om dichter bij Francesco te kunnen komen neemt zij ook deel aan het verzet en doet allerlei heel gevaarlijk verzetsacties. Dichter bij haar man komen lukt echter niet echt en ze moet wachten op zijn nabijheid tot de oorlog voorbij is. Maar dan besteedt Francesco zijn tijd aan de voorbereiding van een nieuwe maatschappij.  Als hij ’s nachts toenadering zoekt noemt hij nooit meer haar naam. En ’s ochtends heeft hij het niet meer over wat er ’s nachts tussen hen heeft plaatsgevonden. Alessandra mist die vertrouwelijke intimiteit, Francesco niet. Of de compromisloosheid van Alessandra slecht voor haar afloopt, laten we hier in het midden.

    Kloof tussen man en vrouw

    Zoals zij het ziet is een prachtig boek, waarin de mannen er niet best af komen. Het geeft een tijdsbeeld en stelt ook actuele vragen over de relatie tussen man en vrouw. De roman is somber over de mogelijkheid om de rolpatronen tussen mannen en vrouwen te doorbreken. Mannen zijn volgens de schrijfster domweg niet in staat om vrouwen te begrijpen, omdat zij niet de behoefte hebben om de verliefdheid te vereeuwigen. Zij verstoppen zich na een korte verliefdheid in hun werk of in hun maatschappelijk ideaal of zoeken nieuwe liefdes in plaats van dat ze hun best doen de grote liefde telkens opnieuw te beleven en te uiten.  

    Is de kloof die de schrijfster in deze roman tussen mannen en vrouwen beschrijft tijdgebonden. Heeft de vrouwenemancipatie deze kloof gedicht of gaat het hier om een essentieel verschil. Vrouwen komen van Venus en mannen van Mars? De lezer geeft zijn eigen antwoord. Wat deze roman zo goed maakt is de schitterende beschrijving van de liefde als enige bron van waarachtig en intens bestaan, het compromisloze verlangen naar de ander die er, voor altijd is, voor zo lang als dat duurt.



  • Uit het leven van een sociale Italiaanse ondernemer

    Uit het leven van een sociale Italiaanse ondernemer

    Recensie door Rein Swart

    Het kapitalisme is niet alleen een last voor de arbeider, ook de fabrieksdirecteur is een gevangene van het helse systeem dat altijd zoekt naar meer winst. In Velours uit Prato,  De geschiedenis van een Italiaanse textielfamilie beschrijft Nesi dit proces van binnenuit. Zijn boek gaat dan ook niet alleen over zijn familie, maar breder over de kwijnende Italiaanse (textiel)industrie in een tijd van globalisering.

    Nesi begint met een familiefoto die weliswaar niet getoond wordt, maar wel een helder beeld geeft van het in de twintiger jaren door de grootvader en zijn broer opgerichte Wolfabriek T.O. Nesi & Zonen nv., waarvan Edoardo (1964) later een van de eigenaren zal worden. Hij is aanvankelijk niet van plan om in het bedrijf te stappen. Op 16 jarige leeftijd vertrekt hij naar de Verenigde Staten om Engels te leren. Daar blijft hij hangen op verschillende zomerscholen tot hij na een mislukte studie rechten naar Florence terugkeert en in het familiebedrijf gaat werken. Hij vermaakt zich wel. ‘Ook en vooral omdat iedereen in het bedrijf altijd doet wat jij zegt, of dat nu zinnig is of niet.’

    Hij vertelt dat het bedrijf dat in de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s wordt verwoest, maar later weer wordt opgebouwd. Hij schrijft over de telexen van hun Duitse agent en de bezoeken die hij samen met zijn vader aan Duitsland brengt en over zijn interesse voor stoffen die door bijvoorbeeld Lowry in zijn romans worden beschreven. Naast zijn werk als ondernemer heeft hij veel belangstelling voor literatuur. Hij leest veel en schrijft boeken als De gouden eeuw en Per Sempre (Voor altijd). In 2004 verkoopt hij het bedrijf.

    De gouden eeuw gaat over een denkbeeldige textielondernemer uit Prato die verstikt wordt door de globalisering. Het verhaal speelt zich af in 2010, het jaar dat Velours uit Prato in Italië wordt uitgebracht.

    Voor altijd staat voor het feit dat ik me op mijn vierenveertigste heb gerealiseerd dat de afrekening van het leven wordt gevormd door je herinneringen, dat elke link met mijn jeugd nu alleen nog maar berust op het geheugen, dat meedogenloze monster dat je onmogelijk het zwijgen op kunt leggen; dat er dingen en mensen en gebeurtenissen en liefdes en momenten van hartverscheurend verdriet en geluk zijn die ik nooit meer zal kunnen vergeten en die ik dus inderdaad voor altijd met me mee zal dragen; dat het schoolbord van mijn leven, zeg maar, niet meer kan worden schoongeveegd, en dat alle nieuwe dingen die ik er eventueel nog op zou willen schrijven een plekje moeten zien te vinden tussen alles wat er al op staat.’

    Velours uit Prato is verrassend gevarieerd opgebouwd met leuke inkijkjes, en vlot, op een haast terloopse manier, geschreven. Bijvoorbeeld in een fragment waarin zijn dochter hem vraagt van wie de popsong is die ze hoort. De verteller schrijft dan: ‘Ze vindt het geweldig, haar broer heeft het haar laten horen, en ik antwoord dat het ‘Knockin’on Heaven’s Door’ van Bob Dylan is, en ook al staat de muziek hard en ook al heeft het er niets mee te maken en moeten we zo meteen weer gaan, ik zou zo graag tegen haar zeggen dat het fantastisch zou zijn als het nu juist de cultuur was die de redding van Italië zou betekenen.’

    Het boek is doorspekt met film en literatuur, maar gaat toch vooral over de boosheid van Nesi over economen die begin 2000 de globalisering verwelkomden en daarmee de Italiaanse industriële bedrijvigheid de nekslag gaven. Nesi beschrijft helder dat bedrijven producten verkochten zonder winst te maken, puur om een opdracht in de wacht te slepen. Hij klaagt illegale Chinese naaiateliers aan die erbarmelijke werkomstandigheden bieden maar wel Made in Italy op hun producten mogen zetten en beschrijft de werkloze magazijnbediende Fabio die drie jaar voor zijn pensioen ontslagen wordt bij gebrek aan werk en in de put raakt.

    Als Nesi in 2008 meedoet met een demonstratie om steun te vragen voor de lokale industrie wordt hij gefeliciteerd door een mededemonstrant met zijn boek De gouden eeuw, maar Nesi voelt zich bitter. Liever zag hij de Pratese industrie bloeien.

    Velours uit Prato heeft de kwaliteit van oud Italiaans handwerk, wellicht dat uitgeverij Atlas meer van Nesi kan uitgeven.