• Marion Bloem krijgt de Constantijn Huygensprijs toegekend

    In het radioprogramma Kunststof werd gisteravond bekendgemaakt dat Marion Bloem de Constantijn Huygens-prijs 2022 krijgt toegekend. Op twitter liet Bloem weten dat ze ‘beduusd maar blij is’ en verwijst naar haar ‘voorouder’ J. C. Bloem, die in 1949 dezelfde prijs ontving. Ook noemde ze haar man, Ivan Wolffers die in oktober overleden is, ‘Ik mis mijn grootste fan natuurlijk, maar weet dat hij ergens meegeniet.’ Hij leed sinds 2002 aan prostaatkanker.

    Marion Bloem (1952) ontvangt de Constantijn Huygens-prijs 2022 voor haar meer dan achtendertig boeken waaronder romans, verhalenbundles en gedichten. Haar internationaal gelauwerde debuut Geen gewoon Indisch meisje uit 1983, wordt door meerdere generaties lezers gekoesterd. Bloems productiviteit, niet alleen als schrijver, maar ook al kunstenares en documentaire maker, is overweldigend. Bloem schrijft vanuit een grote maatschappelijke betrokkenheid, zoals het onlangs verschenen Indo. Vanaf haar eerste boek geldt dit voor haar gehele oeuvre. In januari 2023 zal haar nieuwe roman Meisjes uit het dorp verschijnen, dat met Geen Gewoon Indisch meisje en Een meisje van honderd een drieluik vormt.

    De jury bestond uit: Aad Meinderts (voorzitter), Jeroen Dera, Rashif El Kaoui, Sanne Parlevliet, Jan de Roder, Mathijs Sanders, Jeannette Smit en Sarah Vankersschaever.

    De prijzen zijn toegekend door de Jan Campert-Stichting, opgericht op 18 augustus 1947 en vernoemd naar de dichter Jan Campert die lang in Den Haag woonde en het beroemde verzetsgedicht schreef, ‘De achttien dooden’. Door de jaarlijkse toekenning van de Haagse literatuurprijzen draagt de stichting bij aan publieke erkenning en een grotere bekendheid van belangrijk geacht literair werk of oeuvre.

    Aan de prijs is een bedrag van 12.000 euro verbonden. De uitreiking van de Constantijn Huygens-prijs 2022 vindt plaats tijdens het internationaal literatuurfestival Writers Unlimited / Winternachten op zondagmiddag 12 februari 2023 in theater aan het Spui in Den Haag.

     

     

    Foto: Ivan Wolffers (rechtenvrij)

     

  • Oogst week 36

    Een ongeduldig verlangen. Herinneringen

    De eerste pagina’s van Een ongeduldig verlangen nodigen direct uit om door te lezen. Willem Nijholt komt na een stormachtige tocht in Nederland aan. Nog gekleed in zijn tropengoed stapt hij samen met zijn broertje naar buiten, het dek op.

    Maar al meteen merkten we hoe de ijzige winterkou ons heftig in de klauwen greep, ons liet kleumen in onze dunne, lichte tropenkleren, ons liet glibberen op het gladde, met een laag ijzel bedekte dek, ons kon laten neerkletteren. Hoe alles wat je handen aanraakten onmiddellijk vast zou vriezen als je geen wanten of handschoenen aanhad. En Jan en ik hadden handschoen noch want, muts noch winterkleding.’ 

    Maar: ‘We hadden het gehaald! De Jap was verslagen. Wij, kinderen, hadden in Indië jaren van honger meegemaakt, dagelijks onder bewaking van de Jappen op onze knieën moeten liggen hakken in de keiharde tropische grond, onder de koperen ploert, met een geweer in de rug en geschreeuw aan je kop.

    Eigenlijk nog maar kort na het verschijnen van Met bonzend hart, zijn brieven aan Hella Haasse, verschijnt er weer een nieuw boek van Willem Nijholt. In Een ongeduldig verlangen vertelt hij over zijn jeugd in Indië, de tocht naar Nederland en zijn eerste tijd daarna.

    Volgende week een lange recensie!

    Een ongeduldig verlangen. Herinneringen
    Auteur: Willem Nijholt
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Het Sumatra van Bloem

    Ook over Indonesië, over het eiland Sumatra om precies te zijn, gaat Het Sumatra van Bloem, dat Marion Bloem samen met haar echtgenoot Ivan Wolffers heeft gemaakt. Ze reizen door een overweldigende natuur, langs de smalle Trans Sumatra Highway.
    Ook dit boek is een reis door de tijd, al gaat het hier niet over de auteur zelf, maar over haar familie. Bloem heeft haar leven lang verhalen gehoord o.a. van en over haar grootmoeder en vader. Die verhalen geeft ze door in dit boek.

    Daarnaast bevat het boek prachtige foto’s, maar ook recepten uit de bijzondere keuken van Sumatra.

     

     

    Het Sumatra van Bloem
    Auteur: Marion Bloem
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers

    De schooldagen van Jezus

    Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee behoeft geen betoog. Zijn nieuwe boek, De schooldagen van Jezus (niet te verwarren met zijn boek De kinderjaren van Jezus), gaat over Símon en zijn pleegzoon David.

    De schooldagen van Jezus toont ons een vader die zijn kijk op de wereld baseert op logica en feiten, die meer op zijn geest vertrouwt dan op zijn lichaam, en een zoon die in alles het tegenovergestelde lijkt. Maar dan gebeurt er iets in het schoolgebouw dat de hele stad op zijn kop zet. Langzaam ziet Simón in dat er misschien nog een andere kant van het menselijk bestaan is: iets náást denken en ratio. Het lichaam, het gevoel, de dans; iets wat vooralsnog ongrijpbaar voor hem was, maar waar Davíd het levende bewijs van is. Simón zet alles op alles om zijn zoon te kunnen liefhebben en eindelijk te begrijpen.’

     

     

     

    De schooldagen van Jezus
    Auteur: J.M. Coetzee
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Hoe lees ik?

    Op het omslag van Hoe lees ik? van Lidewijde Paris staat al een aantal vragen. ‘Wat wil de schrijver?’ ‘Hoe is de opbouw van het verhaal?’ ‘Weet iemand alles beter?’

    Het is een aanzetje tot de inhoud van het boek. Hoe lees ik? geeft gelukkig niet aan hoe je moet lezen, of wat je uit een boek moet halen. Dat is voor iedereen anders, betoogt Paris, maar toch geeft ze een paar aanwijzingen die elke lezer kunnen helpen een tekst eens anders te lezen. Hoe lees ik? staat vol met dat soort suggesties, aan de hand van zinnen, alinea’s, verhalen en romans. Van de Max Havelaar via De zwarte met het witte hart naar David Mitchell. Het eindigt met allerlei tips voor leesclubs, boekhandelaren, scholen, beginnende schrijvers en alle andere lezers.

     

     

    Hoe lees ik?
    Auteur: Lidewijde Paris
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
  • Meinummer Tirade – In memoriam

    Meinummer Tirade – In memoriam

    Bij het persklaar maken van het hier te bespreken meinummer van Tirade, kon de redactie niet bevroeden dat het thema In memoriam op de realiteit vooruit liep. Enkele weken later veroordeelde Halbe Zijlstra – zonder slag of stoot – de twaalf meest vooraanstaande literaire tijdschriften in Nederland tot de bedelstaf. Het Letterenfonds kreeg opdracht geen subsidie meer aan deze tijdschriften te verstrekken.

    Volgens Zijlstra worden literaire tijdschriften niet gelezen, dus weg ermee. Een onbezonnen actie die verregaande gevolgen zal hebben voor de literaire ontwikkelingen in Nederland. Met het opdoeken van de tijdschriften zullen ook de redacties verdwijnen. Waarmee het belang van het redactionele advies van een gerenommeerd tijdschrift aan debuterende auteurs, schromelijk onderschat wordt. Zijlstra smoort het toekomstige Nederlandse literaire erfgoed, zonder scrupule, de mond. Een In memoriam is dan zeer toepasselijk, zei het fictief, het biedt troost en geestelijke verrijking aan de literatuurliefhebber in deze moeilijke tijden. En hoop gloort daarna.

    Vijfendertig maal een In memoriam van even zovele schrijvers. Wie heeft nooit een moment gekend dat je eraan dacht hoe je gememoreerd wenst te worden: ‘Van haar voortdurende verbazing werden wij geregeld doodmoe’ (Sasja Janssen), ‘Hij heeft (…) ongeveer 30 kilometer geschreven (…) (Leo Vroman) of: ‘(…) zijn onvermogen binnen de lijntjes te kleuren.'((Detlev van Heest). De werkelijke memorabele feiten, na de dood uitgesproken zal niemand ooit notitie van nemen. Tirade nr. 438. bood auteurs de kans een I.M. over zichzelf schrijven. De ultieme gelegenheid om jezelf eindelijk eens te prijzen waar de kritiek dat nagelaten heeft, of ongestraft te citeren uit eigen werk. Maar ook de donkere kanten treden onverbloemd op de voorgrond, nu er toch niets meer te verrekenen is kan alles gezegd.

    Schrijven over eenzelfde thema door een groot aantal auteurs brengt het risico met zich mee dat het resultaat wat al te eensluidend kan uitvallen, maar daar is hier geen sprake van. Wel kan men – na lezing van pakweg tien bijdragen – spreken van enige I.M verzadiging. Leg het tijdschrift dan even terzijde om het later nog eens door te bladeren – daar nodigt een literair tijdschrift immers toe uit – blader er doorheen, sla een paar I.M.s over voor een later moment en lees nog eens wat terug. Het is genieten om te zien hoe de auteurs met het thema gestoeid hebben. Een enkeling pakte zijn leven samen in een grafsteentekst zoals David Van Reybrouck ‘Hij deed nooit iets in opdracht.’

    In Omheen het gat van Atte Jongstra, spreekt de schrijver de hoop uit dat zijn vrouw gunstig over hem wil denken na zijn dood. Tussendoor vermeldt hij: ‘(…) al schijnt ook zij het leven te hebben losgelaten, zie elders in dit blad (…)’.

    Haar Onvoorzien In Memoriam van Ingrid Hoogervorst, heeft hij kennelijk niet meer kunnen lezen. Hoogervorst is getuige van een gesprek tussen twee stamgaten in een café die haar op haar eigen I.M. verrassen. Waarna zij onopgemerkt het café verlaat en huiswaarts gaat. Zij is niet overleden, zelfs niet fictief.

    Marion Bloem, I.M. en Jan van Mersbergen (zonder titel) memoreren zichzelf enigszins ongemakkelijk. Wie wil er nu over zijn eigen dood schrijven wanneer je ouders nog leven? Jan van Mersbergen belt er zijn moeder maar eens over die terstond een opsomming geeft van herinneringen aan Van Mersbergen en zijn tweelingbroer. Toen ze nog baby waren en zo identiek, dat zijn moeder hem alleen wist te onderscheiden door een paar vlekjes bovenop zijn voet. Over memorabele feiten na zijn dood wordt handig gezwegen. Of het moest zijn dat zijn moeder hem herinneren zal als een van de tweeling die zich altijd zal willen onderscheiden van zijn broer door: ‘(…) dat schrijven van jou (..)’

    Marion Bloem is bang dat niemand haar ooit, zelfs na haar dood niet, echt gekend zal hebben. Dat je gekend wordt aan de oppervlakte en in uiterlijkheden maar de gelaagdheid in haar wezen, evenals als die in haar boeken – onopgemerkt zal blijven. Een ongerede angst lijkt me, maar wel een die voorbehouden is aan de schrijfster en zeer herkenbaar.

    Interessant is te vernemen hoe schrijvers aan hun einde zijn gekomen.

    Anton Korteweg (1914-2011) stierf in zijn slaap en Theo Kars (1940-2040) vond de dood ‘door eigen hand’. Heel toepasselijk voor: “‘Wie steeds zijn eigen leven heeft geleid, zal ook op het eind daarvan de teugels niet uit handen willen geven, (…),’ aldus Kars in zijn memoires.”

    Minke Douwesz (1962 – 2010) kwam bij een verkeersongeluk om het leven. Zij, die twee poezen en evenzovele romans naliet, schreef een scherpe analyse van haar leven en werk als auteur. Haar romans Strikt en Weg ontstonden vanuit een streven: ‘(…) woorden vinden voor de complexe processen die zich in en tussen individuen afspelen.’ Wie haar werk kent kan beamen dat zij daarin geslaagd is.

    De bijdrage van Maarten Biesheuvel is grandioos. Het schrijven schijnbaar voorbij tekende hij (met ballpoint) zichzelf in memorabele staat op papier: Eva, zijn vrouw gezeten in een (imaginaire) stoel aan het voeteneinde van een kaal bed waarop in naakte, erectionele staat de schrijver, de hand reikend naar zijn mannelijkheid, kreunend zijn laatste adem uitblaast. Met daaronder de tekst: ‘Biesheuvel had een afschuwelijk leven maar gelukkig had hij Eva als vrouw.’

    Verder een In memoriam van onder andere: Tomas Lieske, Piet Gerbrandy, Barber van de Pol, Ton Rozeman, Tsjead Bruinja, Arnon Grunberg, Willem Jardin, August Hans den Boef, Maarten Ascher en Miek Zwamborn.

    Literatuur, in de diepte en de breedte, bij de hoogste en de laagste zin van het woord, zal nimmer verstommen wanneer we Arnon Grunbergs woorden ter harte nemen in zijn Voetnoot van 27 juni jl.. Grunberg ziet weinig heil in protestacties tegen de voorgenomen bezuinigingen. ’Het kabinet bezuinigt, er wordt geprotesteerd. Zo was het vroeger, zo is het nu. Zelden verandert er iets.’ Liever stort hij elk jaar duizend euro in een fonds voor literaire tijdschriften. “Als 199 personen en bedrijven hetzelfde doen, hebben we 2 ton.” En: “Als de kunsten u lief zijn: koop wat minder biologisch rundergehakt en wordt mecenas.” Laat de uitingsvorm van de kunsten niet langer afhankelijk zijn van de grillen van de overheid maar neem je eigen verantwoordelijkheid, lijkt Grunberg hiermee te willen zeggen.

    En als vervolgens heel literatuurminnend Nederland een abonnement neemt op een literair tijdschrift dan zal het ware karakter van de literatuur zich doen gelden.

     


    Website Tirade www.tirade.nu