• Sontag

    Sontag

    Alles klopte. Het Bretonse vakantiehuisje had strooien muren en lag op een heuvel. Daar beneden zag je enkel bos, hei en brem. De tuin bestond uit hooiachtig gras met fruitbomen, tussen twee daarvan hing mijn hangmat. Een amandelcroissant op de grond ernaast. Perfect gedoseerd viel er schaduw op mijn boek. Tussen de planken van de veranda schoten hagedissen weg. Er was tijd. Ik las de biografie van Susan Sontag. Het allereerste wat ik van haar las, waren haar eerste dagboeken (verzameld onder de titel Herboren). Ik herlas ze minimaal drie keer. Steeds werd ik gegrepen door de storm van ideeën en de rijkdom van haar woelige intellect die boven alles aanstekelijk was. Het contrast met haar gevoelsleven kon niet scherper. De vele affaires en relaties met mannen en vrouwen vielen met name op door een schrijnende herhaling van zetten. Ik begon hongerig aan haar biografie en las met haast, alleen naar zee ging het boek niet mee (te zwaar).

    Weer die boekenarme jeugd en alcoholische moeder maar altijd al een intense denker, altijd een gebrekkige geliefde. Ook haar moederschap kwam er weer bekaaid vanaf. Dat ze op vrouwen viel, bleek helder uit haar dagboeken. Waar ik minder van op de hoogte was, waren haar onvermoeibare pogingen dit te verbergen en ontkennen. Ook nadat iedereen het eigenlijk wel wist. Je kon niet over Sontag praten en haar verholen homoseksualiteit ongenoemd laten. Bladzijde na bladzijde werd de vrouw intelligent, maar met groot mededogen door biograaf Moser ontleed. Ondertussen liep de vakantie ten einde, net als het boek en ik vertraagde, zoals altijd, zoals ik ook ooit de geweldige biografie over Salinger niet uitlas. Het einde kende ik al, iedere pagina een duister stapje dichterbij. Dus rees de vraag waarom ik sowieso aan biografieën begon, als ik ze toch niet eindigde.

    Uiteindelijk gaat het natuurlijk om de kunst en niet de kunstenaar. Tegelijkertijd ga ik als eerste overstag wanneer ik mijn hand kan leggen op de biografie van een favoriete schrijver. Om een glimp op te vangen van de achterkant van het borduurwerk?
    Deze biografie was in ieder geval meer dan dat, hij was rijkelijk meerstemmig. Daaruit bleek, veel meer dan uit haar eenstemmige dagboeken, dat zelfinzicht niet Sontags grootste kwaliteit was. Misschien was ze te goed geworden in verbergen. Een ontluisterend besef. Want verschilde zij daarin eigenlijk van ons? Van wie zouden er na onze dood vergelijkbare conclusies getrokken kunnen worden? Het is één van mijn grotere angsten, door anderen scherper gezien te worden dan door mezelf. Misschien lees ik daarom biografieën, om zoveel mogelijk stukjes mens te zien. Om de ander voor te blijven.
    Inmiddels had ik genoeg coquille Saint-Jacques gegeten voor een heel jaar en het legen van het droogtoilet was geen onverdeeld genoegen. Dus zwaaiden we naar de zwierige eigenaar van het huisje en reden terug. De laatste vijftig pagina’s wachten geduldig.

     

     

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. In 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap bij AtlasContact.

  • Een listig spel

    Een listig spel

    Men denkt dat ik als bioloog wel van alle dieren zal houden. Dat doe ik ook. Mits ik niet onvrijwillig mijn habitat hoef te delen. De voegen van mijn woningblok worden vernieuwd. Het aanhoudende gedril is allesoverheersend. De muis die sindsdien bij me introk zoekt waarschijnlijk rust, net als ik. Hij is er nu een week. Ik begon met een diervriendelijke muizenval. Een dag en een triomfantelijk spoor poepjes later, kocht ik twee onvriendelijke vallen. Muizen kunnen ziektes overbrengen, overtuigde ik mezelf. Ik kocht zelfs lokspek. Inmiddels bén ik lawaai en dénk ik muis. Met mijn geprinte manuscript vlucht ik naar een terras.

    Het lezen is als een confrontatie met mijn spiegelbeeld. Ik, als schrijver, overstem de protagonist nog teveel. Dat moet anders. Een zin uit het verhaal Lief leven van Alice Munro achtervolgt me al dagen. De verteller noemt de naam van een buurman en eindigt de zin als volgt: ‘(…) en hij speelt geen verdere rol in wat ik nu aan het schrijven ben, ondanks zijn trolachtige naam, omdat dit geen verhaal is, maar het leven.’ Ik voel me prettig betrapt, kennelijk had ik een verwachting. Wat lees ik nou precies? Munro speelt hier een listig spel. Je weet dat ze in het verhaal zit maar je kan haar niet vangen. Haar werk, dat nota bene vaak autobiografische elementen bevat, maakt zich los van de maker. Er is die stelling dat een goed kunstwerk niet af is en zo zijn de verhalen van Munro: ze zitten vol zijpaden, er is ruimte aan de voor- en achterkant. Ze leven.

    Aan het eind van de middag zit ik bij de kapper. Om de borende blik van mijn werkelijke spiegelbeeld te vermijden, bestudeer ik de muur. Ik zie veel interessante gaten die ik perfect zou kunnen dichten met mijn nieuwe kitpistool. Dat kocht ik afgelopen weekend, na de onvriendelijke muizenvallen en het wraak-gat dat de muis in de muur had geprobeerd te knagen. De kapster vertelt dat het haar liefste wens is om één keer in haar leven go-go-danseres te zijn. Al is het maar voor vijf minuten. Ik kijk naar haar korte haar en tattoos en zeg dat me dat best een haalbare droom lijkt. Mijn escapistische ziel wenst dat ze het zal doen. Zoals de moeder die zomaar besluit te gaan acteren, uit De kinderen blijven, een ander verhaal van Munro.

    Op het internet is iedereen het erover eens dat een muis nooit uit zichzelf je huis verlaat. Toch houdt hij zich al een paar dagen gedeisd. Ik koester de stille hoop dat we samen het narratief zijn ontstegen.

     

     Familiestukken / Alice Munro, samenstelling Marja Pruis & Greta Le Blansch /  vertaling Pleuke Boyce en Kathleen Rutten


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap bij AtlasContact.

  • Heimwee

    Heimwee

    De allereerste keer dat ik madeleines bakte, jaren geleden, waren ze voor iemand die mij Proust had aangeraden. De cakejes waren een verjaardagscadeau en ik was erg verliefd, ik had ook lindebloesemthee gekocht. Nu bak ik ze voor mijn ouders die ik mis omdat ik maanden niet bij ze langs kon. In een huurauto rijd ik langs geel uitgeslagen weilanden. De bomen hebben magere, doorlaatbare kruinen, mijn rug plakt aan de autostoel. In de tuin drinken we koffie bij de madeleines en grappen over verloren tijd.  

    Het is begin juni en daarom denk ik aan schoolkamp. Ik ruik die mengeling van muf hooi, opgedroogd karton en groentesoep. In mijn herinnering smelten al die verschillende kampgebouwen samen tot één. Ik loop over plakkerig zeil met tegelprint, open een deur van fineer naar een te krappe kamer vol stapelbedden en zie bij het raam de langpootmuggen die naar buiten of juist naar binnen willen, dwarrelend het glas aftasten. Altijd moesten we laarzen meenemen. Sjouwend door het bos, met onze plastic regenjassen halfopen, werden die inderdaad glimmend nat. De brok in mijn keel liet zich even afleiden maar zou zich na de soep en de bonte avond, wanneer mijn klasgenoten zich opmaakten om te keten, als een stormvloed een weg naar boven beuken. In mijn slaapzak, pijnlijk eigen, bekroop mij de paniek van het vreemde, van ver weg zijn en terug willen.

    Intrinsieke heimwee, daar denk ik aan als ik weer nies, om het vele stof of stuifmeel in de lucht. Het geluid van nat gras tegen laarzen, dat hoort al een tijd niet meer bij de lente. Maar van sommige herinneringen wil je niet dat ze opdrogen. Zoals een afgekapte verliefdheid blijft knagen en ik me de niet uitgelezen boeken soms het levendigst herinner. Is het levensangst? Sinds Zij van Helle Helle oordeel ik minder streng. Ik ben dol op het werk van deze Deense schrijver. Ze is nogal zuinig met woorden. In eenvoudige zinnen en taferelen schetst het boek de herinnering aan een moeder en een zestienjarige dochter. De intimiteit tussen de twee blijkt uit het alledaagse. Ze zoeken recepten uit, richten hun huis steeds opnieuw in en hebben onderonsjes in het ziekenhuis. Een duidelijk begin of einde ontbreekt waardoor het boek wel, maar het verhaal feitelijk niet stopt. Klinkt als een stilistisch trucje, maar daar is het te ontroerend voor. Te transparant ook. Zo wordt die dictatuur van de chronologie bijvoorbeeld eenvoudig om zeep geholpen door een bijzin als: ‘(…) de lamp gaat gisteren stuk.’
    Tijdsverloop lijkt mij de belangrijkste overeenkomst tussen een verhaal en een leven. Iedere poging tot verzet daartegen juich ik toe. Want de moeder is ernstig ziek, natuurlijk mag dit verhaal niet eindigen. Onterecht vrees ik toch de laatste bladzijde.

     

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap (AtlasContact).

  • Pessoa

    Pessoa

    Soms kan ik niet op een woord komen. Dan dwing ik mijn gespreksgenoot te wachten door de ogen dicht te knijpen en dramatisch het hoofd te schudden, handen beelden uit. We wachten. Met wat geluk dient het woord zich aan, bevrijdend als een nies. Maar af en toe blijft het ergens plakken, in een verbaal voorgeborchte stel ik me zo voor want als ik het zo noem, heeft het tenminste klasse. Dan hoef ik me niet af te vragen of ik het woord even kwijt ben of voorgoed. Bovendien, iedereen mist weleens iets.
    Een paar maanden geleden zag ik de MRI scan van mijn eigen hersenen: een dwars doorgesneden bloemkool. Het zijn de vlekjes littekenweefsel her en der die ruis op de lijn kunnen geven. Ineens is het aanwijsbaar, waar de materie geestelijk wordt. 

     Ik hou van woorden, ik ben woorden. Dus leer ik de laatste tijd als een haas nieuwe, prop mijn hoofd overvol zodat het minder zal opvallen als ik er later een paar mis. Portugese woorden om precies te zijn, want mijn geliefde is Portugees. We spreken hoofdzakelijk Engels met elkaar, soms wat Nederlands maar af en toe breek ik mijn tong en haspel me door Portugese peuterzinnen. Over zijn en hebben, die kat en deze hond, brood eten en melk drinken. Niets mis met minimalisme, maar het gaat me natuurlijk allemaal veel te langzaam, ik verlang naar meer. Als stip op de horizon krijg ik een dichtbundel van Fernando Pessoa cadeau met zowel de vertaling als het Portugese origineel. Het is mooi, hoe de woorden in deze taal naar elkaar toebuigen, elkaars klank aannemen. Want het geslacht van het onderwerp doordesemt de hele zin, waardoor er zomaar vanzelf klankrijm ontstaat.

    Nogal pretentieus, om maar direct Pessoa te willen lezen en ik beken dat ik er inderdaad weinig van snap. De gedichten zijn, ook in vertaling, nogal ondoorgrondelijk. maar zijn streven spreekt me aan. Hij legt de lat hoog, wil datgene van de menselijke conditie vangen wat zich, tsja, moeilijk laat vertalen. En het vermoeden rijst dat het ook helemaal zijn doel niet was, begrijpen of begrepen worden. Dus ik probeer net als hij of zijn heteroniemen niet te denken, betekenis los te laten. En ik voel weer de roes van hoe het was om te jong ingewikkelde boeken te lezen of de kwelling het gezochte woord te proeven op je tong. Het is de bedwelming van schemertaal die blootlegt wat je nog niet kent. 

     

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap (AtlasContact).

  • Overlevers en anderen

    Overlevers en anderen

    Ergens, diep in de Chinese bossen, vieren de civetkatten feest. Het zal een tijd duren voordat de mensen weer op ze durven te jagen. Ze vormen de mogelijke bron van de huidige corona-pandemie. Zij, of een dromedaris. Ik google afbeeldingen van de civetkat, een middelgrote alleseter met een onsympathiek spitse snuit en een wat gluiperige lichaamshouding. Niet iemand die ik graag tegenkom in het donker. Toch is het niet zijn schuld of van die brave dromedarissen, dat de hele wereld binnen zit, bang, ziek of beide.

    De boeken die ik weken geleden van de bieb leende, hoeven niet terug. De bieb is dicht. Gestaag lees en blader ik mij door de stapel, tot ik uitkom bij de klassieker Zwaarden, paarden en ziektekiemen van Jared Diamond, die ik aanvankelijk om heel andere redenen leende. Maar inderdaad: ziektekiemen. Absurd toeval, maar er is al zoveel absurd. En het is ook niet de schuld van de kippen, de geiten en de ratten die ons al eeuwenlang griep, koorts en pest geven. Het is simpelweg een gegeven. Sinds wij boeren werden en zo’n zesduizend jaar geleden dieren domesticeerden. Sinds dat intieme verbond delen we alles met elkaar: voedsel, arbeid, onderdak en troost. Maar ook elkaars ziektes, zoönosen, zoals dit corona-virus, dat van dier op mens oversprong. Waren we maar jagers en verzamelaars gebleven. Om de romantici onder ons meteen uit de droom te helpen: terugkeren naar deze leefstijl is geen optie, het ‘wilde’ voedselaanbod is al heel lang niet meer toereikend om zoveel mensen monden te voeden en kijk anders bij twijfel de film Into the wild.

    Wat rest? Fictie, om de absurde realiteit te stoven in zijn eigen vocht. Ik lees Hogere natuurkunde van Ellen Deckwitz, dat ik direct na de laatste regels herlees. Om de lucide taal, scherp en soms geestig, om de overlevings-adviezen van het oma-personage, voortkomend uit een Indisch verleden, adviezen tussen twee haakjes die subtiel het zwijgen over oorlogstrauma en het loodzware gewicht van die geheimen lijken te benadrukken, generatie op generatie doorgegeven. Er volgt geen makkelijke oplossing of antwoord. Er zijn overlevers en anderen. Toch stijgt de schrijver, en de lezer met haar, soms boven de prangende situaties uit. Laat de civetkatten maar feest vieren, deze bundel geeft lucht.

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In januari 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap(Atlas Contact).

  • Een missie

    Een missie

    Reinbert de Leeuw is overleden. Ik zal hem nooit zien dirigeren, voor altijd te laat. Ter compensatie bekijk ik de documentaire waarin hij zich voorbereidt op de Matthäus Passion: De Matthäus Missie. Bijzonder, omdat hij zijn hele leven wijdde aan de twintigste eeuwse muziek. Het beeld dat blijft: Reinbert, tenger en grijs, zit op een balkon. Je hoort flarden wind, de stad. Hij beweegt zijn hand met sigaret losjes op de maat van een geestelijke melodie, de voet tikt bescheiden mee. Wat zou ik graag horen wat er in zijn hoofd speelt. Maar het maakt niet uit, ik ga er toch in mee. In een volgende scène vertelt hij met vurig opengesperde ogen dat hij gewoon wéét dat zijn interpretatie van de Matthäus de enige juiste moet zijn. Jaloersmakend overtuigd, maar zonder een spoor van hoogmoed, het lijkt hemzelf ook te verbazen. Het moet gewoon zó. Te bedenken dat we bijna niets over Bach weten, we kennen hem alleen door zijn muziek. Gelukkig componeerde hij erg veel.

    Gedurende de hele documentaire hang ik aan Reinberts lippen en wil ik niets liever dan meedoen, geloven. Yuval Noah Harari stelt in zijn bejubelde Sapiens dat de mens als soort dominantie verwierf, omdat ze het vermogen bezit gezamenlijk in een verhaal te geloven: het intensifeert samenwerking. Koren op mijn molen, de zienswijze achtervolgt me al weken. En het klopt, realiseer ik me, als ik deze week over een eiland lees en er ineens heen wil, heen moet. Het klopt dat de verhalen die we elkaar vertellen aanzet tot beweging, of dat nou via kunst, religie of over zoiets abstracts als geld gaat.

    Dat eiland, iets houdt me nog tegen: het is mijn gebrek aan avonturenlust, een eigenschap die ik trouwens deel met de Mauritius-torenvalk. In biologische termen zijn wij filopatrische soorten, de valk en ik. David Quammen beschrijft in Het lied van de Dodo hoezeer deze honkvaste valk van zijn thuis houdt en hoe hij niet van zins is een nieuwe leefomgeving te zoeken. Ondertussen versnippert en verarmt het landschap onder zijn vleugels. Hij stevent af op uitsterving.
    Ergens tegen het eind van de documentaire verzucht Reinbert de Leeuw dat hij voor de bestudering van de Matthäus nog wel een heel leven voor zich had willen hebben. Het is de schuld van de verhalen, ik moet naar dat eiland.
    (wordt vervolgd)

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In januari 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap(Atlas Contact).

  • Schachnovelle

    Schachnovelle

    De lente begon vroeg dit jaar. Ter aankondiging had ik zoals altijd een droom. Ik droomde keurige rijtjes tuinbonen, zojuist ontkiemd. Rond de stengeltjes, die zich eensgezind naar de hemel strekten, lagen keurige kratertjes opgeduwde grond. Eindelijk, dacht ik, en ze waren zo groen, zo stevig! Ik werd wakker en miste mijn vorige leven waarin ik groente verbouwde. Wat er dat komende jaar verbouwd zou worden, bereidde ik voor in de winter, want dan maken tuinders hun teeltplan. In dat plan wordt vastgelegd welk gewas op welke plek in de tuin komt te staan en of er na oogst tijd is voor een tweede, of zelfs derde gewas. Sommige gewassen, zoals radijzen, kunnen kort na zaai al geoogst worden. Op hetzefde lapje grond kun je daarna broccoli verbouwen.

    Broccoli heeft veel meer tijd nodig maar na de oogst kun je met een beetje geluk ook nog raapstelen zaaien. Zo’n plan heeft alles te maken met het slim combineren van kort-en langdurende teelten waarbij je het land zo efficiënt mogelijk gebruikt. Het schuiven met zaaidata en gewastypen heeft grote consequenties; alles hangt met elkaar samen. Je hoeft je nooit meer te vervelen leerde mijn docent groenteteelt ons triomfantelijk. Zittend voor de haard kun je eindeloos nieuwe teeltplannen bedenken, steeds efficiënter, diverser of risicovoller, zonder nog maar een spade in de grond te steken.

    Altijd denk ik dan aan Schachnovelle van Stefan Zweig. Ik herinner mij enkel flarden, maar wat ik nog weet is dat de hoofdpersoon, gevangengezet door de Gestapo, zijn eenzaamheid bezweert door schaakpartijen uit zijn hoofd te leren. Natuurlijk schiet de vergelijking met het maken van een teeltplan voor de haard hopeloos tekort waar het de angst voor gekte en de dreiging van erger betreft. Ik moet het herlezen, dat staat vast. Maar eerst zaai ik in gedachten alvast vroege raapstelen en spinazie in de kas, dek ik die dappere tuinbonen toe met vliesdoek tegen de kou. Over een paar weken zal ik voor het raam tomaten, peulen en capucijners voorzaaien en poot ik buiten de uitjes in rijen, hun spitse pluimpjes kouwelijk boven de grond. En in maart, als dan eindelijk de grond opwarmt, zaai ik radijzen, rucola, spinazie en vroege bieten. Ook zonder tuin is de lente al begonnen.

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In januari 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap (Atlas Contact).

  • Tikkende pootjes

    Tikkende pootjes

    Er zitten eikenprocessierupsen in mijn hoofd. Ineens waren ze er, samengeklonterde rupsennesten met gemene netelhaartjes die alle ruimte innemen en erom schreeuwen beschreven te worden. Ik doe alsof ik doof ben. Dit ongedierte verdient gif, geen woorden. In een omtrekkende beweging grijp ik terug op een lijstje reserve-onderwerpen, gemaakt voor momenten als deze. Maar ideeën die liggen te verstoffen op een plank, worden zelden belangrijk.
    Als het schrijven hapert, rest lezen over schrijven. Een geluk, want ik houd ontzettend van lezen over schrijven en ik zou een column kunnen vullen met geweldige titels, zoals Briefroman van Juli Zeh of  De geest geven van Hilary Mantel. Ik las ze en keerde er veranderd uit terug.

    Maar het boek over schrijven dat de weg vrijmaakte en dat ik steeds herlees, kreeg ik jaren geleden cadeau van een goede vriendin. Ik stond op het punt mijn schrijven serieus te nemen en dacht nog dat zoiets een eenmalige beslissing was. Zo werkt het niet, staan voor wat je schrijft is een doorlopend en actief proces. Want wat is werkelijk belangrijk genoeg om over te schrijven? Hoe te schrijven als het leven je te slim af blijkt te zijn? Maken de slordige aantekeningen over die man zonder uiterlijk, daar verderop aan een tafeltje, of hoe je de tikkende pootjes van je overleden hond mist, werkelijk een verschil?

    Writing down the bones van Natalie Goldberg zorgt ervoor dat deze vragen niet beantwoord hoeven te worden. Niet vóórdat je hebt geschreven in ieder geval. Ze schrijft over de aubergines die ze overdag als keukenhulp sneed en hoe die ’s avonds in haar gedichten belandden, hoe ze uren doorbracht met haar Garfield-schrift in een willekeurige Croissant Express, dat ze stapels van zulke schriften heeft, grotendeels gevuld met ‘crap’ en hoe dat niet uitmaakt. Schrijf over die tikkende pootjes, zegt ze. Schrijf.
    Schrijven lost niet alles op, maar het komt er wel het dichtst bij in de buurt. Ik vertel de afgelopen weken steeds hetzelfde verhaal aan de mensen om me heen: ik heb MS. Het is te groot, te netelig, maar gif is een dooddoener. Laat de mezen en vleermuizen me helpen.

    Goldberg schrijft: ‘Sit down right now. […] Don’t try to control it. Stay present with whatever comes up, and keep your hand moving.’ Ik doe wat ze zegt, zoals altijd. Ik ga zitten, ik schrijf.

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijfster. In haar columns schrijft ze over de natuur en over boeken. In januari 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap (Atlas Contact).

  • Peter Camenzind

    Peter Camenzind

    We komen tot stilstand in een enorme goot van gras. Ik kijk op van mijn boek. In drie talen wordt omgeroepen dat we moeten wachten voor de tunnel. Kort daarna komt de trein weer in beweging, we rijden het zwart in. Het boek dat ik herlees is Peter Camenzind, de debuutroman van Hermann Hesse en net als vijftien jaar geleden word ik weer gegrepen door de jeugdige verlangens van de gelijknamige hoofdpersoon. Peter is een bonkige boerenjongen uit het Zwitserse Hoogland. Met de financiële hulp van een weldoener gaat hij studeren in de stad. Hij verdient wat bij met het schrijven van boekrecensies en vaak heeft hij honger, er is altijd net te weinig geld. Maar hij heeft een vriend, de bergen en boeken om te lezen. Over het studeren: ‘En zo werd mijn droom waarin ik de volheid van het leven en de geest voor me had zien openliggen dagelijks bewaarheid en werd mijn hart door eerzucht, vreugde en jeugdige ijdelheid verwarmd.’

    In de aantekeningen-app van mijn telefoon noteer ik het woord ‘eerzucht’. De eerste druk van dit boek verscheen in 1904, toen mensen dat kennelijk nog weleens waren, eerzuchtig. Ik voel me betrapt omdat ik de hooggespannen verwachtingen van Peter deel, omdat ik zijn streven naar volheid snap, omdat ik dit alles tegelijkertijd bestempel als sentimenteel. Want tijdens het lezen verouder ik samen met Peter van de eenentwintigjarige die ik bij eerste lezing was, in de zesendertigjarige die ik nu ben. Het is 2019 en sentimentaliteit is een zonde. De trein schiet de tunnel uit, kinderen juichen.

    Een week eerder reisde ik naar Gent omdat mijn eigen debuutroman was genomineerd voor een prijs. Zittend in een zuurstof-arm zaaltje dacht ik dat ik zou gaan overgeven. Iemand anders won en hard klappend verbeet ik mijn teleurstelling. In gedachte had ik de prijs vaker gewonnen dan verloren, nu bleek die spanning toch groter te zijn dan de kater. Aangekomen in Londen bezoek ik The Natural History Museum, ik struikel over kinderen, buggy’s, langs dino’s en krokodillen naar degene voor wie ik kom: het skelet van de reuzeluiaard, in het Engels zoveel meeslepender ’the giant sloth’. Hij is enorm en uitgestorven. Ik weet weinig over dit beest, zijn gewoontes, zijn wereld die zo anders was dan de onze, zijn uitsterven. Ik vermoed van alles en denk aan Peter, en aan alle levens die nog onvervuld voor ons liggen.

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijfster. In haar columns schrijft ze over de natuur en over boeken. In januari 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap (Atlas Contact).

  • Landbrug

    Landbrug

    Ik kocht een bank en alles raakte op drift. Vanachter mijn laptop bezag ik de chaos. De nieuwe bank stond zich pontificaal voor het raam te verkneukelen om mijn besluiteloosheid, ruimte zou hij hoe dan ook innemen. Net als de oude, die nu ongemakkelijk in een hoek stond te schuilen. De roman waar ik aan werkte, liet zich eveneens niet kennen. Ongebreideld als algengroei in een overbemeste sloot schreef ik verschillende passages die elkaar niet raakten. Onderhuids leken ze iets te willen zeggen maar eenmaal samengevoegd, misten ze aansluiting. Ze gedroegen zich als de eilanden waar ze over gingen: geïsoleerd. Door die isolatie ziet de flora en fauna er op eilanden vaak uitgesproken anders uit dan die op het vasteland. Die uitzonderlijkheid was waar het me om ging, een landbrug zou alles teniet doen.

    De afwezigheid van orde kan experimenteel zijn in de literatuur maar niet in mijn woonkamer. De nieuwe bank was aanzienlijk groter dan mijn oude, dus moest er ruimte gemaakt worden. Met een overzichtelijk aantal van drie muren leek dit een hanteerbaar probleem maar als ik in gedachte een meubelstuk verschoof, schoof er een exponentieel groeiend aantal mee.
    Er moesten boeken weg. Haastig griste ik ze van de planken uit angst dat ik me de titels zou herinneren die ik later onherroepelijk zou gaan missen. Twee volle bananendozen bracht ik weg. Daarna was het eenvoudig: de helft van de dubbele kast kon weg en soepel gleed de bank in de vrijgekomen ruimte als het laatste vlakje van een rubik kubus. Het contrast met de ongelapte ramen,
    de schilferende radiator, het stof en de oude bank viel nu wel extra op. En dit was nog maar het begin.

    Om uit het zicht te zijn van mijn niet te beteugelen tekst en de nieuwe bank met zijn problemen, verstopte ik me in de achtertuin. Deze zomer had zich daar een braam over de heg geslingerd en eenmaal beneden opnieuw wortel geschoten. Glanzend en royaal bezet met dorens, zou hij van hieruit de kolonisatie van mijn tuin bestendigen. Zijn vestiging was recent en de wortels prematuur, de plant zou weinig tegenwerken als ik hem nu uit de aarde zou trekken. Maar zo drastisch kon ik nog niet zijn. Binnen zette ik koffie, dat was in ieder geval te overzien.

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijfster. In haar columns schrijft ze over de natuur en soms over boeken. In januari 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap (Atlas Contact).

     

  • Iets ongemoeids

    Iets ongemoeids

    Een druilerige zondagmiddag dient om te lezen, boek op bank. Al wordt het steeds moeilijker onbevangen te lezen. Het gebeurt te vaak dat in één week een boek en zijn schrijver op radio/tv èn in de opiniebladen breeduit besproken wordt. Dat er nog andere boeken bestaan buiten die uitzonderlijk lovend en doorbesproken boeken, lijkt nauwelijks een mogelijkheid. De veelheid aan reacties op de nieuwe roman van Pfeiffer maakte mij uiteindelijk leesdoof (de betekenis kon ik niet zo gauw vinden maar het is zoiets als wanneer de inhoud van een boek zo vaak en meerstemmig geduid is, dat je niet meer kunt horen wat de schrijver vertelt). Ik zocht dus iets ongemoeids, een boek waarnaar niemand nog taalde.

    Vanaf de bank tuurde ik naar de stapels boeken op de grond, (de bank een boot, de boeken het water waarop ik drijf), en zag De wateraap. Een witte cover waarop een dierlijk schepsel met een vogeltje op zijn puntige oor op de rug van een goudbruine vis met kippenpoten zat. Wezens van een ander land. Een debuutroman van een mij onbekend auteur. Er zijn schrijvers die in hun proza lijken te roepen ‘kijk mij, kijk naar mij!’ En er zijn schrijvers die zich verbergen voor de lezer, die lijken van geen lezer te weten. Zoals het werk van Minke Douwesz en Miek Zwamborn, daar moest ik aan denken toen ik in De wateraap begon te lezen:
    ‘Naar de slapenden kijk je niet, naar de doden wel. Zonder schaamte. We vonden hem ’s ochtends, liggend in een krul alsof hij sliep, zomaar een ding geworden. Ko legde haar hand op haar smalle keel, alsof ze de groeven en plooien wilde beschermen, en zei dat het nu begonnen was. Ik keek weg. Ze zei het tegen zichzelf, niet tegen mij.’

    Die ‘mij’ is Elke, student biologie, die haar afstudeeronderzoek richt op het fruitvliegje en zijn alcoholadaptatie. ‘Waar het op aankwam was steeds maar weer bewijzen dat de evolutietheorie klopte.’
    Wat daar ligt, ‘in een krul’, is een dode vos. Ko is een zelfvoorzienende oudtante en woont in een huisje onderaan de dijk bij de IJssel. De vos, Ko en de rivier zijn de peilers in deze roman waar de wateraap zich omheen slingert.
 Elke logeert veel bij Ko en helpt met de groentetuin. Elke is zoekende, naar een huid waarin ze past, een identiteit, een oorsprong die haar ruggensteun geeft. Ze gelooft in de hypothese van de wateraap. Een hypothese die aanneemt dat onze voorouders lange tijd in water hebben geleefd. ‘…hoe hij ooit door het water had gewaad, rechtop, met trage passen, hoe zijn handen tot de polsen in het water hingen, de vingers gespreid,…’.

    Elke verlaat Ko en gaat op reis naar Wenen, waar ze de schrijfster van haar lievelingsboek over de wateraap zal ontmoeten. Het wordt een enorme deceptie, die het boek naar een intens mooi beschreven einde leidt.

    Daarbij heb ik nog nooit in de literatuur zo’n mooie echo van Rutger Kopland horen weerklinken als in De Wateraap:
    ‘Ik verzweeg hoe het was om op je knieën sla te oogsten. Wanneer je met een blikkerend mes de krop van de aarde lossneed, bleef het bittere melksap nog even doorstromen, de voldongen feiten tartend. Maar het was vooral de aanblik van een leeg geoogst bed dat ik slecht verdroeg.’
    Een boek om stil van te worden. Laat Mariken Heitman de lezer vergeten en verder schrijven.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft over boeken en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.