• Oogst week 51

    Verzamelde gedichten

    De laatste Oogst van dit jaar. Vladimir Nabokov en Lolita. Veel verder komen veel lezers niet als hen wordt gevraagd naar het werk van deze grote meester. De meesten weten ook nog wel dat de schrijver meer geschreven heeft dan die ene roman die zo wereldberoemd is geworden, maar lang niet iedereen weet dat Nabokov ook een groot aantal gedichten heeft geschreven.
    Bij uitgeverij Koppernik is onlangs een tweetalige uitgave verschenen met daarin al zijn gedichten: de poëzie die Nabokov zelf selecteerde voor de uitgave Poems and Problems (1970), met zowel door hem uit het Russisch vertaalde als rechtstreeks in het Engels geschreven gedichten, maar eveneens de poëzie die zijn zoon Dimitri uit het Russisch vertaalde.

    Nabokov ontvluchtte in 1917 zijn vaderland Rusland, ging in eerste instantie in Groot-Brittannië wonen, vervolgens in Duitsland en Frankrijk en vluchtte uiteindelijk – toen de Nazi’s half Europa innamen –naar de Verenigde Staten om ten slotte het einde van zijn leven door te brengen in Zwitserland. Nabokov was ook een groot vlinderliefhebber en -kenner.
    De gedichten vormen de weerslag van dat leven: lesgeven over Russische poëzie, vlinders, schaatsen, erotiek en liefde, de Russische Revolutie, ballingschap, eenzaamheid, een Amerikaanse ijskast. ‘Wie Nabokov wil leren kennen moet zijn poëzie lezen’, aldus de flaptekst.

    Vertaler van deze gedichten is dichter en prozaïst Huub Beurskens die de uitgave ook voorzag van een voorwoord en verhelderende aantekeningen.

     

    Verzamelde gedichten
    Auteur: Vladimir Nabokov
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    Metamorfosen

    Marietje d’Hane-Scheltema vertaalde al in 1993 de Metamorfosen van Ovidius.

    Na haar succesvolle samenwerking met tekenaar Floris Tilanus bij haar vertaling van de Fabels van La Fontaine, ontstond de wens om ook een dergelijke uitgave te maken van het beste uit de Metamorfosen.
    In deze eenmalige uitgave staan alle bekende mythen bij elkaar, over Narcissus en Echo, Jason en Medea, Daedalus en Icarus, Apollo en Daphne, Pyramus en Thisbe, Venus en Mars. En dat alles geïllustreerd door Floris Tilanus.

    Van Marietje d’Hane-Scheltema verscheen in 2013 het boek Alles altijd anders, Over Ovidius, hier op Literair Nederland besproken door Machiel Jansen.

    Metamorfosen
    Auteur: Ovidius
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Leonardo literair

    Komend jaar is het 500 jaar geleden dat Leonardo da Vinci overleed. Het zal geen toeval zijn dat nu in Teylers Museum in Haarlem de tentoonstelling ‘Leonardo da Vinci’ te zien is, en dat er bij uitgeverij Athenaeum Leonardo literair is verschenen.

    Een van de hoogtepunten van de tentoonstelling in Haarlem zijn de drie voorstudies van Het Laatste Avondmaal, waaronder het portret van Judas. Teylers Museum wijdt een speciale ruimte aan deze wereldberoemde wandschildering, die als replica op origineel formaat (4,6 x 8,8 meter) te zien is. Met daar recht tegenover een replica op ware grootte van de bijzondere versie van Het Laatste Avondmaal uit de abdij in Tongerlo.

    Niet zo bekend is dat Leonardo da Vinci (1452-1519) niet alleen een groot kunstenaar was, maar dat hij ook veel geschreven heeft. Hij heeft zelf nooit iets gepubliceerd maar na zijn dood heeft men duizenden vellen met losse invallen, annotaties, aanzetten van traktaten e.d. gevonden. Er zijn allegorieën en filosofische overwegingen, fabels en een bestiarium, voorspellingen en raadsels, grappige verhalen en fantastische evocaties, gedachten over de waarde van kennis en de betekenis van kunst. Aantekeningen vol persoonlijke herinneringen, brieven en boekenlijsten geven een bijzondere inkijk in zijn persoonlijk leven.

    De Belg Patrick Lateur, (o.a. Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Letteren in – Vertalingen 2013 en de Homerusprijs van het Nederlands Klassiek Verbond in 2017) staat garant voor de vertaling

    De tentoonstelling in Teylers Museum is nog t/m 6 januari a.s. te zien, kaarten zijn alleen online verkrijgbaar.

     

    De volgende editie van deze rubriek verschijnt weer in de tweede week van januari 2019. En vergeet niet: met elk boek dat u via Literair Nederland bestelt, steunt u ons.

    Leonardo literair
    Auteur: Leonardo da Vinci
    Uitgeverij: Athenaeum

    Grand Hotel Europa

    Tot slot aandacht voor een boek van veel recenter datum: de nieuwe roman van Ilja Leonard Pfeijffer.
    Massatoerisme, nostalgie, geschiedenis, vergane glorie, Europa in ‘beter’ tijden, de nieuwe tijdsgeest, migratie, liefdesverdriet en kunst.
    Deze nieuwe, omvangrijke roman van Pfeijffer bevat het allemaal. De uitgever noemt het op de flaptekst ‘zijn beste boek tot nu toe’:

    ‘De schrijver neemt zijn intrek in het illustere maar in verval geraakte Grand Hotel Europa om te overdenken waar het is misgegaan met Clio, op wie hij in Genua verliefd is geworden en met wie hij in Venetië is gaan wonen. Hij reconstrueert het meeslepende verhaal van liefde in tijden van massatoerisme, van hun reizen naar Malta, Palmaria, Portovenere en de Cinque Terre en hun spannende zoektocht naar het laatste schilderij van Caravaggio. Intussen vat hij een fascinatie op voor de mysteries van Grand Hotel Europa en raakt hij steeds meer betrokken bij het wedervaren van de memorabele personages die het bevolken en die uit een eleganter tijdperk lijken te stammen, terwijl de globalisering ook op die schijnbaar in de tijd gestolde plek om zich heen begint te grijpen.

     

    Grand Hotel Europa
    Auteur: Ilja Leonard Pfeijffer
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Oogst week 10

    Door Ingrid van der Graaf

    Nederlands classica Marietje D’Hane Scheltema (1932) vertaalde de liefdesgedichten van Publius Ovidius Naso. Ovidius leefde van 43 jaar voor Christus tot 17 jaar na Christus en was één van de grootste dichters uit zijn tijd. Als dichter van liefdespoëzie verwierf hij  grote bekendheid in Rome. Samen met Vergilius en Horatius wordt hij beschouwd als de canonieke dichters van de Latijnse literatuur. Ovidius’ poëzie kent een speels en vernieuwend karakter ten aanzien van traditionele verhalen en genres. Eén van zijn bekendste werken is Amores, een verzameling elegieën. Liefde is verlangen en verleiden, maar ook ruzie en ontrouw. In Ovidius’ liefdesgedichten passeert een breed scala aan onderwerpen de revue. Angstige en boze gedichten worden afgewisseld met idyllische momenten en tragikomische scènes zoals die waarin Corinna haar pas geverfde haar verliest. Marietje D’Hane – Scheltema publiceerde in 2013 Alles altijd anders, Over Ovidius waarvan hier een in prachtige metaforen (gelijk Ovidius) geschreven  recensie van Machiel Jansen. Amores, liefde gedichten / Ovidius, 160 blz., € 17,50 bij Athenaeum – Polak & Van Gennep.

     

      9789045027869-rock-n-roll-voorbij-de-midlifecrisis-l-LQ-fIs muziek tijdloos? In de jaren zestig zorgde rock -‘n-roll voor een revolutie in de bestaande orde. Vandaar dat Jan Donkers (1943) in 1969 zijn laatste stuk schreef over muziek: hij dacht dat hij er te oud voor werd. Maar hij kon het niet laten en in 1979 schreef hij weer zijn laatste stuk over muziek. En in 2000 besloot hij dat het voor de laatste keer was dat hij een muziekfestival zou presenteren. Net als in 2010. Als Jan Donkers zeventig is (2013) begint hij een radioprogramma op kxRadio waarin hij platen draait van bandjes waarin zijn kleinkinderen hadden kunnen spelen. Donkers ontdekte ‘aan den lijve’ dat  muziek tijdloos is.
    In Kabaal en sentiment vertelt Donkers over zijn lange, bijzondere reis: via de muzikanten die hij sprak, de reizen die hij maakte, culminerend in nota bene een cruise. Hoe dat mogelijk is, begrijpt Donkers nog steeds niet: ouder hoeft niet per se wijzer te betekenen. Rock ’n roll, voorbij de midlifecrisis/Jan Donkers, 256 blz., € 19,99, uitg. Atlas-Contact.

     
    9200000036222453In haar lichaam besloten is de nieuwste roman van de Canadese schrijfster An-Marie Macdonald. Een meeslepend en duister verhaal over modern moederschap. Haar vorige roman Laten wij aanbidden werd internationaal, een bestseller. In haar lichaam besloten gaat over de schrijfster van young adult-boeken, Mary Rose MacKinnon. Zij heeft genoeg verdiend om een poos thuis bij haar kinderen te blijven. Haar partner Hilary, is theaterregisseur. Mary Rose doet haar best het huishouden en haar gezin in balans te houden door te koken, te poetsen en te tuinieren. Maar de muren komen op haar af. In haar lichaam doemen lang vergeten symptomen op. Als kind was ze veel ziek. Die periode uit haar kinderjaren komt opeens weer boven. Flarden van herinneringen zwermen hardnekkig door haar hoofd. En zo sluipt de schim van huiselijk geweld langzaam haar leven in, met desastreuze gevolgen voor het hele gezin. Dit boek is een aangrijpend verhaal over moederschap, over de duistere banden die een familie samenhouden. ‘Een grappige, gedreven en soms akelig herkenbare studie over moederschap, carrière en het geheugen.’ – The Vancouver Sun. ‘Dit boek is een triomf. Het is angstaanjagend authentiek.’ – National Post. Vertaling, Lucie Rooijer en Inger Limburg, uitg. Nijgh & Van Ditmar, 376 blz., € 19,99.

     
    9200000036222177Bert Natter schreef met zijn nieuwste roman een klassieke roadnovel. Een oude dichter is met zijn typemachine teruggekeerd naar zijn geboortestad Hamburg. Hij belt zijn zoon, een succesvolle kunstenaar, met de vraag of die hem wil komen halen. Met een oude Mercedes gaan ze onderweg door Duitsland, Groningen en Friesland. Onderweg spreken ze over kunst, geschiedenis en de liefde, halen herinneringen op en beleven intiemere momenten dan ze ooit hebben gekend. De reis verloopt langzaam maar voorspoedig, tot het op de Afsluitdijk tot de zoon doordringt dat zijn vader bezig is afscheid te nemen.
    Bert Natter (1968) debuteerde in 2008 met Begeerte heeft ons aangeraakt, dat werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 2012 verscheen Hoe staat het met de liefde?, waarover Maarten ’t Hart in Vrij Nederland schreef: ‘Een knappe, geslaagde proeve van een bijzonder vertellerstalent.’ Momenteel werkt Bert Natter aan zijn eerder aangekondigde roman Goldberg, die komend najaar zal verschijnen. Uitg. Thomas Rap, 208 blz., € 18,90.

  • Dichter bij Ovidius

    Dichter bij Ovidius

    In het droge zand onder het afdakje bij de voordeur zaten ronde kuiltjes van ongeveer twee centimeter wijd en een centimeter diep. Mierenleeuwen. Vlak onder het diepste punt van zo’n kuiltje zit een klein afzichtelijk monstertje met enorme kaken. Het wacht en wacht tot een mier de kuil inloopt en uitglijdt. Voor het uitglijden zorgt het monstertje wel, want het gooit met zand en zorgt dat er een kleine aardverschuiving in de kuil plaatsvindt. De mier eindigt in de kaken op de bodem van de kuil.

    Het merkwaardige is dat het monstertje een larve is, een alles behalve onschuldig jong. Als het zijn best doet in roofzuchtigheid verandert het uiteindelijk van gedaante in een vrij elegant insect, dat aan een waterjuffer doet denken. Weg zijn dan het ronde achterlijf dat vol haren zit en verdwenen zijn de reusachtige kaken. Het monstertje is veranderd in een lang-vleugelig insect met een veel vriendelijker voorkomen.

    Gedaanteverwisselingen zijn even mysterieus als intrigerend. Ze benadrukken het idee dat er meer is dan gedaante alleen. Want als dier of mens van gedaante wisselt dan kan het toch bijna niet anders of er blijft ook iets onveranderd? De rups die in een vlinder verandert is nog steeds hetzelfde dier. Als het uiterlijk veranderd is dan moet ten minste het innerlijk hetzelfde gebleven zijn, ben je geneigd te denken.

    Het lijkt er soms op dat gedaanteverwisselingen tegenwoordig voorbehouden zijn aan insecten en amfibieën. Mensen veranderen tegenwoordig alleen nog van gedaante door dik of oud te worden of mee te doen aan TV-programma’s die een complete ‘make over’ beloven. Vroeger was dat anders. In antieke tijden veranderden stenen met speels gemak in mensen, goden in stieren, nymphen in bomen, mensen in bloemen, spinnen en zwanen, en keizers werden na hun dood even gemakkelijk goden als rupsen tegenwoordig uitgroeien tot vlinders.

    Publius Ovidius Naso, beter bekend als Ovidius, schreef in de eerste eeuw van onze jaartelling een even duizelingwekkend als prachtig boek, Metamorphosen, waarin verhalen over gedaanteverwisseling en verandering over elkaar heen buitelen. Alles lijkt te bewegen in dit klassieke meesterwerk waarin de geschiedenis van de aarde, van de eerste dagen tot de tijd van Augustus, verteld wordt alsof het een levend tapijt betreft waarin elke draad een verhaal verbeeldt.

    Precies twintig jaar geleden, in 1993, verscheen de indrukwekkende vertaling van de Metamorphosen door Marietje d’Hane-Scheltema, vreemd genoeg de eerste Nederlandse vertaling sinds die van Vondel uit 1673. Misschien om het twintig jarig bestaan van deze vertaling te vieren is nu Alles altijd anders, Over Ovidius verschenen. Een klein boek dat lezers van Ovidius dichter bij de auteur en zijn werk, met name de Metamorphosen, moet brengen.

    In korte hoofdstukken die alles behalve dor en droog zijn wordt niet alleen Ovidius’ leven besproken, maar ook de context, de structuur en de ontwikkeling van zijn werk. Daarbij ligt de nadruk op de Metamorphosen maar ook zijn liefdespoëzie en zijn minder bekende teksten komen aan de orde. In een appendix wordt zelfs een uiterst merkwaardig fragment over de make up van vrouwen weergegeven.

    Ovidius zal altijd wel een mysterie blijven, al probeert d’Hane-Scheltema hem zelfs door middel van een fictief dagboek tot leven te wekken. Bekend is dat hij succesvol liefdespoëzie schreef, in de hoogste kringen verkeerde en met zijn gedichten de wrevel opwekte van Rome’s eerste keizer Augustus. In de tijd dat hij de Metamorphosen schreef, beging hij een beroemd geworden ‘misstap’ al is nooit duidelijk geworden wat hij daarmee bedoelde. Het gevolg was wel dat hij door Augustus werd verbannen naar het troosteloze Tomis, in het huidige Roemenië. De omstandigheden van deze verbanning zijn zo onduidelijk dat sommigen geloven dat de auteur alles verzonnen heeft en dat de Tristia (treurzangen) die hij als banneling schreef gezien moeten worden als een practical joke. Deze gedachte doet enigszins denken aan de stelling dat de Odyssee in Zeeland heeft plaatsgevonden en gelukkig gaat d’Hane-Scheltema er niet in mee.

    Toch geeft het idee van een verzonnen verbanning aan hoe speels Ovidius is en hoezeer hij afwijkt van andere Latijnse auteurs als Horatius en Vergilius. Die speelsheid zal ook de verklaring zijn waarom in de achttiende en negentiende eeuw Ovidius’ populariteit iets afnam. Zijn werk was niet serieus genoeg en voldeed niet aan de norm van ‘nobele eenvoud en strenge grandeur’ die veel liefhebbers van de klassieke oudheid als ideaal zagen. Het zal ook een deel van de verklaring zijn voor het feit dat het zo lang moest duren voordat er in het Nederlands een nieuwe vertaling van de Metamorphosen verscheen.

    In Alles altijd anders laat d’Hane-Scheltema zien dat het speelse karakter van Ovidius zich niet alleen beperkt tot zijn onderwerpen maar ook tot de vorm. Zo heeft de Metamorphosen elementen van een leerdicht maar ook van een epos en uiteindelijk is het werk te veranderlijk om zich rustig in een hokje te laten stoppen. Bovendien is de Metamorphosen strikt genomen een verzameling oude verhalen, maar het verrassende is nu juist dat het geheel een alles behalve oude, starre indruk maakt. d’Hane-Scheltema laat zien hoe Ovidius de oude Griekse verhalen nieuw leven inblaast door ze soms rigoureus aan te passen, hoe hij nadruk op zaken legt die van oorsprong onbelangrijk of minder belangrijk waren, en vooral hoe het ene verhaal het andere voortbrengt, spiegelt of becommentarieert.

    De Metamorphosen is een werk dat zoveel beweging in zich heeft, zo weet te betoveren en zo geraffineerd in elkaar zit dat het plezierig is als iemand met kennis van zaken individuele draden uit het geweven tapijt aanwijst en de grote structuur ontrafelt. Dat doet d’Hane-Schelema voorbeeldig. In een radio interview in VPRO’s Avonden gaf ze aan dat de aanleiding voor dit boek een aantal lezingen waren die zij voor geïnteresseerde lezers hield. De hoofdstukken in Alles altijd anders verraden dan ook de opzet van een lezing. Het geheel maakt mede daardoor een overzichtelijke en plezierig leesbare indruk.

    Desondanks is Alles altijd anders niet een boek dat gelezen kan worden als inleiding tot het werk van Ovidius of de Metamorphosen. Daarvoor wordt te gedetailleerd ingegaan op bepaalde passages van het werk. Maar voor iedereen die de Metamorphosen ooit een keer heeft gelezen, hoe lang geleden ook, vormt het een prachtige aanleiding tot herlezen en verwondering.

    De Metamorphosen is een merkwaardig werk over verandering en gedaanteverwisseling dat uiteindelijk zijn eigen analyse bevat door de Griekse filosoof Pythagoras op te voeren. Zijn idee van zielsverhuizing, het geloof dat iedere ziel in andere gedaanten terugkeert, vormt een prachtig sluitstuk, net als overigens in Alles altijd anders. Na het lezen van d’Hane-Scheltema wordt het plotseling duidelijk waarom Pythagoras het eten van dieren en het verwijderen van zwaluwnesten onder daken verbood. Op een dag zijn wij het namelijk zelf die de gedaante van dieren aannemen, want ‘niets vergaat, alles verandert’. Op die manier bezien zijn de mierenleeuwen bij de voordeur nog wonderlijker dan al gedacht.