• De 39e Nacht van de Poëzie, een magisch taalfeest

     

    Literair Nederland moest onverhoopt verstek laten gaan bij de Nacht van de Poëzie, maar Sophie Mulder & Edo Storm, twee studenten uit Utrecht waren bereid deze Nacht voor ons te verslaan.


     

    ‘Ik twijfel niet / aan wie ik ben / maar wie zijn al die anderen?’, zo prijken de dichtregels van Andy Fierens in de dichtbundel van de 39ste Nacht van de Poëzie. Dit poëziefestival is voor velen niet enkel een zeven uur durende lof op de hedendaagse gesteldheid van de Nederlandstalige poëzie, maar ook een feest van herkenning, zowel van de namen op het podium, als van de gezichten in de wandelgangen.

    De 39e Nacht van de Poezië was voor ons respectievelijk de eerste en de vierde Nacht die we bijwoonden. Overdag kwamen we al bekende gezichten tegen in de stad, die voor dit evenement naar Utrecht waren afgereisd. Toen de nacht dan eindelijk viel, sloegen we met enige verwondering gade hoe de hele literatuurwereld bijeen was gekomen in de grote zaal van het Utrechtse Tivoli Vredenburg. De gangen bruisten en in de zaal hing een gezonde spanning. We twijfelden of dit marathon evenement ons wederom consistent zou weten te boeien, maar de eerste drie dichters vlogen al snel aan ons voorbij. Joke van Leeuwen sprong eruit als veteraan, die zich de kunst van het voordragen duidelijk op de meest originele manier eigen heeft gemaakt. Ze maakte ons bekend met de praktijk van dolfijnen die zonder schaamte en zonder taboes elkaars clitorissen stimuleren.


    Jong en oud

    Wat ons opviel, terwijl we het publiek in ons opnamen, was de curieuze verhouding tussen oud en jong. Dit werd vooral zichtbaar tijdens het optreden van de band Broken Brass. Terwijl in de ‘pit’ de zogenaamde jeugd op uitbundige wijze danste, kabbelde dit als een golf uit naar de bovenste hoeken van de zaal, waar het oudere publiek hier en daar werd aangestoken tot een bescheiden dansje. Bewonderenswaardig, aangezien de stoelen van de grote zaal in Tivoli niet bepaald uitnodigend zijn voor enige beweging. Tijdens de avond zagen we dan ook enkele mensen die zich een weg probeerden te banen door de doolhofachtige zaal onderuit gaan. 

    Na de eerste entr’acte begaven we ons even buiten de zaal. De doeleinden van het jonge en respectievelijk oudere publiek leken lijnrecht tegenover elkaar te staan. Middelbare scholieren en studenten bewezen door hun aanwezigheid hun volwassen en verfijnde culturele smaak, terwijl de ouderen zich schijnbaar te trots voelden om zich onder de jeugd te begeven, bij dit evenement dat tot diep in de nacht duurde. In de wandelgangen werd druk genetwerkt, door beide generaties en de algehele sfeer was levendig. Ivo de Wijs, die de tweede ronde van dichter afsloot, viel op door zijn humor en speelsheid, die alle elitaire pretenties een moment deed verdwijnen. Jong en oud genoten van zijn lofzang op de nare jeugd van tegenwoordig.
    Rond elf uur was eindelijk het moment daar, waar iedereen, ook al zullen ze het misschien niet toegeven, op had gewacht: Hans Klok. We kwamen er deze zaterdag zelf pas achter dat deze opvallende naam op de website prijkte. Dit soort unieke entr’actes maken de Nacht van de Poëzie tot wat het is.


    Betovering en begoocheling

    Terwijl eerst Charlotte van den Broek ons betoverde en begoochelde met haar woorden en innemende podium présence, stond daar plots deze blonde adonis als een teken van vergane glorie als nieuwe verwondering in deze ongebruikelijke context. In korte tijd trok hij verschillende kaartspellen uit zijn mouw, wist hij meerdere vrouwen op te sluiten in kleine kooitjes, ze in de fik te steken en door te spiesen met zwaarden om ze daarna weer heelhuids tevoorschijn te halen. Een show die voor veel gejuich en applaus zorgde, maar in de wandelgangen ook voor afkeer, zo hoorden we na afloop een dame aan haar vriendin vragen of ze ‘die verschrikkelijke Hans Klok’ had overleefd. 


    Levendige poëzie en Verbroederende saamhorigheid

    Het was juist tijdens het optreden van Klok dat de scheiding tussen jong en oud enigszins vervaagde. Naar onze mening was het Klok die het publiek weer even voorzag van wat broodnodige energie en verwondering om de mooie, maar soms uitputtende avond te ‘overleven’. Bovendien vinden we het prachtig dat de organisatie door de inclusie van Hans Klok in het programma, de harde lijn tussen ‘hoge’ cultuur, waar poëzie toch nog steeds onder valt, en de ‘lage’ variant, trachtte te overschrijden. Een doelstelling die überhaupt het hart lijkt te vormen van de Nacht waarin poëzie op levendige wijze toegankelijk wordt gemaakt.

    Klok’s energie werd voortgezet door een eveneens blonde (poëzie) magiër, Marieke Lucas Rijneveld. Hij nam de tijd en brak met zijn zorgvuldig geselecteerde strofes de Nacht doormidden. Enkel met ingetogen woorden, zonder hulp van vuur en schaars geklede vrouwen, wist hij het publiek tot een oorverdovende applaus te beroeren. ‘Betoverend’ is misschien wel de beste beschrijving van de staat, die deze poëtische marathon opwekt. Na enige tijd kom je als publiek terecht in een soort trance die de overgang tussen act en entr’acte, zaal en wandelgang en jawel, jong en oud doet vervagen. Wederom, slaagde de Nacht van de Poëzie erin om door middel van woord en cultuur een verbroederende en saamhorige sfeer te creëren die weinig andere evenementen weten te evenaren. 

     


    Zangeres Maria Farantouri neemt het publiek mee naar niet bestaande Griekse landschappen.

     

     


    Foto 1:  Michael Kooren
    Foto 2: Edo Storm

  • Geweldig boekwerk, informatief, ter verpozing en meer willen lezen

    Geweldig boekwerk, informatief, ter verpozing en meer willen lezen

    De laatste editie van literair tijdschrift Terras #21 met als thema ‘Jungle’, nodigt uit tot het toetreden van de jungle die in stad, land, eigen huis, alsook door een wildgroei aan beelden die het dagelijkse leven overwoekeren kan ontstaan. Er is onvertaald werk van (veelal) onbekende schrijvers (niet vertaald, niet gezien), alsook nieuw werk van Nederlandstalige auteurs. De vertalers, die een groot deel van het speurwerk verrichtten, trakteren op teksten die gretig gelezen worden, ongekend wordt soms liefde op het eerste gezicht. Zoals de teksten van de Portugese Mário-Henrique Leiria (1923-1980), schrijver van surrealistische (micro)verhalen. Portugees vertaalster Anne Lopes Michielsen schreef een introductie op deze schrijver, waarbij ze ook de ingrediënten en bereidingswijze voor een gin-tonic meegaf, hoewel Leiria liefhebber was van gin-tonic zonder tonic. Zoals er ook Bacalhau com natas sem Bacalhau (kabeljauw in roomsaus zonder kabeljauw) bestaat voor vegetariërs.

    Alles kan, bij Leiria in ieder geval wel. Zijn teksten, waarin absurde dingen gebeuren, worden rechtgetrokken met zinnetjes als, ‘Dus ik deed wat ik moest doen.’ Of, ‘Zo ging het.’ Begin jaren zeventig verschenen van hem twee bundels, Contos do Gin-Tonic, en later, Novos Contos do Gin-Tonic. Lopes Michielsen vertaalde daaruit het korte verhaal, ‘Tropicalia’ over verschijningen en verdwijningen in de tropen, zo is er een olifant op het balkon van een hotel, en zo is deze verdwenen. ‘Zo gaat dat.’ eindigt het verhaal. En nog drie microverhalen, waaronder deze:
    ‘Huwelijk

    “In rijkdom en armoede, in goede en slechte tijden, tot de dood ons scheidt.”
    Uitstekend.
    Ik kom mijn beloftes altijd na.
    Daarom heb ik haar gewurgd en ben vertrokken.’

    Verhalen uit Rwanda

    Vicky Franken vertaalde een fragment van de Rwandese schrijfster Scholastique Mukasonga (1956). Op vierjarige leeftijd werd ze met haar familie gedwongen te vertrekken naar een oostelijke provincie van Rwanda, waar de grond vrijwel onvruchtbaar was en weinig water. Later vluchtte ze naar Burundi en op zesendertigjarige leeftijd vestigde zij zich in Frankrijk. Twaalf jaar later debuteerde ze met Inyenzi ou les Cafards (Inyenzi of de Kakkerlakken), bij Gallimard, een ‘papieren graftombe’ voor de Tutsi-slachtoffers, zelf verloor ze vele familieleden. 

    Het vertaalde fragment gaat over een nieuw leven opbouwen in dat deel van Rwanda waar ze als kind met haar familie terecht kwam. Mukasonga schrijft, ‘De families die als een meute Robinsons aanspoelden midden in de savanne, moesten de muren van de huizen optrekken, het dichte doornbos ontginnen om een lapje grond in te zaaien en zien te overleven in afwachting van de eerste oogst.’ In afwachting van die oogst gingen de vrouwen met de kleinste kinderen werken bij gezinnen voor een tros bananen of wat zoete aardappelen. Een verhaal van nooit weten wat de dag van morgen brengt. Toen ze de grond hadden bewerkt, de oogst wat opbracht en er enige zekerheid ontstond, eisten landbouwkundigen dat haar familie koffie ging verbouwen. ‘We moesten alles wat we tot dan toe hadden verbouwd uit de grond trekken en, erger nog, ook een groot deel van onze bananenplantage die net vruchten begon af te werpen.’  Uit oude koloniale overwegingen kwamen ze onder toezicht van landbouwkundigen, ‘Wij, op onze blote voeten, waren vooral gefascineerd door het glanzende van hun laarzen.’  Mukasonga schreef drie non-fictie boeken en verscheiden romans en een verhalenbundel. Stille verwondering bij het lezen van haar geschiedenis, die niet zichtbaar genoeg kan worden gemaakt. Tijd dat haar werk vertaald wordt.

    Jonge Franse arbeiders, schrijvers

    Van Tommy van Avermaete een stuk over de Franse dichter Thierry Metz (1956–1997). Waarover hij voor het eerst hoorde toen hij de vertaalde roman van Joseph Ponthus (1978-2021) las, waarin deze over Het dagboek van de bouwvakker van Thierry Metz schrijft:
    ‘is een dagboek dat je gelezen moet hebben
    Het is een meesterwerk
    […]
    Die taal
    Zo puur zo subtiel
    Ideaal dat ik nastreef
    Die woorden
    Die stilte na het werk’

    Beide schrijvers stierven jong, Ponthus door kanker, Metz door zelfdoding nadat hij door de dood van zijn achtjarige kind aan depressies leed. Ook hadden ze gemeen dat ze hun arbeidersbestaan combineerden met schrijven. Van Avermaete, geïnspireerd door deze regels, ging op zoek naar Thierry Metz, ontdekt dat de inzet van het werk van hem, ‘inderdaad niet [is] om op realistische wijze een verhaal te vertellen “over” arbeid, het is hen er eerder om te doen de ervaring van de bouwvakker in taal te vatten – en eigenlijk moet ik niet van “de” bouwvakker spreken, maar over deze ene bouwvakker (Metz) (…) Het gaat hem erom, en misschien gaat het daar in literatuur wel altijd om, een ruimte te scheppen waarin de individuele ervaring in al zijn complexiteit en uniciteit getoond kan worden.’ Ruimte maken voor stilte bijvoorbeeld, zo doet Metz dat. ‘Het is zaterdag. Mijn handen doen niets. je hoort kinderen die in het zand spelen en auto’s die passeren…’. En dan over ‘Binnenshuis leuteren de stoelen. Je weet niet waarover. (…) Het zijn enkel woorden die opklinken, gemurmel van oude besjes… Tussen twee maaltijden, twee afwassen.’ Veelbetekenend met weinig tekst.

    Verdrietplaatjes en Cambrische thee

    Vier nieuwe gedichten  van Marieke Lucas Rijneveld, waarvan enkele regels uit, ‘I love you like I love myself’.
    Lang geleden dat de zondag spinnend naast mij lag,
    dat ik geen verdrietplaatjes draaide, het levenslied een keer
    niet uit mijn borstkas knalde, gewoon een trage wals met

    de stilte. Ik heb de schaar in mijn haar gezet en waterpas een
    jongetje uit me geknipt, (…)’

    Dat de zondag spinnen kan, er een zondag is die naast je ligt, er ‘verdrietplaatjes’ bestaan en er ‘waterpas een jongetje uit iemand geknipt’ kan worden. Het kan bij Rijneveld, daarmee zet hij een wereld van droom en daad open voor wie toegang zoekt.

    Indringende poëzie van de Canadese dichter Gary Geddes, over het verlies van zijn moeder op jonge leeftijd. ‘Jij was haar dood, deelt / oma mee, terwijl ze heet water / in een beker melk giet. / Cambrische thee noemt ze het.’ Regels uit de cyclus Doodtij,  in vertaling van H.C. Ten Berge en onderdeel van de bundel The Resumption of Play (‘De hervatting van het spel’).
    De bundel bevat vijf afdeling, waaronder ‘Doodtij’. De langste afdeling, de titelreeks, gaat over over het onlangs naar buiten gekomen misbruik op kostscholen van Inuit en Indiaanse kinderen in Canada. Onder de titel ‘Empathie en verbeelding’, licht Ten Berge het indrukwekkende werk en de dichter zelf toe.
    ‘Zoals dikwijls in zijn poëzie gebeurt, verplaatst de dichter zich in de wederwaardigheden en het lot van zijn personages, in dit geval een kostschoolkind dat – net als als vele van zijn medescholieren – ontvoerd is door overheidsbeambten en onder dwang in een religieus (her)opvoedingsinstituut is geplaatst.’ Wie het overleefde was ‘getekend voor het leven’. Dat is wat Geddes doet, met empathie en verbeelding gruwelijke misstanden voor het voetlicht brengen. 

    Een schrijver en zijn land

    Verhalen komen overal vandaan, verhalen die tonen hoe het geweest moet zijn, verhalen die treffen, gelezen moeten worden. Dan is er nog niets gezegd over de bijdrage van Mariolein Sabarte Belacortu, vertaalster Spaans-Nederlands, winnaar van de vertalersprijs van het Letterenfonds (2010). Zij opent met haar stuk ‘De erfenis van José María Arguedas’, een weg naar het werk van deze Peruaanse schrijver die zichzelf van het leven beroofde. Zijn zesde boek verscheen postuum in 1971. ’Het is niet gewaagd te zeggen dat hij zich het lot van zijn land en met name dat van de oorspronkelijke bewoners, zo sterk heeft aangetrokken, dat hij eronder is bezweken.’ Aan deze editie werkten vijfenveertig schrijvers/ vertalers/dichters mee, het is een geweldig boekwerk, informatief, ter verpozing, voor op de plank en ter hand nemend als informatiebron voor schrijvers die (nog) niet gekend worden in Nederland, (waar in de toekomst meer van gehoord zal worden). Er is veel in de wereldliteratuur dat nog naar boven gehaald moet worden, de redactie van Terras doet dat met verve.

     

    Lees meer op Terras.nl.
    En klik hier voor de webshop.

     

  • Oogst week 5 – 2022

    Oreo

    Vrijwel elke liefhebber van de Amerikaanse literatuur kent Huckleberry Finn, de deugniet van Mark Twain. De machtige Mississippi trotserend probeert deze ietwat naïeve jongeman slaaf Jim naar het slavernijvrije deel van de Verenigde Staten te verschepen. Deze ‘Great American Novel’ biedt een voor zijn tijd kritische reflectie op rassendiscriminatie in de VS. Ongeveer een eeuw later, in 1974, schenkt Fran Ross een nieuwe heldin het levenslicht: Oreo, dochter van een joodse man en een Afro-Amerikaanse vrouw. Volgens uitgeverij Cossee hebben we hier te maken met een geestverwant van Pippi Langkous: wie Oreo lastigvalt, ligt even later kreunend in een hoekje.

    Fran Ross werkte kort voor de bekende komiek Richard Pryor, en diens invloed mist zijn effect niet. Oreo barst van de humor en parodieert het verhaal van Theseus. In de Angelsaksische wereld geldt het tegelijk als klassieker, wat racisme en gender betreft. Centraal staat de queeste van Oreo naar haar joodse vader, Sam Schwartz, die na Oreo’s geboorte richting New York gevlucht is. Ze verlaat haar zwarte milieu op het platteland en ervaart het stadse leven ten volle, met slechts haar vechtlust op zak. Deze Oreo is weliswaar geen koek om op te eten, maar wel een boek om van te smullen.

    Oreo
    Auteur: Fran Ross
    Uitgeverij: Cossee

    Komijnsplitsers

    Het Nederlandse literaire veld kan niet om Marieke Lucas Rijneveld heen. In 2020 wint hij de International Booker Prize met De avond is ongemak en ook Mijn lieve gunsteling oogst alom lof. De eer om The Hill We Climb van Amanda Gorman te vertalen ging uiteindelijk naar spoken word artist Zaïre Krieger, maar hierover wond met name conservatief Nederland zich op. Rijneveld bekeek het ontketende debat schouderophalend en ging door met doen waar hij goed in is. Zijn nieuwe dichtbundel Komijnsplitsers is het resultaat.

    Komijnsplitsers onderzoekt en herdefinieert het begrip ‘wonen’. Dit doet Rijneveld in acht verschillende onderdelen, nu eens redenerend vanuit een ruimte als wezen, dan weer vanuit een mens van vlees en bloed die tevergeefs zoekt naar persoonlijke groei en belonging. Rijneveld, zelf non-binair, weet als geen ander hoe het is te leven zonder breeduit vertegenwoordigde rolmodellen en zonder standaard groep waartoe hij al dan niet wordt gerekend. Daarbij bevraagt hij het autobiografische motto ‘Dichtbij jezelf blijven’. Want hoe kun je dichtbij jezelf blijven als je ‘Zelf’ steeds op weg is naar elders en uit zo veel ruimtes en personen bestaat? Zo frustreert Rijneveld een te autobiografische lezing en dat komt de bundel ten goede.

    Komijnsplitsers
    Auteur: Marieke Lucas Rijneveld
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Mijn broer

    Wederom is er een veelbesproken roman geboren uit het huwelijk tussen Scandinavië en literatuur. De Zweedse Karin Smirnoff geeft een eerste aanzet tot haar drieluik over Jana Kippo: Mijn broer. Smirnoffs literaire debuut maakt indruk: het werk is genomineerd voor de Augustpriset, de Zweedse Prix Goncourt. In Mijn broer bezoekt Jana haar aan alcohol verslaafde broer Broer, die nog altijd in het vervallen huis van hun jeugd woont, of wat voor wonen moet doorgaan. Ze delen een geheim over hun vader.

    Deze plot mag dan herkenbaar en weinig origineel lijken, alle recensenten zijn niettemin unaniem lovend in hun oordeel: Smirnoff kan en doet veel meer en vooral veel beter. Ze durft haar zinnen te beëindigen met louter punten, zonder komma’s, vraag-, aanhalings- of uitroeptekens. En ondanks de motieven die met familiedrama’s vergroeid zijn – seksueel misbruik, een nalatige moeder, religieuze indoctrinatie, een zwijgzame gemeenschap, verdwijningen en angstaanjagend natuurschoon – houdt Smirnoff de aandacht vast. Via de Oudtestamentische wraak en de Nieuwtestamentische vergeving neemt Mijn broer misschien zelfs even Bijbelse proporties aan.

     

    Mijn broer
    Auteur: Karin Smirnoff
    Uitgeverij: Querido
  • Brood en poëzie

    Brood en poëzie

    Wat ik meenam uit het oude jaar was een pot zuurdesem en honderd zevenenzeventig gedichten. Geroofd uit het nest van zesendertig dichters. Het zuurdesem voed ik elke dag met een handje meel, een scheutje water. Dan lees ik wat poëzie. Voor ik begin laat ik de bladzijden van Het liegend konijn onder de duim van mijn linkerhand doorglippen. Langzaam, langzamer, en stop. Strijk het midden van het boek open, geef je ogen de kost, laat ‘Blue Monday’ voor wat het is, begin met de titels: ‘De onstuitbare neiging om mooi te zijn’ (Esther Jansma). ‘Kan ik een dode ruilen voor een levende’ (Anneke Brassinga). ‘Heel lang zijn wij niet geweest’ (Tania Verhelst). Sta stil bij het ‘Stijgend waterpeil’ van Marieke Lucas Rijneveld. ‘Dit is precies wat ze zeiden: het vlottertje zit verkeerd / aangesloten tussen je ribben, het membraan is kapot, / te veel kalkaanslag, nee, we denken niet dat je het zo lang / volhoudt, of laten we het verzachten, we hopen dat je nog // een jaar of twee meegaat, dan is het over. (…)’. Wees stil.

    Dan vul ik een kom met bloem, zout, roggemeel, meng het zuurdesem erdoor, het water, leg er een doek overheen. Met bloem bestoven handen stuit ik op een ‘Bewijs van bekwaamheid’ van Iduna Paalman. ‘Eerst schiet je een hert, een diashow vanuit de schuilkuil / je hoeft daar weinig voor te doen de kogel treft alleen / ter openbaring de organen: je bent geslaagd nog voordat / je bent opgestaan’. We werken toe naar het ultieme gedicht van de dag, dat alle andere (voor even) overbodig maakt. Lees de regel, ‘door een tractor van de weg gereden’ van Herman Leenders (weet dat een regel soms genoeg is). Het brooddeeg in de kom op een keukenstoel bij de verwarming. Lees van Ruth Laster de regel, ‘Natuurlijk zijn er gevolgen aan aldoor / gesneden brood kopen.’ Terug naar voren, de gebeitelde beelden van Eelkje Christine Bosch, ‘pats daar gaat er weer een’, ‘mijn lichaam lacht mijn lichaam huilt / ik vraag wat hiervan de bedoeling is / mijn lichaam haalt haar schouders op / ze bloedt nog wat dat kan ze goed’. Ritmisch en verbluffend krachtig. Lees ook, ‘wij vrouwen / lichaam als gevonden voorwerp’. En, ‘op een ochtend groeide ik poten / en stapte het land op’.

    Ik vorm de broden tegen de avond, dek af, laat staan. Blader opnieuw door het boekwerk, vind het gedicht dat alle andere (voor even) overbodig maakt. Om het beeld, een glimp van een ongekend leven, van roeien met de riemen die je hebt. Mustafa Stitou schreef:

    ‘Ze kneedt het deeg met haar vuisten.
     Op haar knieën kneedt ze het deeg
     voorovergebogen en met rechte armen
     die gelijkmatig op en neer bewegen
     kneedt ze het deeg in een grote
     teil op de vloer van de keuken. 

     Uitgejankt sla je haar gade, hoog
     vanaf een keukenstoel, de troon
     waarop ze je heeft vastgebonden
     met de ceintuur van haar badjas zodat je
     stil blijft zitten en zij voor acht monden
     het brood klaarmaken kan.’
     (…)

    Ik stook de oven op, schuif de broden erin, en bak er niets van. Zolang ik niet op mijn knieën voorovergebogen met gestrekte armen in een grote teil op de keukenvloer het deeg kneed, bak ik er niets van. Blader door het Het liegend konijn, lees het ongekende.

     

     

    Het Liegend Konijn 2021/2 / Redactie Jozef Deleu / 260 blz. / Pelckmans Uitgevers


    Inge Meijer is een pseudoniem, schreef dit op ‘Blue Monday’ met het raam open.

  • Zo moest het zijn: Jeroen Brouwers wint Libris Literatuur Prijs 2021

    Zo moest het zijn: Jeroen Brouwers wint Libris Literatuur Prijs 2021

    Zes genomineerden, allen hadden ze een geweldig boek geschreven, elk van hen werd het gegund deze prestigieuze prijs te winnen. Maar het werd Jeroen Brouwers, belangrijk schrijver met een zeer omvangrijk oeuvre, hij won met het ‘onontkoombare, unieke, belangwekkende, buitengewone, fantastische boek’, Client E. Busken de Libris Literatuur Prijs. Het moest zo zijn, als een fantastische en waardige afsluiting van zijn schrijvers carrière. Brouwers zelf zei in een interview, voorafgaand aan de prijsuitreiking, ‘Ik ben met emeritaat.’ Of er ooit nog een nieuw boek komt is niet vanzelfsprekend meer. Het idee voor het winnende boek ontstond toen hij een oude vriendin in een verzorgingstehuis bezocht. De mate van gevangenschap die daar heerst, sprak hem aan, zoals hij vaker over gevangenschap schreef.

    De jury, bestaand uit Lilianne Ploumen (voorzitter), Judith Eiselin, Johan Fretz, Maarten Moll en Yves T’Sjoen, was lovend: ‘Brouwers zuigt je mee in dit verslavende taalcircus, een ware krachttoer, hilarisch en ontluisterend tegelijk. Cliënt E. Busken bewijst dat zelfs ogenschijnlijk maar voort wauwelen kan vlammen, zinderen en tergen. Deze unieke verkenning van wat een onbetrouwbare (of op zijn minst niet geheel te vertrouwen en te volgen, maar o zo dwingende) verteller vermag, vormt een schitterende toevoeging aan Brouwers’ rijke oeuvre.’

    Jeroen Brouwers (1940) schreef in meer dan een halve eeuw een imposant oeuvre bijeen dat romans, verhalen, essays, brieven en polemieken omvat. Zijn werk werd bekroond met vele prijzen, waaronder de Multatuliprijs, de F. Bordewijk-prijs, de Constantijn Huygens-prijs, de Gouden Uil, de AKO Literatuurprijs, de Prijs der Nederlandse Letteren en de ECI Literatuurprijs. In 2018 werd aan Brouwers door de Radbout Universiteit Nijmegen een eredoctoraat toegekend.

    Cliënt E. Busken beschrijft een dag van de man, E. Busken, die tegen zijn zin op de gesloten afdeling van een psychiatrische instelling verblijft. Hij spreekt niet, maar we lezen zijn gedachten mee, hoe hij zijn medebewoners en het personeel van commentaar voorziet. Ongericht lopen zijn gedachten door elkaar. De eerste zin van Cliënt E. Busken: ‘…denk ik opeens aan mijn moeder. Ik denk nooit aan mijn moeder, die al decennia dood is.’

     

    Overige genomineerden waren:
    Confrontaties – Simone Atangana Bekono (Lebowski)
    Wij zijn licht Gerda Blees (Podium)
    De Saamhorigheidsgroep – Merijn de Boer (Querido)
    Cliënt E. Busken – Jeroen Brouwers (Atlas Contact)
    De onbevlekte – Erwin Mortier (De Bezige Bij)
    Mijn lieve gunsteling – Marieke Lucas Rijneveld (Atlas Contact)

     

     

  • Als een doorgeslagen weegschaal

    Als een doorgeslagen weegschaal

    De ik-figuur in Mijn lieve gunsteling, Kurt, is dierenarts en genoemd naar Kurt Cobain. Hij is getrouwd met Camillia waarmee hij twee zoons heeft. Maar Kurt wil ook zijn lieve gunsteling ‘hebben’, die heeft hij leren kennen op een boerderij in een gereformeerd dorpje dat ‘The Village’ wordt genoemd, in de buurt van Muiden. Hij raffelt zijn werk op andere boerderijen af om bij haar te kunnen zijn, zijn kleine praaldier, zijn porseleinen meisje, zijn hemelse uitverkorene. Al weet zij zelf niet of ze nu een jongen of een meisje is, als iemand die er ‘tussenin zit’, zoals de genderpoli van het VU Medisch Centrum in Amsterdam het omschrijft. Ze noemt zichzelf Vogel, deze in 1991 op dezelfde dag als Hitler geboren veertienjarige. Hitler kwam ook al voor in Marieke Lucas Rijnevelds debuut, De avond is ongemak, waaraan  in 2020 de International Booker Prize werd toegekend. Deze tweede roman staat inmiddels op de longlist van de Libris Literatuur Prijs.

    Aangetrokken tot het gruwelijke

    Vogel is een echte veertienjarige, die bijvoorbeeld bang wordt als ze tijdens de Dodenherdenking op 4 mei niet twee minuten stil kan zijn, dat er weer een oorlog zal uitbreken. En als ze al lopend de halve tegels overslaat er ongeluk volgt. Zó leest een kind de wereld. Ze leest graag boeken van Stephen King. Eigenlijk wil zij ze net zo graag wegleggen als niet meer loslaten, zo gruwelijk vindt ze de verhalen. En zo vergaat het de lezer van dit boek ongetwijfeld ook, meer nog dan met Rijnevelds De avond is ongemak, dat je het wilt wegleggen. Op zich een goed teken want het betekent dat de schrijver je nogal raakt.  

    Kurt vertelt, of wil zijn verhaal vertellen aan zijn ‘hemelse uitverkorene’ en aan de magistraten die hem voor zijn daden gaan veroordelen. Hij doet dit in een bloemrijke taal die van de pagina’s spat, in soms paginalange doorlopende zinnen. Dat zorgt er mede voor, dat het moeilijk is om te stoppen en het boek weg te leggen, hoe weerzinwekkend het soms ook is. Hoewel je als lezer, net als de lieve gunsteling, ‘haast alle griezels [kent] uit mythische verhalen, van het monster van Loch Ness tot Jersey Devil tot aan Kraken en Mothman’, de duivels en monsters uit videogames.

    De gebeurtenissen worden gecompliceerd op het moment dat de oudste zoon van Kurt ook verliefd wordt op Vogel. Kurt ziet dat zij opzettelijk haar arm om zijn zoon slaat wanneer ze langs de stal lopen waar hij bezig is. Hij heeft het over ‘jonge lustelingen’ – in contrast met zijn ‘lieve gunsteling’. Als een weegschaal die de andere kant opslaat; één letter, één gewichtje verschil. Het ene schaaltje vol bravoure, het andere vol diepgang – net zoals dit boek, met alle semi-intertekstualiteit van dien. Bijvoorbeeld wanneer de veertienjarige elke avond voor het slapengaan zegt: ‘Dag bureau, dag schemerlamp, dag bank, dag Adelaarsnest’.
    Ze gaat daarin zover dat Kurt op een gegeven moment zegt dat ze moet ‘stoppen met citeren’, dat ze moet zeggen wat ze écht wil zeggen. Iets wat ze al leek te doen in haar gesprekken met Freud en Hitler. En over het boekje Kikker en het vogeltje van Max Velthuijs, dat volgens haar niet klopt, omdat, ‘een dode niet kapot kan zijn, een dode is dood, niet meer dan dat. Diegene die achterblijft is kapot. In wel duizend stukjes’. 

    Vogel denkt via boeken en popsongs. Kurt denkt in filmbeelden, dromen en de naakten van Rafaël. Wat ze gemeen hebben, is dat ze beiden zijn opgegroeid met de beelden en taal van Bijbelboeken. Maar het liefst leest Kurts zijn lieve gunsteling, die is als het verhaal dat hij altijd al had willen lezen. ‘Ik vreesde de dag dat ik de kaft voorgoed dicht moest slaan, dat je mij de rug toe zou keren, en ik kon het niet helpen dat sommige scènes me tot waanzin dreven, tot extase’.

    Duiden van dromen

    De magistraten duiden die dromen, bijvoorbeeld het gele kuikentje dat verschillende keren terugkeert. Volgens hen staat dat voor wedergeboorte. Maar dat is ‘alles wat ik niet wilde (…), ach nee, ik wilde verder leven in jou’. Dat is de enige mogelijkheid die rest, want de magistraten verbieden elk contact. Tegenover hen draait Kurt alles om en stelt dat alles mis was met Vogel, grondig mis. Ze leeft in een fantasiewereld, spreekt met Hitler en Freud en heeft een obsessie voor penissen, die ze een gewei noemt. Penissen van mens en dier, zoals van een otter, die hoewel hij weer in Nederland voor komt, nog zeldzaam is en even fragiel als het lichaam van Vogel.
    Een kwetsbaar kind, ja daar houdt Kurt van: ‘Ik vond het heerlijk als je kwetsbaar was, net als die keer toen je aan koorts leed en ik je voorlas uit het boek van Gerard Reve en je als lappenpop tegen me aan had gehangen’. 

    Mijn lieve gunsteling is een boek waarin het goede ( de liefde voor) door de ongelijkheid van de relatie in haar tegendeel verkeert, namelijk in seksueel kindermisbruik. De beelden ondersteunen dit. Zoals die van het gele kuikentje; Camillia, die van Kurts ‘relatie’ op de hoogte is, noemt Kurt een ‘donswerker’. Of dat van de stilte in de stal die omslaat in wanhoop, wanneer een stier, een jongen, Joris, dooddrukt. Of in de wrede lading die het gebed meekrijgt dat Kurt voor zijn lieve gunsteling opzegt: ‘Bron van Zijn, die ik ontmoet in wat mij ontroert. Ik geef u een naam opdat ik u een plaats kan geven in mijn leven. Bundel uw licht in mij, maak het nuttig.’ Een Bijbelse notie, die wordt omgekeerd. In de Bijbel heet het dat wij weten, ‘dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepen zijn’ (Romeinen 8:28). Het is knap hoe Marieke Lucas Rijneveld in een schitterende, beeldrijke taal met deze notie aan de haal is gegaan, maar ook gruwelijk en weerzinwekkend. Als een weegschaal die doorslaat.

     

     

  • Oogst week 47 – 2020

    Oogst week 47 – 2020

    De partij dat ben ik

    Onlangs verscheen De partij dat ben ik van politicoloog Chris Aalberts bij Uitgeverij Jurgen Maas. Het is het relaas van vijf jaar Forum voor Democratie, van de oprichting van de denktank in 2015 tot de partij die FVD nu is. De ophef en controversie rondom Thierry Baudet spelen een prominente rol: zo benoemt Aalberts de steeds extremere denkbeelden van de partijleider, zijn afnemende populariteit na het conflict met voormalig partijlid Henk Otten (die volgens Aalberts de stille kracht op de achtergrond was), en de huidige problematiek binnen de gelederen. Case in point: eerder dit jaar publiceerde HP/De Tijd screenshots van controversiële WhatsApp-gesprekken tussen JFVD-leden. Gisteren, op 17 november, berichtten de Volkskrant en NRC Handelsblad dat de vermeende klokkenluiders inmiddels zijn geroyeerd.

    De partij dat ben ik is het tweede boek over Thierry Baudet in korte tijd. In oktober verscheen Mijn meningen zijn feiten, geschreven door journalisten Harm Ede Botje en Mischa Cohen. In een dubbelrecensie in de Volkskrant werden de boeken bestempeld als ‘weinig vrolijk stemmende kronieken’, die desondanks de ‘snelle opkomst van Thierry Baudet’ van context voorzien. Zolang er sprake blijft van ophef is het laatste woord nog niet over hem geschreven.

    De partij dat ben ik
    Auteur: Chris Aalberts
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Mijn lieve gunsteling

    Marieke Lucas Rijneveld en vertaler Michele Hutchison ontvingen (Rijneveld als de eerste Nederlandse schrijver in de geschiedenis van de prijs) dit jaar de International Booker Prize voor de Engelse vertaling van De avond is ongemakThe Discomfort of Evening.

    Mijn lieve gunsteling kan als het vervolg worden gelezen: de veearts die in De avond is ongemak wordt geïntroduceerd zou zomaar de verteller van Mijn lieve gunsteling kunnen zijn. Hij tekent, tegen de achtergrond van een beklemmend religieus boerenmilieu, zijn verboden liefde voor een jong meisje op.

    Mijn lieve gunsteling
    Auteur: Marieke Lucas Rijneveld
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Het glanzend zwart van mosselen

    ‘Dieper doordringen in gebeurtenissen, kunstwerken en ideeën – dat is de belangrijkste reden waarom ik het schrijven van essays altijd interessant heb gevonden. Door te schrijven ontstaat er een nieuw inzicht, een inzicht dat je pratend of alleen maar denkend niet kunt bereiken. Al schrijvend daal je dieper af,’ stelt Oek de Jong in zijn essaybundel Het glanzend zwart van mosselen, die verscheen bij Atlas Contact.
    Het boek bevat niet eerder gebundelde cultuurkritische stukken van zijn hand, en De Jong legt deels de autobiografische dimensie bloot van zijn veelgeprezen romans.

    Zwarte schuur, zijn meest recent verschenen roman, werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs 2020 en op 12 november van dit jaar bekroond met de Boekenbon Literatuurprijs.

    Het glanzend zwart van mosselen
    Auteur: Oek de Jong
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Felicitaties voor Marieke Lucas Rijneveld en Michele Hutchison

    Felicitaties voor Marieke Lucas Rijneveld en Michele Hutchison

    Het zal u niet ontgaan zijn, Marieke Lucas Rijneveld heeft als eerste Nederlandse schrijver de prestigieuze Booker International Prize gewonnen voor The Discomfort of Evening, de vertaling van haar roman De avond is ongemak. Rijneveld ontvangt de prijs samen met vertaalster Michele Hutchison.
    Wij feliciteren auteur en vertaalster van harte!

    Als u De avond is ongemak nog niet gelezen hebt, gaat u dat nu wellicht wel doen. Of u gaat op zoek naar meer informatie over de schrijfster en haar andere werk. Hettie Marzak besprak Rijnevelds tweede dichtbundel Fantoommerrie. Zij schreef daarover:

    ‘Met zoveel aandacht en lof is het voor een dichter vaak moeilijk zichzelf staande te houden in een volgende bundel, omdat alle kritiek zich zal richten op de vraag of de kwaliteit overeind zal blijven, of dat de dichter een eendagsvlieg blijkt te zijn. Maar Rijneveld heeft met haar tweede bundel duidelijk bewezen dat zij zich als dichter weet te handhaven: het is een verrassende bundel die haar ongewone talent onomstotelijk aantoont.’

     

    Klikt u hier om de recensie over Fantoommerrie (nog eens) te lezen.

     

     

     

     

     

     

     

  • Voor het eerst in vierentwintig jaar twee winnaars ANV Debutantenprijs

    Tachtig debuten werden er ingestuurd voor de ANV Debutantenprijs.  Daaruit stelde een vakjury een shortlist van drie titels samen voor de lezersjury. Van deze drie genomineerden won Mirthe van Doornik met Moeders van anderen (Prometheus) de publieksprijs en Marieke Lucas Rijneveld met De avond is ongemak (Atlas Contact) de vakjuryprijs. Beiden wonnen een bedrag van 3000 euro.

    Dit alles gebeurde tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Dordrechts museum waar de drie genomineerde schrijfsters werden geïnterviewd door journaliste bij de Standaard, Jelle Van Riet. Naast deze twee winnaars was Persis Bekkering met Heldenleven (Prometheus) de derde genomineerde, zij ontving (een normbedrag voor alle genomineerden) een bedrag van 1000 euro.

    Beide winnaars spraken hun vreugde uit over het winnen van de prijs op social media.
    Van Doornik plaatste de kreet: ‘Twee winnaars dit jaar van de ANV Debutantenprijs!! Een van de mooiste dagen van mijn leven (en ook een van de langste en vreemdste).’
    Rijneveld tweette: ‘Zo trots als een koe met zeven uiers: met De avond is ongemak de ANV Debutantenprijs 2019 gewonnen!!’

    Rijneveld overtuigde de vakjury met haar ‘indringende beschrijving van de gruwelijkheden die volgden op het overlijden van Matthies.’ De lezersjury werd ingepakt door Van Doorniks ‘vlot geschreven verhaal, waarin de schrijfster met een zekere luchtigheid toch zware thema’s durft aan te pakken.’
    Heldenleven van Persis Bekkering werd door veel lezers, vooral door muziekliefhebbers, zeer gewaardeerd, maar kreeg net iets te weinig stemmen. Alle drie de boeken werden omschreven als ‘fantastische’ boeken.

    De literaire onderscheiding, ook wel bekend als de Dordtse Boekenprijs, is bedoeld voor schrijvers die het afgelopen jaar hun eerste boek uitbrachten. Eerdere winnaars waren onder andere Peter Buwalda, Anna Enquist en Jessica Durlacher.
    De vakjury bestond uit Jelle van Riet, Mirjam Piters, Kees Snoek en Arjan Peters en Erica van Buuren als voorzitter. De organisatie van de ANV Debutantenprijs was in handen van DordtLiterair en wordt gesponsord door het Algemeen Nederlands Verbond en de gemeente Dordrecht.

     

  • Aansprekende poëzie dicht bij huis

    Aansprekende poëzie dicht bij huis

    In 2016 werd de jury van de C. Buddingh’- prijs overrompeld door de debuutbundel Kalfsvlies van Marieke Rijneveld (1991): ‘We waren unaniem weerloos tegen de explosie van talent die Marieke Rijneveld in Kalfsvlies aan de dag legt’, oordeelde de jury toen. In 2015 werd de piepjonge dichteres al in de Volkskrant uitgeroepen tot ‘hét literaire talent van Nederland’. Haar prozadebuut De avond is ongemak uit 2018 werd een bestseller en haar bekendheid werd vergroot door diverse tv-optredens, waaronder bij de De wereld draait door, waar ook haar roman verkozen werd tot ‘Boek van de maand’. Ook baarde ze opzien door de toevoeging van ‘Lucas’ aan haar naam: hiermee gaf ze uitdrukking aan haar reeds lang bestaande gevoel zowel jongen als meisje te zijn.

    Geen eendagsvlieg

    Met zoveel aandacht en lof is het voor een dichter vaak moeilijk zichzelf staande te houden in een volgende bundel, omdat alle kritiek zich zal richten op de vraag of de kwaliteit overeind zal blijven, of dat de dichter een eendagsvlieg blijkt te zijn. Maar Rijneveld heeft met haar tweede bundel duidelijk bewezen dat zij zich als dichter weet te handhaven: het is een verrassende bundel die haar ongewone talent onomstotelijk aantoont.
    In Fantoommerrie blijft Marieke Lucas Rijneveld opnieuw dicht bij zichzelf. Net als in Kalfsvlies waaieren de gedichten lang en breed uit en bestrijken de hele bladspiegel. De vorm is veelal die van een prozagedicht: aan één stuk, of bestaat uit strofes van vier, drie of twee regels. In haar gedichten neemt Rijneveld de lezer mee naar haar kinderjaren op de boerderij van haar ouders in Brabant, waar God en nuchterheid overheersten in de opvoeding: ‘Op zondag mocht de Libelle uit het plastic net als ik uit mijn schoolkleding. […] Mama bladerde vluchtiger door / mij dan door het blad’.

    De jeugdjaren

    Een veelheid van onderwerpen komt aan bod, die alle deel uitmaken van de wereld van Rijneveld: haar verhouding tot haar ouders – een vader als God en rechter, een moeder van wie moeilijk hoogte te krijgen was, lijkt uit de gedichten naar voren te komen –  haar schooltijd, haar angsten, kinderziektes, maar ook de spelletjes en dromen. En zoals je mag verwachten van iemand die op een boerderij leeft: heel veel dieren. Fazanten, schapen, kikkers, poezen en paarden bevolken deze bundel in ruime mate, meestal met de functie om mensen mee te vergelijken. Ook aan haar gestorven broer worden enkele gedichten gewijd, zoals in haar eerste bundel ook het geval was, maar het lijkt terloops te gebeuren en de toon is minder zwaar:

    ‘Heel lang niet weten wat je moet zeggen is nog altijd korter dan er steeds
    naar moeten zoeken, zes woorden: broer in de grond, kerstboom gerooid.’

    Rijneveld beschrijft haar jeugd in haar gedichten: ze idealiseert die niet, maar valt die ook niet af. Uit sommige gedichten is op te merken dat ze afstand heeft genomen van haar kinderjaren en nu als volwassene erop terugkijkt:

    ‘Op de rand van het bed – een nieuwe pyjama waar ik eens in de
    zoveel tijd van vervelde –fluisterde ik alles waar ik spijt van had, man ik
    was pas acht […]’

    Keerpunt

    In andere gedichten is zij nog steeds het kind dat in het hier en nu van de gedichten leeft, zoals in het gedicht ‘Kindertelefoon’. Dit tweevoudige uitgangspunt veroorzaakt een spanning die voelbaar is in een spel van aantrekken en afstoten van het onderwerp. Het duidelijkst komt dit naar voren in het gedicht ‘Instabiele pengreep’, waarin beschreven wordt hoe de onderwijzers op de basisschool de verwachting uitspreken dat er van de ik-verteller niets terecht zal komen, waarop ze op een ochtend, ‘die niets noemenswaardigs in zich had om dat/ later wel te worden, haar potlood inruilde voor een vulpen’. Een keerpunt dat later in haar leven dus een roman en twee dichtbundels opbracht.

    Originaliteit

    Rijneveld schrijft zo beeldend dat de lezer zich moeiteloos kan inleven in haar gedichten. De belevenissen uit haar kinderjaren zijn herkenbaar, maar door haar indringende en tegelijkertijd zo diep doorgronde beschrijvingen, worden gewone voorvallen iets bijzonders. Haar vergelijkingen zijn origineel, maar lijken vanzelfsprekend voort te vloeien uit haar manier van kijken en doen nergens geforceerd aan:

    ‘ juffen en meester die zeiden dat ze nooit zou kunnen schrijven, dat/
    ze meer kanten heeft dan een Rubiks Kubus maar geen één de juiste kleur/
    heeft’

    Enkele gedichten zijn speciaal voor andere schrijvers geschreven: F. Starik, Joost Zwagerman, A.F.Th. van der Heijden, Hugo Claus. Hoewel ze een heel ander thema beroeren dan de meeste gedichten in deze bundel, vallen ze niet uit de toon al zijn ze minder intens. Het gedicht voor F. Starik treft nog het meest – een persoonlijk gedicht waarin  ze de overleden dichter rechtstreeks aanspreekt.
    Met Fantoommerrie heeft Rijneveld opnieuw het bewijs geleverd het dichterschap te beheersen. Een bundel om in te blijven hangen, net zolang tot de volgende zich aandient.

     

  • Oogst week 4

    Pluk

    Bij de oogst van deze week, literair vertalerstijdschrift Pluk, een nieuwe dichtbundel van Marieke Lucas Rijneveld en een novelle van Lammert Voos.

    Pluk – de oogst van nieuwe vertalers is een podium waarop afgestudeerde vertalers debuteren met hun vertaling van zelfgekozen, vaak nog onbekende of ten onrechte in vergetelheid geraakte auteurs. Dit kan een kort verhaal zijn, maar ook een fragment uit een roman of poëzie. In Pluk kunnen beginnende vertalers zich presenteren aan literair agenten, redacteurs, uitgevers, geïnteresseerde collega-vertalers en andere lezers.

    De inhoud van dit tweejaarlijkse tijdschrift is gevarieerd: lange en korte verhalen, lichte en zware onderwerpen, bekende en onbekende auteurs, oude en nieuwe teksten. Ook streeft de redactie naar een variatie van talen en taalgebieden. Het blad is nadrukkelijk bedoeld voor beginnende vertalers die niet meer dan één literair boek hebben vertaald dat is uitgegeven.

    Pluk verschijnt twee keer per jaar. Elk nummer wordt geïllustreerd door steeds een andere beeldend kunstenaar.
    Kijk voor meer informatie: http://www.tijdschrift-pluk.nl

     

    Pluk

    Fantoommerrie

    Kalfsvlies was haar poëziedebuut. Marieke Lucas Rijneveld ontving er meteen de C. Buddingh’-prijs voor.

    Twee jaar later verscheen De avond is ongemak dat ook zeer goed ontvangen is en veel geprezen werd.

    Deze maand is haar tweede dichtbundel verschenen, Fantoommerrie, waar de uitgeverij over zegt: ‘Deze bundel is een nieuwe verkenning in het universum van Rijneveld, dat paradoxaal genoeg aan de ene kant compleet onnavolgbaar is, maar aan de andere kant ook onmiddellijk herkenbaar en altijd eigen.’

     

    Fantoommerrie
    Auteur: Marieke Lucas Rijneveld
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Malterfoske

    De novelle Malterfoske gaat over zeven generaties Groningse armoedzaaiers op de klei. ‘Er is incest, armoede, ziekte, uitbuiting, uitzichtloosheid. De bewoners van het buurtschap Malterfoske zitten vastgeklonken aan hun DNA, hun geboortegrond en de tijd. Lammert Voos schildert onbarmhartig het harde leven van een geslacht van boerenarbeiders, schippers, klompenmakers, pooiers en dienstmeiden. Voos’ liefde voor het Groningse land lezen we terug in korte, poëtische natuurpassages.

    De novelle is ingedeeld in zeven hoofdstukken met bijbelse titels. Er is een onnadrukkelijke alwetende verteller aan het woord maar in het laatste surrealistische hoofdstuk, ‘Genesis’, kijken we door de ogen van een grootmoeder. Het blijkt de opoe van de auteur.’

    Dichter/schrijver/essayist Lammert Voos publiceerde vier dichtbundels, drie boeken met kort proza en een roman. In 2016 verscheen bij AFdH Abdou en de anderen – Ooggetuigenverslag van een ex-vluchtelingenwerker, een geëngageerd essay over de hypocriete wijze waarop Europa met het migrantenvraagstuk omgaat.

    Malterfoske
    Auteur: Lammert Voos
    Uitgeverij: AFdH Uitgevers