• Oogst week 5

    De hoogste tijd

    In 1919 wordt het algemeen kiesrecht in Nederland van kracht. Precies 100 jaar geleden dus.
    In het voorwoord schrijven de auteurs dat Hoogste tijd ‘gaat over de strijd voor het vrouwenkiesrecht én over de gevolgen van het verkrijgen daarvan. Wat doen de vrouwen die zich actief hebben ingezet met het veroverde kiesrecht? Gaan ze stemmen en zo ja: op welke partijen stemmen ze en in hoeverre verschilt hun kiesgedrag van dat van mannen? Gaan ze de politiek in en zo ja, wat gaan ze daar doen? Zijn ze wel welkom in de politieke arena? Hebben ze een andere politieke agenda dan de mannen die ze hebben bestreden, of voegen ze zich netjes in de rijen van de politieke partijen waar ze nu eindelijk deel van mogen uitmaken? En hoe staat het met de vele vrouwen die zich niet hebben gemengd in de strijd voor het vrouwenkiesrecht, maar die vanaf 1919 wel mogen gaan stemmen?’

    Het is niet het eerste boek dat over vrouwenkiesrecht geschreven is, dat is de auteurs ook duidelijk, daarom geven ze aan: ‘Nu, bij de honderdste verjaardag van het vrouwenkiesrecht, doen wij het nog eens over omdat iedere generatie nu eenmaal anders tegen het verleden aankijkt, maar bovendien omdat wij het niet alleen over de strijd willen hebben, maar ook over wat er daarna is gebeurd.’

    Om dit 100-jarige feest te vieren wordt er dit jaar een aantal evenementen georganiseerd. Op dit moment is tot en met 21 februari 2019 in het Atrium, de grote centrale hal van het stadhuis in Den Haag, de tentoonstelling ‘100 jaar Algemeen Kiesrecht’ te bezichtigen.

    De hoogste tijd
    Auteur: Monique Leyenaar, Jantine Oldersma, Kees Niemöller
    Uitgeverij: Athenaeum (2019)

    Ons leven in de bossen (2019)

    De Franse schrijfster Marie Darrieussecq won in 2013 de Prix de Médicis met haar roman Je moet veel van mannen houden. In 2015 verscheen op deze site een bespreking van het boek Zeewee, die recensent Joost van der Vleuten de titel meegaf ‘hermetisch maar indrukwekkend’. Hij schreef dat ‘het leidt tot heftig proza, op het hallucinante af.’

    Op de website van uitgeverij Vleugels is te lezen dat Darrieussecq ‘is gefascineerd door de tussenwereld, de grens tussen de werkelijkheid en het fantastische. Daar houden zich schimmen op, maar daar kunnen mensen ook ineens zomaar verdwijnen. Dat vaste en vervloeiende gebied bestrijkt zij in haar romans.’

    In de dystopische roman Ons leven in de bossen heeft een vrouw zich teruggetrokken in de bossen, op de vlucht voor een vijandige maatschappij. Ze zit er te schrijven. En ze heeft daar haast mee, want haar lichaam en de wereld om haar heen verkeren in een staat van afbraak. Voorheen was ze psychologe. De mensen met wie ze zich in de bossen heeft verschanst zijn drop-outs die offline zijn gegaan en hun geïmplanteerde chip hebben verwijderd. Ze behoren tot de geprivilegieerde groep die in het bezit is van een andere helft. Een kloon.

    Ons leven in de bossen (2019)
    Auteur: Marie Darrieussecq
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Een kamer met een tafel met schrijfgerei

    Ivo van Strijtem (1953) is dichter, literair vertaler en leraar Engels. En een groot poëzieliefhebber. Hij vertaalde gedichten en schreef ze zelf.

    Hij schreef ook enthousiasmerend over poëzie door al dan niet in samenwerking met anderen boeken en bloemlezingen te publiceren zoals bijvoorbeeld de reeks De mooiste van… samen met Koen Stassijns, of de bloemlezing Van Heer Halewijn tot Hugo Claus en Iedereen dichter, met als ondertitel Poëzie is een manier van leven. Zijn drijfveer: ‘Poëzie wordt onterecht als wereldvreemd, moeilijk en bovenal totaal nutteloos ervaren. Hoog tijd om het roer om te gooien.’

    Zijn nieuwste bundel met eigen gedichten Een kamer met een tafel en schrijfgerei is net verschenen. De uitgeverij over deze bundel: ‘wanneer voor de dichter alle zekerheden wegvallen, blijft dat gereedschap over. In de bundel gaat het om wat er echt toe doet. In taal die de lezer niet op afstand wil houden, schrijft de dichter over de grote onderwerpen, over wat echt belangrijk is: liefde, mededogen, het onbegrijpelijke, en – onontkoombaar – de dood.’

    Een kamer met een tafel met schrijfgerei
    Auteur: Ivo van Strijtem
    Uitgeverij: Atlas Contact (2019)
  • Zeewee: hermetisch maar indrukwekkend

    Zeewee: hermetisch maar indrukwekkend

    Een titel uit 1999 van de Franse schrijfster Marie Darrieussecq is vertaald. ‘Mal de mer’ werd ‘Zeewee’, hoewel voor ‘Zeezucht’ ook wel wat te zeggen was geweest. Een bijzondere leeservaring: alsof je tegen de zon in kijkend probeert te zien wat er aan de hand is.

    Zeewee is nauwelijks een verhaal. Een vrouw haalt bij haar moeder haar dochtertje (‘de kleine’) op en verdwijnt. Naar zee. Eerst dicht bij huis, later naar een studioappartement in een zuidelijke badplaats. ‘De kleine’ eet ijsjes en leert zwemmen, de vrouw bakt in de zon en papt aan met de zwemleraar-slash- surfhunk. Haar ex huurt een privédetective en haar achtergebleven moeder wordt verzorgd in een kuuroord met thalassotherapie. En zijn nog wat verwikkelingen (maar niet veel) en het slot is onverwacht onthutsend, hoewel zo terloops opgeschreven dat je er overheen leest als je niet oppast.

    Een blinde vlek
    Zeewee gaat niet over emoties en trauma’s, hoewel een migraine-aanval van de vrouw of een kwade droom van ‘de kleine’ zich lenen voor zo´n interpretatie. Het is geen zedenschets, familieroman of speurdersverhaal. De voorgeschiedenis van de verdwijning wordt niet uitgesponnen, de emotionele knopen niet ontward. Het gaat over waarnemen en het opschrijven daarvan. Zodanig opschrijven misschien wel, dat ook de lezer de wezenloosheid, vervreemding en desoriëntatie van de hoofdpersonen ervaart. Neem bij voorbeeld de detective, op zoek naar de vrouw. Met haar foto in de hand stelt hij zich voor dat hij haar weet te achterhalen en haar dan zal aanspreken, en vervolgens wat hij dan denkt te zullen zien: ‘… als je goed kijkt, dat wil zeggen als je het automatisme van je hersens even blokkeert, de compenserende werking van je hersens om het gezicht van een vrouw te zien […] dan zie je dat gezicht, bijna eenogig, een blinde vlek op de iris van het rechteroog, het andere oog vreemd verplaatst door een lok die in deze kadrering afgeplat midden op het voorhoofd valt; en die houw van de zon, die een litteken maakt op het ooglid maar ook doorloopt over de neus, een laatste ronde lichtspat valt op de mondhoeken, en maakt een abrupt eind aan de krul van een glimlach, zodat de mond wankel, onaf blijft.’

    Omgekeerde evolutie
    Een gewelddadig proces heeft de samenhang der dingen ondermijnd, zo lijkt het. De vrouw is ‘bijna eenogig’, het andere oog is ‘vreemd verplaatst’, een ‘houw van de zon’ heeft een litteken achtergelaten en de mond blijft ‘wankel, onaf’. Een familie valt uiteen en daarmee alles wat er te zien valt. Of: iedere vorm van samenhang moet moeizaam veroverd worden op een continu proces van desintegratie, of het nu gaat om familiebanden, toekomstplannen of het lezen van een tekst als Zeewee. Of over de natuur, maar daarover later meer.

    Terwijl de detective zijn moeizame zoektocht voortzet en vrouw en kind op het spoor komt, zinken de hoofdpersonen weg in een soort regressie – alsof ze de evolutieladder afdalen. Het leven wordt gereduceerd tot rondhangen op de grens van land en water: zwemmen, zonnen, eten, drinken en dromen, in afwachting van wat dan ook. Als de kleine zwemt wordt ze een kreeft, de moeder van de vrouw verandert tijdens haar algenmassage in een zeewezen. Het doet denken aan het gedicht ´Ik draai een kleine revolutie af’ van Lucebert: ‘ik ben niet langer van land / ik ben weer water / ik draag schuimende koppen op mijn hoofd.’ De wezenloosheid weerspiegelt zich in het perspectief, waarbij je alleen maar waarneemt door de ogen van een ‘ik’ – alleen is dat steeds een ander: nu eens ‘haar moeder’, dan weer ‘de kleine’, de detective, de verhuurder van het appartement of de ijscoman. Als lezer weet je nauwelijks meer wie je bent.

    Walvissen als kathedralen
    De personages in Zeewee zijn weinig actief, en wat ze doen valt het in het niet bij het natuurgeweld dat hen omgeeft. De zee manifesteert zich als een bolle zwarte dreiging bij nacht, een kolkende massa vuurrode mondjes bij storm en is soms alleen maar ´vrij vormeloos, als een elastisch pulserende ader´. De brandingszone is een verslindende holte die je meezuigt naar de ingang van de zeebodem. Van de kliffenkust vallen enorme rotsblokken naar beneden. Het is de breuklijn tussen twee werelden: de ene van de mensen, met hun dingen, huisjes, boulevards en auto’s, de andere leeg, een afgrond afgedekt door een staalblauwe zee, waar in de diepte steden en schepen zijn verzonken en monsters huizen: walvissen als kathedralen, en haaien geen verschil zien tussen een zeehond en een surfplank. De zon hangt daar genadeloos boven en bepaalt hardhandig wat zichtbaar is en hoe; wat verblindend schittert en wat verdwijnt in een slagschaduw.

    Het leidt tot heftig proza, op het hallucinante af: ‘Ze trekt het gordijn opzij, de zon verplettert de straat. Er staat een boom, hartverscheurend, waardoor je weet dat er bomen bestaan en dat je om te ademen alleen maar onder hun bladeren hoeft te lopen: alleen maar je hoofd achterover hoeft te buigen naar hun licht golvende water om te drinken.’ Je gaat er in mee, of je staat aan de kant, een tussenweg is er niet.

    Het einde is zoals gezegd, nogal onthutsend, vooral omdat het als het ware in het voorbijgaan wordt verteld. Het menselijk drama wordt gereduceerd tot een bijverschijnsel van onverschillig kosmisch geweld. Zeewee is best hermetisch maar ook tamelijk indrukwekkend. En heel goed vertaald.

    _______________________________________
    Zeewee is een proza-uitgave in de ‘Franse reeks’ van uitgeverij Studio 3005, die vooral aan de weg timmert met fraaie poëzieuitgaven in kleine oplage met meestal prachtig ambachtelijke omslagen. Ook Zeewee heeft een fraaie kaft: een zeeiige aquarel, opvallende titelbelettering en verzorgde typografie in toepasselijke vrije regelval (het proza neigt immers naar poëzie), uitgegeven in een exclusieve oplage van 700 exemplaren voor een doodgewone prijs.

    
    

     

  • Oogst week 40

    Een Surinaamse roman, een reis door Iran, een kleine roman in beperkte oplage en een debuutroman.

    Door Ingrid van der Graaf

    De Nederlandse literatuur kent weinig schrijvers met een Surinaamse achtergrond die over Suriname en zijn bewoners schrijven, Astrid Roemer en Clark Accord daargelaten. De in Amsterdam geboren schrijver Tessa Leuwsha (1967), van Surinaams/Nederlandse afkomst, verhuisde in 1996 naar Suriname en publiceerde eerder al twee romans die zich daar afspelen. Ze is een gedreven schrijver van verhalen die autobiografische aspecten bezitten. Fansi’s stilte gaat over haar oma Fansi, die in 1971 nogal onverwacht naar Nederland kwam. Een vrouw uit de tropen die maar niet kon wennen aan het leven in Nederland en die in alle talen zweeg over haar achtergrond. Leuwsha is op zoek gegaan naar het verhaal van haar grootmoeder en haar ooms en tantes die deels in Paramaribo en Nederland wonen. Met Fansi’s stilte haalt zij haar grootmoeder, kind van een Engelse zendelingsdochter en een zwarte man dichterbij waarmee ze tegelijkertijd een indrukwekkend tijdsbeeld van Suriname weergeeft. Uitgegeven bij Atlas/Contact, 224 blz. € 19,99.

    iran_reeuwijk_135x210Eerder schreef Alexander Reeuwijk (1975) Darwin, Wallace en de anderen. Evolutie volgens Redmond O’Hanlon, waarin hij op levendige wijze de evolutietheorie beschrijft. Met Achter de sluier het land toont Reeuwijk de lezers Iran in al zijn facetten. Als het land van dichters, ayatollahs, sjahs en met de mooiste islamitische architectuur ter wereld, maar ook dat het een land van mysteriën is. Toch is het één van de belangrijkste landen in het hart van het Midden-Oosten, prominent op de oude handelsroutes en heeft het een eeuwenoude bewogen geschiedenis. Reeuwijk reisde meerdere malen van Istanbul naar Teheran en verder naar onder andere Isfahan, Shiraz, Persepolis en Yazd. Hij maakte er vrienden, sprak er met mullahs en probeerde het land te doorgronden en de bevolking te begrijpen. Verschenen bij uitgeverij De kleine uil, 200 blz., € 16,50.

    zeewee-200x300Toen uitgever Marc Vleugels van Studio 3005 Zeewee in de ‘schitterende’ vertaling van Mirjam de Veth gelezen had, wilde hij het boek meteen herlezen. Hij noemt het een poëtisch pareltje in het oeuvre van Marie Darrieussecq.  Bijna alle romans van Darrieussecq verschenen reeds in vertaling (bij Meulenhoff en De Arbeiderspers).  Zeewee is het verhaal van een verdwijning. Een jonge vrouw haalt na schooltijd haar dochtertje op bij haar moeder. Ze rijdt niet naar huis maar naar de zee in het zuiden. Ze neemt haar intrek in een flat in een badplaats die veel weg heeft van Biarritz buiten het seizoen. Dan kan aan de grens tussen water en land het fantastische het leven binnendringen. Het perspectief wisselt voortdurend tussen de personages. Op een manier  als het af- en aan rollen van de zee die zwelt en krimpt, buldert en stil is. Zeewee is een eenmalige editie van 700 exemplaren in offset/boekdruk op gevergeerd papier en te koop bij de betere boekhandel of rechtstreeks te bestellen bij www.studio3005.nl. 112 blz.,€20,–.

    thumbnailKrijn Peter Hesselink (1976) was vertaler (o.a. Breyten Breytenbach) en debuteerde in 2008 met de dichtbundel Als geen ander, waarna nog drie bundels volgden. In zijn debuutroman Moederziel weet hij met ingetogen stijl de gevolgen van een gemankeerde jeugd invoelbaar te maken waarbij hij behendig switcht tussen heden en verleden, waan en werkelijkheid. Jonathan, de hoofdpersoon, zit op de brink van het Drentse dorp waar hij vakantie viert. Als daar een oudere dame aan komt schuifelen, is er iets in haar verschijning dat hem intrigeert. Plotseling ziet hij het: het is zijn verloren gewaande moeder. Een eeuwigheid geleden stond het ouderlijk huis ineens vol dozen en liet zij hem en zijn vader in de steek. Nu zal alles op zijn plaats vallen, als hij maar de moed kan opbrengen om haar aan te spreken en mee te nemen naar het huisje waar hij zijn vader en zijn vriendin die nacht heeft achtergelaten.