• En weer daarheen gaan waar hij vandaan kwam

    En weer daarheen gaan waar hij vandaan kwam

    Als Johannes, hoofdpersoon van Ochtend en avond van de Noorse Nobelprijslaureaat Jon Fosse, wordt geboren steunt zijn vader, de visser Olai, met zijn hoofd in zijn handen op de keukentafel. Hij mag niet bij de bevalling in de kamer ernaast zijn; de aanwezigheid van een man brengt ongeluk, weet vroedvrouw Anna: een man hoort niet aan een kraambed, zoals een vrouw niet in een vissersboot hoort.
    Johannes zal zijn kind heten, denkt Olai, en hij zal visser worden, net als hij: ‘Terwijl zijn moeder Marta schreeuwt en pijn lijdt, zal hij zijn intrede doen in deze koude wereld en daar zal hij dan alleen zijn, gescheiden van Marta, gescheiden van alle anderen, daar zal hij alleen zijn, altijd alleen, en dan zal hij, als alles voorbij is, als zijn tijd is gekomen, vergaan en tot niets worden en weer daarheen gaan waar hij vandaan kwam, uit het niets en naar het niets, dat is de loop van het leven’.
    We zitten in het korte deel 1 van Ochtend en avond.

    Mantra

    In het tweede deel sterft Johannes. Het thema van de eenzaamheid keert terug: ‘alles is één en tegelijkertijd verschillend, het is één en toch dat wat het is, alles is gescheiden en niet gescheiden en alles is rustig’.
    Dit tweede deel is nog meer dan het eerste geschreven als een vertelling uit een schimmenrijk. De zinnen hebben geen interpunctie. Er zijn slechts af en toe komma’s en vraagtekens als deel van een gedachte. Regels beginnen met een hoofdletter, maar verspringen en gaan dan zonder hoofdletter verder:
    ‘Ach jee, is het zo erg zegt Peter
    en dan pakt Peter Johannes bij zijn arm’
    In dialogen gaat de directe rede ineens over in de indirecte en verspringen perspectieven in één zin. Maar vooral: formules en gedachten worden alsmaar herhaald als een soort mantra. Deze repetitieve stijl werkt dromerig en meeslepend. Je kunt je als lezer niet onttrekken aan de hallucinatieve vertelstijl; je drijft erop mee, zoals een vissersboot op zee.

    Krabben

    De ochtend uit de titel staat voor de geboorte, de avond voor het sterven. Hoe dicht die intrede in de wereld en het verlaten ervan bij elkaar liggen wordt nog eens versterkt doordat het tweede deel juist op een morgen begint. Johannes ‘ontwaakt’ met een gevoel dat alles anders is: ‘Hij voelt zich opeens zo licht, alsof hij geen gewicht meer heeft, denkt Johannes’, die op zijn oude dag juist stijf was en kraakte in spieren en botten. Ineens hoeft hij ook niet meer over te geven, zoals hij sinds de dood van Erna elke morgen bij het opstaan moest.
    Vanuit zijn huis stapt hij de dag in en gaat naar zijn boot waar hij zijn oude vissersmaat Peter ontmoet, die al lang dood is. Hij besluit samen met hem de zee op te gaan om krabben te vangen, zoals ze vaak deden. Daarna willen ze de beste vangst, zoals altijd, verkopen aan juffrouw Anna Petterson, die ook is overleden. Op hun gezamenlijke tocht zien ze ook Marta, Johannes’ moeder, en Erna, zijn vrouw: ‘Hoe is het mogelijk?’, vraagt hij zich af – ze leven toch allemaal niet meer. Niemand van Johannes’ leeftijd is meer over, zelfs schoenmaker Jakop is dood.

    Met Peter deelt hij op de boot zijn herinneringen en twijfels, waaronder die bijzondere dat zijn collega-visser hem redde van de verdrinkingsdood toen de door Johannes uitgeworpen vishaak niet wilde zinken. Hij herbeleeft het opnieuw nu ze weer krabben willen vangen voor juffrouw Petterson. Terwijl Johannes zich erover blijft verbazen duidt Peter die scène met de vishaak: ‘De zee wil je niet meer’.

    Beelden

    Ochtend en avond zit vol met Bijbelse en mythologische beelden. Er zijn de gedachten over God bijvoorbeeld. Johannes was het wel eens met wat schoenmaker Jakop hem ooit vertelde: ‘De God van al die mensen die de waarheid erkenden, dat was geen God voor deze wereld, ook al was hij er ook, er waren nog andere goden’. En niet voor niets is Johannes visser, zoals de evangelist van die naam (lees de column van Jan Kloeze hierover). Er dringen zich daarnaast mythologische beelden op. Zo doet Peter die Johannes overvaart denken aan Charon, de veerman die de overledenen naar het dodenrijk voer. En nog zo’n scène: als Johannes in het tweede deel zijn huis verlaat om naar Peter te gaan ziet hij Erna in de deur staan (‘Ja, je moet nu voorzichtig zijn op zee, zegt ze’) en besluit hij niet meer om te kijken’. Wie moet hier niet denken aan de mythe van Orpheus en Eurydice?

    Prachtig is de laatste dialoog van Peter en Johannes over hun bestemming. Johannes wil weten of de overtocht gevaarlijk is:
    ‘”Gevaarlijk is een woord, waar wij heen gaan bestaan geen woorden”, zegt Peter
    “Doet het pijn?” Zegt Johannes
    “Waar wij naartoe gaan bestaan geen lichamen, dus pijn bestaat ook niet”, zegt Peter
    “Maar de ziel, doet het pijn in de ziel?” Zegt Johannes
    “Er bestaat geen jij of ik waar wij heen gaan”, zegt Peter’
    Ochtend en avond is een novelle om je op mee te laten drijven en stil in op te gaan, een overweldigende meditatieve leeservaring.

     

     

  • Oogst week 16 – 2024

    Ochtend en avond

    Bij uitgeverij Oevers is onlangs in een nieuwe vertaling weer een boek verschenen van Jon Fosse (1959), de Nobelprijswinnaar uit 2023. Fosse is auteur van uiteenlopende genres, hij heeft romans, toneelstukken, gedichten, kinderboeken, verhalen en essays geschreven en wordt geprezen om zijn bijzondere stijl. Marjet Maks schrijft daarover in haar recensie over Melancholie II: ‘Door zijn simpele en herhalende zinnen kruipt de taal van Fosse je onder de huid.’
    Sommige lezers zullen even moeten wennen aan het repeterende taalgebruik van lange, meanderende zinnen. Anderen zullen meteen verkocht zijn.

    Marianne Molenaar heeft inmiddels veel van het werk van Fosse vertaald. Ochtend en avond dat in 2000 in Noorwegen voor het eerst verscheen, vertaalde zij al eens in 2005. Voor deze nieuwe uitgave heeft zij haar toenmalige vertaling geheel herzien. Molenaar is een veelgevraagde vertaalster van o.a. het werk van Knut Hamsun, Per Petterson en Karl Ove Knausgård.

    In Ochtend en avond wordt een weduwnaar wakker en voelt dat de wereld anders is geworden. Hij kan er de vinger niet echt op leggen, dus staat na enige aarzeling toch maar op en gaat zoals elke morgen naar de haven. Daar ontmoet hij zijn beste vriend Peter die al een tijdje dood is. Zij varen samen uit. Als hij vervolgens ook zijn vrouw bij terugkomst in de haven op hem ziet staan wachten, maakt hem dat heel gelukkig.

    Ochtend en avond is een kleine troostrijke novelle die uitnodigt om nader kennis te maken met het werk van Fosse.

    Ochtend en avond
    Auteur: Jon Fosse
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Spullen brengen

    Zo’n driekwart jaar geleden, in juli 2023, verscheen er op de website van de NOS een bericht met als titel “Schrijvers helpen leger Oekraïne: ‘Poetin versla je niet met zang en dans”’.
    Het was een bericht over een initiatief van een aantal vrienden om hulpgoederen (o.a. auto’s, helmen, kogelwerende vesten en medische spullen) te verzamelen voor Oekraïne met de bedoeling ze vervolgens ook ter plekke af te leveren. Een aantal van die vrienden zijn de schrijvers Jaap Scholten, Jelle Brandt Corstius en Tommy Wieringa.

    Jelle Brandt Corstius maakte in die tijd al een tijdje de podcast over de oorlog in Oekraïne Voordat de bom valt, waarin hij beoogde ‘perspectief en context te geven bij deze oorlog’. (De laatste aflevering van deze podcast was op 19 maart 2024.)

    Toen hij gebeld werd door Jaap Scholten om hulpmateriaal naar Oekraïne te rijden was hij daarvoor dan ook zeer gemotiveerd. Zijn ervaringen schreef hij op en zijn nu verschenen in het boek Spullen brengen.

    Jelle Brandt Corstius (1978) kent Rusland goed, en was van dat land gaan houden. Hij heeft er jarenlang gewoond en gewerkt, als correspondent voor Trouw. Hij stond op het punt om naar Rusland af te reizen toen dat land Oekraïne binnenviel. Zijn liefde voor Rusland heeft enorme schade opgelopen uiteraard. Op dit moment is hij bezig met een zesdelige serie over Oekraïne voor de VPRO.

    Spullen brengen
    Auteur: Jelle Brandt Corstius
    Uitgeverij: Uitgeverij Das Mag

    Twintig keer Dee

    Met je debuut meteen de prijs voor het Beste Boek voor Jongeren winnen. Dat overkwam tot zijn eigen verbazing Oliver Reps in 2019 met zijn boek De dag die nooit komt waarover de vakjury schreef: ‘Je komt als lezer heel dichtbij, het verhaal heeft de kracht om intiem en klein te blijven, terwijl er ook vreselijk veel gebeurt.’

    Onlangs is Reps’ tweede boek verschenen, Twintig keer Dee. Daarin gaat het over een student die in een opwelling naar Berlijn reist, naar zijn vriendin. Wat hem daar te wachten staat weet hij niet, maar spannend vindt hij het wel.

    De jongen neemt het zekere voor het onzekere als hij vertrekt:
    ‘[…]
    Zachtjes trek ik de deur achter me dicht
    Neem twee trams eerder dan strikt noodzakelijk
    Misschien wel drie
    Uit voorzorg
    Want je weet maar nooit
    […]’

    Zo gaat het verder, in korte afgemeten zinnen met feiten en overdenkingen. Reps heeft het geschreven, als verse novel, als versroman.

    De jongen is op tijd:

    ‘[…]
    Ben hier veel te vroeg
    Amsterdam Centraal
    Struin maar wat rond
    Langs winkeltjes
    Koffietentjes
    Om de tijd te doden
    Mijn rugzak over mijn schouder
    Koffertje in mijn hand
    Nippend van mijn latte
    En word zowat omvergelopen
    Door de meute
    Omdat ik niet meebeweeg
    Met de stroom
    […]’

    Oliver Reps is kinderboekhandelaar. Twintig keer Dee is geschreven voor volwassenen, maar is ook geschikt voor jong volwassenen. In het boek zijn prachtige foto’s van Anne Reinke opgenomen.

    Twintig keer Dee
    Auteur: Oliver Reps
    Uitgeverij: Uitgeverij De Harmonie
  • Memorabel proza dat leest als muziek

    Memorabel proza dat leest als muziek

    Ook in eenvoud kan schoonheid worden gevonden. Dat bewijst de Noorse auteur Tomas Espedal (1961). Hij schreef zestien boeken en won meerdere literaire prijzen, Buiten de orde is zijn tweede boek in vertaling van Marianne Molenaar. Op het eerste gezicht lijkt het verhaal simpel: een achtenveertigjarige man wordt verliefd op een vrouw van vierentwintig.
    Het boek bestaat uit herinneringen, aantekeningen, observaties en citaten, niet altijd chronologisch. De ik-persoon, die net als de auteur Tomas heet, neemt de lezer mee op reis door zijn leven. Hij schetst zijn vorige relaties, zijn overleden vrouw, zijn dochter, zijn werk als schrijver en de moeite die het hem kost om romans op papier te zetten.

    Muzikale taal

    Buiten de orde leest als muziek: de taal dringt niet alleen je hoofd binnen, maar ook je hart. Dit is bijvoorbeeld de manier waarop de Tomas uit het verhaal zichzelf omschrijft: ‘Een brede mond, volle lippen, zijn lippen zijn gegroefd en er zitten littekens rond zijn mond van een gevecht of kwetsuur, hij heeft een grof en rimpelig gezicht. Misschien is het gehavend door eenzaamheid, of door te veel genot, het is onmogelijk te zeggen wat er in het gezicht schuilt, maar juist dat gehavende is het mooie aan hem; zij vindt dat hij een mooi gehavend gezicht heeft.’
    Later wordt duidelijk dat werken in een fabriek de oorzaak is van de littekens: Tomas lag op zijn zestiende een zomervakantie lang onder de machines terwijl er olie op zijn gezicht lekte. Dit is tekenend voor de rest van het boek, waarin de hoofdpersoon eenvoudige gebeurtenissen romantiseert.

    Een vacuüm van taal en schoonheid

    Een belangrijk thema in Buiten de orde is de tegenstelling tussen binnenshuis en de buitenwereld. Het begint al bij de fabriek waar Tomas als jongen werkte, hij weet niet meer zeker of het een warme zomer was, aangezien het tussen de machines altijd koel was. Wanneer hij volwassen is, reist hij met zijn vrouw Agnete naar Guatemala en Nicaragua, waar ze wonen in huizen met tralies voor de ramen. Agnete kan er werken als activistische actrice; Tomas blijft thuis om voor hun dochter te zorgen en door de onrust in beide landen moet hij binnen blijven. Later in het boek is het de buitenwereld die Tomas’ relatie met de vierentwintig jarige studente afkeurt, waardoor zij zich terugtrekken in zijn huis.

    Er zijn verwijzingen naar andere schrijvers, zoals Ovidius en Knausgård. Buiten de orde verhaalt, net als Ovidius’ Metamorfosen, dat alles op de wereld continu verandert, maar dat niets geheel verdwijnt, ook de liefde niet. Beide boeken stralen tijdloosheid uit, een vacuüm van taal en schoonheid dat de lezer tot het einde betovert. Knausgård is, net als Espedal, een Noorse auteur met een oeuvre dat autobiografische elementen bevat. Het is interessant hoe Espedal met deze verwijzingen speelt, bijvoorbeeld wanneer Tomas en zijn vriendin tegelijk één van Knausgårds boeken lezen: ‘Tot ik mijn boek neerlegde en haar aankeek; heb je dat gelezen? vroeg ik. Dat hij durft, het is ongelooflijk, hij maakt zichzelf kapot, zei ik.’

    Romantiek versus verstand

    Hoewel Tomas pas achtenveertig jaar is, voelt hij zich soms ouder: ‘Gaat dat zo: dat de ouderdom komt op een nacht als je alleen in bed ligt, zomaar opeens, als een schaduw in het vertrek; legt zich over je heen, drukt je neer op het bed, houdt je hoofd vast in een vreselijke greep en blaast ijs in je mond.’

    Net als in veel klassieke verhalen is de liefde hier verbonden met de dood: alleen zijn betekent dat de ouderdom vrij spel heeft. De stad en het platteland, de oude man met het jonge meisje, zelfs Tomas die Agnete opzoekt in Rome, de stad van de liefde – Buiten de orde zou samengevat kunnen worden in een opeenvolging van clichés. Na het lezen zijn het echter niet de clichés die blijven hangen. Het lijkt niet om het verhaal te gaan, maar om de manier waarop het verhaal is geschreven. Espedals ritme en romantiek overwinnen het verstand.

    Liefdesbrief aan de literatuur

    Tomas vindt het lastig om te schrijven over zijn geliefden: Agnetes naam noemt hij regelmatig, maar zij is in het heden overleden. Zijn eigen naam wordt tussen de regels door genoemd, alsof hij is vergeten hem weg te halen uit zijn notities. Pas op driekwart van het boek wordt duidelijk hoe zijn dochter heet. Daardoor lijkt het verhaal autobiografisch, wat de intensiteit nog verder versterkt.
    Buiten de orde lijkt op het eerste gezicht een eenvoudig boek, maar is in staat de lezer te betoveren. De vertaling door Marianne Molenaar is zo goed dat deze betovering in het Nederlands standhoudt. Niet alleen bevat het verhaal liefdesbrieven, zelf is het ook een liefdesbrief aan de muzikaliteit van taal en de kracht van literatuur. Het resultaat is prachtig, memorabel proza dat je niet leest, maar ervaart. Hoewel Buiten de orde een dun boek is, leest het als een heel leven.

     

  • Zomerlezen – Onbehaaglijke bespiegelingen

    Leerschool

    Waar uitgevers nogal eens boeken van het lichte genre aanprijzen als vakantielectuur is er geen enkele reden om in de zomer niet iets van meer gewicht te lezen. Zomer met warmte, licht en vrije tijd is uitermate geschikt voor bespiegelingen over wat er allemaal niet deugt in het leven.

    Een religie kan mensen houvast en troost geven, maar in doorgeschoten vorm zal ze de menselijke geest altijd ook beschadigen. Wie daar niet van overtuigd is, kan zich verdiepen in het meisje Tara in Leerschool van Tara Westover. Zij groeit op in een mormoonse gemeenschap in Utah, de ouders zijn streng religieus. Ze hebben zich afgekeerd van de maatschappij. Tara moet net als haar zus en broers werken in de schroothandel van haar vader op hun boerderij. Daarbij gewond raken zien de ouders als de wil van God waarin mensen niet horen in te grijpen. De eerste negen jaar van haar leven bestaat Tara administratief niet en haar moeder schat haar zestien op het moment dat ze dertien is. De vader denkt dat de overheid openbaar onderwijs gebruikt ‘als truc om kinderen van God af te keren’, reden waarom de zeven kinderen niet naar school gaan – totdat enkelen van hen zelf voor onderwijs kiezen. Ook Tara wil uiteindelijk naar de Brigham Young University, waar blijkt dat ze nog nooit van de Holocaust heeft gehoord. Uit schaamte voor haar achtergrond houdt ze afstand van iedereen. Ze leert alles wat er te leren valt, waarna school en kerkgemeenschap haar steunen bij verdere studie: ze mag zelfs naar het Britse Cambridge.

    Leerschool is een adembenemend relaas over de worsteling van een jonge vrouw die alles in het leven zelf moest veroveren, terwijl ze gekweld werd door lichamelijke pijnen en schuldgevoelens omdat ze haar familie had verraden door zich aan hun wurgende regime te onttrekken.

     

    Leerschool
    Auteur: Tara Westover
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Kind, beloof me dat je de kogel kiest

    Over heel andere beschadigingen gaat Kind, beloof me dat je de kogel kiest van historicus Florian Huber, een indrukwekkend boek over gebeurtenissen waar nog weinig mensen vanaf weten: de zelfmoordgolf onder de Duitse bevolking aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Tientallen jaren is deze verdrongen en verzwegen geweest, Huber vestigt er de aandacht op. Gevoed door nazipropaganda werden burgers uit alle soorten beroepen en alle lagen van de bevolking radeloos van angst voor de binnentrekkende Russen in het oosten en Amerikanen in het westen, overtuigd als zij ervan waren slachtoffer te worden van moord en verkrachting als straf voor het verliezen van de oorlog en de daden van de nazi’s. Met duizenden tegelijk pleegden ze zelfmoord door zich op te hangen, te verdrinken, dood te schieten of de polsen door te snijden. Ouders vermoordden hun kinderen alvorens zelf de dood te kiezen en soms liep dat mis en overleefde of een kind of een ouder.

    Huber baseert zich op dagboeken, brieven en verslagen van gewone mensen die getuigen van de zelfmoorden. Hij verdiepte zich in de geestesgesteldheid van mensen die liever dan de overwinning van de geallieerden te aanvaarden de eigen ondergang zochten. Ook begrepen velen na de oorlog niet waardoor zij zich de jaren ervoor zo hadden laten verblinden.

    Een opzienbarend en verhelderend boek dat zich door de literaire stijl van Huber laat lezen als een roman.

    Kind, beloof me dat je de kogel kiest
    Auteur: Florian Huber
    Uitgeverij: Hollands Diep

    Vrouw

    Om een beetje in de sfeer te blijven: Karl Ove Knausgård schrijft in ‘Vrouw’– het laatste deel van Mijn strijd, verschenen in 2016 – een essay van vierhonderd pagina’s dat voornamelijk handelt over de mentaliteit en drijfveren van de jonge Hitler en hetgeen daaruit is voortgevloeid. Na gedachten over een gedicht van Paul Celan komt hij op nazi-Duitsland en pakt hij Mein Kampf uit de kast dat daar al een tijdje stond. Hij probeert Hitler – voordat dat deze ‘der Führer‘ werd – te duiden, haalt vrienden en bekenden uit die tijd aan, ontleedt ieder woord in het vermaledijde boek en concludeert dat Hitlers woorden een symbool van menselijke boosaardigheid zijn.

    Lezers die alleen geïnteresseerd zijn in het leven van Knausgård kunnen het essay gewoon overslaan. Daarbuiten kijkt hij terug op het schrijven van Mijn strijd en vraagt hij zich af waarom hij zijn familie en vrienden erin betrok. De schrijver is vrijwel overal wijdlopig, het lijkt alsof hij iedere in hem opkomende gedachte aandacht geeft en wijdt ellenlange zinnen – er staan soms komma’s waar beter een punt had kunnen staan – aan zijn onderzoek. Maar zijn redeneringen snijden hout, vervelen nooit en komen langs de vele omwegen altijd weer op het uitgangspunt terug. Behalve een begenadigd schrijver is Knausgård ook een gedegen denker waardoor zijn eigenzinnige gedachten een genoegen zijn om te lezen.

     

    Vrouw
    Auteur: Karl Ove Knausgård
    Uitgeverij: De Geus