• Horror in het alledaagse

    Horror in het alledaagse

    In Een zonnige plek voor sombere mensen van Mariana Enriquez ontstaat de horror door het onverklaarbare: geesten en andere bovennatuurlijke verschijnselen dringen het dagelijks leven van de personages binnen zonder dat er duidelijke oorzaak of logica is. In twaalf verhalen lopen persoonlijke trauma’s, sociale misstanden en bovennatuurlijke verstoringen steeds verder door elkaar heen, tot oorzaak en gevolg nauwelijks te onderscheiden zijn. Het angstaanjagende zit hem in de herkenbaarheid van de situaties: omstandigheden zoals armoede, sociale druk, uitsluiting en eenzaamheid vormen het kader waarin de dreiging langzaam voelbaar wordt.

    Dat is zichtbaar in de openingsverhalen, waarin armoede, geweld en sociale ontwrichting de basis vormen voor het bovennatuurlijke. De geesten die verschijnen, doen geen recht aan morele orde en komen vaak bij personages die nauwelijks iets verkeerds hebben gedaan. Juist die willekeur maakt het kwaad voelbaar en realistisch: het weerspiegelt een wereld waarin lijden zonder logica of rechtvaardigheid wordt verdeeld. Door het bovennatuurlijke zo te verbinden aan sociale ongelijkheid, doorbreekt Enriquez het klassieke horroridee dat angst uiteindelijk altijd betekenis, orde of vergelding onthult.

    Ondermijnd door lijden

    Ook in ogenschijnlijk gewone situaties laat Enriquez zien hoe het alledaagse ongemerkt wordt ondermijnd door lijden. In het verhaal over tweedehands kleding zijn jurken en sieraden geen actieve bedreigingen, maar dragers van pijn, ziekte en aftakeling van eerdere eigenaars. De dreiging zit niet in wat de kleding doet, maar in wat het meedraagt: de ervaringen van anderen drukken zich bijna tastbaar op de nieuwe drager af.

    Die stille overdracht maakt het verhaal verontrustend. De angst sluipt langzaam binnen en manifesteert zich in het lichaam: de kleding zit strak op de huid, veroorzaakt ongemak en confronteert de drager met andermans verlies. Enriquez laat zien dat consumptie nooit volledig onschuldig is; wie iets overneemt, neemt ook sporen van een ander leven mee. Het vertrouwde alledaagse verliest zijn neutraliteit en verandert in een bron van spanning en ongemak.

    Diezelfde strategie keert terug in verhalen waarin ruimtes centraal staan: vervallen buurten, afgelegen kustplaatsen of kleine steden met een beladen verleden. Enriquez laat deze plekken niet enkel als decor functioneren, maar als actieve krachten die gedrag en ervaringen sturen. Personages raken verstrikt in een omgeving die herinneringen bewaart en eerdere vormen van geweld reproduceert, waardoor het verleden letterlijk op hen terugvalt. Het bovennatuurlijke manifesteert zich hier als ruimtelijk geheugen. Gebeurtenissen en trauma’s laten zich niet begraven en dwingen confrontatie van wie er nu leeft. Zo toont Enriquez hoe omgeving, geschiedenis en collectief lijden onlosmakelijk verbonden zijn, en hoe horror ontstaat uit de invloed van plaats op mensen.

    Waar komt het kwaad vandaan?

    Thematisch richt de bundel zich op marginaliteit en lichamelijkheid. In verschillende verhalen koppelt Enriquez psychische instabiliteit aan fysieke aftakeling of transformatie, zonder dit volledig te verklaren. In een opvallend verhaal moet een vrouw een vleesboom laten verwijderen voordat deze mogelijk tot kanker uitgroeit, maar ze vindt een manier om het lichaamselement elders voor zichzelf te gebruiken, waardoor ze opnieuw verbinding voelt met haar lichaam. Soms blijft onduidelijk of ervaringen voortkomen uit ziekte, trauma of een externe, bovennatuurlijke kracht. Door deze ambiguïteit te behouden, dwingt Enriquez de lezer beide mogelijkheden naast elkaar te laten bestaan, waardoor de spanning verschuift van directe angst naar onzekerheid over lichaam en kwetsbaarheid zelf.

    Die openheid vormt tegelijk de kracht en een mogelijke zwakte van de bundel. Veel verhalen eindigen abrupt, op het moment dat een verklaring lijkt te naderen. In de sterkste verhalen, bijvoorbeeld wanneer een personage een ondefinieerbare dreiging voelt, versterkt dit het besef dat kwaad structureel en niet tijdelijk is. In andere verhalen blijft de techniek minder overtuigend, waardoor sommige intrigerende ideeën onvolledig blijven en de lezer eerder gefrustreerd dan geïntrigeerd achterblijft.

    Herhaling of versterking van haar stijl?

    Door de bundel heen blijft de spanning voelbaar. Terugkerende motieven, zoals geesten van vergeten doden, gewelddadige sociale omgevingen, lichamelijke ontregeling, folklore en spiritisme, scheppen interne samenhang, maar kunnen soms het gevoel van herhaling geven. Verhalen volgen vaak een beweging van realisme naar ontregeling, waarbij niet elk verhaal een nieuwe dimensie toevoegt.

    Stilistisch overtuigt Enriquez. Haar proza is zintuiglijk en doelgericht; ze besteedt veel aandacht aan tastzin, geur en lichamelijk ongemak. Zo blijft maatschappelijke thematiek concreet. Armoede, geweld en uitsluiting zijn voelbaar, bijvoorbeeld in de aftakeling van een veel te jonge vrouw. Horrorscènes functioneren als analyse van een gewelddadige en arme samenleving, niet als ontsnapping aan de werkelijkheid.

    Een zonnige plek voor sombere mensen is geen gemakkelijk toegankelijke bundel. Wie enkel schokkende horror verwacht, kan teleurgesteld raken. Wie echter bereid is ambiguïteit te accepteren en herhaling als stilistische keuze te zien, ontdekt een bundel die consequent en compromisloos een somber portret van de wereld schetst. Hier is kwaad geen uitzondering, maar een toestand. Dat maakt de verhalen ongemakkelijk en onvergetelijk.

  • Horror ten tijde van de Argentijnse dictatuur

    Horror ten tijde van de Argentijnse dictatuur

    Mariana Enríquez is een Argentijnse schrijfster die zich een plekje heeft verworven tussen beroemde Latijns-Amerikaanse auteurs als de Chileen Roberto Bolaño, de Colombiaan Gabriel García Marquéz en de Chileense Isabelle Allende, om er een paar te noemen. Ons deel van de nacht is een in zes delen ingedeelde dikke pil, je moet er maar zin in hebben, maar het verhaal zuigt je vanaf de eerste pagina naar binnen en leest hypnotiserend. Voor je het weet zit je diep in de binnenlanden van Argentinië. 

    Ons deel van de nacht speelt zich af ten tijde van de Argentijnse militaire dictatuur na de dood van president Juan Péron. Het wordt nergens heel concreet benoemd, maar de sfeer zindert van de Vuile Oorlog met de illegale arrestaties, de verdwenen kinderen en dwaze moeders. De rijke bovenlaag heeft de macht, bepaalt de regels en zou verantwoordelijk zijn voor de verdwijningen. 

    Misbruikt medium

    Het verhaal begint tijdens het hoogtepunt van de dictatuur in 1981 met een nachtmerrieachtige roadtrip van Buenos Aires naar de watervallen van Iguazu, vlakbij de grens met Brazilië. Juan en zijn zoon Gaspar, van een jaar of zeven, zijn op weg naar zijn schoonouders, puissant rijke plantage-eigenaren en grootgrondbezitters. Hun dochter Rosario, Gaspar’s moeder, is recent bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. Onder verdachte omstandigheden, dat weet Juan zeker. Hij is een medium en kan contact maken met de doden, wat voor zijn schoonfamilie heel belangrijk is, maar contact met Rosario lukt niet. Vader en zoon zijn, zacht uitgedrukt, ontredderd. Juan is daarbij ook nog eens doodziek. Sinds zijn jeugd is hij zwaar hartpatiënt en onderweg is het angstig en gevaarlijk. Ze kunnen opgepakt worden door de Junta en Juan is bang dat hij zal sterven en zijn zoon onbeschermd moet achterlaten.

    Rosario’s familie staat aan het hoofd van een geheime sekte, De Orde, waarbij de leden streven naar onsterfelijkheid. Om dat te bereiken moeten ze in contact komen met ‘de Duisternis’ of ‘de andere kant’, waarbij wreed geweld niet wordt geschuwd. Dankzij hun medium, Juan, die de gruwelijke rituelen en bloedoffers aan de goden leidt, krijgt het verhaal een horrorelement. Deze rituelen putten Juan uit en leiden onvermijdelijk tot zijn dood. ‘[…] alchemie was nooit bedoeld om rijkdom te vergroten. Het was een esoterische oefening. De zoektocht naar goud was een poging om de essentie van onsterfelijkheid te vinden. Juan wees de weg naar die essentie. Ze zouden hem nooit met rust laten, ze zouden nooit zeggen: nu is het genoeg, zijn lichaam is op.’ 

    Juan weet dat Gaspar ook behept is met zijn gave, maar hij wil koste wat het kost zijn zoon beschermen tegen de verschrikkingen die zijn schoonfamilie met haar rituelen aanricht. Hij probeert er alles aan te doen om zijn zoon, nadat hij zelf is overleden, onvindbaar voor hen te maken door een geheim zegel, een litteken in de vorm van een hand, in zijn arm te etsen. Gaspar weet niet dat Juan een medium is en begrijpt niet waarom hij hem moedwillig verwondt. Hij verzet zich en dat levert gewelddadige scènes op tussen vader en zoon. 

    De Orde

    Waar je in het begin in de tekst gezogen werd, wordt het lezen na verloop van tijd moeizamer. Na een kort en onnodig intermezzo met veel herhaling van het voorgaande, alleen nu vanuit het perspectief van Juans arts – die meer uitlegt over Juans gave en verplichte toetreding tot De Orde – gaat deel drie verder met de jeugd van Gaspar en zijn drie vrienden Vicky, Pablo en Adela. De kinderen raken in de ban van een onbewoonbaar verklaard huis waar het zou spoken. Als ze uiteindelijk, dankzij Gaspars gave, een deur weten te openen (naar de onderwereld) en naar binnen gaan, hebben ze inderdaad een gruwelijke en traumatische ervaring die hen de rest van hun leven zal achtervolgen.

    Deel vier is door (de dode) Rosario verteld in het ik-perspectief. Levendig en uitgebreid beschrijft ze haar jeugd en haar aandeel in De Orde en dat  van haar ouders en familie. Ze vertelt over de ontdekking van het eerste medium in Afrika. Over haar studie in Londen en vriendschap met David Bowie wiens magische androgyne persoonlijkheid een dubbele energie zou hebben en grote aantrekkingskracht op De Orde. Sowieso gaan de ‘ingewijden’ homoseksuele verbintenissen niet uit de weg, omdat het dualisme zou duiden op onsterfelijkheid. Rosario’s studietijd in Londen gaat gepaard met veel seks, drugs en rock & roll ten tijde van de dood van Brian Jones, oprichter van The Rolling Stones. Details die het verhaal een hoog geloofwaardigheidsgehalte geven, maar er niet echt toe doen. 

    Terug naar de grootouders

    Deel vijf is het verslag van journaliste Olga Gallardo. Zij bezoekt het massagraf Zañartú dat in 1993 wordt geopend in de buurt van Misiones. Hier ontmoet ze de moeder van een van de verdwenen kinderen, die verwant aan De Orde blijkt te zijn, maar zich van de familie heeft gedistantieerd. Gallardo wil haar verontrustende ontdekkingen publiceren, maar wordt daarin tegengewerkt en ze pleegt uiteindelijk zelfmoord.

    In het laatste deel zijn we weer bij het perspectief van Gaspar en zijn vrienden. Hij is inmiddels een jonge adolescent en wees. Hij woont bij zijn oom Luis, de broer van zijn vader, in een buitenwijk van Buenos Aires. Het land verkeert in een economische crisis. Er zijn weinig financiële middelen. Gaspar echter krijgt een toelage van zijn moeders ouders. Iedereen vindt hem sympathiek maar hij is ook duister en worstelt met het grote trauma dat hij in het spookhuis opliep en met de mystieke gave die hij van zijn vader heeft ontvangen, waarvan hij niet weet wat die precies betekent. Dankzij een aantal toevalligheden ontdekt Gaspar dat alles is terug te leiden naar zijn grootouders. Hij was een kind toen hij daar voor het laatst was, maar nu wil hij hun verhaal en de waarheid horen en hij gaat op zoek naar de familie. 

    Te veel herhaling en uitleg

    Ons deel van de nacht is een huiveringwekkend en indringend boek. Enríquez schrijft toegankelijk maar ook uitgebreid. Herhalingen en uitleg zorgen voor ruis, en zaken die er niet echt toe doen krijgen veel aandacht. Vooral deel drie met de jonge kinderen is niet bijster interessant. Bij Rosario’s deel wordt het allemaal weer boeiend en groei je meer in het verhaal, ook omdat steeds meer stukjes van de puzzel gelegd worden. Gaandeweg raakt de lezer volledig op de hoogte van wat er aan de hand is. Dat Gaspar, met hulp van zijn vrienden Pablo en Vicky, zelf moet ontdekken wat De Orde inhoudt, verhoogt de spanning, maar uiteindelijk eindigt het verhaal tamelijk voorspelbaar. 

    Deze vertelling is één grote metafoor voor een gruwelijk stuk geschiedenis van Argentinië. Knap bedacht, maar er zijn wel wat haken en ogen. Het verhaal is veel te lang en sommige details zijn niet wezenlijk. Niets wordt aan de verbeelding van de lezer overgelaten, vrijwel alles wordt uitgelegd. De taal is toegankelijk, maar er zijn nauwelijks mooie zinnen en de personages blijven wat karikaturaal. De geweld- en horrorscènes zouden beter geschreven zijn door bijvoorbeeld Stephen King. 

    Enríquez heeft met dit boek, al had ze veel van de inhoud al eerder verwerkt in haar korte verhalen, een poging gedaan om de geschiedenis op een verrassende en nieuwe manier te brengen. Wie van mystiek, horror en fantasy genres houdt, zal zeker niet teleurgesteld worden.  

     

     

  • Gedroomde eindes

    Gedroomde eindes

    Ik vraag me af of ik aan het dromen ben. Niet omdat er iets geks gebeurt, ik zit gewoon te schrijven op de bank, maar ik heb gelezen dat je lucide dromen kunt krijgen door je overdag regelmatig af te vragen of je droomt. Een dezer nachten hoop ik te beseffen dat ik droom, zodat ik de droom naar mijn hand zal kunnen zetten.
    Deze bijvoorbeeld, die regelmatig terugkeert: ik ben weer samen met een van mijn minder fijne exen en ik besef dat ik de relatie wil beëindigen, maar ik doe het niet. Ik zeg tegen mezelf dat ik het straks wel zal vertellen, maar dat ik nu het spelletje nog even meespeel, en ik blijf meespelen tot de droom voorbij is.

    In de verhalenbundel Dingen die we verloren in het vuur van de Argentijnse Mariana Enriquez ontmoette ik een personage dat me aan mijn droom deed denken: een vrouw die ‘veel te snel’ getrouwd is en een enorme hekel aan haar man heeft. Ze besluit hem mee te nemen naar haar oom en tante, in de hoop dat vreemde ogen hem leuker zullen maken. Het omgekeerde gebeurt: ze ziet nu echt in dat ze genoeg van hem heeft, en haar familieleden zien het ook. Desondanks neemt haar nicht het echtpaar mee op een reisje van Argentinië naar Paraguay. Op de terugweg krijgen ze autopech. Ze worden opgepikt door een vrachtwagen en overnachten in een truckershotel, waar de hoofdpersoon tot diep in de nacht aan de bar blijft hangen om te luisteren naar horrorverhalen over verdwijningen. De volgende ochtend blijkt dat haar echtgenoot weg is, zijn bed onbeslapen, zijn bagage verdwenen – opgelost in het niets.

    Ook in de andere verhalen hebben de personages van Enriquez geen enkele moeite zich van ongewenste geliefden te ontdoen. Eentje laat haar vriend op straat liggen tijdens een paniekaanval door een verkeerde dosis drugs, een ander ruilt haar man in voor een op straat gevonden schedel die de liefkozende naam Delletje draagt.
    De hoofdpersonen zelf komen er trouwens ook niet altijd goed vanaf. Een vrouw die lichtelijk in de war is, wordt verlaten door haar vriend omdat hij denkt dat ze spoken ziet, en inderdaad, ze ontdekt een klein monsterachtig kind met vlijmscherpe puntige tanden in het huis van haar buurman. Het verhaal eindigt in haar eigen slaapkamer, met het kind dat op haar afkomt en de gedachte dat ze weet dat ze niet droomt, omdat je in dromen geen pijn kunt voelen.

    De eindes van Enriquez zijn nachtmerrieachtiger dan mijn engste dromen. Ik was blij het boek dicht te kunnen slaan met de gedachte dat het maar verhalen waren. Dus als ik straks wakker word in een droom ben ik niet van plan hem in een nachtmerrie à la Enriquez te veranderen. Maar een klein beetje meer in de geest van haar verhalen dromen lijkt me wel wat. Misschien kan ik de volgende keer als mijn ex in mijn droom verschijnt, zeggen dat ik helaas verliefd ben geworden op een schedel.

     


    Gerda Blees debuteerde in 2017 met de verhalenbundel, Aan doodgaan dachten we niet. In april 2018 debuteerde ze met de dichtbundel, Dwaallichten.