• Meneer Markowitz

    Meneer Markowitz

    Iemand vroeg of ik ‘al die’ boeken die in deze columns voorkomen, ook echt gelezen heb. Ik antwoordde, dat wat niet gelezen is, niet genoemd wordt. De vraagsteller vroeg verwonderd, ‘Wanneer lees je dan, waar vind je de tijd?’ Ik zei dat wanneer  je lezen niet beschouwt als lezen, zoals je lopen niet beschouwt als lopen, maar een drang om ergens te komen, gaat het vanzelf. Ik zei, zoals je ademhaalt om te leven, zo kan er gelezen worden. Soms is het moeilijk te geloven, (geloven is accepteren) dat een ander, anders in elkaar steekt dan jijzelf. Ik las Minjan van Margot Vanderstraeten in de trein naar Groningen, in de badkamer, op de bijrijdersplaats onderweg naar vrienden, in bed, aan de keukentafel, in afwachting van een pakketje. Ik stond er niet bij stil, maar er zijn vele plekken (en momenten) om te lezen. Vanderstraeten publiceerde vier romans voor in 2017 Mazzeltov verscheen. Over haar kennismaking met een orthodox joodse familie waar ze in de jaren tachtig als werkstudent bijles gaf aan de vier kinderen. Daarna bleef ze betrokken bij het leven van de orthodox-Joodse samenleving.

    Bij  een van haar lezingen over Mazzeltov is een chassidische vrouw aanwezig die haar vraagt, ‘Kunt u zich voorstellen wat antisemitisme is?’ Vanderstraeten antwoordt dat ze gevoelig is voor elke vorm van racisme, discriminatie en antisemitisme. ‘Op die manier weet ik misschien een beetje wat het is.’ De vraagstelster knikt minzaam, ‘Dank u.’ En vraagt, ‘Denkt u, mevrouw, dat u weet wat het Jodendom is?’ Ter illustratie vertelt Vanderstraeten over meneer Markowitz, een gepensioneerd diamantkliever die ze ontmoette om over de teloorgang van de Belgische diamantindustrie te spreken. Hoe de edelsteenambachten zich van Europa naar Azië verplaatste. Waar de lonen laag zijn, de mensen fijne vingers hebben. Markowitz, op zijn beurt, vraagt waarom ze dit wil weten. ‘Omdat ik een boek over het jodendom schrijf.’ Waarop Markowitz haar feliciteert om haar kundigheid. ‘Want weet u, ik belijd al bijna tachtig jaar het orthodoxe Jodendom, en toch zou ik, die van Joodse cultuur en godsdienst ben doordrenkt, tot op de dag van vandaag niet durven zeggen dat ik een boek over het Jodendom zou kunnen schrijven…’  Ze kijkt zwijgend de zaal in. De vraagstelster leunt glimlachend, in zekere tevredenheid achterover in haar stoel.

    Na de lezing stelt ze zich voor als Esther Apfelbaum, zegt dat meneer Markowitz een slimme man is, wil haar onder vier ogen spreken. Ze hebben het over Joodse scholen, zijn het niet eens over elkaars opvattingen over vrijheid van onderwijs. Apfelbaum zegt, ‘U denkt: hoe meer visies je aan een kind geeft, hoe minder je het beperkt.’ Geregeld zegt Esther de vriendschap op, ze wil niet dat er over haar geschreven wordt. Over joden die uit de gemeenschap stappen is ze duidelijk, OTD (Off the derech) genoemd. Unorthodox van Deborah Feldman, dat ze niet gelezen heeft, staat volgens haar vol leugens. Ze vindt dat Vanderstraeten Mazzeltov nooit had mogen schrijven. Wat ze later weer terugneemt. Ze is opgegroeid zonder grootouders, een witregel in vele joodse generaties. Zo veel om te beseffen. ‘Hoe kan een ‘gitte Frau’ nu een boek over ons schrijven? zegt Esther op het einde van het boek. Margot Vanderstraeten, balancerend op een koord van mededogen en oprechte belangstelling boven schijnbaar onverenigbare werelden, kan dat. Schrijven over dat wat niet ten volste begrepen kan worden, is nochtans een begin van weten, van acceptatie. Zegt het voort.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met het OV, leest boeken helemaal uit.

     

     

  • Oogst week 51 – 2021

    Het spettert geluk

    De erelijst van schrijver Tomas Lieske is ontzagwekkend: de VSB Poëzieprijs, de Libris Literatuurprijs, de Inktaap en de Littéraire Witte Prijs staan reeds op zijn palmares. Na boeken als Dünya, Honderd hoge dagen en Gran café boulevard vervaardigde Lieske een in Parijs spelende poëziebundel, genaamd Het spettert geluk. Normaliter ontleent een dichtwerk zijn kracht niet per se aan een plot, maar daarop vormt Lieskes recentste uitgave een uitzondering. Lieske (pseudoniem van Antonius Theodorus van Drunen) vertelt hier het verhaal van maatschappelijk verstoten zwervers in de Franse hoofdstad: een perfect decor voor de donkere dagen rond Kerst.

    Zonder hier al te veel over de inhoud prijs te geven zal de literatuurliefhebber zijn geluk op kunnen wat intertekstualiteit betreft: de Klassieke Oudheid, de Bijbel, de Verlichting: ze zijn volop aanwezig. Het spettert geluk doet denken aan Iason en de Argonauten, de Ark van Noach en Les Misérables. Bovendien wordt één van Lieskes eerdere bundels, Keto Stiefcommando, nieuw leven ingeblazen. De gelijknamige Afrikaanse banlieu-bewoner brengt de verstotenen namelijk onder in een boot, die tijdens een reis over én door de Seine op allerlei opmerkelijke overblijfselen van oude en moderne culturen stuit. Van scooters tot sarcofagen…

    Het spettert geluk
    Auteur: Tomas Lieske
    Uitgeverij: Querido

    Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden

    Soms komen talige vondsten uit onverwachte hoek. Radio 538 had jarenlang de rubriek ‘Een woord dat je niet zo vaak hoort’. En oké, het jolige gedoe en harde gelach nam je dan op de koop toe. Ook politici kunnen er wat van. Zo voelt Baudet zich geregeld ‘Spengleriaans angehaucht’ en noemt hij menslievende landgenoten ‘oikofoob’. Evers en Baudet bedrijven echter kinderspel vergeleken bij NRC-columnist Guus Middag, die onlangs het Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden uitbracht. Van 2012 tot 2020 verzorgde Middag bovendien voor Onze Taal de rubriek ‘Raarwoord’: een uitvoerige behandeling neologismen die andermaal bewijzen hoe leuk taal kan zijn.

    De schrijver van onder meer De wereld is weer plat, ja en De eerste keer heeft de afgelopen jaren niet bepaald stilgezeten met zijn compilatie. Hij vult immers 192 pagina’s met nieuwvormingen. Een losse greep uit Middags woordenboekje, waar uitgeverij Van Oorschot overigens ook een opsomming van geeft, zegt al genoeg: ‘beatlehaar’, ‘honduree’, ‘behangenees’, ‘allesdier’, ‘zwouten’. Een bijkomend aardigheidje van het verklarende zakwoordenboek is dat Middag elk exemplaar persoonlijk heeft ondertekend met een unieke opdracht. Met nóg meer nieuwe vondsten, misschien? Vooruit, nog ééntje dan: ‘matchboxrupsbandafdruk’.

    Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden
    Auteur: Guus Middag
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Minjan – mijn orthodox-Joodse ontmoetingen na mazzel tov

    De non-fictieroman Mazzel tov betekende de definitieve doorbraak voor de Vlaamse Margot Vanderstraeten. De Standaard en het NRC prezen haar om haar integriteit en medemenselijkheid in dit boek over de Joods-orthodoxe gemeenschap. Ze won er zelfs de E. du Perronprijs mee. Nu schrijft Vanderstraeten hierop een vervolg, waarin ze het gesprek aangaat met allerlei vertegenwoordigers van de Chassidische cultuur. Niet iedereen was namelijk even tevreden met Mazzel tov… De titel Minjan betekent ‘een groep van minimaal tien volwassen mannen waarmee een joodse gebedsdienst kan plaatsvinden’. Hiermee stipt zij subtiel de rechtlijnigheid aan die zij kritisch en respectvol bevraagt.

    Strikt genomen is Minjan een reportage die de lezer langs de Chassidische kring in Antwerpen voert. Vanderstraeten levert kritiek, zij het niet onder de vlag van ‘satire’, de vrijbrief om zo kwetsend mogelijk uit de hoek te komen. Wel betoont ze zich een onbevangen, seculier en onafhankelijk denker. Respect is voor haar niet ‘leven en laten leven’, maar ‘er hard tegenin gaan’. Bovendien biedt zij een inkijkje in haar privéleven; haar vriend is ernstig ziek. Via een keur van interessante personen komt ze erachter dat behoren tot een groep naast nadelen ook voordelen biedt. En zoals het een reportage betaamt, voegen de foto’s couleur locale toe.

    Minjan - mijn orthodox-Joodse ontmoetingen na mazzel tov
    Auteur: Margot Vanderstraeten
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Vlieg op de rand

    Vlieg op de rand

    Het aanbod aan meningen is overweldigend, ik zwalk er van links naar rechts, langs zwart en wit, roze en rood tussendoor. Mij ontbreekt richting, een voorschrift. Het is als het betreden van een zonbeschenen brede avenue, zoals de Avenida da Liberdade in Lissabon. Komend vanuit de smallere straten van de binnenstad weet ik niet waar ik kijken moet, begin te lopen als een dronkaard over uitgestrekte vlakten. Niet dat ik nu in Lissabon ben, maar het gevoel is er. Nu kijk ik naar de vlieg op de rand van de broodplank, hoe die zijn pootjes wrijft, zich voorbereidt op iets. Onderwijl zoek ik een gevel om tegenaan te leunen, tot een overzicht te komen. In Mazzeltov van de Vlaamse schrijver Margot Vanderstraeten is de werkstudent die de schrijver toen was, op zoek naar het goede, naar overeenkomsten van afwijkende levens. In 1987 komt ze als twintigjarige werkstudent bij een orthodox-joods gezin in Antwerpen als huiswerkbegeleider. 

    Bij de eerste kennismaking zegt de vader nadat hij haar uitgestoken hand heeft aangenomen. ‘Zullen we dat maar één enkele keer doen? Als u mij de hand reikt, zal ik hem drukken, want ik respecteer u en uw gewoonten, nietwaar. Maar veiligheidshalve geven wij, orthodoxe joden, geen hand aan een vrouw.’ Duidelijkheid, daar snak ik dus naar.
    De vader, in het eerste oorlogsjaar geboren, werd in een onderduikgezin in Wallonië geplaatst, op zijn vijfde weer opgehaald door zijn moeder, die Auschwitz overleefde. De student vraagt zich vrijpostig de dingen af waar een ander niet aan durft te komen. Of de vader het onderduikgezin in Wallonië nog wel eens heeft opgezocht. De vader, door emoties bevangen, ‘Er bestaan twee soorten verdriet, onthoudt u dat. Een dat het kan verdragen om gekieteld te worden. En een dat zo groot is dat je ervan af moet blijven, zelfs met ogenschijnlijk onschuldige vragen.’ Kijk, zo’n inzicht geeft richting.

    Als ze met de grootmoeder een vertrouwelijk gesprek heeft, denkt ze dat deze misschien wel  ‘graag’ met haar over het kamp zou willen praten. ‘Gráág over praten? U vindt niemand die graag over de oorlog wil praten! En als u wel zo iemand vindt, moet u die persoon meteen wantrouwen! Zwijgen is het medicijn. Dus zwijg ik ook.’ Waarna de student ten ondergaat, en ik met haar door een golf van plaatsvervangende schaamte. In mij zit ook een alleswillenweter, de onbeschaamdheid van het denken.
    ‘Wij leven al in 5752’, zegt een van de kinderen. Dat doet de schrijver beseffen dat als de mensheid qua jaartelling al niet tot eensgezinsheid kan komen, hoe zou dat dan met al die andere gebruiken en gewoonten moeten?
    Mazzel tov is een doortastende zoektocht naar de waarde van de mens, ontdekken dat het westerse leven ook niet alles is. Met de familie en de student ontstaat een verbintenis voor het leven. Haar nieuwsgierigheid heeft mijn denken op een ander spoor gebracht. We komen allemaal uit een andere tijd, begrijpen elkaar niet, kunnen vrienden zijn.

     

    Mazzel tov / Margot Vanderstraeten / AtlasContact (2017)


    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met een mondkapje, blijft wakker bij een goed verhaal.