• Uitreiking P.C. Hooft-prijs voor indrukwekkende oeuvre van Maarten ’t Hart

    De Nederlandse Letteren eert zijn schrijvers, al is het soms aan de late kant. Gistermiddag ontving Maarten ’t Hart (1944) bij hem thuis de P.C. Hooft-prijs 2025 voor verhalend proza. Evenals Marga Minco (1920 – 2023), die ook pas op laat in haar schrijverscarrière de P.C. Hooft-prijs voor verhalend proza ontving, en deze ook bij haar thuisgebracht kreeg. Dat dit alles te maken heeft met leeftijd. ’t Harts haalde tijdens de uitreiking zijn vriend Maarten Biesheuvel aan: ‘Dit is een heel bijzondere dag. Vandaag is bovendien de verjaardag van Maarten Biesheuvel. Hij zei altijd “ik heb hem al, maar jij nog niet”’. Nou Maarten, ik heb hem nu ook!’

    In december 2024 werd bekend gemaakt dat de jury de oeuvreprijs aan Maarten ’t Hart toegekende. Zijn omvangrijke en kwalitatief indrukwekkende oeuvre werd als kritisch, schrijnend, liefdevol,  spannend, kwetsbaar en geestig omschreven.

    Mensje van Keulen schreef een woord van lof voor de schrijver, voorgelezen door juryvoorzitter Lieneke Frerichs. Hierin schreef zij onder andere het volgende: ‘Je bent een verteller die menigeen veel leesgenoegen heeft geschonken en nog altijd schenkt. Niet alleen weet je met mededogen, ergernis, woede, kritiek,  bewondering, venijn, plezier, kennis, wijsheid en je onnavolgbare humor personages tot leven te wekken, je doet het met iets wat je liefde moet noemen. Of het nu om een arbeider, dominee, doodgraver, leraar, verpleger, reder, orgelbouwer, vader, moeder, meisje of meester gaat, je beschrijft en koestert ze zonder aanziens des persoons.’

    De P.C. Hooft-prijs (sinds 1946) is een oeuvreprijs en wordt jaarlijks toegekend aan Nederlandse schrijvers voor een telkens wisselend genre: verhalend proza, beschouwend proza en poëzie. Recente eerdere laureaten in de categorie verhalend proza zijn: Arnon Grunberg (2022), Marga Minco (2019), Astrid Roemer (2016), A.F.Th. van der Heijden (2013) en Charlotte Mutsaers (2010). Aan de prijs is naast een beeldje van P.C. Hooft een bedrag verbonden van € 60.000.

    Later dit jaar  viert het Literatuurmuseum het leven en werk van Maarten ’t Hart alsnog op grootse wijze met de  lancering van een uitgebreide online expositie in het LiteratuurLab.

     

     

     

  • Een draai geven

    Een draai geven

    In ‘Achter de muur’ herinnert Marga Minco zich hoe haar vader elke zaterdag naar de sigarenwinkel wandelde, terwijl zij met hem meeliep. Ze beschrijft hoe hij daar een sigaar aangeboden kreeg. ‘Met de sigaar al tussen zijn lippen maakte hij een bijna terloopse buiging naar het blauwe vlammetje van de sigarenaansteker – een stevige metaalkleurige standaard, die deed denken aan de zilveren kandelaren die men wel op de met wit damast gedekte dinertafels aantreft  en stak de sigaar op.’ Deze details haalt ze zich voor de geest als ze na de oorlog voor de dichtgemetselde winkelpui van de sigarenwinkel staat. Ze gaat na waar de winkeldeur moet hebben gezeten. Ze legt haar hand tegen de muur. Bedenkt dat daar, achter die stenen muur, ‘de geur van een pas opgestoken sigaar voorgoed moet zijn blijven hangen.’ Minco’s verhalen schrijnen des te meer door haar droge constateringen.

    In het literair tijdschrift Kluger Hans las ik een verhaal over een zomerkamp, een knap geconstrueerd verhaal. Drie jonge mensen, Tomas, Tara en Inge zijn de begeleiders. Het speelt zich af in de toekomst, in een Koepel waarin de wereld is nagebootst. Al komen er geen onvoorspelbare weersomstandigheden in voor. Op een dag verzucht Tara dat ze verlangt naar een zuchtje wind. ‘Een goeie zomerbries. Schaapjeswolken. Of zelfs een stevig namiddag onweer.’ Tomas negeert de opmerkingen, ‘Hij heeft weinig op met de pre-Koepelnostalgie die tegenwoordig in bepaalde kringen hip is.’
    Het verhaal begint zo: ‘De laatste ouders zijn vertrokken. Met een vaag gevoel van spijt ziet Tomas de auto’s achter het duin verdwijnen – voor één moment zelf weer kind.’ 
    Door dat vage gevoel, een moment weer kind voelen, ontstaat het vermoeden dat Tomas aan zo’n zelfde zomerkamp geen prettige herinnering heeft overgehouden. Er is sprake van een verdwenen zusje. 

    Eigenlijk kan Tomas niet met kinderen omgaan. Dan komt er ook nog elke nacht een vreemd kind bij. Eerst een jongetje, dan een meisje, dan een baby. Er lijkt een omkering van vermissingen gaande te zijn. Tomas besluit ze weg te brengen. In de vroege ochtend brengt hij ze met de auto naar de buitenrand van de Koepel, waar hij ze naar buiten werkt. Een van de kinderen stribbelt tegen. ‘Tomas moet hem met beide armen loswrikken van het hek en hem, terwijl de poort alweer omlaag ratelt, een laatste hakje geven wanneer hij terug naar binnen dreigt te kruipen.’
    Als de ouders de kinderen komen ophalen, zal het aantal dat ze hebben achtergelaten precies kloppen. ‘Niemand kwijt.’, bedenkt Tomas. Toch blijft er iets aan hem knagen. Op de terugweg zet hij de auto aan de kant van de weg. Hij kijkt rond in de auto. Zijn blik treft een roze elastiekje op een van de stoelzittingen. ‘Met terugwerkende kracht bereikt hem een beeld uit de achteruitkijkspiegel, als een vakantiefoto van lang geleden; broer en zusje, een baby op de achterbank.’ Alsof Tomas zelf, zijn zusje en de nieuwe baby zijn teruggekeerd uit de tijd. En hij ze nu voorgoed verwijderd heeft. 

    In ‘De dag dat mijn zuster trouwde’ ging Marga Minco nadat het bruiloftsfeest van haar zus was afgelopen, naar haar kamer. Op haar bed lag de doos waarin het bruidsboeket bezorgd was. Ze hield de doos voor haar gezicht. ‘De geur was erin blijven hangen.’ Alsof door het vasthouden van die geur, die te beschrijven, het lot van haar zuster die drie weken na haar trouwdag werd opgepakt en niet meer terugkwam, nog veranderd kon worden. Door stil te staan bij de geur van een bruidsboeket, sigarenrook, of bij de aanblik van een roze elastiekje, is er de schijn of het leven nog alle kanten op kan. Echt gebeurd is een goed excuus om de geschiedenis een draai te willen geven.

     

     

    Uit: Alle verhalen / Marga Minco
    Uit: Kluger Hans #45 / Malthus aan zee / 
    Johannes Westendorp



    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft wekelijks een column.

  • In memoriam Marga Minco (1920-2023)

     


    Een belangrijk schrijfster en groot stilist is overleden

    Marga Minco, die met haar verhalen over de oorlog grote indruk maakte, is op maandag 10 juli gestorven. Haar overlijden werd vrijdag 14 juli bekend gemaakt met een overlijdensadvertentie in het NRC. De vier dagen vanaf haar overlijden tot het wereldkundig maken, waren dagen van respijt, een niet weten dat een schrijfster niet meer onder ons was. Misschien dat daardoor haar overlijden geen ‘breaking news’ was. Ook het radioprogramma Met het oog op morgen opende er vrijdagavond niet mee, maar werd het overlijden van de schrijfster als programma onderdeel genoemd. 

    Marga Minco werd in 1920 geboren als Sara Menco in een orthodox Joods gezin in Brabant. Haar ouders, broer en zus en verdere familie overleefden de vernietigingskampen niet. Door onder te duiken en ‘geluk’ te hebben, kwam Minco als enige overlevende uit de oorlog. Dat geluk bestond eruit dat ze tijdens de oorlog meerdere razzia’s – waar joodse gezinnen op ruwe wijze uit hun huizen werden gehaald – meemaakte en waarbij ze door het oog van de naald gekropen is.

    Door het oog van de naald

    In het hoofdstuk ‘De Lepelstraat’ (Het bittere kruid), beschrijft ze hoe ze op weg vanuit de Sarphatistraat voor een boodschap voor haar moeder, de Lepelstraat inliep. Van de andere kant kwam een overvalwagen met mannen in uniform de straat inrijden. ‘Ze sprongen er gelijktijdig aan weerskanten uit, liepen naar de huizen en duwden de deuren open.’ Een van de mannen kwam op haar toe, sommeerde haar in te stappen, wat ze weigerde. De man drong aan.

    ‘Nee’, zei ik nog eens duidelijk, ‘ik woon niet in de Lepelstraat. Vraag aan uw commandant of u mensen die in een andere straat wonen ook mee moet nemen.’ Toen mocht ze gaan. In een volgend hoofdstuk dringen twee mannen het huis van haar ouders binnen om hen op te pakken. Zij zal hun jassen pakken, maar vlucht via achterdeur en tuinpoortje de straat op. Later overkomt het haar als ze met haar broer en schoonzus wil onderduiken. Met koffers stappen ze in Utrecht Centraal op de trein. Dan wordt de schoonzus opgepakt, haar broer stapt uit, zij blijft zitten, de trein rijdt weg.

    Minco vond zichzelf geen slachtoffer van de oorlog, ze had geluk gehad, dat wel. ‘Als ik me realiseer dat ik opeens oud ben. Waarom ik? Mijn zusje was een veel liever kind.’ Dat je pas na de oorlog ten volle beseft wat er gebeurd was, wat je geliefden hebben meegemaakt. Minco leefde met die beelden en door haar boeken wilde ze haar familie laten doorleven, ‘daardoor zouden ze langer leven dan de tragische werkelijkheid’.

    Ze wilde niet gezien worden als een schrijver die de oorlog meemaakte, dat de oorlog haar tot schrijver heeft gemaakt. Ze schreef voor de oorlog al en soms vroeg ze zich af wat voor verhalen ze zou hebben geschreven als die er niet geweest was. Ze vermoedde dat ze dan veel vrolijker maar ook absurdistischer verhalen zou hebben geschreven.

    Ze observeerde graag mensen in hun doen en laten (dat observerende spreekt uit al haar verhalen), en schreef verhalen voor (haar) kinderen zoals Kijk ‘ns in de la, over een mannetje dat gaat fietsen en zijn tafel meeneemt. Een eerste versie van ‘De Lepelstraat’ schreef ze al in de oorlog, in 1942 kort nadat het gebeurde, maar raakte die kwijt.

    Bitterzoet liefdesverhaal

    Er is een verhaal van Marga Minco dat ik me herinner als een bitterzoet liefdesverhaal. Soms wilde ik het nog eens lezen, maar vond het nooit meer terug, begon er zelfs aan te twijfelen of het wel van haar was. Zij schreef immers geen liefdesverhalen. Het ging over een jonge vrouw die na de oorlog voor weken naar een vissersdorpje in Zuid-Frankrijk vertrekt. Er is een echtgenoot en een minnares, er komt een Franse geliefde bij. Ik herinnerde me een paperback, maar bezat die schijnbaar niet meer.

    Nu ze er niet meer is, en ik al haar boeken weer opensloeg, er in begon te lezen, vond ik dat verhaal terug. Het is opgenomen in de kleine roman Een leeg huis, dat volgde op Het bittere kruid. Het is een intens verhaal over de jaren na de oorlog, zoekend naar verbinding, liefde, maar daarentegen was er eenzaamheid, doelloosheid en het verlangen een ander leven te vinden.

    Dat is wat Sepha (alter ego van Minco)) in Zuid-Frankrijk vond, een ander leven. ‘Ik stond op het strandje tussen de vissersvrouwen de boten na te wuiven, ging mee op de sardinevangst. Na het binnenlopen hielp ik met het dragen van de manden. In de winkel stond ik mee te praten over de schaarste van de levensmiddelen, de schade aan de oogst, en dat alles zo duur was geworden. (…) en leefde als de anderen op nouilles en geroosterde vis, brood en wijn en vruchten. Ik was van hier.’ Nu ik het opnieuw lees, is eens temeer de verlorenheid van generaties, de leegte van een leven zonder voorland voelbaar.

    Het is de zakelijke vertelstem, de summiere tekst die ze gebruikte om haar verhaal te doen, die de ernst en ontsteltenis over het gebeurde des te heftiger maakt. Juist nu, nu Minco er niet meer is, lijken haar verhalen, waar het gaat over menselijke verhoudingen, aan impact gewonnen te hebben. Door de tijd heen geven haar boeken steeds meer de gevolgen prijs van oorlogsgeweld. Ze schreef een klein maar kostbaar oeuvre bij elkaar.


    Marga Minco werd tijdens haar leven meermaals gelauwerd en kreeg 
    op 98-jarige leeftijd voor haar hele oeuvre de P.C. Hooftprijs (2019). Eerder ontving ze onder meer de Constantijn Huygensprijs (2005) en de Annie Romeinprijs (1999). Het bittere kruid werd in 1957 bekroond met de Multatuliprijs. Er wordt door Yra van Dijk en Judit Gera gewerkt aan de biografie van Marga Minco die zal verschijnen bij Prometheus.

     

     


    Bronnen: Interview Elsbeth Etty, Ons Amsterdam (2020)
    2Doc, ‘De schaduw van de herinnering’ (2011)

    Afb. Foto uit de documentaire

     

  • Niet de oorlog

    Niet de oorlog

    Ik stond in de keuken de spruitje voor in een kikkererwtentaart te halveren. Negen knoflookteentjes lagen op de bakplaat in de oven in hun schilletjes gaar te stoven. Uit het geluidsboxje op de plank boven het aanrecht hoorde ik iemand zeggen dat Marga Minco honderdtwee jaar is. Wow, de honderd al gepasseerd, deze schrijver die altijd in stilte opereerde, is stilletjes ouder geworden. Het was de stem van Annelies Verbeke die het in de aankondiging van de nieuwe podcast van Fixdit noemde. Ook dat Marga Minco de eerste levende schrijver in de podcast over klassiekers geschreven door vrouwen is. Vier schrijvers deelden hun enthousiasme over het werk van Minco en de verhalen in Achter de muur, Verzamelde verhalen. Ik denk Het bittere kruid, het zit erin gebeiteld. En haar terugkeer uit de onderduik toen er niets meer was om naar terug te keren, die sfeer herinner ik me uit haar verhalen. 

    Arnon Grunberg leest het verhaal ‘Iets anders’, waarvan hier alleen de dialoog.
    ‘Waarom deed u het?’
    ‘Ik weet het niet.’
    ‘Hebt u dit al eens meer gedaan?’
    ‘Nog nooit’, zei ze
    ‘Denkt u eens goed na’, zei hij
    Het is werkelijk waar’, zei ze
    Minco lezen is een sprong het diepe in, dan ontstaat langzaamaan een kader, een weten waarover het gaat. Haar dialogen worden geroemd.

    Niña Weijers vertelt dat ze in het Witsenhuis aan het Amsterdamse Oosterpark op de verdieping heeft gewoond waar Minco met haar man Bert Voeten en hun twee dochters van 1949 tot 1960 woonde. Dat Minco de echtelijke slaapkamer, waar net een bed in past, (dat wist Weijers omdat het ook haar slaapkamer was toen ze er woonde) moest ombouwen tot haar werkkamertje. En dat ze, armlastig als ze waren, geregeld in de brede dakgoot klommen, waar ze bleven zitten tot de deurwaarders vertrokken waren. 

    Ik denk aan Marga Minco, die ik enkel uit haar teksten ken,  als een teruggetrokken, bescheiden schrijver. Hoewel je in haar verhalen onderhuidse woede en ongeduld met de dingen proeft. In een interview met Ischa Meijer (deze podcast zet aan tot meer willen weten, Minco uit de kast halen), heeft Minco, die dan al zeventig is, het over Het bittere kruid, dat het met dat tuinpoortje in werkelijkheid anders was. Dat ze het tuinpoortje niet doorging, maar terug naar het huis ging, ‘en bonsde en iemand deed het tuinpoortje open en ik had mijn ster afgerukt – ik ging terug.’ Ze vertelt het verderop in het interview nog een keer, omdat het toch nog anders was. ‘ik had de ster van mijn jas gerukt en liet die trillend aan die mannen zien. Later breng ik dus die jassen naar binnen en vader hield ze aan de praat, (…) toen ben ik weggerend’. Ze ‘huilt een heel klein beetje’, noteert Ischa Meijer.  

    Uit het boxje op de plank boven het aanrecht klinkt de opgenomen stem van Minco, ‘Ik ben niet zomaar gaan schrijven omdat ik iets beleefd heb. Zoals mensen wel zeggen ‘wat ik nou heb beleefd, daar kan ik een boek over schrijven’. Maar je kan net zo goed schrijven vanuit je fantasie. Voor de oorlog schreef ik vanuit mijn fantasie.’ Dat niet de oorlog van haar een schrijver heeft gemaakt, maar dat ze dat al was. Dat wil ze weten.
    Deze podcast laat een Marga Minco zien voorbij Het bittere kruid. Lees haar verhalen, en daarna de kleine roman Nagelaten dagen, waarin alles nog eenmaal bij elkaar komt. Intens proza.

     

     

    Luister hier de Fixdit podcast met: Sanneke van Hassel, Annelies Verbeke, Arnon Grunberg en Niña Weijers.
    Citaten uit: De interviewer, 50 interviews uit 25 jaar interviewen / Ischa Meijer


    inge meijerInge Meijer is een pseudoniem, schrijft over wat ze leest, (en hoort).

  • P.C. Hooftprijs voor bescheiden maar ijzersterke oeuvre van Marga Minco

    P.C. Hooftprijs voor bescheiden maar ijzersterke oeuvre van Marga Minco

    De P.C. Hooftprijs 2019 voor verhalend proza is toegekend aan Marga Minco. Het is goed te vernemen dat drie literatoren ernaast zaten en Marga Minco, tegen hun verwachtingen in deze oeuvreprijs zal ontvangen. In de zaterdageditie (8-12-’18) van Trouw werd door drie kenners van de literatuur desgevraagd gespeculeerd welke schrijvers voor deze oeuvreprijs – die jaarlijks  afwisselend wordt toegekend voor proza, essayistiek en poëzie – in aanmerking komen. De namen die vielen waren Jeroen Brouwers, Arnon Grunberg en Koos van Zomeren en op de valreep twee vrouwen: Nelleke Noordervliet en Mensje van Keulen.
    Toen Minco’s naam werd genoemd waren ze het erover eens dat haar werk ‘uitmuntend en bekend’ is, maar haar oeuvre leek hen te klein om in aanmerking te komen en bovendien stond ze niet ‘midden in het literaire debat’. Op social media wisten ze beter, daar werd geopperd (zo meldde het stuk) dat Marga Minco de P.C. Hooft-prijs ‘nodig eens moest winnen’.

    En dat gebeurde, dankzij de juryleden: Mathijs Sanders (voorzitter), Gustaaf Peek, Daniëlle Serdijn, Vamba Sherif en Franca Treur, die oordeelden dat Minco’s oeuvre dan wel bescheiden is ‘in toon en omvang, maar dat met iedere generatie blijft winnen aan zeggingskracht’. Waarmee deze jury laat zien dat wat van waarde is in het Nederlandse literaire landschap, niet uit het oog verloren mag worden.

    Oorlogsjaren

    Marga Minco (geb. Sara Menco, Ginneken, 1920) groeide op in een orthodox-joods gezin. Op 18 jarige leeftijd begint ze als film- en toneelcriticus bij de Bredasche Courant en schrijft daar ook haar eerste literaire stukjes. Ze wordt in 1940 ontslagen omdat ze joods is. Haar ouders worden verplicht naar de Amsterdamse Jodenbuurt te verhuizen, waar zij bij hen intrekt. Wanneer op een dag mannen de woning van de familie binnendringen, vraagt vader Minco of zijn dochter even de jassen wil halen. Deze kans benut zij om via een poortje in de tuin te ontsnappen. Een scene die in haar debuut, Het bittere kruid staat beschreven. Ze ziet haar ouders, broer en zus nooit meer terug. Minco gaat van onderduik naar onderduikadres. Haar ervaringen gedurende de bezettingsjaren zetten de toon voor haar latere schrijverschap. In haar oeuvre zijn al haar herinneringen en oorlogservaringen verwerkt.

    Marga Minco trouwde na de oorlog met de dichter en vertaler Bert Voeten (1918-1992) die zij in 1938 leerde kennen bij de krant. Ze kregen twee dochters, Betty en de publiciste Jessica Voeten.

    Het bittere kruid

    Minco is vooral bekend om haar debuut, Het bittere kruid (1957) waarvoor ze de Vijverbergprijs, (voorloper F. Bordewijkprijs) ontving. Vele jongeren, zo niet alle scholieren lazen deze kleine kroniek voor de leeslijst – Waarmee ‘Lezen voor de lijst’ dan toch zijn dienst bewijst. In 1985 werd het boek verfilmd. Daar was ze allerminst gelukkig mee omdat de film teveel afweek van haar boek. In de titelrol werd opgenomen dat Minco zich distantieerde van de film die dezelfde titel draagt als haar boek. Haar hele oeuvre bestaat  uit zo’n zestien kleine romans, verhalenbundels en drie kinderboeken.

     

    Andere bekende werken van Marga Minco zijn:  Een leeg huis (1966), De val (1983), De glazen brug (Boekenweekgeschenk 1986), Nagelaten dagen (1997) en Storing (2004).
    In 2015 verscheen in de reeks Gedundrukt van Van Oorschot, een twintigtal van haar beste verhalen en de met de tijd steeds indrukwekkender geworden roman Een leeg huis, onder de titel Na de sterren. Met de door haar zelf aangedragen titel van deze dundrukuitgave, speelt ze met haar bescheidenheid: zij komt, met een ‘dundruk’ na de schrijvers, ‘de sterren’ A. M.G. Schmidt en Carmiggelt.

    Bescheidenheid

    De 98-jarige schrijfster geeft sinds 2010 geen interviews meer, gelezen wordt ze nog steeds. Onlangs verscheen de 57ste druk van de kroniek Het bittere kruid. In 2015, rond de dundrukuitgave, stemde ze nog toe in een ‘papieren interview’ met Arjan Peters: ‘Dingen die ik noteren moet’: Acht vragen aan Marga Minco.’ (VK 2-10- ‘15).

    In het radioprogramma ‘Nieuws en Co’,  werd dochter Jessica Voeten gevraagd naar de reactie van haar moeder op de prijs. Marga Minco reageerde verrast en verheugd maar ook: ‘Hoe kan dat nou. Ik heb al zo lang niets meer geschreven.’
    ‘Maar het is voor je hele oeuvre’, sprak haar dochter. ‘Maar dat is niet zo groot,’ besloot de bescheiden schrijfster.

    Uitreiking

    Gezien de leeftijd en gezondheid van de laureaat zal de prijs van 60 duizend euro niet, zoals gebruikelijk, in mei worden uitgereikt in het Haagse Literatuurmuseum, maar in januari bij de schrijfster thuis.

    In 1999 werd haar oeuvre bekroond met de Annie Romeinprijs en in 2005 met de Constantijn Huygensprijs.

     

     

  • Bloemlezing als zelfportret

    Bloemlezing als zelfportret

    Marga Minco (1920), een van onze meest succesvolle naoorlogse schrijfsters, heeft een kleine bloemlezing uit haar oeuvre samengesteld die onder de titel Na de sterren is verschenen bij Van Oorschot. Het is het derde deel in de mooi uitgevoerde serie ‘Gedundrukt door Van Oorschot’. Simon Carmiggelt en Annie M. G. Schmidt gingen haar voor. Opnieuw een auteur die niet tot het eigen fonds van deze uitgever behoort. Wat hebben deze uitverkorenen gemeen. Ongetwijfeld dat ze niet ‘exclusief’ zijn, niet voor de ‘happy few‘ schrijven, toegankelijk voor iedereen. Karel van het Reve heeft eens van Toergenjevs verhalen gezegd dat ze geschikt zijn voor zowel de lezers van Libelle als die van Tirade, en dat geldt ook voor deze auteurs. Verder hebben ze alle drie hun naam gevestigd in de jaren vijftig en hoorden ze niet bij een stroming of tijdschrift. Het zijn autonome grootheden. Een schrijver moet veel in zijn mars hebben om zo’n breed publiek aan te spreken.

    Verhalen en romans

    Na de sterren is als volgt samengesteld: eerst negen verhalen uit de periode 1940-1965, dan de roman Een leeg huis (1966), daarna dertien verhalen uit de periode 1968-2007 en tot slot het verhaal ‘Namen’ (1979). De eerste afdeling eindigt- en de laatste afdeling begint met een sprookje. ‘Namen’ is uit de chronologie losgemaakt. Het wordt bovendien als enige bijdrage voorafgegaan door een blanco pagina. Dat wijst op een doordachte compositie van de hele bundel. Wat valt daaruit op te maken. Het is de moeite waard daar stil bij te staan, want wie op hoge leeftijd een keuze uit eigen werk samenstelt, zegt toch eigenlijk zoveel als: ‘Dit ben ik’. De bloemlezing als zelfportret.

    ‘Namen’ gaat over de kindertijd. Dat Minco in een deels traditioneel Joods gezin in de provincie opgroeide, komt amper ter sprake. Wél dat ze als baby een kasplantje zou zijn geweest en dat ze tot afschuw van haar moeder bijna op 1 april was geboren en dat ze om haar naam, Sara, werd uitgejouwd. Ze ging zich Selma noemen, naar Selma Lagerlöff. Al voor de oorlog publiceert ze in de plaatselijke krant, onder pseudoniem. En dan komt de bezetting en daarmee de verklaring van de naam waaronder we Marga Minco kennen: ‘In de jaren van mijn onderduik was ik voor al mijn vrienden Marga en bij die naam heb ik het verder gehouden’.

    Met deze woorden eindigt niet alleen het verhaal maar tevens het hele boek en ook de lezer die niets van Marga Minco wist, begrijpt dat de verwijzingen naar bezetting en jodenvervolging niet zomaar een decor zijn, zoals de Tweede Wereldoorlog dat bijvoorbeeld voor W.F. Hermans kon zijn, maar een door de auteur aan den lijve ervaren werkelijkheid.

    Voer voor schriftgeleerden

    ‘Namen’ vertelt van kwetsbaarheid, de drang of noodzaak je schuil te houden en van een beginnend schrijverschap, en het verklaart de auteursnaam: geboren uit nood, een schrijversleven lang aangehouden. Ook uit de eerste afdeling, ’40-’65, blijkt die weloverwogen ordening. Minco zet daar het sprookje ‘Het lelijke knikkertje werd mooi’ (1940), aan het eind in plaats van aan het begin. Het is niet eerder in boekvorm verschenen en het is geen meesterstuk, oppervlakkig gezien een variatie op ‘Het lelijke jonge eendje’ van Andersen. Toch mocht het kennelijk in deze bundel niet ontbreken, en het moest kennelijk op deze plaats staan, dus net als ‘Namen’ niet op chronologische volgorde. Wat wil Marga Minco ons met de compositie van deze bundel, dit zelfportret, zeggen? Voer voor schriftgeleerden.

    In ruim de helft van de verhalen en ook in de roman spelen de gevolgen van antisemitisme, bezetting, vervolging, onderduik, deportatie en Jodenmoord een rol. Dat verbaast niet, want daarin heeft Minco haar onderwerp gevonden en daar is ze beroemd mee geworden. Haar debuut Het bittere kruid is alleen al in Nederland bijna een half miljoen keer gedrukt.

    Let wel, we lezen voornamelijk over de gevolgen voor de overlevenden, voor wie de wereld geschonden is en vaak onherbergzaam lijkt. Voor wie de doden juist door hun afwezigheid aanwezig zijn, en wier leven aanvoelt als een ‘leeg huis’. Misschien heet deze bundel ook daarom Na de sterren: na de bezetting, na de jodenster. De roman Een leeg huis is het middendeel van de bundel en vertelt van het ontregelde bestaan en zieleleven van twee overlevers van de onderduik. Het schuldgevoel jegens de gestorvenen. Het onvermogen het leven te hernemen. De moeizaamheid van relaties. De ene vrouw redt het niet, de andere ploetert voort. De roman eindigt heel terughoudend in majeur.

    Afwezigheid van oorlog

    Er zijn tien verhalen waarin de oorlog niet voorkomt. ‘Een voetbad’, laat een Roald Dahl-achtige humor en wreedheid zien. Het oergeestige ‘Vlinders vangen op Skyros’, waarin een schilder die te weinig meetelt in de bohème zijn status opkrikt met verzinsels die hij vervolgens tegen zijn zin, gedwongen is ten uitvoer te brengen. Het hartverscheurende ‘Iets anders’, over een huisvrouw die na een winkeldiefstal op het politiebureau ondervraagd wordt. Deze voorbeelden komen allemaal uit het gedeelte 1940-1965, waaruit blijkt dat Marga Minco, anders dan haar reputatie zou kunnen doen geloven, niet uitsluitend de schrijfster van de Jodenvervolging is en dat ook in de jaren vijftig al niet was.

    De verhalen uit deze periode zijn sterker dan de latere. Vergelijk bijvoorbeeld ‘Iets anders’ (1957), met ‘Om zeven uur’ (1974), dan maakt het latere verhaal een wijdlopige indruk. Beide keren gaat het over een middelbare vrouw in moeilijkheden, maar in het oudere verhaal is de vertelling veel strakker gecomponeerd en daardoor veel aangrijpender. Ook blinkt dat verhaal uit door de feilloze aandacht voor ogenschijnlijk triviale details om de ontregelde gemoedstoestand van de hoofdpersoon te kenschetsen, een wonder van suggestiviteit.

    Eén onderwerp is er in deze bundel dat vrijwel alle verhalen en ook de roman verenigt: de vrouw en haar eenzaamheid. Eenzaam in het huwelijk, eenzaam als vrijgezel. Met of zonder oorlogsleed. Soms op het radeloze af, meestal in de vorm van het besef, overdrachtelijke gesproken, een leeg huis te bewonen. Dit boek is een verademing, geen geschreeuw, veel wol. De verteltrant is helder, onopgesmukt, trefzeker. Zware stof wordt ingehouden verteld of slechts omzichtig aangeduid. Op haar best is Marga Minco een schrijfster ‘con sordino’. Dat geeft haar verhalen een grotere indringendheid dan trommels en trompetten.

     

     

  • Storing – Marga Minco

    Beklemming. Dat is het gevoel dat je bekruipt bij het lezen van Storing, de onlangs verschenen verhalenbundel van de 84-jarige Marga Minco. En plaatsvervangende schaamte. Veel van de verhalen zijn een aanklacht aan het adres van iedereen die de oorlog overleefd heeft, aan diegenen die, zo niet actief hebben bijgedragen aan de jodenvervolging, dan toch wel onvoldoende tegen de jodenvervolging ondernomen hebben en die zich geen rekenschap geven van hun houding.

    Twee verhalen uit de bundel (die ook in alle recensies van Storing geprezen worden) verwoorden deze aanklacht onomwonden: het titelverhaal “Storing” en het verhaal “Door het land”. Het titelverhaal gaat over de eerste ontmoeting, ten behoeve van een radio-interview vijfentwintig jaar na de oorlog, van de ik-figuur met de vrouw bij wie de ik ondergedoken heeft gezeten. De ik-figuur vraagt zich bij het binnenkomen van de radio-studio meteen al vertwijfeld af waar zij aan begonnen is. Haar angst wordt vervolgens bewaarheid. De vroegere “weldoenster” werpt haar vrijwel meteen voor de voeten: “Je hebt nooit iets van je laten horen.” Ook blijft ze de ik-figuur stug bij diens onderduiknaam noemen en zegt verbaasd als ze haar in eerste instantie niet herkent: “Je was vroeger blond.”

    In “Door het land” herinnert de ik zich vergelijkbaar pijnlijke situaties uit de tijd toen zij als schrijfster het land door reisde met lezingen. De schrijfster springt daarbij heen en weer tussen heden en verleden. Datzelfde gebeurt ook in de andere verhalen in de bundel.

    In bijna alle verhalen drijven herinneringen van de ik-figuur aan vroeger naar boven. De sfeer van de verhalen is er een van weemoed (naar het kinderlijke verleden) en bitterheid (over wat er met dat verleden is gebeurd). Marga Minco schrijft als altijd afstandelijk maar met steeds een subtiele ondertoon van kritiek. De kijk van de ik-figuur op de mensen om haar heen is er niet één om vrolijk van te worden. Waar er in deze verhalen sprake is van onbekommerd geluk betreft het altijd herinneringen aan momenten van voor de oorlog. In interviews noemt Marga Minco Patrick Modiano als haar voorbeeld. Net als hij schrijft ze over de onmogelijkheid het verleden los te laten. Toch zou je dat de ik-figuur toewensen, als dat niet zo belachelijk zou zijn.

    “Ik ben niemand dankbaar”, zegt Marga Minco ook in één van die interviews. Woorden die ook in de mond gelegd worden van de ik-figuur van “Storing”. Minco schrijft in de ik-vorm, maar de verhalen in Storing zijn, als we de auteur moeten geloven, verzonnen. Het is fictie, hooguit aangelengde of aangedikte werkelijkheid. Toch is de verbeelding voor mijn gevoel ver te zoeken in deze verhalen, behalve in de twaalf droomverhalen. Misschien vind ik die daarom interessanter. Ongerijmd en absurd als dromen zijn, vol warrige associaties en rare sprongen, maar met dezelfde ondertoon van verwijt en beklemming die de hele bundel ademt.

    ISBN 90 234 14918
    Prijs: 15 Euro