• Gewetenloze psychotherapeut

    Gewetenloze psychotherapeut

    Robert Hamilton is professor in de taalfilosofie aan de Universiteit van Californië in Los Angeles en zijn baanbrekende theorie over de semantiek zal zijn vakgebied compleet veranderen. Hij wordt echter vermoord.
    Het personage Robert Hamilton in De logica van het moorden is gebaseerd op Richard Montague, een Amerikaanse wiskundige en filosoof die grote invloed heeft gehad op de semantiek. Hij werd in ’71 vermoord. Zijn moord is tot op de dag van vandaag niet opgelost. Ook de gewelddadige moord op Hamilton blijft in de roman onopgelost.

    De hoofdrol in dit boek is echter weggelegd voor Jay Hamilton, de broer van Robert. Zij groeien samen op in een vaderloos gezin. Hun moeder heeft vooral oog voor haar lieveling Robert, wat Jay bezighoudt laat haar koud. Daarom probeert Jay erkenning en goedkeuring te krijgen van zijn broer Robert.

    Jay’s keuze om carrière in de psychotherapie te maken, kan echter niet de de goedkeuring dragen van zijn broer. Robert spoort Jay aan om te stoppen met die ‘psychologische ongein’ en zich bezig te gaan houden met echte wetenschap. Dit zit Jay dwars. Hij wil dat Robert begrijpt dat zijn beroep en zijn interesses helemaal niet zo veel verschillen van die van zijn broer. Maar Robert is koppig en Jay kan hem niet van zijn ideeën overtuigen.

    Toch houdt Jay vast aan zijn eigen plan. Hij wordt een gevestigd psychotherapeut met een eigen goed draaiende praktijk. Hij heeft zijn cliënten voor het uitzoeken en doet dat zeer selectief. Jay gelooft in het samengaan van wetenschap en kunst. Of beter gezegd: het voortkomen van kunst uit wetenschap. De casussen van zijn cliënten dienen als basis voor de (succesvolle) boeken die hij onder een pseudoniem uitgeeft. Hij is bezig met zijn derde boek Vertellingen uit de veilige kamer. Het boek zal elf verhalen bevatten die als thema moederlijke verwaarlozing hebben. Een onderwerp dat Jay niet vreemd is. Met de boeken die hij schrijft laat hij feit en fictie versmelten. ‘De waarheid was dat schrijvers van fictie beter gekwalificeerd waren om de mensheid te verklaren dan psychiaters en filosofen.’

    Jay lijkt weinig medeleven voor zijn cliënten op te kunnen brengen. Hij is niet zo zeer geïnteresseerd in hun herstel als wel in een interessant verhaal. Hij manipuleert zijn cliënten, drijft ze tot het randje en hoopt dat dat een mooi verhaal oplevert. Wanneer ze hem niet meer kunnen boeien, stuurt hij ze door naar een andere arts.

    Zijn gebrek aan emotie lijkt in eerste instantie handig bij het uitvoeren van zijn beroep, maar zal hem later nog duur komen te staan. Het boek begint met een sessie met zijn patiënte Cora. Ze heeft vroeger een abortus gehad en het enige wat ze nu wil, is een kind krijgen. Haar verhaal is het laatste dat hij wil opnemen in de bundel en daarom wil hij in deze sessie snel vorderingen maken. Hij gaat echter te ver en Cora verlaat de sessie voortijdig, wanhopig en boos.

    Waar het in het begin van het boek nog zo goed gaat met Jay, zie je hem langzaam afglijden. Cora blijkt in al haar wanhoop een kind ontvoerd te hebben. De gebeurtenissen  ontvouwen zich precies zoals hij het in zijn boek had geschreven. Had hij dit allemaal kunnen voorkomen? En dan komt ook nog biografe Dana Flynn bij hem langs om met hem te spreken over de moord op zijn broer. Aangezien Jay degene is die hem heeft gevonden, hoopt ze van hem belangrijke informatie te krijgen. Ze is flink aan het graven, wat zal ze vinden?

    Aifric Campbell laat in dit boek haar eigen opleidingen goed gelden. Ze studeerde eerst linguïstiek en doceerde semantiek aan de universiteit van Göteborg. Later heeft ze zich om laten scholen tot psychotherapeut. Na De logica van het moorden heeft Campbell nog twee romans geschreven. Haar roman On the floor was genomineerd voor de Orange Prize 2012.

    Campbell weet vanaf het begin de nieuwsgierigheid van de lezer te wekken. Ze geeft steeds een opzetje naar het verhaal, maar vervolgens vertakt ze dit naar andere gebeurtenissen. Dit houdt de spanning er in, maar soms gaat ze teveel in op details waardoor het hoofdverhaal uit zicht raakt.

    Toch is dit een goede roman. Het karakter van Jay komt op een subtiele manier naar voren. Terwijl hij andere mensen analyseert, wordt steeds duidelijker hoe hij zelf in elkaar zit. Het hele boek is een psychologisch drama waarin de belevingswereld van Jay centraal staat. Uiteindelijk gaat het niet over de moord op zijn broer of over de ontvoering van het kind. Het gaat over hoe Jay in de situatie terecht is gekomen waarin hij zich aan het einde van het boek bevindt, hoe hij is geworden wie hij is. Eigenlijk is het boek een psychoanalyse van de psychoanaliticus Jay Hamilton.

     

    De logica van het moorden

    Auteur: Aifric Campbell
    Vertaald door: Nan Lenders
    Verschenen bij: Uitgeverij De Geus
    Aantal pagina’s: 286
    Prijs: € 21,90

  • De kracht van het vrouw-zijn

    De kracht van het vrouw-zijn

    Onder leiding van Ruhollah Khomeini wordt in Iran op 1 april 1979 de islamitische republiek geboren. Voor Abnousse Shalmani en haar familie betekent dit het einde van een zorgeloos en vooral vrij leven. Vanaf dat moment zijn vrouwen gedwongen gesluierd door het leven te gaan. En de doek die de vrouwen bedekt, weet Shalmani, zal voor velen van hen een schaduw werpen over de rest van hun leven.

    Abnousse Shalmani, die op 1 april 1977 in Teheran wordt geboren, groeit daar na de revolutie op. Ook al kent ze de wereld niet anders dan hoe hij op dat moment is – vrouwen bedekken hun haren, dragen geen make-up en zoeken geen oogcontact – ze heeft het gevoel dat er iets niet klopt en dat ze tegen de schenen moet schoppen van de ‘gangbare manier van leven’. Als jong meisje kan ze maar één ding bedenken: haar blote kont laten zien. Na school kleedt ze zich uit. De hoofddoek, de voorgeschreven jurk en de voorschreven broek doet ze stuk voor stuk uit. En dan begint het spannende gedeelte: de vlucht naar de auto. Ze rent zo snel mogelijk het schoolplein over om de auto te bereiken zonder dat de ‘zwartjurken’ haar te pakken krijgen. Dit alles om te provoceren, om haar afkeer van de hoofddoek duidelijk te maken. Hij is grijs, lelijk en zit niet lekker.

    Hiermee wordt het strijdlustige karakter van Abnousse op jonge leeftijd al duidelijk. Khomeini, Sade en ik is dan ook een boek over strijden. Het gaat over de strijd tegen Khomeini, tegen de hoofddoek, maar vooral tegen de onderdrukking van de vrouw.

    In 1985 ziet de familie Shalmani zich genoodzaakt om te vluchten uit Teheran. Ze hopen dat Parijs hun een beter, vrijer leven kan bieden. Om de taal te leren en de cultuur te begrijpen, verdiept de jonge Abnousse zich al gauw in de Franse literatuur. De boeken helpen haar niet alleen om de Franse taal en cultuur te leren kennen. Om haar ideeën vorm te geven en haar gedachten om te zetten naar een concrete mening, is daar de literatuur. En wel de libertijnse literatuur.

    Ik ben een paar keer geboren. Een keer op een dag in april, een andere keer toen ik mijn sluier aflegde en mijn naaktheid onder de aandacht bracht, een derde keer toen ik voet zette op Franse bodem, ten slotte nog een keer toen ik een boek van Zolan opensloeg en de libertijse literatuur van de Franse achttiende eeuw ontdekte.’

    Sade ‘de goddelijke markies’ doet zijn intreden in juli 1997. Waar Khomeini de grote slechterik is in dit boek, is Sade de held die Abnousse haar wapens aanreikt voor de strijd. Zijn buitensporige romans geven Abnousse een ongemakkelijk gevoel. Ze leest de boeken eerst alleen in de veilige omgeving van haar slaapkamer en met elke bladzijde die ze omslaat, groeit haar verlangen om het boek weer snel weg te leggen. Sade beschrijft het lichaam tot in detail zonder enige schaamte. Hij is een atheïst, hij moet niets hebben van moraal, van fatsoen of godsdienst. Nieuwsgierigheid helpt Abnousse de verleiding te weerstaan om het boek weg te leggen en na het lezen van de laatste bladzijde heeft ze het gevoel dat ze een ander mens is. ‘Ik was niet langer een slachtoffer van de baardmannen, ik was hun ergste nachtmerrie.’

    Khomeini, Sade en ik is een boek met een krachtige boodschap. Die boodschap is dat vrouwen en mannen elkaars gelijken zijn. Dat vrouwen niet onder doen voor mannen, dat ze dezelfde rechten zouden moeten hebben, en zelf moeten kunnen bepalen wat ze met hun lichaam doen en hoe ze zich kleden. ‘Ik vecht niet tegen mannen of vrouwen maar tegen opvattingen, de ongezonde traditie en de gewelddadigheid van het vooroordeel.’ Eén van die ongezonde tradities is volgens Shalmani de hoofddoek. De hoofddoek die er volgens de voorstanders voor moet zorgen dat vrouwen geen lustobject zijn voor mannen, maar die er paradoxaal genoeg voor zorgt dat elk stukje huid en elk stukje haar dat aan de sluier weet te ontsnappen, begeerte opwekt bij de man . ‘De hoofddoek is de scherpste veroordeling van de nieuwe tijd. Toon me duizend gesluierde vrouwen van welke leeftijd ook en laat ze herhalen dat ze vrij zijn, dat ze zich gelukkig voelen onder hun sluier. Ik zal ze niet geloven.

    Khomeini, Sade en ik komt langzaam op gang, maar na een paar hoofdstukken vindt het zijn ritme. Het boek neemt ons mee van Teheran in 1997 naar Parijs in 2013 en vertelt gaandeweg Abnousses verhaal met haar blote kont als leidraad door het boek. Het vertelt over de hoofddoek en de ongelijkheid die ze in Teheran achter heeft achtergelaten, maar waar ze weer mee geconfronteerd wordt in Parijs. Het vertelt over haar problemen als vrouw en als Iraanse vluchtelinge.

    Het boek is zo nu en dan een beetje ‘los-vast’. De onderwerpen die aangehaald worden ter ondersteuning van het hoofdverhaal lijken niet altijd helemaal op hun plek. Ook de formulering doet soms een beetje nonchalant aan. Maar uiteindelijk gaat het toch vooral om de inhoud van het boek en die maakt veel goed. De boodschap die Shalmani met dit boek probeert over te brengen is duidelijk. De boodschap dat vrouwen gelijk moeten zijn aan mannen kennen we, maar in combinatie met het verleden van Shalmani en de argumenten en de ondersteuning die ze uit de literatuur haalt, krijgt de boodschap een originele klank.

     

    Khomeini, Sade en ik

    Auteur: Abnousse Shalmani
    Vertaald door: Jan Versteeg
    Verschenen bij: Uitgeverij De Geus
    Aantal pagina’s: 320
    Prijs: € 21,95

  • De vier vrouwen van Hemingway

    De vier vrouwen van Hemingway

    Hadley Richardson, Pauline ‘Fife’ Pfeiffer, Martha Gellhorn en Mary Welsh hebben in ieder geval één ding met elkaar gemeen: ze hebben allemaal, op een moment, de achternaam van Ernest Hemingway aangenomen.

    Hadley ontmoet Ernest in 1920 op een feestje. Ernest is eenentwintig, Hadley is negenentwintig. ‘Eenentwing pas? Vijfentwintig zou teleurstellend zijn geweest, maar eenentwintig is schandalig jong.’ Toch houdt dit Hadley niet tegen om hopeloos verliefd te worden op de knappe en jonge Ernest Hemingway. De hopeloze verliefdheid zal echter een paar jaar later omslaan in pure hopeloosheid wanneer ze haar man dreigt te verliezen aan haar beste vriendin Fife.

    Mevrouw Hemingway is opgedeeld in vier hoofdstukken. Eén hoofdstuk voor elke mevrouw Hemingway. De hoofdstukken zelf staan niet in chronologische volgorde, maar zijn opgedeeld in verschillende tijdsblokken. Dit heen en weer springen in de tijd geeft het boek een dynamisch karakter. Soms krijg je alvast een voorproefje van wat er nog staat te gebeuren en soms krijg je juist nog de aanvullende informatie die het verhaal compleet maakt.

    Het boek begint in Antibes in 1926. De familie Hemingway is op elkaar aangewezen in de villa van de Fitzgeralds tot de kinkhoest van zoon Bumby is genezen. Maar ze zijn daar niet alleen: ook minnares Fife is uitgenodigd op deze familievakantie. Er ontstaat een rare driehoeksverhouding tussen de vrouwen en Ernest. Hadley is er nog niet zo lang geleden achtergekomen dat haar beste vriendin Fife tevens de minnares van haar man is. Hadley heeft Ernest vriendelijk verzocht de ‘toestand’ tussen hem en Fife op te lossen, maar het is duidelijk dat hij hier niet al te veel moeite voor heeft gedaan.

    Hadley is zich bewust van het feit dat ze de strijd om haar man misschien niet zal winnen. Alles doen ze die zomer met zijn drieën: het ontbijt, het zwemmen, de avondborrel. En tijdens het bridgen vraagt Hadley zich af of ‘die vrouw’ het soms net met haar man heeft gedaan. Ze zijn die vakantie alle drie even ongelukkig, maar niemand wil de eerste zijn om de driehoek te verbreken.

    En zo houden ze deze voorstelling de hele zomer vol. Hadley voelt steeds meer dat Ernest zijn keuze eigenlijk al gemaakt heeft. Ze vertelt hem dat hij zijn spullen uit hun huis kan halen, maar dat hij pas met Fife mag trouwen als hij haar honderd dagen niet heeft gezien. Nog voor deze periode voorbij is, is het voor Hadley duidelijk dat het een verloren zaak is en geeft ze Ernest haar zegen om met Fife te trouwen.

    In het volgende hoofdstuk over Fife wordt al snel duidelijk dat Ernest het monogame leven nog steeds als een lastig iets beschouwd. Al vrij snel in het tweede hoofdstuk wordt de derde vrouw van Ernest geïntroduceerd. Fife bevindt zich nu weer in een soortgelijke driehoeksverhouding als eerst, maar nu is ze de vrouw van Ernest en verlangt ze terug naar de tijd dat ze nog zijn minnares was.

    In eerste instantie wordt Ernest omschreven als een knappe en charmante man. Hij is zelfverzekerd, kan makkelijk een praatje maken en hij hoeft er niet veel voor te doen om indruk te maken op de vrouwen. ‘…die kijken hem na als hij voorbijkomt en stoppen pas met kijken als hij uit het zicht is verdwenen.’ Zelfs mannen zijn van hem onder de indruk.

    Geleidelijk aan komen in het boek ook de mindere kanten van Ernest naar boven. Hij heeft zo zijn nukken: hij kan wispelturig, onbehouwen en soms ronduit gemeen zijn. Hij kan niet alleen zijn en ontmoet zijn volgende vrouw al voor hij goed en wel gescheiden is van de vorige. Maar misschien is zijn liefde voor drank nog wel groter dan zijn liefde voor vrouwen. Naarmate het boek vordert worden de ‘mixjes’ en martini’s steeds vroeger ingeschonken en neemt de hoeveelheid drank hiermee ook langzaam toe. Zijn depressies heeft hij onder controle als het schrijven goed gaat, maar ook schrijven wil op een gegeven moment niet meer lukken.

    Mevrouw Hemingway is een boek over liefde, emoties en onderlinge verhoudingen. Voor je aan het boek begint, weet je al dat Ernest vier vrouwen zal verslinden in zijn leven, maar Naomi Wood weet het zo te schrijven dat je toch wel heel benieuwd raakt naar hoe hij de ene vrouw zal verlaten om de volgende vrouw tot de zijne te maken. Ook weet ze goed de verschillende belevingswerelden van de vrouwen te verwoorden. Zo weet Martha, vrouw nummer drie, al vanaf het begin dat ze niet de laatste zal zijn in Ernests gastvrije bed, maar zij gaat hier compleet anders mee om dan Fife. Dat het boek ook nog heel lekker doorleest, is een bijkomend voordeel.


    Mevrouw Hemingway

    Auteur: Naomi Wood,
    Verschenen bij: Uitgeverij Querido
    Aantal pagina’s: 272
    Prijs:  € 19,99

  • ‘Modern’ zijn

    ‘Modern’ zijn

    ‘Modern’ zijn

    Mao Zedong, voorzitter van de Communistische Partij van China, zette in 1966 de Culturele Revolutie in gang, een sociaalpolitieke beweging die rampzalig zou zijn voor het land, zowel op politiek, economisch als sociaal terrein. Het was een door Mao georganiseerde chaos om zijn macht en positie veilig te stellen. Deze revolutie, en daarmee ook een ‘nieuw idee van moderniteit’, is een leidraad in het boek. Alle verhalen grijpen op de een of andere manier terug op de enorme invloed die de Culturele Revolutie heeft gehad op China en het trauma dat het zijn bewoners heeft bezorgd.

    De personages in Krekel krekel hebben allemaal hun eigen problemen: de één gaat scheiden, de ander wordt tegen zijn zin ingelijfd bij een bende, en weer een ander vergaart kilo’s lichaamsgewicht door te leven vanuit zijn luie stoel.

    Het boek is een bundel van twaalf korte verhalen die geschreven zijn tussen 1994 en 2005. Ze zijn allemaal door iemand anders vertaald. Het titelverhaal ‘Krekel krekel’ gaat over de krekelgevechten die in de Chinese plattelandsgemeenschappen massaal gehouden werden (en nog steeds worden). Het geloof is dat alle krekels in de wereld eigenlijk overleden mensen zijn. Zodra ze overlijden komt al hun wrok vrij en veranderen ze in agressieve krekels. De één nog gewelddadiger dan de ander en het is de kunst om de meest strijdbare krekel te vangen: ‘…het hangt helemaal af van je verhouding tot dolende zielen. Je oren moeten het zingen van de zielen kunnen horen. Daarom zullen stadsmensen nooit echt iets van krekelgevechten begrijpen.’ In dit verhaal gaat het om de impact van de revolutie op de gemeenschap.

    Vooral in het verhaal ‘Paradijs’ in de trein komt de dwang en daarmee ook de drang naar vernieuwing heel duidelijk naar voren. Een man zit in de trein op weg naar zijn ex-vrouw, van wie hij vier jaar geleden is gescheiden, om te gaan hertrouwen. ‘Goed gehoord? Niet trouwen, niet opnieuw trouwen, maar echt hértrouwen.’ In dit verhaal voel je tegelijk de verwarring die gepaard gaat met al de vernieuwing van de tijd. ‘Wat modern is? Ik weet het niet.’ De man weet niet precies wat het begrip inhoudt, maar weet wel dat het een belangrijk concept is, een manier om erbij te horen. Hij vond scheiden al redelijk modern, maar hertrouwen was weer een heel ander niveau van moderniteit.

    Ook in het verhaal ‘Witte nacht’ blijkt het ‘modern zijn’ moeilijkheden met zich mee te brengen. Een hoogleraar aan de universiteit komt in de problemen, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van de revolutie, en wordt in een klein zeilbootje naar het platteland overgebracht. In het dorp waar hij aankomt, is geen school. Hij maakt het tot zijn missie de oude dorpsschool nieuw leven in te blazen en de kinderen daar onderwijs te geven. Dit wordt hem, maar vooral zijn zoon, niet in dank afgenomen. Vooral de kinderen zijn het niet eens met de bouw van de school: Hoe durft hij het in zijn hoofd te halen ons te verplichten naar school te gaan? In dit verhaal wordt het onderscheid voelbaar gemaakt tussen geletterdheid en ongeletterdheid, het leven op het platteland en in stad, en tussen een moderne en ouderwetse manier van leven.

    Bi Feiyu, de schrijver van het boek, wordt in China hoog aangeschreven. Hij heeft tweemaal de prestigieuze Lu Xun Literaire Prijs gewonnen, in 2010 heeft hij de Man Asian Literary Prize gewonnen en sinds 2011 is hij ook in het bezit van de Mao Dun Prize. Hij begon vooral met het schrijven van korte verhalen en novellen. Deze werden vaak goed ontvangen en veel bekroond, maar hij brak pas echt door in 2000 met zijn novelle Maanopera. Zijn volgende succes was Drie zussen (2003) dat eigenlijk bestaat uit een drieluik van novellen. Krekel krekel is een bevestiging van Feiyus voorliefde voor korte verhalen. Bi Feiyu doet echter meer dan korte verhalen schrijven: hij heeft het scenario geschreven voor de film Shanghai Triad, hij is journalist geweest voor de Nanjing Daily en ook het schrijven van poëzie is hem niet vreemd.

    Ook al ligt de Culturele Revolutie ten grondslag aan de verhalen in Krekel krekel, het is slechts een gegeven dat zich op de achtergrond afspeelt. Het gaat in de verhalen toch vooral om de persoonlijke angsten, gebreken en wensen van de personages. De thema’s die in het boek spelen staan dicht bij het echte leven, maar toch is het boek geen representatie van de werkelijkheid. De personages zijn vaak vaag in hun manier van doen, de gesprekken lichtelijk absurdistisch en de scènes komen daardoor soms een beetje karikaturaal over. Hierdoor weten de verhalen niet echt te raken. Het is duidelijk dat de personages zich niet op hun plek voelen, maar je voelt als lezer niet echt met ze mee. Bi Feiyu gebruikt veel gezegdes, maar die komen niet sterk over. Het kan zijn dat een deel van de kracht zoek raakt in de vertaling, maar ook dit draagt ertoe bij dat het boek soms een beetje geforceerd overkomt.
    Het bevat dan misschien niet alle elementen om er een fantastisch boek van te maken, maar er zijn zeker mooie passage te vinden, kleine wijsheden en confronterende ideeën, die het boek alsnog de moeite waard maken om te lezen. Daarbij werkt de structuur van het boek ook mee aan de snelle leesbaarheid.

     

    Krekel krekel

    Auteur: Bi Feiyu
    Verschenen bij: Uitgeverij De Geus
    Aantal pagina’s: 224
    Prijs:  19,95

  • Niemand in Knockemstiff wil daar zijn

    Niemand in Knockemstiff wil daar zijn

    Denk je de meest naargeestige, zielloze plek in en je bent in Knockemstiff. Knockemstiff is een plaats in de Amerikaanse staat Ohio. Het stadje zou zijn naam hebben overgehouden aan een ruzie tussen twee vrouwen over dezelfde man. De een was zijn vrouw, de ander zijn vriendin. De predikant hoorde een van beide vrouwen zweren dat ze de ander ‘stijf zou slaan’ en zo zou het stadje zijn charmante naam hebben gekregen.

    Het boek geeft in achttien verhalen een sfeerportret van het stadje. Al is er daar weinig sfeer te vinden. Het ene verhaal is nog zwarter dan het andere. In elk verhaal komen er weer andere ‘rednecks‘ voor die moorden, vechten en incest plegen. Niemand is er echt gelukkig en niemand gunt elkaar geluk. De dagen zijn er lang, helemaal voor degene die zonder baan zitten, en worden draaglijk gemaakt door een goede hoeveelheid alcohol en drugs.

    Het boek begint bij het verhaal van Bobby. ‘Toen ik zeven was, leerde mijn vader me op een augustusavond in de Torch Drive-in hoe je een man aan gort moet slaan.’ De vader van Bobby is zwaar aan de drank, zoals iedereen in het boek, en is er ook niet vies van zijn vrouw een corrigerend pak slaag te verkopen. Hij vindt Bobby maar een watje en zal hem die avond leren hoe hij voor zichzelf op moet komen. De ongelukkige man die die avond de vader van Bobby treft, komt er niet goed vanaf. Terwijl de sirenes van de ambulance in de verte al klinken, zit Bobby met zijn ouders alweer in de auto terug om er zo snel mogelijk vandoor te gaan.

    De hoofdstukken van het boek zijn op zichzelf staande verhalen. Hier en daar kom je dezelfde naam tegen van iemand die ook in het stadje woont, waardoor je weer weet dat al die nare verhalen zich op dezelfde nare plek afspelen. Het laatste verhaal in het boek gaat ook weer over Bobby. Zijn ‘stoere’ vader is inmiddels een oude, zieke man, maar het gevecht tussen de twee is nog steeds niet afgelopen. Bobby is op dit punt al vijf maanden nuchter, maar wanneer hij zijn ouderlijk huis betreedt, krijgt hij spontaan zin in een borrel. Ondanks alles vindt hij het toch jammer dat hij zijn vader nooit echt zal leren kennen voor hij zal overlijden.

    Knockemstiff is erg knap geschreven. Een hoofdstuk is maar tussen de tien en twintig pagina’s lang, maar na de eerste bladzijde zit je al vol in het verhaal. De algemene sfeer in de verhalen blijft hetzelfde, maar voor het ene personage voel je sympathie terwijl je van de volgende hoofdpersoon alleen maar kan walgen. Elk verhaal heeft iets triest en er is een totaal gebrek aan hoop in het boek, maar je blijft de pagina’s gretig omslaan. Misschien door het besef dat dit echt de werkelijkheid is in sommige plaatsen en door het ongeloof dat dit echt iemands verhaal kan zijn. Elk hoofdstuk heeft een open einde, wat je even de illusie geeft dat het verhaal voor deze persoon nog een positieve wending kan nemen, maar tegelijkertijd weet je dat dit niet zo zal zijn.

    . ‘Ik droom er ’s nachts van, opnieuw beginnen.’ ‘Ik was hier opgegroeid, maar ik had me er nooit thuis gevoeld.’ Iedereen droomt ervan in de auto te stappen, weg te rijden en nooit meer aan Knockemstiff te hoeven denken. Sommige krijgen deze kans en andere durven de mogelijkheid niet eens te overwegen. Maar of je je nu bij de eerste of de tweede groep kan scharen, maakt niet uit. Uiteindelijk durft niemand uit Knockemstiff te vertrekken. Niemand durft zich in het onbekende te storten en dus eindigt het verhaal voor iedereen hetzelfde: ‘Het deed er niet toe hoeveel kilometer we per dag aflegden, we eindigden ’s avonds altijd weer in de vallei…’

    Donald Ray Pollock werd in 1954 geboren in Knockemstiff en heeft daar tot zijn vijftigste in de Mead Paper Mill gewerkt. Na zijn werk in de papierfabriek heeft hij zich aan de Ohio State University ingeschreven voor een cursus Engels. Zijn eerste roman, The Devil All the Time, werd heel goed ontvangen en met verschillende prijzen bekroond. Ook Knockemstiff  kreeg positieve reacties. Het boek heeft de PEN/Robert W. Bingham Prize ontvangen en ook de Devil’s Kitchen Award gewonnen. Is Donald Ray Pollock dan de eerste in het verhaal die zich wel uit Knockemstiff heeft kunnen redden?

    Knockemstiff
    Roman in achttien verhalen

    Auteur: Donald Ray Pollock
    Vertaald door: Charles Bors, Mon Faber, Jona Hoek en Stefanie Liebreks
    Aantal pagina’s: 224
    Prijs: € 18,95

  • Een leven mooi verwoord

    Een leven mooi verwoord

    De moeder van Adriaan van Dis, Marie, loopt tegen de honderd en woont in een rusthuis. Ze loopt steeds moeilijker en heeft een vleesboom in haar maag, die ze altijd bedekt met een kussen. Haar aftakeling gaat gepaard met het verval van haar woning. Een oude vrouw in een oude woning. Ze wil niet meer. Doorleven klinkt haar als een doodvonnis in de oren. Toch houdt ze vol. Ze wil haar verhalen nog kwijt: ‘Een dode moet licht reizen’. Ze is er nu klaar voor om na jaren zwijgen haar lange geschiedenis te vertellen: over Indië, de oorlogen die ze heeft meegemaakt en de grote verliezen die ze heeft geleden. Maar dit alles op haar manier en in haar eigen tempo.

    Adriaan van Dis, die tot dan toe weinig contact met zijn moeder had, komt vanuit Parijs terug naar Nederland. Hij begint haar te bezoeken. Eerst één keer per week,  maar al gauw nemen de bezoekjes in aantal toe. Ook zijn telefoon gaat regelmatig over: zijn moeder die zich weer wat herinnert, een boodschappenlijstje voor hem heeft, of die hem opnieuw vraagt of hij geen pil voor haar kan regelen waardoor het allemaal gauw afgelopen kan zijn. Wanneer zijn moeder verder achteruit gaat, besluit Van Dis in te trekken in een gastenkamer van het rusthuis. In die tijd ziet hij haar elke dag. Samen aan het ontbijt, samen de krant lezen. En alles wat ze vertelt wordt door hem nauwkeurig opgeschreven.

    Ik kom terug is een autobiografisch getinte roman. De grote lijnen komen overeen met de gebeurtenissen in het leven van Adriaans moeder en zijn familie, maar hoeveel precies waar is van wat Marie vertelt, weet je niet. Adriaan zelf weet ook niet hoeveel hij moet geloven van de verhalen van zijn moeder. Dat is ook niet belangrijk. In het boek gaat het om hun verhouding. Uit het verhaal komt een pijnlijke zoektocht naar boven van een zoon die, nog steeds, op zoek is naar de waardering en liefde van zijn moeder. Haar ervaringen en belevenissen hebben haar hard gemaakt. Ze schrikt terug voor een aanraking en wil het niet over persoonlijke gebeurtenissen hebben. Al helemaal niet over haar tijd in het Jappenkamp. Maar nu haar einde voelbaar dichterbij komt, begint ze te praten. Duidelijk wordt dat ze geen warme moeder voor Adriaan is geweest.

    Toch komen er ook verhalen boven waaruit duidelijk wordt dat ze wel een leuke vrouw kon zijn. Met behulp van zijn psychologe (her)ontdekt Adriaan van Dis de leuke kanten van zijn moeder en de grappige verhalen die ermee gepaard gaan. Ondanks het zware onderwerp, is Ik kom terug vanaf het begin humoristisch. Adriaan van Dis schrijft alles op: telefoongesprekken, brieven en de monologen die zijn moeder houdt. Losse herinneringen. Fragmenten uit een bewogen leven. De voorgeschiedenis van de verhalen die ze vertelt is nog onbekend, maar wordt duidelijker naarmate het boek vordert.

    Adriaan van Dis debuteerde in 1983 met Nathan Sid, waarvoor hij in 1984 het Gouden Ezelsoor ontving. In dit boek komen zijn familie en zijn Indische jeugd ook aan bod. Het is duidelijk dat zijn hele familie getekend is door de oorlog. Zijn vader, getraumatiseerd door de oorlog, slaat Adriaan regelmatig. Zijn moeder kijkt op deze momenten de andere kant op. In zijn andere boeken krijgt zijn vader vaak een grote rol toebedeeld, maar in dit boek is de hoofdrol weggelegd voor Marie.

    Ook al vormt de familiegeschiedenis vaak de basis voor zijn boeken, toch vraagt Adriaan van Dis zich in het boek meerdere malen af of hij er goed aan doet om alles op te schrijven. ‘Waarom gunde ik haar niet haar geheimen?’ Hij wil doorvragen, gevoelige onderwerpen aansnijden, maar hij wil haar ook niet kwetsen. Samen stellen ze een contract op: hij zijn verhaal en zij een pil.

    Het is een heel mooi boek geworden. Bij vlagen ontroerend, humoristisch, soms zelfs een beetje plat en dan weer hoogdravend. Terwijl je door het leven van de moeder bladert, begin je de hardheid en afstandelijkheid steeds beter te begrijpen doordat duidelijk wordt waar ze vandaan komt en wat ze heeft doorgemaakt. Het ene moment voel je sympathie voor deze vrouw en het andere moment snap je compleet de frustratie van haar zoon.

     

     

     

  • Gemankeerde lover of geslaagde loser?

    Gemankeerde lover of geslaagde loser?

    Door een van de grote ramen kijkt Wijnand naar binnen bij de kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae. Hij ziet bekenden, vrienden en ook zijn uitgever is aanwezig. Het duurt niet lang voor hij doorheeft dat dit de nieuwjaarsreceptie is van uitgeverij Ypsilon. Zijn uitgeverij. Hij heeft hier kennelijk geen uitnodiging voor ontvangen.

    Wijnand heeft op dit punt in zijn leven al drie romans op zijn naam staan en met elke publicatie loopt het aantal lezers terug. Hij is een man van middelbare leeftijd die zijn baan bij de gemeente heeft opgezegd om zich volledig te geven aan het schrijverschap. En nu voelt hij zich afgeschreven. Eerder al raadde zijn uitgever hem aan eens iets anders te proberen dan boeken over ‘gemankeerde erotische vriendschappen’.

    Dit is echter een onderwerp waar Wijnand zelf ervaringsdeskundige in is. Al vanaf de middelbare school is hij bevriend met Abe. Samen brengen ze hun tijd door met zwemmen, roeien en zeilen. Tijdens hun lange wandelingen, die vaak eindigen bij het Kleine Wasmeer op een omgevallen boom, praten zij over de filosofie. Beiden weten ze dat Wijnand meer voor Abe voelt dan alleen deze platonische vriendschap, maar ondanks de vele gesprekken die ze voeren, blijft dit onbesproken.

    Aan Abe vertelt Wijnand over het gesprek met zijn redacteur en wat dat zou betekenen voor het bijna voltooide Oud-Loosdrecht, waar al anderhalf jaar werk in zit.. Dan komt Abe met het idee voor het boek Een tragedie in de Achterhoek. Het boek is gebaseerd op de relatie tussen Wijnand en zijn partner Erik. Samen met Abe, die fungeert als redacteur, gaat Wijnand de uitdaging aan om te beginnen aan een nieuw boek. De gesprekken tijdens hun lange wandelingen gaan vanaf nu over de vorderingen van het nieuwe boek.

    Toch blijft Oud Loosdrecht door zijn hoofd spoken. Dat is het boek dat hij echt wil schrijven. Het gaat over twee mannen, Abel en Wiland, hun vriendschap, hun filosofische gesprekken en de onderliggende spanningen tussen de twee.

    Het verhaal dat zich in Oud-Loosdrecht langzaam ontvouwt, wordt niet in chronologische volgorde verteld. In het boek zijn drie soorten hoofdstukken te onderscheiden. Er zijn hoofdstukken die gaan over de avond waarop Wijnand erachter komt dat hij niet is uitgenodigd voor de nieuwjaarsreceptie. Na deze  ontdekking blijft Wijnand verslagen op de stoep staan. Hij is die avond door Abe gevraagd voor een spaghettata di mezzanotte, een middernachtelijk spaghettifeest, maar het duurt nog wel even voor het zo ver is. Deze hoofdstukken nemen je mee op een toer door stad, naar de plekken die Wijnand bezoekt en de mensen die hij ontmoet om maar niet naar huis te hoeven.

    Dan zijn er de hoofdstukken die gaan over het moment waarop Wijnand gehoord heeft dat hij niet verder mag met zijn nieuwe boek Oud Loosdrecht ten gunste van een nieuw boek met een nieuw thema. Wijnand gaat een denkbeeldig gesprek aan met twee vrouwen op een terras over zijn roman. Dit denkbeeldige gesprek geeft veel prijs over zijn motieven om het boek te schrijven.

    Tot slot zijn er nog de hoofdstukken die delen moeten voorstellen uit de romans die Wijnand aan het schrijven is. Namelijk Oud-Loosdrecht en Een tragedie in de Achterhoek. Deze hoofdstukken lijken in eerste instantie slechts een voorproefje van die boeken maar ze leveren belangrijke achtergrondinformatie voor de rest van het verhaal. Zo wordt uit deze delen duidelijk waarom Erik, de vriend van Wijnand, zijn koffers heeft gepakt en richting India is vertrokken. Ook krijg  je een beter inzicht in de relatie tussen Abe en Wijnand. (En daardoor over het boek wat je nu echt aan het lezen bent).

    Het boek zit knap in elkaar. Sipko Melissen roept eerst vragen op die zichzelf later beantwoorden. De eerste keer dat in het boek de titel Oud-Loosdrecht wordt genoemd, vraag je je natuurlijk meteen af hoe dat boek zich verhoudt tot het gelijknamige boek dat je nu aan het lezen bent. Gaat het hier om hetzelfde boek? En is het verhaal dat verteld wordt in Een tragedie in de Achterhoek ook wat er echt gebeurd is tussen Wijnand en Erik?

    Hoewel het boek vragen oproept en daardoor uitnodigt om verder te lezen, verliest het verhaal aan het einde zijn aantrekkingskracht. De vele filosofische verwijzingen worden er een beetje te veel en het gebrek aan ontwikkeling in het hoofdverhaal zorgt voor een minder boeiend stuk in het boek. Ook het einde van het boek is niet de apotheose die je zou verwachten. Na flink wat drank komt het op de spaghetta di mezzanotte eindelijk tot een confrontatie tussen Wijnand en Abe. Na al die jaren spreken/ruzieën ze eindelijk over hun onderlinge relatie, maar deze woordenwisseling is minimaal. Nog voor het laatste woord gezegd is, lijken de twee alweer op dezelfde voet weer verder te gaan. ‘Als een pantomimespeler had ik loopbewegingen gemaakt zonder een stap vooruit te komen.’ Zo voelt het verloop van het boek ook.

    Al met al is het zeker een mooi boek. Ondanks het plot, dat hier en daar een beetje dunnetjes is, maakt de opbouw en het filosofische karakter van het boek veel goed.

     

  • Leestips voor de decembermaand – Mandy Kraakman

    East of Eden – John Steinbeck
    Dit in 1952 gepubliceerd boek, is zeker geen nieuwkomer, maar met zijn gedetailleerde omschrijvingen, boeiende personages en (nog steeds) actuele thema’s, blijft East of Eden ook dit jaar weer een aanrader. De roman gaat over de families Trask en Hamilton. De aparte verhalen van de families komen elkaar later in het boek tegen in de Salinas Valley.

     

     

    index Gisèle – Susan Smit
    Een mooie, op ware feiten gebaseerde historische roman. Het is een boek over de oorlog, maar nog belangrijker een boek over hoe kunst en liefde in de oorlog ontstaan en blijven voortbestaan. Een hoofdpersonage in het boek is dichter Adriaan Roland Holst. De rollen van de twee andere hoofdpersonages zijn toebedeeld aan twee belangrijke vrouwen in zijn leven: glazenierster Gisèle en actrice Mies Peters. In het boek wordt er per hoofdstuk gewisseld van perspectief.

    indexDe geur van vrijheid – Giuseppe Catozzella
    Een prachtig boek over de trieste realiteit van mensen in een oorloggebied. Het gaat over de jonge Samia die als droom heeft op een dag de Olympische Spelen te winnen. Maar haar omgeving en de omstandigheden waarin ze verkeert, zorgen voor de nodige obstakels. Ze voelt zich gedwongen te vluchten uit het land waar ze is opgegroeid om haar geluk te zoeken in Europa. Maar voor ze de oversteek van Somalië naar Europa kan maken, staan haar nog de nodige moeilijkheden te wachten.

    Mandy Kraakman