• Hoe feiten een verhaal vertellen

    Hoe feiten een verhaal vertellen

    Voor wie van cijfers houdt is het genieten van Rembrandts plan. De ware geschiedenis van zijn faillissement, het nieuwe boek van Machiel Bosman. En hetzelfde geldt voor degenen die liefde voor feiten koesteren. Volgens eerdere historische studies zou Rembrandt een onaangenaam mens zijn geweest die door een verkwistende levensstijl failliet ging. Nou, zo zit het niet, betoogt Bosman. Rembrandt heeft zijn faillissement zelf in gang gezet, en dat had een bedoeling. Historicus Machiel Bosman had zich voorgenomen een boek te schrijven over Rembrandts leven en werk. Tijdens zijn onderzoek stuitte hij echter op feiten die niet overeenkwamen met hoe Rembrandt in de literatuur door veel historici was afgeschilderd: als een sjoemelaar, egoïstisch en onbetrouwbaar. De conclusies, meldt Bosman, zijn vaak dat het zo kan, moet, zal gegaan zijn en ook wordt nogal eens gesuggereerd dat er een rechte lijn loopt van Rembrandts aankoop van een huis naar zijn faillissement. Bewijzen ontbreken.

    Luchtkasteel en fact-checking

    Bosman haalt het allemaal onderuit. Hij neemt beweringen van zijn voorgangers op de korrel en komt tot andere verklaringen. Uit de gegevens die hij in de archieven tegenkwam bleek dat Rembrandts faillissement heel anders in elkaar stak dan over het algemeen wordt aangenomen. Daardoor ontstaat vanzelf een ander beeld van zijn karakter. Bosman schrijft: ‘Maar zo werkt het soms in de geschiedschrijving: de een bouwt voort op het werk van de ander, en samen bouwt men een luchtkasteel.’ Hij vond dat er een apart boek over het faillissement moest komen en dook verder in de bronnen.

    Op de eerste pagina’s zet de auteur al snel uiteen waar het hem om te doen is: bewijzen dat Rembrandt met zijn faillissement een plan had. Daarmee roept hij vragen op die de lezer prikkelen tot doorlezen in de hoop dat ze verderop in het boek worden beantwoord. En dat gebeurt in het tweede deel ook, tot in alle details en met een verantwoording van ruim zestig pagina’s aan noten. Ondanks de vele jaartallen, cijfers en beschrijvingen die soms doen duizelen, ontbreekt het in het boek niet aan spanning. Steeds komt er een stukje van de legpuzzel bij. En hoewel geen enkele bron Bosmans vermoeden letterlijk bevestigt, maakt zijn fact-checking het idee van een vooropgezet plan zo aannemelijk dat er eigenlijk geen ruimte overblijft voor een andere interpretatie.

    Schuld aan Titus

    Rembrandt heeft zelf op zijn faillissement aangestuurd, een plan dat was ingegeven door zorg voor zijn geliefde Hendrickje Stoffels en hun dochtertje Cornelia. Hij kon niet met Hendrickje trouwen omdat er een wet in de weg stond die bepaalde dat hij dan eerst een schuld aan zijn zoon Titus moest vereffenen, en dat kon hij niet. Deze schuld was voortgekomen uit het testament van Rembrandts overleden vrouw Saskia van Uylenburgh waarin Titus de helft van de gemeenschappelijke boedel erfde, maar ‘Rembrandt mag in de onverdeelde boedel blijven zitten, en ook het vruchtgebruik is aan hem’. Maar als hij wilde trouwen, moest hij eerst de schuld aan zijn zoon voldoen.

    Dat Rembrandt een inventarislijst maakt van 40 duizend gulden die later, als het faillissement speelt, door de Hoge Raad gecorrigeerd wordt naar ‘minstens 22 duizend’, is onderdeel van het plan. Het was ‘een boekhoudkundige truc, wat overigens niet noodzakelijk een diskwalificatie is’ betoogt Bosman. Uiteindelijk heeft het plan niet gewerkt; Rembrandt is nooit vrij van schulden verklaard.

    Faillissement en alternatieve scenario’s

    Waarom Rembrandts financiën er op bepaald moment slecht voor stonden valt niet te achterhalen, zijn boekhouding is niet bewaard gebleven. Toch waren het niet de crediteuren die een faillissement wensten, blijkt uit de gegevens. Schulden op zich waren niet uitzonderlijk. ‘Schulden waren in de Gouden Eeuw het smeermiddel van de economie. De Hollanders leefden op krediet:’ legt de auteur uit, ‘de bakker en de kruidenier werden eens per jaar voldaan. Cash was schaars en omslachtig, […]’. Ook schenkt hij in verband met Rembrandts werk aandacht aan de economische situatie en de kunstmarkt tegen de achtergrond van de toenmalige Engelse zeeoorlogen.

    Bosman wijdt eveneens een hoofdstuk aan Geertje Dircx, de vrouw met wie hij eerder een relatie had, waarin hij laat zien dat Rembrandt niet zonder meer verantwoordelijk kan worden gehouden voor haar opsluiting in het spinhuis. Want ook dat is de mening die doorgaans opgeld doet. Bosman ontvouwt een interessante theorie die hij besluit met: ‘Ik weet het niet, ik geef het voor beter. Mijn doel was slechts om te laten zien dat er alternatieve scenario’s denkbaar zijn – scenario’s die een ander licht werpen op Rembrandts betrokkenheid bij de affaire-Geertje Dircx dan de zwarte interpretatie die momenteel de beeldvorming domineert.’

    De duivel zit in de details

    Het is een ingewikkeld verhaal dat door Bosman als een ware speurder met volharding is uitgeplozen en opgetekend. ‘De duivel zit in de details’ vermeldt hij en dat is wat het verhaal spannend maakt.

    Rembrandts plan laat zich lezen als een detective. Maar dat hele weefsel van details en feitjes die allemaal met elkaar verbonden zijn, vergt wel wat van de lezer om het te doorgronden. Pagina na pagina gaat het naar de afsluiting toe, totdat eindelijk duidelijk wordt hoe het gehele Rembrandtverhaal in elkaar zit – kan zitten. Of het inderdaad zo is en Bosman gelijk heeft met Rembrandt een plan toe te kennen, zullen we nooit te weten komen – zoals hij zelf ook aangeeft. Maar dat het beeld van Rembrandt veel ‘napraterij’ behelst en alleen al om die reden bijstelling behoeft moge duidelijk zijn.

     

  • Hoe Prins Willem III van Oranje de Engelse kroon ‘veroverde’

    Hoe Prins Willem III van Oranje de Engelse kroon ‘veroverde’

    Machiel Bosman schrijft over een onderbelichte periode in de geschiedenis van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Vanaf het voorjaar van 1688 is Prins Willem III van Oranje in het diepste geheim voorbereidingen aan het treffen voor een invasie van Engeland. In zijn boek De Roofkoning vertelt Bosman over het hoe en het waarom.

    1685: Koningswissel in Engeland
    Onderstaand citaat illustreert hoe nauw de koningshuizen in de zeventiende eeuw met elkaar zijn verbonden:

    ‘De Engelse koning Charles II is een neef van de Franse koning Louis XIV, die een neef is van de Spaanse koning Carlos II, die een neef is van de Duitse keizer Leopold I. En hetzelfde rijtje nogmaals: de zus van Charles II is getrouwd met de broer van Louis XIV, die getrouwd is met de zus van Carlos II, een zwager van Leopold I. Dan zijn er spelers van het tweede plan, van wie prins Willem III van Oranje de voornaamste is. Wanneer hij ten strijde trekt tegen de Franse koning, gaat het om zijn achterneef. Wanneer hij de wapens opneemt tegen de Engelse koning, gaat het om zijn oom. Dat die laatste zijn schoonvader is, maakt de zaak saillant; dat is dichterbij dan gebruikelijk.’

    Willem III van Oranje groeit uit van een speler van het tweede plan tot een van de hoofdrolspelers op het Europese podium. Zijn tegenstrever: de Engelse koning James II,  ‘zijn oom en schoonvader, de broer van zijn moeder en de vader van zijn vrouw.’ Dwars door de familiebanden heen loopt de tegenstelling katholiek – protestant: James II tegenover Willem III en zijn vrouw Mary Stuart.

    De protestantse Engelse koning Charles II heeft geen wettige kinderen. Er is geen troonopvolger in de directe lijn als hij onverwachts overlijdt in 1685. Zijn broer James II, die zich rond 1660 bekeerde tot het katholicisme, volgt hem op: ‘voor het eerst in ruim een eeuw […] wordt in Engeland een katholieke monarch gekroond.’ De nieuwe koning omringt zich met katholieke raadgevers en hij stelt katholieken aan in militaire functies. Hiervoor verleent hij hen ontheffing van de Test Act, de wet die erin voorziet dat publieke functies alleen openstaan voor belijders van de staatsgodsdienst.

    Het overwegend protestantse Engeland verdenkt de nieuwe koning ervan dat hij de roomse kerk tot staatskerk wil maken. Zijn protestantse oudste dochter uit een eerder huwelijk, prinses Mary Stuart, geldt als de troonopvolgster. Maar dan raakt James’ tweede echtgenote Maria van Modena, na vijf kinderloze jaren, zwanger. Als het een meisje wordt, dan blijft Mary de rechtmatige troonopvolgster. Een jongetje krijgt de eerste rechten op de troon.

    1688: Bevalling van de eeuw
    Machiel Bosman begint zijn boek op deze manier: ‘Daar ligt de koningin in bed, benen gespreid. Daar staan de hofdames, de dokters en de groten van het land. Mogen de gordijnen dicht, smeekt de koningin haar man – de gordijnen van het hemelbed. Maar nee, geen sprake van, dit is een zaak van landsbelang: de meest omstreden bevalling van de eeuw.’

    In juni 1688 wordt een jongetje geboren, James Francis Edward. Met de geboorte van de jongen dreigt een katholieke dynastie. 1688 is het jaar van oplopende spanningen tussen katholieken en protestanten. En het jaar waarin Prins Willem III van Oranje zijn vloot opbouwt. Het is de vraag wanneer de prins in actie komt. Hij kiest er lang voor zich afzijdig te houden van de Engelse binnenlandse politiek. Het is een politiek van ‘nagelbijten’ en ‘tandenknarsen’. Uiteindelijk zal hij, in het najaar, met gunstige ‘protestantse wind’ de overtocht wagen. Met steun van vooraanstaande protestanten lukt het de prins de koning te verdrijven: ‘Vraag niet hoe, maar de prins heeft de koning met een vrijwel geweldloze campagne op de knieën gedwongen.’ De Declaratie behelsende de redenen die hem bewegen met de wapenen in het Koninkrijk van Engeland over te gaen is een knap staaltje propaganda. De prins benadrukt dat niet de koning, maar zijn adviseurs fouten hebben gemaakt. Over James Francis Edward schrijft hij dat ‘niet alleen wij, maar alle eerlijke onderdanen van deze koninkrijken, sterke vermoedens koesteren dat de zogenaamde prins van Wales niet werkelijk het kind is van de koningin.’

    Roofkoning of bevrijder?
    Bosman betoogt dat Engelse historici eeuwenlang hebben geprobeerd de invasie van prins Willem III uit de geschiedenis weg te poetsen als een smet op hun verleden: ‘Ze hebben een buitenlandse invasie getransformeerd in een Glorious Revolution van Engelse makelij en de Nederlandse inbreng geminimaliseerd. De afgelopen decennia is ter compensatie daarvan wel gesuggereerd dat de Republiek Engeland zo ongeveer heeft veroverd, maar dat is ook een interpretatie die niet overtuigt.’ Volgens Bosman gaat het om een ‘onttroning’ en niet om een ‘verovering’; ‘dat zijn twee wezenlijk verschillende zaken.’

    Eerder schreef hij een artikel Hoe Willem III Engeland ‘bevrijdde’ (Historisch Nieuwsblad 3/2013). Een citaat daaruit: ‘Dankzij uitgekiende propaganda weet Willem de verovering te verkopen als een bevrijding.’ Wellicht heeft Bosman met de titel Roofkoning willen aansluiten op recentere historische studies waarin Nederland wordt getypeerd als een roofstaat. Denk bijvoorbeeld aan het boek van Ewald Vanvugt Roofstaat – Wat iedere Nederlander moet weten. Vanvugt ontleende zijn titel aan Max Havelaar (1860) van Multatuli: ‘er ligt een roofstaat aan de zee, tusschen Oostfriesland en de Schelde!’

    Bosman typeert de prins als een man die niet onderschat mag worden: ‘Hij mag dan geen koning zijn maar vergis je niet. Zijn wil is uit beton gegoten. Dwing hem op de knieën en hij staat gewoon weer op. Hij blijft loeren op zijn kans, als een roofdier op zijn  prooi – om dan ineens, ratsj, toe te slaan. […] De prins is een staatsman, legerleider en diplomaat tegelijk. Meer een politicus dan een vorst.’

    Bosmans conclusie uit de epiloog: ‘Iedere suggestie dat de prins een kroon heeft geroofd ligt buiten de werkelijkheid. De Engelsen hebben het zelf gedaan.’

    Verhalen vertellen
    Op zijn website schrijft Bosman: ‘Mijn benadering van geschiedenis is tamelijk ouderwets. Ik wil verhalen vertellen: van koningen en prinsen, van dienstmeiden en knechten, van liefde, trouw, dood en verraad – in een veranderende wereld van vooruitgang en verval.’

    De Roofkoning is zo’n verhaal over koningen en prinsen. Bosman heeft gebroken met de gewoonte om naar historische vorsten met hun voornaam te verwijzen. ‘Koningen zijn koningen, prinsen zijn prinsen en pausen zijn pausen.’ Hij wil recht doen aan hun positie en de afstand creëren die destijds een gegeven was.

    Het creëren van afstand en de lezer meenemen in een spannend historisch verhaal blijkt een lastige combinatie. Als Bosman schrijft over ‘de koning’ is vaak niet duidelijk over welke koning het gaat. De verwarring wordt vergroot door meerdere sprongen in de tijd. Bosman begint met de geboorte van het koningskind. In een later hoofdstuk moet dat nog geboren worden. Dan is het opeens twintig jaar eerder, nóg twintig jaar eerder,  daarna twee jaar later. Van 1688 naar 1660, het jaar waarin de hertog van York zich bekeert tot het katholicisme. Verder terug in de tijd, naar 1647: de hertog van York vlucht op vijftienjarige leeftijd naar Zeeland. En dan is het weer twee jaar later: ‘In 1649 rolt de kop van de koning over het schavot’. Welke koning is dat? De lezer stapt duizelig uit de draaimolen van de tijd.

    Enthousiasme
    Bosman citeert altijd op basis van een of meerdere bronnen. Hij maakt hierbij weloverwogen keuzes.: ‘Citaten heb ik naar mijn hand gezet zonder de strekking ervan geweld aan te doen, en voorzover mogelijk naar de bron herleid.’ Dat werkt goed in dit boek, al zijn er ook enkele hoofdstukken die voor de voortgang van het verhaal minder relevant zijn. Bijvoorbeeld de anekdotes over de ouders van James II.

    Bosman is een prima verhalenverteller. De geschiedenis van Willem III en James II heeft hij op een boeiende manier verbeeld. Wat vooral naar voren komt uit het boek is dat Willem III een meester was in het manipuleren van de publieke opinie in Engeland en in Nederland. Daarvoor gebruikte hij pamfletten, declaraties en schotschriften.

    De Roofkoning heeft enkele tekortkomingen, maar Bosmans enthousiasme maakt veel goed.

    Machiel Bosman (1972) studeerde Engels, psychologie en geschiedenis. Hij promoveerde in 2006. Zijn proefschrift is in boekvorm verschenen: Het weeshuis van Culemborg 1560-1952. Voor zijn tweede boek, Elisabeth de Flines, werd hij in 2008 genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs en de AKO Literatuurprijs.

     

  • Oogst week 16

    De roofkoning

    Op zijn eigen website schrijft auteur Machiel Bosman over De Roofkoning:

    ‘Dit is het boek dat ik altijd heb willen schrijven. In 1688 trekt de Nederlandse prins Willem III van Oranje met een immense legermacht naar Engeland en zet zijn eigen schoonvader af. Hij legt de basis voor twee eeuwen Britse mondiale dominantie. Hier wordt wereldgeschiedenis geschreven.
    En toch wordt zijn missie in de Nederlandse geschiedschrijving meestal als een voetnoot afgedaan. Hoe kan dat? Hoe kan het dat de grootste staatsman die Nederland heeft voortgebracht zo weinig erkenning heeft gekregen in eigen land?
    In dit boek staat de invasie van Engeland door prins Willem III centraal. Het is de laatste van de grote Engelse koningsdrama’s. Als Shakespeare een eeuw later had geleefd, had die er wel raad mee geweten.’

    En:
    ‘Mijn benadering van geschiedenis is tamelijk ouderwets. Ik wil verhalen vertellen: van koningen en prinsen, van dienstmeiden en knechten, van liefde, trouw, dood en verraad – in een veranderende wereld van vooruitgang en verval.’

    Wie wordt hier nou niet nieuwsgierig van?

    De roofkoning
    Auteur: Machiel Bosman
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum

    Mijn vaders dromen

    De schrijver Ewald Flisar (1945) heeft de halve wereld overgereisd. In veel van zijn verhalen, gedichten en romans is daarvan de weerslag te vinden.

    Mijn vaders dromen is de eerste roman die van hem in Nederland verschijnt. In Slovenië is hij een van de meest gelezen en gelauwerde schrijvers van het land.
    Mijn vaders dromen gaat over de verhouding tussen de 14-jarige Adam en zijn vader. Adam is een eenzame jongen die, behalve zijn doodgeboren broertje, niemand heeft om mee te praten. Meer en meer gaat hij op in zijn levendige dagdromen – maar zijn het wel dromen, zoals zijn vader, een gerespecteerde dorpsdokter, hem blijft verzekeren? En waar zijn de grenzen tussen de werkelijkheid en zijn dromen?

    Mijn vaders dromen
    Auteur: Evald Flisar
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Nummer 11

    Een van de grootste hedendaagse Engelse schrijvers, Jonathan Coe is komend weekend te gast op het International Literature Festival Utrecht (22 en 23 april). Coe, vooral bekend van zijn politieke en satirische roman What A Carve Up! (Het moordend testament) uit 1994, wordt op zaterdag 23 april geïnterviewd door Hans Bouman.

    Het moordend testament was een felle aanklacht tegen het ‘Thatcherisme’ waarin de vrije markt ideologie voor alles gaat. Een aantal personages daaruit komt terug in Nummer 11 (inderdaad zijn 11e roman), dat weer een humorvolle en satirische roman schijnt te zijn waarin de afstand tussen de elite en het gewone volk groter is dan ooit.

    De Bezige Bij: ‘Dit is een roman waarin Jonathan Coe doet waar hij zo goed in is: ons laten zien hoe we leven.’

     

    Nummer 11
    Auteur: Jonathan Coe
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij