• Is het echt goed zo?

    Is het echt goed zo?

    Dat Maarten Moll een moeizame relatie had met zijn vader bleek eerder al uit zijn vorig werk. De journalist en columnist van Het Parool debuteerde in 2011 met de dichtbundel Lichaam waarin het vooral gaat over de onbereikbare vader. Ook in zijn debuutroman Oberhausen (2016) stond de moelijke relatie tussen vader en zoon centraal. In de nieuwe roman De man op de foto, of zoals de ondertitel zegt Memoir over een afscheid,  staat de auteur stil bij de laatste weken en de dood van zijn vader die in 2022 overleed.

    Antwoorden
    Uitgangspunt van het boek is een foto waarin Molls vader in een zwembad staat, tot boven zijn knieën, starend naar een punt in de verte. Vermoedelijk dateert de foto uit 1980 en is hij genomen ergens op een camping in Luxemburg. Maarten Moll kan maar niet loskomen van de foto en vraagt zich af wie de man op de foto werkelijk was. In de soms ontroerende, maar vaak ook geestige zoektocht die het boek is, slaagt de auteur er niet in een eenduidig antwoord te vinden op die vraag. Moll gaat ook zijn eigen verantwoordelijkheid in de moeilijke relatie niet uit de weg. Het feit dat hij niet close was met zijn vader, daaraan kan hij ook zelf schuld hebben. Wie heeft wie verwaarloosd, lijkt een vraag te zijn die hij zich vaak stelt. In het werk verwijst hij ook naar zijn twee vorige literaire werken waarin hij op zoek ging naar zijn vader en die hem evenmin dichterbij brachten. Als hij hoort dat het leven van vader op zijn einde loopt, probeert de auteur toch nog het ultieme gesprek aan te gaan. Hij tracht antwoorden te krijgen op grote levensvragen, maar de dialogen eindigen steevast met ontwijkende antwoorden of faits divers over de tuin of vogels. De echte gesprekken worden uit de weg gegaan en de ware gevoelens blijven achterwege. Zelfs een laatste gesprek op het doodsbed dat Moll stiekem opneemt met zijn smartphone, levert niets veelzeggends op. De auteur heeft er zelf ook geen sterke gevoelens bij. Als zijn vader uiteindelijk sterft, heeft hij er vrede mee. De dood van zijn kat Puk, toen hij twaalf was, deed hem meer verdriet.

    Afscheid
    Maarten Moll schrijft direct en vlot. Hij weet de juiste woorden te vinden en wordt nergens pathetisch. Hij worstelt met de manier waarop hij zijn werk moet presenteren. Stukken uit het boek verschenen eerder als columns in Het Parool. Daarin merk je ook de taalvirtuositeit van de auteur. Door ze samen te brengen in een boek was hij ook verplicht er een rode draad in aan te brengen. Daarin is hij zeker geslaagd, maar af en toe stoort de herhaling wel. Hij probeert de zaken af te wisselen met wat hij Illusoire conversaties noemt met zijn vriend H. Wellicht zijn dit elementen uit echt gebeurde conversaties die hij had met verschillende vrienden naar aanleiding van de nakende dood van zijn vader. Daarin gaat het vaak over het feit of het geen goed idee zou zijn om fictie van zijn vader te maken. In zijn zoektocht naar de ware vader stootte hij immers op weinig verrassingen of uitspattingen. Vader was een grijze muis die postzegels verzamelde, fotografeerde en in de tuin werkte. Iets spectaculairs zou hem mooier, groter maken. Maar dan komt Moll ook tot het besef dat je de werkelijkheid nooit helemaal kunt vatten, dus ook zijn relaas is een verdraaiing van de werkelijkheid. De onkenbaarheid staat duidelijk centraal en bij het afscheid van zijn vader legt Moll daar zich ook bij neer. Zonder grote emoties, mijmerend over het voorbije en afgelopen leven. Zelfs het opruimen van de spullen van zijn vader maakt weinig bij hem los. Ook zijn moeder lijkt het afscheid goed te kunnen verteren en dat stelt hem enigszins gerust.

    Er zijn al heel wat afscheidsromans verschenen in de Nederlandse literatuur. Denken we maar aan Sprakeloos van Tom Lanoye of Gestameld Liedboek van Erwin Mortier, waarin ze afscheid nemen van hun moeder. Denken we maar aan Tonio van A.F.Th. of aan Schaduwkind van P.F. Thomèse die aan de hand van een roman de dood van hun kind trachten te verwerken. Er zijn echter weinig auteurs die zoveel aandacht schenken aan de relatie met en dood van hun vader als Maarten Moll. En hoewel hij zegt er vrede mee te hebben, laat het feit dat hij al zijn derde werk wijdt aan de relatie met zijn vader, toch het tegendeel vermoeden. De man op de foto is een zoektocht naar het waarom van de afstandelijkheid tussen vader en zoon, weliswaar zonder antwoorden te vinden, maar wat wellicht een belangrijk aandeel vormt in een rouwverwerkingsproces.

     

  • Vader geëerd met een boek

    Vader geëerd met een boek

    Geven ontelbare feiten uit iemands leven een helder beeld van die persoon. En is dat eigenlijk wel wat de schrijver wil. Gaat dit boek over de vader, of vooral over de zoon. De lezer die denkt in Oberhausen de vader van Martin Müller, of van de schrijver Maarten Moll te leren kennen, komt bedrogen uit. Het is onmogelijk de vader een onweerlegbare persoonlijkheid toe te kennen. Vader Hermann Müller heeft zijn zoon Martin gevraagd zijn biografie te schrijven. Hij is echter niet bereid vragen te beantwoorden en over zijn leven te vertellen, zijn zoon moet zelf maar nadenken en opschrijven wat hij weet. Jarenlang stelt Martin dat uit of doet slechts halfslachtige pogingen om zijn vader op papier te krijgen. Pas als vader en zoon in Helsinki zijn, de vader voor een naderende auto stapt en daarna in het ziekenhuis in coma ligt, begint zijn zoon op te schrijven wat hij van Hermann weet.

    Oppervlakkige relatie
    En dat zijn feitjes, heel veel feitjes. ‘Ik was helemaal niet in mijn vader geïnteresseerd’, verontschuldigt hij zich in het begin omdat hij nauwelijks invulling kan geven aan wat hij van zijn vader weet. Zo neemt hij het zichzelf bijna kwalijk dat hij niet weet wat Hermann tussen zijn tweeëntwintigste en drieëntwintigste levensjaar heeft gedaan, een vergaande vermeende omissie. Ondanks de wekelijkse bezoeken aan zijn vader na de dood van zijn moeder en de vele films die ze op die avonden samen keken, ondanks de reisjes die ze jaarlijks maakten en het frequente telefonische contact, is de relatie aan de oppervlakte gebleven. Martin weet weinig van zijn vader te duiden.

    Vermoeiende vermeldingen
    Net als in zijn dichtbundel Lichaam (2012) met hetzelfde vader-zoon thema, mengt Moll feit met fictie, met de nadruk op fictie, vertelt hij in een interview. Zijn vader leeft nog en ligt niet in coma. Ergens schrijft hij in Oberhausen: ‘Omdat ik dat had verzonnen.’ Door de talloze – al of niet reële – feiten gaat het je al snel duizelen. Iemand is niet aangereden door een vrachtwagen, maar ‘aangereden door een vrachtwagenchauffeur uit Krefeld’. Ergens gaat het over een oude vrouw in een verzorgingshuis. ‘Het was mevrouw Moddejonge (de enige vrouw die ik heb zien vissen, de vrouw van de beste turfsteker uit Drenthe, tevens een dief van bijenkorven).’ Krefeld, vissen, turfsteker, dief van bijenkorven, het zijn volstrekt overbodige details die het verhaal waar het om gaat onnodig belasten. Namen van bijfiguren en toevallige passanten plus wat aan hen kleeft, het wordt allemaal genoemd. Deze vermoeiende, aan de ‘biografie’ toegevoegde vermeldingen geven de man die geportretteerd wordt geen reliëf. Mogelijk refereert Moll met zijn uitweidingen aan verhalen of gedichten van andere schrijvers (hij is literair redacteur/journalist bij Het Parool), maar, al of niet het geval, hij weet er geen maat mee te houden.

    Hij had een boeiend personage kunnen zijn
    Wat overblijft is een man in een blauw pak die met paarden zwom, op zich een prachtig gegeven. Deze man, ‘die de horzel die zo hard tegen zijn brillenglas was gevlogen dat het brak op het gras legde en wachtte tot hij weer wegvloog’ en die over een vrouw met wie hij kortstondig omging opmerkte: ‘Ze had een stem die ik niet in huis wilde’, had kunnen uitgroeien tot een boeiend romanpersonage als de zoon zich niet zo had uitgeput in wat hij meende te moeten opvullen. Met soms aardige vondsten, dat wel. Zo laat hij zijn vader vertellen dat deze zich had ingeschreven voor twintig gram as van Momo Lady (een paard, AM) en laat hij hem een enkele keer extreem ontevreden zijn: ‘Terug in de eetzaal trof ik mijn vader in een slecht humeur. Om zijn bord lagen, ik moest even goed tellen, elf onthoofde eieren. […] Ik had hem een dergelijk geintje ook zien uithalen in Bilbao, waar hij veertien koppen koffie liet komen voor hij tevreden was met de sterkte van de koffie.’

    Niet van de straat
    En passant wordt duidelijk gemaakt dat de vader niet van de straat is. Want de geschiedenis moet ook gewicht krijgen. De familie Müller heeft een legendarische achtergrond, met een stamboom en Müller-dagen. Alle familieleden geven namen aan de bomen in hun tuin. Alleen Hermann niet, vermoedelijk omdat zijn zus op jeugdige leeftijd uit een boom viel en overleed, een trauma dat hij op hoge leeftijd nog steeds niet te boven is.
    Hij maakt talloze reizen en reisjes, een feit dat nog eens opgevijzeld wordt met de vermelding dat de zoon verwekt is in Florence en de vader zelf in een hotel in Groningen. Hermann draagt goed gekozen kleding, is belezen – zo suggereert Martin / Moll – en bemint de alcohol.

    Mooie zinnen maar wat veel ‘mijn vader’
    Het boek is opgezet in kleine hoofdstukken met titels in alfabetische volgorde, volgens de abc-spelletjes die vader en zoon geregeld speelden waarbij de ander steeds een naam binnen dezelfde categorie moet noemen, bijvoorbeeld van sporters of filmacteurs. Er staan mooie formuleringen in zoals ‘Eenzaamheid is de drank met niemand kunnen delen. Ik wil het liefst de fles in kruipen, maar er is niemand die de dop erop kan draaien.’ En ‘Mijn vader probeerde dat wel, maar zijn moeder snauwde hem af en zijn vader keek alleen maar hardnekkig uit het raam in de hoop Mexico te zien liggen.’ Daarnaast moet de lezer moet wel erg veel ‘mijn vader’ verduren. Soms dertien keer op een pagina. ‘Mijn vader was graag […] de dertiende man op de maan geweest. […] Mijn vader houdt van lange schaduwen. […] Mijn vader vindt dat er te veel bewaard blijft. Mijn vader heeft Caruso gezien.’ Mijn vader dit en mijn vader dat. Bovendien is door het vele heen en weer springen in de tijd soms niet te volgen over wie en waar het precies gaat. En dan komt Moll ook nog af en toe met niet-bestaande dubbelgangers op de proppen.

    Eer aan de vader
    Aan het bed in het ziekenhuis in Helsinki leest Martin zijn vader voor wat hij over hem heeft geschreven. En hoopt dat hij er tevreden mee zal zijn. Waarom Hermann midden in de nacht voor een auto is gestapt blijft in het duister gehuld. Martin vraagt het zich niet af. Hij denkt over voorbije tijden, inventariseert en schrijft. Alles wat hij over zijn vader aan taferelen kan bedenken schrijft hij op. Het lijkt alsof Moll een aantal uitgangspunten in een schema heeft gezet, dwarsverbanden heeft aangebracht en het raamwerk met leuke invallen heeft ingevuld. Juist daardoor is Hermann verbleekt. Maar om dezelfde reden, het vastleggen van de vele kleine wederwaardigheden, is de vader met dit boek toch ook geëerd.