• Over grenzen

    Over grenzen

    Er zijn zo van die boeken waardoor je na een eerste lezing wat verweesd achterblijft. Verweesd, of zelfs wat verdwaasd. Wat heb ik nu eigenlijk gelezen? Wat is de bedoeling van dit werk? Dit was ook de eerste gedachte na het lezen van de novelle De bruidegom was een hond van Yoko Tawada. Slechts 68 bladzijden, maar toch een bizarre leeservaring. Nochtans is de auteur niet van de minste. Tawada is een van de meest gelezen, meest vertaalde en best verkopende Japanse auteurs, die haar werken zowel in het Japans als Duits schrijft. Ze won al verschillende literaire prijzen waaronder de prestigieuze Japanse Akutagawaprijs voor deze novelle. De bruidegom was een hond behoort tot haar vroegere werk en verscheen voor het eerst in 1993. Nu bracht Koppernik het uit in een vertaling van Luk van Haute.

    Papieren zakdoekjes

    In De bruidegom was een hond maken we kennis met Mitsuko Kitamura, naar eigen zeggen 39 jaar, een dame die haar huis openstelt voor bijlessen. Kinderen gaan met plezier naar de lessen van juf Kitamura ,of naar Klas Viezemura, zoals ze die soms noemen, omdat ze altijd bizarre verhalen vertelt. Zo leert ze de kinderen papieren zakdoekjes te hergebruiken, ook als ze al vochtig zijn en vol met snot, zelfs om daarna hun billetjes mee af te vegen, want dat voelt zo zacht. Of ze vertelt het verhaal van een prinses die een hond had die haar billetjes schoonlikte na het poepen. De kinderen komen thuis met die vreemde verhalen. Ouders roddelen over die vertelsels, bellen elkaar op, maar geloven toch niet alles wat er verteld wordt. Kinderen hebben immers een rijke fantasie en er doen verschillende versies van de verhalen de ronde. Opeens komt er een man in het leven van Mitsuko. Plots is hij daar, begint het huis schoon te maken en heeft veelvuldig seks met haar. Details over de man, Taro genaamd, en zijn achtergrond zijn niet bekend. Ook hierrond ontstaan de wildste verhalen, tot een moeder Mitsuko aanspreekt en zegt dat Taro de weggelopen man is van Ryoko, een vrouw aan de andere kant van de stad. Na een ontmoeting met Ryoko leert Mitsuko dat Taro ook een relatie heeft met de vader van een van haar leerlingen. Het eind is bizar en verrassend.

    (Voor)oordelen?

    Geruchten leiden een eigen leven en worden ook steeds groter en vreemder. Dat lijkt een van de thema’s te zijn die Tawada meegeeft in deze novelle. Na elke les komt er wel een roddel bij, maar het blijft altijd ‘van horen zeggen’. Wordt de waarheid geweld aangedaan of niet? In lange zinnen, maar toch een zakelijke en nuchtere stijl beschrijft de auteur tot in de details de controversiële handelingen van juf Kitamura. Een handelsmerk van deze populaire Japanse auteur is het schrijven over grenzen:  het verschil tussen culturele en geografische grenzen of ook de grenzen tussen droom en werkelijkheid. In De bruidegom was een hond worden de situaties steeds absurder en kan je je als lezer afvragen of er geen grenzen worden overschreden. Waar trek je de grens? Wie oordeelt daarover? Zijn we niet te veel aan het vooroordelen en veroordelen? Het hoofdpersonage Mitsuko lijkt zich niet veel aan te trekken van de grenzen en de lezer krijgt ook een houding van, tja, moet kunnen, toch? Maar wanneer gaat het dan te ver? Is er sprake van grensoverschrijdend gedrag? Ook de ouders in het werkje worstelen hiermee. In elk geval lijkt Tawada te stellen dat het best ok is om anders te zijn, om niet mee te gaan in de conventies en geplogenheden van de heersende maatschappij. Oordelen en veroordelen liggen niet ver uiteen. De invloed van Kafka is ook heel duidelijk aanwezig in haar werk en het kan perfect gerekend worden tot de absurde literatuur, al is Haruka Murakami en het postmodernisme ook niet ver weg. In elk geval kan De bruidegom was een hond best een tweede lezing verdragen en de lezer doen stilstaan bij het anders-zijn en anders-denken, los van het feit of grenzen al dan niet worden overschreden.

     

     

  • Ook sciencefiction kent regels waaraan het moet gehoorzamen

    Ook sciencefiction kent regels waaraan het moet gehoorzamen

    Stel je voor dat er dingen uit je omgeving en vervolgens uit je herinnering verdwijnen. Onherroepelijk, pijnloos, vanzelfsprekend. Dit is wat er gebeurt in de dystopische thriller  De Geheugenpolitie van de Japanse schrijfster Yoko Ogawa. Het boek dateert uit 1994, maar werd pas in 2019 in het Engels vertaald (The Memory Police). In 2020 dong het boek mee – als concurrent van De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld – naar de International Booker Prize, in datzelfde jaar won het The American Book Award.

    De Geheugenpolitie is gesitueerd op een eiland zonder naam waar ‘uitwissingen’ plaatsvinden. Onaangekondigd en geluidloos verdwijnen er willekeurige voorwerpen uit het leven van de eilandbewoners zoals, hoeden, kidneybonen, boten, parfum, foto’s, rozenblaadjes en vogels. De eilandbewoners werken schijnbaar zonder pijn in hun hart mee aan deze vernietigingen. Ze zetten vogelkooitjes open, trekken bloemen uit hun perken of gooien boeken in het vuur. Achter  deze schijnbare gelatenheid zit een dwingende instantie, de alomtegenwoordige Geheugenpolitie. Haar ideologie is dat uitgewiste dingen overbodig geworden herinneringen nalaten die je als een afgestorven teen ‘onmiddellijk moet laten afzetten’. 

    Groeiende leegte

    Deze preventieve hygiëne, die strikt en op gevaar van eigen leven nageleefd dient te worden, zorgt ervoor dat herinneringen van de eilanders vrijwel gelijktijdig met de dingen die ze oproepen vergaan. Waarmee ook de connotaties en associaties die het verdwenen voorwerp ooit opriep, verdwijnen. Met de kalenders verdwijnt het tijdsbesef, met de speeldoos de muziek, zonder vogels verdwijnt het verschijnsel vliegen of zingen en raken woorden als vrijheid en schoonheid een deel van hun betekenis kwijt. Het lukt de eilanders niet meer zich het uitgewiste verschijnsel voor de geest te halen en zij leren hierin te berusten. Ook de groeiende leegte van hun wereld leren ze te accepteren, onderwijl zichzelf wijsmakend dat uiteindelijk ‘alles op z’n plaats valt’. De aanhoudende sneeuwval op het eiland die alles dempt en neutraliseert, onderstreept deze ‘inkapseling’.         

    Maar zoals de klassieke wetmatigheid het wil, is er op dit eiland een kleine minderheid die moedig weerstand biedt. Dat zijn de mensen die hun geheugen niet verliezen, hun verloren gegane herinneringen, soms de uitgewiste voorwerpen zelf, in het geheim blijven koesteren. Op deze weerbarstige, vaak ondergedoken individuen wordt door de goed geoliede machinerie van de Geheugenpolitie gejaagd. Efficiënt uitgevoerde razzia’s, deportaties, decodering van genetisch materiaal ter identificatie en vernietiging staat deze onwenselijke elementen te wachten. 

    Boek in een boek

    In een sciencefiction setting, ontspint zich een dystopisch verhaal, dat origineel in de oren klinkt. De verteller is schrijfster van romans over verlies. Ze werkt aan haar vierde boek over een typiste wier stem haar ontfutseld wordt door haar minnaar annex typleraar, waardoor ze in zijn macht raakt en geleidelijk versmelt met de ruimte waarin hij haar opsluit. Dit verhaal blijft door het hoofdverhaal heen meanderen. In beide verhaallijnen gaat het om verlies van jezelf.

    Naast de hoofdpersoon is er een oude man, steun en toeverlaat van de schrijfster. Hij helpt  haar een onderduikkamertje te maken in haar huis, voor R., haar redacteur, die een intact geheugen blijkt te hebben. Zijn niet ‘aftakelende geest’ stelt hem in staat niets te vergeten en rotsvast te blijven geloven in de rijkdom van herinneringen en het bewaren ervan door middel van woorden. De ik-figuur en R. worden verliefd, maar haar groeiende kilte en leegte drijft hen gaandeweg uit elkaar en maakt het schrijven aan haar roman onmogelijk. Dan gebeurt er iets geks: ondanks de uitwissing van romans die inmiddels heeft plaatsgevonden, slaagt de schrijfster er toch in haar roman te voltooien. Hier wordt iets opgevoerd wat dus eigenlijk onmogelijk zou zijn.

    Gaandeweg stuit de lezer op meer ongerijmdheden, al was het alleen al door de wat al te hapklare griezelige clichés (een luik kraakt, een lamp aan ’t plafond schommelt). Er wordt ook hier en daar nogal wonderlijk verwoord: ‘dat… iemand de nagels van de jongen zal knippen en dat de handschoenen daarbij altijd een oogje in het zeil zullen houden’, of: ’Har-mo-ni-ca. Ik spreek de lettergrepen een voor een uit, alsof ik slokjes water uit zijn mond drink. Dat klinkt romantisch. Als de naam van een slim, sneeuwwit katje met langharige poten.’ Voor een deel zou het te wijten kunnen zijn aan de (Nederlandse) vertaling, maar misschien moet het gewoon het Japanse ‘kawaii’, schattig oproepen.

    Doodlopende zijpaden

    Ook inhoudelijk worden er doodlopende zijpaden ingeslagen, die de eventuele behoefte aan coherentie bij de lezer zwaar op de proef stellen. Met name als eenmaal ook de uitwissingen van lichaamsdelen beginnen, wordt het ingewikkeld logica te ontwaren. Eerst moeten de inwoners een linkerbeen missen. Het been wordt een vreemd aanhangsel waarmee ze zich eerst geen raad weten, maar al snel erin slagen om het volkomen te negeren. Het fijne is dat men deze keer geen actieve bijdrage aan deze uitwissing hoeft te leveren. Al snel komt daar de rechterarm bij en – in een opgevoerd tempo op de laatste bladzijden – ook de rest: ‘De mensen hebben hun stoffelijk bestaan volledig verloren. Alleen onze stemmen zweven doelloos rond.’

    Nog verwarrender wordt het wanneer zelfs de hond, Don dit proces doormaakt. Wanneer hij ‘naar oude gewoonte zijn hoofd op zijn achterpoten wil laten rusten en merkt dat daar niets is, legt hij zich daar meteen bij neer en trekt dan de deken naar zich toe om als kussen te gebruiken.’ Wat is hier aan de hand?, vraag je je af. Kan ‘de totale uitwissing van het lichaam’, die immers door middel van een ‘getransformeerde geest’ bewerkstelligd wordt, ook voor een hond opgaan? Hebben honden ook een bewustzijn met herinneringen die verloren kunnen gaan? Geen oninteressante gedachte, maar het gegeven wordt niet verder uitgewerkt.

    Als tenslotte blijkt dat zelfs R. zijn lichamelijk uitgewiste geliefde, de schrijfster, niet meer kan lokaliseren, snap je er niets meer van: ‘Hij omsluit met zijn handen de lucht waar hij vermoedt dat mijn stem hangt.’ Maar…, hij had tot dan toch geen last van amnesie? denkt de verwarde lezer. Kennelijk toch, maar ook niet helemaal.
    De geliefden roepen een pathetisch overkomend,‘Vaarwel’ naar elkaar, zij lost op en hij gaat met zijn atletisch lichaam, na zo’n jaar op vijf vierkante meter ondergedoken te hebben gezeten, de wijde wereld in.

    Incoherente vertelling

    En zo zakt ook het verhaal als een plumpudding in elkaar en blijft de lezer achter met een heleboel vragen.Waarom moest de totale bevolking van het eiland uitgeroeid worden, welke ideologie zit daarachter? Zijn er politieke of maatschappelijk implicaties van het op het eiland heersende totalitarisme? Behalve dat de Geheugenpolitie werkloos raakt en er geen onderdanen meer zijn die in het gareel gehouden moeten worden, kun je geen consequenties bedenken. Is dit een gratuit gedachte experiment over een wereld die aan vergetelheid ten onder gaat?

    Misschien is het gewoon een incoherente vertelling waar een groot verlangen naar originaliteit uit spreekt, maar helaas evenveel onvermogen om een congruent verhaal op te schrijven. Ook een literair genre als sciencefiction kent regels waar het aan moet gehoorzamen – het verhaal moet plausibel zijn, logisch in elkaar zitten. Wie daar geen belang aan hecht en gewoon (gezien de internationale erkenning) vermaakt wil worden, kan hiermee zijn hart ophalen.

     

  • Oogst week 9 – 2021

    Schemervluchten

    Schemervluchten bevat de mooiste natuuressays van Helen Macdonald, wetenschapshistoricus, natuuronderzoeker, schrijver en professioneel valkenier. ‘Veel dingen waar ik van houd zijn niet-menselijk, ik merk ze op en wil iedereen erover vertellen’, zegt ze in een interview. Uit haar bestseller H is van havik bleek haar grote liefde voor de natuur al. In de diepzinnige essays van Schemervluchten maakt de auteur de lezer deelgenoot van onder meer de massale trek van zangvogels vanaf de top van het Empire State Building, van een zonsverduistering in Turkije, een rommelende vulkaan in de Chileense woestijn en de Australische droogte die haar hart breekt.

    Macdonald schrijft over onweer, mieren, bessen, paddenstoelen en herten voor koplampen. Haar observaties zijn persoonlijk en invoelend. Zo praat ze in het eerste essay, Nesten, door de schaal van een roofvogelei heen ‘met iets wat nog geen licht of lucht had ervaren, maar dat weldra met honderd kilometer per uur in één ontspannen glijvlucht zou meegaan met de door hem waargenomen draaiingen en kolken van een westelijke bries […] om vervolgens met scherp gepunte vleugels te gaan rondcirkelen, hoger en hoger, zo hoog dat het in de verte de Atlantische Oceaan kon zien schitteren.’
    De titel Schemervluchten is ontleend aan de vluchten in de schemering van gierzwaluwen, tot wel drie kilometer hoogte, vanwaar ze zich perfect kunnen oriënteren en kunnen zien wat voor weer het aan de horizon is. Met dezelfde blik verhaalt Macdonald over de natuur en de plaats van de mens daarin.

     

    Schemervluchten
    Auteur: Helen Macdonald
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Erasmus

    Sandra Langereis is historicus en biograaf en oogstte in 2014 veel lof met haar biografie De woordenaar over drukker en uitgever Christoffel Plantijn die in zijn tijd, medio de zestiende eeuw, al een beroemdheid was. Eerdere boeken over de Nederlandse cultuurgeschiedenis, waaronder Breken met het verleden uit 2010, werden geprezen om Langereis’ toegankelijke stijl en wetenschappelijke waarde.

    Nu is er Erasmus, dwarsdenker, waarin de auteur aan de hand van duizenden brieven van deze sleutelfiguur in het tijdvak tussen middeleeuwen en moderne tijd, zijn leven beschrijft en tevens zijn literaire erfenis in het licht zet. Veel van Erasmus’ werk en leven is tot nu toe nauwelijks geboekstaafd. Erasmus was van grote betekenis voor de literatuur- en wetenschapsgeschiedenis. Hij was een groot en onafhankelijk denker, vooral bekend door zijn Lof der zotheid, en wist zowel de paus als Luther  tegen zich in het harnas te jagen omdat hij van beide kanten tolerantie voor elkaars standpunten verwachtte en een afkeer had van religieus fanatisme. Erasmus bepleitte intellectuele vrijheid en vrede. Met onderwerpen die binnen de culturele, ethische en godsdienstige vorming vielen besloeg zijn werk het gehele gebied van het menselijk leven in zijn tijd. Sandra Langereis biedt daar met haar rijke biografie groot inzicht in en toont het belang van culturele geschiedenis.

     

    Erasmus
    Auteur: Sandra Langereis
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De geheugenpolitie

    Op een eiland gebeuren vreemde dingen. Een politiemacht moet erop toezien dat zaken als hoeden, vogels of rozen uit het menselijk geheugen verdwijnen. Steeds meer dingen verdwijnen uit het straatbeeld en uit het collectieve geheugen. Als er weer iets ‘weg’ is gooien de mensen deze ‘vreemde’ dingen gewoon bij het afval of op een brandstapel. Degenen die zich de verdwenen voorwerpen nog wel herinneren proberen onder de radar van de geheugenpolitie te blijven, omdat ze weten vervolgd te zullen worden en vrezen voor hun leven. De redacteur van een jonge schrijver wordt door de geheugenpolitie gezocht en krijgt onderdak bij de schrijver. Ze verbergt hem in een ruimte onder de vloer. Zal haar schrijven hun beider redmiddel zijn? Ze werkt aan een verhaal over een vrouw die haar stem verliest en een man die haar laat communiceren door te schrijven.

    Maar langzamerhand sluit deze man haar af van de wereld. Zijn er parallellen tussen de schrijver en haar redacteur en de personages in haar verhaal? Deze uitmuntende vertelling doet denken aan totalitarisme en gaat vooral over de ontreddering die ontstaat als het geheugen het laat afweten.
    De Japanse Yoko Agawa (1962) schrijft romans, novellen en essays en won vele prijzen met haar werk. Voor De geheugenpolitie ontving ze de American Book Award. Twee van haar eerdere boeken zijn ook in het Nederlands vertaald: De huishoudster en de professor en Het zwembad.

     

    De geheugenpolitie
    Auteur: Yoko Ogawa
    Uitgeverij: Cossee
  • Uitzicht op een huis met tuin

    Uitzicht op een huis met tuin

    Het moet vanwege de Olympische Spelen zijn geweest dat Japan en Japanse auteurs dit jaar in de voorjaarscatalogi van diverse uitgeverijen zo’n prominente rol toebedeeld kregen. Van oude Japanse literatuur, zoals Kenko’s De kunst van het nietsdoen, naar de heruitgave van Het eigen lot van Kenzaburo Oe, een klassieker, of de hedendaagse bestseller van Toshikazu Kawaguchi, Voordat de koffie koud wordt: de Japanse literatuur lijkt in Nederlandse boekhandels nog nooit zo ruim aanwezig te zijn geweest. Met het uitstel van de Olympische Spelen naar 2021, wacht ons volgend jaar hopelijk nog zo’n vloed aan uit het Japans vertaalde literatuur.
    Veel titels dus. Maar misschien bracht uitgeverij Zirimiri, die volgens hun website ‘gespecialiseerd is in literatuur uit kleinere en zelden vertaalde talen’, wel het meest intrigerende boek uit: Lentetuin van Tomoka Shibasaki. Shibasaki (1973, Osaka) heeft in de afgelopen twintig jaar een klein oeuvre opgebouwd dat in haar geboorteland niet onopgemerkt is gebleven. Twee romans (waaronder haar debuutroman uit 2000) werden verfilmd en voor Lentetuin (Haru no niwa) won ze de Akutagawaprijs, in Japan een belangrijke literaire prijs.

    View Palace Saeki III

    Lentetuin is een roman zonder hoofdstukken van nog geen 130 pagina’s. Hoofdpersoon is Taro. Voor zijn scheiding manager in één van de kapsalons van zijn schoonvader, maar nu verkoper in een bedrijf ‘dat zich bezighield met publiciteitswerk, zoals het ontwikkelen van marketingtools en stands op beurzen’.  De vage omschrijving van zijn werkzaamheden past bij de hoofdpersoon die geen opzienbarende ondernemingslust toont en een teruggetrokken, kalm leven leidt in een appartementencomplex: View Palace Saeki III, dat op de nominatie staat om gesloopt te worden. De meeste bewoners zijn al vertrokken, slechts een paar appartementen zijn nog bewoond. De appartementen in View Palace Saeki III hebben allemaal een naam van een dier uit de Chinese astrologie. Op het titelblad zie je zes van deze dieren afgebeeld. Taro woont in Zwijn, je hebt buurvrouw Slang en buurvrouw Draak. Deze drie personages, maar ook de andere bewoners, hebben allemaal eigenschappen die ook bij deze dieren horen. Buurvrouw Slang kan Taro indringend aankijken en de mensen die in flat Hond woonden zijn braaf vertrokken, de bewoners van flat Aap maken een hoop kabaal en constant ruzie. Shibasaki speelt met de dierenriem; levens zijn bestemd door hun ‘sterrenbeeld’. Natuurlijk moet Taro, die tot weinig te porren is, in het huis van het Zwijn terecht komen.

    Tussen zwijn en draak

    De roman begint als Taro zijn buurvrouw bij toeval gadeslaat terwijl zij met een schetsboek in de hand het blauwe – westerse – huis aan de overkant observeert, een huis met tuin. Schielijk schiet zij weg als ze ziet dat ze wordt bekeken. Dankzij bemiddeling van een andere buurtvrouw, mevrouw Slang, komen de twee in contact. Nishi heet de vrouw, buurvrouw Draak, die een stuk avontuurlijker en extraverter in het leven staat dan Taro en hem bij een volgende gelegenheid al vraagt te helpen bij haar onderzoek naar het blauwe huis.

    ‘Daar komt last van, dacht Taro. Hij had nog nooit meegemaakt dat uit zo’n verzoek iets goeds voortkwam, en met hun “mag ik?” formuleerden ze het dan wel in de vragende vorm maar doorgaans lieten ze je geen keus.’

    Nishi nodigt Taro uit voor een etentje in een izakaya (eetcafé). Daar laat ze hem een fotoboek zien dat Lentetuin heet. Het boek gaat over het blauwe huis, gebouwd in 1964 (het jaar van de Olympische Spelen) en toont het gewone leven van de vroegere bewoners, een actrice en een regisseur van reclamespots. De meest favoriete foto van Nishi is die van de badkamer: ‘De muren en de vloer hadden mozaïektegels die in schakeringen van geelgroen naar groen een dessin weergaven.’ Uiteindelijk wordt dat Nishi’s grote doel: de badkamer met eigen ogen zien. Dat is niet zo eenvoudig. In het blauwe huis dat eerst leeg staat, komen nieuwe mensen wonen. Ongemerkt naar binnensluipen zal niet gaan. Daarom sluit zij, op succesvolle slinkse wijze, vriendschap met het Amerikaanse echtpaar – en even denkt de lezer aan de film Parasite, al eindigt het boek minder dramatisch dan de film.

    De stad is nooit af

    Het gaat Shibasaki dan ook niet zozeer om het vertellen van een spannend verhaal, noch een liefdesgeschiedenis – want tussen Nishi en Taro gebeurt nagenoeg niets (zoals dat in het dagelijks leven tussen buren ook gaat). Met Lentetuin laat Shibasaki de eenzaamheid van een grote stad als Tokio zien, waarin alle mensen dag in dag uit hun gewone bestaan leiden. Zo’n wens, het binnentreden van het blauwe huis, staat in contrast met hoe de dagelijkse sleur voor velen verloopt in een stad die nooit af is.

    ‘Op het station van Shinjuku, waar hij overstapte, waren de werkzaamheden in de ene doorgang nog niet goed en wel achter de rug of er begonnen alweer werkzaamheden in een andere doorgang. Ook dertien jaar geleden al, toen Taro naar Tokio kwam (…) waren er in dit station werkzaamheden aan de gang en sindsdien waren ze voortdurend wel ergens bezig, de afgelopen paar jaar zelfs zowat overal. Die werkzaamheden zijn eindeloos, dacht Taro, er komt pas een eind aan als het station niet langer zal worden gebruikt.’

    Melancholie, vervreemding en humor

    Het zijn deze wat melancholieke overpeinzingen die Lentetuin kleur geven, evenals de kleine details die als heel gewone zaken maar daardoor ook zo vervreemdend verteld worden. Zoals de stamper en een vijzel ‘ter grootte van een theekop’ die Taro gebruikt heeft bij het verpulveren van zijn vaders gebeente. Shibasaki’s humor is dan op haar best: ‘Zijn vrouw had meermaals gezegd dat hij ze ergens veilig moest opbergen als ze hem zo dierbaar waren, anders zou zij ze per vergissing nog gebruiken bij het koken.’
    Die melancholie, vervreemding en humor maken nieuwsgierig naar ander werk van Shibasaki. Hopelijk gaat Luk van Haute, ook bekend van zijn Murakami-vertalingen, geïnspireerd verder, zodat het uitstel van de Olympische Spelen naar 2021 ook weer een nieuwe Shibasaki oplevert.

     

     

  • Oogst week 49

    Moord op Commendatore

    ‘Toen ik vandaag uit een kort middagdutje ontwaakte, zat ‘de man zonder gezicht’ voor me. Hij had plaatsgenomen op de stoel tegenover de bank waarop ik had liggen slapen en staarde me strak aan, met zijn paar denkbeeldige ogen dat het zonder gezicht moest stellen.’

    Een zesendertigjarige portretschilder neemt zijn intrek in een oud atelier. Behalve door liefdesperikelen wordt hij geplaagd door een painter’s block. Hij hoopt in het afgelegen atelier tot rust te komen, en zijn inspiratie terug te vinden, maar het zal anders gaan.

    Op 1 december jl. is deel één van de nieuwe roman van Haruku Murakami, De moord op Commendatore, verschenen. Over ruim een maand zal deel twee verschijnen dat meteen gevolgd wordt door een speciaal Murakami-weekend op 13 en 14 januari op het cruiseschip Rotterdam.

    Moord op Commendatore
    Auteur: Haruki Murakami
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Onderbuik

    In de serie Nieuw Licht leggen filosofen Frank Meester en Coen Simon een hedendaagse denker een vraag voor die in een klassiek geworden tekst al eerder aan de orde kwam, maar dan door een andere denker, in een andere tijd, en binnen een andere politieke en maatschappelijke context.

    In het woord vooraf van de achtste editie schrijven ze aan Marte Kaan:

    ‘Erich Fromm beschreef in 1956 in The Art of Loving de liefde als een integrerend deel van de persoonlijkheid. Waarmee hij wees op het belang van een gezonde emotionele huishouding in de redelijke omgang met elkaar. Zou jij, Marte, als psycholoog, relatie- en verslavingstherapeut, deze tekst van Fromm nog eens willen herlezen en de vraag willen beantwoorden in hoeverre emoties een rol kunnen en mogen spelen in onze oordeelsvorming?’

    Met als motto de uitspraak van de Amerikaanse schrijfster Maya Angelou – ‘I’ve learned that people will forget what you said, people will forget what you did, but people will never forget how you made them feel.’ – heeft Marte Kaan de handschoen opgenomen en Onderbuik – Nieuw licht op redelijkheid geschreven.

    Onderbuik
    Auteur: Marte Kaan
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Verzet!

    Met de romans die hij schreef (Armin, Dover, Ik was Amerika en Godin, Held) was Gustaaf Peek (1975) zeer succesvol.

    Nu heeft hij het over een geheel andere boeg gegooid met een ‘revolutionair pamflet waarin hij decennia van kapitalistische indoctrinatie ondermijnt.’

    ‘In dit pamflet pleit Gustaaf Peek voor een van de nog altijd controversiële ideeën van Karl Marx: de rechtvaardige herverdeling van kennis, macht en inkomen. Het communisme heeft een nieuwe poging tegoed, een revolutie in de richting van een natuurlijker menselijk verbond en een betere wereld.’

    Verzet!
    Auteur: Gustaaf Peek
    Uitgeverij: Querido
  • Niets moeilijker dan geloofwaardig schrijven over de liefde.

    Niets moeilijker dan geloofwaardig schrijven over de liefde.

    Door Frank Heinen

     

    Niets moeilijker dan geloofwaardig schrijven over de liefde. Hiromi Kawakami (1958) doet in De tas van de leraar een meer dan geslaagde poging. Het verhaal van de ontluikende liefde tussen de oude leraar Sensei en zijn oud-leerlinge Tsukiko is een fraaie vertelling van een schrijfster die een groot publiek verdient.

    ‘Officieel had ik hem bij zijn volledige naam en titel moeten aanspreken, met Harutsuna Matsumoto, maar ik noemde hem gewoonweg Sensei.’ Zo begint De tas van de leraar. Tsukiko komt na jaren haar oud-leraar van de middelbare school weer tegen in een bar. Er is iets tussen hen, iets wat zich onmogelijk laat beschrijven, een ondertoon die hun, op het eerste gezicht obligate gesprekjes een extra dimensie verleent. Er is een, bij gebrek aan een ander woord, ‘klik’ tussen de twee.

    Wat volgt is een fascinerend proces van aantrekken en afstoten, door twee eenzamen die het niet gewoon zijn zich open te stellen en een ander dichtbij te laten komen. De onmacht om lief te hebben en vooral die om geliefd te zijn, doet denken aan één van dé bestsellers van 2009, Paolo Giordano’s debuut De eenzaamheid van de priemgetallen. Waar Giordano echter de voor de hand liggende keuze maakte om het verhaal uit het perspectief van beide geliefden te vertellen, krijgt de lezer in De tas van de leraar alleen een inkijkje in de gedachtewereld van Tsukiko. Dat maakt de jonge vrouw overigens geen hoofdpersoon; dat blijft de excentrieke, oude Sensei, die met zijn eeuwige boekentas steeds weer Tsukiko’s leven komt binnengewandeld. De prangende vraag of Tsukiko en Sensei elkaar nu eindelijk krijgen wordt beantwoord, maar ach, dat had eigenlijk niet gehoeven.

    De tas van de leraar lijkt op het eerste gezicht een typisch ‘Oosterse’ roman. De kersenbloesem staat prominent op het omslag en Tsukiko en Sensei drinken sake, eten tofoe en slapen op hun tatami. Wie door de onvertaalde Japanse woorden heen leest, wordt meegezogen in een onbegrijpelijke liefde tussen de leraar en zijn voormalig leerlinge. En terwijl de tijd hen als rijstkorrels door de vingers glijdt, lijken alle toenaderingspogingen tevergeefs.

    Kawakami is er in geslaagd de liefde tussen de woorden te vatten. Resultaat is een bijzonder boek over twee niet eens zo heel bijzondere mensen. Met humor, vaart en melancholie geschreven; het kan. Een boek kortom dat een groot publiek verdient.