• Mens achter de mythe

    Mens achter de mythe

    Susan Sontag (1933-2004) was in 1975 herstellende van borstkanker en had een manusje-van-alles nodig voor achterstallige correspondentie. Op voordracht van de redactie van The New York review of Books belde Sontag Sigrid Nunez (1951) die net afgestudeerd was met een master of fine arts aan de universiteit van Columbia. Ze woonde bij Sontag om de hoek en kon wel een baantje gebruiken. Nunez was niet erg onder de indruk van haar werk. ‘Zoals veel lezers vond ik de essays boeiend en de romans moeilijk om door te komen.’
    Toch zei ze ja, zonder enig idee te hebben wat er van haar verwacht werd. Nunez’ relatie was net verbroken en ze moest uit haar appartement, Susan wist dat. De jonge Sigrid was daardoor makkelijk te paaien en trok op aandringen van Susan bij moeder en zoon in. Op dat moment werkte Sontag aan het essay ‘On Photography’ (1977), wat haar als essayist grote faam zou brengen. Susan stelde Nunez voor aan haar zoon David Rieff, achteraf een vooropgezet plan om hen te koppelen en ze bleef er ongeveer anderhalf jaar wonen.

    Oprecht relaas

    Na Sontags dood schreef Sigrid Nunez, die ondertussen meerdere romans op haar naam had staan, haar memoires, wat resulteerde in Sempre Susan. A memoir of Susan Sontag (2011), vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap als ‘Sempre Susan, herinneringen aan Susan Sontag’. Het is een oprecht en persoonlijk relaas geworden over een intrigerende persoonlijkheid, beroemde essayist en criticus, dat slechts 120 bladzijden beslaat. Benjamin Moser, die in 2019 de lijvige biografie ‘Sontag: Her Life and Work’ publiceerde, heeft op deze memoires kunnen steunen.

    De lezer krijgt een volledig beeld van de dan 43-jarige Sontag, en van de 25-jarige Nunez die zichzelf niet spaart, terwijl ze haar relatie met David Rieff buiten beeld houdt. Schijnbaar ongedwongen ontleedt Nunez in helder proza haar gesprekken met Sontag; haast intiem besteedt ze aandacht aan haar gewoontes, opinies, vriendschappen, gedachtes, gebrek aan humor, angsten en haar moederschap. Alles komt aan bod. Sontags vader overleed aan TBC toen ze vijf jaar was. Ineens kwam hij niet meer thuis. Ook Nunez’ vader overleed toen ze heel jong was. Dat schiep ongetwijfeld een band.

    Susans moeder hertrouwde met meneer Sontag. Met haar stiefvader had ze een redelijke relatie, maar haar moeder was narcistisch en een alcoholist die haar dochter negeerde. Ze bleef er haar hele leven last van houden. ‘”Gierig was ze ook. Ik kreeg nooit ook maar een cent van haar. Zodra ik naar school ging, was ik op mezelf aangewezen. Ik had wel dood kunnen hongeren.” Iedereen die Susan kende, kende dit verhaal en wist hoe diep haar wrok zat, ze beschouwde zichzelf als een verwaarloosd of zelfs verlaten kind. […] ‘Een wond die nooit heelde.’

    Uitmuntende en eeuwige student

    Susan bleek een uitmuntende student, ze was heel ambitieus en serieus en raakte geobsedeerd door kunst en literatuur en las alles wat los en vast zat. Dankzij haar werkdrift en competitieve gedrag viel ze al gauw op in de intellectuele wereld. Ze trouwde met Phillip Rieff, samen kregen ze een zoon David (1952). De relatie hield geen stand, zoals geen enkele relatie van Susan Sontag lang stand hield. Over haar moederschap schrijft Nunez, dat Susan David als haar gelijke beschouwde en misschien zelfs een vaderfiguur in hem zocht. In ieder geval gingen er een hoop roddels en praatjes rond over de zeer symbiotische relatie die ze met haar zoon had. Als zij een werkaanval had en niet gestoord wilde worden hield ze hem bij zich, zodat hij haar sigaret kon aansteken. Hij was toen tien jaar.

    Susan leefde als de eeuwige student, het appartement was sober en bestond vooral uit boeken. Ze was stoer, mannelijk, droeg jeans en sneakers en was een onafhankelijke vrouw. Ze werkte nachten door, rookte als een ketter en gebruikte speed om op de been te blijven. Ze kookte nooit, was verzot op reizen, had een leger vrienden, maar ook veel vijanden en was chronisch jaloers op andermans succes. Zo was ze jaloers op Nunez wanneer deze iets samen met David wilde doen. Ze wist zich er altijd tussen te dringen, waarmee de titel ‘Sempre Susan’ verklaard is.

    ‘Ze zorgde er altijd voor dat haar geest iets te doen had. Als er niets was om haar te verstrooien sprong haar geest op zwart, zei ze en ze vergeleek het met de ruis op het televisiescherm als een zender die uitzendingen staakte. […] Op zwart? Niets wat je er zelf op zou kunnen projecteren? Geen dagdromen, geen fantasie, geen mijmeringen of herinneringen, geen gedachte aan werk in wording, aan mensen, aan dingen die je van plan bent te doen? Helemaal geen gedachten? […] Dat zwarte scherm, zo maakte ze duidelijk, was iets angstwekkends.’ Ze vreesde het alleen zijn dermate dat ze na een avond met vrienden, de slaapkamer van David en Nunez binnenkwam om hen haar belevenissen te vertellen.

    Liever romanschrijver

    Sontag werd geroemd om haar essays, maar Nunez memoreert dat ze liever een gelauwerd romanschrijver was geweest. Haar romandebuut The benefactor (1963) werd aanvankelijk positief ontvangen maar zakte al snel naar de achtergrond. Ook haar andere romans werden afgedaan als plotloos en langdradig, evenals haar films. ‘Het krenkte haar dat de fictieschrijvers die zij zo bewonderde en overal aanraadde andersom haar werk niet prezen, leken zelfs helemaal geen voorvechters van haar fictie te zijn, zelfs niemand onder haar vrienden.’

    Sontag overleefde tweemaal kanker, maar stierf uiteindelijk aan MDS, een voorloper van een snel voortschrijdende leukemie. Ze was doodsbang voor de dood schrijft David Rieff over zijn moeders laatste kankerfase. ‘De gedachte aan het definitieve einde bezorgde haar zoveel pijn en angst dat ze er bijna krankzinnig van werd.’
    De kracht van Sempre Susan is dat Nunez een compleet en eerlijk beeld schetst van Susan Sontag met zowel positieve als negatieve kanttekeningen. Ze oordeelt niet en haar bewondering voor Sontag blijft van kracht. Nunez’ memoires beginnen verwachtingsvol als ze het verhaal vertelt van de mens achter het idool. Alsof ze zich gaandeweg steeds meer herinnert, pelt ze heel natuurlijk de lagen van Susans persoonlijkheid af tot er een kwetsbaar, eenzaam en ontevreden mens ontstaat, die spijt had van alles wat ze niet was.

  • In het schaduwland

    In het schaduwland

    Er zijn boeken die je een leven lang bijblijven, er zijn er ook die bij een bepaalde levensfase horen. Dat is logisch: niet alles wat je op je twintigste kon boeien, houdt tien of twintig jaar later nog je aandacht vast. Alleen al die vaststelling maakt een ‘objectief’ oordeel (voor zover dat al zou kunnen bestaan) over Het glazen hotel van Emily St. John Mandel (1979) moeilijk: de Canadese schrijfster heeft namelijk een trouwe aanhang van vaak jongvolwassen lezers. Zij herkennen zich in de personages die min of meer aan het begin van hun volwassen leven staan en zoekend, tastend hun weg proberen te vinden. ‘Er is een verschil tussen intelligent zijn en weten wat je met je leven moet doen,’ klinkt het op een bepaald moment.

    Schuld

    Zo maken we kennis met Paul, die eind 1999 bedrijfseconomie gaat studeren aan de universiteit van Toronto. Niet omdat het hem werkelijk interesseert, maar om voor een ‘praktische, indrukwekkend volwassen voorwaartse koers’ te kiezen na een gemiste start – Paul heeft er enkele duistere jaren op zitten als heroïneverslaafde. Het plan valt al snel in het water als iemand aan wie hij per ongeluk een slechte xtc-pil had gegeven, overlijdt, en Paul in allerijl terugvliegt naar de Canadese westkust.

    St. John Mandel werkt niet met een rechtlijnige tijdsstructuur, maar springt voortdurend heen en weer in tijd en ruimte en introduceert een reeks personages en verhaallijnen die aanvankelijk los van elkaar lijken te staan, maar al snel naar elkaar toe blijken te groeien. Niets is toevallig in dit boek, zodat je als lezer vrij snel in de gaten krijgt dat wanneer Paul in 2005 nachtconciërge is geworden in een afgelegen hotel op Vancouver Island, zijn halfzus Vincent daar niet zomaar achter de bar staat en scheepvaartdirecteur Leon Prevant geen willekeurige hotelgast kan zijn.

    En inderdaad, langzaam maar zeker wordt er een verhaal geconstrueerd met veel pieken en dalen, een roman waarin we Vincent bijvoorbeeld terugzien als verveelde echtgenote van de steenrijke effectenhandelaar Jonathan Alkantis, die dan enkele jaren later weer in de gevangenis belandt. Het personage Alkantis is immers losjes gebaseerd op Bernie Madoff, die een levenslange gevangenisstraf uitzit nadat zijn ponzifraudesysteem – waarbij fictieve winsten voor beleggers in feite worden uitbetaald met de inleg van andere beleggers  – in 2008 in elkaar stortte. Aan de andere kant staat het ‘schaduwland’ van de Amerikaanse ‘working poor’, een immens leger van vakkenvullers, pizzabezorgers, restaurantpersoneel en andere onderbetaalde mensen die verschrikkelijk hard moeten werken zonder zelfs maar rond te kunnen komen:

    ‘Leon wist dat Marie en hij het beter getroffen hadden dan de meeste bewoners van het schaduwland, ze hadden elkaar en de camper en (net) genoeg geld om te overleven, maar het wezenlijke merkteken van het schaduwburgerschap was voor iedereen gelijk: ze waren allemaal afgesneden geraakt, ze waren onder het oppervlak van de Verenigde Staten beland, ze waren op drift.’

    Televisie

    De plot is goed opgebouwd, de puzzelstukjes passen allemaal netjes in elkaar en er zitten genoeg verrassende wendingen in dit boek om het spannend te houden, maar Het glazen hotel leunt op die manier wel erg dicht aan bij wat tegenwoordig waarschijnlijk de meest populaire vorm van fictie is, namelijk de televisiereeks. Bij het lezen van dit boek ontstaat toch sterk de indruk dat je in feite een scenario onder ogen hebt, temeer omdat alles ten dienste staat van de plot.

    En zo komen we bij de belangrijkste tekortkoming van Het glazen hotel. Als er iets is waarin literatuur zich kan onderscheiden van andere vormen van fictie – handige marketingjongens zouden het over de unique selling proposition hebben –  is het toch wel taal en stijl. Daarom is het jammer dat net die taal een bijrol krijgt. Niet dat je over de kromme zinnen struikelt, verre van, maar echt sprankelen doet Het glazen hotel niet. Wie op zoek is naar verbaal vuurwerk, komt bedrogen uit, en dat heeft St. John Mandel gemeen met veel Engelstalige generatiegenoten. Zou de wildgroei van schrijfopleidingen en cursussen creative writing daar voor een deel mee te maken hebben? Het is moeilijk om je van de indruk te ontdoen dat de vaak zeer functionele kijk op literatuur die daar wordt gepropageerd – less is more, show don’t tell enzovoort – wel erg dominant begint te worden. Dat is jammer voor lezers die de plot grotendeels bijkomstig vinden en vooral uit zijn op esthetisch taalgenot. Maar liefhebbers van plotgericht proza zullen wel plezier beleven aan Het glazen hotel, en dat is hun goed recht.

     

     

  • Oogst week 24 – 2020

    Een week of vier

    Een alleenstaande moeder woont in een stad die ze nog niet goed kent en raakt besmet met een dodelijk virus. Een ziekenhuisopname kan haar leven redden, maar haar baby moet dan achterblijven bij onbekenden die ze niet vertrouwt. Als ze niet gescheiden wil worden van haar baby, is er slechts één andere optie: vluchten. In de op het coronavirus geïnspireerde roman Een week of vier beschrijft Laura van der Haar (1982) de consequenties van de keuze die de moeder maakt.

    Laura van der Haar publiceerde eerder de dichtbundel Bodemdrang en de roman Het wolfsgetal. Ze is een winnaar van het Nederlands kampioenschap Poetry Slam en schrijft daarnaast voor onder meer De Speld en Vice.

    Een week of vier
    Auteur: Laura van der Haar
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij

    Fantoomliefde

    Laura Freudenthaler (1984) wordt gezien als hét literaire talent van Oostenrijk. Ze schreef eerder een verhalenbundel en een roman, maar haar internationale doorbraak kwam pas na de publicatie van haar derde boek Fantoomliefde, naar het Nederlands vertaald door Jan Bert Kanon. In 2019 won ze met dit boek de EU Literatuurprijs.

    Fantoomliefde gaat over Anne, een pianiste die al twintig jaar samenwoont met Thomas. Wanneer ze een sabbatical neemt, gaat alles mis: piano spelen lukt niet meer en voor het boek dat ze wil schrijven krijgt ze geen letter op papier. Tot overmaat van de ramp is Thomas steeds vaker weg en Anne vermoedt dat hij vreemdgaat. Dit levert een intense roman op waarin de hoofdpersonen steeds verder van elkaar vervreemden.

    Fantoomliefde
    Auteur: Laura Freudenthaler
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Sempre Susan

    De Amerikaanse auteur Sigrid Nunez (1951) doceert creative writing aan de Boston University. Ze schreef verschillende romans en korte verhalen en won in 2018 een National Book Award voor haar roman De vriend.

    Op haar vijfentwintigste kreeg ze een baantje als typist voor de beroemde essayist Susan Sontag. Zo leerde ze Sontags zoon kennen, David Rieff, die nog bij zijn moeder woonde. Nunez kreeg een relatie met hem, trok bij hen in en Sontag werd haar grote voorbeeld.

    Sempre Susan, naar het Nederlands vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap, bestaat uit herinneringen van Nunez aan deze periode. Het is een intiem verslag van de band tussen een beginnend schrijver en een groot intellectueel.

    Sempre Susan
    Auteur: Sigrid Nunez
    Uitgeverij: Atlas Contact