• Ramen open

    Ramen open

    Het liefst houden we vast aan oude gewoonten, ventileren we meningen die net zo vastliggen als een voorgeschreven computerprogramma. Al kent een computerprogramma zijn update’s die het geheel bijwerken naar een nieuw functioneren. Een computer blijkt veranderlijker van aard dan de mens. De mens laat zich moeilijk dwingen. Deze en meer gedachten over de beperkingen van de mens, werden aangezet door de Gutmensch scheurkalender 2021. Een scheurkalender over vluchtelingenbeleid, de opkomst van extreem rechts. Ik wil niets weten van extreem rechts, ik ben zo iemand die denkt dat als je het er steeds over hebt, het werkelijkheid wordt. Struisvogelpolitiek, daar ben ik goed in. Zo’n kalender schudt de boel dan flink door elkaar. De eerste dagen van het jaar op de scheurkalender zijn vrij onschuldig. Adriaan van Dis opent het jaar op vrijdag 1 januari met, ‘Mijn bijbel kent maar één zin: wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ Zo’n mantra maakt voor hem het leven dragelijk. En wat Van Dis doet als er weer en boreale wind opsteekt? Dat leest u maar als u de scheurkalender in huis heeft.

    Op woensdag 13 januari, de dag dat Emile Zola zijn open brief ‘J’accuse…!’ gepubliceerd zag, tekst en uitleg op de keerzijde van het kalenderblaadje. Op 26 maart een tekst over menselijkheid, van een dochter wier vader tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet zat, desondanks niet wilde dat zijn dochter, toen de verslagen Duitse troepen door de straten liepen, zij ze uitjouwde. En dan ga je door, want deze scheurkalender is toch zoiets als een boek, er zit een lijn in. En die lijn is heftig, over mensenrechten, klimaatbewustwordingen, uitgezet worden. Elke dag iets om over na te denken, dingen binnen te laten komen. Er is een ‘Wereld Emoji Dag’, met ‘emoji’s voor de typische migrantenervaring’ zoals een overlopend toilet, kapotte slipper, pot met eten op kampvuur, doorzakkende tent in de regen, zakje rijst,… En de vermelding dat vluchtelingen eigenlijk geen mobiel behoren te hebben, want: minder sympathie vanWesterse burgers. Jaja, doordenkertjes over hoe we in elkaar steken.

    Voor vrijdag 25 juni een West-Aziatische fabel, over hoop, dat gaat zo,

    ‘Het bos werd steeds kleiner,
    maar de bomen bleven op de
    bijl stemmen. Want de bijl was
    slim. Zijn steel was van hout.
    Met dat argument wist hij de
    bomen ervan te overtuigen dat
    hij een van hun was en aan hun
    kant stond.’

    Zondag 28 november wordt de geboortedag van Stefan Zweig gememoreerd. Ook dat Zweig een wetmatigheid benoemde, dat ‘mensen in hun eigen tijd op aarde niet in staat zijn om het begin van grote, bepalende historische bewegingen te herkennen’. Toch zou je denken dat het onderhand eens tijd wordt dat uit al die vluchtelingen ervaringen een les te leren is. En dat je de dingen die belangrijk zijn, dingen die je nìet mag vergeten dagelijks onder ogen moet krijgen om enige verandering teweeg te kunnen brengen. Daar is een scheurkalender uitermate geschikt voor. Elke dag een gedachte, een argument, feiten en context voor een menswaardig leven. Kom maar op 2021, met deze Gutmensch Scheurkalender zetten we deuren en ramen open, weg met de angstvalligheid. 

     

     

    Gutmensch Scheurkalender 2021 / samenstelling Linda Polman / met medewerking van zo’n honderd auteurs / Illustraties en vormgeving Saskia Kunst en Saskia Pfaeltzer / uitgever Jurgen Maas


    Inge Meijer is een pseudoniem, blijft thuis, werkt aan een goed verhaal.

     

     

     

  • Ongelezen en Castduinen

    Ongelezen en Castduinen

    Levensmiddelen en boeken hebben een ding met elkaar gemeen, ze worden beide aangeschaft vanuit een niet te stuiten gretigheid: een behoefte, een smaak, een prikkel, een nooit genoeg van kunnen krijgen. Van beide wordt altijd meer in huis gehaald dan er geconsumeerd kan worden. Levensmiddelen die over datum zijn, verdwijnen in de vuilnisbak. En daar begint het wringen. Boeken kennen geen houdbaarheidsdatum, zeker ongelezen boeken niet. Ongelezen mogen ze de boekenkast niet in, bang als ik ben dat ze vergeten worden; dat wat je niet kent onthoud je niet. En ik wil de verhalen, de levens, de drama’s, de ontwikkelingen van al die schrijvers kennen, en onthouden. Ik heb ze niet voor niks in huis gehaald! Ik nam ze omdat ik er over gelezen had, iemand me erover tipte, omdat ik over een schrijver of thema meer wilde weten. Om te lezen, jawel.

    En dan begint de aanwezigheid van al die boeken, waar ik maar niet aan toe komt om te lezen, aardig op mijn gemoed te werken. Je vraagt je af of jij daar alleen last van hebt, die druk van ongelezen boeken. Het was een verademing toen ik op de podcastserie ‘Castduinen’, door radio- en podcastmaker Maarten Westerveen stuitte. Een reis langs boekenkasten bij lezers (meest schrijvers) thuis, op zoek naar enige orde, een systeem.

    Dat boekenbezit zwaar kan wegen, getuigt de actie die onderzoeksjournaliste en schrijfster Linda Polman ondernam. Nogal stoer zegt ze: ‘Ik heb alles weggeflikkerd. Boeken die me twintig jaar aanstaarden.’ Driekwart van haar boeken gewoon ‘weggeflikkerd’. Alsof ze een minnaar – (ook minnaars hebben een houdbaarheidsdatum) die haar teveel met een soort van ‘onvermogen’ confronteerde, bij het grof vuil had gezet. Wat een bevrijding.
    In de podcast met Cees Nooteboom zegt de schrijver over zijn boekenbezit: ‘Het is vreselijk, we [zijn vrouw en hij] worden er helemaal krankzinnig van.’ Negentien dozen vol heeft hij laatst laten afvoeren.

    De mooiste podcast is die met Asis Aynan. Hij heeft één boekenkast waar de boeken ongeordend zijn ingelegd. Een stapel boeken van ongeveer 1.60 m hoog staat ernaast. Westerveen lijkt geschokt: ‘Ik kan de kaften niet eens zien, de ruggen niet eens.’ Dan vertelt Aynan dat hij, afstammeling van een duizenden jaren oud geslacht, de eerste in zijn lijn is die een boekenkast bezit. ‘Ik weet niet goed hoe een boekenkast werkt.’

    Aan het eind van de podcast vertelt hij over de betekenis van het boek Hongerjaren van Mohamed Choukri, de eerste schrijver in Marokko die over de realiteit schreef. Een oerboek noemt hij het. ‘De Marokkaanse literatuur ging altijd over rozen, over tuinen’, zegt Aynan, ‘niet over dood en armoede’. Hij zegt de eerste zin van de roman die in zijn hoofd gebeiteld lijkt te staan: ‘Tussen de andere kinderen in zit ik te huilen om de dood van mijn oom.’
    Een zin als een mantra om te weten waar het allemaal begon. Ik weet dat ik dat boek ergens heb liggen.

     

    Kies je eigen podcast bij SLAAcast.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over over boeken en ontdekkingen in de marges van de literatuur.

     

  • Public relations en ontwikkelingshulp

    Public relations en ontwikkelingshulp

    Deze maand is bij de VPRO de vierdelige serie De Trek te zien over de migratiestromen in Afrika. Voorafgaand aan de eerste aflevering stond in NRC Handelsblad van 5 november een artikel van Bram Vermeulen, de maker van de serie. Daarin trof me onder andere de volgende passage: ‘De deal tussen Afrika en Europa over het terugnemen van migranten berust op een belangrijk misverstand. Ontwikkelingshulp stopt migratie niet (…) Ontwikkelingshulp jaagt migratie aan. In het oosten van Senegal zag ik voor ieder dorp een woud aan borden van ontwikkelingsprojecten, gefinancierd door Europese donoren. (…) Senegal is een donor darling.

    Niet de bewering op zich raakte me, maar het riep een herinnering bij me op aan De crisiskaravaan van Linda Polman, dat ik in 2008 las en dat me toen volkomen lam sloeg. Het schetst een gevecht van belangen die achter hulpverlening in crisisgebieden schuil gaat. In het derde hoofdstuk van het boek vertelt Polman over Murray Town Camp, een kamp in Sierra Leone dat tijdens de burgeroorlog in de jaren ’90 uitpuilde van geamputeerden; hun ledematen waren afgehakt door rebellen en soldaten. Het was een gangbare methode om tegenstanders uit te schakelen in deze gruwelijke oorlog die lang schimmig bleef voor de buitenlandse pers. Tot Murray Town Camp ontdekt werd. ‘Als pitbulls op een kleuterklas, storten journalisten uit de hele wereld zich op het verhaal van de geamputeerden’, schrijft Polman.

    Kort daarna werd de grootste humanitaire hulpoperatie tot dan toe op touw gezet: ‘Ongeveer driehonderd INGO’s [International non-governmental organisations] repten zich naar het landje. Ook organisaties die niet speciaal voor de geamputeerden kwamen, gebruikten foto’s van de arm- en beenloze bewoners van Murray Town Camp in hun fondsenwervingscampagnes.’
    Er ontstond een waar gevecht tussen concurrerende belangen. Aan de ene kant de geamputeerden, die zich splitsten in real amputees (slachtoffers van rebellen) en war wounded (mensen die om geneeskundige redenen waren geamputeerd na oorlogsverwondingen). De ‘echte’ vonden dat ze meer recht op geld hadden dan de ‘onechte’, want de donaties stroomden binnen dankzij de foto’s die van hén gemaakt waren.

    Aan de andere kant een strijd tussen de INGO’s. Die present wilden zijn op de plek waar de meeste camera’s flitsten. Want je bord in beeld betekent dat je thuis weer giften op kunt halen voor je eigen organisatie. Je moet ter plekke zijn, of je nu adequaat hulp kunt verlenen of niet, omdat je gezien moet worden. En wat je met je verblijf daar investeert, moet ook weer worden terugverdiend. Ontmoedigend vond ik destijds vooral dat Murray Town Camp maar één van de vele voorbeelden is die Linda Polman geeft in haar boek. De ruim 200 pagina’s bevatten nog veel meer misstanden. Die beschreef ze acht jaar geleden.

    Ontmoedigend is dan ook dat Bram Vermeulen in 2016 voor ieder dorp weer een woud aan borden ziet staan van Europese donoren. Opnieuw symbolisch voor een hulpindustrie die zijn public relations uitvecht over de ruggen van slachtoffers?