• Gynaecologisch verzet op de plantage

    Gynaecologisch verzet op de plantage

    In een interview met The Center for Fiction wordt schrijfster Tracey Rose Peyton gevraagd naar de aanleiding voor de thematiek in haar debuut Waar we gaan is nacht, dat genomineerd is voor de Amerikaanse First Novel Prize 2023. Ze vertelt in het interview dat ze geraakt is door een boek van historica Paula Giddings, Where and When I Enter. In dat boek worden verschillende manieren beschreven waarop tot slaaf gemaakte mensen op plantages in de Verenigde Staten indertijd verzet boden, bijvoorbeeld door expres traag te werken, door hun werk te saboteren, maar ook door hun eigenaren op gynaecologisch gebied tegen te werken, met andere woorden: door niet zwanger te worden of door ervoor te zorgen dat zwangerschappen vroegtijdig tot een einde kwamen. Deze laatste vorm van verzet inspireerde Tracey Rose Peyton (pas afgestudeerd aan het Michener Center for Writers aan de universiteit van Texas-Austin) tot het schrijven van haar eerste roman.

    De hoofdpersonages in het boek zijn zes vrouwelijke slaven, die in een niet heel gebruikelijk maar wel effectief wij-perspectief een collectieve stem vormen. Hun eigenaren, Lizzie en Charles Harlow (de zwarte vrouwen noemen hen de Lucy’s, naar Lucifer), hebben hun noodlijdende plantage in Georgia verlaten om hun geluk opnieuw te beproeven in Texas. Junie is de enige slavin die uit Georgia is meegekomen, waarbij ze haar man en kinderen moest achterlaten. Dat laatste neemt ze Lizzie erg kwalijk. Charles heeft in Texas een aantal nieuwe en uitsluitend vrouwelijke slaven gekocht, Patience, Lulu, Alice, Serah en de oudere Nan. Pas achteraf bedenkt hij dat het met het oog op nageslacht handiger zou zijn geweest om ook mannelijke slaven aan te schaffen, maar die waren duurder. De zes vrouwen wonen noodgedwongen bij elkaar en voelen een verbondenheid in hun gezamenlijke vijand, de Lucy’s. ‘We waren met elkaar verbonden door wat vrouwen zoals wij met elkaar verbindt. Dat maakt mensen nog geen familie. Het maakt dat ze zich opgesloten voelen. En dat kan ze haatdragend maken naar elkaar, tenzij die haat wordt omgebogen en ingezet voor iets heel anders.’

    Fokslaaf

    De plantage in Texas is evenmin een succes voor Charles en Lizzie. Ze hebben grote schulden en proberen manieren te bedenken om toch aan geld te komen. Lizzie krijgt het ene na het andere kind en heeft steeds opnieuw grote moeite om een geschikte min te vinden. Op een dag heeft Charles een ‘fokslaaf’ gehuurd, waarmee hij ervoor wil zorgen dat er baby’s geboren gaan worden bij de zwarte vrouwen. Deze toekomstige kinderen zouden op de plantage kunnen gaan werken of zelfs verkocht kunnen worden. Het probleem van de min zou ook opgelost zijn. Uiteraard voelen de vrouwen er collectief niets voor dat er op deze manier misbruik van hen gemaakt wordt. Ze doen hun best om zo onaantrekkelijk mogelijk te zijn voor de fokslaaf. De oudste van de zes vrouwen, Nan, is de vruchtbare leeftijd al gepasseerd. Zij is vroedvrouw en weet veel van planten en kruiden. Met haar middeltjes weet ze de fokslaaf ziek te maken. Om te voorkomen dat ze zwanger worden, kauwen de vrouwen op wortels van de katoenplant. Charles krijgt argwaan wanneer niemand van de jonge vrouwen zwanger blijkt te zijn maar heeft nog een plan B achter de hand.

    Er breekt voor iedereen een andere fase aan wanneer er buren komen die ook een plantage met slaven hebben. Charles ziet vooral concurrentie, maar de vrouwen genieten van de geheime bijeenkomsten die ze ’s avonds en ’s nachts in het bos hebben met de andere slaven. Wanneer Serah betrapt wordt, moet ze een tijdlang een soort harnas met een bel erin dragen, zodat hoorbaar is waar ze zich bevindt. De sfeer in Texas en op de plantage wordt dreigender en grimmiger doordat er op een gegeven moment verhalen rondgaan over slaven die zich  tegen hun meesters keren. Er zijn bijvoorbeeld geruchten over slaven die moorden plegen of waterputten vergiftigen. Charles neemt steeds strengere maatregelen om zijn gezin te beschermen tegen die toenemende dreiging.

    Vragen

    De verhaallijn van de vrouwen die maar niet zwanger worden is interessant en de angst van de vrouwen dat hun plan en de maatregelen die ze treffen om zwangerschappen te voorkomen aan het licht komen is voelbaar. Het wij-perspectief, op zich echt een vondst in deze context, wordt helaas niet consequent gehanteerd en dat maakt het boek toch wat rommelig. Via een alwetende verteller wordt bijvoorbeeld duidelijk dat ook Lizzie haar leven niet altijd gemakkelijk vindt. De roman zou krachtiger geweest zijn wanneer die verhaallijn van Lizzie achterwege was gelaten of toch ook alleen via het wij-perspectief was gedeeld. Nergens voel je als lezer namelijk enige sympathie voor haar (of voor haar man). Daarnaast zijn er aan het eind van het boek wat brieven aan Serah te lezen van een mannelijke slaaf van een buurplantage. Deze brieven vormen niet alleen opnieuw een onderbreking van het perspectief, maar roepen vooral vragen op. Hoe is het mogelijk dat Serah kon lezen en dat haar gevluchte geliefde zulke volzinnen kon schrijven in een tijd dat het vooral als gevaarlijk werd beschouwd om slaven te leren lezen en schrijven? Ten slotte zorgen grote tijdsprongen aan het eind van het boek ervoor dat er veel vragen overblijven.

    Schrijnend

    Het is belangrijk dat het verhaal van het slavernijverleden van de Verenigde Staten verteld blijft worden. Tracey Rose Peyton heeft daar een nieuwe dimensie aan toegevoegd met de invalshoek van het gynaecologisch verzet. In dat opzicht is het een bijzonder debuut, waarin het lijden van tot slaaf gemaakte mensen schrijnend en invoelbaar aanwezig is, al kun je je afvragen wat het boek verder toevoegt aan de al bestaande literatuur. Waar we gaan is nacht is een donker en somber boek, zonder enige hoop en er zijn wat rafelrandjes waar het gaat om het perspectief, de geloofwaardigheid en wat losse eindjes die onvoldoende afgehecht worden. Maar desalniettemin is het een opvallend en vlot leesbaar verhaal.

     

     

  • Oogst week 42 -2022

    Last

    Het belangrijkste thema uit het werk van de Nederlandse, van oorsprong Surinaamse schrijfster Ellen Ombre (1948) is de mens die tussen twee totaal verschillende culturen terecht komt. Dat wordt vooral duidelijk in haar roman uit 2004 Negerjood in moederland.
    Ombre werd in 1948 in Suriname geboren en verhuisde in 1961 naar Nederland. Zij zocht jarenlang – veelal tevergeefs – naar nieuwe feiten over het vroege Surinaamse Jodendom omdat zij waarschijnlijk net als haar hoofdpersoon Lot uit haar nieuwe roman Last een nazaat is van de zogenoemde Negerjoden. Dit waren afstammelingen van de plantagehouders, veelal Sefardische Joden, en hun tot slaaf gemaakten die woonden in een zeventiende-eeuwse landbouwkolonie, Jodensavanne.

    Lot raakt in Last geïnteresseerd in deze bevolkingsgroep en de geschiedenis van Jodensavanne en zet, in navolging van haar overleden vader diens onderzoek naar het begin van het Surinaamse Jodendom voort. In de persoon van ene Erwin Nassy, de laatste rasechte Sefard in Paramaribo, stuit ze juist op het einde ervan.

     

    Last
    Auteur: Ellen Ombre
    Uitgeverij: Nijgh & van Ditmar (2022)

    Witte schuld

    Toen de Britse schrijver Thomas Harding (1968) erachter kwam dat zijn voorouders  geprofiteerd hadden van de slavernij, wilde hij daar meer over weten. Wat begon met het stellen van wat vragen binnen de familie, werd al snel een breder onderzoek naar de rol van Groot-Brittannië in de geschiedenis van de slavernij. Harding ontdekte tot zijn schaamte dat die rol heel anders was dan hij altijd op school had geleerd. Hij wist niet beter dan dat Groot-Brittannië tot de tegenstanders van de slavernij behoorde en dat het land zich juist vooral had ingezet voor het afschaffen daarvan. In zijn gesprekken met afstammelingen van de tot slaaf gemaakten bleek dat zij de echte rol wel goed kenden.

    Zijn ontdekking en zijn onderzoek waren voor Harding de aanleiding om Witte schuld te schrijven. Daarin vertelt hij het verhaal van een slavenopstand in 1823 in een voormalige Britse kolonie, het huidige Guyana. De opstand begon op een kleine suikerplantage en groeide uit tot het begin van de afschaffing van de slavernij in het Britse rijk.
    Harding vertelt het verhaal vanuit het perspectief van vier personages: de tot slaaf gemaakte Jack Gladstone, de missionaris John Smith, de kolonist John Cheveley en de politicus en slavenhouder John Gladstone, vanaf de aanloop naar de opstand tot aan het rechtbankdrama dat erop volgde.

    Witte schuld
    Auteur: Thomas Harding
    Uitgeverij: De Arbeiderspers (2022)

    De singulariteit

    Dichter en vertaler Hans Kloos (1960) was zo enthousiast over het Zweedse origineel van De singulariteit van Balsam Karam (1983) dat hij maar meteen begon met het vertalen van drie fragmenten waarmee hij de boer opging. Hij wist uitgeverij Kievenaar te overtuigen van de kwaliteit van dit boek en inmiddels is De singulariteit daar verschenen.
    De wellicht onbekende Uitgeverij Kievenaar schrijft op hun website over de uitgeefplannen:  ‘Reken de komende jaren op veel proza en iets minder poëzie, op werk van voornamelijk buitenlandse schrijvers uit heden en verleden, wit, zwart, halfbloed, en vertrouw erop dat we […] er niet voor zullen terugdeinzen een bij tijd en wijle vertwijfeling en verwarring zaaiend mensbeeld te presenteren.’

    De singulariteit (een singulariteit is volgens Wikipedia ‘in het algemeen een ongewoonheid, iets waar de normale regels of wetten niet meer geldig zijn of niet meer toegepast kunnen worden.) bestaat uit drie verschillende delen. In alle delen gaat het om vrouwen die een groot verlies geleden hebben. De vrouwen hebben allemaal met elkaar te maken, maar wat, dat wordt pas duidelijk in de loop van de roman.

    Kloos noemt De singulariteit ‘een wonderlijk, prachtig boek’. De van oorsprong Iraans Koerdische Karam woont sinds haar zevende in Zweden en schrijft in het Zweeds. Op de site van literair tijdschrift Terras staan drie fragmenten, elk uit een ander deel die een indruk geven van de inhoud van het boek en de stijl van de auteur. Ook op de website van Hans Kloos is meer informatie te vinden.

    De singulariteit
    Auteur: Balsam Karam
    Uitgeverij: Uitgeverij Kievenaar (2022)
  • Ambitieuze roman tegen de achtergrond van de nieuwe staat Zambia

    Ambitieuze roman tegen de achtergrond van de nieuwe staat Zambia

    De ‘Grote Afrikaanse Roman’ lijkt in de lift te zitten. Nadat de in voorbije zomer Kintu van de Oegandese Jennifer Nansubuga Makumbi de bestsellerlijsten aanvoerde, is er nu niets dan lof voor De rook die dondert,  debuut van Namwali Serpell en het Zambiaanse antwoord op Kintu. Serpell is geboren in Zambia, maar woont sinds haar negende in de Verenigde Staten. Heden ten dage is ze gerenommeerd hoogleraar Engels aan Berkeley University en wordt ze beschouwd als een van de meest veelbelovende Afrikaanse schrijfsters.

    Verschillende genres

    De rook die dondert is een ambitieuze roman die speelt tegen de achtergrond van de nieuwe staat Zambia. In een tijdspanne van 120 jaar schetst Serpell het ontstaan en de groei van een natie, met alle problemen en gevoeligheden die ermee gepaard gaan. Ze doet dat op een weergaloze manier. Serpell mixt verschillende genres bij elkaar om zo te komen tot de referentieroman van deze prille staat: zowel de historische roman als de liefdesroman komen aan bod, maar evenzeer thriller en sciencefiction, familiekroniek en psychologische roman, dit alles overgoten met een flinke saus magisch realisme.

    Voor de lezer die graag een rechttoe rechtaan verhaal heeft, is het misschien overdreven. Het is immers zaak de hele tijd de onderlinge relaties goed in de gaten te houden. Serpell laat heel wat thema’s aan bod komen in haar grote roman: kolonisatie, racisme, gendergelijkheid, feminisme, liefde, AIDS, nieuwe technologische ontwikkelingen. Dat maakt het boek zo rijk, maar ook ingewikkeld en soms moeilijk om te volgen. Gelukkig heeft ze een stamboom toegevoegd om de onderlinge relaties steeds goed te kunnen bij houden. 

    Drie oermoeders

    Het boek begint en eindigt bij de Victoriawatervallen en de Kambezi-dam. Vandaaruit volgt de lezer de lotgevallen van drie generaties wier lot op wonderbaarlijke wijze met elkaar verbonden lijkt. De drie stammoeders hebben nochtans verschillende achtergronden. De Italiaanse Sibilla, die een afwijking heeft – ze is namelijk overal behaard – volgt haar geliefde om in Zambia een nieuw leven op te bouwen. De veelbelovende Britse tennisspeelster Agnes wordt plots blind, ze wordt verliefd op een zwarte ingenieur en gaat er met hem vandoor naar Zambia.

    Daarnaast is er de autochtone Matha, wonderkind tegen wil en dank, maar aangezien meisjes geen onderwijs krijgen in Zambia, doet ze zich voor als jongen om toch te studeren. Ze wordt opgenomen in het Zambiaanse ruimtevaartprogramma, maar wordt ongewenst zwanger en moet noodgedwongen de wetenschap verlaten. De kinderen en kleinkinderen van deze drie oermoeders groeien in vaak moeilijke omstandigheden op in het pas opgerichte Zambia en worden door het lot steeds dichter naar elkaar toe gedreven tot ze in een zinderende finale (in de nabije toekomst) een nieuwe revolutie ontketenen.

    Serpell heeft heel veel research gedaan. Heel wat zaken zijn historisch correct, maar ze overdekt alles met een laag fictie. De stijl is zeer direct en beschrijvend, dat maakt het nochtans lijvige boek aangenaam en vlot om lezen. De personages zijn bijzonder goed en gedetailleerd uitgewerkt, levensecht en geloofwaardig, ondanks de soms bizarre gebeurtenissen. Matha, bijvoorbeeld,  is een historische figuur die deel uitmaakte van het historische Zambiaanse ruimtevaartprogramma, het Afrikaanse antwoord op de Amerikaanse en Russische race naar de maan. Eigenlijk meer propaganda dan een echt ruimtevaartprogramma, geleid door revolutieleider Nkoloso. De manier waarop Serpell dit deel beschrijft is ronduit schitterend.

    Actualiteit versus science-fiction

    Hoewel het dus historisch correct is, beschrijft ze dit onderdeel met heel veel ironie en humor en ziet de hilariteit ervan in. Serpell slaagt erin de kritiek op corruptie en onderdrukking op een omfloerste, maar toch duidelijke manier weer te geven. Ook speelt ze graag met motieven. Een van de belangrijkste motieven is ongetwijfeld: hoofdhaar. Haar speelt een belangrijke rol in het leven van nagenoeg alle hoofdpersonages, en met de haargroei of het verlies van haar gaan levens gepaard.

    De beschrijving van de race naar een vaccin tegen het Virus (AIDS) doet akelig actueel aan en schetst de problemen waarmee men geconfronteerd wordt bij de ontwikkeling van vaccins. In het laatste deel, puur science-fiction, zoomt Serpell in op de technologische evolutie en beschrijft ze hoe de Afrikaanse bevolking wordt gebruikt als proefkonijn bij verschillende vernieuwingen. Tegelijk probeert ze de weerbaarheid van de kleine revolutionairen te schetsen die niet zomaar geloven in de voordelen van de grote technologische revolutie. 

    De rook die dondert is een huzarenstuk geworden: rijk aan genres, rijk aan thema’s, rijk aan kleurrijke personages. De beeldende stijl zorgt ervoor dat de lezer zeer betrokken raakt bij het gebeuren, ondanks de soms bizarre gebeurtenissen. Serpell geeft een mooie inkijk op kolonisatie en vooral dekolonisatie en de gevolgen van een zich steeds sneller ontwikkelende maatschappij. Met dit debuut heeft ze zich onmiddellijk op de kaart gezet als betekenisvolle wereldliteratuur schrijver.

     

  • Oogst week 7 – 2020

    Weersverwachting

    Deze week een scherpzinnige roman van de Amerikaanse Jenny Offwell, een trilogie in toneelteksten van Judith Herzberg en de eerste roman van de Zambiaans/Amerikaanse Namwali Serpell.

    De Amerikaanse schrijver Jenny Offwill (1968) wordt na haar laatste roman Verbroken beloften – over een vrouw die kunstenaar wil worden maar zichzelf verliest in het (ook bij Rachel Cusk een leidend thema) moederschap – op een lijn geplaatst met de Britse Anne Enright en Rachel Cusk. Dat Offwell een scherp observator is en dit in prachtige zinnen beschrijft, blijkt ook uit haar derde roman Weersverwachting. Een roman over een jonge vrouw, met een bijbaantje in de bibliotheek van de universiteit waar ze eigenlijk wilde promoveren. Maar haar zorgen om haar broer, een exverslaafde en voor het eerst vader geworden, leidden haar af van dat doel. Ze voelt zich verantwoordelijk voor hem, wat ten koste gaat van haar eigen leven en dat van man en kind. Als ze door haar voormalige promotor, een klimaatwetenschapper en populaire podcasthost, gevraagd wordt te helpen bij het verwerken van een groeiende stroom aan brieven en mails, begint ze vragen te beantwoorden van klimaat- en religieuze doemdenkers. Het verdiepen in deze rampenpsychologie maakt dat ze steeds minder goed in staat is een overlevingsstrategie voor zichzelf te bepalen, om te kunnen ontsnappen aan een leven dat ze niet gewild heeft.

    Weersverwachting
    Auteur: Jenny Offill
    Uitgeverij: De Geus

    Leedvermaak trilogie

    Vorig jaar ontving Judith Herzberg de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren. Herzberg is vooral bekend als dichter, minder bekend is dat ze ook een van onze belangrijkste toneelschrijvers is. In 1982 schreef ze het stuk Leedvermaak dat als een mijlpaal wordt gezien in de toneelgeschiedenis en in 1989 verfilmd door Frans Weisz. Een weergave van hoe de oorlog doorwerkte in de levens van latere generaties. Dertien jaar later schreef Herzberg Rijgdraad (1995), en nog weer zes jaar later Simon (2001). Hoofdrol spelen Nico en Lea, haar ouders Ada en Simon, Dory (de ex van Nico), Lea’s onderduikmoeder Riet, Nico’s vader en stiefmoeder Zwart en Duifje, kinderen en kleinkinderen.
    Als geen ander weet Herzberg  In schijnbaar terloopse en zo eigen aan Herzberg, luchtige dialogen vorm te geven aan het ongemakkelijke leven van onderduik- en kampoverlevers na de oorlog. De toneelteksten kenmerken zich door een zwijgend wegkijken, een niet kunnen (of willen) begrijpen van de ander.
    De trilogie is een klassieker en al lange tijd uitverkocht. Dat er een nieuwe editie van Leedvermaak Trilogie verschijnt, heeft te maken met de opvoering van alle drie de toneelstukken in een marathonvoorstelling dit voorjaar door Het Nationaal Toneel, een bijzonderheid, want niet eerder werd de trilogie in zijn geheel uitgevoerd. De nieuwe editie van deze klassieker is het begin van een integrale uitgave van het hele toneeloeuvre van Judith Herzberg. Iets om naar uit te kijken.

    Leedvermaak trilogie
    Auteur: Judith Herzberg
    Uitgeverij: De Harmonie,

    De rook die dondert

    Professor Engels en schrijver Namwali Serpell (1980, Zambia) woont sinds haar negende in de Verenigde Staten. Haar korte verhalen werden gepubliceerd in literaire tijdschriften, verschillende daarvan werden bekroond, zoals in 2015 met de ‘Caine Prize for African Writing’. Haar roman De rook die dondert (The Old Drift) verscheen onlangs in vertaling van Linda Broeder bij AtlasContact.
    Een ingenieuze roman over het lot van drie vrouwen die om verschillende redenen in Zambia wonen. Agnes, de blinde dochter van een Britse parlementariër wordt verliefd op een ingenieur. Ze gaat er met hem vandoor naar zijn thuisland Zambia, dat op het punt staat onafhankelijk te worden. Sibilla groeit als buitenechtelijk kind op in een gehucht in Italië, ze is van top tot teen bedekt met haar. Ze vlucht met haar geliefde naar Zambia om een nieuw leven op te bouwen. Wiskundige Matha, is in Zambia geboren, en wordt overvallen door een eindeloze tranenvloed nadat ze ongewenst zwanger bleek en gedwongen werd een veelbelovende carrière op te geven. De levens van de kinderen en kleinkinderen van deze vrouwen raken in de daarop volgende decennia onvermijdelijk verbonden met het lot van een hele natie.

    De rook die dondert
    Auteur: Namwali Serpell
    Uitgeverij: Atlas Contact