• De ziel is het vijfde wiel aan de wagen

    De ziel is het vijfde wiel aan de wagen

    Er was misschien sprake van een licht optimisme in Italië toen op 25 juli 1943 Mussolini werd afgezet en in september een bestand met de geallieerden werd gesloten. Maar met het vertrek van de duce verdwenen de fascisten niet. In hun ogen was 25 juli ‘de dag van het verraad’. Ze werden zo mogelijk nog fanatieker. Aan de andere kant trokken partizanen de bergen in om van daaruit de fascisten en de Duitsers te bestrijden. Het leidde tot harde repressies. Zoals in december 1943 in het stadje Borgosesia (regio Piëmont), de plaats waar in 1978 Giacomo Verri werd geboren. In zijn debuutroman uit 2012, Partizaan Winter, beschrijft hij gebeurtenissen in die decembermaand, uitmondend in de dood van tien inwoners door een vuurpeloton van het beruchte fascistische Tagliamentolegioen. Dat was een represaille voor de moord op twee leden van het legioen door de partizanen.

    Verri doet zijn verhaal door ons als lezer in het hoofd te laten kruipen van drie protagonisten, de gepensioneerde professor Italo Trabucco, de achttienjarige student Jacopo Preti en de tienjarige Umberto Dedali. Ze hebben alle drie een relatie met de partizanen. De student maakt er deel van uit, Trabucco is er niet actief bij betrokken, maar verdiept zich erg in de zin van het verzet (‘Het enige dat ik kan is observeren’, zegt hij ergens) en de kleine Umberto raakt steeds meer verstrikt in een romantisch beeld van de partizanen; in zijn ogen heldhaftige strijders met baarden, die op de berg Briasco met wolven praten.

    Natuur
    Partizaan Winter is geen boek dat snel wegleest. ‘Er is geduld voor nodig’, zegt Verri zelf in een documentaire (in het Nederlands ondertiteld). Vooral voor de Nederlandse lezer die waarschijnlijk niets weet van de gebeurtenissen in het Noord-Italiaanse provinciestadje in 1943, is niet altijd duidelijk wat Verri nu precies wil vertellen. Pas bij een tweede lezing valt alles op zijn plek. Complicerende factoren zijn dat Verri niet zozeer acties beschrijft als wel wat er in de hoofden van de betrokkenen omgaat aan idealen en morele oordelen. Die worden dan ook nog eens beschreven als een verhouding tot de natuur. Dat is een bewuste keuze van Verri die hij in een nawoord toelicht. Hij kan geen objectief verhaal vertellen; hij was er niet bij. ‘De mens van vandaag [kan] zich alleen vergelijken met dat verleden, als hij geplaatst wordt tegenover de dingen van de natuur (en niet van de geschiedenis), die al duizenden jaren dezelfde zijn’. Het leidt tot een poëtische verteltrant, waarin Trabucco bijvoorbeeld het best tot zijn recht komt als hij in gesprek kan zijn met zijn geliefde berg Fenera.

    Katalysator
    Een mooie vondst van Verri is om elk van zijn hoofdfiguren een vrouwelijke inspiratiebron toe te kennen, die werkt als een soort katalysator. Het gaat steeds om iemand voor wie één van de hoofdpersonen amoureuze gevoelens koestert zonder dat die worden gepraktiseerd. Ze verleiden de betrokkenen echter wel tot politieke keuzes of op zijn minst het nadenken daarover. Voor de oude Trabucco is dat Giulietta, een wat geheimzinnig vrouw die koerier voor de partizanen lijkt te zijn. Voor Jacopo is het Flora, bij wie hij een blauwtje loopt, maar voor wie hij daarom des te meer wil bewijzen dat hij partizanenbloed heeft. Voor Umberto tenslotte is het schoolgenote Maria, die contact heeft met de partizanen.Daarnaast zijn er twee mannelijke figuren die een soortgelijke rol spelen.

    Allereerst is dat Pietro, een vroegere arts en vriend van Trabucco, die hem wil betrekken bij het verzetswerk. Niet als actievoerder, maar als wijze beschouwer. Hij vraagt hem een toespraak te houden voor het verzetsdetachement Grasci dat vanuit de berg Briasco opereert.
    Een heel andere inbreng heeft Umberto’s schoolvriend Gabriele, wiens ouders fascisten zijn (net als de schoolmeester). Het leidt tot een steeds grotere verwijdering tussen de jongens, die uiteindelijk omslaat in haat.
    Jacopo Preti heeft niet zo’n vriend, maar hem is altijd een ontmoeting bijgebleven met een zeeman die een adagium had dat Jacopo overgenomen heeft: ‘De ziel is het vijfde wiel aan de wagen’. Een wat raadselachtig motto dat Jacopo later als volgt aan zijn medestrijders uitlegt: ‘Toen de heksen verbrandden, was die stank boven de brandstapels misschien wel de ziel die ten hemel steeg (…) Ze treedt vermengd met bloed uit als de fascisten je neerschieten en dan win jij omdat je ertussenuit piept. Kijk, dat is nou het vijfde wiel aan de wagen.’ Met andere woorden: de partizaan zegeviert altijd.

    Vuurpeloton
    Het is december; winter. Zowel Trabucco als Umberto is, ieder in eigen kring, bezig de kerststal op te bouwen. Dat is in de katholieke vallei waarin Borgosesia ligt, een langdurig ritueel dat begint op 1 december en eindigt op Kerstavond en in voltooide staat een heel landschap tevoorschijn tovert. Verri geeft zijn hoofdstukken als titel mee de data van de maand (met een verwijzing naar de kerkelijke traditie wordt 8 december afwijkend getiteld als ‘de onbevlekte ontvangenis’), beginnend op de eerste en eindigend op 23 december, de dag na het vuurpeloton.

    In de laatste dagen voor Kerstmis pakt het Tagliamentolegioen pakt min of meer willekeurig mensen op  als represaille. Die betrokken zouden zijn bij de moord op de fascisten. De belangrijkste is de burgemeester van Borgosesia, Giuseppe Osella, die bekend stond als fascist, maar in het geheim de helpende hand uitstak naar de partizanen. Hij wordt op een gruwelijke manier gemarteld. Onder de arrestanten zijn ook Pietro en Trabucco. Ze ondergaan de martelingen eveneens, maar ze behoren uiteindelijk niet tot de tien geselecteerden die voor de muur van de San’Antonio zullen worden geëxecuteerd. Ook Jacopo is er niet bij. De fascisten hebben hem niet te pakken gekregen.
    Wie ook niet onder de gearresteerden zit is de jonge Umberto. Hij mag elk jaar een wens doen aan Jezus in de kribbe. Dit jaar heeft hij een bijzondere wens. Bovendien heeft hij een briefje geschreven aan Cino, de leider van de partizanen, dat hij mee wil doen. Hij heeft, zoals alle partizanen schuilnamen hebben, voor zichzelf ‘Partizaan Winter’ gekozen. Wat moet hij nu, na het vuurpeloton?

    Instinct
    De dag voor Kerstmis vormt zowel het eerste als het laatste hoofdstuk van de roman. Daarin blikt Trabucco terug op de gebeurtenissen en de lessen die daaruit te trekken zijn. Zoals over het motto van Jacopo: ‘Misschien hechten de mensen aan oorlog, ondanks haar gruwelen, omdat alleen oorlog diegenen verenigt die niet kunnen liefhebben en niet kunnen streven naar de oneindige eenheid van de spirituele wereld. Het idee van het vijfde wil aan de wagen was een kwellende gedachte die Jacopo in leven hield, hem vooruitdreef en hem uitdaagde om te geloven dat dieren in vergelijking met de mens, in de stijgende weg naar volmaaktheid, een veel groter geschenk hadden ontvangen: het instinct.’

    Verri maakt met zijn verhaal de sfeer van wantrouwen, verbittering, haat, maar ook vriendschap zeer invoelbaar, zij het dat die pas echt bij herlezing aangrijpt. Dan stap je als lezer gemakkelijker over de soms wat te geconstrueerde teksten heen. Want een zekere onevenwichtigheid kan de taal van Partizaan Winter toch wel worden tegengeworpen. Er zijn mooie zinnen, zoals wanneer Umberto aan het sterfbed van zijn vader bedenkt ‘dat je dingen om aan een vriend te vertellen altijd voor later kunt bewaren. Aan een vader niet: of je doet het altijd, of het lukt nooit meer’. Maar daartegenover staan gezochte vergelijkingen als een straat ‘aan weerszijden omschouderd met overbevolkte huizen’.

     

  • Oogst week 18 – 2019

    Partizaan Winter

    Partizaan Winter is het debuut van de Italiaanse schrijver Giacomo Verri (1978). Het verscheen oorspronkelijk in 2012 en is nu in een vertaling van Lilian Lotichius bij uitgeverij IJzer verschenen. Partizaan Winter vertelt over de gebeurtenissen uit 1943 in en rond het geboortedorp en de woonplaats van de auteur, Borgosesia.

    Aan de hand van drie sleutelfiguren vertelt Verri het verhaal van de vrijheidsstrijd van partizanen tegen het fascisme in de oorlogswinter van 1943. De drie personages raken op hun eigen manier verwikkeld in de oorlogsgebeurtenissen met als dieptepunt de represaille door het fascistische en berucht wrede Tagliamento-legioen voor de moord op twee van hun kameraden door de partizanen. Na een nacht van gruwelijke martelpraktijken fusilleert het legioen tien inwoners van Borgosesia.

    Een korte documentaire over de roman staat hier.

    Partizaan Winter
    Auteur: Giacomo Verri
    Uitgeverij: Uitgeverij IJzer

    Grote dieven kleine dieven

    Veel van de romans van de Egyptische schrijver Cossery spelen zich af in Egypte. Ze gaan over het contrast tussen arm en rijk, tussen machthebbers en machtelozen. De hoofdpersonen in zijn boeken zijn meestal representanten van de underdog.

    Zo ook in Grote dieven kleine dieven waarin Oessama, een intelligente, ironische, kleine dief, een belastende brief vindt in een door hem gerolde portefeuille. Het boek speelt zich af in een uit zijn krachten gegroeid Caïro, waar haastig en goedkoop gebouwd wordt. Door bezuinigingen op deugdelijk bouwmateriaal en door achterstallig onderhoud van bestaande huizen storten regelmatig panden in.

    Uit de brief die Oessama gestolen heeft blijkt dat een projectontwikkelaar en een politicus schuldig zijn aan het instorten van een gebouw, waarbij minstens vijftig doden vielen.

     

    Grote dieven kleine dieven
    Auteur: Albert Cossery
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    De IJssel stroomt feller dan de Amstel

    Ad ten Bosch is grootgebracht tussen de boeken. Zijn vader was boekhandelaar bij Van Someren en Ten Bosch, een boekhandel die Ten Bosch later overnam. Dat was het begin van een loopbaan in het boekenvak. Hij is drukker, boekverkoper, uitgever en schrijver (geweest).

    In De IJssel stroomt feller dan de Amstel, met als ondertitel ‘Herinneringen van een boekverkoper, uitgever en schrijver’ vertelt hij zijn verhaal.

    Uitgeverij van Oorschot: ‘Zijn memoires lezen als een verslag van een avontuurlijk leven en een geschiedenis van het Nederlandse boekenvak ineen.’

    De IJssel stroomt feller dan de Amstel
    Auteur: Ad ten Bosch
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Onrustige dagen

    Zoals De IJssel stroomt sneller dan de Amstel (zie hiervoor) een beeld geeft van het Nederlandse boekenvak, zo biedt Geniaal is niet direct het woord. Brieven aan Theo Sontrop inzicht in de verhouding van een schrijver en zijn uitgever. Deze speciale uitgave (bezorgd en van een nawoord voorzien door Jan Paul Hinrichs) is in beperkte oplage verschenen bij de Statenhofpers en bevat 73 brieven van F.B. Hotz aan De Arbeiderspers. Oplage: 75 gebonden exemplaren.

    Maar de liefhebbers van verhalenverteller Hotz kunnen ook hun hart ophalen bij Onrustige dagen, de mooiste verhalen, gekozen en ingeleid door Thomas Heerma van Voss die schrijft: ‘Hotz is een grootmeester. Scherpzinnig, grappig, ontroerend, psychologisch bijzonder sterk en, wat echt een unicum is: zijn verhalen voelen niet gedateerd. Als ik bij het schrijven even vastloop trek ik regelmatig een van Hotz’ bundels uit de kast. Om een paar zinnen te lezen. Om me over te geven aan zijn ritme. Ik zou het iedereen aanraden. De beste verhalen van Hotz horen bij het beste wat de Nederlandse literatuur heeft voortgebracht.’

    Onrustige dagen
    Auteur: F.B. Hotz
    Uitgeverij: De Arbeiderspers