• Oogst week 50 – 2025

    Een Cyborg Manifest – Wetenschap, technologie en socialistisch feminisme aan het eind van de twintigste eeuw

    Het boek Een Cyborg Manifest – Wetenschap, technologie en socialistisch feminisme aan het eind van de twintigste eeuw van Donna Haraway begint met een voorwoord van vertaler Karin Spaink. Zij heeft de vertaling licht bewerkt en schrijft een uitgebreide inleiding, getiteld ‘Cyborgs zijn heel gewone mensen (ze denken hooguit meer na)’, omdat Haraway’s essay ‘geen lichte kost’ is, zo laat ze weten. Cyborgs zijn organische robots of mensenmachines. De cyborg, schrijft Spaink, ‘bestaat eigenlijk al lang, wij zijn het zelf.’

    Filosoof Haraway schreef Een Cyborg Manifest in 1985. Ze onderzoekt daarin de verhoudingen tussen mens en machine en verenigt engagement, kritisch feminisme, onrustbarende ideeën en verstand van moderne technologiestudies. Volgens Haraway zijn allerlei oude tweedelingen achterhaald. Ze introduceert een nieuw politiek perspectief: een kruising tussen mens en machine zou daarvoor een mogelijkheid zijn.

    Het nawoord is van Lydia Baan Hofman, filosoof en adviseur bij de Wetenschappelijke Klimaatraad. Ze bestudeert het werk van Donna Haraway. In een interview op Kennislink zegt ze: ‘Haraway bekritiseert het idee van de menselijke uitzonderingspositie. Zij leert ons dat we leven in een web van relaties met bomen, dieren, mensen, maar ook technologieën en andere dingen. Alles is ergens mee verbonden, wat weer met iets anders verbonden is. Als we willen begrijpen hoe de wereld werkt en welke consequenties onze handelingen hebben, dan vereist dat een bepaalde manier van denken (…)’ Haraway noemt dat tentaculair denken.

     

    Auteur: Donna Haraway
    Uitgeverij: Isvw uitgevers 2021

    In verlatenheid

    L.H. Wiener (1945) schrijft sinds 1966 verhalen. Zijn eerste bundels, die hij nog publiceerde als Lodewijk-Henri Wiener, leverden niet veel waardering op. De verhalen die hij daarna schreef verschenen in literaire tijdschriften, soms werden ze gebundeld. In 2003 ontving Wiener de F. Bordewijk-prijs voor zijn roman Nestor. Daarna verschenen twee delen met zijn verzamelde verhalen. Het publiceren van verhalen ging door, soms in heel kleine oplagen en gesigneerde exemplaren.

    Nu is er In verlatenheid, een ‘document humain’ waarin Wiener de eenzaamheid probeert te overwinnen nadat zijn Laatste Vriendin hem heeft verlaten. De proloog begint hij met: ‘Vrouwen hadden het gaande mijn leven nogal eens op mij voorzien, maar verlieten me na verloop van tijd weer steevast, vermoedelijk door gemankeerde aandacht mijnerzijds, (…)’ De schuldige is zijn schrijverschap; hij was ‘als leraar geboren maar als schrijver in de wieg gelegd’. In een stream of consciousness kijkt Wiener terug op zijn leven en bedenkt wie hij was of had willen zijn als jongen, student, vader, drinker, schrijver, zeiler, want de dood is ‘talmend, maar onvermurwbaar’ in aantocht.

    Wiener begon In verlatenheid als tekst om mee te dingen naar de prijs van Boekenweekgeschenkuitgave. Het verhaal werd iets langer. ‘Nu trof het goed dat mijn vriendin Kenau, een naam die zij voor zichzelf bedacht had, mij na een omgang van veertien jaar verlaten had (…) De titel van mijn novelle werd me als het ware in de schoot geworpen,’ zegt hij in zijn toespraak bij de presentatie van In verlatenheid. De novelle noemt hij een afscheid, een zwanenzang.

     

    Auteur: L.H. Wiener
    Uitgeverij: Pluim 2025

    Watermeloenman

    Henk van Straten (1980) is journalist en schrijver. Na een paar afgebroken hbo-opleidingen en banen, onder meer in de horeca, bij een poppodium en een uitzendbureau, richtte hij zich op het schrijven. Op het omslag van Watermeloenman staat als ondertitel Een fris-fruitige misdaadroman, wat aangeeft dat de roman niet al te serieus hoeft te worden genomen. Er valt te lachen.

    Alleenstaande hoofdpersoon Nico Waltzman is boswachter en als hij op een nacht zijn bos inspecteert, struikelt hij over een watermeloen. Nico maakt zich zorgen over de verandering in de natuur, over pesticiden en over de in het bos verschijnende exoten. Gefrustreerd over het vinden van een watermeloen in zijn bos, die daar helemaal niet hoort, trapt hij ertegenaan. De meloen barst open en er komt iets onverwachts tevoorschijn. Wat volgt is een wereld van drugs, criminaliteit, chaos en moord. Nico krijgt te maken met crimineel Schele Ted, en dan staat er ook nog plotseling een twaalfjarige zoon voor de deur van wiens bestaan zijn ex hem nooit had verteld.

    Bizarre verschijningen als een wolf, een panter en een nest hoornaars doen het verhaal geregeld een andere kant op gaan en relativeren de harde criminaliteit. De personages lijken stereotiep, maar Van Straten geeft ze in deze hilarische pageturner complexiteit en diepte mee, terug te vinden in vriendschappen en deals.

     

    Auteur: Henk van Straten
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar 2025
  • Deze zeereis is niet zomaar een reisverhaal

    Deze zeereis is niet zomaar een reisverhaal

    L.H. Wiener (1945) mag gerust tot de eminence grises van de Nederlandse literatuur worden gerekend. Wiener debuteerde in 1966 met verhalen in het literaire tijdschrift Tirade en heeft daarna decennialang zijn oeuvre gestaag uitgebreid. Aanvankelijk schreef hij onder de naam Lodewijk Henri Wiener, maar sinds 1980 publiceert hij onder de naam L.H. Wiener. In 1967 verscheen zijn eerste verhalenbundel Seizoenarbeid. Hoewel Wiener in de jaren daarna bleef werken aan zijn verhalen oeuvre en een groeiende groep bewonderaars opbouwde, kreeg hij lange tijd weinig aandacht van de pers. Het duurde meer dan drie decennia voordat hem erkenning ten deel viel. Voor zijn tweede roman Nestor (2002) werd hij in 2003 bekroond met de F. Bordewijk-prijs. Niet lang daarna verschenen zijn verhalen in twee gebundelde delen die door de pers gunstig werden besproken. 

    In Zeeangst vertelt L.H. Wiener over zijn zeiltocht vanuit Nederland naar de zuidkust van Engeland, die hij samen met zijn levensgezellin Ant en poes Loes onderneemt. Zijn doel is om langs de Belgische en Noord-Franse kust af te zakken richting Duinkerken om van daaruit het Kanaal over te steken. Het is echter zeker niet zomaar het zoveelste reisverhaal. Wiener is van kinds af aan een groot zeilenthousiast en vertelt daar in Zeeangst met bijzonder veel enthousiasme over. Hij gebruikt daarbij veel nautische terminologie die voor echte landrotten misschien moeilijk zijn te volgen, maar gelukkig is er een uitgebreide en verklarende woordenlijst achterin het boek opgenomen.

    Relatie tot de zee

    Zeeangst is een autobiografisch geschrift. Zelf noemt hij het deels een nautisch logboek waarin hij zijn verhouding tot de zee, de literatuur en het leven uiteenzet. Het logboek-karakter is overal aanwezig in het boek. Wat daarbij opvalt is het regelmatige gebruik van steekzinnen. Als hij en Ant aankomen in de haven van Calais noteert hij het volgende: Het Bassin de Plaisance de Calais. Klinkt mooi, is niets. Hadden niet naar binnen moeten gaan. De metalen steigers piepen door de beweging van het water, zodat je geen oog doet, dat is trouwens ook zo in Boulogne-sur-Mer, maar minder. ’ 

    Wiener beschrijft op een fascinerende manier zijn relatie tot de zee, die hem zowel afschrikt als aantrekt. Hij leidt aan zeeangst dat hij als volgt onder woorden brengt: Voor mij geldt geen liefde voor de zee, wel ontzag in een altijd sluimerende angst. En in dat ontzag en in die onderdrukte vrees begeef ik me op zee, om haar tegemoet te treden, om haar te tonen dat ik haar macht niet willoos zal ondergaan, maar die als zeiler juist naar mijn hand zal trachten te zetten, in de overtuiging dat de zee zelf willoos onderhevig is aan de oerkrachten van tij en wind, krachten die ik beide, anders dan de zee, in mijn voordeel kan aanwenden, of mijden.’ 

    Vriend en vijand

    Wiener ontkracht tegelijkertijd vele mythes over de zee alsof het een kwaadaardig schepsel zou zijn dat er op uit is om schepen schipbreuk te laten leiden. De zee is geen vijand, maar slechts een neutrale macht. Een macht die echter in staat is te vermorzelen als de mens niet goed voorbereid het ruime sop kiest. De zee blijft daarom zowel vriend als vijand voor Wiener. Een vriend die je waardeert en een vijand die je respecteert. 

    Zijn relatie met Engeland is eveneens op zijn minst ambivalent te noemen. Een echte Anglofiel is hij zeker niet. Wiener schrijft weliswaar met liefde, maar ook met kritische spot over Engeland. Wiener is op zulke momenten lekker op dreef. Hij is hoogst in zijn wiek geschoten als blijkt dat poes Loes alleen met de juiste formulieren Engeland in kan, en die zijn niet volledig. Zo krijgt Wiener opeens met de Engelse bureaucratie te maken, hetgeen een grote ergernis bij hem opwekt. ‘Regels zijn regels, de Duitsers hebben de naam, maar de Engelsen zijn erger, aangezien ze er een forse dosis hypocrisie aan toevoegen. Ik moest denken aan de vernedering van Oscar Wilde die op 20 november 1895, in gestreepte gevangeniskleding en met handboeien om, tentoongesteld werd aan het spugende publiek op het perron van Clapham Junction, in afwachting van zijn transport naar Reading Goal, hoewel in Londen avond aan avond, in twee theaters tegelijk, zijn geestige toneelstukken voor volle zalen werden opgevoerd, waarbij zijn naam als auteur op de affiches was zwartgemaakt.’ 

    Erudiete passages

    Deze passage is L.H. Wiener ten voeten uit. Hij rijgt op bijna achteloze wijze allerlei anekdotes die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben op een bijna vanzelfsprekende manier aan elkaar. Zo wemelt het in Zeeangst van de literaire terzijdes. Vooral Malcolm Lowry die Under the volcano schreef, blijkt een belangrijke invloed op L.H. Wiener te hebben. Ook veel andere schrijvers komen voorbij, waaronder Frans Kellendonk. Zeeangst werkt vooral erg goed doordat de schrijver allerlei erudiete passages over literatuur, geschiedenis en cultuur afwisselt met de nodige zelfspot en zijn oog voor het vrouwelijke schoon dat hij tijdens deze reis tegenkomt. Het maakt het lezen van Zeeangst tot een bijzonder aangenaam tijdverdrijf, waarbij de lezer veel te weten komt over zeilreizen, literatuur en de rare gewoontes van de Britten.

     

     

  • Oogst week 27 – 2020

    De hel en andere bestemmingen

    Madeleine Albright (1937) werd in 1997 de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken onder Bill Clinton. Ze was lid van de Nationale Veiligheidsraad en ambassadeur voor de VS bij de Verenigde Naties. De hel en andere bestemmingen zijn haar memoires van 2001-2019.

    Toen Albright in 2001 terugtrad als minister van Buitenlandse Zaken, werd haar gevraagd hoe zij herinnerd wilde worden. Haar antwoord: ‘Ik wil niet herinnerd worden, ik ben er nog steeds en ik wil dat elke fase van mijn leven spannender is dan de voorgaande.’

    Sinds die tijd houdt ze zich bezig met schrijven, lesgeven, reizen, lezingen geven, strijden voor democratie, opkomen voor vrouwen, campagne voeren voor politieke kandidaten en haar kleinkinderen. Ze is een strijder pur sang en met haar schrijven geeft ze een stem aan miljoenen mensen die respect verdienen, ongeacht hun gender, achtergrond of leeftijd.

    Volgens de uitgever is Madeleine Albright op haar best in dit boek: ‘openhartig, grappig, persoonlijk en serieus’.

    De hel en andere bestemmingen
    Auteur: Madeleine Albright
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    De dagen

    Willem van Toorn (1935) heeft een lange staat van dienst als roman- en verhalenschrijver, dichter en essayist. Daarnaast schreef hij de biografie van Emanuel Querido, de grondlegger van Uitgeverij Querido. 

    Onlangs verscheen van hem de dichtbundel De dagen bij uitgeverij Querido. Een bundel met heldere gedichten die hun oorsprong vinden in alledaagse ervaringen en waarnemingen. Van Toorn woont een groot deel van het jaar in Midden-Frankrijk, de dagelijkse werkzaamheden daar – zoals houthakken voor de winter, omgang met eeuwenoud gereedschap, het overtrekken van kraanvogels, krijgen soms een plaats in zijn poëzie. Weer andere gedichten ontstaan uit confrontaties met de dood, zo is daar de aanwezigheid van een overleden vader, de herinneringen van Dora Diamant aan Franz Kafka, en het delven van een graf voor een kleine hond.

    Voor zijn poëzie ontving Willem van Toorn de Jan Campertprijs, de Herman Gorterprijs en de A. Roland Holst-penning 2000.

    In het juryrapport van die laatste prijs: ‘Willem van Toorn ergert zich aan het feit dat mensen betrekkelijk machteloos staan tegenover een voortdurend veranderende samenleving, die helaas ook steeds onpersoonlijker wordt, die ons haar regels oplegt en ons een bestaan laat leiden dat we niet zelf hebben gekozen. […] Dit is wat Van Toorn bezighoudt. De melancholie om het verval, de liefde voor het landschap, het ironisch geamuseerd zijn, het meegevoel, het verlangen om iets vast te houden in taal […] De taal overleeft.’ 

    De dagen
    Auteur: Willem van Toorn
    Uitgeverij: Querido

    Zeeangst

    Als jongetje van dertien was schrijver L.H. Wiener bijna verdronken, of zoals hij het zelf zegt, had hij, ‘het verdrinkingsproces zo goed als geheel ondergaan.’ Deze gebeurtenis heeft de zee tot zijn vijand gemaakt, die aldus bestreden moet worden. In zijn logboek Zeeangst doet Wiener daar verslag van. Wiener maakte als schipper met zijn vriendin en hun poes een zeiltocht langs de Engelse zuidkust en het eiland Wight.

    Naast een logboek is het ook een scheepsjournaal van een schrijver die een glas whisky brengt naar het graf van Malcolm Lowry, een saluut brengt aan Virginia Woolf. Inzake de poes die meevaart, spreekt de schrijver ook Paul Leéautaud nog aan.

    Achterin is een mooie lijst met zeilbegrippen opgenomen, zoals: ‘zeemijl – nautische afstandsaanduiding: 1.852 meter’. Dat maakt het meevaren als lezer inzichtelijker.

    Zeeangst
    Auteur: L.H. Wiener
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Ruzie kan altijd nog

    Ruzie kan altijd nog

    De wind buldert rond het huis en ik luister naar radiointerviews van Ischa Meijer. Dat hij vijfentwintig jaar geleden overleed wordt groots herdacht. Ik haal zijn boeken uit de kast. Lees De handzame, zijn interviews, blader door De Dikke Man columns. Luister naar degenen die hem gekend hebben. Ieder denkt te weten waarom Ischa was, zoals hij was. In de jaren negentig kwam ik wel eens in café Eik & Linde, waar ‘Een dik uur Ischa’ werd opgenomen. Tussen de gesprekken door, als de band speelde, zat hij doodgemoedereerd achter een tafeltje (flink) in zijn neus te peuteren. Ischa is een verslaving. Hoe meer ik over hem lees en naar hem luister, hoe dichter ik kom bij iets dat mijzelf raakt. Het heeft te maken met een steeds veranderen van richting, niets mag ooit gewoon worden. De gedrevenheid waarmee hij alles deed, Het is om gek van te worden.

    Ik moet er even uit en neem de bus naar Winterswijk met De zoete inval van L.H. Wiener op zak. 

    L.H. Wiener woont in een appartementencomplex aan het Spaarne, met vloerverwarming, een groot bad waar hij niet uit kan komen als hij erin zou gaan, en met ‘zo’n gluiperig kijkglaasje’ in zijn drie meter hoge voordeur, schrijft hij aan A.L. Snijders in een brief die in de bundel is opgenomen. Net als de (poste restante) brief die hij aan F. Starik schreef. De ene dag bezocht hij met F. Starik een kroeg, de dag daarop schreef hij hem een brief: met ‘een goed gevoel’ terugkijkend op hun cafébezoek. Rekent Starik tot een ‘bevriende mogendheid’. ‘Ruzie krijgen kan altijd nog wel, maar voorlopig zie ik geen aanleiding.’ De brief eindigt met, ‘Blijf gezond, dat is gewoon het beste.’ Ruzie zouden ze nooit krijgen, Starik overleed de avond dat Wiener de brief verzond. ‘Onze vriendschap was de kortste uit mijn leven.’ 

    Wiener: ‘Er valt in mijn werk geen mus van het dak zonder dat ik er een verhaal aan wijd. / Fantasie speelt geen rol. Verzinnen kan men alles wel. / Vormgeven is de kunst.’
    Ik denk te weten hoe de vork in de steel zit, zijn verhalen zeer eenvoudig zijn, maar kom bedrogen uit.
    Lees dit verhaal, waarin de schrijver een buizerd voor dood op straat vindt. In een vogelhospitaal herstelt de vogel, wordt vrijgelaten in de duinen. Wiener gaat er kijken, in de hoop een glimp van de buizerd op te vangen. Dan wordt het verhaal van een vrij droge vertelling, vederlicht. Er komt een buizerd  op hem af, landt op zijn schouders, richt over  zijn hoofd heen de snavel naar zijn gelaat. Ze kijken elkaar aan. Dan verdwijnt de buizerd. ‘Zo staat het nu geschreven. / En zo is het dus gebeurd. / Voor altijd.’
    Kijk, dit is prachtig, en ik geloof het maar al te graag.

    Ik lees graag verhalen van schrijvers waarvan je amper iets verneemt buiten hun verhalen om. Dat is wel zo rustig. Hoewel ik hier moet oppassen dat de verhalen van Wiener, zoals Snijders met zijn zkv’s, niet verslavend gaan werken. Een beetje ruimte is geboden.

     

    De zoete inval (verhalen) / L.H. Wiener / Uitgeverij Pluim


     

    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met het OV en schrijft over haar ontdekkingen aan de randen van de literatuur.

  • Seks verkoopt, altijd

    Eindelijk volstrekt alleen zou je het derde deel kunnen noemen van een romantrilogie waarin de voorgangers Nestor en De verering van Quirina T. waren. Maar eigenlijk is het complete oeuvre van L.H. Wiener één groot literair werk dat voortdurend naar zichzelf verwijst, terwijl alle delen ook afzonderlijk te lezen zijn.
    Als je Wiener leest, weet je dat je een goedgeschreven werk in handen hebt, vol hartstocht, passie en woede: over het onderwijs, over de letterkunde en over de liefde. In Eindelijk volstrekt alleen richt die woede zich onder meer op Jeroen Vullings die als hoofd van de Republiek der Letteren stelselmatig het werk van Wiener links liet liggen. Ook A.F.Th. van der Heijden komt er niet ongeschonden vanaf. Wiener maakt zelfs erg foute grappen over de omvang van de schrijver. Maar dat hoort bij deze schrijver die niet alleen zijn misstappen laat staan, hij laat zelfs niet na om die uit te vergroten.
    Het enige bezwaar tegen deze roman is dat er wat storende herhalingen voorkomen omdat de schrijver enkele stukken uit krant of tijdschrift heeft gerecycled. Maar daar lees je met gemak overheen. Waar vind je tegenwoordig nog een boek waar je op de ene pagina met een krop in de keel zit en waar je een paar pagina’s verder hardop moet lachen om weer zo’n woede-aanval als het weer over zijn werk gaat?
    ‘Het is autobiografies als de kolére, maar tegelijkertijd honderd procent fictie, wat zeg je daarvan? Fictionele autobiografie mag ook. Ik vind het best, als het maar geen roman heet. Iedere geile teef die tegenwoordig een boek met veel overspel in elkaar flanst heeft een roman geschreven. Seks verkoopt, altijd. Een mooie kont op het omslag, of zo’n rooie ronde pijpmond en de kassa rinkelt. Dat gaat nooit over. Mijn nieuwe boek heet Eindelijk volstrekt alleen, een dodelijke titel natuurlijk, commercieel gesproken. De meisjes van 6 gym alfa is veel beter. Of wat dacht je van Diana’s lillende lippen, of Babettes bolle billen. Ik zou rijk kunnen zijn, als ik een kut had en niet kon schrijven.’
    Coen Peppelenbos
    L.H. Wiener ? Eindelijk volstrekt alleen. Contact, Amsterdam, 268 blz. €22,50