• Anna Karenina lezen

    Anna Karenina lezen

    Ik las Anna Karenina voor het eerst toen ik op mijn vijftiende in het ziekenhuis lag voor een blindedarmoperatie. Samen met Alleen op de wereld was Anna Karenina wel zo ongeveer het dikste boek dat ik op die leeftijd las. Al begreep ik later dat de uitgave die ik toen las, een verkorte versie van 459 pagina’s was (werkelijke omvang is meer dan het dubbele), in vertaling van Halbo C. Kool en uitgegeven door Bigot en Van Rossum.

    Beide boeken wakkerden in mij een theatraal verlangen aan naar groots en meeslepend leven. Te vondeling gelegd te zijn zoals Remi, dan had je je klasgenootjes nog eens wat te vertellen, of reden om je in een geheimzinnig stilzwijgen te hullen. Dat Remi uiteindelijk zijn echte moeder vindt, een echt lieve moeder, vond ik toen en nog steeds een teleurstellend einde. Er bleef niets over van het drama en heimelijke verlangens; het was af, klaar, uit. Toen ik Anna Karenina las, leed ik aan onmogelijke verliefdheden en ontbeerde ik net als zij, enige erkenning voor wat je verlangens zijn. Om diezelfde reden beviel later Madame Bovary me zo goed. Anna Karenina sterft, Madame Bovary sterft, het smachten van de lezer blijft.

    De laatste weken gonsde het in Utrecht van de literatuur. Er was een voorleesmarathon waar duizend vrouwen aan meededen. Meedoen was een daad van liefde. Liefde voor de Russische literatuur, voor Tolstoi, voor een vrouw als Anna Karenina, voor het hardop voorlezen, liefde voor duizend vrouwen. Ik was een van die vrouwen. Ik had fragment nummer 428 via de mail ontvangen. Dat begon zo: ‘De hele landbouwsector en de verbetering van de levensomstandigheden van het hele volk verdienen een radicaal andere insteek.’ Het fragment gaat over Ljovin, als hij weer terug is op zijn landbouwbedrijf nadat de liefde van zijn leven, Sjerbatskaja, hem heeft afgewezen. Zij wacht op een aanzoek van Graaf Vronski, die had haar, als een echte charmeur, het hof gemaakt. Maar zo gauw Vronski haar oudere zus, Anna Karenina ziet, wil hij haar hebben. En Anna, die leed aan een kil huwelijk, kan hem niet weerstaan en zo begint een dramatisch Russisch liefdesverhaal.

    Ik had mijn fragment uitgeprint en las het in de trein naar Utrecht aandachtig door. Ik prevelde zacht de namen Sjerbatskaja, Strjomov en Ljovin voor me uit. Hopende dat mijn tong niet zou vastlopen in de opeenhoping van medeklinkers wanneer ik voor publiek stond. De marathon had wel iets van een estafette; de vrouwen gaven steeds een zin aan elkaar door. De laatste zin van een fragment, was de beginzin van het daaropvolgende fragment. Het verbond de teksten met elkaar en daarmee de vrouwen die het voorlazen. De laatste zin van mijn fragment was: ‘Laska, die bij zijn voeten lag, rekte zich uit en kwam ook overeind, met een vragende blik op haar baasje: waar gaan we heen?’

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren in het dagelijkse leven en over ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

     

  • Historische handel en wandel van gewone levens

    Historische handel en wandel van gewone levens

    Haar naam was voor velen bekend door de vermelding daarvan in het toneelstuk Who’s Afraid of Virginga Woolf? – dat noch over haar gaat noch door haar geschreven is. Als schrijver werd Virginia Woolf (1882-1941) bij een wat breder publiek pas bekend na de verfilming van haar roman Orlando (1992) en later The Hours (2002), naar het boek van Michael Cunningham. Een film die zich in verschillende tijden afspeelt en waarin naast andere levens ook het schrijversleven van Virginia Woolf – vertolkt door Nicole Kidman – verfilmd werd. The Hours was gebaseerd op Woolfs roman Mrs. Dalloway.

    Virginia Woolfs boeken werden doorgaans als te experimenteel weggezet en enkel door een select groepje liefhebbers gelezen. Dat De jaren in 1937 groots ontvangen werd in Amerika en de bestsellerslijst van ‘The New York Times’ haalde, was een grote verrassing. Opmerkelijk hierbij is dat De jaren in verschillende landen vertaald werd maar in Nederland, tot vorig jaar, niet.

    Iets groots
    Virginia Woolf had al langer de ambitie een groot werk te willen schrijven zoals Tolstois Ana Karenina. Toen ze De verloren tijd van Proust had gelezen versterkte dat haar verlangen, maar nam ook de twijfel toe of ze ooit zoiets groots zou kunnen schrijven. Nadat ze Mrs Dalloway voltooid had zich daarbij afvragend of ze daarmee wellicht al iets groots had verricht, schreef ze op 8 april 1925 in haar dagboek dat het nog niets vergeleken was bij wat Proust – die haar toen geheel in zijn ban had – geschreven had:

    Waar het bij Proust om gaat is het samengaan van uiterste gevoeligheid met uiterste hardnekkigheid. (…) Ik neem aan dat hij me zo sterk zal beïnvloeden dat geen enkele zin die ik schrijf in mijn ogen nog genade zal kunnen vinden.

    De wind schraapte
    Gedurende zes jaar heeft ze met ongekend plezier – zoals ze schreef in haar dagboek – aan De jaren gewerkt, toch sloeg vlak voor de voltooiing van de roman de verslagenheid toe. Ze was er opeens van overtuigd dat het niks kon zijn. Ze gaf het manuscript aan haar man, Leonard Woolf te lezen waarna hij het – wat haar betrof – mocht vernietigen. Gelukkig had Leonard Woolf een neus voor goede literatuur en vond het haar beste werk ooit.

    De jaren is een roman in fragmenten, opgedeeld in tien korte of langere hoofdstukken met elk een jaartal als titel; van ‘1880’ tot het ‘Heden’. Elk hoofdstuk begint met het beschrijven van het weer: ‘Het was maart en het waaide. Maar de wind ‘waaide’ niet. De wind schraapte, schuurde, hij was zo wreed. Zo onflatteus.’

    Verwevenheid van gebeurtenissen
    De roman is opgebouwd rondom de familie Pargiter – vader en zeven kinderen – uit de middenklasse van Londen en opent met het sterfbed van de moeder. De kolonel en zijn kinderen verwachten al lange tijd dat ze zal inslapen: ‘(…) maar ze stierf niet. Vandaag ging het iets beter; morgen zou het weer slechter gaan; er kwam een nieuwe verpleegster; en zo ging het maar door.’
    Het heeft wel het meest weg van een schets van hoe de mens in het dagelijkse leven zich gedraagt met daar doorheen de historische gebeurtenissen zoals de Eerste Wereldoorlog, de suffragettebeweging (vrouwenrechten), Engels kolonialisme, de eerste auto’s, omnibussen, de benzinemotor en het elektrisch licht. Ontwikkelingen die niet op de voorgrond staan, ze worden er in mee genomen in een stroom van gedachten, handelingen en waarnemingen. Zo heeft de familie Pargiter niet de hoofdrol in de roman; ze worden opgenomen in het geheel; het geheel dat ‘leven’ (in welke tijd dan ook) heet.

    Herhalingen
    Personen, huizen, straten en weersomstandigheden worden kort beschreven in fijnzinnige schetsen die soms gerust drie keer herhaald worden binnen twee pagina’s. Waardoor sommige stukken zich als een refrein voordoen en zo de betekenis van die passages benadrukken. ‘Ze liepen door Fleetstreet. Het was onmogelijk een gesprek te voeren. Het trottoir was zo smal dat hij er telkens af moest stappen om naast haar te kunnen blijven.’
    Zo wordt tijdens een wandeling door Londen van neef Martin met nicht Sara, drie keer benadrukt dat het ‘onmogelijk was een gesprek te voeren’ omdat; ze niet naast elkaar konden lopen door de smalle stoep; door de drukte van winkelend publiek; door het verkeerslawaai. Drie keer wordt de onmogelijkheid een gesprek te voeren benadrukt waardoor de behoefte aan een gesprek zich des te meer laat gelden.

    Gedachtenstromen
    Het lezen van De jaren is als een laven aan de tijd waarin levenslijnen in overzichtelijke stukken zichtbaar worden maar evengoed weer plaatsmaken voor andere lijnen in de geschiedenis. De dingen en personen zijn met compassie beschreven. Het kan oprecht een liefdevol geschreven boek worden genoemd, dat het gevoel teweeg brengt dat geschiedenis niet enkel dient om te weten hoe het was, maar ook een vorm van beschutting geeft. Zoals Woolf het Engeland van 188o tot 1937 beschrijft, zo moet geschiedenis zijn; als een serieuze voorbereiding op de tijd waarin we nu leven. Een bijzondere gewaarwording is ook dat de personages uit De jaren, zeer dichtbij komen; alsof je, door de ‘stream of conciousness’ van waaruit Virginia Woolf schrijft en waarin gedachten over elkaar buitelen, associaties en afgebroken gedachtestromen door elkaar spelen, er in opgenomen wordt.

    Steeds iets nieuws
    In De jaren zijn de dingen zo beeldend beschreven als was het een schilderij waarop met penseelstreken de omgeving, personages, hun handelingen en zelfs hun gemoedsstemmingen zijn aangebracht. Een schilderij waar je lange tijd naar kunt kijken en steeds iets nieuws op ontdekt. Of het nu een straat in de mist is, een schrijftafel in de hoek van een kamer, het onbehagen van een woedebui of een gebeeldhouwde trapleuning; de schetsen zijn liefdevol gemaakt en nemen de lezer geheel voor zich in, 500 bladzijden lang. Met grote dank aan de vertaler, Barbara de Lange die ontdekte dat The Years een in Nederland vergeten roman was die hoognodig een vertaling verdiende, die zij werkelijk prachtig bezorgd heeft.

     

  • Oogst week 5

    Steencirkels

    Altijd interessant, wanneer een (poëzie)recensent zelf weer met een bundel komt. Na Vlinderslag (2013), waarin Gerbrandy proza en poëzie elkaar al liet afwisselen, beloven in dit nieuwe lange gedicht werkelijk alle registers los te gaan: ‘van tastende vertelling tot lyrische uitbarsting, van bittere satire tot nuchter commentaar,’ aldus de begeleidende tekst op de website van uitgeverij Atlas Contact, die vervolgt met: ‘Misschien wordt hier de poëzie opgeblazen. Dat moet dan maar.’

    De bezwerende toon wordt al in het openingshoofdstuk, Open, gezet:

    Het gaat om een man.
    Wij noemen hem O voorlopig.
    Om wat?
    Omdat hij open staat naar elementen. Omdat zijn oog de spil is van orkanen. Omdat O kwam en ging. Er was. Verdween. 

    Onderaan de pagina, in een ander lettertype, staat: Het geldt als beleefd eerst goden de woorden te laten. Een dergelijke werkwijze doet denken aan Coetzees Dagboek van een slecht jaar en maakt gelijk nieuwsgierig naar meer.

    Steencirkels
    Auteur: Piet Gerbrandy
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    Illes Balears

    Waren er al diverse naslagwerken over Literaire Steden en Literaire Wandelingen samengesteld, nu komt uitgeverij Lubberhuizen met een nieuwe variant op het literaire reizen: Literaire Eilanden. Wat nu precies te verwachten van Illes Baleares wordt niet helemaal duidelijk – en maakt, grappig genoeg, erg nieuwsgierig. De begeleidende tekst op de website verhaalt vooral over de vele schrijvers en kunstenaars voor wie de Balearen een toevluchtsoord vormden in tijden van, bijvoorbeeld, de dreigende opkomst van de nazi’s. Later verbleef volgens de uitgever ‘het halve Leidseplein’ op de eilanden, gevolgd door de hippies: ‘Internationaal vermaarde schrijvers als Albert Vigoleis Thelen en Robert Graves en Nederlandse schrijvers als Cees Nooteboom, Jan Cremer en Theo Kars gaven de eilanden een prominente plek in hun werk. En nog steeds zijn de eilanden van ‘zon, zee en zonde’ populair onder kunstenaars en schrijvers.’ Hier zou ik nog aan toe willen voegen: schrijfster Esther Ending, opgegroeid op Ibiza en aan wie in Illes Baleares een heel stuk wordt gewijd. Kind van Ibiza (Lebowski) van Endings, biedt een prachtig inkijkje in hoe het was, op te groeien op het bekende eiland eind jaren tachtig – leestip voor wie na Illes Baleares nog niet genoeg geproefd heeft!

     

    Illes Balears
    Auteur: Hans van der Klis ; Hein Aalders
    Uitgeverij: Uitgeverij Bas Lubberhuizen

    Hoe verliefd is de lezer?

    En weer een boek om ons op te verheugen! Alleen de titel is al mooi. Doeschka Meijsing las niet alleen veel, maar ging vanaf haar jeugd ook al met grote regelmaat naar film, musea en theater. Hiervan deed ze aanvankelijk verslag in haar decennialang bijgehouden dagboeken, later publiceerde ze erover in Vrij Nederland, Elsevier, De Revisor en De Groene Amsterdammer. Xandra Schutte, hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer en Meijsings partner, selecteerde Meijsings beste beschouwingen en leidde ze in. Verwacht mooie stukken over Rudy Kousbroek, Sophia Loren, Kuifje, Shakespeare en meer.

    Hoe verliefd is de lezer?
    Auteur: Doeschka Meijsing
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Anna Karenina

    Een goede manier om een tijdloze roman zo tijdloos mogelijk te houden, is van tijd tot tijd de vertaling te herzien. Hans Boland waagt zich hieraan en weet met zijn nieuwe vertaling terecht de aandacht weer te vestigingen op Tolstois meesterwerk. Volgens Vladimir Nabokov is Anna Karenina de beste roman ooit, een oordeel waarop lezers gerust kunnen vertrouwen. De uitgeverij stelt zich nog altijd de vraag: ‘schreef Tolstoi een aanklacht tegen een vrouwonvriendelijke samenleving of vertolkte hij het orthodox-christelijke standpunt dat de vrouw op de wereld is om man en kinderen te dienen?’
    Lees en bedenk het zelf.

    Anna Karenina
    Auteur: Lev Tolstoi
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers