• Nieuwe Oogst week 4 -2024

    Nieuwe Oogst week 4 -2024

    Meneer Norris neemt de trein

    De abonnees op de serie Kritische Klassieken mogen zich weer verheugen op twee mooie, nieuwe titels in die reeks. U kent de reeks mogelijk al: hierin verschijnen jaarlijks twee tot drie klassiekers uit de kritische literatuur. Uitgeverij Schokland noemt de reeks zo omdat het boeken zijn die ‘versmaad, verboden, verguisd, verbrand of inmiddels vergeten zijn, niet meer worden uitgegeven, niet of moeilijk meer verkrijgbaar zijn of zelfs nog nooit in het Nederlands vertaald.’ Lezers kunnen zich abonneren op de reeks.

    Nummer 21 en 22 uit de reeks zijn in december ’23 verschenen, het zijn Meneer Norris neemt de trein en Afscheid van Berlijn van de van oorsprong Britse schrijver Christopher Isherwood (1904-1986).

    Isherwood woonde vanaf 1929 in Berlijn. Hij viel op mannen en was aangetrokken door Berlijn vanwege het vrije seksuele klimaat aldaar. Hij schreef er, gaf er les en hield een dagboek bij om ooit een grote roman over Berlijn te kunnen schrijven. Maar die ambitie bleek niet haalbaar, het lukte hem niet om alles in één roman te verwerken. Hij splitste het manuscript op en zo ontstonden in 1935 Mister Norris changes trains en in 1939 Goodbye to Berlin.

    In het uitgebreide nawoord schrijft redacteur Nils Buis: ‘Meneer Norris neemt de trein leest als een schelmenroman tegen de achtergrond van de roerige nadagen van de Duitse Weimarrepubliek. De verteller, William Bradshaw, ontmoet in de trein van Amsterdam naar Berlijn de mysterieuze Arthur Norris. Het is het begin van een vriendschap die zich zowel voor de lezer als voor de verteller laat lezen als een zoektocht naar de ware aard van meneer Norris. Vanaf dat moment raakt Bradshaw verwikkeld in een reeks ongewone gebeurtenissen, waarin meneer Norris steeds de hand lijkt te hebben.
    […]
    Het Berlijn van 1933, de opmaat naar de Machtübernahme, de weke schurk meneer Norris, zijn smoezelige zaakjes en zijn merkwaardige kennissenkring, het voortdurend wisselen van bondgenoten en politieke partijen krijgen in levendige details gestalte. Pas tegen het einde, als meneer Norris voor het laatst de trein neemt, vallen de puzzelstukjes in elkaar.’

    Meneer Norris neemt de trein
    Auteur: Christopher Isherwood
    Uitgeverij: Uitgeverij Schokland (2023)

    Afscheid van Berlijn

    Toen Hitler de macht overnam in Duitsland is Isherwood vertrokken en via China uiteindelijk in de Verenigde Staten terecht gekomen waar hij is blijven wonen tot aan zijn dood.

    Afscheid van Berlijn wordt op het omslag een ‘Roman in verhalen’ genoemd. Het is opgebouwd als een raamvertelling van drie verhalen en drie dagboekfragmenten. De hoofdpersoon is in alle delen dezelfde, de in de ik-vorm vertellende ‘Christopher’ die zijn indrukken beschrijft van de sfeer van de stad Berlijn en de uiteenlopende mensen die hij er ontmoette tijdens de nadagen van de Weimarrepubliek, de jaren 1929 tot 1932. Dat waren ook de jaren dat Isherwood in Berlijn woonde.

    In 1951 werd het boek bewerkt voor het theater getiteld I Am a Camera. Deze titel is gebaseerd op een zin uit het begin van het boek ‘Ik ben een fototoestel, waarvan de sluiter openstaat, volkomen passief, ik leg vast, ik denk niet.’
    Ook de film Cabaret (met Liza Minnelli in de hoofdrol) is gebaseerd op het boek.

    Dichter en schrijver Willem van Toorn heeft Afscheid van Berlijn vertaald. In zijn nawoord bij het boek schrijft hij: ‘Hoewel de belangstelling voor het werk van Isherwood in de Nederlandse pers nooit overdreven groot is geweest – de uitgaves en heruitgaves van Meneer Norris en Afscheid van Berlijn werden vooral gesignaleerd en slechts hier en daar besproken – gaat het om boeken waarvan het lot precies hun thema weerspiegelt: hoe de genotzoekende gemiddelde burger wegkijkt terwijl de politieke situatie aanstuurt op onderdrukking, oorlog en geweld. Dat maakt ze nu, nog weer een halve eeuw later, weer even actueel als toen. ‘

     

    Afscheid van Berlijn
    Auteur: Christopher Isherwood
    Uitgeverij: Uitgeverij Schokland (2023)

    Vluchtoord Marseille

    Ook uitgeverij Cossee heeft een mooie reeks, Cossee Century, met klassieke titels van bijvoorbeeld Arnold Zweig, Jiri Weil, Hans Fallada, Erich Maria Remaque en vele anderen.

    De nieuwste titel uit deze serie is Vluchtoord Marseille van Varian Fry (1907-1967). Vluchtoord Marseille is het persoonlijke verslag van een spannende en gevaarlijke tijd waarin de journalist Fry in 1940 met gevaar voor eigen leven naar Frankrijk reisde om daar naar Frankrijk gevluchte Duitsers te helpen ontsnappen aan de nazi’s.

    Fry kende Duitsland uit de tijd dat hij er buitenlandcorrespondent in Berlijn was geweest. Hij had in o.a. The New York Times geschreven over het veranderende politieke klimaat en het geweld tegen de joden.

    Het was de ERC, de Emergency Rescue Committee die Fry met een dikke portemonnee op zak naar Marseille stuurde om de vluchtelingen te helpen. Hij heeft duizenden vluchtelingen helpen ontsnappen. Dit waren Duitse kunstenaars en intellectuelen – joods en niet-joods – die op de lijsten stonden van de Gestapo. Deze groep raakte in het nauw toen de Vichy-regering het op een akkoordje gooide met de nazi’s en toezegde om alle gevluchte Duitsers in Frankrijk over te dragen aan Duitsland.

    In 1941 verliep zijn paspoort en moest hij terug naar Amerika. Hij ging er aan de slag bij een tijdschrift en bleef schrijven over het lot van de joden in Europa. Het moet zuur voor hem geweest zijn dat hij nooit de erkenning heeft gekregen die hij verdiende. Daarvoor was hij in zijn stukken blijkbaar te kritisch op de in zijn ogen te grote terughoudendheid van de Amerikaanse overheid in de opvang van Europese vluchtelingen.
    Israel was hem wel dankbaar en kende hem in 1996 de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ toe, maar toen was Fry al dood.

    In Vluchtoord Marseille beschrijft Fry reddingsacties die (vaak voor de ogen van Duitse spionnen en Vichy-politieagenten) uitgevoerd moesten worden. Walter Benjamin was een van de geredde vluchtelingen. Net als Marc Chagall, André Breton, Max Ernst, Hannah Ahrendt, Alfred Döblin, Heinrich Mann, Alma Mahler en Hans Sahl, om maar een paar bekende namen te noemen.

    De laatste schreef over Fry:

    ‘Je moet je voorstellen: de grenzen waren dicht, je zat in de val, elk moment kon je weer gearresteerd worden, het leven was voorbij – en dan is er ineens een jonge Amerikaan in hemdsmouwen, die je zakken vol geld propt, zijn arm om je heen slaat en met een samenzweerderige stem fluistert: “Er zijn wel mogelijkheden om je eruit te krijgen,” terwijl, verdomme, de tranen over je wangen lopen, en de man waarachtig zijn zijden zakdoek uit zijn jas tevoorschijn haalt en zegt: “Hier, neem deze. Hij is niet helemaal schoon meer. Excuses daarvoor.”’

     

     

    Vluchtoord Marseille
    Auteur: Varian Fry
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee
  • Waarom schrijvers drinken

    Waarom schrijvers drinken

    ‘Zou dit de zoveelste sensatie-uitgave zijn over schrijvers aan de drank?’, vraag je je af als je dit boek ter hand neemt. Immers, er is de laatste jaren erg veel gepubliceerd over alcoholische auteurs.
    Gelukkig ontbreken in dit boek de bekendste drinkebroers zoals Malcolm Lowry, Jack Kerouac en Bukowski. Over hen zijn al vuistdikke biografieën geschreven. Maar de lijst van aan de drank verslaafde kunstenaars en vooral schrijvers is eindeloos.
    Een greep: Faulkner, Baudelaire, Dylan Thomas, Brendan Behan, Verlaine, Trakl, maar dichter bij huis: Reve, Connie Palmen, Johnny van Doorn, Hanna Bervoets en Van der Heijden. En zo kan je nog een hele tijd doorgaan.

    Wat Olivia Laing, de Britse redactrice en schrijfster, probeert te doen is de plekken te bezoeken waar zes alcoholverslaafde schrijvers zich bevonden of waar ze elkaar ontmoetten of schreven. Ze mengt dit met stukken tekst uit hun boeken. Zo ontstaat een soort traveloque/literaire biografie en dat maakt het boek interessant. De vraag, die ze in de titel opwerpt, waarom schrijvers drinken, beantwoordt ze echter niet want ze heeft helaas het weinig originele uitgangspunt gekozen om uit wetenschappelijke, gortdroge literatuur van medici en andere alcoholbestrijders te citeren. Maar het is een kleine smet op een overigens gesmeerd lopend boek.

    Laing is bovendien zelf ervaringsdeskundige, want ze meldt ons dat haar ouders flink dronken en dat ze de verschrikkingen van alcoholisme van dichtbij meemaakte in haar jeugd.
    De zes schrijvers Cheever, Scott Fitzgerald, Carver, Berryman, Hemingway en Tennesee Williams waren verstokte drinkers. Drie van hen pleegden uiteindelijk zelfmoord, twee raakten van de drank af en één, Hemingway, won de Nobelprijs voor Literatuur in 1954.

    We zien Cheever en Carver rondrazend in een auto onder de invloed van veel whisky. Ze hadden elkaar ontmoet in een hotel in 1973 toen Cheever op een willekeurige deur naast de zijne had geklopt met de vraag: ‘Kunt U mij wat whisky lenen?’ Carver herkent de door hem bewonderde schrijver en drukt hem een magnumfles wodka in de hand, die hij zelf al voor de helft had genuttigd. Ze besluiten later nog wat extra drank te gaan halen en moeten de volgende dag lesgeven op de universiteit van Oregon. Ook dat lukte nog. Laing bezoekt het New York van Cheever en het Port Angeles van Carver. Cheever is vooral bekend door het schitterende verhaal The Swimmer, waarin de hoofdpersoon van zwembad naar zwembad trekt om uiteindelijk te ontdekken dat bij zijn eigen huis het zwembad is overwoekerd en zijn vrouw is vertrokken. De totale aftakeling door alcohol van de hoofdpersoon Neddy Merrill komt op een sluipende hallucinerende manier tot ons. Cheever komt uiteindelijk, hetzij gehavend, van de alcohol af.
    ‘Mijn geheugen zit vol kraters en gaten.’ staat in zijn dagboeken. En Laing beschrijft de verschrikkelijke gevolgen van hardnekkig alcoholisme met een zekere doelmatigheid. Onbetrouwbaarheid, ontrouw, agressie, lichamelijke malheur, depressies en geheugenverlies en de ontkenning van veel drankmisbruik vormen de uiteindelijke treurige ingrediënten van het alcoholisme.

    Ze komt ook in het gedeeltelijk verdwenen New Orleans van Tennesee Williams. Hij werd vooral vooral bekend met A Streetcar Named Desire  (Tramlijn Begeerte, 1947) en werd  een van de belangrijkste naoorlogse Amerikaanse toneelschrijvers. Dit stuk werd in 1951 verfilmd, met in de hoofdrol Marlon Brando. Ook Cat on a Hot Tin Roof werd op celluloid vastgelegd, met Paul Newman en een jonge Elizabeth Taylor in de hoofdrollen. Een film met een hoog alcoholgehalte. Williams excuseerde zich voor zijn excessieve drankgebruik met de mededeling: ‘Van schrijven wordt men zenuwachtig en alcohol kalmeert!’

    De andere vriendschap tussen Scott Fitzgerald en Hemingway heeft een veel ingewikkelder karakter. Hemingway bewondert Scott, vooral om zijn eruditie en  beleefde omgangsvormen als hij niet heeft gedronken. Als Scott sterke drank drinkt, slaan alle stoppen los en kan hij zomaar met een auto tegen een gevel rijden. En de aanvankelijke successen van Scott in de vorm van The Great Gatsby en als scriptwriter die in Hollywood goud verdiende, vindt Hemingway minder geslaagd. Is hij jaloers? Hij wordt hoe langer hoe meer cynisch over zijn vriend. ‘Hij kon met een glas whisky in zijn hand voorlezen over de gevaren van alcohol!’ Scott Fitzgerald voelt zich door Hemingway behandeld als een soort  ’troetelalcoholist.’  Wat hij in zijn boeken toeschreef aan zijn alcoholische hoofdpersonen, dicht Hemingway hem toe. Hemingway, verreweg de meest agressieve van de zes schrijvers, jaagt, doodt luipaarden, buffels en vist als een bezetene op zwaardvissen. Hij trouwt drie maal en vecht met iedereen als hij dronken is. Laing schetst een ontroerende scène waarin Hemingway het pistool waarmee zijn vader zelfmoord pleegde in een meer gooit.
    Bij Key West is een soort museum in zijn villa ingericht, maar Laing mag niet in de werkkamer van haar idool kijken. Verboden voor publiek!

    Werkelijk ontluisterend en bovendien zielig tenslotte zijn de verhalen over dichter John Berryman, de schrijver van de onvergetelijke sequens Dream Songs, gedichten van een serene pracht. Hij was als enige aanwezig toen Dylan Thomas letterlijk zijn laatste adem uitblies in St.Vincent’s Hospital in New York in 1953. Maar uit zijn dagboekaantekeningen komen we andere dingen te weten: ‘In Londens hotel in bed gepist, manager woest, moest nieuwe matras betalen.’ Ontslagen uit een ontwenningskliniek en ongeneeslijk verklaard, springt hij vanaf een brug op de bevroren Mississippi-rivier en overlijdt. Iets triesters kan je je nauwelijks voorstellen, maar zijn verzen blijven. Glaasje karnemelk?

     

     

  • In de huid van een veroordeelde

    In de huid van een veroordeelde

    Meteen is het duidelijk: de hoofdpersoon van Huid, de nieuwe roman van Russell Banks, is een veroordeelde zedendeliquent die onder toezicht staat. Vermoedelijk is hij zelfs een pedofiel, al houdt Banks lang voor de lezer verborgen wat zijn misdaad nu precies was.

    De 22-jarige Kid, ook wel De Kid, woont in een tentje onder een viaduct in de stad Calusa. Zijn enige vriend is leguaan Iggy. ‘Hij houdt van de hagedis. Hij zou kunnen zeggen dat Iggy de enige is van wie hij houdt. Maar dat zegt hij niet.’ (20) Het viaduct is de enige plaats binnen de stadsgrenzen die meer dan 750 meter van een school, bibliotheek of kinderspeelplaats ligt. Daarom vormt het de verzamelplaats voor dakloze zedenplegers die nergens heen kunnen. Hier beweegt deze anonieme groep zich buiten het gezichtsveld van de samenleving.

    Kid is één van hen. In Huid staat zijn leven na zijn veroordeling centraal. Deze wereldvreemde jongen heeft zijn leven leren aanvaarden en hij accepteert dat hij geen pogingen moet doen een normaal leven te leiden, want hij realiseert zich dat dit onmogelijk is. Eens veroordeeld, altijd een outcast. De macht van internet blijkt enorm.  Kid kan geen huis of een plaats in de samenleving veroveren, want het openbare ‘goed-gedrag-register’ torpedeert iedere poging al bij voorbaat. Alle potentiële werkgevers of huisbazen raadplegen dit register en niemand geeft een veroordeelde pedofiel een kans. Ondanks dat hij zijn straf heeft uitgezeten, blijft zijn situatie uitzichtloos.

    Langzaam ontvouwt Kids verleden zich. Zijn vader kent hij niet. Zijn egocentrische, alleenstaande moeder had meer aandacht voor haar snel wisselende minnaars dan voor haar zoon. Kid zocht al jong troost in porno, maar zijn moeder maakte zich enkel druk om de hoge rekeningen en niet om het gedrag van haar zoontje. Hij was en is een vreemde jongen, een eenling. Zelfs in de groep verschoppelingen onder het viaduct: ‘Een eenling. Dat is zijn soort. En ook bij de eenlingen is hij een geval apart. Een buitenbeentje. Fokking so-lemi-o.’ (18)
    Zijn afstandelijkheid is geen keuze, het is een noodzaak. Kid heeft gewoon geen enkel idee hoe hij met andere mensen moet omgaan. Schrijnend zijn de passages waarin hij vol onbegrip naar ‘normale burgers’ kijkt. ‘Mensen van wier gedachten hij zich geen voorstelling kan maken en van wier levens in verleden, heden en toekomst hij niets begrijpt. Alsof ze een andere diersoort zijn.’ (53) ‘Fok wat zijn dit voor een mensen vraagt de Kid zich af…’ (54).

    Hoop is er pas als er een tweede persoon ten tonele verschijnt. ‘De Professor’ mengt zich in de beschadigde groep om sociologisch onderzoek te doen naar behandelingsmethoden van delinquenten. De Kid werkt mee aan de interviews. Hij leert de Professor kennen, maar nog niet te vertrouwen en vertelt uiteindelijk toch over zijn veroordeling na een chatroom-bezoek. Door een misverstand kreeg de toen 21-jarige Kid chatcontact met de 14-jarige Brandi. ‘Gewoon een beetje chatten kan geen kwaad besloot hij.’ (215), maar daar ging het mis. Zijn eerste menselijke contact, al was het via een computer, voelde goed, dus hij bleef met haar praten. En voor hij het wist was hij op zijn 22ste een veroordeelde zedendeliquent, die nog nooit een meisje had gekust of aangeraakt.

    De Kid en de Professor zijn tegenpolen. De Kid is naïef, klein en mager en mislukt in het leven, de Professor hyperinteligent, groot en gezet en succesvol. De Kid vertelt leugens, de Professor de waarheid. Tenminste, tot de Kid ontdekt dat ook de Professor zijn geheimen heeft. Dat maakt de Professor tot een intrigerend personage, wiens bedoelingen niet duidelijk zijn. Toch heeft de Professor een positieve invloed. Hij geeft de Kid meer zelfvertrouwen en helpt hem zijn verleden als een oude huid van zich af te werpen.

    Auteur Russel Banks (1940) wordt in Amerika gezien als een van de grootste vertolkers van de Great American Novel. Great American Novels zijn romans die de essentie van de Amerikaanse tijdsgeest weten te vangen. Dit begrip werd in 1868 voor het eerst gebruikt door schrijver John William DeForest. Hij vroeg zich af welke romans de essentie van de Amerikaanse ziel wisten te grijpen. Hij zocht naar een Amerikaanse Thackeray of Trollope. Dit idee paste goed bij de Amerikaanse zoektocht naar identiteit. Als jonge natie had Amerika daar behoefte aan. Een literair meesterwerk zou helpen de identiteit vast te leggen. Huckleberry Finn was zo’n roman. Het had belangrijke thema’s, zoals vrijheid, slavernij en lef en het had historische actualiteit.

    Huid past inderdaad in het rijtje Great American Novels. Het onderzoekt de Amerikaanse tijdsgeest en zoomt in op de onderkant van de moderne samenleving. De Professor stelt interessante vragen over het verband tussen de perverse cultuur waarin we leven en mensen die ontsporen. Tegelijk is het controversieel om een hoofdpersoon als de Kid te kiezen. Ondanks zijn trieste verhaal is het voor de lezer moeilijk om empathie voor hem te krijgen. Hij is vreemd, heel vreemd. Toch zijn er momenten dat je medelijden met hem hebt, maar op even veel momenten verafschuw je hem.

    Huid is een indringende roman, hard en rauw. Het boek blijft bij omdat het tot nadenken stemt over de maatschappij waarin we leven en de keuzes die we maken.

     

    Huid

    Auteur: Russell Banks
    Vertaald door: Laura van Campenhout
    Verschenen bij: Uitgeverij Signatuur
    Aantal pagina’s: 416
    Prijs: € 25,00

     

  • Geïsoleerde levens en een milieuramp

    Geïsoleerde levens en een milieuramp

    John Biguenet is oorspronkelijk toneelschrijver en was hoogleraar creative writing aan de universiteit van New Orleans. Nadat de orkaan Katrina en Rita er in 2005 flink hadden huisgehouden, keerde hij terug naar New Orleans en legde, wat hij daar aantrof vast in columns en video’s en schreef een trilogie voor toneel. Vóór de verwoestende natuurramp plaatsvond, in 2002, schreef hij de roman Oester. Hierin beschrijft hij een wereld die aan het verdwijnen is, een besef dat zeer reëel lijkt na de milieuramp voor de kust van Louisiana, april 2010.

    Oester is zijn romandebuut en speelt eind jaren vijftig vorige eeuw. In die tijd deed een ramp van iets mindere ernst zijn entree in de wateren van de oester- en garnaalvisserij. Oliemaatschappijen lieten toentertijd kanalen graven van de Mississippi naar de Golf van Mexico. Het gevolg was dat het zoute water uit de zee zich mengde met het zoete water uit de baaien waar de oesters gekweekt werden. De handel in oesters en garnalen liep aanzienlijk terug en de oestervissers van Barataria Bay (waar deze geschiedenis zich afspeelt) ondervonden er als eersten de schadelijke gevolgen van. De concurrentie onderling werd letterlijk en figuurlijk, moordend. Dit gegeven gebruikte John Biguenet in Oester en werkte hij ingenieus uit tot een familiedrama, een Griekse tragedie waardig.

    De 18 jarige Therese wordt door haar vader, Felix Petitjean en met medeweten van haar moeder (Mathilde) uitgehuwelijkt aan de 52 jarige, weduwnaar Darryl Bruneau, om te voorkomen dat ze failliet zullen gaan. Maar Therese is niet van plan zich als handelswaar te laten gebruiken. Ze lokt Bruneau in de val en vermoordt hem. Twee van de drie zonen van Bruneau zijn ervan overtuigd dat Alton, de oudere broer van Therese de dood van hun vader op zijn geweten heeft. Tijdens een uitgelokte vechtpartij vermoorden ze Alton en dumpen hem in de baai vlak bij zijn ouderlijk huis. Alleen Therese weet hoe zij zich vergissen maar zwijgt als het graf en besluit uit wraak de gebroeders Bruneau uit de weg te ruimen. We zijn dan op pagina 87 en hebben al twee begrafenissen achter de rug. En weet Therese nog niet dat Rusty, de jongste van de drie broers, er niets mee te maken heeft.

    Dan vertraagt het verhaal zich en duiken we aan de hand van herinneringen van de moeder van Therese in het verleden van beide families. In een nachtelijke scène – na de begrafenis van broer Alton – zit Therese met haar moeder aan de keukentafel. De moeder zegt dat zij boete moet doen voor een misstap in het begin van haar huwelijk en dat daarom haar broer en Darryl moesten sterven. Zij vertelt aan haar dochter het verhaal van de gemeenschap van vissers en de relaties onderling van vóór haar geboorte. Hierdoor worden relaties en motieven zichtbaar gemaakt. Duidelijk wordt dat onder andere de bloedbanden van beide families niet helemaal zuiver zijn. Maar hoe meer er onthuld wordt over de achtergronden van de personages, hoe moeilijker te raden valt, welke kant het verhaal op gaat.

    Vreemd genoeg is Therese je volledig sympathiek, wat voor gruwelijks ze ook uithaalt. Je geeft haar groot gelijk dat ze Bruneau met een mes in zijn lijf uit het bootje kiepert en later die twee zonen vermoordt, die je inmiddels door verschillende passages hebt leren kennen en die je helemaal niet sympathiek zijn geworden. Nadat ze uit de weg zijn geruimd is het familiebedrijf pas echt gered. En daar was het allemaal om te doen. Therese was de onvolprezen schatbewaarder van de familie, of ze dit nu wilde of niet. Er werd haar niets gevraagd, er was niets te kiezen. Ze verworf haar eigen vrijheid door te doen waarvan zij dacht dat het de beste oplossing was. Uiteindelijk redt ze hiermee haar familie en zichzelf en over eergevoel wordt niet gesproken.

    In de roman Verontwaardiging (2009) van Philip Roth, net als Oester in de jaren vijftig van de vorige eeuw gesitueerd, zegt een joodse moeder tegen haar studerende zoon Marcus: ‘Gevoelens zijn soms het grootste probleem in het leven. Gevoelens kunnen je een verschrikkelijke loer draaien. (…) Beloof me dat jij ook (…) met de jouwe afrekent.’
    In beide romans gaat het om een jong mens die op het punt staat toe te treden tot de wereld van de volwassenen maar daarbij  hinder ondervindt van de familie. Familiebanden die een beslissende factor zijn en die – in beide gevallen – catastrofaal uitwerken. Marcus had wel degelijk een keus. Maar die leidde ongewild naar de loopgraven van de oorlog in Korea in 1952, waar hij op negentienjarige leeftijd de dood vond.
    Wanneer Felix Petitjean zijn dochter uithuwelijkt vraagt hij haar min of meer hetzelfde als de moeder van Marcus in Roth’s Verontwaardiging: ‘Reken af met je gevoelens en doe wat gedaan moet worden’. Deze beslissing bepaalt het leven van zijn dochter waarmee het – gezien de misdaden die ze pleegt – naar verwachting niet goed kan aflopen. Maar dat blijft tot op de laatste pagina onduidelijk.

    Onbewust denk je bij het woord oester aan meervoud. Net als bij garnalen associeer je oesters in meerdere aantallen bij elkaar. Maar de oester uit de titel blijkt niet het verwachte schaaldier maar verwijst duidelijk naar Therese. Zij toont geen gevoelens en niemand in haar omgeving weet wat er in haar omgaat. Zelfs als lezer kom je er niet achter wat er in haar om gaat; zij is zo gesloten als een oester. Hard als een oesterschaal lijkt ook deze roman waar zachtaardige en met sympathie beschreven personages zich een slag door het leven slaan. Ondanks het sterke en tot de verbeelding sprekende verhaal is het verteltechnisch niet altijd ‘doorleesbaar’ Het struikelt nog weleens door zinnen als: ‘(…)schonk haar beker en die van Therese nog eens vol met de warme, door de chocolade donker geworden melk’. Maar daarentegen is het verhaal zo onvoorspelbaar en spannend dat je hoe dan ook wilt doorlezen.

    Het citaat van D.H. Lawrence dat Biguenet zijn roman meegaf, is bij teruglezing volledig op zijn plaats: ‘De oorspronkelijke Amerikaanse ziel is hard, geïsoleerd, stoïcijns en meedogenloos.’