• ‘Je stelt de verkeerde vragen’

    ‘Je stelt de verkeerde vragen’

    Recensie door Laura Schans

    Het is absurd om in het weekend waarin Griekenland op de rand van de afgrond bungelde voordat de Eurogroep en premier Tsipras een akkoord bereikten over steun en afbetaling, Het voorjaar van de barbaren van Jonas Lüscher te lezen. De voorpagina’s stonden vol met berichten over lege pinautomaten, het inhouden van medicijnen om tekorten te voorkomen, de dreiging van humanitaire rampsituaties en protesten die uitmondden in rellen. Het voorjaar van de barbaren, uit het Duits vertaald door Gerrit Bussink, blijkt een boeiende parabel te zijn over staatsbankroet, het ontduiken van verantwoordelijkheid en de barbarij waar mensen in vervallen zodra het luchtkasteel van maatschappelijke zekerheden uiteenspat.

    In deze parabel gaat het over de elitekant van de financiële crisis. De Duitse zakenman Preising bezoekt een relatie in Tunesië, een bezoek dat hem is opgedragen door Prodanovic, zijn partner die zakelijk gezien alle touwtjes in handen heeft maar vanwege zijn achternaam bij chique aangelegenheden liever Preising naar voren schuift. Preising ondergaat de reis met een mengeling van gelatenheid en geamuseerdheid: hij geniet van de exotische locaties en lekkernijen en vertelt smakelijk over de gebeurtenissen die zich tijdens zijn reis aaneenrijgen, de een nog gekker en schokkender dan de ander. Maar uit de manier waarop hij observeert, blijkt dat hij zichzelf niet ziet als deelnemer.

    De eigenlijke verteller van het verhaal blijft anoniem. Hij of zij is opgenomen in hetzelfde instituut als Preising, ná de gebeurtenissen in Tunesië waar het in de roman om gaat. Tijdens gezamenlijke wandelingen langs een gele muur die het terrein van het instituut omringt, vindt Preising in hem of haar een gelaten luisterend oor. Op een van de sporadische momenten dat de verteller het woord neemt, zegt deze: ‘In ons onvermogen om onszelf als handelende personen te zien leken we op elkaar, Preising en ik. Hij slaagde erin dat klaarblijkelijke gebrek te zien als een deugd.’

    Onderweg naar het resort in een Tunesische oase, waar Preising van de gastvrijheid van zijn zakenrelatie zal genieten, raakt hij verzeild bij een bruiloft. Een groep schaamteloos rijke, jonge, gebruinde Engelsen viert het huwelijk van Mark en Kelly, werkzaam bij dezelfde bank in de Londense City. Ondertussen druppelen alarmerende berichten over een dreigend Engels staatsfaillissement binnen, die door alle aanwezigen argeloos worden genegeerd, ook door de ouders van de bruidegom. Vanaf een verhoging boven het zwembad kijken zij met lichte afkeuring neer op de entourage van hun zoon en aanstaande schoondochter, een scene die ze stilletjes verantwoordelijk houden voor het ineenstorten van de Engelse economie. Een oordeel spreken ze daarover echter niet uit: moeder Pippa verstopt zich in een boek van een beroemde Tunesische schrijver, vader Sanford verschuilt zich achter zijn sociologische theorieën.

    Preising wordt door Pippa en Sanford uitgenodigd voor het grote feest, een aanbod waar hij gretig gebruik van maakt. Levendig vertelt hij over dit feest ‘waar geld geen enkele rol speelt, of juist de allergrootste’. Als Engeland in de nacht na de huwelijksvoltrekking dan daadwerkelijk failliet wordt verklaard, mogen de Engelse gasten in het resort geen ontbijt meer nuttigen omdat de rekening niet meer zal kunnen worden betaald, zijn hun creditcards geblokkeerd en alle vluchten met Engelse luchtvaartmaatschappijen geannuleerd. Vol scherpe humor en in precieze zinnen wordt de daaropvolgende barbarij uit de doeken gedaan waarin een en ander op passend absurde wijze sneuvelt.

    Preising vertelt met smaak hoe de dramatische gebeurtenissen zich voltrekken. Hij gedraagt zich als grote bemoeial, die zichzelf tegelijk voortdurend neerzet als een toevallige getuige die nergens iets mee te maken heeft. Ondertussen schotelt hij zijn wandelmaatje in het instituut filosofische uiteenzettingen voor, over de relatie tussen geld en waarheid en de moraal die in verhalen te vinden moet zijn. Deze slimme gedachten kunnen niet verbloemen dat juist Preising een belichaming is van het probleem dat vol symboliek wordt uitgewerkt in deze korte roman, een probleem dat ook vertegenwoordigd wordt door de rijke Engelsen die feestvierden ‘alsof het een bijzaak betrof’. Iederéén in deze roman deelt in het onvermogen zichzelf als handelend persoon te zien.

    Het ontduiken van verantwoordelijkheid dat in elk personage te herkennen is, maakt dat deze korte roman leest als een parabel: in de openingsscènes verkondigt Preising zelf dat het in elk goed verhaal gaat om de moraal. Maar om welke dan, in dit geval? Als Preising is aangekomen bij zijn ontsnapping uit de chaos van Tunesië, wil zijn wandelmaatje eindelijk zelf iets weten. ‘Je stelt de verkeerde vraag’, is het enige dat Preising antwoordt op een vraag die de lezer niet te weten komt. Niemand maakt zijn handen vuil, en wij blijven met lege handen achter. Ondertussen staan er nog steeds lange rijen voor de Griekse pinautomaten.

     

    Het voorjaar van de barbaren

    Auteur:  Jonas Lüscher
    Vertaald door Gerrit Bussink
    Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
    Aantal pagina’s: 160 pagina’s
    Prijs: € 17,95

     

  • Op weg naar het onbekende

    Op weg naar het onbekende

    Recensie door Laura Schans

    De Zuid-Afrikaanse auteur Damon Galgut (1963) met een aardige staat van dienst (hij wordt vergeleken met Coetzee en regelmatig genomineerd voor literaire prijzen). In een vreemde kamer wordt bevolkt door corrupte douanebeambten en menselijk contact is in al zijn vormen gedoemd te mislukken. Afstand en eenzaamheid voeren de boventoon.
    De verteller, de Zuid-Afrikaan Damon (het lijkt aannemelijk dat het de schrijver is) doet niet echt zijn best om er het beste van te maken. Hij blikt terug op een drietal reizen dat hij eerder maakte, en doet af en toe een poging te doorgronden waarom de dingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Vanaf de eerste pagina is de mislukking van elke menselijke relatie al voelbaar. ‘Hij is intens gelukkig, iets wat mogelijk voor hem is als hij loopt en alleen is’.

    De eerste grote reis maakt Damon met Reiner, een Duitser van zijn eigen leeftijd, die hij tijdens een eerdere wandeling heeft ontmoet. De mannen besluiten een trektocht te maken met het doel zo veel mogelijk te lopen en zo weinig mogelijk mensen te ontmoeten. Reiner blijkt hier ontzettend vasthoudend in te zijn. Met Reiner lijkt het sowieso alsof alles een strijd om macht en het laatste woord is. De verhouding knapt, Damon keert alleen terug.
    Tijdens een volgende reis, een tocht door verschillende landen van Afrika, sluit Damon zich aan bij een groepje Europese reizigers dat hij ergens in een hotel tegen het lijf loopt. Hierbij bevindt zich de Zwitserse Jerome, met wie Damon een vreemd spel van aantrekking en afweer beleeft. Geen van beiden durft rond voor zijn verlangens uit te komen, er worden slechts een paar minieme pogingen gedaan. Damon zoekt Jerome later zelfs nog op bij zijn familie in Zwitserland, maar nooit wordt de afstand tussen hen werkelijk doorbroken. Ook deze verhouding mislukt.
    Tenslotte, in het derde deel van In een vreemde kamer, onderneemt Damon een reis naar India samen met de manisch-depressieve Anna, een reis die de bedoeling heeft ‘haar goed te doen’. Goh, hoe zou dat toch aflopen? Galgut lijkt zich niet erg te bekommeren om de voorspelbaarheid van zijn verhaallijnen.

    Wanneer er wordt nagedacht over het doel van de tweede reis, die aanvangt in Zimbabwe, gaat dat zo: ‘Wat hij er zoekt, weet hij zelf niet. Na zo’n lange tussentijd zijn zijn gedachten nu voor mij verloren geraakt en toch kan ik hem beter duiden dan mijn huidige ik, hij zit onder mijn huid begraven’. In de manier van terugkijken blijkt al de afstand, de vervreemding die het hele boek kenmerkt. Het gebruik van ‘hij’ en ‘ik’ in dezelfde passage om naar dezelfde persoon, de verteller in heden en verleden, te verwijzen, is een techniek waar Galgut zich in het hele boek van bedient. De vervreemding en afstand die zijn ontstaan door het verlopen van de tijd worden erdoor weergegeven.

    Een andere techniek die de schrijver graag gebruikt is het weglaten van handige interpunctie. In de hele roman zijn geen aanhalingstekens te bekennen, en ook vraagtekens ontbreken. Het vreemde effect van dit geëxperimenteer blijkt bijvoorbeeld uit de volgende passage: ‘Dan gaat hij in de zon zitten, luistert, leest. In een vreemde kamer moet je je legen voor het slapengaan. En voordat je leeg bent, wat ben je dan. En als je leeg bent voor de slaap, dan ben je niet. En als je vol bent met slaap, dan ben je nooit geweest. Deze woorden komen van heel ver op hem af.’ De situatie, gesprekken, gedachten, alles loopt zonder duidelijke grenzen in elkaar over. Het effect is dat de situatie die wordt beschreven vlak, verstild en kleurloos wordt, zoals in een herinnering die niet veel meer voor je betekent.

    Galgut kijkt als verteller terug op zijn reizen, de ontmoetingen en zijn herinneringen daaraan. Hij beleeft een afstand tot zijn vroegere ik, een afstand die de reiziger ook voelt bij ontmoetingen met mensen. Hij kijkt met bevreemding naar de mogelijkheden tot intimiteit die er zijn geweest en die niemand wist uit te buiten.
    De halve beloftes en vage doelen, lijken telkens vanaf het begin al gedoemd op niets uit de draaien of de situatie zelfs erger te maken. En, warempel: alle gestelde doelen en mogelijkheden worden niet gehaald, omdat men vertrekt of sterft of niet zegt wat hij zou moeten zeggen. Galgut houdt niet van verrassingen. Hij zoekt in zijn beschrijvingen slechts bevestiging van het pessimistische levensgevoel dat al vanaf de eerste pagina uitgeademd wordt.

    Toch is juist deze volledigheid van thematiek en schrijfstijl de kracht van In een vreemde kamer. ‘De wereld waar je doorheen trekt vloeit over in een andere, inwendige wereld, niets blijft nog langer opgedeeld, het een staat voor het ander, weersgesteldheid voor stemming, landschap voor gevoel, voor ieder voorwerp is er een corresponderend innerlijk gebaar, alles verandert in beeldspraak. De grens is een lijn op een kaart, maar wordt ook ergens in hemzelf getrokken.’ De stemming wordt verweven met de natuur, met de gebeurtenissen, met de ontmoetingen, en wordt opgetekend op een manier die dit alleen maar versterkt. Het is aan alle kanten onmogelijk om te ontsnappen aan het wereldbeeld van de roman. Wat kun je dan anders doen dan reizen? Op weg gaan naar het onbekende, met een diep van binnen weggestopt miniem sprankje hoop dat je uiteindelijk een klein beetje liefde zult vinden?
    In Galgut’s wereld zul je dat, evenals zijn alter ego Damon, stiekem blijven proberen, ondanks de wetenschap dat achter de volgende berg of over de volgende rivier toch de mislukking weer lonkt. Maar gelukkig weet je ook dat je na de laatste bladzijde weer terugkeert naar je eigen werkelijkheid. Wat een opluchting.

     

     

  • Vertellen voor erkenning

    Vertellen voor erkenning

    Recensie door Laura Schans

    ‘Míjn leven. Míjn woorden. Míjn pen. Ik kán schrijven.’ In Het negerboek staat de kracht om over het eigen leven te kunnen vertellen centraal. Wat gebeurt er met een volk waarvan het bestaansrecht wordt ontkend? Namen en verhalen worden belangrijker dan ooit. Het negerboek is de vertaling van het in 2007 verschenen The book of negroes, de veelgeprezen roman van de Canadese auteur Lawrence Hill. Hill laat zijn hoofdpersoon haar eigen levensverhaal vertellen. Aminata Diallo’s jeugd wordt op 11-jarige leeftijd abrupt afgebroken wanneer zij uit haar Afrikaanse geboortedorp wordt weggevoerd. Halverwege de 18e eeuw belandt ze op een slavenschip dat koers zet naar Amerika. Dit vormt slechts het begin van de vele aangrijpende wendingen die haar leven zullen tekenen.

    Ondanks alle beperkingen die het leven in gevangenschap kenmerken, weet Aminata het voor elkaar te krijgen te leren lezen en schrijven. Mensen met een hogere positie dan zij, waaronder een van haar eigenaren, zien haar kwaliteiten en gunnen haar een kans om haar talenten te ontwikkelen. Ze leert zich te redden in zowel in haar Afrikaanse moedertaal, de taal die de negers in Amerika met elkaar spreken en de taal van de machthebbende blanken, de ‘toubabs’. Door boeken te lezen leert zij steeds meer van de onbegrijpelijke, onrechtvaardige wereld die haar omringt. De kennis, het plezier en de kracht die Aminata aan het lezen ontleent zorgen ervoor dat ze de ontberingen en haar verdriet weet te doorstaan.

    Vertellen groeit uit tot het belangrijkste thema van Aminata’s leven en daarmee van de roman. Vertellen betekent: het geven van een stem aan haar volk, een volk dat door de Westerse machthebbers het recht om te bestaan is ontzegd. Een parallel met Dave Eggers’ roman What is the what uit 2006 springt hiermee in het oog. Eggers vertelt het op feiten gebaseerde relaas van een hedendaagse Afrikaanse ontheemde, Valentino Achak Deng. Deng wordt eveneens uit zijn Afrikaanse geboorteland (Soedan) verdreven en komt, talloze oorlogservaringen rijker, uiteindelijk in Amerika terecht. Net als Aminata voelt Deng een drang om deze gebeurtenissen over te brengen aan vreemden. ‘Maar wat ik ook ga doen, hoe ik ook kans zie verder te leven, deze verhalen ga ik vertellen,’ zo laat Eggers Deng zijn relaas afsluiten. Beide romans vertolken het idee dat verstotenen een identiteit en bestaansrecht krijgen als hun naam wordt genoemd en hun geschiedenis niet verloren gaat. Ik heb een naam, dus ik besta.

    Het negerboek is gebaseerd op overgeleverde getuigenissen van historische figuren. Deze zijn ook als personages in de roman opgenomen. De titel is ontleend aan een historisch document, dat bekendstaat als het ‘Book of negroes’. Drieduizend zwarte mensen, die zich lieten inschepen voor een reis naar de vrijheid in Canada, worden in dit negerboek bij naam genoemd en krijgen door de beschreven bijzonderheden (‘Rosetta Walcott, 21, stevige deerne, op eigen gelegenheid’) een gezicht. Hill laat niet na de symbolische waarde hiervan te benutten.

    Het fictieve personage Aminata wordt om al deze losse historische fragmenten heen gevlochten. Haar levensverhaal vormt een rode draad waaraan alle historische feiten zijn vastgeknoopt. Belangrijke mensen, documenten en gebeurtenissen houden allemaal verband met ‘Meena Dee’, zoals ze door Amerikanen wordt genoemd. De hoge concentratie geschiedenis die kleeft aan het leven van deze intelligente, maar toch simpele slavin maakt dat haar positie in de loop van het verhaal iets ongeloofwaardigs krijgt. Aminata wordt steeds minder ‘echt’.
    Aminata probeert met het vertellen van haar geschiedenis aandacht en erkenning voor haar volk te krijgen, evenals Valentino in What is the what. Helaas verliest Aminata gaandeweg haar rauwe, menselijke gezicht, waardoor ze misschien haast het tegenovergestelde bereikt. Tegen het einde van haar leven heeft Aminata, in tegenstelling tot Valentino, alles bereikt wat ze zich tot doel had gesteld. Als zij bovenop deze successen dan ook nog een dierbare, die ze dacht voorgoed kwijt te zijn, terugvindt, krijgt het feelgood-sausje dat Hill over zijn boek smeert een wat al te zoete smaak. Hoe ontroerend en meeslepend geschreven ook, dit Hollywoodgehalte vormt een onwelkome afleiding van de indrukwekkende geschiedenis die Het negerboek had kunnen zijn.