• Oogst week 7 – 2022

    Vergeten reis

    De Argentijnse Silvina Ocampo (1903-1993) stamde uit een zeer bemiddeld bourgeoisgezin, waarin ze zich niet thuis voelde. Ze schopte nog al eens tegen zere benen, voelde zich het zwarte schaap, had liefdesaffaires met mannen en vrouwen, ging schilderkunst studeren bij de surrealist De Chirico en mocht, toen ze eenmaal schreef, Borges tot haar vrienden rekenen. Ze heeft tal van werken op haar naam staan, gedichten, kinderboeken en romans en korte verhalen.

    De eerste bundel met 28 sprookjesachtige vertellingen, Viaje Olvidado, verscheen in 1937 en is er nu in Nederlandse vertaling: Vergeten reis. Geen zoetsappige kost. Er staan nog al wat verhalen in over kinderen die, net als Ocampo zelf, het gevoel hebben er niet bij te horen en niet begrepen worden. Vaak zijn ze het slachtoffer van geweld door volwassenen uit hun eigen kring. In het eerste verhaal bijvoorbeeld, ‘Glazen zoldering’, levert dat zinnen vol angst op als een kind op bezoek is bij een oudtante: ‘Er was die dag niemand in de bovenwoning, behalve de lichte snikken van een meisje (dat ze net welterusten had gekust, maar dat niet wilde slapen) en de schim van een rok vermomd als tante, als een zwarte duivel met voeten verpakt in de bottines van een verdorven gouvernante’. Het schilderij van Munch op het omslag, The Gothic Girl, is dan ook treffend.  Annelies Verbeke verzorgde een nawoord.

    Vergeten reis
    Auteur: Silvina Ocampo
    Uitgeverij: Orlando

    Over de bouwkunst

    In de Middeleeuwen bestonden er geen architecten die als zodanig benoemd werden. De ontwerper en bouwkundige begeleider van een gebouw kon iedereen zijn: de toekomstige eigenaar, de handwerksman of iemand anders die verstand had van materialen en constructies. De Romeinen kenden nog wel een beroep als architect – zie de beroemde Vitruvius die al vóór Chr. over bouwen als kunst schreef – maar die leek voor de Middeleeuwers wel vergeten.

    Dat veranderde in de Renaissance toen Vitruvius werd herontdekt en in zijn spoor het beroep van architect een eigen status kreeg. Eén van de beroemdste Italianen die daarvoor opkwam was Leon Battista Alberti (1404-1472). Vanaf dan kennen we de architect als iemand die speciaal is opgeleid voor het ontwerpen van gebouwen in al zijn aspecten. Zijn beroemde traktaat De Re Aedificatoria verscheen in 2010 in het Nederlands als Over de bouwkunst. Uitgeverij Boom geeft er nu een nieuwe druk van uit onder dezelfde titel.

    Over de bouwkunst
    Auteur: Leon Battista Alberti
    Uitgeverij: Boom

    Hubertina

    De vrouw uit de titel van de nieuwste roman van Kristien Hemmerechts, Hubertina, werd geboren als Anna Hubertina Aretz (1893-1973). De schrijfster hoorde over haar via een archivaris van het Rode Kruis. Hubertina was een raadselachtige vrouw. In de Tweede Wereldoorlog hielp ze Joden in de onderduik, ze belandde ervoor in Ravensbrück en kwam zeer vermagerd terug. En dan zet ze zich een paar jaar later ineens in voor de Vlaamse Beweging waarin veel voormalige collaborateurs zaten. Die wending is nog maar één van de raadsel waar Hemmerechts tegenaan liep. Ze ontdekte dat er veel meer was in haar leven waarbij vraagtekens te zetten waren. Om die te beantwoorden dook de schrijfster de archieven in en las getuigenissen uit Hubertina’s leven. Onwrikbare verklaringen vond ze niet, zodat de romanvorm nodig was om inzicht te krijgen in wat er gebeurd kon zijn.

    Hubertina
    Auteur: Kristien Hemmerechts
    Uitgeverij: De Geus
  • Oogst week 8 – 2019

    Een leven zonder einde

    In de oogst van deze week een roman van de Franse schrijver Frédéric Beigbeder, waar ik nog nooit iets van gelezen heb maar wiens werk, nu ervan gehoord is, gelezen zal gaan worden. Dan  een roman over collaboratie met de bezetter door Kristien Hemmerechts, een nieuwe dichtbundel van Tomas Lieske en een klein, doch fijn boekje van Bert Wagendorp.

    Bij De Geus verschijnt Een leven zonder einde van journalist, literair criticus en romancier Frédéric Beigbeder (1965). Beigneder werkte jarenlang als tekstschrijver op een reclamebureau. Als schrijver brak hij door met de roman 99 francs (2000), waarin hij de reclamewereld kritisch beschrijft. Internationale aandacht verkreeg hij met zijn boek Windows on the World (2003), waarin hij afwisselend het verhaal beschrijft van een man en zijn zoontjes die in het restaurant van het World Trade Center aan het ontbijt zitten op de ochtend van de aanslag en van een schrijver die op hetzelfde moment aan een verhaal werkt in de Tour Montparnasse.

    Van de cover van Een leven zonder einde de volgende tekst:

    Vroeger dacht ik één keer per dag aan de dood. Sinds ik de vijftig gepasseerd ben, denk ik er elke minuut aan. Dit boek vertelt hoe ik me voornam te stoppen met dat stomme sterven. Creperen zonder te reageren was geen optie.
    F.B.

    PS: Al heeft het er alle schijn van, dit boek is géén science fiction.’

    Dat klinkt berustend en uitdagend, maar vooral opstandig; dit moet gelezen worden om te kunnen duiden wat de betekenis van dit boek is.

    Een leven zonder einde
    Auteur: Frédéric Beigbeder
    Uitgeverij: De Geus

    Het verdriet van Vlaanderen

    De Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts (1955) maakte naast haar vele romans, reisverhalen en verhalenbundels ook naam met haar autobiografische essays. Daarvan is Taal zonder mij (1997) wel de bekendste.
    Hemmerechts weet de meest ingewikkelde thema’s op een invoelbare manier te verwoorden. Haar roman De vrouw die de honden eten gaf (2014) over de vrouw van Dutroux, Michelle Martin, deed veel stof opwaaien, maar werd ook geprezen om zijn kwaliteit.

    Haar nieuwe roman Het verdriet van Vlaanderen (wat onvermijdelijk doet denken aan dat andere ‘verdriet van’, door Hugo Claus) gaat over een lange traditie van zwijgen over de collaboratie met de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Belgie. De vader van de tweelingbroers Hein en Toon Van den Brempt was een SS’er, hun moeder werkte als secretaresse voor het hoofd van de Belgische SS. Er werd lang over gezwegen maar nu willen zij die stilte doorbreken. Samen met Kristien Hemmerechts gingen ze op zoek naar de waarheid achter de taboes, de leugens en de mythes die na de Tweede Wereldoorlog aanbleven.

    Het verdriet van Vlaanderen
    Auteur: Kristien Hemmerechts
    Uitgeverij: De Geus

    Keto Stiefcommando

    Poëzie: Deze week verscheen de nieuwe dichtbundel van Tomas Lieske, Keto Stiefcommando. ‘Een knots en Lieskiaans theatraal verhaal van een serie bendeleden uit Saint Denis die zich met levens bemoeien’, liet tijdschrijft Terras op Facebook weten. ‘De kindertijd van hertogin Anna Amalia’ uit de bundel werd online voorgepubliceerd in op Terras.

    Er zijn Afrikaanse jongens, die onder leiding van ene Keto Stiefcommando gedichten schrijven op helden. ‘Die gedichten brengen ze stuk voor stuk naar de basiliek van Saint-Denis. Zingend en bier in hun droge kelen gietend lopen ze achter de vuilniswagens aan door Parijs. Ze dragen foto’s mee van hun bezongen held en spuiten met rode verf de naam op een monumentale graftombe. Wie zijn die helden van wie zij de kindertijd bezingen? Ze vormen een uiterst eigenaardige verzameling van personen uit de westerse cultuurgeschiedenis: van Garibaldi en Don Quichot tot Eiffel en Thatcher.’
 De bundel wordt als ‘actueel, rauw en verwarmend’ gekwalificeerd.

    Keto Stiefcommando
    Auteur: Tomas Lieske
    Uitgeverij: Querido

    Fictie moet de sport redden

    Columnist en schrijver Bert Wagendorp (1956) schrijft al sinds jaar en dag voor de Volkskrant en schreef verhalen, een roman en een novelle.
    Fictie moet de sport redden is zijn nieuwste publicatie. Over wielrennen als een literair genre om het uit het dal van de nutteloze activiteiten te halen. Wagendorp haalt daarbij de literaire criticus Kees Fens aan, die dol was op wielrennen. Er werd gezegd dat Fens wielerkoersen las, zoals hij  boeken las. Het koersverloop als een verhaal. Fens wenste tijdens het wielrennen kijken dan ook niet te worden gestoord, zoals een lezer niet uit een verhaal wenst te worden getrokken.

    Wagendorp onderzoekt in Fictie moet de sport redden de indruk dat sport in de loop der jaren een dimensionaler is geworden, dat werkelijkheid en verbeelding steeds meer zijn samen gevallen, en de verbeelding verdwenen is. ‘Het is alsof de kale wedstrijd een waarde op zich vertegenwoordigt en we geen fictionalisering meer nodig hebben. Kees Fens zou in een sportcolumn wel raad hebben geweten met deze ontwikkeling.’

    Fictie moet de sport redden
    Auteur: Bert Wagendorp
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Indrukwekkende opening ILFU door PJ Harvey

    Literatuur leeft! In ieder geval vorige week in Utrecht waar het International Literature Festival Utrecht (ILFU) op 22 en 23 april plaatsvond. De openingsavond was een prachtige start voor een succesvol festival. Vorig jaar debuteerde zanger en tekstschrijver Nick Cave, tijdens het literatuurfestival, toen nog City2Cities, met zijn roman De dood van Bunny Munro. Dit jaar debuteerde de Britse singersongwriter PJ Harvey met de dichtbundel The Hollow of the Hand, een bundel waarvoor de Ierse fotograaf Seamus Murphy de indrukwekkende foto’s verzorgde.

    Een gestage stroom bezoekers zocht zich vrijdagavond 22 april een weg naar de grote hal van Postkantoor Neude waar zich uiteindelijk meer dan 550 bezoekers verzamelden in de grote gewelfde hal, in afwachting van het openingsoptreden van PJ Harvey.

    Tijdens het ILFU staat de romankunst volop in de belangstelling. En in deze twee dagen is er de unieke kans, volgens Literatuurhuisdirecteur Michael Stoker in zijn welkomswoord,  om ‘in het hoofd van de schrijver’ te verkeren. Deze avond stonden zeven interviews geprogrammeerd met Zia Haider Rahman, In het licht van wat wij weten, Nell Zink Misplaats, Hagar Peeters Malva, Michael Muhammad Knight, Taqwacore, Meena Kandasamy, de Zigeunergodin, Sunjeev Sahota, Het jaar van de gelukszoekers en Connie Palmen, Jij zegt het.

    Gekluisterd aan woord en beeld

    Maar eerst PJ Harvey (1969), de meisjesachtige tengere gestalte, de donkere lange haren sluik langs haar gezicht vallend, draagt veertig minuten lang gedichten voor uit The Hollow of the Hand. Veertig minuten waarin amper een schuifelen van voeten te horen is. Geen kuchje, geen applaus tussendoor, het was bladstil terwijl Harvey dichtregels uitsprak met een perfecte dictie in klank, kleur en sound. De indrukwekkende beelden van fotograaf Seamus Murphy werden ter begeleiding van de gedichten vertoond op zes beeldschermen die aan weerszijden van de zaal stonden opgesteld.

    In de loop van vier jaar reisde zij met Seamus Murphy naar Kosovo en Afghanistan en verzamelde verhalen van mensen in door oorlog merendeels verlaten dorpen. Na afronding van deze twee reizen moest er nog een stad bij om het compleet te maken, vertelt Harvey. Het werd Washington DC, de stad waar beslissingen genomen werden die van grote invloed waren op de ontwikkelingen in Kosovo en Afghanistan. Ze ging er ‘open minded’ heen, als een kind en schreef wat ze zag. Dit is wat ze onder andere over Afghanistan en Kosovo schreef:

    There must be something in the air
    There’s fighting everywhere

    En in Washington DC:

    They die young here with a belly full of vodka
    Is there a God of non and plenty?

    Over de uitgestrekte hand van een dakloze:
    People come and go, looking at their phones.
    Nobody takes the hand
    Stretching out, shining in the rain

    Na haar optreden vormde zich een lange rij fans bij de signeertafel. Een jong stel, dat speciaal voor haar vanuit Eindhoven naar het festival was gekomen, droeg de speciale editie van The Hollow of the Hand (groot formaat) in een tas bij zich om te laten signeren. Blij en opgetogen verlieten ze na de signeersessie het festival, de reis was nog lang.


    Spice girls

    Palmen31_6065967019309671103_nStoker kondigt de schrijfsters Kristien Hemmerechts en Connie Palmen aan als de ‘Spice girls van de Nederlandstalige literatuur’, waarmee gelijk de toon werd gezet. Hoe aandachtig en stil het publiek was bij PJ Harvey, bij Palmen werd er direct luid gelachen toen ze Stokers, die hen een glas witte wijn bracht, bedankte met: ‘Oh, wat fijn om begrepen te worden!’

    Hemmerechts leidt in door te zeggen dat de romans van Palmen, romans over echte mensen zijn. Ze tracht te omschrijven wie Ted Hughes en Silvia Plath zijn. Dan zegt Palmen, die de interviewster hoort zoeken naar de juiste omschrijving: ‘Zal ik even?’ Waarop ze begint te schetsen waar Ted Hughes vandaan komt. ‘Als je Engeland kent, ik ken het niet, voegt ze eraan toe. En omschrijft het gebied Happy Valley, waar Hughes is opgegroeid met grootse gebaren.

    De zoektocht naar wie Plath en Hughes nu werkelijk waren, wil niet vlotten en Palmen stelt voor de eerste bladzijden uit haar boek voor te lezen. Waarna Hemmerechts reconstrueert wat er allemaal voorgevallen is, waarop Palmen het overneemt omdat ze het beter weet. Palmen als het enfant terrible, keurt vragen goed of niet, weigert te antwoorden, kiest zelf de richting van het gesprek en laat Hemmerechts niet uitspreken. Zo schrijft Palmen niet om bij zichzelf te komen laat ze haast beledigd weten. Zij heeft de romankunst een stuk verder gebracht, meent ze, door van haar leven een roman te schrijven.

    Hemmerechts doet nog een poging met de vraag: ‘Lig je er wakker van wat de mensen van je vinden?’
    ‘Nee, ik lig wakker omdat ik teveel drink,’ bijt Palmen. ‘Schrijven heeft alles te maken met verraad, gaat ze verder. Waarna de dames nog een kleine woordenwisseling krijgen over van wie nu de uitspraak is: ‘Met een schrijver in de familie is het gedaan met de rust.’ Volgens  Hemmerechts was dat Philip Roth maar volgens Palmen de schrijfster die vorig jaar de Nobelprijs voor de literatuur gewonnen heeft. Om dan gelijk Roth als schrijver te loven, hoe die met passie over zijn vader heeft geschreven.

    Het mooiste moment moest toen nog komen en dat was toen Palmen uitriep dat in haar laatste boek de hele Matheus zit maar dat het geen mens is opgevallen, ‘geen theoloog heeft het gezien’, roept ze uit terwijl ze steeds woester haar haren naar achter strijkt waardoor ze nog wilder op haar hoofd komen te staan.

    Het was een literaire battle met prachtige scherpe uitspraken tussen twee vriendinnen die al te lang met elkaar gedold hadden. Het publiek smulde ervan; dit was hoe literatuur zich gedraagt achter de coulissen.

     

    Foto’s: Anna van Kooij

     

  • Dokter Wouters en de gestolen dildo

    Dokter Wouters en de gestolen dildo

     

    Alles verandert is opgedragen aan John Coetzee, en gebaseerd op diens veelgeprezen roman In ongenade, maar dan gespiegeld: dat wil zeggen de man is vervangen door de vrouw. Iris Verdonck, de vrouw om wie het gaat in deze roman geeft colleges TransSexLit, waarin zij met studenten probeert te beredeneren hoe verschillende romans eruit zouden zien als hun hoofdpersonen een andere sekse zouden hebben.

    Alles verandert, de laatste roman van Kristien Hemmerechts is geen boek dat past in haar zo rijke oeuvre. Was ze in het verleden de feministische en vrijgevochten schrijfster die op de barricaden stond voor de emancipatie van de vrouw, nu lijkt ze zich te verlagen tot een doktersroman. Mooi dat ze Coetzee wil eren, maar je kunt je afvragen of ze dat op deze manier en met deze roman had moeten doen.

    De opzet is vergelijkbaar met die van In ongenade: Iris, een vrijgevochten, gescheiden vrouw met een mooie carrière, een zoon en een dochter, begint een nogal eenzijdige romance met een van haar vrouwelijke studenten, een Poolse. Maar niet nadat ze de deur is gewezen door haar dokter Wouters die stopt met zijn praktijk. Hij en zij hebben een jarenlange, nogal bijzondere, seksuele relatie achter de rug.

    Iris gelooft niet dat dokter Wouters haar zo maar in de steek laat en begint hem te stalken. Hij laat echter niets meer van zich horen.

    Haar seksuele relatie met de studente, nogal expliciet beschreven, komt in de openbaarheid, Iris wordt op de vingers getikt door haar werkgever en op non-actief gezet.

    Ze besluit haar zoon op te zoeken. Deze liep als jongen bij haar weg en heeft ze al die tijd niet bezocht. Hij is beheerder van een landgoed dat gesitueerd is naast een vluchtelingenkamp cq. asielzoekerscentrum. Daar doet de actualiteit haar intrede en daarmee wordt deze roman veel sprekender. Hemmerechts laat merken dat ze zich goed kan inleven in de sentimenten die rondom de vluchtelingenproblematiek een rol spelen. Had ze zich daar maar meer op gericht. Nu gebruikt ze het als nogal exotische achtergrond voor een verhaal waarin seksueel misbruik, gestolen dildo’s  en sterke vrouwen een rol spelen.

    En dan komt het uiteindelijk ook nog bijna goed en lijkt de roman een happy end te krijgen: Iris heeft weer een band met haar zoon, haar dochter dartelt er wat om heen, ze begrijpt Aminia, een van de asielzoekers en rijdt dan, als was ze Lucky Luke op een paard de roman uit. ‘Ze stopt de dildo in haar zak, loopt naar haar paard, draait zich om naar Aminia, geeft haar een laatste kans om te zeggen: neem me mee.’

    Hemmerechts heeft urgentere romans geschreven. Altijd stof tot discussie, altijd bereid tot strijd. Ze schrijft een proza dat uitblinkt in stijl, natuurgetrouwe dialogen, en ze is een meester in de beheersing van de plot. Denk bijvoorbeeld aan haar voorlaatste roman, die ze vanuit het gezichtspunt van de vrouw van Marc Dutroux schreef (De vrouw die de honden eten gaf). Jammer dat in Alles verandert deze sterke punten door het zwakke verhaal veel minder tot hun recht komen.